Bijlage 2 Voorlopig maatregelenpakket
Tekst van het document
Bijlage 2 Voorlopig maatregelenpakket Mede op basis van de uitkomsten van de werksessie met de raad is het college gekomen tot een voorlopig maatregelenpakket. De uitgangspunten die we hierbij hebben gehanteerd zijn de volgende: • We streven naar een structureel sluitende begroting in 2029 om een financieel gezonde gemeente te blijven • Voor 2029 streven we naar een minimaal positief resultaat van € 0,2 miljoen. Dit geeft een (minimale) buffer voor het opvangen van kleine tegenvallers. • De extra stijging van de onroerendzaakbelasting (OZB) bedraagt maximaal 7,5%, waarbij we de stijging proberen te beperken tot 4%. De ombuiging van € 3 miljoen willen we realiseren door een drietal soorten maatregelen: 1. Technisch/administratieve maatregelen, zoals het op voorhand meenemen van de jaarlijkse terugbetaling uit het BTW-compensatiefonds 2. Structureel aanspreken van de reserves 3. Expliciete keuzes om inkomsten te verhogen, ambities te verlagen, extra investeren in preventie om de zorgkosten te verminderen Maatregelen die het college van plan is op te nemen in de Voorjaarsnota zijn (tussen haakjes is het programma aangegeven waar de maatregel betrekking op heeft): 1. Werkbudget Duurzaamheid verlagen (Duurzaamheid) 2. Extra inzet op preventie op het gebied van Werk en Inkomen (Meedoen) 3. Extra inzet op preventie en meer collectieve inzet op het gebied van de Wmo (Meedoen) 4.
Extra inzet op preventie en anders organiseren op het gebied van Jeugdzorg (Meedoen) 5. Minder verhogen van subsidies aan vrijwilligersorganisatie (Meedoen) 6. Verlengen afschrijvingstermijn onderwijshuisvesting (Leefomgeving) 7. Verhogen leges (Leefomgeving) 8. Niet-wettelijke verzoektaken niet meer doorzetten naar de Omgevingsdienst (Leefomgeving) 9. Verhogen afschrijvingstermijn flexwoningen (Leefomgeving) 10. Privatisering kermissen (Ontspanning en Economie) 11. Verlagen werkbudget kunst- en cultuur (Ontspanning en Economie) 12. Verlagen werkbudget economie (Ontspanning en Economie) 13. Taakstelling accommodatiebeleid (Ontspanning en Economie) 14. Inzet ruimteplafond BTW Compensatiefonds (Ruimtegevend Bestuur) 15. Inzet surplus Algemene Reserve (Ruimtegevend Bestuur) 16. Verhogen van de toeristenbelasting (Ruimtegevend Bestuur) 17. Extra verhoging OZB bovenop inflatie van 4% Met de genoemde maatregelen wordt in 2029 een ombuiging behaald van ruim € 3 miljoen en wordt in 2029 gekoerst op een positief resultaat van € 200.000. In bijlage 2.1 is een beschrijving opgenomen van de maatregelen en de effecten in de toekomst. In bijlage 2.2 is een totaaloverzicht opgenomen.
Bijlage 2.1 Omschrijving maatregelen Programma Duurzaamheid Nr. 1
Maatregel en financieel effect (x 1000 euro) Werkbudget Duurzaamheid verlagen 2026: -75 2027: -75 2028: -75 2029: -75
Omschrijving en effect Reductie van het werkbudget met € 75.000 heeft tot gevolg dat het werkbudget met 30% afneemt. Bezuinigen op dit werkbudget heeft tot gevolg dat de ambitie om klimaatneutraal te worden mogelijk later wordt gehaald dan gepland (2040). Waarbij opgemerkt wordt dat de wettelijke termijn 2050 is en dat niet gekort wordt op specifieke maatregelen, zoals klimaatadaptatie en isolatieprogramma's.
