CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nadere onderbouwing negatief bindend advies De Beerze

Raadsvergadering Boxtel 16 december 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Nadere onderbouwing van het negatief bindend advies zonnepark De Beerze4.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

De regels die de raad betrekt Het is verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan is een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 1 Een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (“BOPA”) wordt alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (“ETFAL”). 2 De instructie(regel)s die gelden bij het vaststellen van een omgevingsplan, gelden ook bij de verlening van een BOPA. Dat betekent dat de BOPA alleen kan worden verleend als deze voldoet aan de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant (“OvNB”). Bovendien moet rekening worden gehouden met de gevolgen van een BOPA voor het beheer van watersystemen en dient de raad de opvattingen van de beheerder van de watersystemen te betrekken bij de verlening van een BOPA.3 De raad moet (bindend) adviseren over het initiatief en dus ook beoordelen of het initiatief voldoet aan deze regels voor verlenen van een BOPA. Als het initiatief daar niet aan voldoet, dan adviseert de raad negatief. Beekdal, regionale waterberging en reservering waterberging Inleiding Het initiatief is gelegen in een beekdallandschap; aan de westkant van het plangebied ligt de beek de Beerze (op Regels op de kaart ook aangeduid als ‘Smalwater’).

De OvNB wijst een significant gedeelte van het plangebied aan met de gebiedsaanwijzing ‘Regionale waterberging’, wijst een groot gedeelte van het plangebied aan als ‘Reservering waterberging’ en wijst het gehele plangebied aan met de gebiedsaanwijzing ‘Groenblauwe waarden’. De gebiedsaanwijzingen ‘Regionale waterberging’ en ‘Reservering waterberging’ zijn op de afbeelding hieronder weergegeven, respectievelijk in donkerblauw en lichtblauw.

1 Artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a Omgevingswet (“Ow”) jo. artikel 1.1 Ow jo Bijlage I bij de Ow. 2 Artikel 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving (“Bkl”). 3 Artikel 8.0b Bkl jo. art. 2.22 Ow jo. art. 5.37 Bkl.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

Ook de Waterschapsverordening van het Waterschap De Dommel (de “Waterschapsverordening”) stelt regels. De Waterschapsverordening wijst een gedeelte van het plangebied aan als ‘bergingsgebied’, vergelijkbaar met de Provinciale aanduiding Regionale waterberging. Daarnaast wijst de Waterschapsverordening een ‘profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam’ aan. Dit profiel heeft een breedte van 25 meter. Ook is een ‘beschermingszone bij een a-water’ aangewezen, met een breedte van 5 meter gemeten vanaf de insteek van de Beerze. Het belang van het beekdal staat ook in de Omgevingsvisie van de gemeente Boxtel, vastgesteld door de raad op 13 maart 2025 (de “Omgevingsvisie”): “Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. Dit is noodzakelijk voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico's stroomafwaarts. De beekdalen zorgen ook voor verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. De beken en beekdalen zijn daarmee ook belangrijk voor de biodiversiteit.

Door het bieden van ruimte aan de beekdalen, het nemen van inrichtingsmaatregelen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit.” Regionale waterberging Artikel 5.49 lid 1 OvNB bepaalt, kort samengevat, dat bouwactiviteiten alleen zijn toegestaan ten dienste van de regionale waterberging. Daarvan kan in het geval van dit initiatief geen sprake zijn. Artikel 5.49 lid 2 OvNB bepaalt dat een omgevingsplan (of BOPA) een andere bouwactiviteit kan toelaten, of een nieuwe gebruiksactiviteit toestaan, als is aangetoond dat het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd. De raad heeft hier geen afwegingsruimte. 4 Artikel 5.49 lid 3 OvNB bepaalt dat een omgevingsplan (of BOPA) een bouw- of gebruiksactiviteit kan toestaan, indien niet kan worden aangetoond dat het waterbergend vermogen niet wordt belemmerd, als: a) geen reële alternatieven bestaan; b) vervangende maatregelen worden getroffen die borgen dat het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft, en; c) uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan. In rechtspraak wordt bevestigd dat bebouwing, verharding en ophoging van gronden niet is toegestaan ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘Regionale waterberging’. Uitsluitend het oprichten van een gebouw is toegestaan dat ten dienste staat van de waterberging.

