Bijlage 3. Bijlagen bij de BOPA motivering (onderbouwing) Poeldonk d.d. 1 augustus 2025
Tekst van het document
Zonneweide Poeldonk Ruimtelijke Motivering Bijlagenboek
Zonneweide Poeldonk
1
colofon
projectnaam Zonneweide Poeldonk datum 1 augustus 2025 projectnummer P07242 opdrachtgever Lightsource BP BRO projectleider JvdA projectteam TAu, WvdH bron kaft BRO review JvdA
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonneweide Poeldonk
2
Inhoudsopgave Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing
Bijlage 14 - Technische tekeningen
Bijlage 2 - Vooronderzoek bodem
Bijlage 15 - Aanvullende adviesmemo das
Bijlage 3 - Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 16 - Aanvullend cultuurhistorisch onderzoek
Bijlage 4 - Weging van waterbelang
Bijlage 17 - Bevestiging interesselijst Enexis
Bijlage 5 - Reflectierapport zonneweide Poeldonk Bijlage 6 - Archeologisch onderzoek Bijlage 7 - Quickscan flora en fauna Bijlage 8 - Aanvullende inspectie das en bever Bijlage 9 - Aanvullend onderzoek das Bijlage 10 - Memo met inrichtingsmaatregelen das Bijlage 11 - Stikstofnotitie Bijlage 12 - Cultuurhistorische toets Bijlage 13 - Participatie
Zonneweide Poeldonk
3
Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING POELDONK
LIGHTSOURCE BP POELDONK 10 JULI 2025
INHOUD
Inleiding Aanleiding en initiatief Projectgebied Historie Beleidskaders Concept Landschappelijke inpassing Ontwerp Inrichtingsmaatregelen Beplantingsindicatie
POELDONK
STUDIO REDD
INHOUD
2
AANLEIDING EN INITIATIEF
Lightsource BP (hierna initiatiefnemer) wil aan Poeldonk zonneweides realiseren van circa 7,5 hectare. Doel van het initiatief is om de gronden door middel van zonne-energie bedrijfsmatig te exploiteren. Met het initiatief wordt bijgedragen aan de verduurzaming van de gemeente Sint-Michielsgestel en de ecologische verbindingszones. Dit document is gemaakt aan de hand van verschillende beleidsstukken welke leidend zijn geweest voor de verdere uitwerking van het plan.
POELDONK
STUDIO REDD
AANLEIDING EN INITIATIEF
3
PROJECTGEBIED context, inzoom, en beschrijving
Het projectgebied gelegen in het kleinschalig mozaïeklandschap tussen ‘s-Hertogenbosch en Den Dungen. Dit landschap is geschikt voor argrarische gronden. Er zijn verschillende wateren aanwezig, zoals de Zuid-Willemsvaart, de Meerse plas en de Zuiderplas in ‘s-Hertogenbosch. Tevens wordt het landschap gekenmerkt door twee beeklopen: De Aa en de Dommel. Naast de agrarische gronden zijn er percelen met bossen en boomteelt aanwezig.
POELDONK
STUDIO REDD
Het projectgebied gelegen ten zuiden van de N279. Ten westen van het plangebied ligt de Meerse plas en ten oosten ligt Poeldonk. Poeldonk is een gehucht wat hoort bij de gemeente Sint-Michielsgestel.
PROJECTGEBIED
4
PROJECTGEBIED context en beschrijving
Open landschap verdeeld door watergangen met verre uitzichten. Ten noorden van het plangebied ligt de ZuidWillemsvaart. ten westen de Meerse plas en ten oosten Poeldonk. Tevens is er een crossbaan aanwezig ten noorden van de Meerse plas en diverse kleine wateren nabij Poeldonk.
POELDONK
STUDIO REDD
PROJECTGEBIED
5
PROJECTGEBIED Historisch landschap
1950
1975
De planlocatie behoort tot het vroegere Bossche Broek. Tot 1629 was het Bossche Broek een moeras. In opdracht van prins Frederik Hendrik van Oranje werd het moeras voor het beleg van 1629 met behulp van dijkenstelsels en rosmolens leeggepompt. En werd zo een natuurgebied met een polderlandschap. In 1975 is te zien dat er steeds meer rechtlijnige wegen kwamen om het gebied bruikbaarder te maken. Dit geldt ook voor de Brandse straat. Deze is verlegd om een functionele weg aan te leggen voor de zandafgravingen die hier plaats zouden vinden. Daarbij werd het landschap ook
POELDONK
STUDIO REDD
2021
recht getrokken om landerijen in gebruik te kunnen nemen. Door de jaren heen is Den Bosch uitgebreid en de A2 werd aangelegd en is een belangrijke verbinding legt met Eindhoven en Utrecht. Hierdoor is tevens de Meerse plas ontstaan. De afgegraven grond is gebruikt voor de aanleg van de A2. Poeldonk is onderdeel van Den Dungen (Dunghen = Donken). De eerste bewoners van Den Dungen vestigden zich op de plekken waar ze droge voeten konden houden: Poeldonk, Hooidonk en Eikendonk.
PROJECTGEBIED
6
BODEMKAART
Het plangebied bevindt zich op beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Dit zijn kalkloze zandgronden met een minerale eerdlaag. Tevens is de zien dan Poeldonk gelegen is op hoge bruine enkeerdgronden. Dit zijn dikke eerdgronden met een esdek bestaande uit zand. Deze bodem kenmerkt zich door een hoge ligging ten opzichte van het grondwater.
POELDONK
STUDIO REDD
BODEMKAART
7
HOOGTEKAART T.o.v maaiveld
Het plangebied is laag gelegen ten opzichte van zijn omgeving. Hij ligt gemiddeld op 3.40 +NAP. Ten noordwesten van het plangebied ligt een vochtig productiebos die ongeveer op 2.60 +NAP ligt. Verder zorgt het dijklichaam voor een hoogte ten noorden van het plangebied. Deze loopt op tot ongeveer 6.60 +NAP. Op de kaart is ook te zien dat Poeldonk hoger gelegen ligt dan het plangebied. Deze ligt gemiddeld op 6.40 +NAP. De hoogteligging van Poeldonk is terug te refereren naar zijn ontstaanswijze.
POELDONK
STUDIO REDD
HOOGTEKAART
8
LEGGER WATERSTAATSWERKEN Waterschap De Dommel
Op bovenstaande kaart is te zien hoe de A-wateren en B-wateren lopen ten opzichte van het plangebied. Het plangebied wordt gevormd en verdeeld door de watergangen.
