CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2c Onderbouwing zonneparken in landelijk gebied gemeente Boxtel inclusief reactie op adviezen provincie

Raadsvergadering Boxtel 16 september 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark Ontginningsweg3.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderbouwing zonneparken in landelijk gebied gemeente Boxtel (conform artikel 5.54 Omgevingsverordening Brabant) Art. 5.54, lid 1: Behoefte, zonneladder en mogelijkheden andere vormen van duurzame energie De zonneparken uit de uitgezette tender zijn bedoeld om te voorzien in de lokale opwekopgave die regionaal is overeengekomen in de Regionale Energie Strategie Noordoost Brabant (RES NOB 1.0, 2021). Die opwekopgave aan duurzame energie voor de gemeente Boxtel bedraagt 0,08 TWh. Conform het bepaalde in het Klimaatakkoord, dat een uitwerking is van de Klimaatwet moet deze opgave voor 2025 vergund zijn, zodat deze voor 2030 gerealiseerd kan worden. Het Nationaal Programma RES (NPRES) ondersteunt en monitort deze opgave en gaat er vanuit dat deze opgave wordt ingevuld met grootschalig zon op gebouw, grootschalig zon op veld en grootschalig wind. Potentie grootschalig wind in de gemeente Boxtel De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en windenergie, die in september 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. In het Beleidsakkoord 2021-2026 van het college is opgenomen dat voor windenergie alleen de locatie langs de A2 ten noorden van Boxtel als een geschikte plek voor beperkte windenergie wordt gezien.

Bij de voortgangsrapportage van de RES NOB uit 2023 is een onderzoek van Generation Energy gevoegd, waarin de potentiegebieden van zon en wind in de regio worden geconcretiseerd. Daarnaast is door To70 een onderzoek uitgevoerd naar de luchtvaartbelemmeringen voor windenergie in de regio. Uit het onderzoek van Generation Energy blijkt een theoretische technische potentie van 7 windturbines van 5,6 Megawatt in het gedeelte van de gemeente dat ligt binnen radar- en luchtvaarttoetsingsvlakken en 7 van deze windturbines buiten deze vlakken (uitgaande van een 50% invulling in potentiegebieden). Daarbij dient aangetekend te worden dat bij de bepaling van die theoretische potentie voor geluidsbeperkingen is uitgegaan van een afstand van 350 meter tot losse bebouwing en 500 meter tot woonkernen (uitgaande van de “tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken”). Inmiddels zijn de ontwerp Nationale milieunormen voor windenergie gepubliceerd, die medio 2025 van kracht worden en wordt uitgegaan van een minimale afstand van 2 x de tiphoogte tot elke bebouwing. Voor een 5,6 MW turbines houdt dit een minimale afstand in van 482 meter tot elke woning.

Uitgaande van deze milieunormen zal de theoretische potentie verder beperkt worden en zijn nog maar 2 grote windturbines mogelijk langs de A2 ten noorden van Boxtel, waardoor niet voldaan wordt aan de eis uit de provinciale Omgevingsverordening dat windparken een clustergrootte hebben van minimaal 3 windturbines. Daarnaast moet aangetekend worden dat voor de luchtvaartbeperkingen alleen is uitgegaan van de strenge toets voor radar van militaire vliegvelden, waardoor alleen noordelijke deel van de gemeente reële mogelijkheden zijn en in het zuidelijke deel alleen mogelijkheden zijn voor turbines met hoogtebeperking. Naar de mogelijkheden voor windenergie wordt nog nader onderzoek gedaan, maar voor de realisatie van de RES opwekopgave voor 2030 kan windenergie geen rol spelen. Daarnaast zijn dit alleen de harde belemmeringen voor windenergie, maar er zijn ook zachte belemmeringen voor windenergie die getoetst moeten worden aan artikel 5.51 (windturbines in landelijk gebied). Daarvoor is van belang dat de windturbines passen in de gewenste ontwikkeling van het gebied en voor windenergie is in het kleinschalige karakter van het landschap binnen het Nationaal Landschap van Gogh geen ruimte. Gezien de landschappelijk, ecologische, cultuurhistorische waarden in de gemeente is de kans klein dat een rendabele cluster van minimaal 3 windturbines wordt gevonden in de gemeente.

