CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Omgevingseffectrapportage Sint-Michielsgestel

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 19 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel met bijbehorende omgevingseffectrapportage33.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

71

Op basis hiervan is de ambitie Aangenaam Leven 4: In 2040 is de leefomgeving gezond en veilig in plaats van niet aannemelijk dat het haalbaar is, nu veranderd in onzeker of de ambitie gehaald wordt. Verdere uitwerking van het nieuwe beleid in combinatie met monitoring zal moeten uitwijzen in de toekomst of deze ambitie gehaald wordt of niet.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

72

8

Wat zijn de gevolgen van het voorkeursalternatief?

In dit hoofdstuk zijn de effecten van het voorkeursalternatief (VKA) beschreven. Dit is gedaan door de beleidsuitspraken (zoals beschreven in hoofdstuk 7) te toetsen aan de beoordelingsaspecten uit de ‘foto van de leefomgeving’. In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beschreven, dit vormt de referentiesituatie van dit OER. Omdat het voorkeursalternatief voor de omgevingsvisie niet in detail uitgewerkt is, is het niet mogelijk de effecten precies te berekenen (kwantitatief). Er wordt een oordeel op basis van expert judgement gedaan en daarom gesproken van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden, maar geven een indicatie van de mogelijke gevolgen van een beleidsuitspraak. Of het effect daadwerkelijk optreedt is onder meer afhankelijk van de precieze beleidsinvulling en concretisering van het beleid in bijvoorbeeld een programma en / of omgevingsplan. De effectbeoordeling van het VKA en de argumentatie hierachter zijn opgenomen in bijlage A6 en A7.

8.1

Wat zijn de effecten van het voorkeursalternatief?

De resultaten van de effectbeoordeling van het VKA zijn uitgewerkt op het niveau van beoordelingsaspecten, beleidsuitspraken en hoofdthema’s van de omgevingsvisie. Bij elke beschrijving is een figuur opgenomen waarbij het aantal kansen op positieve effecten en het aantal risico’s op negatieve effecten te zien is.

8.1.1

Overall beeld per beoordelingsaspect

Het nieuwe beleid laat de meeste kansen op positieve effecten zien voor de beoordelingsaspecten wateroverlast, hitte, beweegvriendelijke leefomgeving, droogte, biodiversiteit, groene leefomgeving en sociale veiligheid. Dit komt omdat er wordt ingezet op het creëren van ontmoetings- en recreatiemogelijkheden in de hele gemeente en het verbeteren van het fiets- en wandelnetwerk in en tussen de kernen. Daarnaast wordt er relatief veel groen oppervlak toegevoegd met ruimte voor waterberging in het landelijk gebied, bij de beekdalen en in de bebouwde gebieden. Natuurgebieden worden beter met elkaar verbonden. De volgende beoordelingsaspecten laten ook kansen op positieve effecten zien, maar in mindere mate dan de best scorende beoordelingsaspecten (zoals hierboven opgesomd): maatschappelijke deelname, fietsen wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, ontsluitingskwaliteit OV, werkgelegenheid en arbeidsmarkt, werklocaties, duurzame energieopwekking, duurzame woningen, broeikasgassen, oppervlaktewater, beschermde natuur, groene leefomgeving, passend woningaanbod, passend voorzieningenaanbod. Bij de meeste aspecten zijn enkel kansen op positieve effecten voorzien en geen risico’s op negatieve effecten. Voor de aspecten biodiversiteit, broeikasgassen en beschermde natuur (Natura 2000) zijn er naast kansen ook enkele risico’s op negatieve effecten.

Per saldo zijn er meer kansen dan risico’s. Kansen hangen samen met het creëren van meer groen en natuur, onder andere in de vorm van natuurlijke verbindingen tussen natuurgebieden. Daarnaast zijn er kansen door de inzet op duurzame vormen van vervoer met twee mobiliteitshubs, waardoor broeikasgassen en stikstofuitstoot mogelijk teruggedrongen wordt. Daartegenover kan de uitstoot van broeikasgassen en stikstofuitstoot juist toenemen door een toename van verkeerswegingen als gevolg van nieuwe woongebieden. Daarnaast bestaan er risico’s voor (beschermde) soorten door de mogelijke aanleg van een nieuwe rondweg en de mogelijke toepassing van windenergie. Er zijn evenveel risico’s op negatieve effecten als kansen op positieve effecten voor de aspecten doorstroming en bereikbaarheid, verkeersveiligheid, geluidhinder en luchtkwaliteit. Er zijn kansen op positieve effecten door de inzet op duurzamere mobiliteitsvormen bij de mobiliteitshubs, de auto meer naar 14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

73

de randen van centra te verplaatsen en door het verbeteren van het fietsnetwerk in en tussen alle kernen. Door de uitbreiding van woongebieden bij alle dorpen, waarbij meer verkeer gaat rijden, ontstaan er risico’s voor doorstroming, natuur en verkeersveiligheid. De gemeente heeft in de aanscherping van het conceptVKA richting het definitieve VKA meerdere maatregelen opgenomen om de risico’s voor geluidhinder verder te verminderen. Bijvoorbeeld, bij de herinrichting van drukke wegen worden geluidreducerende maatregelen afgewogen. Hierdoor blijft geluid een knelpunt (score rood), maar is er geen sprake van een potentiële verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie Er zijn geen aspecten waar enkel risico’s of overwegend risico’s op negatieve effecten voorzien zijn. Er zijn geen effecten voor de aspecten omgevingsveiligheid en geurhinder.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

74

Figuur 8.1: Kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten voor het VKA, per beoordelingsaspect (in de figuur zijn alleen de kwantitatieve beoordelingsaspecten opgenomen).