POELDONK
STUDIO REDD
LEGGER WATERSTAATSWERKEN
9
BELEIDSKADERS als dragers voor ontwikkelingen
Visie zonne- en windenergie De Klimaatwet stelt als doel dat Nederland in 2023 49% minder uitstoot ten opzichte van 1990. Sint-Michielsgestel heeft in 2040 de ambitie om als gemeente klimaatneutraal te zijn. Hierbij zijn er locaties aangeduidt waar de mogelijkheid is om zonneparken te realiseren. Bij het realiseren van een zonnepark zijn de volgende algemene voorwaarden opgesteld: 1. De omgeving moet de mogelijkheid hebben om te participeren. 2. Er dient een toename te zijn van de biodiversiteit. 3. Met een landschappelijk inpassingsplan moet de ruimtelijke kwaliteit worden gewaarborgd. 4. De maatschappelijke kosten voor de inpassing op het elektriciteitsnetwerk moeten zo laag mogelijk zijn. 5. Er dient een toename te zijn van recreatieve/toeristische waarde.
Ook dient een zonnepark landschappelijk ingepast te worden. Het Afwegingskader Landschap uit de concept RES NOB stelt voorwaarden aan de maximale grootte van een zonnepark in relatie tot de gemiddelde kavelmaat. Er wordt gesproken over het realiseren van kleinere parken op oude zandontginningen en grootschalige parken op jonge heideontginningen. De exacte grootte in hectare wordt niet vastgelegd, maar meer dan 2 hectare wordt als een grens beschouwd. Het is echter belangrijk op te merken dat uit het Eindadvies basisbedragen SDE++ blijkt dat alleen parken groter dan 5 hectare rendabel worden geacht. Als de gemiddelde kavelmaat in een gebied te klein is om een park rendabel te maken, moet het park op een goede wijze ingepast worden in de bestaande kavels, bijvoorbeeld door middel van beplanting of compartimentering.
De landschappelijke inpassing volgt de gedragscode van Zon op land op. Er wordt afgestemd met lokale en nationale (natuur)organisaties zoals o.a. de samenwerking met het masterplan. Specifieke natuurelementen worden toegevoegd en/of versterkt, klein wild kan het park binnen gaan en er worden inheemse, kruidenrijke vegetaties gebruikt. Er vindt voldoende bewatering plaats om de verdroging van de bomen te voorkomen door voldoende ruimte tussen de zonnepanelen. Er is geen sprake van het gebruik van pesticiden en herbiciden. Ter beoordeling zullen er leden van Holland Solar een 0-meting en monitoring uitvoeren (resultaten zijn openbaar). Initiatiefnemers bouwen de mogelijkheid in om extra mitigerende maatregelen te nemen als blijkt dat de negatieve effecten door de zonnepanelen op natuurwaarden groter zijn dan initieel aangenomen. Na het project is vervolgens het voormalig grondgebruik mogelijk. Bomenbeleid Het handhaven en inpassen van (waardevolle) bomen is leidend bij inrichtings- en onderhoudswerkzaamheden in bestaande gebieden. De ingepaste boom dient in het streefbeeld van de locatie te passen en voldoende levensverwachting of waarde heeft in verhouding tot de bijbehorende investering. Een goede leefomgeving voor de boom zorgt ervoor dat de boom oud kan worden. Bron: Gemeente Sint-Michielsgestel
PV zon - Gebiedsspecifieke voorwaarden - Interim omg. verordening. (Visie zonne- en windenergie Sint-Michielsgestel)
PV zon - voorkeursgebieden - Concept-RES NOB (Visie zonne- en windenergie Sint-Michielsgestel)
De realisatie van zonneparken kan worden ingezet voor het behalen van maatschappelijke doelen, zoals het realiseren van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones of het bijdragen aan de waterbergingsopgave. Dit betekent dat zonneparken niet alleen moeten voldoen aan energieopwekking, maar ook aan andere maatschappelijke doelen, zoals natuurbescherming en waterbeheer.
POELDONK
STUDIO REDD
Bron: Visie Zonne- en windenergie Sint-Michielsgestel
Gedragscode Zon op Land: H3.5 Ontwerp en beheer Lightsource BP is als lid van Holland Solar aangesloten bij de ‘Gedragscode Zon op Land’. De gedragscode doet een aantal concrete toezeggingen zodat zonneparken op land ook meerwaarde kunnen bieden voor een gebied, naast de bijdrage aan de energietransitie. Aandacht voor ontwerp en beheer, werken aan integrale landschapsopgaven, monitoren en bijsturen en na het project is het voormalig grondgebruik mogelijk.
Visie energielandschap Het invoegen van duurzame energieopwekking is niet de enige opgave waar het landschap rond ’s-Hertogenbosch voor staat. Er ligt ook een opgave om de lokale biodiversiteit veilig te stellen. De klimaatverandering vraagt ook om het vergroten van de opvang- en bergingscapaciteit van water en het tegengaan van de hittestress. Het vastleggen van CO2 en de overstap naar een kringlooplandbouw zijn andere voorbeelden van de grote opgaven waar het buitengebied de komende decennia voor staat. Het is noodzakelijk om deze opgaven in onderlinge samenhang tot een oplossing te brengen. Dat kan alleen door de opgaven integraal aan te pakken. Dan kan duurzame energie een motor of aanjager zijn voor projecten waarin meer natuur en biodiversiteit, waterberging, verbreding van de recreatieve mogelijkheden of versterking van landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken een plek kunnen krijgen. Bron: Visie energielandschap Deel A
LANDSCHAP ALS DRAGER
10
Omgevingsverordening Noord-Brabant, Groenblauwe waarden De Omgevingsverordening Noord-Brabant, met name artikel 5.46 over groenblauwe waarden, is een belangrijke regelgeving die zich richt op de bescherming, het herstel en de duurzame ontwikkeling van gebieden met belangrijke ecologische en hydrologische functies. Deze gebieden worden gekenmerkt door hun gecombineerde natuurlijke en watergerelateerde waarden, die essentieel zijn voor het behoud van biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap. De Omgevingsverordening Noord-Brabant stelt dat projecten en initiatieven in gebieden met groenblauwe waarden aan specifieke eisen moeten voldoen om de ecologische en hydrologische integriteit van deze gebieden te waarborgen. Het doel is om een duurzaam evenwicht te creëren tussen menselijke activiteiten en de natuurlijke omgeving, waardoor zowel de biodiversiteit als de landschappelijke kwaliteiten behouden blijven en versterkt worden. Vereisten voor een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden: •
Behoud en Ontwikkeling: Projecten moeten gericht zijn op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken.
•
Beschrijving van Waarden: Het omgevingsplan moet een uitgebreide beschrijving bevatten van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.
•
Beschermende Regels: Er moeten specifieke regels worden opgesteld ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken.
•
Positieve Bijdrage van Activiteiten: Elke nieuwe functie of activiteit in het gebied moet een positieve bijdrage leveren aan de versterking van de biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden.
Groene Delta De “Groene Delta” is een belangrijk concept binnen de Omgevingsvisie van ‘s-Hertogenbosch, zoals beschreven in de “Groen en klimaatbestendige bouwsteen”. Dit initiatief richt zich op het versterken van de groenblauwe structuren in de stad om de leefomgeving klimaatresistent en ecologisch waardevol te maken. De Groene Delta omvat een integrale aanpak waarbij groene en blauwe elementen zoals parken, waterwegen, en natuurlijke habitats met elkaar worden verbonden. Dit zorgt niet alleen voor een betere biodiversiteit en ecologische balans, maar biedt ook meer recreatieve mogelijkheden voor inwoners. Het project benadrukt de noodzaak van duurzame stedelijke ontwikkeling waarbij natuur en water centraal staan in de stadsplanning.
