Bijlage 3 - Klimaat stresstest Sint-michielsgestel
Tekst van het document
asfaltwegen
I9 Minder (dodelijke) ongevallen door gladheid en ijzel
Wegen
B
Wateroverlast Kans
aanwezig bedreiging aanwezig
Klimaateffect Bedreiging
Gemeentelijk adaptatiemiddel / strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Extreme piekneerslag neemt toe I10 Waterschade en afname beschikbaarheid
(hoofd)wegen
VBM
I11 Ongelukken door beperkt zicht en glad wegdek
(hoofd)wegen
VBM
(hoofd)wegen
VBM
Toename frequentie en intensiteit wind I12 Hinder scheepvaart door wind I13 Versperring spoor- en wegverkeer door omgewaaide objecten Toename frequentie en intensiteit wind en bliksem I14 Hinder vliegverkeer door wind en bliksem Toename frequentie en intensiteit bliksem I15 Hinder spoorverkeer door bliksem
Droogte kans aanwezig
Adaptatie
Kans
bedreiging aanwezig
Strategie
Bedreiging
Niet aanwezig binnen de gemeente
Klimaateffect
Afname rivierafvoer zomer V
I16 Beperking scheepvaart Drogere bodems in de zomer I17 Hinder weg- en spoorverkeer door natuur- en
Wegen (geen spoor binnen de
bermbranden
gemeentegrenzen)
V
Toename bodemdaling I18 Meer onderhoud en schade door bodemdaling
Overstroming kans aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Hogere waterstanden II19 Beperking laden en lossen scheepvaart I20 Schade door instabiliteit bodem wegen en spoorwegen door overstroming I21 Onbereikbaarheid door uitval infrastructuur
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
hoofdwegen + Figuur 14 hoofdstuk 5 (Hoofd)wegen, (spoorwegen, luchthavens niet
VBM VBM
aanwezig)+ Zie Figuur 14 hoofdstuk 5 54 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
12.3
Toelichting bedreigingen en kansen
Hieronder zijn de belangrijkste bedreigingen en kansen voor de sector infrastructuur toegelicht: Ongelukken door verminderde concentratie Door de toename van extreme hitte neemt de kans op hittestress bij personen toe en één van die hitte gerelateerde klachten is een verminderde concentratie. Zo kan deze klacht optreden doordat de ruimte in het voertuig lastiger gekoeld kan worden en/of door de slechte nachtrust tijdens te warme nachten. Dit geldt voor zowel de bestuurders van kranen in havens als bestuurders op wegen en spoorwegen (Maas & Vogel, 2014). De kans op ongelukken neemt dus toe en daarom vormt dit klimaateffect een bedreiging voor de subsectoren wegen, spoorwegen en vaarwegen.
Schade wegdek wegennet De toename van warmere zomers en meerdaagse warme periodes vergroot de kans op schade van het wegdek van het wegennet (Meijs, et al., 2018) (Bollinger, et al., 2014) (Maas & Vogel, 2014). Bij hoge temperaturen kan de asfaltlaag zacht worden en vervormen, waarbij het toenemende reliëf voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Volgens Maas & Vogel (2014) veroorzaakt een luchttemperatuur van 32 graden of hoger vervorming. Een slecht wegdek veroorzaakt bovendien een verminderde wegcapaciteit en een afname van de verkeerssnelheid, wat de kans op verkeersopstopping vergroot (Bollinger, et al., 2014). Als gevolg hiervan kan de verkeersdruk op andere routes toenemen en kunnen extra verkeersinformatievoorziening en herstelwerkzaamheden van de schade tot hogere kosten leiden. Dit klimaateffect vormt dus een bedreiging voor de subsector wegen.
Hinder weg- en vaarwegverkeer door slecht sluitende bruggen Beweegbare bruggen vormen een belangrijke schakel in de doorstroming van weg- en vaarwegverkeer. Door de toename van warme zomers en meerdaagse warme periodes neemt de kans op slecht sluitende en vastzittende bruggen dus toe door de uitzetting van metalen onderdelen (Maas & Vogel, 2014). ‘Bruggen haperen al bij een buitentemperatuur van 30-35 graden’ (Maas & Vogel, 2014, p. 28). Dit vormt een bedreiging voor de subsector wegen en vaarwegen omdat het verkeersopstoppingen kan veroorzaken, met een mogelijke toename van verkeersdruk op andere routes en herstelkosten als gevolg.
Minder gebruik strooizout wegen Een ander bijkomend voordeel voor de sector tijdens milde winters is de afname van het gebruik van strooizout (Meijs, et al., 2018). Door minder gladheid en ijzel is dit immers minder vaak nodig wat inspanning en kosten van onderhoud kan besparen. Strooiwagens hoeven minder vaak te rijden en door minder vorst-dooi overgangen neemt het onderhoud van het wegdek af. Zo kan zeer open asfaltbeton (ZOAB) minder goed tegen die overgangen waardoor dit type wegdek minder onderhoud nodig heeft (Maas & Vogel, 2014). Dit klimaateffect vormt dus een kans voor de subsector wegen.
Waterschade en afname beschikbaarheid infrastructuur Door de toename van extreme piekneerslag kunnen wegen, spoorwegen, tunnels, havens en vliegvelden sneller onder water komen te staan wanneer de hoeveelheid hemelwater onvoldoende kan worden afgevoerd (Meijs, et al., 2018) (Maas & Vogel, 2014) (Bollinger, et al., 2014). Hierdoor neemt de toegankelijkheid en daarmee de capaciteit van deze infrastructuur af, wat kan leiden tot verkeersopstoppingen en vertragingen. De inundatie kan de fysieke infrastructuur beschadigen, ongelukken veroorzaken en de druk op andere verkeersroutes verhogen. Zo stellen Maas & Vogel’ (2014, p. 28): ‘Schade aan weginfrastructuur treedt op bij hevige regenval van 100-150mm/24 uur of meer.’ Het afzetten van verbindingen, verkeersinformatievoorziening en herstelwerkzaamheden verhogen kosten en vergroten de druk op infrabeheerders. Dit klimaateffect vormt dus een bedreiging voor de totale sector.
Onbereikbaarheid door uitval infrastructuur Bij een overstroming vallen de verbindingen in het overstroomd gebied uit waardoor de bereikbaarheid van gebieden afneemt, vooral bij wegen, spoorwegen en luchthavens (Bollinger, et al., 2014) (Maas & Vogel, 2014) (Meijs, et al., 2018). Vanwege de veiligheid kunnen verbindingen worden afgesloten en kan verkeer worden Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
55 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
gestremd om evacuatieroutes gereed te maken. Zo is er volgens Maas & Vogel (2014) een halve meter snelstromend water op een weg al genoeg om een auto mee te sleuren. Herstel van de schade na een overstroming kan lang duren. Wat betreft spoorwegen zijn laaggelegen spoorwegen het meest kwetsbaar, maar door inundatie van transformatorstations en ICT-punten (sectoren E & ICT) kunnen trajecten sneller uitvallen. Bovendien liggen verbindingen vaak eerder al stil ter preventie. Dit klimaateffect vormt dus een bedreiging voor de subsectoren wegen, spoorwegen en luchtvaart.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
56 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
13
SECTOR ENERGIE
13.1
Definitie sector
De sector Energie omvat de gehele energie infrastructuur, d.w.z. de hele keten van de productie van energie tot aan de levering bij de eindgebruiker. Dit omvat zowel energie van fossiele bronnen als hernieuwbare bronnen Opmerkelijk van deze sector is de vitale rol die het speelt voor de Nederlandse maatschappij. De sectoren ICT, Gezondheid, Infrastructuur, Landbouw, Tuinbouw, Visserij, Water en Ruimte en Veiligheid worden steeds afhankelijker van de sector Energie. Bij uitval van de energievoorziening zullen de economische schade van de indirecte effecten voor deze andere sectoren dan ook groter zijn dan de economische schade van de energie-infrastructuur voor de sector Energie zelf. De onderstaande stakeholders kunnen een rol zullen krijgen in adaptatie. De maatregelen en beleidsontwikkelingen kunnen vaak gecombineerd worden met klimaatmitigatie. • • • • • •
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, provincies: Grote rol door het verankeren van adaptatie in nationaal en regionaal beleid en kennisdeling met overige stakeholders. Gemeenten: Op lokaal niveau adaptatie in beleid verankeren (vooral m.b.t. energievoorziening van MKB en huishoudens) en informatievoorziening (bijv. voorlichting). Elektriciteits- en gasproducenten: Adaptatiemaatregelen treffen om de weerbaarheid van de energieinfrastructuur te verbeteren. Landelijke en regionale beheerders (transmissie en distributie): Adaptatiemaatregelen treffen om de weerbaarheid van de energie-infrastructuur te verbeteren. Energiemaatschappijen: Aanpassing van bedrijfsvoering en producten en informatievoorziening over adaptatie en mitigatie naar klanten. Eindgebruikers: Kans op overbelasting van het net verkleinen door gedragsverandering.