8.1.2

Overall beeld per beleidsuitspraak

Alle beleidsuitspraken kennen kansen op positieve effecten, in alle gevallen zijn er meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. In Figuur 8.2 is het aantal kansen en risico’s per uitspraak te zien. De beleidsuitspraken met alleen kansen op positieve effecten zijn, op volgorde van de grootte van de positieve effecten:

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

75

Natuur De natuur en de groene kwaliteit van de gemeente Sint-Michielsgestel worden behouden en versterkt. De bestaande natuurgebieden worden gekoesterd en versterkt. Natuurgebieden worden op verschillende plaatsen met elkaar verbonden. Tussen Pettelaar en Wamberg wordt dit gedaan door lokale natuurontwikkeling. Ook Zegenwerp en de Geelders worden verbonden, wat wordt versterkt door de aanleg van natuurlijk groen. Tussen Wamberg en de Engelenstede - Hooghe Heide wordt ingezet op natuurlijk groen. De landgoederen worden geclusterd. Rond de Wambergse beek zal de natuur meer ruimte krijgen en wordt er ingezet op het verbeteren van de waterkwaliteit. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben op de plekken waar de natuurgebieden worden verbonden. Transitie landelijk gebied De gemeente Sint-Michielsgestel wil inzetten op duurzame landbouw en verandering van functie of verdienmodel voor agrariërs die willen stoppen. Functies worden gecombineerd. De landbouw past zich aan op het lokaal beschikbare water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. De grondgebonden landbouw blijft op lange termijn een belangrijke economische en landschappelijke drager. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in het landelijk gebied.

Voorzieningen In de gemeente Sint-Michielsgestel wordt er ingezet op zowel nieuwe voorzieningen als het verbeteren en behouden van bestaande voorzieningen. De transformatie van het Kentalis-terrein biedt kansen om het centrum van Sint-Michielsgestel te versterken. Voor een vitaal Gemonde en een vitaal Middelrode zijn het behoud van een dorpshuis, kinderopvang en basisschool belangrijk. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben voor Sint-Michielsgestel. Klimaatadaptatie In de dorpscentra van Sint-Michielsgestel, Den Dungen en Berlicum worden bomen, plantenbakken en geveltuinen toegevoegd. Binnen de vitale dorpen worden ook maatregelen genomen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. De beekdalen, inclusief de Wambergse beek, dragen bij aan klimaatadaptatie door het regenwater te bergen en geleidelijk af te voeren na forse regenbuien. Deze functie van de beken zal worden uitgebreid en versterkt om een klimaatbestendige gemeente en regio te worden. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben op de dorpscentra en de beekdalen. Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen blijven vooral gericht op lokaal gebonden kleine en middelgrote bedrijven. De kwaliteit van de huidige bedrijventerreinen, zoals Venkant, wordt verbeterd door ze bereikbaar te houden en te investeren in duurzame en klimaat adaptieve maatregelen.

Bij bestaande bedrijvigheid wordt duurzamere bedrijfsvoering gestimuleerd, waarbij geur, geluid en luchtemissies worden teruggedrongen. De gemeente stimuleert de verduurzaming van de bedrijventerreinen. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben op de bestaande bedrijventerreinen in Berlicum, Den Dungen en Sint-Michielsgestel. Circulariteit Lokale kringloopinitiatieven worden in de gehele gemeente gestimuleerd. Het gaat vooral om een regulerende, stimulerende en faciliterende rol en niet om concrete acties. Toerisme De gemeente wil haar toeristische positie behouden en versterken door te blijven investeren in aantrekkelijke dorpscentra en door de verbinding tussen stad en land te versterken, met name in de dorpen Sint-Michielsgestel en Berlicum. Er wordt ingezet op dagtoerisme en op een stijging in het aantal overnachtingen. Rond de beekdalen is er ruimte voor recreatie. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in de dorpen Sint-Michielsgestel en Berlicum.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

76

Er zijn drie beleidsuitspraken waarbij er zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten kunnen optreden. Per saldo is bij al deze beleidsuitspraken sprake van meer kansen dan risico’s. De beleidsuitspraken met risico’s op negatieve effecten zijn: Wonen In de dorpen worden woningen toegevoegd, passend bij de vraag. In de centra van de dorpen SintMichielsgestel, Den Dungen en Berlicum is ruimte voor nieuwe woningen. Het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie heeft de voorkeur. De beleidsuitspraak heeft in alle dorpen effect. Door de toevoeging van woningen zal er meer verkeer gaan rijden, wat negatieve effecten heeft op natuur en verkeersveiligheid. Dit heeft een negatief effect op de beoordelingsaspecten: doorstroming en bereikbaarheid, broeikasgassen, beschermde natuur (Natura 2000), Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit. Duurzame energie De opgave om energieneutraal te worden krijgt vooral vorm door zon op daken, zonnevelden in het landelijk gebied met dubbelgebruik en mogelijk ook windenergie (na 2030). De beleidsuitspraak zal voor zonneenergie het meeste effect hebben in het bebouwde gebied en het landelijk gebied. Zonnepanelen en windmolens vormen een risico voor de biodiversiteit.