Het initiatief De landschappelijke waarden en kenmerken worden door de beoogde landschappelijke inpassing behouden en versterkt, onder andere door het aanplanten van gebiedseigen soorten en het behoud van de watergangen. De aanleg, instandhouding en het beheer van de verschillende elementen wordt in de voorwaarden bij de vergunning geborgd en is verder uitgewerkt in het plan. Voor de totstandkoming van voorliggend plan zijn ook andere relevante beleidsstukken meegenomen, zie hiervoor de ruimtelijke motivering.
Projecten en initiatieven in deze gebieden moeten bijdragen aan: •
• • •
Behoud en herstel van het bodem- en watersysteem: Dit houdt in dat nieuwe ontwikkelingen de bestaande ecologische en hydrologische structuren respecteren en versterken. Ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden: Plannen moeten deze waarden in kaart brengen en waarborgen dat ze beschermd worden. Versterking van biodiversiteit: Nieuwe functies of activiteiten moeten een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit en de ecologische netwerken in de stad. Deze aanpak maakt deel uit van een bredere visie om ‘s-Hertogenbosch klimaatbestendig te maken en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.
Deze geïntegreerde benadering zorgt ervoor dat alle plannen en activiteiten binnen de groenblauwe gebieden bijdragen aan de duurzaamheid en veerkracht van het natuurlijke systeem. Hierdoor worden zowel de ecologische integriteit als de landschappelijke schoonheid van Noord-Brabant behouden en versterkt. Bron: Omgevingsverordening Noord-Brabant
Het plangebied grenst aan de Groene Delta
(’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig Bouwsteen voor de bossche omgevingsvisie) POELDONK
STUDIO REDD
LANDSCHAP ALS DRAGER
11
CONCEPT
Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid met betrekking tot landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Planvoornemen De inpassing van het plangebied is gericht op twee zaken: De naadloze integratie van duurzame energie en het ontwikkelen en versterken van ecologische verbindingszone. Dit concept betreft de landschappelijke inpassing van een zonneweide, waarbij de focus ligt op biodiversiteit en het zo natuurlijk mogelijk integreren van het zonnepark in het bestaande landschap. Dit wordt bereikt door het plangebied aan te laten sluiten op bestaande groenstructuren in de omgeving. Hierdoor worden ecologische verbindingszones vergroot. Dit wordt bereikt door het aanplanten van struweelranden die passen bij de eigenheid van het gebied, het inzaaien van bloemrijk grasland, het toevoegen van takkenrillen en creëren van poelen met natuurlijke oevers.
Referentiebeeld takkenril
Het plangebied wordt opgedeeld door een patroon van sloten, die niet alleen de waterhuishouding regelen, maar ook bijdragen aan de biodiversiteit en waterkwaliteit van Poeldonk en omgeving. Deze watergangen blijven ongemoeid, waardoor hun waarde behouden blijft. Een 8 meter brede groene buffer rondom het zonnepark omvat een hekwerk, beheerpad van 3 meter en een struweelrand van 2,5 - 7,5 meter breed met gebiedseigen soorten. Deze buffer dient niet alleen om de zonnepanelen aan het zicht te onttrekken, maar ook om de biodiversiteit te vergroten.
Referentiebeeld Bloemrijk grasland
Door deze inpassing te baseren op de huidige verkaveling en deze aan te vullen met groenstroken, wordt de karakteristieke structuur van het landschap benadrukt, wat de leesbaarheid ervan vergroot. De toegepaste groenelementen dragen significant bij aan de biodiversiteit en ecologisch functioneren van het landschap door het bieden van voedselbronnen en schuilplaatsen. De groenelementen vormen een samenhangend netwerk door het landschap.
Referentiebeeld Gemengd struweel
POELDONK
STUDIO REDD
Watergangen (blauw) en ecologische verbindingzone (groen)
CONCEPT
12
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING BP LIGHTSOURCE POELDONK JULI 2025
D'
VOORLOPIG ONTWERP POELDONK
D
Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de ontwikkeling op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren.
B B'
Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Nevenstaande uitwerking illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Landschappelijk inpassing: In de landschappelijke inpassing komen de volgende zaken terug:
Algemeen
A
A'
Watersysteem Projectgrens
Watergang
Kadastrale grenzen
Talud
C
Ter plaatse van de A-watergangen wordt 5 meter tot de insteek vrijgehouden voor onder andere het beheer van de watergangen. 2. Er wordt bloem- en kruidenrijk grasland gezaaid in de zoom buiten het hekwerk als overgang en onder en rondom de zonnepanelen. Het wordt ingezaaid met een speciaalmengsel van Cruydt Hoeck wat afgestemd is op het gebied. 3. Er bevindt zich langs het hekwerk een 3 meter breed beheerpad. 4. De zonnepanelen worden afgeschermd met een nieuw hekwerk met een gebiedseigen struweelrand van 2,5 meter breed aan de noord en westzijde en 7,5 meter breed aan de oost en zuidzijde. 5. Binnen het hekwerk is er ruimte voor het plaatsen van pv stellingen, in zuid opstelling. 6. Bestaande duikers worden behouden. 7. De bestaande boom wordt behouden. Hierin wordt een steenuilkast geplaatst. 8. Gebieden rondom het plangebied worden behouden in orginele staat. 9. Poelen met oeverbeplanting worden geplaatst in de zonnige gedeeltes van het plangebied. 10. Een takkenril creëert een habitat die verschillende diersoorten aantrekt.
C'
1.
Duiker Verhardingen Toegangsweg
Inrichtingselementen Onderhoudspad
Grens PV
Poort
PV stellingen
Hekwerk
Civ-Spares
Civ-Monitoring Beplantingen
E
Bestaande boom
Civ Custumer-sub
Knotboom
Ac cables - inventor
Struweel
Bloemrijk grasland, ruigte
Bloemrijk grasland
Poel Oevervegetatie
POELDONK
STUDIO REDD
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 1:500
STUDIO REDD Abcovenseweg 23a 5051 PT Goirle +31 (0)13 744 00 97 info@studioredd.nl www.studioredd.nl LET OP! Dit is geen werktekening.
