Bijlage 3 Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen en Nota van wijzigingen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone
Sint-Michielsgestel mei 2026
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .......................................................................................................... 3
2.
Beantwoording ontvangen zienswijzen ....................................................... 3
3.
Wijzigingen bestemmingsplan.................................................................... 12 3.1 Correctieve aanpassingen n.a.v. de ingebrachte zienswijzen ......................................... 12 3.2 Ambtshalve aanpassingen ................................................................................................12
2
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
1. Inleiding Het TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone” heeft van 12 december 2025 tot en met 22 januari 2026 voor een ieder ter inzage gelegen. De terinzagelegging heeft zowel in papieren vorm in het gemeentehuis, als digitaal op de landelijke voorziening via www.ruimtelijkeplannen.nl en op de website www.omgevingswet.overheid.nl/regels-opde-kaart/zoeken/locatie plaats gevonden. De bekendmaking hiervan heeft op 11 december 2025 plaatsgevonden in het Gemeenteblad en in de lokale krant De Brug. Tijdens de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen op het TAM-omgevingsplan. In totaal zijn vijf zienswijzen ingediend met betrekking tot het bestemmingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”. Daarnaast is het TAM-omgevingsplan in het kader van het vooroverleg toegezonden aan diverse overlegpartners. Waterschap Aa en Maas heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het TAMomgevingsplan. In deze nota zijn de ontvangen zienswijzen samengevat en van een reactie van het college voorzien. In paragraaf drie van deze nota zijn alle eventuele aanpassingen van het TAM-omgevingsplan opgenomen.
2. Beantwoording ontvangen zienswijzen In de onderstaande opsomming behandelen we de ingekomen zienswijzen inhoudelijk. De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en vervolgens van een antwoord voorzien. Alle zienswijzen zijn geanonimiseerd. Algemeen In de Omgevingswet is het aspect ‘gezondheid’ nadrukkelijk als belangrijk aspect opgenomen. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staat als instructieregel voor gemeenten opgenomen: Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl). De regeling zoals opgenomen in het TAM-omgevingsplan “Spuitvrije zone Laarzicht, Middelrode” betreft daarom een regeling om de omwonenden te beschermen tegen mogelijk nadelige gevolgen voor de gezondheid als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij de besluitvorming over het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft er een belangenafweging plaatsgevonden tussen woningbouwontwikkeling en agrarische activiteiten.
Gezien het zwaarwegende belang van de woningbouwontwikkeling is ervoor gekozen om buiten het plangebied van de woningbouwontwikkeling Laarzicht het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen middels dit TAM-omgevingsplan juridisch-planologisch vast te leggen om het aantal te bouwen woningen niet te beperken. De regeling regelt in eerste instantie dat geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt op de aangeduide gronden. Middels een vergunning kan hiervan echter worden afgeweken. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning dient een motivering te worden verstrekt op basis waarvan objectief kan worden bepaald dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving.
3
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Volgnummer : 1 Ingekomen : 15 december 2025 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 1.1 Er is niet nagedacht over de gevolgen van het niet mogen bespuiten van gras- of maisland. Er ontstaan bepaalde knolsoorten, zoals knolcyprus, als niet meer maf worden gespoten. Deze knolsoorten zijn schadelijk voor dieren en zelfs dodelijk. De kosten van dierenartsen zijn niet te overzien. 1.2 Mais- en grasoogst is niet volledig of helemaal niet meer te verkopen als niet meer mag worden gespoten. 1.3 Het besluit leidt tot een grote waardevermindering voor het weiland. 1.4 De huidige bewoners kunnen niet de dupe worden van nieuwe huizen in het buitengebied. Het is geen optie op weilanden en maisvelden onbespoten te laten en het onkruid te laten groeien. Beantwoording: 1.1 Zie algemene beantwoording. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 1.2 Zie algemene beantwoording. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen.
Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 1.3 Wanneer is aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet leidt tot een onaanvaardbaar woon-en leefklimaat in de omgeving en een vergunning wordt verkregen, is er geen waardevermindering van de gronden te verwachten. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 1.4 Zie algemene beantwoording. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. Conclusie: Zienswijze nummer 1 leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
4
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Volgnummer : 2 Ingekomen : 15 december 2025 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 2.1 Grondeigenaren mogen niet de dupe worden van nieuw te bouwen huizen aangrenzend aan (landbouw)grond. 2.2 De 50 meter spuitvrije zone dient binnen het bouwplan gerealiseerd te worden in plaats van op grond die in eigendom is van derden. 2.3 De spuitvrije zone leidt tot aanzienlijke waardedaling van de grond. 2.4 Indiener maakt zich zorgen over het risico op groei van onkruiden die zeer schadelijk zijn voor mensen en dier, die op deze manier niet meer bestreden kunnen worden. 2.5 Er is een groot risico dat huidige en nieuwe particuliere bewoners in het buitengebied deze spuitvrije zone zullen gaan eisen, waarmee het praktisch gebruik en de waarde van landbouwgrond sterk wordt verslechterd. Beantwoording: 2.1 Zie algemene beantwoording. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 2.2 Zie algemene beantwoording. 2.3 Zie algemene beantwoording.
Wanneer is aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet leidt tot een onaanvaardbaar woon-en leefklimaat in de omgeving en een vergunning wordt verkregen, is er geen waardevermindering van de gronden te verwachten. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 2.4 Zie algemene beantwoording. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 2.5 Met betrekking tot het risico dat huidige en nieuwe bewoners in het buitengebied ook een spuitvrije zone zullen eisen is inmiddels via jurisprudentie van de Raad van State bekend dat bewoners van bestaande woningen niet zomaar aanspraak kunnen maken op een spuitvrije zone. De gemeente kan enkel binnen de vastgestelde (wettelijke) kaders handelen en handhaven op een spuitvrije zone. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen.
Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 5
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Conclusie: Zienswijze nummer 2 leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan. Volgnummer : 3 Ingekomen : 14 januari 2026 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 3.1 De spuitvrije zone leidt tot aanzienlijke en onevenredige beperking (ingrijpende en structurele) van de bestaande en planologisch toegestane agrarische bedrijfsvoering. 3.2 De opgenomen vergunningplicht, waarbij per activiteit moet worden aangetoond dat geen sprake is van een onaanvaardbaar woon-en leefklimaat leidt tot structurele rechtszekerheid over het gebruik van de gronden, extra administratieve lasten en kosten, beperking van toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden en verlies van circa 7.000 m2 functionele landbouwgrond. 3.3 Gezien de aard van het bedrijf, een paardenhouderij waarin nauwelijks tot geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, is het opleggen van een generieke spuitvrije zone van 50 meter niet passend en evident disproportioneel.
3.4 De keuze voor een spuitvrije zone van 50 meter voldoet niet aan het evenredigheidsbeginsel, omdat niet is onderbouwd waarom een spuitvrije zone van 20 meter onvoldoende bescherming zou bieden, geen onderscheid is gemaakt naar type agrarisch bedrijf en feitelijk gebruik, geen maatwerk is toegepast terwijl dit onder de Omgevingswet juist het uitgangspunt is en minder ingrijpende alternatieven niet kenbaar zijn afgewogen. 3.5 Het TAM-omgevingsplan voldoet niet aan het vereiste van een zorgvuldige voorbereiding (artikel 3:2 Awb) en een deugdelijke motivering (artikel 3:46 Awb). Gedurende het langdurige bestemmingsplantraject voor de woonwijk Laarzicht is nimmer gesproken over een spuitvrije zone van 50 meter. Het alsnog invoeren van deze maatregel middels een TAM-omgevingsplan is niet gebaseerd op locatiespecifiek onderzoek, is niet vooraf besproken met betrokken agrariërs en bevat geen inzichtelijke en kenbare belangenafweging. 3.6 Er is een gerechtvaardigde verwachting gewekt dat na het beschikbaar stellen van landbouwgrond ten behoeve van de landschappelijke inpassing, ecologisch versterking en waterberging voor de nieuwe woonwijk niet opnieuw en zonder noodzaak agrarische gronden worden beperkt. 3.7 De gemeente heeft Ruimte voor Ruimte aangewezen als begeleidende partij bij de afstemming tussen wonen en agrarisch gebruik.
Met Ruimte voor Ruimte is afgesproken dat een groenstrook van 20 meter tussen de woonwijk en de agrarische gronden wordt gerealiseerd. Deze strook was bedoeld als landschappelijke, ecologische en functionele buffer. Deze strook was door alle betrokken partijen als voldoende beschouwd. 3.8 De groenstrook wordt ingericht met een grondwal en struweel van circa 6 meter hoog. Hiermee is sprake van een volwaardige fysieke barrière die voorziet in visuele afscherming en beperking van eventuele hinder of drift. De woonwijk grenst derhalve niet onbeschermd aan de agrarische percelen.