13.2
Effect klimaatverandering op sector
In navolgende tabellen zijn de directe effecten met grijs aangegeven. Hieronder zijn de bijbehorende indirecte effecten opgesomd. Per indirect effect is aangegeven of het een kans of bedreiging betreft en of het risico in de gemeente aanwezig is en zo ja, waar. De mogelijke adaptatiestrategie is in de laatste kolom weergegeven, waarbij V voor voorlichting, B voor beleidskader, en M voor maatregelen staat.
Hitte Kans Klimaateffect Bedreiging
kans aanwezig
Adaptatie
bedreiging aanwezig
Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Extremen nemen toe E1 Minder capaciteit door verhoogde weerstand elektriciteitsleidingen en thermische energiecentrales E2 Lager hangende hoogspanningskabels E3 Vaker uitval door ‘brownout’(uitval door te hoge vraag) E4 Beperking thermische energiecentrales door warmer koelwater
Elektriciteitsleidingen, geen thermische energiecentrales
V
binnen de gemeente Hoogspanningsleidingen
V V
Elektriciteitscentrales niet aanwezig, effect uitval wel
V Geen energiecentrales in Sint-Michielsgestel
Warmere zomers en toename meerdaagse warme periodes E5 Kansen zonne-energie
Gemeentebreed
V
E6 Kansen biogas
Gemeentebreed
V
Zachte winter E7 Lagere energievraag voor verwarmen
Gemeentebreed
E8 Afname ijsaanwas windturbines
Geen windpark in Sint-Michielsgestel
E9 Afname ijsaanwas hoogspanningsleidingen Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
57 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Wateroverlast aanwezig Kans
bedreiging aanwezig
Bedreiging
Niet aanwezig binnen de gemeente
Klimaateffect
Adaptatie Strategie
Extreme piekneerslag neemt toe Elektriciteitscentrales, koppel-, schakel,-en transformatorstations,
E10 Uitval elektriciteit door inundatie
VBM
zonnepanenelen, geothermische voorziening
Toename frequentie en intensiteit wind V
E11 Stormschade bovengrondse energie en
Hoogspanningsnetwerk, Zonneparken
infrastructuur E12 Toename afschakelen windturbines bij
Geen windturbines in Sint-Michielsgestel
storm E13 Kansen windenergie
Gemeentebreed
V
Hogere waterstanden V
E14 Uitval door schade en teloorgaan
Onder- en bovengrondse energieinfrastructuur
energie-infrastructuur Overige extremen (frequentie en intensiteit bliksem) E15 Toename inslagschade
o.a. Elektriciteitscentrales,hoogspanningsnetwerk,
V
Overige extremen (frequentie en intensiteit neerslag en windstoten) V
E16 Beschadiging ondergrondse
Ondergrondse energieinfrastructuur
infrastructuur door ‘uprooting’ Overige extremen (frequentie en intensiteit bliksem) E17 Toename inslagschade infrastructuur
Bovengrondse energieinfrastructuur
V
Droogte aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig Niet aanwezig binnen de gemeente
Adaptatie Strategie
Drogere bodems in de zomer E18 Minder capaciteit ondergrondse elektriciteitsleidingen
Ondergrondse elektriciteitsnetwerk
V
Toename bodemdaling E19 Beschadiging kabels door zetting bodem
Beperkte risico’s bodemdaling/zetting
Afname rivierafvoer zomer E20 Minder koelwater voor
Geen elektriciteitscentrale binnen de gemeente
elektriciteitscentrales E21 Beperking waterkrachtcentrales
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
Waterkrachtcentrales Dommelstroom
-
58 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Overstroming Kans
geen bedreiging/kans
Bedreiging
bedreiging/kans aanwezig
Klimaateffect
Adaptatie Strategie
Hogere waterstanden E22 Uitval door schade en teloorgaan energieinfrastructuur
13.3
V Energieinfrastrutuur in overstromingsgebied
Toelichting bedreigingen en kansen
Hieronder zijn de belangrijkste bedreigingen en kansen voor de sector energie toegelicht: Minder capaciteit door verhoogde weerstand elektriciteitsleidingen en thermische energiecentrales Hitte vormt een bedreiging voor de capaciteit van elektriciteitsleidingen (ondergronds en bovengronds) en thermische energiecentrales. Door de toename van extreme hitte neemt de weerstand, in zowel de leidingen als in de centrales, toe waardoor energieverlies groter wordt. De capaciteit en daarmee ook de efficiëntie nemen hierdoor af (Bollinger, et al., 2014) (Rademaekers, van der Laan, Boeve, & Lise, 2011). Dit vermindert de capaciteit van het totale elektriciteitsnetwerk waardoor het vatbaarder is voor storingen en uitval, met de financiële schade (kosten compensatie uitval) als gevolg. Tevens kan de verminderde capaciteit van thermische energiecentrales leiden tot een hogere energieprijs (Bollinger, et al., 2014). Wat betreft de hoogspanning zijn de vatbaarheid van de kabels voor dit klimaateffect afhankelijk van het materiaaltype. De Lo-Sag (type hoogspanninslijnen) en hoge temperatuurgeleiders zijn minder vatbaar voor dit klimaateffect (HoogspanningsNet-a, n.d.). Toename energievraag door koeling De toename van warmere zomers en meerdaagse warme periodes veroorzaakt een toename van de koelbehoefte waardoor de energievraag stijgt (Bollinger, et al., 2014) (Meijs, et al., 2018).
De hitte bevordert de aanschaf en het gebruik van koeltechnologie zoals airconditioningsystemen en ventilatoren. De toename van de vraag draagt bij aan de verhoging van de piekvraag in het energienetwerk waardoor de mate van overbelasting van het netwerk toeneemt. Als gevolg kan enerzijds de energieprijs stijgen en kan anderzijds de kans op storingen en uitval worden vergroot met de financiële schade (kosten compensatie uitval) van dien (Bollinger, et al., 2014). Kansen zonne-energie De toename van de hoeveelheid zonnestraling door de toename van warmere zomers en meerdaagse warme periodes is een kans voor de type 1 energieproducenten die gebruik maken van zonne-energie. Dit zal bijdragen aan de energietransitie: van het gebruik van fossiele energiebronnen naar hernieuwbare energiebronnen. Kansen windenergie De toename van de frequentie en intensiteit van wind vergroot de beschikbaarheid van windenergie voor elektriciteitsproducenten. Het aantal windstille dagen zal dus naar verwachting afnemen. Dit klimaateffect vormt dus een kans voor producenten die gebruik maken van windturbines.
Uitval elektriciteit door inundatie De toename van extreme piekneerslag veroorzaakt een toename van de kans op uitval van de elektriciteitsvoorziening door inundatie (Bollinger, et al., 2014) (Meijs, et al., 2018) (Rademaekers, van der Laan, Boeve, & Lise, 2011). Bij extreme piekneerslag in een gebied waar het hemelwater onvoldoende kan worden afgevoerd is de kans aanwezig dat objecten onder water komen te staan (inundatie). Dit leidt bij elektriciteitscentrales tot afschakeling en bij koppel-, schakel- en transformatorstations tot onbruikbaarheid (Vogel, Luijf, Maas, Dijkema, & Zielstra, 2014). Ook kan inundatie van zonnepanelen (incl. transformator en bedrading) en geothermische energievoorziening leiden tot onbruikbaarheid (Rademaekers, van der Laan, Boeve, & Lise, 2011). Zo kan hevige neerslag dus de kans op storingen en uitval van de energievoorziening vergroten met de bijbehorende financiële schade (kosten compensatie uitval). De duur van de overlast bij uitval over het algemeen geschat op dagen tot weken (Vogel, Luijf, Maas, Dijkema, & Zielstra, 2014).