13
INRICHTINGSMAATREGELEN
Met de inpassing wordt aangesloten op de aanwezige landschapskenmerken en kansen voor natuurontwikkeling. Er ontstaat hierdoor een gebied met een kamerstructuur wat aansluit bij het omringende landschap. 1. Beheerpad watergangen. Ter plaatse van de A-watergangen wordt 5 meter tot de insteek vrijgehouden voor onder andere het beheer van de watergangen. 2. Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland, zoom buiten hekwerk en binnen hekwerk onder en rondom de zonnepanelen Meerdere zijdes hebben een zoom van bloem- en kruidenrijk grasland. Op deze manier ingerichte oppervlaktes trekken veel insecten aan als hommels en vlinders, waarmee ingespeeld wordt op de landelijke afname van het aantal insecten. Het bloemrijk grasland wordt tevens onder en rondom de zonnepanelen ingezaaid. Deze geschakeerde inrichting verhoogt ook nog eens de belevingswaarde van het geheel en zorgt voor een vriendelijke aanblik. 3. Nieuw hekwerk met gebiedseigen struweelrand 2,5-7,5m breed Ter afscheiding van de zonneweide wordt rondom een grofmazig gaashekwerk geplaatst. Om migratie van kleine zoogdieren te bevorderen wordt bekeken welke optie in dit gebied het beste van toepassing is: - Diervriendelijke openingen op strategische plekken in het hekwerk. - Tussenafstand hekwerk en panelen bedraagt ca. 3m. - Brede struweelrand voor biodiversiteit en schuilplaats voor kleine zoogdieren, zoals de das. 4.
Ruimte voor het plaatsen van pv stellingen. Het landschap van de Dungense polder kenmerkt zich door openheid en verre doorzichten. Vanuit landschappelijke overwegingen is het daarom wenselijk om de oriëntatie van panelen zo eenduidig en laag (2m) mogelijk te houden, zodat een zo recht mogelijke rooilijn ontstaat met zo weinig mogelijk vertanding langs zichtbare zijdes. Daarom is gekozen de bestaande verkavelingsrichting te volgen om een logische aansluiting bij omliggend gebied te maken.
5. Duiker Bestaande duikers worden behouden, zodat watergangen met elkaar verbonden blijven.
Slot De nieuwe ontwikkeling aan Poeldonk kan middels de voorgestelde inrichtingsmaatregelen landschappelijk worden ingepast waardoor er op een verzorgde en natuurlijke manier aangesloten worden op de aanwezige landschappelijke structuren en kwaliteiten. Kracht van deze kwaliteitsverbetering is dat niet alleen landschappelijk, maar ook ecologisch een meerwaarde kan worden behaald, wat als nieuwe kwaliteitslaag aan het gebied wordt toegevoegd.
6. Ruimte reservering bestaande boom Er worden maatregelen getroffen om de bestaande boom te behouden. Er wordt hierbij gericht op een gezonde leefomgeving voor de boom. De inrichtingsmaatregelen mogen geen negatieve invloed hebben op de groeiplaats. 7. Agrarische behouden gronden Gebieden rondom het plangebied worden behouden in orginele staat. 9. Poel met oeverbeplanting Het strategisch inpassen van een poel met oeverbeplanting op een zonnige plek van het plangebied geeft aanzienlijke voordelen voor de biodiversiteit. Deze ecologische toevoeging zal fungeren als een habitat, die een breed scala aan planten- en dierensoorten ondersteunt. Vanuit een ecologisch perspectief biedt het een diverse omgeving voor flora en fauna om te gedijen, wat bijdraagt aan het behoud van lokale biodiversiteit en het versterken van ecologische stabiliteit. 10. Takkenril Het toevoegen van takkenrillen langs de oevers van greppels in het plangebied is een strategische zet voor natuur- en landschapsbeheer. Deze constructies verbeteren de biodiversiteit en zou een bevordering kunnen zijn voor doelsoorten, zoals de das. Tevens voorkomen ze erosie door stabilisatie van de oevers, wat de waterkwaliteit en bodemintegriteit ten goede komt. Als duurzame structuren voegen ze organisch materiaal toe aan de bodem en verfraaien ze het landschap, terwijl ze tegelijkertijd ecologische en visuele voordelen bieden.
Bloemrijk grasland
11. Steenuilkast Het toevoegen van een uilenkast in de bestaande boom kan een waardevolle bijdrage leveren aan het lokale ecosysteem. Uilenkasten bieden een veilige en geschikte nestplaats voor uilen, die vaak moeite hebben om natuurlijke nestplaatsen te vinden door verlies van oude bomen en geschikte holtes. Door een uilenkast te plaatsen, ondersteun je de uilenpopulatie in het gebied, wat bijdraagt aan het behoud van de biodiversiteit. Poel met natuurlijke oever
POELDONK
STUDIO REDD
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
14
BEPLANTINGSINDICATIE Aanplant
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. 1. Struweelrand Aanplant: • 2-3- jarig bosplantsoen • Maat 60-80cm hoogte • Planten in driehoeksverband • Buitenste rij op 0.5m uit de perceelrand • Afstand tussen de rijen 1.00 meter • Plantafstand in de rij 1.00 meter • Aanplant tussen half november en half maart • Voorfrezen grondoppervlak • Aanplant in groepen van 5 stuks • ca.
0.62 ha Sortiment struweel 7,5 meter: 5% - Ac - Acer campestre - Veldesdoorn - Groep 5% - Cm - Crataegus monogyna - Eenstijlige meidoorn - Groep 5% - Ca - Corylus avellana - Hazelaar - Groep 5% - Cb - Carpinus betulus - Haagbeuk - Groep 10% - Lv - Ligustrum vulgare - Wilde liguster - Groep 10% - Ia - Ilex aquifolium - Hulst - Groep 10% - Rf - Rhamnus frangula - Sporkehout - Groep 10% - Ps - Prunus spinosa - Sleedoorn - Groep 3% - Rc - Rosa canina - Hondsroos - Solitair 2% - Rr - Rosa rubiginosa - Wilde roos - solitair 5% - Sd - Salix dasyclados - Duitse dot - Groep 5% - Sc - Salix caprea - Boswilg - Groep 5% - Sa - Sorbus aucuparia - Wilde lijsterbes - Groep 20% - Tb - Taxus baccata - Venijnboom - Groep Sortiment struweel 2,5 meter: 20% - Cm - Crataegus monogyna - Eenstijlige meidoorn - Groep 20% - Lv - Ligustrum vulgare - Wilde liguster - Groep 20% - La - Ilex aquifolium - Hulst - Groep 20% - Rf - Rhamnus frangula - Sporkehout - Groep 20% - Tb - Taxus baccata - Venijnboom - Groep
POELDONK
STUDIO REDD