Dit heeft een negatief effect op de beoordelingsaspecten: biodiversiteit en geluidhinder. Mobiliteit Er komt meer ruimte voor duurzame vormen van vervoer, zoals deelmobiliteit en laadpunten voor elektrische fietsen en -auto’s in de gehele gemeente. Daarnaast wordt er ingezet op gedragsverandering. Er wordt ingezet op twee robuuste centrale mobiliteitshubs, aan de N617 bij Sint-Michielsgestel en aan de N279 bij Berlicum. De fietsverbindingen tussen de dorpen wordt verbeterd en er wordt zo een fiets-as gecreëerd tussen de dorpen Sint-Michielsgestel, Den Dungen en Berlicum. In de centra van de dorpen SintMichielsgestel, Den Dungen en Berlicum wordt fietsen gestimuleerd en wordt autogebruik naar de randen van de centra verplaatst. In alle dorpen wordt gemotoriseerd verkeer zo veel mogelijk geweerd. De beleidsuitspraak zal in alle dorpen in de gemeente effect hebben. Indien uit onderzoek blijkt dat voor realisatie van de woningbouw een nieuwe randweg nodig is kan dit leiden tot verstoring van de biodiversiteit. Dit heeft een negatief effect op het beoordelingsaspect: biodiversiteit.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

77

Figuur 8.2: Kansen op positieve effecten en risico's op negatieve effecten voor het VKA, per beleidsuitspraak.

8.1.3

Overall beeld per hoofdthema

De meeste kansen op positieve effecten zijn er binnen de hoofdthema’s aangenaam leven en krachtige economie. Dit komt met name door de uitspraak over natuur, waarbij veel kansen voorzien zijn (zoals ook te zien in Figuur 8.3). Het hoofdthema inclusieve duurzaamheid heeft de minste kansen op positieve effecten. Per saldo zijn er wel meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. Voor het hoofdthema krachtige economie worden er geen risico’s op negatieve effecten voorzien.

Figuur 8.3: Kansen op positieve effecten en risico's op negatieve effecten voor het VKA, per hoofdthema en gebaseerd op de beleidsuitspraken.

8.1.4

Overall beeld per deelgebied

De gemeente Sint-Michielsgestel heeft in haar omgevingsvisie verschillende deelgebieden genoemd, namelijk: centrum, vitale dorpen, bedrijfsfuncties, natuurgebieden, beekdalen en landelijk gebied. Deze deelgebieden zijn integraal opgenomen in de beleidsuitspraken. Hieronder is een globaal overzicht gegeven van de belangrijkste kansen en risico’s voor deze deelgebieden, op basis van de effectbeoordeling. 14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

78

Centrum In de centra van de dorpen Sint-Michielsgestel, Den Dungen en Berlicum staat ontmoeten centraal. Er wordt gestimuleerd om meer te fietsen en te wandelen en daar worden voorzieningen voor aangebracht zoals fietsparkeerplaatsen, zitgelegenheden en brede stoepen. Belangrijk hierbij zijn ouderen en mindervaliden. Het gemotoriseerde verkeer wordt naar de randen van de centra gebracht. In de centra worden klimaatadaptieve maatregelen genomen door in te zetten op vergroening. Er is ruimte voor nieuwe woningen met een dorps karakter en compacte bebouwing. Op die manier blijft er genoeg ruimte over voor bewegen, groen en klimaatadaptatie. Het deelgebied centrum is gerelateerd aan de beleidsuitspraken wonen, voorzieningen, mobiliteit en klimaatadaptatie. Kansen op positieve effecten in dit deelgebied zijn er voor de beoordelingsaspecten maatschappelijke deelname, fiets- en wandelnetwerk, wateroverlast, hitte, groene leefomgeving, sociale veiligheid, verkeersveiligheid, beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. Dit komt door inzet op ontmoetingsplekken en leefbaarheid (groen en minder verkeer), nieuwe woningen en voorzieningen. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Vitale dorpen In de dorpen zijn de voorzieningen belangrijk, deze worden zoveel mogelijk behouden als blijkt dat daar behoeft aan is.

Ook ontmoetingsplekken en mogelijkheden voor beweging in de openbare ruimte zijn belangrijk. In alle dorpen is behoefte aan nieuwe woningen, door inbreiding en uitbreiding. Nieuwe woningen moeten passen binnen het eigen groene en dorpse karakter. Bij nieuwe ontwikkelingen worden maatregelen genomen om het landschap te versterken en worden groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied aangelegd. De dorpen Sint-Michielsgestel en Berlicum spelen een rol voor het toerisme met horeca, overnachtingsplekken, cultuur en winkels met lokale producten. Voor de leefbaarheid wordt het gemotoriseerde verkeer uit de kernen geweerd. Bij nieuwe ontwikkelingen is een passende ontsluiting integraal onderdeel van de ontwikkeling. Fietsverbindingen tussen kernen worden beter benut en waar nodig uitgebreid. Tenslotte worden er binnen de dorpen maatregelen genomen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, zoals het toevoegen van groen. Het deelgebied vitale dorpen is gerelateerd aan de beleidsuitspraken wonen, voorzieningen, mobiliteit, toerisme en klimaatadaptatie.