Programma Meedoen Nr . 2
Maatregel en financieel effect (x 1000 Omschrijving en effect euro) Diverse deelmaatregelen op het gebied van extra inzet op preventie op het gebied van Werk en Inkomen 2026: +42 2027: -135 2028: -175 2029: -190
2a
Combinatietraject inburgering B1 en betaald werk
We realiseren betere randvoorwaarden, zodat inburgeraars in de B1-leerroute hun taallessen kunnen combineren met betaald werk. Ook zetten we actief in op het vinden van deeltijdbanen, die met de inburgering gecombineerd kunnen worden. Dit zal leiden tot een besparing op de uitkeringen. We schatten dat we 25% van de B1-deelnemers binnen 6 maanden na aankomst naar werk kunnen begeleiden voor ongeveer 16 uur per week. Dit gaat om 8 deelnemers. Bij een minimumuurloon levert dit per deelnemer 920 euro per maand op, dus 88.000 euro per jaar minder uitkering. Dit effect loopt in de loop der jaren op, omdat de groep instromers groeit. Deze maatregel vraagt een initiële extra personele inspanning van 0,2 fte in de jaren 2025 en 2026, met een afbouw naar 0,1 fte in 2027. Nieuwkomers vinden op deze manier sneller een betaalde baan en integreren sneller en beter. Het bedrag aan uitkeringen is lager dan zonder deze inspanningen. De inschattingen naar de toekomst zijn, gelet op de grilligheid van de instroom en de kabinetsplannen op het gebied van asiel en migratie, onzeker.
2b
Vroege start inburgering in AZC
We benutten de wachttijd in het AZC door statushouders die nog wachten op huisvesting al te laten starten met inburgeren. De wachttijd op een woning neemt toe in de gemeente Sint-Michielsgestel (ca. 6 tot14 maanden) en leidt tot ‘de-activatie’ van de
statushouder. Als iemand al in het AZC kan starten met inburgeren beheerst hij de taal al beter als hij uiteindelijk een woning krijgt. Ook is er eerder ruimte in de persoonlijke situatie om te gaan werken. Dit zal leiden tot een besparing op de uitkeringen. Vanuit een maatschappelijke kosten en batenanalyse (MKBA) bij gemeente A’dam wordt voorspeld dat elke euro die de gemeente heeft ingezet op de Vroege start een besparing oplevert op bijstandsuitkeringen en uitvoeringskosten van € 1,40 tot € 2,90. Per statushouder gaat het om € 2.700 tot € 7.700 per deelnemende statushouder voor een periode van 10 jaar. De effecten op welzijn, zelfredzaamheid en zorgkosten zijn hierin niet meegenomen. In onze berekeningen zijn we uitgegaan van een besparing van € 2.700 per deelnemende statushouder. Deze maatregel vraagt een initiële extra personele inspanning van 0,2 fte in de jaren 2025 en 2026, met een afbouw naar 0,1 fte in 2027. Deze maatregel draagt bij aan de vroege zelfredzaamheid van statushouders en leefbaarheid van de wijken, doordat de statushouders de taal al beter beheersen als ze in de gemeente komen wonen. Statushouders die willen, krijgen hiermee ook de kans om zich te ontwikkelen en mee te doen. 2c
Versterken vroegsignalering schulden
Door nog actiever inwoners te benaderen en vroegtijdig schuldenproblematiek te (h)erkennen voorkomen dat schuldenproblematiek te groot wordt. Hierbij zetten we in op de introductie van een Schuldenwerkplaats, waar inwoners in groepsverband kunnen werken aan hun financiële vaardigheden. Om de effectiviteit van onze schulddienstverlening te vergroten, zullen we zowel verplichte als vrijwillige trainingen aanbieden. We willen meer vrijwilligers inzetten die inwoners met hun administratie helpen (administratiemaatjes) en zetten nog meer in op voorlichting en vroegsignalering, bijvoorbeeld op scholen. Deze maatregelen vragen om de inzet van 1fte, maar leveren uiteindelijk een besparing op in de schuldhulpverlening. Door vroegtijdig hulp te bieden, kunnen kosten van budgetbeheer en bewindvoering worden voorkomen. Vroegsignalering van schulden voorkomt ernstige financiële problemen en bespaart kosten voor zowel individuen als de samenleving. Het helpt mensen hun financiële zelfredzaamheid te behouden en vermindert de druk op maatschappelijke voorzieningen. Bovendien leidt het tot snellere betalingen aan schuldeisers en voorkomt het psychische problemen. Vroegsignalering verbetert de algehele financiële gezondheid van burgers en draagt bij aan een stabielere samenleving.