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
59 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Uitval door schade en teloorgaan energie infrastructuur Bij een overstroming door de stijgende zeespiegel of vanuit rivieren vindt er uitval van de energievoorziening plaats door schade en/ of het teloorgaan van mogelijk alle objecten van de energie-infrastructuur (Rademaekers, van der Laan, Boeve, & Lise, 2011). In wijze treedt bij overstroming inundatie op van alle aanwezige energie-infrastructuur in het overstroomde gebied. Dit geldt dus ook voor zonneparken en geothermische energieproductie. De weerbaarheid van de elektriciteitscentrales aan de kust is dus van groot belang voor deze bedreiging.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
60 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
14
SECTOR INFORMATIE TECHNOLOGIE (IT) EN TELECOM
14.1
Definitie sector
De sector ICT omvat alle product- en dienstverlening omtrent informatie- en communicatietechnologie. Door de toename van de inbedding van ICT in het functioneren van de maatschappij wordt het steeds lastiger om deze sector te definiëren. In het verleden werden telecommunicatie en ICT nog vaak als twee verschillende subsectoren beschouwd. Zo wordt ook in de NAS geschreven over ICT en Telecom. Met telecommunicatie worden radio, televisie, telefonie en internet bedoeld. Door de opkomst van computersystemen en internet wordt telecom in de praktijk echter vaak ook als ICT beschouwd. Analoge radio, televisie en telefonie (PSTN, ISDN, COAX) verdwijnen immers langzaam en steeds meer service providers stoppen met deze diensten. De volgende stakeholders hebben een rol in adaptatie: • • •
Rijksoverheid, provincies: Verankeren van adaptatie in nationaal en regionaal beleid. Gemeenten: Op lokaal niveau adaptatie in beleid verankeren (vooral m.b.t. energievoorziening van MKB en huishoudens) en informatievoorziening (bijv. voorlichting). ICT-operators: Zeer grote rol omdat de sector sterk geprivatiseerd en commercieel is en dus veel invloed heeft op de fysieke infrastructuur en bedrijfsvoering. Het uitvoeren van maatregelen ligt vooral in handen van deze verzameling van stakeholders.
14.2
Effect klimaatverandering op sector
In navolgende tabellen zijn de directe effecten met grijs aangegeven. Hieronder zijn de bijbehorende indirecte effecten opgesomd. Per indirect effect is aangegeven of het een kans of bedreiging betreft, welke adaptatiestrategie de gemeente in zou kunnen zetten en of het risico in de gemeente aanwezig is en zo ja, waar.
Hitte aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Extremen nemen toe IT1 Slechtere conditie ICT-infrastructuur door hitte IT2 Hitte-uitval ICT-apparatuur en toename energiekosten voor ICT-operators
ICT infrastructuur
V
ICT objecten
V
IT3 Uitval en storingen door kabelsmelt en
V
‘brownout’ IT4 Uitval en storingen door biologische
ICT apparatuur met
besmettingen in airconditioning
waternevelairconditioning
V
Wateroverlast aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Extreme piekneerslag neemt toe IT5 Slechtere conditie fysieke ICTinfrastructuur door vocht
Gemeentebreed
V
Gemeentebreed
VBM
Gemeentebreed
VBM
IT6 Beperking satellietcommunicatie, IT1microgolfantennes en mobiele signaalpropagatie IT7 Uitval door waterschade van ICTobjecten bij water op straat en in gebouwen Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
61 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Overige extremen (frequentie en intensiteit windstoten) IT8 Beperking microgolfantennes en satellietcommunicatie door wind
Antennes
VBM
Antennes
VBM
IT9 Mechanische schadeantennemasten mobiele communicatie en zendmasten zenderparken door wind Hogere luchtvochtigheid IT10 Uitval ICT door hoge
Gemeentebreed
luchtvochtigheid Overige extremen (frequentie en intensiteit bliksem) IT11 Uitval ICT door inslagschade
Bovengrondse infrastructuur
V
Ondergrondse infrastructuur
V
Overige extremen (frequentie en intensiteit neerslag en windstoten) IT12 Beschadiging ondergrondse ICT infrastructuur door ‘uprooting’ Hogere waterstanden IT13 Uitval door schade en teloorgaan
Onder- en bovengrondse
energieinfrastructuur
energieinfrastructuur
VBM
Overige extremen (frequentie en intensiteit windstoten, bliksem en hagel) IT14 Uitval ICT door uitval
V
elektriciteitsvoorzieningen door extremen
Droogte aanwezig Kans
bedreiging aanwezig
Klimaateffect Bedreiging
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Extremen nemen toe IT15 Slechtere conditie fysieke ICT-
Gemeentebreed
infrastructuur door droogte
V
Toename bodemdaling IT16 Beschadiging kabels door zetting
Zetting binnen de gemeente is beperkt (zie
bodem
Figuur 8)
V
Lagere luchtvochtigheid IT17 Uitval ICT door lage luchtvochtigheid
Gemeentebreed
V
Afname bruikbaar water door slechte oppervlaktewaterkwaliteit IT18 Verandering kwaliteit
Geen datacenters
oppervlaktewater
Overstroming aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Hogere waterstanden IT19 Uitval van vitale en kwetsbare ICT-infrastructuur
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
ICT tpv overstromingsgebied Figuur 14 hoofdstuk 5
62 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
14.3
Toelichting bedreigingen en kansen
Hieronder zijn de belangrijkste bedreigingen en kansen voor de sector IT en telecom toegelicht: Slechtere conditie fysieke ICT-infrastructuur De toename van extreme hitte, droogte en extreme piekneerslag veroorzaakt een verslechtering van de conditie van fysieke ICT-infrastructuur (alle typen). Door de hoge temperaturen en de sterkere temperatuurafwisseling verouderen componenten van de fysieke infrastructuur sneller (Luijf & van Oort, 2014). Hierdoor neemt het risico op falen toe, wat voorkomen dient te worden door een toename van onderhoud (asset management). In verhouding met de andere klimaateffecten is de impact van dit risico relatief klein omdat het snel hersteld kan worden (Luijf & van Oort, 2014). Deze bedreiging is van toepassing op alle typen fysiek-technische objecten. Lekkage en inundatie ICT-objecten De toenemende piekneerslag vergroot de kans op waterschade bij ICT-objecten op twee manieren: bij water op straat aan de objecten op straatniveau en bij lekkage aan objecten in gebouwen. Ten eerste zijn de op straat geplaatste aansluit- en schakelkasten, accu’s en eventuele generatoren van antennemasten (GSM/3G/4G/C2000) niet waterbestendig genoeg en waardoor deze waterschade op kunnen lopen bij water op straat (Luijf & van Oort, 2014). Deze type 4 objecten (m.u.v. mobiele signalen) kunnen hierdoor tijdelijk, tot enkele dagen, uitvallen (Luijf & van Oort, 2014).
Ten tweede kan hevige piekneerslag voor wateroverlast zorgen in gebouwen waar zich ICT-objecten of noodstroomvoorzieningen voor ICT bevinden. Airconditioningsystemen, noodgeneratoren en dieseltanks voor noodstroom, transformatoren, accu’s, voedingspanelen en kabelterminaties staan volgens Luijf en van Oort (2014) vaak in kelders. Hierdoor zijn deze type 3 objecten extra kwetsbaar voor uitval door waterschade bij lekkage wat tot maandenlang herstel of geen herstel kan leiden. Door deze enorme impact wordt dit klimaateffect gekenmerkt als de grootste bedreiging van wateroverlast op de sector ICT. Waterschade bij objecten op straatniveau vormt in theorie een kleiner risico omdat de hersteltijd van deze tijdelijke uitval op maximaal dagen wordt geschat (Luijf & van Oort, 2014).