6
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
3.9 Het zonder overleg uitbreiden van deze buffer naar 50 meter is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het door de gemeente gewekte vertrouwen tijdens de planvorming, omdat dit haaks staat op eerdere afspraken, miskent de reeds voorziene fysieke afscherming, leidt tot aanvullend en onvoorzien verlies van landbouwgrond en geschiedt zonder compensatie en zonder aantoonbare noodzaak. 3.10 Een spuitvrije zone van 20 meter is ruimschoots voldoende en vormt het enige proportionele en evenwichtige alternatief. In het TAM-omgevingsplan wordt het belang van de toekomstige woonfunctie onevenredig zwaar gewogen, terwijl de bestaande agrarische functie disproportioneel wordt beperkt, een minder ingrijpend alternatief (20 meter) beschikbaar is, al sprake is van een fysieke buffer en geen maatwerk is toegepast. 3.11 Indiener verzoekt om af te zien van het vaststellen van een spuitvrije zone van 50 meter op of grenzend aan zijn agrarische gronden, maximaal een spuitvrije zone van 20 meter op te nemen of de vergunningplicht van zijn agrarische percelen af te halen. Beantwoording: 3.1 Zie algemene beantwoording. Indien sprake is van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel.
3.2 De opgenomen vergunningplicht ziet op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Indiener stelt dat nauwelijks of geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt gelet op de aard van het bedrijf. Niet kan worden ingezien op welke wijze de opgenomen vergunningplicht leidt tot structurele rechtsonzekerheid over het gebruik van de gronden. Mocht toch sprake zijn van (financiële) schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt, dan is het mogelijk om een verzoek tot nadeelcompensatie te doen. Aanvragen voor nadeelcompensatie worden behandeld volgens de procedureverordening Nadeelcompensatie Sint-Michielsgestel. 3.3 Niet kan worden ingezien waarom het opleggen van een spuitvrije zone niet passend en disproportioneel is als door indiener wordt gesteld dat er nauwelijks tot geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. 3.4 De Omgevingswet bevat, net als voorheen de Wet ruimtelijke ordening, geen specifieke bepaling met betrekking tot een aan te houden afstand tussen wonen en agrarisch gebruik. Die afstand werd onder de Wet ruimtelijke ordening getoetst aan het algemene begrip goede ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet wordt dit getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit ingevuld door te bepalen dat een afstand van 50 meter moet worden aangehouden tussen enerzijds nieuw te bouwen huizen en tuinen (gevoelige functies) en anderzijds agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt. 3.5 Zoals in de algemene beantwoording en bij de beantwoording onder punt 3.4 aangegeven, is een gemeente verplicht om rekening te houden met de gezondheid van haar bewoners. De gemeente heeft gemeend deze verplichting alsnog door te voeren middels het TAM-omgevingsplan. 3.6 Door de gemeente is nimmer de verwachting gewekt dat na het beschikbaar stellen van grond door indiener, agrarische gronden niet opnieuw en zonder noodzaak worden beperkt. Bovendien is het in dit geval wel noodzakelijk om een spuitvrije zone van 50 meter op te nemen. De spuitvrije zone van 50 meter is in overeenstemming met uitspraken van de Raad van State om te kunnen voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 7
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
3.7 Ruimte voor Ruimte is de ontwikkelaar van de woonlocatie Laarzicht in Middelrode, maar niet door de gemeente aangewezen als begeleidende partij. De strook van 20 meter voldoet nog steeds als landschappelijke, ecologische en functionele buffer tussen de paardenwei de bebouwing. Op basis van voortschrijdend inzicht is echter gebleken dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening dient worden gehouden met een afstand van 50 meter tussen nieuw te bouwen huizen en tuinen en anderzijds agrarische gronden waarbij gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. 3.8 Hoewel het in theorie mogelijk is om met een kleinere spuitzone dan 50 meter te werken, blijkt dit in de praktijk nauwelijks haalbaar. De Afdeling acht aangedragen argumenten — zoals verwijzingen naar hagen, natuurstroken, windrichting, spuittechnieken of teelt specifieke omstandigheden — onvoldoende om een kortere afstand dan 50 meter te rechtvaardigen. 3.9 Zie beantwoording hiervoor. 3.10 Zie beantwoording hiervoor. 3.11 Zie beantwoording hiervoor. Conclusie: Zienswijze nummer 3 leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
8
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Volgnummer : 4 Ingekomen : 21 januari 2026 (pro forma); 6 februari 2026 (inhoudelijke gronden) Ontvankelijkheid: Op 21 januari 2026 is de pro forma zienswijze ontvangen. Op 4 februari 2026 is er een termijn tot 12 februari verleend om de inhoudelijke gronden aan te vullen. De inhoudelijke gronden van de zienswijze zijn op 6 februari 2026 ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 4.1 Indiener spreekt haar waardering uit voor het initiatief van de gemeente om voorschriften te formuleren ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de nabije omgeving van nieuw te bouwen woningen. 4.2 Uit de gegevens van het software programma Boer&Bunder blijkt dat veel percelen waarover een spuitvrije zone op komt te liggen grasland zijn. Op één perceel wordt volgens de beschikbare gegevens in ieder geval vanaf 2009 mais geteeld.