3
Diverse deelmaatregelen op het gebied van extra inzet op preventie en het anders organiseren op het gebied van Jeugdzorg om de voorziene kostentoename in de begroting op te vangen.
2026: -264 2027: -364 2028: -514 2029: -714 3a
Extra inzet op preventiemaatregelen Jeugd
Preventieve maatregelen helpen kinderen om gezond en veilig op te groeien. Door vroegtijdig preventie in te zetten kunnen problemen zoals schoolverzuim en depressie worden voorkomen of verminderd. Effectieve preventieve maatregelen kunnen tot een besparing leiden. Een samenhangend en doelgerichte preventieve aanpak vergroot de effectiviteit van de maatregelen en zorgt voor betere resultaten op de lange termijn. Hier wordt al een eerste start meegemaakt door preventie op te nemen als een leidend principe in de nog vast te stellen visie Sociaal Domein. Het uitvoeringsprogramma jeugd, dat hieruit voortvloeit, is dus gestoeld op onder andere preventie en zorgt voor een samenhangende aanpak. Deze intensivering van preventie vraagt om de extra inzet van 1,4 fte en extra budget voor het voorliggend veld van € 260.000. Deze maatregel voorkomt (verergering van) problemen. Verkleint gezondheidsverschillen en zorgt voor het beheersen van de zorgkosten. Het versterken van de sociale- en pedagogische basis speelt hierin een grote rol. Bij het berekenen van de benodigde inzet en het te verwachten effect bij deze maatregel is gebruik gemaakt van ervaringscijfers uit andere gemeenten en onderzoeken.
3b
Stopzetten Verwijsindex Risico Jongeren
Jaarlijks is een bedrag gereserveerd voor de kosten van VIR (Verwijsindex Risico Jongeren). De VIR wordt echter in onze gemeente niet gebruikt, omdat wij de structuren goed in beeld hebben. We spreken hulpverleners, school e.a. consulteren Veilig Thuis en gaan eventueel naar de Raad van de Kinderscherming. Bij een melding in de Verwijsindex moet de jongere en ouder geïnformeerd worden wat een drempel opwerpt.
3c
Overlegtafel met zorgaanbieders
Instellen van een overlegtafel met zorgaanbieders (La Salle, Herlaerhof, 3O, Haans Kajo, GROEN). Hierin wordt complexe casuïstiek gezamenlijk besproken en bij gecontracteerde aanbieders geplaatst waardoor er minder niet gecontracteerd maatwerk nodig zal zijn. Deze maatregel leidt tot verbetering van de dienstverlening. Problemen worden sneller opgelost.
3d
Minder crises door Erop Af Team
Instellen van een Erop Af Team met daarin experts op gebied van zorg, overlast en veiligheid. Dit team biedt ondersteuning aan medewerkers die deze casuïstiek lastig vinden. Het Erop Af team kan deze complexe zaken effectiever afhandelen waardoor er bij andere consulenten meer ruimte is om meer regulier werk op te pakken.