Hitte-uitval en hogere energiekosten ICT-operators Door de toename van extreme hitte neemt de kans op hitte-uitval van ICT-apparatuur toe en stijgen de operationele energiekosten voor ICT-operators (Luijf & van Oort, 2014). ICT-apparatuur is gemaakt om te functioneren bij een bepaalde gewenste temperatuurrange. Bij hogere temperaturen zal het daarom uit zelfbescherming afsluiten of mogelijk defect raken, wat bij SPoFs impact kan hebben ook grote schaal (nationaal/internationaal) (Luijf & van Oort, 2014). De apparatuur heeft dus een stijgende behoefte aan verkoeling. Hierdoor stijgen de energiebehoefte en -kosten van de ICT-operator (Horlings, 2006) (Luijf & van Oort, 2014). De impact van deze bedreiging is relatief klein vanwege snel herstel (uren) en is van toepassing op objecten van type 3 (m.u.v. zendparken) en op de apparatuurkasten van antennemasten (type 4) (Luijf & van Oort, 2014). Uitval ICT door uitval elektriciteitsvoorzieningen Omdat de sector ICT sterk afhankelijk is van de elektriciteitsvoorziening is de sector niet alleen kwetsbaar voor directe klimaateffecten maar ook voor de klimaateffecten op sector E. Zo veroorzaken de toename van extreme piekneerslag en de toename van de frequentie en intensiteit van hagel, wind en bliksem een toename van de kans op uitval van elektriciteit (Meijs, et al., 2018) (Luijf & van Oort, 2014).
Objecten van de elektriciteitinfrastructuur kunnen immers ook beschadigd raken door onder andere water op straat, lekkages, uprooting en (directe)inslag. Noodstroomvoorzieningen kunnen daardoor ook schade oplopen en hebben bovendien slechts een beperkte capaciteit. Wanneer de uitval van elektriciteit te lang duurt, kunnen noodvoorzieningen de energiebehoefte niet meer dekken. Tevens merken Luijf en van Oort (2014) op dat veel ICT-operators geen noodstroomvoorzieningen hebben omdat zij de elektriciteitsvoorziening in Nederland als zeer betrouwbaar achten. De cijfers over de kans op falen in de afgelopen jaren zijn in verhouding met andere landen namelijk goed. De vraag is echter of de sector E wel voldoende is voorbereid op de stijgende risico’s omtrent klimaatverandering en deze wel zo betrouwbaar is om geen noodvoorziening aan te schaffen.
Hitte-uitval en hogere energiekosten ICT-operators Door de toename van extreme hitte neemt de kans op hitte-uitval van ICT-apparatuur toe en stijgen de operationele energiekosten voor ICT-operators (Luijf & van Oort, 2014). ICT-apparatuur is gemaakt om te functioneren bij een bepaalde gewenste temperatuurrange. Bij hogere temperaturen zal het daarom uit zelfbescherming afsluiten of mogelijk defect raken, wat bij SPoFs impact kan hebben ook grote schaal Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
63 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
(nationaal/internationaal) (Luijf & van Oort, 2014). De apparatuur heeft dus een stijgende behoefte aan verkoeling. Hierdoor stijgen de energiebehoefte en -kosten van de ICT-operator (Horlings, 2006) (Luijf & van Oort, 2014). De impact van deze bedreiging is relatief klein vanwege snel herstel (uren) en is van toepassing op objecten van type 3 (m.u.v. zendparken) en op de apparatuurkasten van antennemasten (type 4) (Luijf & van Oort, 2014) Uitval bij overstroming Tot slot vormt een overstroming, als gevolg van de hogere waterstanden, een bedreiging voor de sector ICT door het veroorzaken van uitval van vitale en kwetsbare ICT-infrastructuur (Meijs, et al., 2018). Zoals in de vorige alinea is beschreven vergroten waterschade van ICT-infrastructuur en uitval van elektriciteitsvoorzieningen de kans op ICT-uitval. Bij (gedeeltelijk) onder water staan tijdens een overstroming treedt dus uitval tot verlies van ICT-objecten (en bijbehorende functies en dienstverlening) op (Luijf & van Oort, 2014). Wat betreft de antennemasten zijn het de bijbehorende schakelkasten en accu’s die door onder water staan het functioneren van de antenne stilleggen. Een overstroming heeft dus een grote impact, met maandenlange herstel tot geen herstel als gevolg, op alle type 3 en 4 objecten (m.u.v. mobiele signaalpropagatie).
Deze impact wordt vergroot omdat de behoefte aan informatie- en communicatie ten tijde van een overstroming juist extra groot is. Door belangrijke knooppunten als SPoFs en back-up locaties tijdig waterbestendig te maken en op hoger grondgebied te plaatsen kan de hersteltijd worden ingekort (Luijf & van Oort, 2014).
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
64 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
15
SECTOR VEILIGHEID
15.1
Definitie sector
De sector Veiligheid (V) omvat alle hulp- en veiligheidsdiensten. De term ‘veiligheid’ kan worden gedefinieerd als een balans tussen mogelijke risico’s (hazards) en beschermende maatregelen daartegen. De mate van afwezigheid van risico’s bepaald de benodigde mate van de aanwezigheid van bescherming. Wanneer dit voldoende in balans is kan men ‘ongestoord functioneren’. De sector is sterk verweven met andere sectoren. In het Nationale Veiligheidsprofiel 2016 wordt daarom onderscheid gemaakt in vijf typen nationale veiligheidsbelangen (zie tabel hieronder). De typen veiligheid zijn onderling met elkaar verbonden. Wanneer bijvoorbeeld de fysieke veiligheid onder druk komt te staan kan dit de economische veiligheid belemmeren. De volgende stakeholders hebben een rol zullen in adaptatie: • •
• • •
Ministerie van Justitie en Veiligheid (incl. AIVD, MIVD), Ministerie van Defensie: Grote rol door het verankeren van adaptatie in nationaal beleid, het treffen van maatregelen en informatievoorziening. Veiligheidsregio, politie, brandweer: De Veiligheidsregio is al een samenwerking tussen verschillende stakeholders en zijn van groot belang voor adaptatie voor zowel informatievoorziening (voor beleidsontwikkeling) als het uitvoeren van maatregelen. Eerste hulpdiensten zoals politie en brandweer hebben ook een belangrijke rol voor informatievoorziening (vooral voorlichting) en het treffen van maatregelen (zowel preventief als in nood). Provincies, gemeenten: Informatievoorziening (voorlichting, kennisdeling etc.) en samenwerking met de andere stakeholders. Gemeenten zijn voornamelijk van belang voor bevolkingszorg als onderdeel van de Veiligheidsregio’s. Beveiligingsbedrijven: Rol in het treffen van maatregelen en het leveren van kennis over veiligheid bij klanten. Medische hulpdiensten (GHOR, ziekenhuizen, huisartsen etc.): Grote rol in adapteren voor voldoende fysieke veiligheid door het uitvoeren van maatregelen en informatievoorziening (voorlichting, kennisdeling etc.).
15.2
Effect klimaatverandering op sector
In navolgende tabellen zijn de directe effecten met grijs aangegeven. Hieronder zijn de bijbehorende indirecte effecten opgesomd. Per indirect effect is aangegeven of het een kans of bedreiging betreft en of het risico in de gemeente aanwezig is en zo ja, waar. De mogelijke adaptatiestrategie is in de laatste kolom weergegeven, waarbij V voor voorlichting, B voor beleidskader, en M voor maatregelen staat.