2. Bloem-en kruidenrijk grasland Aanplant • Buiten en binnen hekwerk inzaaien met middelhoog inheems bloemrijk graslandmengsel, Speciaalmengsel ontwikkeld door Cruydt Hoeck. Afhankelijk van het type zonnepanelen kan een speciaal mengsel samengesteld worden voor onder de zonnepanelen. • Eindhoogte ca. 20 - 120cm • Bovenste 4-6cm afplaggen of onderspitten indien nodig vals zaaibed aanleggen, om de 2-3 weken (na kiemen) ondiep schoffelen • Zaaien: Eind juli - oktober (november) of februari - maart (half april) • Dunner zaaien, 0,3 - 1 gram per m • Bloei vanaf het 2e jaar
ca 7 ha inzaaien • Zoom buiten hekwerk • Drie meter beheerpad • Landschap onder panelen
Sortiment: Achillea millefolium - Duizendblad Anthriscus sylvestris - Fluitenkruid Cardamine pratensis - Pinksterbloem Centaurea jacea - Knoopkruid Crepis capillaris - Klein streepzaad Daucus carota - Peen Echium vulgare - Slangenkruid Galium mollugo subsp. erectum - Glad walstro Heracleum sphondylium subsp. sphondylium - Gewone berenklauw Hypericum perforatum - Sint-Janskruid Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid Lathyrus pratensis- Veldlathyrus Leucanthemum vulgare - Gewone margriet Lotus corniculatus var. corniculatus - Gewone rolklaver Medicago lupulina - Hopklaver Plantago lanceolata - Smalle weegbree Prunella vulgaris - Gewone brunel Ranunculus acris - Scherpe boterbloem Rumex acetosa - Veldzuring Scorzoneroides autumnalis - Vertakte leeuwentand Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid Trifolium dubium - Kleine klaver Trifolium pratense - Rode klaver Veronica chamaedrys - Gewone ereprijs Vicia cracca - Vogelwikke Vicia sativa subsp. angustifolia - Smalle wikke Viola arvensis - Akkerviooltje
BEPLANTINGSINDICATIE
15
BEPLANTINGSINDICATIE Concept beheerplan
Het uitvoeren van een goed beheer speelt een cruciale rol in het bevorderen van de biodiversiteit, het behoudenvan de ecologische balans en het verbeteren van de leefomgeving. Bodemverbetering Voor de werkzaamheden bodemverbetering toepassen. Gebruik hiervoor een mengsel van klaver. Pas dit een seizoen lang toe om grondstructuur te verbeteren. Hierdoor wordt de bodem voedselarmer. Struweelrand • Na aanplant de eerste 5 jaar monitoren. De eerste twee jaar intensief monitoren op droogte en uitval van planten. Ook intensief water geven. • Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is. Een eerste beoordeling na ong. 5 jaar. • Na 5 jaar 1 x per jaar snoeien en bovenlangs knippen. • De Corylus, Cornus, en Salix 1x per 5 jaar afzetten. • Wanneer de maximale hoogte van 2 meter is bereikt, ieder jaar onderhoudt plegen om de hoogte van 2 meter niet te overschrijden. • Struweelrand ligt naast beschermingszone van A-watergangen. Dit is 5 meter na de watergang. Beschermingszone vrijhouden van struweel. Bloemrijk grasland • Na aanplant voorzien van voldoende water • Na 1 jaar beoordelen op er aanvullende maatregelen nodig zijn. Denk hierbij aan bijzaaien of het mengsel aanpassen. • Na aanslaan van mengsel jaarlijks of 1 of 2 keer gefaseerd maaien. Maaisel direct of na 1-2 dagen afvoeren. • Bloei vanaf het 2e jaar.
Poelen • Eens in de 10 jaar de poel baggeren. Wanneer de diepte van de poel zodanig is afgenomen het bezinksellaag verwijderen. • Bij het onderhoud kun je uitgaan van 50% open water. Als de vegetatie een groter deel beslaat dan is onderhoud gewenst. • Werkzaamheden van poelen waarbij amfibieën of hun larven aanwezig kunnen zijn worden bij voorkeur tussen half augustus en half oktober uitgevoerd. Er zijn dan nauwelijks amfibieën in het water. • Bij schoningswerkzaamheden naar een kant toe werken. De poel wordt dan over een kleine afstand verplaatst. Bij een volgende onderhoudsbeurt kan deze verplaatsing te niet worden gedaan. Zorg voor een oost-west verplaatsing,
POELDONK
STUDIO REDD
• •
zodat de noordkant ongeschonden blijft. Niet de gehele poel van vegetatie en sliblaag ontdoen. Bufferstrook van tenminste 5 meter om het water. Deze strook gefaseerd maaien in de periode september tot half oktober.
Bestaande boom • 1x per jaar onderhoudssnoei om dode takken te verwijderen, probleemtakken in te korten of weg te snoeien. B-watergangen Met waterschap overleggen wat de specifieke regels zijn betreffende het onderhoud voor de B-watergangen. Algemeen geldende regels (kan verschillen per locatie): • Regelmatig verwijderen van vuil, bladeren, en andere obstructies die de waterdoorstroming kunnen belemmeren. • Voorkomen van ophoping van slib en zand • Periodiek maaien van de oevers. 1 of 2 keer per jaar. • Onderhouden van een goede vegetatie op de oevers om erosie te voorkomen. • Regelmatige inspectie van duikers om te zorgen voor een goede doorstroming • Verwijderen van zwerfafval uit de watergang en langs de oevers. Waterschap De Dommel controleert 1x per jaar of het onderhoud goed is uitgevoerd. Dit wordt gecontroleerd aan het begin van het jaar. A-watergangen • Beheer ligt bij het Waterschap de dommel • Het maaisel wordt op de oevers gelegd. Als eigenaar van het aangrenzende perceel moet je dit maaisel ontvangen en als je wil zelf verwijderen.
BEPLANTINGSINDICTATIE
16
BEPLANTINGSINDICATIE
Max. water hoogte 23 cm
d lu ta 1 1:
Cm Tb
Rr
Tb Rf
Rf
Ia
Ps
Ps
Ps
Tb
Rf
Uitgaande van bestaande situatie
Rf Rf Tb
Tb Tb
7.50
Min. water hoogte 90 cm
Rf
Tb
Tb
Tb
BEHEERPAD
STRUWEEL
1.0
Max. water hoogte 23 cm
1 1:
BEHEERPAD
Ca
Watergang met bloemrijk grasland en struweel A-A’
ud
Ia
19.05
Rf
Tb
Ca
ZONNEPANELEN
3.00
Rf
Tb
Tb
Ia
BEHEERPAD
2.50
Cm
Cm Sa
Ca Ca
STRUWEEL OP BLOEMRIJK GRASLAND
Cm
Tb
Ia Ia
5.00
Ia
Cm Sa
Rf Ca
BLOEMRIJK GRASLAND
Cm
Rc
Rf Ia
1.00
l ta
Rf
TALUD
1.00
Ia
Sd
Rf
WATERGANG
1.00
Ia
Ia
Sa
Tb Tb
Ia Sd
Sa
Lv Lv
Sa
Tb
TALUD
1.80
Lv
Lv Sd
Ps Ps
BERM
Lv
Sd
Ps Tb
Tb Sc
Ps
Tb Tb
Sd
Rr Lv
Lv
Tb Sc
Sc
Rf Tb
Sc
Cm Lv
Lv
Rf Cb
Cm
Rf Rf
Sc
Cm Cm
Lv
Rf Cb
Cb
Cm Cm
Cb
Cm Tb
Tb
Cm Ac
Cb
Cm Cm
Ac
Ps Tb
Tb
Ia Ac
Ac
Ia Ia
Ac
Rc Tb
Ia Lv
Ps
Lv Ia
Rc
Ps Ia
Ia
Lv Lv
Lv
Rf Ia
Lv Lv
Lv
Rf Ia
Lv Lv
Rf
Uitgaande van bestaande situatie
Tb Tb
Sc
Cm Cm
Tb
Tb
Sc
Tb Tb
Tb
Sc
Cm Cm
Min. water hoogte 90 cm
BEHEERPAD
1.0
Principe aanplant struweel
BEHEERPAD
STRUWEEL
1.0
2.5
1.0
LET OP! Dit is geen werktekening. Alle afmetingen dienen in het werk gecontroleerd te worden.