Als geen onderbouwing is opgesteld dat het waterbergend vermogen niet wordt belemmerd, dan vernietigt de rechter dat besluit. 5 Reservering waterberging Artikel 5.50 lid 1 OvNB bepaalt dat een omgevingsplan (of BOPA) ter plaatse van de aanduiding ‘Reservering waterberging’ mede tot behoud van het waterbergend vermogen strekt. Het tweede lid bepaalt dat als een omgevingsplan voorziet in de ontwikkeling van een gebruiks- of bouwactiviteit, het omgevingsplan een onderbouwing bevat van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. Als de geschiktheid van het gebied voor waterberging niet behouden kan blijven vanwege een gebruiks- of bouwactiviteit, dan geldt dat op grond van artikel 5.50 lid 3 OvNB een afweging kan worden gemaakt deze activiteit toch toe te staan. Vereist is dat: a) reële alternatieve ontbreken; b) vervangende maatregelen worden getroffen; c) uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan. Voor deze uitzonderingsgevallen geldt dus dat geen reëel alternatief bestaat voor de beoogde functie of gebruiksactiviteit, en bij voorkeur is dit in een gemeentelijk omgevingsdocument, zoals de omgevingsvisie of een omgevingsprogramma, afgewogen. Enkel financiële overwegingen of een eigendomssituatie zijn daarbij niet doorslaggevend. Dat volgt uit de toelichting op de OvNB.

4 Zo volgt uit de toelichting op artikel 5.50 OvNB. 5 ABRvS 5 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:424, r.o. 12.1 - 12.3.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

Onderbouwing initiatief i.r.t. Regionale waterberging en Reservering waterberging In het document ‘Zonnepark Boxtel-Beerze’, van BRO, d.d. 28 juli 2025 (de “ETFAL-motivering”), is beschreven: “Binnen de vigerende bestemming (agrarisch met waarden) is deze ruimte gereserveerd voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Hier is in het ontwerp dan ook zoveel als mogelijk rekening mee gehouden. Het merendeel van de zonnepanelen wordt buiten de regionale waterberging opgericht en zal ten behoeve van natuur, groen en water landschappelijk worden ingepast. Er blijft zo voldoende ruimte over voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. De zone reservering waterberging beslaat een groot gedeelte van het plangebied, hier dient te tevens te worden aangetoond dat de waterbergend vermogen ter plaatse in stand wordt gehouden en of wordt verbetert. In bijlage 1: Landschappelijke inpassing, wordt een nadere toelichting gegeven op deze zoneringen binnen de omgevingsverordening Noord-Brabant.” Een deel van de panelen is dus voorzien binnen de aanduiding ‘Regionale waterberging’ en een groot deel van de percelen is voorzien binnen de aanduiding ‘Reservering waterberging’. Dit blijkt eveneens uit de figuren op pagina’s 8 en 10 van de ETFAL-motivering.

In de ETFAL-motivering zelf wordt niet aangetoond (zie hierna) dat waterbergend vermogen niet wordt belemmerd (artikel 5.49 lid 2 OvNB). Ook wordt in de ETFAL-motivering niet onderbouwd dat de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft (artikel 5.50 lid 2 OvNB). In de ETFAL-motivering is beschreven dat het ‘voornemen’ bestaat om ter plaatse van de zonnepanelen bassins te creëren door de grond tot maximaal 0,25 meter af te graven. 6 Dit is verder uitwerkt ‘Bijlage 3 – Beoordeling waterbergend vermogen’7 van 28 juli 2025. Dat is een bijlage bij Bijlage 1 ‘Landschappelijk inpassingsplan’ bij de ETFAL-motivering (de “Beoordeling waterbergend vermogen”). In de Beoordeling waterbergend vermogen wordt niet (kenbaar) aangetoond dat het initiatief het waterbergend vermogen niet belemmert, binnen de aanduiding ‘Regionale waterberging’. In de Beoordeling waterbergend vermogen is beschreven: “Met oog op de realisatie van een zonnepark aan de Loxvenseweg, dient te worden onderbouwd of de beoogde ontwikkeling het waterbergend vermogen niet aantast.” Dat is onjuist, het criterium is dat moet worden aangetoond dat het initiatief het waterbergend vermogen niet belemmert in het gebied ‘Regionale waterberging’. Het document maakt vervolgens geen duidelijk onderscheid tussen de ‘Regionale waterberging’ en het gebied ‘Reservering water’.