De maatregel leidt tot betere dienstverlening. Problemen worden sneller opgelost. 3e
Stoppen inkoop Regionale Trainingscentrum
Het regionale trainingscentrum biedt trainingen op het gebied van mentale weerbaarheid. Dit vanuit een samenwerking van verschillende primaire partners, zoals Farent, MEE en Ypse. Het idee is dat collectief aanbod in de vorm van trainingen een preventieve werking heeft. Dit aanbod zou kunnen worden stopgezet, het gebruik vanuit onze gemeente voor dit trainingsaanbod is niet hoog. Stoppen met het regionale trainingscentrum zal waarschijnlijk leiden tot een groei van het aantal jeugdzorgaanvragen.
4
Diverse deelmaatregelen op het gebied van extra inzet op preventie en meer collectieve inzet op het gebied van Wmo 2026: -212 2027: -240 2028: -355 2029: -4
4a
Extra inzetten op Voorzorgcirkels
Voorzorgcirkels zijn netwerken waar buurtgenoten elkaar op verschillende manier ondersteunen ‘voor het geval dat’. Denk daarbij aan bijv. boodschappen doen, hond uitlaten, even op de kinderen passen, iemand ergens naartoe brengen of elkaar gezelschap houden. Voorzorgcirkels leiden tot uitstel van professionele zorg, meer sociale cohesie, vermindering van eenzaamheidsproblematiek etcetera. Deze maatregel vraagt om personele inzet van 0,5 fte (waarvan in 2026 de dekking reeds geregeld is via gelden uit het GALA-akkoord). Als gevolg van een versterkt sociaal netwerk neemt de zelfredzaamheid van oudere inwoners toe en beperken we de vraag naar professionele ondersteuning. Uit onderzoek blijkt dat de maatschappelijke winst groot is. Een deel hiervan komt terecht bij de gemeente. Gerekend is met een bedrag van circa € 1.300 per bereikte deelnemer.
4b
Verhogen instaptarief regiotaxi en meer inzetten op het gebruik van de Meedoenpas
Het huidige tarief voor de Wmo Regiotaxi is € 1,12 (instaptarief) en € 0,194 per kilometer. In vergelijking met de regiotaxi van het openbaar vervoer is dat laag (€ 4,03 en 0,61). Voorgesteld wordt om het tarief te verhogen naar hoger bedrag. Hierbij geldt een uitzondering voor inwoners met een inkomen onder de 130% van de minimanorm, zij worden vrijgesteld. Deze maatregel heeft instemming nodig van de andere gemeenten in de regio. Daarnaast wordt binnen de regio sinds kort ingezet op de ‘meedoenpas’, dit om pashouders van de regiotaxi te verleiden om meer gebruik te laten maken van het OV, ervaring uit andere regio's is dat hier een inverdieneffect bij ontstaat.
4c
Verplichten van WLZ-aanvraag bij begeleiding
Inwoners waarbij het vermoeden bestaat dat zij in aanmerking kunnen komen voor een WLZ-indicatie, moeten hiertoe verplicht worden. Pas na ontvangst van de afwijzing kan de aanvraag om begeleiding (individueel dan wel groep) verder behandeld worden. Het aanvraagproces voor een begeleidingsvraag wordt hierdoor mogelijk langer. Inwoners die geen WLZ-indicatie willen vanwege de hogere eigen bijdrage (Wlz kent geen abbonementstarief), gaan daardoor mogelijk zorg mijden. Daartegenover staat dat, indien een inwoner een WLZ-indicatie kan krijgen de alternatieve inzet vanuit de Wmo eigenlijk niet passend is.
4d
Uitbreiden hulpmiddelen uitleen via seniorenverenigingen, inzet op deelmobiliteit en aanbieden cadeaubonnen individuele voorzieningen
Naast het leveren van een individuele scootmobiel gaan we meer inzetten op deelmobiliteit. Waarbij inwoners die behoefte hebben aan een scootmobiel op een toegankelijke en flexibele manier de beschikking krijgen over een deel scootmobiel – indien de omstandigheden dit toelaten. Met seniorenverenigingen doen we dit al enige tijd op kleinere schaal (met hoofdzakelijk rolstoelen) - er lopen al gesprekken om dit collectieve aanbod te verbreden. Inwoners die een “eigen” scootmobiel hebben maar deze mogelijk niet veel gebruiken zullen via een cadeaubonnenactie worden verleid om hun scootmobiel in te leveren.
