Bijlage 2a Memo onderbouwing zonneladder
Tekst van het document
Memo Van: Team Duurzaamheid Aan: Gemeenteraad Datum: 10 september 2025
Onderwerp Bij deze mijn opmerkingen op het memo over de onderbouwing van de zonneladder
Het tweede deel van de alinea ‘conclusie zienswijze provincie’ vind ik behoorlijk ingewikkeld geformuleerd. Zou dat eenvoudiger kunnen?
Toezeggingen IGA 2 september 2025 over Onderbouwing zonneladder 2. De raad stukken te overleggen waaruit blijkt dat met de extra toelichting m.b.t. de zonneladder, de provincie nu akkoord is met de onderbouwing - wethouder Van Laarhoven. In de memo voor de raad voor de zonneparken Beerze en Ontginningsweg stellen wij in de was-wordt lijst dat met verduidelijkingen wordt voldaan aan de provinciale zonnelader. Tijdens de in-gespreksavond van 2 september jl. werd hieraan getwijfeld door de VVD-fractie omdat ze aannemen dat de zonneladder voor de gemeente Sint-Michielsgestel op dezelfde manier is onderbouwd als voor de gemeente Boxtel en de provincie in hun zienswijze op een zonnepark in de gemeente Sint-Michielsgestel nog steeds van mening is dat zonneladder niet goed is onderbouwd. In deze memo onderbouwen we onze stellingname;.dat we voldoen aan de provinciale zonneladder. Zienswijze provincie De zonneladder voor de gemeente Sint-Michielsgestel is op dezelfde manier onderbouwd als voor de gemeente Boxtel. In de zienswijzen van de provincie voor de zonneparken in de gemeente Sint-Michielsgestel wordt door de provincie gesteld dat de conclusie, dat er in trede 2 (in stedelijk gebied op land) met name ruimte is op parkeerplaatsen, overhaast is en zonder goede onderbouwing. Wij zijn het niet eens met deze stellingname en zullen dit hieronder toelichten.
Onderbouwing zonneladder In reactie op het advies van de provincie van 14 mei 2025 voor de zonneparken is het geel gearceerde gedeelte aan de onderbouwing van de zonneladder toegevoegd (zie in bijlage 2b de correspondentie hierover met de provincie). Daarin worden de opmerkingen van de provincie over de benutting van trede 1 en 2 toegelicht. Uit de zienswijze blijkt dat ze geen opmerkingen hebben bij trede 1, maar hun opmerking blijft staan dat onvoldoende gemotiveerd is dat er geen potentie is in trede 2 buiten parkeerterreinen. Wij hebben gereageerd dat er ons geen braakliggende gronden van enige omvang bekend zijn,
Memo die hiervoor in het stedelijk gebied ingezet kunnen worden. Dit kan gezien worden als een overhaaste conclusie zonder onderbouwing, maar kan ook opgevat worden als realiteitszin. Want zelfs als er braakliggende gronden in het stedelijk gebied beschikbaar zijn, dan is het de vraag of die ingezet kunnen worden voor zonneparken. Die gronden worden bij voorkeur ingezet voor andere stedelijke functies als wonen en werken en gebouwen daarvoor moeten op grond van geldende wetgeving voorzien worden van zonnepanelen. Conclusie zienwijze provincie Met deze stellingname van de provincie zijn wij het niet eens. Ten eerste kan uit die zienswijze opgemaakt worden dat de kritiek van de provincie zich alleen richt op de onderbouwing van trede 2. Ten tweede is uit hun zienswijze wel duidelijk dat ze geen grote potentie verwachten in het stedelijk gebied van trede 2. Op grond van artikel 5.54 van de Omgevingsverordening Brabant dient aan de hand van de zonneladder de behoefte aan duurzame energie onderbouwd te worden. Wij stellen ook niet dat er (naast parkeerterreinen) geen ruimte is op parkeerterreinen, maar dat er geen ruimte is van enige omvang (meerdere hectaren) waarmee tijdig voorzien kan worden in de realisatie van de RES-opwekopgave.