In Bijlage 1 bij de ETFAL-motivering het ‘Landschappelijk inpassingsplan’, van 28 juli 2025 wordt opgemerkt: “Voor bouwactiviteiten in waterbergingsgebieden is tevens een onderbouwing dat reële alternatieven voor de bouw- of gebruiksactiviteit ontbreken en eventueel vervangende maatregelen die borgen dat het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft nodig, zie voor een uitgebreide beoordeling bijlage 3. Door de aanwezigheid van een gasleiding en de bijbehorende vrijwaringszones, ontbreken alternatieven voor het plaatsen van panelen. Daarbij is het zuidwesterlijke deel van het plangebied onderdeel van het waterbergingsgebied, waardoor ook hier geen panelen geplaatst kunnen worden. Dit alles maakt dat een groot deel van het plangebied niet ingevuld kan worden met panelen. Om het zonnepark toch rendabel te houden, dient het overgebleven deel optimaal ingevuld te worden met panelen en is er geen speelruimte.” Hiermee wordt geprobeerd te onderbouwen dat het initiatief voldoet aan artikel 5.50 lid 3 OvNB, omdat er geen alternatieven bestaan. In Bijlage 3 bij de ETFAL-motivering ‘Weging van het waterbelang Zonnepark Scheepdonkseweg Boxtel (Gemeente Boxtel), door Aeres milieu, van 13 februari 2025, (“Rapport weging waterbelang”) wordt het waterbelang gewogen. Het Rapport weging waterbelang lijkt alleen te zijn opgesteld om te voldoen aan artikel 5.37 Bkl.

Artikelen 5.49 en 5.50 OvNB worden niet genoemd. Het Rapport weging waterbelang kan dus niet dienen als onderbouwing dat het initiatief voldoet aan de artikelen 5.49 en 5.50 OvNB. 6 Pagina 45. 7 Pagina’s 24 - 35 van het bijlagenboek.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

In de ‘Bijlage 1c 250916 Aanvullende toelichting Novar nalv advies waterschap en provincie_JJH’ (“Aanvullende watertoelichting Novar”) beschrijft de initiatiefnemer dat wordt voldaan aan artikel 5.50 lid 2 OvNB. De initiatiefnemer neemt aan dat artikel 5.50 lid 3 OvNB niet van toepassing is. Initiatiefnemer verwijst in dit stuk overigens naar het Rapport weging waterbelang. Het Rapport weging waterbelang behelst geen kenbare motivering dat wordt voldaan aan artikelen 5.49 en 5.50 OvNB. De onderbouwing is inconsistent: in de Aanvullende watertoelichting Novar wordt aangenomen dat artikel 5.50 lid 3 OvNB niet van toepassing is, en in de Beoordeling waterbergend vermogen wordt beschreven dat alternatieven ontbreken. Het is daardoor voor de raad niet evident kenbaar welk juridisch kader moet worden beoordeeld. Over het aspect water is meerdere malen contact geweest tussen initiatiefnemer, de gemeente en het Waterschap de Dommel (het “Waterschap”). Het Waterschap adviseert omdat het Waterschap beheerder is van het watersysteem ter plaatse.8 Daarnaast volgt uit het advies van de Provincie NoordBrabant (“Provincie”) van 15 mei 2025 dat de Provincie vraagt het initiatief met het Waterschap af te stemmen.