Kansen op positieve effecten in dit deelgebied zijn er voor de beoordelingsaspecten maatschappelijke deelname, fiets- en wandelnetwerk, toerisme en recreatie, wateroverlast, hitte, groene leefomgeving, landschap, cultuurhistorie en archeologie, sociale veiligheid, verkeersveiligheid, beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. Dit komt door inzet op ontmoetingsplekken en leefbaarheid (groen en minder verkeer), nieuwe woningen en voorzieningen. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Bedrijfsfuncties In de dorpen Berlicum, Den Dungen en Sint-Michielsgestel zijn er diverse kleinere bedrijventerreinen. Het huidige bedrijfsleven van bedrijventerreinen, horeca, winkels en bedrijven aan huis wordt gekoesterd. Duurzame bedrijfsvoering wordt gestimuleerd en geur, geluid en luchtemissies worden teruggedrongen. Ook worden er maatregelen genomen voor klimaatadaptatie zoals vergroening en waterdoorlatende verharding. Nieuwe ontwikkelingen worden standaard klimaatbestendig ingericht. Door gedragsverandering wordt geprobeerd duurzame vervoersopties te kiezen boven de auto. Oudere en/of leegstaande bedrijven worden getransformeerd naar de gewenste kwaliteit van werklocaties, een combinatie met wonen is mogelijk. Het deelgebied bedrijfsfuncties is gerelateerd aan de beleidsuitspraak over bedrijventerreinen.

Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten werklocaties, broeikasgassen, wateroverlast, hitte en groene leefomgeving. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

79

Natuurgebieden Verschillende natuurgebieden worden gekoesterd en versterkt. De bestaande landgoederen ten noorden van het dorp Sint-Michielsgestel worden als één cluster gezien, het landgoederencluster. De natuurgebieden worden op verschillende plekken beter met elkaar verbonden. Tussen Pettelaar en Wamberg ligt de focus op de verbinding tussen stad en land, hierbij is er ruimte voor nieuwe lokale natuurontwikkeling, opwek van duurzame energie en recreatief medegebruik. Er is een grote waterbergingsopgave bij Den Dungen. Tussen Zegenwerp en de Geelders en tussen Wamberg en de Engelenstede - Hooghe Heide ligt de focus op versterking door natuurlijk groen eventueel in combinatie met duurzame landbouw. Het deelgebied natuurgebieden is gerelateerd aan de beleidsuitspraak over natuur. Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten duurzame landbouw, wateroverlast, hitte, droogte, bodemkwaliteit, grondwater, beschermde natuur (N2000), Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit, landschap, cultuurhistorie en archeologie. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Beekdalen De dorpen in de gemeente zijn ontstaan langs de beken de Dommel en de Aa. Ook nu zorgen de beken nog voor beleving en kwaliteit van de dorpen. Naast landschappelijke kwaliteiten hebben de beken ook natuurwaarden die behouden en versterkt worden. Er wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit.

De functie van de beekdalen wordt uitgebreid met het oog op klimaatbestendigheid en waterveiligheid. Nieuwe verharding in beekdalen is niet toegestaan. Wel wordt kleinschalige recreatie toegestaan in balans met natuur. Het deelgebied beekdalen is gerelateerd aan de beleidsuitspraken over natuur en klimaatadaptatie. Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten wateroverlast, hitte, droogte en beweegvriendelijke leefomgeving. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Landelijk gebied Er wordt ingezet op behoud van agrariërs die werken volgens het principe van duurzame landbouw, zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. De grondgebonden landbouw blijft op lange termijn een belangrijke economische en landschappelijke drager. De kwaliteit van bodem en water zal moeten verbeteren om te kunnen voldoen aan de Kaderrichtlijn water. De meest vruchtbare gronden blijven zo veel mogelijk beschikbaar voor de akkerbouw en fruitteelt die in de gemeente plaatsvindt. Er is ruimte voor innovatie om te verduurzamen en voor duurzame energieopwekking op bedrijfsniveau. Een andere toekomstige functie is die van agrarische natuur- en waterbeheer. In de beekdalen is ruimte voor waterberging. Het landelijke gebied is en blijft het uitloopgebied voor de stad ’s-Hertogenbosch.

Kleinschalige recreatie en toerisme worden hiermee ook een economische drager voor een deel van het landelijk gebied. Het landschap en cultuurhistorische waarden worden versterkt door het toevoegen van groen. Het deelgebied landelijk gebied is gerelateerd aan de beleidsuitspraak over transitie landelijk gebied. Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten duurzame landbouw, duurzame energieopwekking, droogte, bodemkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater en landschap, cultuurhistorie en archeologie. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

80

8.2

Wat gebeurt er met de kwalitatieve aspecten?