Indiener vraagt zich af of eerder gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen leidt tot rechten op het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen, ook na het TAM-omgevingsplan: is met de voorgenomen maatregel voldoende geborgd dat er in de toekomst geen gewassen geteeld kunnen worden met een meer belastend gebruik voor natuur en/of gezondheid van bestrijdingsmiddelen dan in maisteelt? 4.3 Het instellen van een spuitvrije zone van 50 meter is niet voldoende om een aanvaardbaar woon-en leefklimaat te garanderen, omdat op een afstand van 250 meter van de nieuwe woonwijk nog steeds lelieteelt mogelijk is. Uit een uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2025:2043) blijkt dat het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen ten behoeve van lelieteelt ook leidt tot negatieve gevolgen. 4.4 Biologische middelen of middelen die in de biologische landbouw worden gebruikt kunnen soms ook bewezen gevaarlijke stoffen behelzen en leidt dus niet automatisch tot een laag risico. Neem voor de categorie ‘biologische middelen’ ook een verbodsregeling op voor bewezen gevaarlijke bestrijdingsmiddelen. 4.5 Hoe wordt omgegaan met cumulatie van verschillende (laag risico) bestrijdingsmiddelen die al dan niet tegelijkertijd aangevraagd, ingezet worden? 4.6 Het vergaren van kennis over (cumulatieve) effecten gewasbestrijdingsmiddelen is een doorlopend proces.
Soms worden nieuwe werkzame stoffen en middelen op de markt gebracht waarvan pas jaren later de schadelijke effecten bekend worden. Soms wordt de concentratie van werkzame stof in het product verhoogd waardoor de toxiciteit van het middel hoger wordt. Hoe gaat de gemeente om met toekomstige onzekerheid over de werking van bestrijdingsmiddelen? 4.7 Bij de aanvraagvereisten van de vergunningplicht staat geformuleerd dat de aanvraag gemotiveerd moet worden met een zorgvuldig en locatiegebonden onderzoek. Waar moet een locatie onderzoek uit bestaan? 4.8 De benaming van het TAM-omgevingsplan (spuitvrije zone) is niet juist. Wellicht is een andere benaming meer geschikt. De voorgestelde regels zien namelijk op het instellen van een verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen zonder omgevingsvergunning. Als aan de gestelde voorwaarden voldaan wordt, kan een omgevingsvergunning verleend worden en kunnen bepaalde bestrijdingsmiddelen ingezet worden in de desbetreffende zone.
9
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Beantwoording: 4.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. 4.2 In artikel 5 van het TAM-omgevingsplan is het overgangsrecht geregeld. Hierin is opgenomen dat bestaand gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet mag worden voortgezet. 4.3 De Omgevingswet bevat, net als voorheen de Wet ruimtelijke ordening, geen specifieke bepaling m.b.t. een aan te houden afstand tussen wonen en agrarisch gebruik. Die afstand werd onder de Wet ruimtelijke ordening getoetst aan het algemene begrip goede ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet wordt dit getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit punt is door de rechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ingevuld door te bepalen dat er een afstand van 50 meter moet worden aangehouden tussen enerzijds nieuw te bouwen huizen en tuinen en anderzijds agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. 4.4 Het TAM-omgevingsplan is hierop aangepast. 4.5 Op dit moment is er (nog) geen wetenschappelijke informatie beschikbaar waarmee mogelijke risico’s door cumulatie in beeld kunnen worden gebracht. De gemeente volgt de ontwikkelingen op dit onderwerp. 4.6 De gemeente handelt binnen de op dit moment bekende (wettelijke) kaders. Indien nodig en toegestaan, zal het gemeentelijk beleid op basis van nieuwe inzichten worden bijgesteld.