Hitte aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Extremen nemen toe V1 Toename hitte gerelateerde gezondheidsklachten
VBM Hittegevoelige gebieden, risicogroepen
V2 Toename druk op medische hulpdiensten
huisartensposten/EHBO
V3 Toename blackouts en kans uitval IT
(cruciale) ICT-voorzieningen
VBM V
Verschuiving klimaatzones, hogere temperatuuroppervlaktewater, warmere zomers en toename meerdaagse warme periodes V4 Toename risico’s voor grote evenementen
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
Evenementen
V
65 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Wateroverlast aanwezig Kans
bedreiging aanwezig
Klimaateffect Bedreiging
Niet aanwezig binnen de gemeente
Adaptatie Strategie
Extreme piekneerslag neemt toe V5 Afname veiligheid door toename
locaties met knelpunten vanuit riool, wegen
wateroverlast
VBM VBM
V6 Toename risico voor grote evenementen Overige extremen (frequentie en intensiteit windstoten, bliksem, hagel) V7 Toename risico’s buitenevenementen V8 Toename kans uitval elektriciteitsvoorzieningen V9 Toename kans vallende objecten
carnaval, braderie etc
VBM
Elektriciteitsnetwerk
V
Gemeentebreed
V
Droogte aanwezig Kans
bedreiging aanwezig
Klimaateffect Bedreiging
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Drogere bodems in de zomer V10 Toename kans op brand
Risico gebied natuurbrand
VBM
Afname rivierafvoer zomer V11 Afname beschikbaarheid voor energieindustrie
Overstroming aanwezig Kans Klimaateffect Bedreiging
bedreiging aanwezig
Adaptatie Strategie
Niet aanwezig binnen de gemeente
Hogere waterstanden V12 Afname territoriale veiligheid overstroomd gebied V13 Afname bereikbaarheid hulpdiensten V14 Afname fysieke veiligheid bij overstroming V15 Sociale instabiliteit door verstoring dagelijks leven bevolking bij overstroming V16 Uitval vitale en kwetsbare infrastructuur bij overstroming
15.3
Gebieden met overstromingsrisico
Gebieden met overstromingsrisico +
V V
Gebieden met overstromingsrisico
V
Gebieden met overstromingsrisico
V
Gebieden met overstromingsrisico
V
Toelichting bedreigingen en kansen
Hieronder zijn de belangrijkste bedreigingen en kansen voor de sector veiligheid toegelicht: Infectieziekten en grootschalige ziektegolven De toename van warmere zomers en meerdaagse warme periodes vergoot de kans op infectieziekten en grootschalige ziektegolven (ANV, 2016). Dit heeft meerdere oorzaken. De uitwisseling van ziekten tussen en dieren en mensen verandert door de hitte (Meijs, et al., 2018). Door de hitte ontstaat bijvoorbeeld een opkomst Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
66 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
van vector-overdraagbare ziekten (geleedpotigen) in aantal (populatiegroei) en door de komst van exoten (Wuijts, et al, 2014). Daarnaast neemt de kans op water- en voedsel overdraagbare infectieziekten water toe, bijvoorbeeld door de toename van blootstelling door meer waterrecreatie (Meijs, et al., 2018) (Wuijts, et al, 2014). Dit vergroot de kans op een grootschalige ziektegolf, wat de mogelijkheid tot een pandemie of epidemie vergoot. Volgens het Nationale Veiligheidsprofiel heeft een ernstige grieppandemie de op één na grootste impact op de nationale veiligheid van alle mogelijke veiligheidsrisico’s (ANV, 2016). Tot slot kan dit, naast de fysieke veiligheid, ook een bedreiging vormen voor de territoriale veiligheid wat betreft de inkoop van vaccins door Nederland (ANV, 2016).
Hitte gerelateerde gezondheidsklachten De toename van extreem hoge temperaturen en warmere periodes veroorzaakt ten eerste een toename van hittestress, wat leidt tot een toename van gezondheidsklachten zoals hart-, vaat- en luchtwegziekten. Ten tweede veroorzaakt de hitte in combinatie met fijnstof een toename van zomersmog (Meijs, et al., 2018). De slechte luchtkwaliteit door de smog vergroot de kans op luchtwegziekten. Ten derde veroorzaakt de toename van blootstelling aan Uv-straling voor een toename van staar en huidkanker (Meijs, et al., 2018). Al deze effecten veroorzaken een toename van zieken, ziekenhuisopnamen en vroegtijdig overlijden. Demografische trend als vergrijzing, individualisering en het steeds vaker en langer thuis blijven wonen van ouderen vergroot de impact (ANV, 2016). Kortom, hitte vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en daarmee de fysieke veiligheid.
Druk op medische hulpdiensten De toename van hittestress, als gevolg van extreme hitte, veroorzaakt een verhoogde druk op eerste hulpdiensten (Meijs, et al., 2018). Door de toename van de eerder genoemde gezondheidsklachten door hitte is meer inzet van eerste hulpdiensten nodig zoals ambulancediensten en EHBO-posten. Dit betekent een druk op zowel mankracht (personeel) als de beschikbaarheid van materieel (voertuigen, hulpmiddelen, medicijnen). Wanneer hulpdiensten onvoldoende anticiperen op deze verandering kan de fysieke veiligheid in gevaar komen.
Toename kans op brand De toename van extreme hitte veroorzaakt een toenemende kans op branden in combinatie met een periode van droogte. Hiermee stijgt ook de kans op onbeheersbare branden waarbij evacuatie nodig is (ANV, 2016). Dit vergroot de druk op hulpdiensten (met name brandweer, politie) en de ecologische en fysieke veiligheid. Zo zou bijvoorbeeld de kans op een onbeheersbare natuurbrand op de Veluwe normaliter 1:25 jaar zijn, maar in jaren met grote droogte maar liefst 1:2 jaar (ANV, 2016). Naast natuurbranden zijn ook bermen, recreatief groen, stedelijk groen en gebouwen (groene daken, verticaal groen) vatbaar voor dit klimaateffect. Zelfs na de zomermaanden kan dit verhoogde risico aanhouden (Kok, 2018). Risico’s buitenevenementen Zowel de extreme piekneerslag als de toenemende frequentie en intensiteit van wind, bliksem en hagel veroorzaken verhoogde veiligheidsrisico’s voor buitenevenementen, met name voor meerdaagse evenementen met overnachting (Meijs, et al., 2018). Allereerst kunnen deze extreme weersomstandigheden materiele schade aanrichten aan bijvoorbeeld tenten, podia en apparatuur (licht, geluid, communicatie). Mogelijk dient een evenement zelfs geannuleerd te worden vanwege het weer. Op lokale schaal kan dit een bedreiging vormen voor de economische veiligheid.
Tot slot kan de fysieke veiligheid van bezoekers onder druk staan door het risico op onderkoeling, griep (natte kleding, natte tenten) en ongelukken (natte ondergrond). Dit klimaateffect vormt dus een bedreiging.
Afname fysieke veiligheid bij overstroming (ANV, 2016) De fysieke veiligheid kan worden aangetast door een overstroming omdat mensen kunnen overlijden (bijv. verdrinken), gewond kunnen raken en vatbaar zijn voor ziekten (mentaal en fysiek) (ANV, 2016). Ook kan het overstromen van wegen en parkeervoorziening de bereikbaarheid van medische hulpdiensten belemmeren. Dit geldt voor zowel de bereikbaarheid van hulpbehoevenden voor de hulpdiensten (bijv. ambulance) als de bereikbaarheid van ziekenhuizen en huisartsen voor de hulpbehoevenden. Tot slot kan een gebrek aan primaire levensbehoeften optreden door bijvoorbeeld verlies van huisvesting, drinkwater-, voedsel- en energievoorziening. Het herstel van deze voorzieningen tot lange tijd na een overstroming duren.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
67 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Sociale instabiliteit door verstoring dagelijks leven bevolking bij overstroming (ANV, 2016) Een overstroming kan maatschappelijke onrust veroorzaken doordat het dagelijks leven van grote groepen mensen wordt verstoord (ANV, 2016).
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
68 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
16
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Deze klimaatstresstest geeft een eerste indicatie van de kwetsbaarheid van gemeente Sint-Michielsgestel voor de vier klimaatrisico’s (wateroverlast, droogte, hitte en overstroming). In paragraaf 16.1 is een overzicht van de uitkomsten van de stresstest gegeven. In paragraaf 16.2 is een overzicht van de uitkomsten van de sectoranalyse gegeven en in paragraaf 16.3 is een aanzet gegeven voor vervolgstappen.