4e
Uitbreiding indicatieloze dagbesteding
Bint en Vivent sinds 1 oktober 2024 samen met betrekking tot de dagbesteding in Dungen, waar inwoners beschikkingsvrij mee kunnen doen aan dagbesteding. Door bovenstaande initiatieven kunnen inwoners laagdrempelig en in de eigen kern een invulling van hun dag krijgen. Hierdoor krijgen mantelzorgers een adempauze waardoor zij langer het mantelzorgen kunnen volhouden, nemen eenzaamheidsproblematieken af, neemt het netwerk van de deelnemers toe en wordt de sociale cohesie in de buurt versterkt. Uitbreiden van deze pilot naar andere kernen zal leiden tot een vermindering van het aantal indicaties en daarmee tot een reductie van de kosten. Door de uitbreiding van dit initiatief verwachten we dat meer deelnemers met dezelfde middelen van deze voorzieningen gebruik kunnen maken. Vervoerskosten kunnen mogelijk lager worden doordat een inwoner geen verre reis hoeft te maken en in de eigen kern blijft. In de inschatting van de besparing is gerekend op uiteindelijk 20 extra deelnemers die beschikkingsvrij deelnemen.
4f
Strengere spelregels rondom woningaanpassingen
Het introduceren van een combinatie van maatregelen rondom woningaanpassingen, waaronder het invoeren van een bedrag waarboven we een verhuizing verplicht stellen in plaats van een
woningaanpassingen (gedacht kan worden aan een bedrag van 15K), terugvorderen van overwaarde bij woningaanpassing bij verkoop van de woning binnen 10 jaar, het sneller als gebruikelijk verklaren van voorzieningen bij woningaanpassing, meer verwijzen naar alternatieven, zoals de blijverslening die kunnen helpen om langer thuis te blijven wonen. De gemeente zal als minder dienstverlenend worden ervaren. De kans op bezwaarprocedures neemt toe. 4g
Meer inzetten op groepsbegeleiding
5
Verlagen subsidie vrijwilligersorganisaties 2026: -40 2027: -40 2028: -40 2029: -40
Door het vaststellen van een normenkader voor individuele begeleiding meer cliënten (laten) verwijzen naar groepsbegeleiding. Door het verbinden van mensen bij wie er behoefte is aan het leren nemen van besluiten en het onderhouden van sociale contacten, kan er een emancipatorisch effect (mensen bedenken zelf oplossingen) ontstaan. Dit verhoogt de zelfredzaamheid en weerbaarheid en verkleint langdurig de afhankelijkheid van hulpverlening. Bij een succesvolle uitrol nemen de kosten af, terwijl de cliënten meer zelfredzaam worden en bovendien meer deel gaan uitmaken van een netwerk. In de Voorjaarsnota van 2024 is voor de jaren 2025 en verder een budget beschikbaar gesteld van € 100.000 om de subsidiebijdragen voor vrijwilligersorganisaties te indexeren. Deze vrijwilligersorganisatie ontvangen (veelal) een kleine subsidie voor de activiteiten die zij verrichten t.b.v. de beleidsdoelstellingen. Voorgesteld wordt om deze stijging 40.000 minder te laten zijn. Dit betekent dat de totale beschikbare subsidiepot in 2029 € 60.000 hoger is dan in 2024. Dat is per saldo nog steeds een stijging van 20%. Verenigingen zullen hierdoor de stijgende kosten niet geheel kunnen opvangen met de per saldo wel stijgende subsidiebijdragen.