De beoordelingsaspecten kennis en innovatie, toerisme en recreatie, duurzame landbouw, circulariteit, bodemkwaliteit, grondwater, Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones en landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ kwalitatief ingevuld. Voor deze beoordelingsaspecten was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar. Aan deze thema’s is daarom geen kwaliteitsniveau toegekend in de ‘foto van de leefomgeving’. In de beoordeling van het VKA zijn ook deze kwalitatieve aspecten beoordeeld op kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten. Omdat deze effecten niet te vergelijken zijn met een kwaliteitsniveau uit de foto van de leefomgeving is hieronder een kwalitatieve beschrijving gegeven van de verwachte ontwikkelingen van deze kwalitatieve aspecten als gevolg van het nieuwe beleid in het VKA. Dit is gedaan per beoordelingsaspect. In onderstaande Tabel 8.1 is te zien hoe deze kwalitatieve aspecten zich ontwikkelen met het nieuwe beleid. De tabel geeft weer of er sprake is van overwegend kansen (groen pijltje omhoog ) of overwegend risico’s (rood pijltje omlaag ) voor de kwalitatieve aspecten. Nul (0) betekent dat er geen effecten zijn. Tabel 8.1: Ontwikkeling van kwalitatieve aspecten in het VKA

Kwalitatieve aspecten

VKA

Kennis en innovatie

0

Toerisme en recreatie Duurzame landbouw Afval en grondstoffen Bodemkwaliteit Grondwater Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Kennis en innovatie In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect kennis en innovatie gekeken naar innovatieve bedrijven/instellingen. Voor het aspect kennis en innovatie is er een relatie met de beleidsuitspraken gericht op transitie landelijk gebied en bedrijventerreinen. Het nieuwe beleid leidt niet tot kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten. De verwachting is daarom dat er geen ontwikkeling zal plaatsvinden voor het aspect kennis en innovatie. Toerisme en recreatie In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect toerisme en recreatie gekeken naar het aantal overnachtingen en bezoekers van daguitjes. Voor het aspect toerisme en recreatie is er een relatie met de beleidsuitspraak over toerisme. Op basis van het nieuwe beleid wordt er een kans op een positief effect voorzien, door de toevoeging van overnachtingsmogelijkheden. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect toerisme en recreatie. Duurzame landbouw In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect duurzame landbouw gekeken naar de ontwikkelingen in de landbouw en het aantal veehouderijen. Voor het aspect duurzame landbouw is er een relatie met de beleidsuitspraken over transitie landelijk gebied en natuur. Op basis van het nieuwe beleid worden er kansen op een positieve effecten voorzien, door de inzet op vormen van duurzame landbouw.

De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect duurzame landbouw.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

81

Afval en grondstoffen In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect afval en grondstoffen gekeken naar de hoeveelheid huishoudelijk afval en bedrijventerreinen met potentie voor industriële symbiose en recycling. Voor het aspect afval en grondstoffen is er een relatie met de beleidsuitspraken over bedrijventerreinen en circulariteit. Op basis van het nieuwe beleid wordt er een kans op een positief effect voorzien, door de inzet op het verminderen van restafval. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect afval en grondstoffen. Bodemkwaliteit In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect bodemkwaliteit gekeken naar milieuregels volgens het activiteitenbesluit, spoedlocaties voor bodemverontreiniging en voormalige stortplaatsen. Voor het aspect bodemkwaliteit is er een relatie met de beleidsuitspraken over natuur, transitie landelijk gebied en duurzame energie. Op basis van het nieuwe beleid worden er kansen op positieve effecten voorzien, door de inzet op nieuwe natuur, vormen van duurzame landbouw en omdat water en bodem sturend zijn bij ontwikkelingen. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect bodemkwaliteit. Grondwater In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect grondwater gekeken naar de grondwaterstanden, aanwezigheid van kwel en grondwaterbeschermingsgebieden.

Voor het aspect grondwater is er een relatie met de beleidsuitspraken over natuur, transitie landelijk gebied en duurzame energie. Op basis van het nieuwe beleid worden er kansen op positieve effecten voorzien, door de toevoeging van waterberging en de inzet op vormen van duurzame landbouw. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect grondwater. Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones gekeken naar het bestaande netwerk en de attentiezones waterhuishouding. Voor het aspect Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones is er een relatie met de beleidsuitspraken over wonen, natuur, mobiliteit, transitie landelijk gebied, toerisme, bedrijventerreinen en klimaatadaptatie. Op basis van het nieuwe beleid worden er overwegend kansen op een positief effect voorzien. De kansen ontstaan door het verbinden van natuurgebieden, het verminderen autogebruik door het faciliteren van andere soorten vervoer en de inzet op vormen van duurzame landbouw. Het risico hangt samen met een toename in verkeersbewegingen door nieuwe woningen, waardoor mogelijk extra stikstof wordt uitgestoten.

De verwachting is dat er (per saldo) sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones. Landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie gekeken naar de cultuurhistorische waardenkaart en de cultuurhistorische beleidsadvieskaart. Voor het aspect landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie is er een relatie met de beleidsuitspraken over wonen, natuur, mobiliteit, transitie landelijk gebied, toerisme, bedrijventerreinen, duurzame energie en klimaatadaptatie. Op basis van het nieuwe beleid worden er een kansen op positieve effecten voorzien. De kansen ontstaan door het versterken van het landschap en de cultuurhistorische waarden, het clusteren van landgoederen en het faciliteren van recreatieve activiteiten waardoor het landschap mogelijk beter beleefbaar wordt. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect Landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

82

8.3

Hoe ontwikkelen de knelpunten ten opzichte van de referentiesituatie?