Voor windturbines met hoogtebeperking (tiphoogte 150 meter) is in de SDE++ subsidieregeling een afzonderlijke categorie opgenomen, maar daarbij wordt uitgegaan van rendabele clusters van 15 megawatt, wat neerkomt op clusters van minimaal 5 turbines. De kans binnen de gemeente een passende invulling wordt gevonden 1

binnen het voorgestelde gebied is klein. Daarom rest voor de invulling van de RES opwekopgave voor 2030 volgens het NPRES begrippenkader alleen grootschalig zon op gebouw en zon op veld.

Potentie grootschalig zon op gebouw en zon op veld Ter voldoening van artikel 5.54, lid 1 is de toepassing van de zonneladder, zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) noodzakelijk. In de NOVI is de Voorkeursvolgorde zon (ook wel zonneladder), geïntroduceerd. Hierin wordt de gewenste prioritering aangegeven voor locaties voor de opwek van zonne-energie. De voorkeursvolgorde kent 4 treden: 1. Zonne-energie op daken en gevels 2. Zonne-energie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied 3. Zonne-energie op terreinen en objecten in het landelijk gebied 4. Zonne-energie op landbouw- en natuurgronden Overigens wordt opgemerkt dat de zonneladder niet volgordelijk, maar volgtijdelijk doorlopen moet worden. De potentie in de eerste trede (zon op dak) hoeft dus niet volledig benut te zijn voordat de volgende treden benut gaan worden. Om de energietransitie te versnellen dient dus gelijktijdig gewerkt te worden aan invulling van alle treden. TKI Urban Energy onderzocht in 2023 samen met Generation Energy in opdracht van de landelijke overheid (RVO) de potentie van zonnestroom op gebouwen en parkeerplaatsen. Op basis van deze studie en data van CBS en het Kadaster is de realistische potentie van grootschalige zonnestroom op gebouwen in de gemeente bepaald en is de praktische potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald.

Hierbij dient aangetekend te worden dat er onzekerheden zitten in de data en gebruikte methode, waardoor het een inschatting betreft, die een indicatie geeft van die realistische potentie. Trede 1. Realistische potentie zonnestroom op daken en gevels Die realistische potentie wordt beperkt door een aantal belemmeringen: • • • • • • • •

de vormfactor (die grillig gevormde of smalle dakvlakken van gebouwen uitsluit), of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken, of het dakvlak onderdeel is van een monument, of de eigendomssituatie beperkingen op legt (bv bij huur), of er obstakels (schoorstenen, dakramen) op dakvlakken aanwezig zijn, of de constructie van het dak een belasting met zonnepanelen toelaat, of er sprake is van een asbesthoudende dakbedekking, of er sprake is van congestie in grootverbruik.

Aan de hand van de kengetallen van het NPRES begrippenkader is de realistische potentie voor grootschalige zonnestroom in beeld gebracht (>15 kWp per installatie, installaties aangesloten op kleinverbruik aansluitingen ‘achter de meter’ tellen mee bij de besparingsopgave). Die kengetallen zijn: 2,3 m2 nodig per m2 paneel, 350 Wp per paneel, 900 vollasturen per jaar en panelen met een oppervlakte van 1,63 m2. Bij elke belemmering is de potentie afgeschaald met een percentage en bij 3 belemmeringen of meer is ervan uitgegaan dat dit dakvlak geen realistische potentie bezit.