Behoefte aan zonneparken op landbouwgrond in trede 4 Uit bijlage 2c blijkt dat de totale potentie in trede 1, 2 en 3 en de zonnepanelen die al gerealiseerd zijn op voornamelijk grootschalige daken worden wordt ingeschat op 65% van de RES opgave. Uit de raadsinformatiebrief bij de 2e voortgangsrapportage van de RES NOB (zie hier) blijkt dat nog maar 18% van de RES opwekopgave van 0,08TWh voor 2030 op grootschalige daken is gerealiseerd. De realisatie van de 4 zonneparken uit de tender is goed voor 56% van de opgave, waarmee in totaal 74% totale opwekopgave gerealiseerd wordt. Daaruit kan de conclusie getrokken dat de zonneparken op landbouwgrond naast aanvullende opwek in de treden 1, 2 en 3 hard nodig zijn om de RES opwekopgave voor 2030 tijdig te realiseren. Gezien de feiten is het de vraag of dit überhaupt gaat lukken. De provincie benadert de zonneladder vanuit de ruimtelijke potentie, terwijl die ook benaderd moet worden vanuit de behoefte aan duurzame energie, die tijdgebonden is. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de vergunningen voor de opwekopgave voor 2030 uiterlijk in 2025 vergund worden. Dat er in de overige treden sprake is van een ruimtelijke potentie biedt mogelijkheden voor de opwekopgave voor de periode 2030-2050, maar biedt geen realistische potentie voor de opwekopgave die dit jaar geborgd moet zijn door vergunningen.
Daarom zijn we van mening dat de behoefte aan duurzame energie aan de hand van de zonneladder voldoende is onderbouwd conform artikel 5.54 van de Omgevingsverordening Brabant. 5. BALANS mist m.b.t. de zonneladder de onderbouwing hoe gesteld kan worden dat voldoende is onderzocht wat de mogelijkheden zijn in eerdere trappen (men mist bijvoorbeeld onderzoek naar talud A2 of mogelijkheden op het spoor) wethouder Van Laarhoven zal beantwoording hiervan doen toekomen aan de raad. Ruimte in treden van zonneladder
Memo Tijdens de in-gespreksavond is opgemerkt dat in de onderbouwing van de zonneladder onvoldoende aandacht besteed is aan de potentie van zon op gevels, langs infrastructuur en op oppervlaktewater. Hieronder gaan we daar verder op in. Zon op gevels In de onderbouwing van de zonneladder is kortheidshalve volstaan met de opmerking dat de potentie voor zonnestroom op gevels niet onderzocht is, omdat hiervoor geen data of kengetallen beschikbaar zijn, maar er wordt niet verwacht dat de realistische potentie hiervoor groot is. De ruimtelijke potentie op gevels is ongetwijfeld groot, maar omdat er nog veel potentie op daken is, gaan wij ervan uit dat eerst die ruimte benut zal worden, voordat inwoners bereid zullen zijn de ruimte op gevels te benutten om de volgende redenen: Zonnepanelen op gevels zijn in tegenstelling tot zon op daken niet vergunningvrij en dienen getoetst te worden aan welstandseisen. Dit brengt extra kosten met zich mee. De instralingshoek is minder gunstig, wat de opbrengst beperkt. Er nauwelijks zonnepanelen op gevels worden toegepast, waaruit de bereidheid opgemaakt kan worden. We kunnen de toepassing op bestaande gevels niet afdwingen.
Langs infrastructuur Hieraan is aandacht besteed in trede 3 en daarbij is vermeld dat in het kader van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) er pas in 2029 een voorverkenning wordt uitgevoerd voor traject langs de A2 voor het traject tussen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Uit verkenningen van andere tracés blijkt dat bij bruto potentie van 48 hectare hooguit enkele hectares overblijven, die ook nog gedeeld worden met andere gemeenten. Door de planning van OER kunnen deze geen bijdrage leveren aan de bijdrage voor 2030. Voor zon langs het spoor heeft Prorail aangegeven dat ze geen mogelijkheden zien (zie bijlage 2d). Oppervlaktewater In de onderbouwing staat dat oppervlaktewater van enige omvang alleen beschikbaar is op de Langspier, maar die wordt recreatief te intensief gebruikt om deze te benutten voor een drijvend zonnepark. Dat is een aanname, maar de plas heeft een oppervlakte van 8,4 hectare en is voor een ongeveer de helft ingericht als zwem- en duikzone, waardoor de potentie voor drijvende zonnepanelen beperkt is tot enkele hectaren. Voor de opwekopgave in de periode 2030-2050 kan onderzocht worden of het recreatieve gebruik gecombineerd kan worden met een drijvend zonnepark.
Conclusie: we voldoen aan de provinciale zonneladder. De treden van de zonneladder zijn op de juiste wijze doorlopen en adequaat onderbouwd: er wordt daarmee voldaan aan de provinciale instructieregels van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Uit de onderbouwing van de zonneladder en bovenstaande aanvullende informatie is duidelijk dat er onvoldoende realistische potentie is in de treden 1 t/m 3 voor de opwekopgave voor 2030. Ook is duidelijk dat we met de realisatie van de zonneparken in deze tender alleen niet
Memo aan de RES 1.0 opgave voldoen; dat we ook andere treden en potenties zullen moeten benutten.
Bijlagen: 2b. Mailverkeer onderbouwing zonneladder provincie gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel 2c. Onderbouwing zonneladder inclusief reactie op adviezen provincie 2d. Mailverkeer Prorail