In de ‘foto van de leefomgeving’ is aan de beoordelingsaspecten een kwaliteitsniveau toegekend. In het geval dat er sprake is van een overwegend goede kwaliteit is het kwaliteitsniveau ‘groen’ toegekend. Voor het kwaliteitsniveau ‘oranje’ geldt dat er op enkele locaties sprake is van een overschrijding van gestelde normen. Tenslotte geldt voor ‘rood’ dat er sprake is van een overwegend slechte kwaliteit, er is dan op meerdere locaties in de gemeente sprake van een overschrijding van gestelde normen. De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. Dit is in lijn met het doel van de Omgevingswet. Hieronder zijn de knelpunten uit de ‘foto van de leefomgeving’ opgesomd, de ‘foto van de leefomgeving’ is opgenomen als bijlage A1 van dit OER. In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de volgende aspecten aangemerkt als knelpunt: fiets- en wandelnetwerk, ontsluitingskwaliteit OV, duurzame energieopwekking, broeikasgassen, oppervlaktewater en geluidhinder.

Daarnaast zijn de volgende aspecten aangemerkt als aandachtspunt: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, werklocaties, hitte, beschermde natuur (Natura 2000), omgevingsveiligheid, beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. Figuur 8.4 geeft een vergelijking van de omgevingseffecten van het VKA ten opzichte van de referentiesituatie. Hieruit valt op te maken of er sprake is van een verbetering, of juist een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Het kan ook zijn dat er geen effect is. Paragraaf 8.3.1 gaat in op de ontwikkeling van de bestaande knelpunten en aandachtspunten zoals deze benoemd zijn in de ‘foto van de leefomgeving’. Daarnaast kan het zijn dat het beleid uit het VKA meer risico’s op negatieve effecten laat zien, dan kansen op positieve effecten. In dat geval is het mogelijk dat er nieuwe knelpunten of aandachtspunten ontstaan. Paragraaf 8.3.2. gaat hier verder op in.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

83

Figuur 8.4: Rad van de Leefomgeving VKA

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

84

8.3.1

Ontwikkeling bestaande knel- en aandachtspunten

Deze paragraaf beschrijft de ontwikkeling van de bestaande knel- en aandachtspunten. Eerst is beschreven welk kwaliteitsniveau in de ‘foto van de leefomgeving’ is toegekend aan het beoordelingsaspect. Vervolgens worden de gevolgen van het VKA beschreven. Tenslotte is beschreven of de verwachting is dat ’het VKA bijdraagt aan het (gedeeltelijk) oplossen van de knel- of aandachtspunten. De volgende knelpunten zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ benoemd: • Fiets- en wandelnetwerk Fiets- en wandelnetwerk is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende autonome trend. Het nieuwe beleid laat enkel kansen op positieve effecten zien. Deze kansen op positieve effecten ontstaan door de toevoeging van nieuwe fietsverbindingen in en tussen de kernen en het versterken van de huidige fietsvoorzieningen. Hiermee wordt het bestaande knelpunt naar verwachting verholpen. Het is niet de verwachting dat de positieve trend doorzet tot kwaliteitsniveau ‘groen’. • Ontsluitingskwaliteit OV Ontsluitingskwaliteit OV is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende autonome trend. Het nieuwe beleid laat enkel kansen op positieve effecten zien. Deze kansen op positieve effecten ontstaan het toevoegen van twee mobiliteitshubs.

Afhankelijk van de inrichting van de mobiliteitshubs wordt het knelpunt mogelijk op verschillende locaties in de gemeente verholpen. • Duurzame energieopwekking Duurzame energieopwekking is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het nieuwe beleid laat enkel kansen op positieve effecten zien. De kansen op positieve effecten ontstaan door het toepassen van zo veel als mogelijk zon op dak en waar nodig zon in het buitengebied en windenergie. Het is onduidelijk in hoeverre hiermee wordt voldaan aan de klimaatdoelstellingen. Daarom is het onzeker of het huidige knelpunt wordt verholpen, wel is er sprake van een positieve trend. • Broeikasgassen Broeikasgassen is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Door het nieuwe beleid zijn er zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten, waarbij er meer kansen op positieve effecten optreden dan risico’s op negatieve effecten. De kansen op positieve effecten ontstaan door het bieden van duurzame alternatieven voor mobiliteit, het verduurzamen van bedrijven en de inzet op duurzame energieopwekking. De risico’s op negatieve effecten ontstaan door een toename van het aantal verkeersbewegingen door woningbouw.

Het is onzeker in hoeverre het nieuwe beleid het huidige knelpunt verhelpt, er is wel sprake van een positieve trend. • Oppervlaktewater Oppervlaktewater is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende autonome trend. Het nieuwe beleid resulteert in een kleine kans op positieve effecten door de transitie van intensieve veehouderij naar vormen van duurzame landbouw. Het is onzeker in hoeverre het nieuwe beleid het huidige knelpunt verhelpt, er is wel sprake van een positieve trend. • Geluidhinder Geluidhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het nieuwe beleid resulteert evenwichtig in een kans op positief effect en een risico op negatief effect. Enerzijds neemt geluidhinder mogelijk toe door de toepassing van windenergie nabij de Meerse Plas en de toevoeging van woningen aan de randen van de kernen, waardoor er meer verkeer gaat rijden. Anderzijds zullen er bij de herinrichting van drukkere wegen geluidmaatregelen afgewogen worden (zoals een verlaging van de snelheid) en wordt er ingezet op duurzamere 14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