2

Aantal belemmeringen

Aantal TWh

0 belemmeringen

0,0099

1 belemmering

0,0112

2 belemmeringen

0,00085

3 belemmeringen

Nihil

4 belemmeringen

Nihil

5 belemmeringen

Nihil

TOTAAL

0,0220

Tabel 1: Realistische potentie grootschalige zon op gebouwen

In tabel 1 is die realistische potentie in beeld gebracht en wordt de opwek ingeschat op 0,0220 TWh, oftewel 27,5% van de opgave. Uit de 5e monitor van de RES NOB blijkt dat 0,029 TWh gerealiseerd is of in de pijplijn zit, oftewel 36,5%. Dat er al meer is gerealiseerd dan de realistische potentie is te verklaren doordat als belemmering er al rekening mee is gehouden of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken. Die potentie is trede 1 kan dus groeien naar 0,220+0,029=0,051 TWh, oftewel 63,8% van de opwekopgave. De potentie voor zonnestroom op gevels is niet onderzocht, omdat hiervoor geen data of kengetallen beschikbaar zijn, maar er wordt niet verwacht dat de realistische potentie hiervoor groot is. De potentie in trede 1 wordt dus ingeschat op 63,8% van de lokale RES opwekopgave. Trede 2. Potentie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied Op parkeerplaatsen Er is data beschikbaar (bron: AHN4, kadaster/RVO) waaruit de praktische potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald kan worden. Uitgangspunten hierbij zijn dat de parkeerplaats geschikt is voor installaties > 15 kWp en door de complexiteitsfactor van de belemmeringen blijkt 35% van de parkeerplaatsen geen belemmeringen te hebben. Eenheid

Waarde

Totaal te benutten panelen

40003

Totale potentie TWh

0,0137

Tabel 2: Potentie zon op parkeerplaatsen

Uit tabel 2 blijkt een praktische potentie van 0,0137 TWh, oftewel 17% van de lokale RES opwekopgave. Het is echter niet realistisch te veronderstellen dat 35% van alle parkeerplaatsen in de gemeenten bedekt kunnen worden met zonnepanelen om meerdere redenen. Ten eerste omdat veel parkeerplaatsen worden gebruikt voor evenementen of markten en de overkappingen niet gewenst zijn. Ten tweede omdat niet alle overkappingen op parkeerplaatsen stedenbouwkundig gewenst zijn of anderszins niet passen in gemeentelijk beleid (bv verkeerskundig op veiligheid). Zo vraagt de vastgestelde Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 om meer openbaar groen om waterberging te realiseren en hittestress te voorkomen. Enexis heeft een energietransitieroute bekend gemaakt, waarin ze de komende jaren het elektriciteitsnet in alle buurten van de gemeente verzwaren. Daarvoor worden tientallen transformatorhuisjes bijgeplaatst op of nabij die locaties zijn er kansen voor om binnen de concessie van Vattenfal openbare laadpleinen te combineren met overkapte parkeerterreinen met zonnepanelen. Daarbij lijkt het overkappen van een klein aantal parkeerplaatsen haalbaar en kan de opwek rechtstreeks gebruikt worden voor het laden. De mogelijkheden hiervoor kunnen 3

onderzocht worden en hiervoor kan in het omgevingsprogramma duurzaamheid en het omgevingsplan ruimte geboden worden. Dit vraagt tijd en tot 2030 is het niet realistisch dat hiervoor meer dan 100 parkeerplaatsen overkapt kunnen worden. Dan gaat het om zo’n 750 panelen oftewel 1,8% van de praktische potentie en wordt de realistische potentie op parkeerplaatsen in geschat op minder dan 0,3% van de RES opwekopgave. Trede 3. Potentie op terreinen en objecten in het landelijk gebied In bijlage 2 bij de RES 1.0 NOB is in het rapport “achtergrond verbruik en potentie” het potentieel van de opwek van zon op restgronden (tabel 4.10, blz 53) ingeschat op 3 TJ. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen restgronden binnen (trede 2) of buiten (trede 3) stedelijk gebied, maar dat komt overeen met 1% van de RES opwekopgave (0,000833 TWh). In de toelichting van artikel 5.54, lid 2 moet bij meervoudig ruimtegebruik uitgegaan worden van ruimte op gronden of objecten langs spoorlijnen en wegen, op water, op stortplaatsen, grond- en slibdepots, op vloeivelden, RWZI-terreinen of ten dienste van de agrarische functie (agri-PV). Langs de rijksweg A2 en spoorlijnen zijn er mogelijkheden, maar Rijkwaterstaat heeft bekend gemaakt dat er op zijn vroegst in 2029 ruimte is voor een voorverkenning in het kader van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) in de regio naar de potentie.