16.1
Samenvatting uitkomsten klimaatstresstest
De belangrijkste uitkomsten van de stresstest zijn hieronder samengevat per thema. Wateroverlast ▪ ▪ ▪
▪
Intensiteit buien neemt tot 2050 met 12-25% toe De jaarlijkse neerslag neemt in klimaatscenario WH2050 met circa 6% toe In de kernen Den Dungen, Berlicum en Sint-Michielsgestel zijn kwetsbaar voor hemelwateroverlast. Bij extreme buien zijn in deze kernen delen van de wegen onbegaanbaar. De kern Gemonde is minder kwetsbaar voor wateroverlast. De grondwateroverlast neemt op een paar locaties toe
Droogte ▪ ▪ ▪ ▪
In het grootste gedeelde van Sint-Michielsgestel is enige daling (van 10 tot 25 cm) van de gemiddelde laagste grondwaterstanden te verwachten. Het neerslagtekort stijgt van 210-270 mm naar 300-330 mm in 2050 Gemeente Sint-Michielsgestel is een beperkt gebied in het westen van de gemeente (ten zuiden van de A2- knooppunt Vught) gevoelig voor bodemdaling Gemeente Sint-Michielsgestel is nagenoeg niet gevoelig voor het optreden van funderingsschade als gevolg van paalrot.
Hitte ▪ ▪ ▪ ▪
Van 3-6 tropische (>30° C) dagen nu naar 15-18 tropische dagen in 2050 Hittestress door warme nachten neemt toe van enkele dagen tot weken per jaar in 2050 Het oppervlaktewater warmt op, mogelijk met waterkwaliteitsproblemen als gevolg Differentiatie binnen de kernen ontstaat met name door de aan- of afwezigheid van vegetatie en verschil in de verhardingsgraad.
Overstromingen ▪ ▪ ▪
Nagenoeg in de hele gemeente Sint-Michielsgestel worden overstromingen berekend bij een overstroming vanuit primaire keringen. Overstromingen vanuit regionale keringen zorgen bij gebieden rond De Dommel en Zuid-Willemsevaart voor overstromingen. De kans op hogere overstromingsdiepten nemen af, maar de kans op voorkomen blijft bestaan.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
69 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
16.2
Sectoranalyse
In Tabel 5 zijn de voor gemeente Sint-Michielsgestel belangrijkste indirecte effecten als gevolg van de klimaattrends hitte, wateroverlast, droogte en overstroming weergegeven. In Tabel 6 zijn het aantal bedreigingen en kansen per sector onderverdeeld in de klimaattrends hitte, wateroverlast, droogte en overstroming. Uit de analyse blijkt dat het aantal bedreigingen voor de klimaattrend overstroming het laagst is. Echter de impact van een overstroming is groot. Het grootste aantal bedreigingen is aanwezig in de sector gezondheid en bij de klimaattrend hitte en wateroverlast. Hittestress en wateroverlast zorgen voor fysieke klachten, stijging in overlijdensrisico en lichamelijk letsel. De meeste kansen als gevolg van klimaatverandering liggen bij de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij en water en ruimte. Door een langer groeiseizoen is er een kans op stijging van de gewasopbrengsten. Daarnaast is het gevolg van een langere zomer een kans voor de toename van het gebruik van (openbaar)groen en recreatie. Tabel 5: Overzicht indirecte effecten per sector
Water en Ruimte
Natuur
Landbouw, tuinbouw en visserij
Gezondheid
Hitte
Wateroverlast
Droogte
Overstroming
Risico (zwem)waterkwaliteit, Hitte gerelateerde klachten bouwmedewerkers, Toename kans (natuur)brand, Toename gebruik en beheer en onderhoud openbaar groen.
Risico op schade aan bebouwing, Ziekteverwekkers op straat en afname waterkwaliteit bij extreme neerslag.
Beperking groenonderhoud door beregeningsverbod, Afname waterkwaliteit, Toename kans op (natuur)brand.
Schade aan bebouwing, Verandering ecologische systemen, Uitval kwetsbare waterinfrastructuur (o.a. pompen en gemalen).
Verandering migratiepatroon, Meer gebruik buitenruimte, Verschuiving en uitsterving soorten, Mismatch voedselketen, Toename kans overleven exoten. Hittestress arbeiders en vee, Afname of toename gewasopbrengsten afhankelijk van type, Toename energiekosten koeling, Problemen bewaring oogst, Toename ziekten en plagen Fysieke klachten krampen, uitslag, uitputting, hitteberoerten, uitdroging (dehydratie), nierfalen en luchtwegklachten. Toename overlijdensrisico, Afname nachtrust
Veranderingen in ecosystemen en verschuiving van soorten, kansen natte natuur
Verandering ecosystemen en hydrologie natuurgebieden, Toename watervraag, Hogere kosten waterbeheer, Toename (natuur)branden Afname beschikbaarheid zoetwater, Waterschaarste en beregeningsverbod, Oogstschade en Afname gewasopbrengsten, vissterfte
Veranderingen in ecosystemen, Verschuiving van soorten. Verloren gaan van natuur.
Schade aan gebouwen, Afname bereikbaarheid hulpdiensten. Risico’s buitenevenementen
Kans op brand neemt toe, Dalende waterkwaliteit, Kans op botulisme, blauwalg en vissterfte. Meer fijnstof en ziekteverwekkers in de lucht, Verschuiving van gezondheid gevaarlijke soorten
Verdrinking en fysiek letsel, Toename kans zieken door water overdraagbare infectieziekten, Afname bereikbaarheid medische hulpdiensten, Toename uitval elektriciteitsvoorziening Hulpdiensten.
Toename risico voor grote evenementen, Toename toerisme & recreatie, Verandering (sport)visserij, Toename consumptie alcohol en drugs.
Verandering (sport)visserij, Toename kans op natuur- en bosbranden Nederland gunstiger vakantieland Toename inzet beregeningsverbod heeft effect op zwembaden, golflocaties etc.
Toename risico’s buitenevenementen Overlast waterrecreatie door afspoeling en overstort rioolwater
Schade voorzieningen en afname recreatie
Recreatie en Toerisme
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
Afname bewerkbaarheid bodem, Oogstschade en afname gewasopbrengsten, Schade aan gebouwen, kassen, stallen, Toename ziekten en plagen
Opbrengstschade, Uitval vitale energie- en ICTinfrastructuur, Verschuiving van planten diersoorten, Toename problemen waterafvoer
70 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Infrastructuur (weg, spoor, water en ook luchtvaart)
Energie
IT en telecom
Veiligheid
Stijging ongelukken door verminderde concentratie, Schade wegdek wegennet, Hinder weg- en vaarwegverkeer door slecht sluitende bruggen, Afname gebruik strooizout wegen
Waterschade en afname beschikbaarheid infrastructuur, Ongelukken door beperkt zicht en glad wegdek, Versperring spoor- en wegverkeer door omgewaaide objecten
Hinder wegverkeer door natuur- en bermbranden, Door afname aanvoer water kans op beperking scheepvaart ZWV.