85

vormen van vervoer in de kernen. Met het nieuwe beleid wordt het knelpunt naar verwachting niet verholpen. De verdere uitwerking van het nieuwe beleid zal uitwijzen in hoeverre het knelpunt zal verminderen of verder zal verslechteren. De volgende aandachtspunten zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ benoemd: • Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Werkgelegenheid en arbeidsmarkt is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in een kans op een positief effect door een toename van voorzieningen. Daarmee wordt het aandachtspunt, gezien de omvang van de kans, naar verwachting niet verholpen met het beleid van het concept-VKA. • Werklocaties Werklocaties is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Door het nieuwe beleid is er een kans op een positief effect door de het transformeren van leegstaande bedrijfspanden naar gewenste werklocaties. Daarmee wordt het aandachtspunt mogelijk verholpen met het nieuwe beleid. • Hitte Hitte is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering naar kwaliteitsniveau rood. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door de inzet op vergroenen en klimaatadaptatie maatregelen in de dorpscentra, de woonwijken en de bedrijventerreinen.

Hiermee wordt de negatieve trend gekeerd en het aandachtspunt mogelijk verholpen. • Beschermde natuur (Natura 2000) Beschermde natuur (Natura 2000) is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. Het nieuwe beleid resulteert per saldo in meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten door het verbinden van natuurgebieden en de transitie van intensieve veehouderij naar vormen van duurzame landbouw. Het risico op negatief effect ontstaat door een toename van het aantal verkeersbewegingen door uitbreiding van woonwijken bij alle dorpen. Hierdoor neemt de stikstofuitstoot toe wat een negatief effect kan geven op Natura 2000-gebieden. Naar verwachting wordt het aandachtspunt mogelijk verholpen met het nieuwe beleid. Bij verdere uitwerking van de plannen moet goed gekeken worden naar eventuele stikstoftoenames. • Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het realiseren van windenergie in het aangewezen zoekgebied vormt mogelijk een veiligheidsrisico, maar de gemeente zet zich in om in een vroeg stadium rekening te houden met eventuele veiligheidsrisico’s. Per saldo is er sprake van een neutraal effect. Het aandachtspunt blijft naar verwachting bestaan.

• Beweegvriendelijke leefomgeving Beweegvriendelijke leefomgeving is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door het verbeteren van bestaande fiets- en wandelpaden en het toevoegen van nieuwe routes tussen de dorpen. Hierdoor worden voorzieningen mogelijk beter bereikbaar en het buitengebied beter beleefbaar. Gezien de omvang van het aantal kansen wordt het aandachtspunt mogelijk verhopen met het nieuwe beleid. • Passend woningaanbod Passend woningaanbod is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door het bouwen van nieuwe woningen met de focus op betaalbare huur- en koopwoningen voor met name starters en woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens in alle leeftijdscategorieën. Hiermee wordt het aandachtspunt naar verwachting verhopen met het nieuwe beleid. 14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

86

•

8.3.2

Passend voorzieningenaanbod Passend voorzieningenaanbod is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door het beter passend maken van bestaande voorzieningen en het toevoegen van nieuwe voorzieningen waar dat nodig is. Hiermee wordt het aandachtspunt mogelijk verhopen met het nieuwe beleid.

Nieuwe knel- en aandachtspunten als gevolg van het VKA

Zoals hierboven benoemd zijn er een aantal aspecten met aandachtspunten. Een verslechtering door het nieuwe beleid uit het VKA kan ervoor zorgen dat een aandachtspunt een knelpunt gaat vormen. Er zijn geen aandachtspunten die mogelijk een nieuw knelpunt gaan vormen. Naast mogelijke nieuwe knelpunten zijn er mogelijke nieuwe aandachtspunten als gevolg van het VKA. Het gaat hier om aspecten die in de referentiesituatie oranje scoren en waarbij het nieuwe beleid tot meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten leidt. Bij de beoordeling van het concept-VKA leek geurhinder een nieuw aandachtspunt te vormen door de uitbreiding van woningen in gebieden waar bedrijven aanwezig zijn die geurhinder veroorzaken. In het definitieve VKA is opgenomen dat het vigerende strenge geurbeleid van de gemeente Sint-Michielsgestel wordt doorgezet richting 2040.

8.4

Conclusie

In onderstaande tabellen is te zien hoe de knel- en aandachtspunten zich ontwikkelen door het nieuwe beleid uit het VKA. In de tabel zijn de referentiesituatie en de gevolgen van het VKA te zien. De referentiesituatie is de situatie zoals deze is beschreven in de ‘foto van de leefomgeving’. Dit is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Er kan sprake zijn van een verslechtering ( ), verbeterende ( ) of gelijkblijvende trend (=) in de autonome ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. Het VKA zijn de gevolgen van het nieuwe beleid. De tabel geeft weer of er sprake is van overwegend kansen (groen pijltje omhoog ) of overwegend risico’s (rood pijltje omlaag ) door het VKA voor de bestaande knel- en aandachtspunten. Het gelijkteken (=) betekent dat er evenveel kansen als risico’s zijn voorzien. In de laatste tabel is te zien of er nieuwe aandachts- of knelpunten ontstaan door het nieuwe beleid uit het VKA. Tabel 8.2: Ontwikkeling van de bestaande knelpunten uit de referentiesituatie