Die potentie langs de A2 wordt voor het gehele traject tussen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven ingeschat op bruto 48 hectare, maar moet verdeeld worden over 4 gemeenten en uit de (voor-)verkenning kan alleen maar blijken dat die bruto potentie netto minder wordt. Gezien deze onzekerheden wordt geen bijdrage ingeschat voor de RES opwekopgave tot 2030. Daardoor is deelname aan het programma OER een optie voor de opgave vanaf 2030. Oppervlaktewater van enige omvang is alleen beschikbaar op de Langspier, maar die wordt recreatief te intensief gebruikt om deze te benutten voor een drijvend zonnepark. Gemeente Boxtel

Naam Roderweg, Liempde

Locatiecode NB3100007

Grootte 0,23 ha

Functie natuur

Boxtel Boxtel Boxtel

Kerkakkers, Liempde Molendijk, Liempde Kasterensestraat, Liempde Gemondesestraat, Liempde Boxtel Oost, Boxtel

NB3100003 NB3100004 NB3100005

0,74 ha 0,1 ha 0,04 ha

landbouw natuur landbouw

Eigenaar Noord-Brabants Landschap particulier particulier particulier

NB3100006

0,03 ha

landbouw

particulier

NB0900004

0,62 ha

particulier

NB0900036

0,48 ha

Boxtel

Konijnshoolsedreef, Boxtel Molenstraat, Boxtel

wonen en intensief gebruik openbaar groen natuur

NB0900026

0,07 ha

Boxtel Boxtel Boxtel

Banisveld, Boxtel Tongeren, Boxtel Nergena 34 (stort)

NB0900002 NB0900035 NB0900950

6,4 ha 0,45 ha 0,1 ha

Boxtel

Broxven, Esch

NB1650001

0,4 ha

Boxtel Boxtel Boxtel

bebouwing en verhardingen natuur landbouw natuur bebouwing en verharding

Noord-Brabants Landschap gemeente gemeente particulier Noord-Brabants Landschap particulier

Tabel 3: Voormalige stortplaatsen

In tabel 3 zijn de voormalige stortplaatsen in de gemeente weergegeven. Daaruit blijkt dat een aantal stortplaatsen onder NNB vallen of te klein zijn (minder dan 1 hectare). Gezien de mogelijke verontreiniging en de beperkte grootte is geen rendabele exploitatie als zonnepark mogelijk. Daarnaast zijn gronden veelal in eigendom van particulieren en zijn zonneparken op veel van die locaties ongewenst, waardoor het gebruik van die gronden als zonnepark niet voor de hand ligt. Uit de tabel blijkt dat het doorgaans niet om ongebruikte gronden gaat, maar hebben ze een functie. Het RWZI-terrein is en wordt in de toekomst al benut voor de eigen energievoorziening van waterschap De Dommel en door Energiecoöperatie Dommelstroom. Op voormalige agrarische bebouwing (VAB) is in het VAB-beleid geen specifieke ruimte opgenomen. Dit is maatwerk en op voorhand kan hiervoor geen potentie bepaald worden. 4

De potentie in trede 3 wordt dus ingeschat op 1% van de lokale RES opwekopgave. Trede 4. Potentie op landbouw- en natuurgronden Op natuurgronden (binnen NNB) zijn zonneparken niet toegestaan en op landbouwgronden alleen nog bij uitzondering of op basis van overgangsrecht. De totale potentie in trede 1, 2 en 3 en de zonnepanelen die al gerealiseerd zijn op voornamelijk grootschalige daken worden wordt ingeschat op 0,051+0,00024+0,0008= 0,05204 TWh oftewel 65% van de RES opgave. Omdat geen windenergie benut kan worden is voor de realisatie van de RES opwekopgave additioneel de opwek van 0,028 TWh zon op veld noodzakelijk. Daarvoor is van 16 december 2020 tot 1 februari 2021 een tender voor zonneparken opengesteld in de gemeente en is op maart 2022 door het college besloten om 48 hectare te gunnen aan 4 initiatiefnemers door in te stemmen met de ingediende principeverzoeken voor 4 zonneparken. Daarmee wordt 0,042 TWh opgewekt. Samen met de potentie uit de treden 1, 2 en 3 houdt dit in dat daarmee 0,094 TWh gerealiseerd is of wordt voorbereid. Dat is 117% van het RES opwekdoel. Die overproductie is nodig om dat het niet zeker is dat alle potentie ook tijdig gerealiseerd kan worden. Daarnaast past die overproductie binnen het streven om zo snel mogelijk energieneutraal te zijn.