STUDIO REDD ABCOVENSEWEG 23A 5051 PT GOIRLE SCHAAL FORMAAT DATUM
1:100 A3 15 January 2019
PROJECT PROJECTADRES ONDERDEEL
SCHAAL FORMAAT DATUM
PROJECTNAME PROJECTADRES ONDERDEEL
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
3.00
STRUWEEL
BLOEMRIJK GRASLAND
7.50
6.00
1:200 A3 23 April 2024
WATERGANG
Struweelrand B-B’ ZIE BIJLAGE VOOR FORMAAT OP SCHAAL. POELDONK
STUDIO REDD
BEPLANTINGSINDICATIE
17
BEPLANTINGSINDICATIE
2.00
talu
talu
d1
:2
Max. water hoogte 23 cm
d1
:2
Referentiebeeld gemengde struweelrand na 3-8 jaar
Uitgaande van bestaande situatie
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
TALUD
WATERTALUD GANG
0.50 0.80 0.50
BEHEERPAD MET TAKKENRIL
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
Watergang C-C’
:2
d1
talu 2.00
lu
ta
Max. water hoogte 23 cm
d 1
1:
Min. water hoogte 90 cm
Uitgaande van bestaande situatie
Referentiebeeld watergang
LET OP! Dit is geen werktek Alle afmetingen dien werk gecontroleerd te
SCHAAL FORMAAT DATUM
STUDIO REDD ABCOVENSEWEG 23A 5051 PT GOIRLE
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
3.00
Referentiebeeld bloemrijk grasland na 1-2 jaar
POELDONK
STRUWEEL
2.50
BLOEMRIJK GRASLAND
WATERGANG
STUDIO REDD
PROJECT PROJECTADRES ONDERDEEL
DIJK
5.00
Noordzijde D-D’
1:200 A3 23 April 2024
ZIE BIJLAGE VOOR FORMAAT OP SCHAAL. BEPLANTINGSINDICATIE
18
BP PO LI
BEPLANTINGSINDICATIE Foto’s soorten struweelrand
POELDONK
STUDIO REDD
Rosa rubiginosa
Corylus avellana
Carpinus betulus
Sorbus aucuparia
Acer campestre
Rosa canina
Salix dasyclados
Salix caprea
Crataegus monogyna
Rhamnus frangula
Ilex aquifolium
Ligustrum vulgare
Taxus baccata
Prunus spinosa
BEPLANTINGSINDICATIE
19
BEPLANTINGSINDICATIE Foto’s bloemrijk grasland
POELDONK
STUDIO REDD
BEPLANTINGSINDICATIE
20
PROFIEL ZUID - DIJK
18.00 7.00
+6.15 +3.44 3.50
+4.06
2.00
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD 3.00
STRUWEEL 7.50
BLOEMRIJK GRASLAND 5.00
WATERGANG
CONIFEREN KWEKERIJ
2.60
45.45
WATERGANG 2.75
AKKERLAND 119.75
WATERGANG 2.75
PRIVÉ TERREIN 57.25
TALUD 9.20
WONING
WEG OP DE DIJK
9.10
7.95
246.15 AFSTAND ZONNEPANELEN - WONING
Principe profiel E-E’ van het zuiden van het plangebied naar een woning op de dijk.
PROJECT LIGHTSOURCE BP PROJECTADRES POELDONK ONDERDEEL PROFIEL ZUID SCHAAL 1:250 FORMAAT A0 DATUM 26 June 2024
ZIE GROOT FORMAAT PLANKAART VOOR DOORSNEDE OP SCHAAL. POELDONK
STUDIO REDD
PROFIEL E - E’
21 LET OP! Dit is geen werktekening. Alle afmetingen dienen in het werk gecontroleerd te worden.
BIJLAGEN
Max. water hoogte 23 cm
d lu ta 1 1:
Min. water hoogte 90 cm
Uitgaande van bestaande situatie
BERM
TALUD
WATERGANG
TALUD
1.80
1.00
1.00
1.00
BLOEMRIJK GRASLAND
5.00
STRUWEEL OP BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
ZONNEPANELEN
2.50
3.00
19.05
Watergang met bloemrijk grasland en struweel A-A’
LET OP! Dit is geen werktekening. Alle afmetingen dienen in het werk gecontroleerd te worden.
STUDIO REDD ABCOVENSEWEG 23A 5051 PT GOIRLE
POELDONK
STUDIO REDD
DOORSNEDE SCHAAL A-A’ FORMAAT DATUM
1:200 23 A3 23 April 2024
PROJECT PROJECTADRES ONDERDEEL
BP LIGHTSOURCE POELDONK LIP
Max. water hoogte 23 cm
d
lu
ta 1
1: Min. water hoogte 90 cm
Uitgaande van bestaande situatie
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
3.00
STRUWEEL
BLOEMRIJK GRASLAND
7.50
6.00
WATERGANG
Struweelrand B-B’
POELDONK
STUDIO REDD
DOORSNEDE B-B’
24
LET OP! Dit is geen werktekening. Alle afmetingen dienen in het werk gecontroleerd te worden.
2.00
talu
talu
d1
:2
Max. water hoogte 23 cm
d1
:2
Uitgaande van bestaande situatie
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
TALUD
WATERTALUD GANG
0.50 0.80 0.50
BEHEERPAD MET TAKKENRIL
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
Watergang C-C’
POELDONK
STUDIO REDD
STUDIO REDD
DOORSNEDE C-C’
SCHAAL
LET OP! Dit is geen werktekening. Alle afmetingen dienen in het werk gecontroleerd te worden.
25
1:200
PROJECT
BP LIGHTSOURCE
:2
d1
talu 2.00
d
lu
ta
Max. water hoogte 23 cm
1
1:
Min. water hoogte 90 cm
Uitgaande van bestaande situatie
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
BEHEERPAD
3.00
STRUWEEL
2.50
BLOEMRIJK GRASLAND
5.00
WATERGANG
DIJK
Noordzijde D-D’
POELDONK
STUDIO REDD ABCOVENSEWEG 23A
STUDIO REDD
DOORSNEDE D-D’
SCHAAL FORMAAT
26
1:200 A3
LET OP! Dit is geen werktekening. Alle afmetingen dienen in het werk gecontroleerd te worden.