Knelpunten

Referentiesituatie

Fiets- en wandelnetwerk

=

Ontsluitingskwaliteit OV

=

VKA

Duurzame energieopwekking Broeikasgassen Oppervlaktewater

=

Geluidhinder

14 december 2023

=

BH7677-MI-RP-230704-1429

87

Tabel 8.3: Ontwikkeling van de bestaande aandachtspunten uit de referentiesituatie per scenario

Aandachtspunten

Referentiesituatie

VKA

Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Werklocaties Hitte

Huidig

Autonoom

Beschermde natuur (Natura 2000)

Huidig

Autonoom

Omgevingsveiligheid

0

Beweegvriendelijke leefomgeving Passend woningaanbod Passend voorzieningenaanbod

Het nieuwe beleid uit het voorkeursalternatief biedt veel kansen en weinig risico’s. Het nieuwe beleid laat de meeste kansen op positieve effecten zien voor de beoordelingsaspecten wateroverlast, hitte, beweegvriendelijke leefomgeving, droogte, biodiversiteit, groene leefomgeving en sociale veiligheid. Er zijn geen aspecten waar enkel risico’s of overwegend risico’s op negatieve effecten voorzien zijn. Er zijn geen effecten waarneembaar voor de aspecten omgevingsveiligheid en geurhinder. Bij bijna alle kwalitatieve aspecten (geen kwaliteitsniveau toegekend) is sprake van een positieve ontwikkeling door het nieuwe beleid. Het gaat om de beoordelingsaspecten: toerisme en recreatie, duurzame landbouw, circulariteit, bodemkwaliteit, grondwater, Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones en landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie. Er zijn geen effecten waarneembaar voor de aspecten Kennis en innovatie. In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn knelpunten en aandachtspunten aangewezen; beoordelingsaspecten die er in de huidige situatie niet goed voor staan. Bij veel van deze knel- en aandachtspunten is een positieve ontwikkeling voorzien en bij sommige aspecten wordt het knelpunt ook daadwerkelijk verholpen.

De knelpunten met een positieve ontwikkeling zijn: fiets- en wandelnetwerk, ontsluitingskwaliteit OV, duurzame energieopwekking, broeikasgassen en oppervlaktewater. De aandachtspunten met een positieve ontwikkeling zijn: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, werklocaties, hitte, beschermde natuur (Natura 2000), beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. Het beoordelingsaspect geluidhinder is in de referentiesituatie aangemerkt als knelpunt, omdat op meerdere plekken bij geluidgevoelige functies niet voldaan wordt aan de wettelijke maximale grenswaarden en de WHO-advieswaarden voor wegverkeer. Door het nieuwe beleid is er zowel een kans op positief effect als een risico op negatief effect voorzien. Er is een kans, omdat er wordt ingezet op duurzame vormen van mobiliteit, waardoor geluidhinder door auto’s mogelijk afneemt. Er is een risico, omdat ingezet wordt op windenergie (na 2030) wat geluidhinder kan veroorzaken. Met het nieuwe beleid wordt het knelpunt naar verwachting niet verholpen. De verdere uitwerking van het nieuwe beleid in programma’s zal uitwijzen in hoeverre het knelpunt verholpen zal worden of verder zal verslechteren.

Het beoordelingsaspect omgevingsveiligheid is in de referentiesituatie aangemerkt als aandachtspunt, omdat een groot aantal (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden voor brand en explosie van verschillende risicobronnen ligt. Daarnaast liggen er kwetsbare gebouwen binnen de PR10-6 per jaar contour. Het nieuwe beleid heeft geen effect op omgevingsveiligheid. Het aandachtspunt blijft bestaan.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

88

9

Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden?

In dit hoofdstuk is een korte samenvatting opgenomen van de bevindingen uit de Passende Beoordeling voor de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel 2040. De volledige Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage A8.

9.1

Passende Beoordeling Natura 2000

Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een Passende Beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de Natura 2000gebieden Kampina & Oisterwijkse Vennen, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. In deze Passende Beoordeling is het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie beoordeeld aan de hand van beleidsuitspraken die in het OER zijn geselecteerd. Het gaat om uitspraken die voldoende concreet zijn en die een relatie hebben met de leefomgeving. De Passende Beoordeling beoordeeld per uitspraak of en zo ja hoe groot het risico is op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de omgeving van SintMichielsgestel. Daarbij is getoetst aan de belangrijkste instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 20000- gebied. Bij de beoordeling is aangesloten bij het karakter van het strategische beleid in de Omgevingsvisie, wat wil zeggen dat de beoordeling op hoofdlijnen is gedaan.

Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a) Van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel 2040 en b) Met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. Geconstateerde risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In de Passende Beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt. De Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage A8 onderstaand zijn de hoofdlijnen van de resultaten en conclusies opgenomen.

9.2

Resultaten Passende Beoordeling

Meerdere beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel 2040 kunnen tot risico’s leiden op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. De risico’s hebben betrekking op: • Stikstofdepositie; • Verstoring door recreatie; • Aanvaringsslachtoffers door windturbines.

14 december 2023

BH7677-MI-RP-230704-1429

89

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=e9d39a76-e7b0-4f3f-81c3-be528f9f2204