Programma Leefomgeving Nr. 6
7
Maatregel en financieel effect (x 1000 euro) Verhogen afschrijvingstermijn onderwijshuisvesting
Omschrijving en effect
2026: -2027: -2028: -49 2029: -83
In beginsel heeft dit geen effect naar de toekomst. Het betreft een administratieve ingreep.
Verhogen leges
Op dit moment bestaat er naar verwachting ruimte om binnen de regels van kostendekkendheid de leges te verhogen met minimaal 10%.
2026: -60 2027: -60 2028: -60 2029: -60
Voorgesteld wordt om de afschrijvingstermijn van nieuwe schoolgebouwen te verlengen naar 50 jaar en daarmee meer in lijn te brengen met de technische levensduur van de gebouwen.
De inschatting van de extra opbrengsten is gebaseerd op het huidige volume aan bouw- en milieuvergunningen. Mocht dit in de toekomst dalen dan zijn de meeropbrengsten uiteraard lager. In
2026 wordt een onderzoek kostendekkendheid gestart. Wanneer daaruit onverhoopt blijkt dat er geen verhogingsruimte bestaat valt deze besparing weg. 8
Niet-wettelijke verzoektaken niet of beperkter doorzetten naar de Omgevingsdienst 2026: -25 2027: -25 2028: -25 2029: -25
9
Verhogen afschrijvingstermijn flexwoningen 2026: -266 2027: -26 2028: -26 2029: -26
Verzoeken van inwoners en bedrijven met betrekking tot vergunningen worden nu doorgezet naar de ODBN (Omgevingsdienst Brabant Noord). Er kan voor worden gekozen om de niet-wettelijke verzoektaken niet meer door te zetten naar de ODBN en deze binnen zelf af te handelen. Hiertoe zal de formatie wel beperkt moeten worden uitgebreid (met circa 0,3 fte). De kwaliteit van de dienstverlening zal hierdoor achteruitgaan. Denk hierbij aan het niet in behandeling nemen van sloopmeldingen, waarbij de eigenaar een plicht heeft om een melding te doen, maar waar vanuit de gemeente niet of heel laat een reactie komt. De kwaliteit van de afhandeling van met name milieu-gerelateerde zaken zal sterk afnemen. Op dit moment houden we in onze begroting rekening met een gemiddelde levensduur van flexwoningen van 15 jaar en met verplaatsingskosten. We zien nu dat we voor een groot aantal van de geplande flexwoningen een termijn van 30 jaar realistischer is, waarbij ook verplaatsing niet meer aan de orde is. Dit levert een kostenbesparing op van € 26.000 per jaar. Deze maatregel heeft geen effect naar de toekomst. Het betreft een administratieve ingreep.
Programma Economie en Ontspanning Nr. 10
Maatregel en financieel effect (x 1000 euro) Privatisering kermissen 2026: -50 2027: -50 2028: -50 2029: -50
Omschrijving en effect Voor de voorbereiding, aanbesteding en organisatie van de 7 kermissen per jaar huurt de gemeente op dit moment een externe adviseur in voor een bedrag van € 80.000 per jaar. Voorgesteld wordt om deze taak uit te besteden. In coronatijd is dit ook (met succes) uitbesteed aan een collectief van kermisexploitanten. Bij de uitbesteding zal het beschikbare budget met € 50.000 worden gereduceerd. De kermissen zullen hierdoor mogelijk duurder worden voor bezoekers.
11
Verlagen werkbudget kunst- en cultuur 2026: -5 2027: -5 2028: -15 2029: -15
Het huidige werkbudget van € 93.000 wordt vrijwel geheel benut. Op termijn is een korting mogelijk op het budget voor het onderhoud van kunstwerken. Recent zijn we gestart met een inhaalslag op dit terrein, waardoor het vanaf 2028 mogelijk is om het hiervoor beschikbaar gestelde budget te halveren (van € 20.000 naar € 10.000). De extra korting van € 5.000 betekent dat er op termijn minder geld beschikbaar zal zijn voor de ondersteuning van culturele initiatieven. De voorgestelde maatregel heeft tot gevolg dat er nauwelijks meer ruimte is om, naast het bestaande aanbod en de activiteiten binnen het Cultuurakkoord, nieuwe initiatieven te ondersteunen.