PROJECT PROJECTADRES
BP LIGHTSOURCE POELDONK
Bijlage 2 - Vooronderzoek bodem
Vooronderzoek NEN 5725 Zonneweide Poeldonk (Gemeente Sint-Michielsgestel)
Vooronderzoek NEN 5725 Zonneweide Poeldonk Gemeente Sint-Michielsgestel Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM24020 : Definitief (versie 1) : 19 maart 2024
Opdrachtgever
: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Opgesteld door
: MSc A. Soomers
Gecontroleerd door
: BEd L. Koomen
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5725 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een vooronderzoek sprake is van een momentopname. Dit betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM24020
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................6 2.1
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................6
2.2
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6
2.3
Historische (bodem) informatie................................................................................................................................................................7
2.4
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9
2.5
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.6
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.7
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 10
2.8
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 12
Bijlagen: 1 2 3 4
Topografische overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten Omgevingsrapportage met bodeminformatie
Pagina | 3 AM24020
1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Zonneweide Poeldonk
Gemeente
: Sint-Michielsgestel
Kadastrale registratie
: Den Dungen, sectie F, nummers 71, 72 en 73
Oppervlakte
: circa 7,5 hectare
Huidig gebruik van de locatie
: agrarisch bouwland
Toekomstig gebruik
: zonneweide
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit historisch bodemonderzoek is in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Planvoornemen is om op de onderzoekslocatie een zonneweide te ontwikkelen.
Doel Het doel van het vooronderzoek is om op basis van de onderzoeksgegevens vast te stellen of er sprake is van een mogelijke verontreiniging van de bodem met stoffen die een belemmering kunnen vormen met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725 van het Nederlands Normalisatie-Instituut. In dit vooronderzoek wordt het volgende beschreven: •
algemene gegevens;
•
het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie;
•
het toekomstige gebruik van de onderzoeklocatie;
•
de directe omgeving van de onderzoekslocatie;
•
de bodemopbouw en de diepte en stroming van het freatisch grondwater.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
Pagina | 4 AM24020
De in hoofdstuk 2 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
opdrachtgever;
•
kadaster.nl;
•
topotijdreis.nl;
•
dinoloket.nl;
•
bodemloket.nl;
•
AHN.nl;
•
gemeente Sint-Michielsgestel;
•
omgevingsdienst Brabant Noord;
•
provincie Noord Brabant;
•
terreininspectie.
Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau.
Pagina | 5 AM24020
2. VOORONDERZOEK 2.1
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt nabij het knooppunt van de A2 (af- en oprit Veghel) met de N279, ten noorden van Den Dungen, in een open groen gebied oostelijk van de Meerse Plas. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Den Dungen, sectie F, nummers 71, 72 en 73. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 153.215 / Y = 410.097. Zie bijlage 1 voor een topografische kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKviewer)
2.2
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie nooit bebouwd is geweest. In de periode vanaf 1978 tot en met 1984 is er centraal in het plangebied een boomgaard zichtbaar. Op de kaart uit 1984 is deze boomgaard niet meer zichtbaar en hebben er tot heden geen veranderingen plaatsgevonden binnen de onderzoekslocatie. De bruinzwarte blokjes op de kaart uit 2021 geven de gemeentegrens weer. Tevens zijn er verscheidene sloten zichtbaar binnen het onderzoeksgebied. De kaart uit 2021 komt overeen met de huidige situatie.
Pagina | 6 AM24020
1850
1899
1978 1984 Afbeelding 2: Geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.3
1955
2021
Historische (bodem) informatie
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op <datum vooronderzoek> een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Sint-Michielsgestel. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor een verhoogd voorkomen aan PFAS of GenX. Deze zijn niet bekend bij de gemeente. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, (milieu)dossiers en bouw- en sloopvergunningen beschikbaar. Via de website van de omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De omgevingsrapportage met bodeminformatie is opgenomen in bijlage 4. Uit de rapportage blijkt dat op de locatie niet eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. In de directe omgeving zijn de in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd.
Pagina | 7 AM24020
Bodemonderzoek
Samenvatting resultaten
Eindsituatieonderzoek 1,
Deze locatie bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie.
Meersestraat (ong.), Den Dungen
Bovengrond: plaatselijk licht verontreinigd met cadmium.
Econsultancy
Ondergrond: licht verontreinigd met kwik en plaatselijk licht verontreinigd met cadmium.
Kenmerk: 09083505
Grondwater: licht verontreinigd met barium en naftaleen.
d.d. 18-11-2009
Conclusie: geen nader onderzoek en geen belemmeringen voor de locatie als landbouwgrond. Uitgezonderd de zeer plaatselijke en zeer lichte verhogingen met cadmium zijn de onderzoeksresultaten grotendeels gelijk aan het nul situatie bodemonderzoek ter plaatse.
Nulsituatie bodemonderzoek,
Deze locatie bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie.
Meersestraat (ong.), Den Dungen
Zintuigelijk: geen verontreinigingen in de boven- en ondergrond.
Econsultancy
Bovengrond: geen verontreinigingen.
Kenmerk: 09083504
Ondergrond: zeer lichte verontreiniging met kwik.
d.d. 24-09-2009
Grondwater: licht verontreinigd met barium. Zodra het parkeren op locatie niet meer plaatsvindt dient er een eindonderzoek plaats te vinden, teneinde vast te stellen of deze activiteit heeft geleidt tot een verslechtering van de bodemkwaliteit.
Verkennend bodemonderzoek
Deze locatie bevindt zich direct aangrenzend ten oosten van de onderzoekslocatie.
Poeldonk 25, Den Dungen
Locatie: Particuliere woning met schuur en restauratiebedrijf voor oldtimers.
NIPA
Conclusie: De bodem en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters.
Kenmerk: 09.11245 d.d. 10-8-2009 Verkennend bodemonderzoek
Deze locatie bevindt zich ten zuidoosten van de onderzoekslocatie.
Aan de Flaas 4, Den Dungen
Aanleiding: mogelijke aankoop van de locatie.
Milon Milieu Onderzoek B.V.
Bovengrond: geen verhogingen aangetoond.
Kenmerk: 21533
Ondergrond: licht verhoogd met minerale olie.
d.d. 2-11-2001
Grondwater: licht verhoogd met arseen, chroom en lood. Conclusie: geschikt voor toekomstig gebruik.
Indicatief bodemonderzoek
Deze locatie bevindt zich ten noorden van de onderzoekslocatie.
Vaste brug over de Zuid-
Bovengrond: licht verhoogd met cadmium, lood, EOX en PAK’s. Voor de PAK verbinding
Willemsvaart
benzo(a)pyreen wordt de B waarde overschreden (deze boorlocaties bevinden zich in de nabije
MH Nederland
omgeving van houthandel de Molenheide waar zintuigelijk fysische verontreinigingen in de vorm van
Dossiernummer 908
puin zijn waargenomen.
d.d. 1993
Ondergrond: lichte verontreiniging met zink en cadmium, matige verontreiniging met arseen. Aanbevelingen: Onderscheiden schone grond en (licht) verontreinigde grond, uitsplitsen verontreinigde mengmonsters en uitvoeren aanvullend onderzoek ter plaatse van de PAK en lood verontreinigingen.
Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX anders dan landelijk voorkomend bij de klasse landbouw/natuur.