4.7 Lid 4.1.3.b is verwijderd, omdat uit jurisprudentie is gebleken dat een motivering gebaseerd op een locatiespecifiek onderzoek nog onvoldoende zekerheid geeft een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. 4.8 De regels van het TAM-omgevingsplan zijn uiteindelijk onderdeel van het omgevingsplan SintMichielsgestel waarbij de naam van het TAM-omgevingsplan van ondergeschikt belang is en niet meer zichtbaar zal zijn. Conclusie: Zienswijze nummer 4 leidt wel tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
10
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
Volgnummer : 5 Ingekomen : 21 januari 2026 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 5.1 Door het opknippen van het in het TAM-omgevingsplan voorziene spuitverbod en de woningbouw in het bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ ontbreekt een integrale afweging waarin alle relevante functies en belangen zijn betrokken. Er kan daarom geen sprake zijn van een deugdelijke en evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.2 Het spuitverbod is niet evenredig en verhoudt zich ook niet met het proportionaliteitsvereiste. De gevolgen van de onzorgvuldigheid en gebrekkige belangenafweging bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ worden nu volledig op het bord van indiener gelegd. 5.3 In de toelichting van het TAM-omgevingsplan wordt gesteld dat sprake is geweest van ‘intensief contact’ en ‘diverse overleggen’. Indiener herkent zich hier niet in. Beantwoording: 5.1 Zie algemene beantwoording. In de toelichting van het TAM-omgevingsplan is onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.2 Zie beantwoording hiervoor.
5.3 Ten behoeve van het realiseren van het bestemmingsplan Woonlocatie Laarzicht, Middelrode is een uitgebreide omgevingsdialoog doorlopen waarbij schetssessies zijn georganiseerd en daarnaast met alle direct omwonenden van het plangebied is gesproken. Het TAM-Omgevingsplan ligt in het verlengde van de woningbouwontwikkeling Laarzicht en regelt planologisch een spuitvrije zone noodzakelijk wordt geacht. Op inhoud wordt dit niet gezien als een nieuwe ontwikkeling, ondanks dat strikt formeel sprake is van een nieuw planologisch besluit. De gemeente heeft vernomen dat in ieder geval diverse keren met indiener is gesproken. Conclusie: Zienswijze nummer 5 leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
11
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone”
3. Wijzigingen bestemmingsplan 3.1 Correctieve aanpassingen n.a.v. de ingebrachte zienswijzen Naar aanleiding van zienswijze 4 en daarmee samenhangende ambtshalve wijzigingen is het plan aangepast. In paragraaf 3.2 zijn deze wijzigingen samen met de ambtshalve wijzigingen op het ontwerp TAM-omgevingsplan opgenomen.
3.2 Ambtshalve aanpassingen De volgende (ambtshalve) aanpassingen zijn in TAM-omgevingsplan (motivering, regels en verbeelding) opgenomen. Motivering In de motivering is op diverse plekken de verwijzing naar schadelijke gewasbeschermingsmiddelen aangepast naar gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van recente uitspraken van de Raad van State waarin expliciet is aangegeven dat er momenteel nog geen aanleidingen zijn om middels locatiespecifiek onderzoek de spuitvrije zone van de 50 meter rondom voor gevoelige functies te verkleinen of voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen uitzonderingen te maken. Paragraaf 6.2 en 6.3 zijn aangevuld naar aanleiding van reacties uit het vooroverleg en de ter inzage legging. Regels De regeling is zo aangepast dat in eerste instantie het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen verboden is. Via een aanvraag omgevingsvergunning waarbij een motivering wordt aangeleverd kan alsnog een vergunning worden verkregen: o Begrip gewasbeschermingsmiddelen is aangepast zoals toegepast in de Europese regeling ‘Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 - artikel 2’.
o Lid 4.1.3.b is verwijderd, omdat uit jurisprudentie is gebleken dat een motivering gebaseerd op een locatiespecifiek onderzoek nog onvoldoende zekerheid geeft een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Artikel 5.1 is tekstueel zo aangevuld met een locatieaanduiding (ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone') om mogelijke verwarring over de locatie waar het gewijzigde overgangsrecht geldt weg te nemen. Verbeelding Geen aanpassingen
12