In de meest recente communicatie, van 11 september 2025, schrijft het Waterschap: “Vanaf het begin hebben wij initiatiefnemer, en gemeente, erop gewezen dat het zonnepark deels geprojecteerd is in regionale waterberging (en reserveringsgebied waterberging). Wij hebben geadviseerd om geen panelen in de regionale waterberging te plaatsen, duidelijk te onderbouwen hoe het waterbergend vermogen overeind blijft én te onderbouwen waar er geen reëele alternatieve zijn voor de bouwactiviteit (zoals de provinciale Omgevingsverordening stelt en bij een toetsing aan de instructieregels t.a.v. regionale waterberging in de ruimtelijke motivering thuishoort). In het huidige plan is een deel van de zonnepanelen nog steeds gelegen in regionale waterberging. Wij begrijpen dat het voor initiatiefnemer in het kader van een rendabele exploitatie wellicht niet anders kan, maar dat is geen valide argument voor een goede ruimtelijke ordening en afweging van belangen. Deze afweging kan denk ik niet bij de initiatiefnemer neergelegd worden maar ligt bij de gemeente (en provincie?).

[…] Ik kan zo dus geen positief advies over voorliggend plan geven.” Uit het advies van het Waterschap is af te leiden dat het Waterschap meent dat niet is aangetoond dat het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd, voor zover het gaat om het initiatief binnen de aanduiding Regionale waterberging (artikel 5.49 lid 2 OvNB). Als dit niet wordt aangetoond, dan moet een afweging plaatsvinden ingevolge artikel 5.49 lid 3 OvNB. Het is duidelijk dat het Waterschap meent dat daar niet aan is voldaan. De Aanvullende watertoelichting Novar is opgesteld naar aanleiding van dit advies van het Waterschap. Op pagina 11 van de Aanvullende watertoelichting Novar wordt gesteld: “Zie toelichting op artikel 5.50 van de Omgevingsverordening in de tekst hierboven. Daaruit blijkt dat Novar vindt dat het gebied geschikt blijft voor waterberging. Het onderzoeken van alternatieve locaties is daarmee niet nodig.” Het document gaat dus niet in op de al dan niet overeenstemming van het initiatief met artikel 5.49 OvNB. Voor zover initiatiefnemer terugverwijst naar de hiervoor opgenomen documenten, blijkt uit de reactie van het Waterschap dat hij meent dat niet onvoldoende is aangetoond dat aan artikel 5.49 OvNB is voldaan. Het Waterschap beschrijft verder onder meer dat verschillende wateraspecten door elkaar lopen, en dat een duidelijk onderscheid tussen o.a.

het (hoog)waterbergingsgebied, de impact op het profiel van vrije ruimte en het beekherstel niet is gemaakt. 9 Dat is wel nodig. Bovendien is onduidelijk hoe de voorgestelde bergingsbassins weer leeg kunnen lopen. Het Waterschap concludeert dat hij niet positief adviseert.

8 Artikel 8.0b Bkl jo. art. 2.22 Ow jo. art. 5.37 Bkl. 9 Zie voor de impact op het profiel van vrije ruimte en het beekherstel de paragraaf ‘Kampina’.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

Conclusie Beekdal, regionale waterberging en reservering waterberging Kortom, gelet op de conclusies van het Waterschap, is onvoldoende aangetoond dat het waterbergend vermogen niet wordt belemmerd door het initiatief (artikel 5.49 lid 2 OvNB). Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft, althans dat voor dit initiatief: a) reële alternatieve ontbreken; b) vervangende maatregelen worden getroffen; c) uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan (artikel 5.50 lid 2 en 3 OvNB). Reeds om deze reden kan de raad niet positief adviseren over het initiatief. Het initiatief is in strijd met provinciale regels met betrekking tot water. Groenblauwe waarden Verder bepaalt artikel 5.46 OvNB dat een omgevingsplan ter plaatse van de Groenblauwe waarden aan diverse voorwaarden moet voldoen. Het omgevingsplan (/de BOPA) moet bijvoorbeeld bepalen dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Toetsing i.r.t. Groenblauwe waarden In het advies van de Provincie van 14 mei 2025, vraagt de Provincie meer aandacht voor de Groenblauwe waarden.