Pagina | 8 AM24020
Voormalig stortplaats Hooidonksedijk (NB1400001) is gelegen op circa. 550 meter oostelijk van het onderzoeksgebied. De stroming van het grondwater vanaf deze voormalige stortplaats is hoofdzakelijk noordelijk gericht naar de Zuid-Willemsvaart. Tevens is er stroming van dit grondwater richting het westen, in de richting van het onderzoeksgebied. Gezien de afstand van circa. 550 meter hemelsbreed verwachten wij geen kans op bodem- en/of grondwaterverontreiniging vanaf deze voormalige stortplaats binnen het onderzoeksgebied. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Noord Brabant blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen ontgrondingen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
2.4
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,00 – 2,5
Holocene afzettingen,
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand,
complexe eenheid.
klei en veen en een weinig grof zand.
Formatie van Boxtel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige
tweede zandige eenheid.
klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Boxtel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige
derde zandige eenheid.
klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Boxtel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige
vierde zandige eenheid.
klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Beegden,
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei, met weinig veen en
Laag van Rosmalen,
midden zand en een spoor fijn zand.
2,5 – 5,1
5,1 – 17,3
17,3 – 19,6
19,6 – 22,7
eerste kleiige eenheid. 22,7 – 25,4
25,4 – 31,3
31,3 – 55,4
Formatie van Beegden,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met
tweede zandige eenheid.
weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
Formatie van Beegden,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met
derde zandige eenheid.
weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
Formatie van Sterksel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige
eerste zandige eenheid.
klei, fijn zand en grind en een spoor klei.
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 3,3 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal westelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 3,1 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.5
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 27 februari 2024 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3. Pagina | 9 AM24020
De locatie bestaat uit agrarisch bouwland en grasland met sloten. Ten tijden van de veldinspectie is het erg nat geweest, er staan dan ook verschillende waterpoelen binnen het plangebied. De locatie is grotendeels vlak. Langs de Dungelsesloot is er een dijk met bomen aanwezig. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of
bronnen van
verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Poeldonk met daaraan de Zuid-Willemsvaart, aan de oostzijde door weilanden, aan de zuidzijde door weilanden en de Meersestraat en aan de westzijde door de Meerse Plas.
2.6
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.7
Bodemkwaliteitskaart
Op de bodemkwaliteitskaart van de regio Brabant Noordoost is de onderzoekslocatie voor de bovengrond ingedeeld in de bodemkwaliteitszone ‘landbouw/natuur’ en voor de ondergrond in de zone ‘landbouw/natuur’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘overig: landbouw/natuur’.
2.8
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie grotendeels als “onverdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Centraal is de locatie ter plaatse van perceelnummer 72 verdacht op OCB. Op deze deellocatie heeft van 1978 tot en met 1984 een boomgaard gestaan. Boomgaarden van voor eind jaren ‘80 zijn verdacht op het gebruik van OCB. Ter plaatse van de locatie dient rekening gehouden te worden met regionaal verhoogde achtergrondwaarden van zware metalen in het grondwater.
Pagina | 10 AM24020
Afbeelding 3: Plangebied met de voormalige boomgaard (verdachte deellocatie) zwart gearceerd (overeenkomend met perceelnummer 72).
Uit het planvoornemen blijkt dat ter plaatse van de locatie de bestaande watergangen blijven gehandhaafd, deze watergangen worden echter wel losgekoppeld ter bevordering van amfibieën en reptielen. Om de kwaliteit van de waterbodems ter plaatse van de planlocatie te onderzoeken is het aangeraden om een waterbodemonderzoek uit te voeren. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).
Pagina | 11 AM24020
3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Naar aanleiding van dit vooronderzoek (NEN5725) wordt de onderzoekslocatie in twee delen opgedeeld: Plangebied (uitgezonderd de voormalige boomgaard): Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een bodemverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht). De verwachte bodemkwaliteit (landbouw/natuur) vormt geen belemmering voor het beoogde planvoornemen in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor de gewenste herontwikkeling van de onderzoekslocatie wordt een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 niet noodzakelijk geacht. Aanbevolen wordt wel om de bestaande watergangen die gehandhaafd zullen blijven nader te onderzoeken middels een waterbodemonderzoek. Deze watergangen worden echter wel losgekoppeld ter bevordering van amfibieën en reptielen (Onderzoeksopzet waterbodemonderzoek strategie lintvormig water (LN).
Deellocatie voormalige boomgaard: Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de deellocatie van de voormalige boomgaard als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op deze deellocatie noodzakelijk geacht. Deze dient conform de strategie ‘VED-HO’ uitgevoerd te worden waarbij de bovengrond verdacht is op het voorkomen van OCB. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt op deze deellocatie tevens niet verwacht. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met milieubelastende activiteiten met bodemvoorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan (met bodemkwaliteitskaart) van toepassing.
Pagina | 12 AM24020
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM24020
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s van de onderzoekslocatie
AM24020
AM24020
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM24020
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM24020
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM24020
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten
AM24020
Legenda Plangebied Foto's Voormalige boomgaard
aeres milieu
Bijlage 4 Omgevingsrapportage met bodeminformatie
AM24020
Bodeminformatie Dynamisch Rapport - 20-02-2024
Geselecteerd gebied
Onderzoek
25.00-meter contour
Percelen
Locatie
(c) 2023 Nazca Solutions - Pagina 1 van 12 - 20-02-2024
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
5
Locaties
5
Gegevens binnen de 25.00-meter contour rond het geselecteerde gebied
7
Locaties
7
Disclaimer
9
Toelichting
10
(c) 2023 Nazca Solutions - Pagina 2 van 12 - 20-02-2024
Inleiding Dit betreft een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de locatie op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminformatiesysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een uittreksel hiervan. Welke informatie bevat het bodeminformatiesysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodemen tanksaneringen, grondtransacties en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis. Geen informatie aanwezig Indien er in het bis geen informatie over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecertificeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecertificeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.
Locaties met historisch bodembedreigende activiteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de locaties met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn afkomstig uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informatie zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze locaties zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van locaties met de meest verdachte bodembedreigende activiteiten en waar nog niet eerder bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, heeft inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden. Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van software gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn.
Indien deze informatie aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informatie over de milieukwaliteit op de locatie: • Overzicht locatiegegevens • Overzicht bodemonderzoeken • Overzicht historische bodembedreigende activiteiten • Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informatie aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk: ”Informatie over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de locatie”.
(c) 2023 Nazca Solutions - Pagina 3 van 12 - 20-02-2024
Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de locatiegegevens, de historische bodembedreigende activiteiten en de ondergrondse tanks weergegeven. Toelichting bij informatie over de bodemkwaliteit op de locatie
Overzicht locatiegegevens Onder deze paragraaf worden de locatiegegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de locatiegegevens worden ook de status van de bodemlocatie, eventuele verontreinigingen en de vervolgactie aangeven.
Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de locatie zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming.
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende activiteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informatie over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de locatie Idem als informatie over de bodemkwaliteit op de locatie maar dan binnen een straal van 25 meter rond de locatie.