Wat wel zeker is dat we nu 36,5% van de RES opwekopgave gerealiseerd hebben en samen met de 52,5% van de vier zonneparken uit de tender we op 89% RES opwekopgave zitten. Er is dus nog een flinke stap die we moeten zetten om de RES opwekopgave te realiseren. Artikel 5.54. lid 2: Uitzonderingen voor zonneparken op landbouwgrond. In artikel 25 is opgenomen dat het recht van toepassing blijft zoals dat gold op 1 januari 2024 voor zonneparken die voor 1 juli 2025 vergund zijn. In lid 2 zijn drie uitzonderingsgronden opgenomen op basis waarvan zonneparken op landbouwgrond zijn toegestaan. Ervan uitgaande dat de vergunningen voor de zonneparken uit de tender verleend kunnen worden voor 1 juli 2025, zijn deze uitzonderingen dus niet van toepassing op de zonneparken in de eerste tender. Desondanks wordt hieronder toegelicht hoe hier aandacht aan besteed is. In lid 2 onder b is opgenomen dat er een voorkeur is voor landbouwgronden waarvan beleidsmatig is vastgelegd dat het landbouwkundig gebruik wordt beëindigd. Daarom is in de tender voorrang gegeven aan de in de (inmiddels vervallen) structuurvisie opgenomen gebieden waar verstedelijking afweegbaar is. Twee van de vier zonneparken uit de tender liggen op gronden waar verstedelijking afweegbaar is. In de concept Omgevingsvisie zijn deze gebieden niet meer opgenomen.

Zonneparken worden doorgaans met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor een periode van 25 jaar vergund en daarin is het niet goed mogelijk om daarin op te nemen dat na die 25 jaar het landbouwkundig gebruik wordt beëindigd, omdat die BOPA is gericht op het opnieuw in gebruik nemen van de landbouwgrond na de periode van 25 jaar. Desondanks mag aangenomen worden dat op zonneparken op gronden waar verstedelijking afweegbaar op termijn het landbouwkundig gebruik wordt beëindigd Verder is in lid 2 onder c opgenomen dat de ontwikkeling van het zonnepark bijdraagt aan de vermindering van netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik, wat blijkt uit een advies van de netwerkbeheerder. Hierover wordt opgemerkt dat het verkrijgen van een advies van de netwerkbeheerder niet past binnen de termijn waarin vergunningen onder het oude recht verleend kunnen worden, maar dat er wel wordt uitgegaan dat de zonneparken alleen prioriteit krijgen voor een aansluiting op het netwerk als na vergunningverlening een dergelijk advies wordt verkregen. In die zin wordt verwacht dat de initiatieven uit de tender aan deze uitzondering zullen voldoen. Artikel 5.54, lid 3: voorwaarden omgevingsplannen voor zonneparken Onder a van lid 3 is opgenomen dat zonneparken passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied.