Onbereikbaarheid door uitval infrastructuur, Schade door instabiliteit bodem wegen door overstroming
Minder capaciteit elektriciteitsleidingen door verhoogde weerstand, Toename energievraag door koeling en kans op stopzetten energielevering door te hoge vraag. Kansen zonne-energie, biogas, lagere energievraag in de winter
Uitval elektriciteit door inundatie, Inslag- en stormschade energie infrastructuur, Kansen windenergie, Beschadiging door omvallende bomen (uprooting)
Minder capaciteit elektriciteitsleidingen door verhoogde weerstand
Uitval door schade en teloorgaan energie infrastructuur
Slechtere conditie fysieke ICT-infrastructuur, Hitteuitval en hogere energiekosten ICToperators, Uitval en storingen door kabelsmelt en ‘brownout, Uitval en storingen door biologische besmettingen in airconditioning
Lekkage en inundatie ICTobjecten, Slechtere conditie fysieke ICTinfrastructuur, Uitval ICT door hoge luchtvochtigheid, inslagschade of door uitval elektriciteitsvoorzieningen. Stormschade antennemasten mobiele communicatie en zendmasten
Slechtere conditie fysieke ICT-infrastructuur, Uitval ICT door lage luchtvochtigheid
Uitval ICT en telecom bij overstroming
Hitte gerelateerde gezondheidsklachten Infectieziekten en grootschalige ziektegolven, Druk op medische hulpdiensten, Toename kans op brand, Risico’s voor grote evenementen, Uitval ICT
Afname veiligheid door toename wateroverlast, Risico’s buitenevenementen, Uitval elektriciteitsvoorzieningen
Toename kans op brand
Afname fysieke veiligheid (verdrinking, overlijden), Sociale instabiliteit, Uitval vitale en kwetsbare infrastructuur
Tabel 6: Aantal bedreigingen en kansen per sector onderverdeeld in de klimaattrends hitte, wateroverlast, droogte en overstroming
Hitte
Sectoren
Wateroverlast
Droogte
Overstroming
bedreiging
kans
bedreiging
kans
bedreiging
kans
bedreiging
kans
Water en Ruimte Landbouw, Tuinbouw, Visserij
8
4
6
3
3
0
2
0
7
4
13
2
5
1
3
0
Gezondheid
17
2
8
2
5
2
7
1
Recreatie en Toerisme
5
2
3
0
4
2
0
0
Infrastructuur
3
2
3
0
1
0
2
0
Energie
3
5
6
1
2
0
1
0
It en telecom
4
0
10
0
3
0
1
0
Veiligheid
4
0
5
0
2
0
5
0
Natuur
5
2
1
2
4
1
5
2
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
71 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
In Figuur 16 zijn het aantal cross-sectorale effecten weergegeven. Dit betreft indirecte effecten die invloed hebben op meerdere sectoren. Uit de afbeelding blijkt dat tussen de sectoren water en ruimte, gezondheid, natuur en landbouw, tuinbouw en visserij de meeste gezamenlijke effecten zijn. Ook tussen IT en telecom en de sector energie is een duidelijke overlap aan indirecte effecten aanwezig. Voor de uitwerking van een klimaatstrategie en tijdens de risicodialoog is het van belang om rekening te houden met de integraliteit en impact van maatregelen op verschillende sectoren.
Figuur 16: Overzicht cross-sectorale effecten
16.3
Aanbevelingen voor vervolg
De uitkomsten van de kwetsbaarheidsanalyse van deze stresstest kunnen verder worden gebruikt ter bevordering van de bewustwording, agendering, en ter prioritering van bepaalde thema’s. De stresstest is een opmaat naar ambitie 2 uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie; het voeren van risicodialogen en het opstellen van een strategie. Met de risicodialogen kan worden toegewerkt naar een adaptatiestrategie en een uitvoeringsagenda in 2020. Onderstaande activiteiten kunnen worden ondernomen om ambitie 1 (kwetsbaarheden in beeld brengen) verder aan te scherpen Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
Figuur 17: Selectiematrix voor (klimaat)kerngroep 72 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
en ter voorbereiding op ambitie 2 (risicodialoog voeren en strategie opstellen): Richting bewustwording, agendering en prioritering De uitkomsten van de stresstest dienen te worden geverifieerd (stap 1b van ambitie één Deltaplan) middels gesprekken met interne en externe stakeholders. Het doel hiervan is om de lokaal en regionaal aanwezige kennis te benutten, maar ook om de bewustwording op de klimaateffecten bij collega’s en externen te vergroten. Door de uitkomsten gezamenlijk te bespreken ontstaat een betrouwbaarder en breder gedragen uitkomst van de kwetsbaarheden. Na invulling van stap 1b ontstaat het definitieve beeld van de kwetsbaarheid van de gemeente SintMichielsgestel en is ook duidelijk waar in de volgende stappen prioriteit gelegd moet worden. Bepaalde klimaateffecten zullen namelijk hoger scoren in de kwetsbaarheidsanalyse dan anderen. Aan de hand van de uitkomst dient er te worden aangestuurd op een (bestuurlijke) agendering om de focus en vervolgstappen voldoende in te bedden. Richting het voeren van risicodialogen Met het bestuurlijk commitment aan de agenda klimaatadaptatie kan er naar een uitvoeringsagenda worden toegewerkt. Een belangrijke volgende stap is de risicodialoog. Veel partijen zullen betrokken moeten worden bij de gezamenlijke zoektocht naar maatregelen, oplossingen en meekoppelkansen.
Hiertoe dient eerst een inventarisatie en analyse van belanghebbenden uitgevoerd te worden. Deze stakeholderanalyse brengt in kaart hoe het speelveld van ruimtelijke adaptatie er in de gemeente uitziet en op welke manier relevante partijen het beste betrokken kunnen worden. Wanneer duidelijk is wie de belangrijkste stakeholders zijn, kunnen de risicodialogen worden Risicodialoog voeren geselecteerd en geformuleerd. Welke risicodialogen er worden gevoerd, en wie en strategie opstellen daarbij worden betrokken, is afhankelijk van welke thema’s prioriteit hebben. Samenvattend zijn dit de volgende stappen: • • • • •
Ambitie 2
Inventariseren stakeholders Analyse stakeholders Selectie risicodialogen Definitie risicodialogen, inclusief stakeholderselectie Voeren risicodialogen
Het selecteren van de te voeren risicodialogen dient met extra zorgvuldigheid te gebeuren. Er zijn namelijk vele insteken, stakeholdergroepen en belangen die bij een klimaataspect een rol kunnen spelen. De selectie dient derhalve bij voorkeur te gebeuren met een (klimaat)kerngroep waarbij gebruik gemaakt kan worden van de selectiematrix in Figuur 17. In de risicodialogen worden vervolgens de opgave en ambities besproken en worden gezamenlijk mogelijke oplossingen en maatregelen verkend en onderzocht. Uiteindelijk leidt dit tot het opstellen van een adaptatiestrategie en uitvoeringsagenda.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
73 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
BIJLAGEN
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
74 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
BIJLAGE A METHODEBESCHRIJVING KWETSBAARHEIDSANALYES Hieronder zijn voor de klimaataspecten overstroming, wateroverlast, hitte, en droogte de gevolgde analysemethoden beschreven.
WATEROVERLAST ALS GEVOLG VAN EXTREME NEERSLAG De kwetsbaarheidsanalyse voor het aspect extreme neerslag is gebaseerd op de factoren inundatiediepte en kwetsbare objecten/functies. Met gebruik van het hydraulisch rekenmodel Infoworks ICM is een maaiveldmodel van het stedelijk gebied van Sint-Michielsgestel gebouwd. Door middel van dit model zijn stroming en waterdieptes bij verschillende neerslaggebeurtenissen berekend. Het uitgangspunt hierbij is dat het water over maaiveld gaat stromen omdat de riolering volledig gevuld is en geen water meer afvoert. De waterdieptes zijn inzichtelijk gemaakt door het gebruik van 3 gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen welke afkomstig zijn uit de bijsluiter gestandaardiseerde stresstest Ruimtelijke Adaptatie. De neerslaggebeurtenissen betreffen twee gebeurtenissen in één uur en een neerslaggebeurtenis in twee uur: • • •
70 mm in 1 uur. Deze neerslaggebeurtenis heeft in met het huidig klimaat een herhalingstijd van eens in de 200 jaar van voorkomen. 90 mm in 1 uur. Deze neerslaggebeurtenis heeft in met het huidig klimaat een herhalingstijd van eens in de 500 jaar van voorkomen. 160 mm 2 uur. Deze neerslaggebeurtenis heeft in met het huidig klimaat een herhalingstijd van eens in de 2000 jaar van voorkomen.