Volgens de Provincie zijn de niet belegde ruimtes van een te geringe omvang om te kunnen spreken van een extensief zonnepark dat bijdraagt aan de Groenblauwe waarden. De Provincie verwacht een scherper beeld van de impact op het gebied. Op 17 juni 2025 merkt de Provincie op dat de aanvraag geweigerd zou moeten worden, aangezien de aanvraag is strijd is met instructieregels. Op 19 augustus 2025 is door het College van burgemeester en wethouders ten aanzien van de ‘Groenblauwe waarden’ opgemerkt: “Aangevuld in de BOPA-motivering is dat het zonnepark natuurinclusief wordt uitgevoerd conform eisen RVO en heeft daardoor extensief karakter, dat aansluit bij groenblauwe waarden, waarmee voldaan wordt aan art. 5.46 OV. Bij de technische inpassing is aandacht besteed aan het herstel van bodem- en watersystemen waarmee wordt voldaan aan art. 5.46 OV.” Deze opmerking is gerectificeerd op 16 september 2025, onder verwijzing naar de Aanvullende watertoelichting Novar. De ontwikkeling is niet geprojecteerd volgens RVO-normen als het gaat om open ruimtes tussen de zonnepanelen. In de Aanvullende toelichting Novar, schrijft initiatiefnemer het volgende: “Daarnaast wordt in de configuratie bewust ruimte gelaten tussen de panelen. Deze openingen zorgen ervoor dat zowel zonlicht als regenwater de bodem gelijkmatig kunnen bereiken.

Dit voorkomt erosie of het ontstaan van geconcentreerde waterstromen die de bodemstructuur zouden kunnen aantasten. Door deze technische en ecologische keuzes wordt een zonnepark gerealiseerd dat op een zorgvuldige en natuurvriendelijke wijze is ingepast in het landschap en sterkt het minimaal tot behoud van het bodemsysteem.” Conclusie Groenblauwe waarden In de definitieve aanvraag zijn de zonnepanelen nog steeds zeer intensief ingevuld, op de leidingenstrook en de landschappelijk inpassingselementen na. Daarmee voldoet het initiatief niet aan artikel 5.46 OvNB. Daarbij betrekt de raad het advies van de Provincie dat de panelen te intensief zijn geprojecteerd en de uiteindelijke projectie waar de panelen nog steeds intensief zijn geprojecteerd. Ook door dit punt kan de raad niet anders dan negatief over het initiatief te adviseren. ETFAL in relatie tot waterberging Meer in algemene zin, moet de raad in haar ETFAL-afweging betrekken dat activiteiten worden verricht in een beekdal. De raad dient het waterbelang in die afweging te betrekken.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

Uit de belangenafweging van de raad volgt dat het (algemene) waterbelang in dit geval belangrijker is dan het belang van het initiatief. Waarbij expliciet wordt betrokken dat de initiatiefnemer inmiddels kosten heeft gemaakt. De raad kent een grote waarde toe aan beekdalen, zo blijkt uit haar Omgevingsvisie. Het is om die reden niet opportuun (bouw)activiteiten in een beekdal toe te staan. Overigens, dat het initiatief zorgt voor een extensivering van het gebruik ter plaatse, wat daar ook van zij, hoeft niet noodzakelijkerwijs ook te betekenen dat een minder intensieve functie ervoor zorgt dat dan sprake is van een ETFAL. Het is goed mogelijk dat de bestaande functie eigenlijk niet goed past binnen een ETFAL, maar dat de functie op deze locatie niet actief onmogelijk wordt gemaakt in verband met bestaande rechten voor een functie op deze locatie. Met andere woorden: van onevenwichtig naar – eveneens – onevenwichtig maak niet dat dan wel ineens sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen (“Kampina”). Inleiding Het plangebied is gelegen op ca. 370 meter afstand van Kampina.