Daarvoor is de ontwikkeling van zonneparken opgenomen in de concept Omgevingsvisie van de gemeente. Onder b en c van lid 3 is opgenomen dat geborgd is dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten en dat de ontmanteling van het park hierna wordt geborgd. Hiervoor 5

wordt een voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning en wordt ook een financiële zekerheidstelling opgenomen in de anterieure overeenkomst. Die borgstelling voor de ontmanteling wordt opgenomen in de omgevingsvergunning en anterieure overeenkomst. Onder d van lid 3 is opgenomen dat de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project. De zonneparken uit de tender zijn gericht op het streven om minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren en de inspanning hiervoor wordt anterieur overeengekomen met de aanvrager. In die zin hebben ze een maatschappelijke meerwaarde doordat lokaal zeggenschap verkregen kan worden over de lokale opwekopgave. Onder e van lid 3 is opgenomen dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Hieraan wordt voldaan doordat in de RES NOB 1.0 afspraken zijn gemaakt over de lokale opwekopgave van de 10 gemeente in regio Noordoost-Brabant voor de realisatie van het RES doel voor 2030. Vanwege de luchtvaartbelemmeringen in de regio zijn de mogelijkheden voor windenergie in de regio beperkt en is de regio voor een groot deel aangewezen op zonneparken op landbouwgronden. Dus ook regionaal zijn er nagenoeg geen mogelijkheden voor de samenwerking in de realisatie van de lokale opwekopgave door een deel daarvan in een andere gemeente te realiseren.

Reactie op advies provincie In de adviezen van de provincie Noord-Brabant voor de vier zonneparken uit de eerste tender is gereageerd dat de zonneladder uit hun beleid niet goed is toegepast. De provincie zegt daarin over de onderbouwing provinciale zonneladder het volgende (cursief) en reageren wij vervolgens (niet cursief): Voor wat betreft de onderbouwing van de zonneladder merken wij op dat deze niet in het kader van ons provinciaal beleid afgepeld is. Het valt ons onder andere op dat in trede 2 er alleen gesproken wordt over zon op parkeerplaatsen in stedelijk gebied. Echter, dit is niet de gehele trede 2. Wat zijn andere grondgebonden opties in stedelijk gebied? Zijn er bijvoorbeeld braakliggende stukken grond die tijdelijk ingezet kunnen worden voor zonne-energie. U dient hier dieper op in te gaan. In de onderbouwing van de zonneladder is bij trede 2 inderdaad alleen de potentie op parkeerplaatsen in stedelijk gebied beschouwd en daaruit blijkt dat die marginaal is ten opzichte van de RES-opwekopgave voor 2030.

Als we in beschouwing nemen dat de opgave tot 2050 veel groter is (de vraag naar elektriciteit is naar verwachting tot 3 tot 4 maal groter dan de RESopwekopgave voor 2030) en er geen braakliggende gronden in of buiten stedelijk gebied zijn aangeboden in de tender, dan mag je ervan uit gaan dat er buiten parkeerplaatsen geen noemenswaardige potentie is die een bijdrage kan leveren aan de totale opgave. Er zijn ons ook geen braakliggende gronden van enige omvang bekend, die hiervoor in het stedelijk gebied ingezet kunnen worden. We lezen hiernaast dat een aantal opties niet meegenomen worden als potentie vanuit het idee dat de exploitatie niet rendabel is. Wij wijzen u er graag op dat u een ruimtelijke afweging moet maken en nu worden opties niet meegewogen vanwege de exploitatie. We beseffen ons zeker dat het zoeken is naar balans tussen exploitatie en ruimtelijke en technische uitvoerbaarheid, maar dat neemt niet weg dat er sommige opties ruimtelijk wel wenselijk zijn en technisch ook haalbaar zijn. Het is een ruimtelijke en energetische exercitie om dit in kaart te brengen. In trede 1 hebben we een aantal belemmeringen genoemd en onderling gewogen, maar hebben daarbij niet meegewogen of er sprake is van een rendabele exploitatie.

In de praktijk zullen er dakvlakken zijn waarvoor de genoemde belemmeringen niet gelden, maar waar een rendabele exploitatie tot 2030 niet mogelijk is. Hoewel de benutting ruimtelijk wenselijk en technisch haalbaar is, zullen die dan geen bijdrage leveren aan de behoefte aan duurzame energie. Vanuit een ruimtelijke afweging is er in trede 1 dus onvoldoende ruimte om te kunnen voorzien in de totale 6

behoefte aan duurzame energie en wordt de noodzaak voor de benutting van de andere treden onderbouwd.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=2076988a-a559-448b-bca7-0a6784009fff