Voor deze drie neerslaggebeurtenissen geldt dat de herhalingstijd gehalveerd is in 2050. Het model is binnen één/twee uur met de volledige neerslagsom belast waarna het water over het maaiveld stroomt en zich in het oppervlaktewater en de laagste punten verzamelt. De stroming en maximale waterdiepte geven een indicatie van de gevoeligheid. De waterdieptes zijn voor de verschillende neerslaggebeurtenissen vanaf 0,05 m diepte ruimtelijk weergegeven. Na het inzichtelijk maken van de maximale waterdiepten is de begaanbaarheid van wegen in beeld gebracht. De begaanbaarheid van wegen is afhankelijk van de maximale waterdiepte en de toegestane snelheid op een weg. Bij een hogere waterdiepte worden minder hoge snelheden bereikt als bij lage waterdiepte. Daarnaast zorgt een specifieke waterdiepte voor meer overlast op een snelweg dan op een lokale weg. Toegestane snelheden liggen hoger op een snelweg en men zal eerder last ondervinden van bijvoorbeeld aquaplaning. De begaanbaarheid van wegen is onderverdeeld in drie klassen: • • •
Goed begaanbaar, mogelijke snelheid ligt hoger dan de toegestane snelheid. Slecht begaanbaar, mogelijke snelheid ligt lager dan de toegestane snelheid, maar boven de 0 km/h. Onbegaanbaar, mogelijke snelheid is gelijk aan nul.
DROOGTE Ter bepaling van de klimaatbestendigheid voor het thema droogte zijn de factoren vegetatie, neerslagtekort, bodemdaling, zettingsgevoeligheid en funderingsproblematiek onderzocht. Voor de resultaten van de onderwerpen neerslagtekort, bodemdaling en zettingsgevoeligheid is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas. Voor de onderwerpen vegetatie en funderingsproblematiek is gebruik gemaakt van door Arcadis opgestelden onderzoeksmethodieken. Dezen zijn hieronder verder toegelicht. Vegetatie-analyse Om inzichtelijk te maken welke gebieden gevoelig zijn voor verdroging met betrekking tot vegetatie, is gebruik gemaakt van zowel de grondsoorten, de maaiveldhoogte en de grondwaterstand.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
75 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Vegetatie is afhankelijk van de aanlevering van vocht uit neerslag en/of grondwater. Wanneer er geen neerslag valt in droge perioden is vegetatie afhankelijk van vochtlevering uit het grondwater door capillaire nalevering. De mate van capillaire nalevering verschilt per grondsoort, en wordt mede beïnvloed door de hoogte van de grondwaterstand. De gehanteerde waarden zijn weergegeven in Tabel 7. Tabel 7: Ondergrens capillaire nalevering per grondsoort GW-stand
Capillaire nalevering per grondsoort o.b.v. vegetatietype gras Veengronden
Zandgronden
Kleigronden
2 m-mv
0,7 mm/dag
0,5 mm/dag
0,1 mm/dag
3 m-mv
0,1 mm/dag
0,1 mm/dag
0,0 mm/dag
4 m-mv
0,0 mm/dag
0,0 mm/dag
0,0 mm/dag
Er is gebruikt gemaakt van AHN2 maaivelddata in combinatie met de isohypsen berekend uit de gegevens van DINOloket. De ontwatering op een gegeven locatie is dan het verschil tussen het maaiveld en de (geïnterpoleerde) isohypsen. Uit Tabel 7 valt af te lezen dat vegetatie bij kleigronden met een grondwaterstand dieper dan 2 meter geen vocht meer toegediend krijgt vanuit het grondwater via capillaire nalevering. Locaties op kleigronden met grondwaterstanden dieper dan 2 meter onder maaiveld zijn als “verdrogingsrisico” aangereikt. Locaties op zand- en veengronden krijgen dit label wanneer de grondwaterstand lager is dan 3 meter onder maaiveld. Funderingsschade Houten paalfunderingen zijn voornamelijk voor 1950 toegepast en worden over het algemeen alleen gebruikt op klei- en veengronden. Panden die voor 1950 gebouwd zijn op klei- en veengronden zijn dus kwetsbaar voor paalrot wanneer er een daling van het grondwater plaatsvindt.
HITTE Voor het in beeld brengen van de hittegevoeligheid van de gemeente is voor de volgende onderwerpen gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas; zomerse en tropische dagen per jaar, hittestress door warme nachten, opwarming oppervlaktewater en kwetsbare groepen voor hitte. Daarnaast is gebruik gemaakt van een satellietbeeld in het thermisch infrarode spectrum. De sensorwaarden van dit satellietbeeld zijn gebruikt om de oppervlaktetemperatuur te berekenen. De temperatuurwaarden die hier uit voortkomen zijn bedoelt om de verschillen binnen de gemeente en binnen kernen te kunnen differentiëren. Hieronder is deze methodiek toegelicht. Satellietbeeld thermisch infrarood In de stresstest is gebruik gemaakt van een thermisch infrarode opname van de Landsat 8 satelliet. Het grote voordeel van deze opname is dat het in één oogopslag een waarheidsgetrouw en gemeente dekkend totaalbeeld geeft van de op dat moment heersende warmteverschillen. Het is dus in zekere zin op te vatten als een praktijkmeting. Daarbij moet wel in acht worden genomen dat de Landsat opname enkel de (ruwe) sensorwaarden bevat van de oppervlaktetemperatuur zoals gemeten door de satelliet. In de stresstest zijn de sensorwaarden omgezet naar oppervlaktetemperatuur door middel van een aantal wiskundige formules. Allereerst is de temperatuur aan de ‘top van de atmosfeer’ (ongeveer 100km hoogte) vastgesteld.
Aan de top van de atmosfeer kan de balans tussen de inkomende straling van de zon en de uitgaande straling vanuit de aarde berekend worden. Samen met temperatuurconstanten gemeten door de satelliet kan deze temperatuur aan de top van de atmosfeer bepaald worden. De tweede stap is om de emisssiviteit (in andere woorden de mate van uitgestraalde warmte) van het aardoppervlak vast te stellen aan de hand van de mate van vegetatie per gebied. Vegetatie gebruikt een groot deel van zichtbaar licht voor fotosynthese en kaatst dit licht dus nauwelijks terug, dit terwijl nabij-infrarood licht niet gebruikt wordt en dus geheel wordt teruggekaatst. De teruggekaatste straling van zichtbaar en nabij-infrarood licht wordt door de satelliet gemeten, zodoende kan het verschil in deze teruggekaatste straling worden bepaald. Aan de hand hiervan kan de absorptie van licht door het aardse oppervlak en via een vaste omrekenmodule de emissiviteit van warmte aan het aardoppervlak vastgesteld worden. Tot slot is met behulp van deze berekende emissiviteit, de temperatuur aan de top van de atmosfeer omgezet in oppervlaktetemperatuur.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
76 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
De opnamecyclus van de Landsat 8 satelliet bedraagt 16 dagen. De omloopbaan van de satelliet om de aarde heeft enige overlap met zichzelf, waardoor het voor de meeste plaatsen mogelijk is om ongeveer elke 8 dagen een opname te verkrijgen. De opnamebaan is zo ingesteld dat, boven de Benelux, de opname altijd om 10:30 (UTC) wordt gemaakt. Dit komt vervolgens overeen met 11:30 (wintertijd) of 12:30 (zomertijd). Een satellietopname is in principe alleen bruikbaar voor de op dat moment onbewolkte gebieden in het opnamebeeld.
OVERSTROMING Voor de opgenomen resultaten opgenomen onder overstroming is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
77 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
78 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
BIJLAGE B RESULTATEN WATEROVERLAST ALS GEVOLG VAN EXTREME NEERSLAG Bijlage B1 Kernkaarten maximale waterdiepte bui 8
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
79 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B2 Kernkaarten maximale waterdiepte 70mm
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
80 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B3 Kernkaarten maximale waterdiepte 90mm
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
81 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B4 Kernkaarten maximale waterdiepte 160mm
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
82 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B5 Kernkaarten begaanbaarheid wegen bui 8
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
83 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B6 Kernkaarten begaanbaarheid wegen 70mm
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
84 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B7 Kernkaarten begaanbaarheid wegen 90mm
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
85 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage B8 Kernkaarten begaanbaarheid wegen 160mm
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
86 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
BIJLAGE C RESULTATEN DROOGTE Bijlage C1 Gemeente- en kernkaarten kwetsbaarheid van vegetatie voor verdroging
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
87 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage C2 Knelpunten waterkwaliteit
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
88 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage C3 Kwetsbaarheid voor funderingsschade door paalrot
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
89 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
BIJLAGE D RESULTATEN HITTESTRESS
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
90 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Bijlage D1 Gemeente- en kernkaarten oppervlaktetemperatuur
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019