In de afweging die de raad in het kader van ETFAL moet maken betrekt de raad deze situering.10 Het huidige planologische kader (het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ (het “Bestemmingsplan”) duidt een gebied naast de Beerze aan met de aanduiding ‘milieuzone – beekherstel’. Artikel 52.2 jo. artikel 7.1 aanhef en onder g van het Bestemmingsplan bestemt deze gronden (mede) voor de ‘verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen.’ Met een BOPA wordt afgeweken van het Bestemmingsplan, maar de raad kan natuurlijk wel haar ETFAL-afweging betrekken dat deze aanduiding niet voor niets is vastgelegd in het Bestemmingsplan. Ook de OvNB wijst een significant gedeelte van het plangebied toe aan als ‘Behoud en herstel van watersystemen’. Deze Provinciale gebiedsaanwijzing komt overeen met de gebiedsaanduiding in het Bestemmingsplan. Bij de verlening van een BOPA moet worden voldaan aan de regels uit de OvNB. Artikel 5.42 lid 1 OvNB bepaalt dat een omgevingsplan (of BOPA) ter plaatse van ‘Behoud en herstel van watersystemen’ mede strekt tot de verwezenlijking, het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Het tweede lid regelt dat het omgevingsplan (of BOPA) regels dient te stellen die: a) het oprichten van bebouwing beperken; b) het aanbrengen van verharde oppervlakte beperken, en; c) het ophogen van gronden beperken.

Artikel 5.42 lid 3 OvNB bepaalt dat in afwijking van het eerste lid bouw- en gebruiksactiviteiten mogelijk kunnen worden gemaakt als: a) reële alternatieven ontbreken, en; b) uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan. De gebiedsaanwijzing is weergegeven op de volgende pagina. De rode lijn is toegevoegd, en sluit (zo veel als mogelijk) aan bij de originele aanduiding.

10

Hiermee wordt niet gedoeld op de al dan niet noodzakelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000activiteit. De Natura 2000-activiteit is niet (langer) onlosmakelijk verbonden aan een BOPA. Eventuele stikstof aspecten van het initiatief kunnen in de afweging van de raad ten behoeve van de verlening of de weigering van een BOPA aan de orde komen in de uitvoerbaarheidstoets. Zie bv. Rb. Oost-Brabant, 19 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5801, r.o. 8.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

In dit geval worden wel bouwactiviteiten mogelijk gemaakt. Dat betekent dat moet worden onderbouwd dat reële alternatieven ontbreken en dat uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan. Bovendien geldt op grond van de Waterschapsverordening een profiel van vrije ruimte langs de Beerze. Aan dit profiel van vrije ruimte toetst de raad niet rechtstreeks. Als een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit noodzakelijk is vanwege een activiteit in het profiel van vrije ruimte, dan wordt dat door het Waterschap beoordeeld. Wel houdt de raad rekening met het profiel van vrije ruimte in de ETFAL-toets. Er is geen sprake van een evenwichtige toedeling door de raad als

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

een functie op die locatie eigenlijk niet (zeer moeilijk, of zeer waarschijnlijk niet) mogelijk is vanwege een regel van het Waterschap. In het ‘Koersdocument Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak | Kampina & Oisterwijkse Vennen’ van 29 januari 2025 (“GGA”)11 wordt onder meer beschreven dat: -

-

de natuur- en waterkwaliteit in het gebied onder druk staat en om herstel vraagt; 12 het watersysteem in en rondom het natuurgebied aan de vooravond van een structurele herziening staat; 13 de staat van de natuur in het gebied zodanig is verslechterd dat urgentie is gevraagd om te werken aan het herstel en dat maatregelen buiten de begrenzing van het gebied nodig zijn voor het hydrologisch herstel van de natuur; het gedeelte van de Beerze dat is gelegen in/naast het plangebied is gelegen in het stroomgebied van de Essche stoom, en dat een van de lopende ontwikkelingen de verkenning van de hermeandering van de Beerze is. 14

Een belangrijk onderdeel van de GGA en het voornemen tot herstel van het Natura 2000-gebied hangt samen met het beheer van het watersysteem en de hydrologie in het (bredere) gebied. Eén van de voorgenomen maatregelen voor het herstel van het Natura 2000-gebied is hermeandering van de Beerze in (een gedeelte van) het plangebied. Beoordeling van de raad In de ETFAL-motivering wordt niet expliciet getoetst aan artikel 5.42 OvNB. Wel wordt in de paragraaf ‘Milieuzone Beekherstel’ beschreven dat op 11 april 2025 afstemming heeft plaatsgevonden met het Waterschap en dat in het ontwerp zoveel als mogelijk rekening is gehouden met de gereserveerde ruimte voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Bovendien gaat de ETFAL-motivering niet expliciet in op de vraag hoe wordt omgegaan met de zone langs de Beerze. De ETFAL-motivering gaat vervolgens (enkel) in op de plaatsing van de zonnepanelen buiten de aanduiding Regionale waterberging. Ook in de bijlagen bij de ETFAL-motivering wordt niet expliciet verwoord hoe wordt omgegaan met de zone langs de Beerze. Het initiatief neemt ontwerpruimte weg voor de hermeandering. Daarmee staat het initiatief in de weg aan het herstel van de hydrologie in de Kampina.

Zo volgt ook uit de e-mail van het Waterschap van 11 september 2025: “De landschappelijk inpassing vindt deels plaats in het profiel van vrije ruimte (dit is bedoeld voor toekomstig beekherstel). De voorgestelde inrichting heeft ecologische meerwaarde maar is niet per se hetzelfde als de benodigde inrichting voor beekherstel. Sterker nog, het kan zo uitpakken dat wanneer de opgave voor beekherstel wordt uitgewerkt deze inrichting weer teniet moet worden gedaan. Daarnaast wordt nu gesteld dat na 25 jaar de inrichting weer afgebroken moet worden. Dus stel dat de inpassing wel invulling zou geven aan de beekherstelopgave dan is het niet wenselijk dat deze slechts tijdelijk is. Dit botst met elkaar. Novar stelt voor om een voorwaarde in de vergunning op te nemen dat zij, wanneer de plannen concreet zijn bij het waterschap, meewerken aan de herontwikkeling. Dit is wellicht een goede optie die nog nader verkend moet worden.” Uit het feit dat op 11 april 2025 afstemming heeft plaatsgevonden met het Waterschap kan de raad niet afleiden dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 5.42 OvNB. Kortom, gelet op de opgave voor de Beerze ten behoeve van het natuurherstel in het Natura 2000gebied Kampina, en de afwegingsruimte van de raad, is het plaatsen van zonnepanelen in een gebied dat nodig is voor beekherstel niet wenselijk.

Het toestaan van zonnepanelen zou niet getuigen van een 11 De GGA borduurt voort op de ‘Natuurdoelanalyse 133 Kampina en Oisterwijkse Vennen’ van 28 januari 2023. 12 P. 5. 13 P. 5. 14 P. 106.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ook met een eventuele voorwaarde is geen sprake van een ETFAL. Het herstel van Kampina, mede gelet op de GGA, is belangrijker dan het initiatief. Daarnaast is niet (kenbaar), althans onvoldoende, getoetst aan artikel 5.52 OvNB. Het belang van Kampina wordt onderschreven in de Omgevingsvisie: “In het bijzonder zijn maatregelen nodig voor de Kampina waar de biodiversiteit onder grote druk staat door verdroging, te veel stikstof en verstoring.” Het gebied rondom het Natura 2000-gebied wordt ook beleidsmatig beschreven als dragend voor het hiervoor genoemde probleem: “In een bufferzone rondom de Kampina wordt water beter vastgehouden om verdroging tegen te gaan.” Dat het plangebied op hoofdlijnen wordt aangemerkt als bufferzone blijkt uit de afbeelding hieronder. Het plangebied is indicatief weergegeven met een rode vierhoek.

Aanvullende motivering gemeenteraad van de gemeente Boxtel – 10 december 2025

In de ETFAL-motivering is niet beschreven hoe het initiatief zich verhoudt tot de Omgevingsvisie voor zover het plangebied beleidsmatig wordt gezien als bufferzone. De raad betrekt haar Omgevingsvisie in de ETFAL-afweging.15 Een zonnepark in een bufferzone is niet in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Kortom, gelet op de hydrologische opgave in het plangebied ten behoeve van Kampina, zoals beschreven in de GGA en de Omgevingsvisie, is met het zonnepark geen sprake van ETFAL. Het initiatief op deze locatie is niet wenselijk.

15 Zie bijvoorbeeld Rb Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5608, r.o. 6 – 6.2; Rb. Den-Haag

19 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21656, r.o. 18.1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=881cda62-7eed-4840-950f-de016efd413a