12
Verlagen werkbudget economie en toerisme 2026: -15 2027: -15 2028: -15 2029: -15
13
Voorgesteld wordt om het werkbudget van € 38.000 met € 15.000 te verlagen. Dit budget is onder andere bedoeld voor de bijdrage aan de website GOED, regionale samenwerking, het onderhoud van fiets- en wandelnetwerk en ondersteuning van ondernemersinitiatieven. Verlaging van het budget met bijna 25% zal onder andere tot gevolg hebben dat het onderhoud aan het fiets- en wandelnetwerk tot een minimum wordt teruggebracht.
Taakstelling accommodatiebeleid / maatschappelijk vastgoed
Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw accommodatiebeleid. Dit zal moeten leiden tot een evenwichtigere verdeling van de kosten over de gemeente en de gebruikers van de verschillende accommodaties. Betreft zowel sportaccommodaties als gemeenschapshuizen.
2026: -2027: -2028: -2029: -100
Die evenwichtigere verdeling moet ertoe leiden dat de gemeente op termijn minder bijdraagt aan haar accommodaties, danwel het maatschappelijk vastgoed
Programma Ruimtegevend bestuur Nr. 14
Maatregel en financieel effect (x 1000 euro) Inzet ruimte plafond BTW Compensatiefonds 2026: -405 2027: -405 2028: -405 2029: -405
Omschrijving en effect Gemeenten kunnen de BTW terugvorderen uit het BTW Compensatiefonds (BCF). Het BCF heeft echter een plafond, dat jaarlijks wijzigt. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven (onderuitputting), wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. De afgelopen jaren is er steeds sprake geweest van onderuitputting en hebben we extra (niet begrote) middelen ontvangen. Op basis van de laatste bekende onderuitputting BTW Compensatiefonds mogen gemeenten een structurele stelpost opnemen. Wel adviseren de provinciaal toezichthouders om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel en deze hoogte wordt gelimiteerd op de laatst bekende afrekening. We stellen voor om 75% van de compensatie 2023 als structureel op te nemen in onze begroting 2026 en verder. Er is een kans dat het BTW Compensatiefonds niet toereikend is voor alle BTW-claims. Dan ontstaat er in de toekomst een incidenteel tekort.
15
Inzet surplus Algemene Reserve 2026: -466 2027: -342 2028: -268 2029: -203
Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De huidige solvabiliteit bedraagt 47,7%. Door de inzet te koppelen aan zowel de solvabiliteit als het weerstandsvermogen wordt het gebruik van de algemene reserve alleen toegestaan als er voldoende eigen vermogen is en de geïnventariseerde risico’s zijn afgedekt. Omdat de benodigde weerstandscapaciteit lager is dan de minimale norm zoals de gemeenteraad die heeft bepaald, hanteren we voor de doorrekening deze minimale norm.
Deze wijziging heeft een effect op een aantal egalisatiereserves, hiervoor dient de nota reserves en voorzieningen te worden aangepast. Bij structurele inzet van de algemene reserve zal de omvang ervan jaarlijks afnemen en daarmee ook de inzet. De structurele inzet is niet meer mogelijk als dit leidt tot onvoldoende weerstandscapaciteit en/of als de solvabiliteit onder 20% daalt. Vanwege het voorstel om de egalisatiereserves op te heffen geeft dit een aanvullend risico voor de Algemene reserve. Immers bij het daadwerkelijk ontstaan van financiële tegenvallers waar tot nu egalisatiereserves voor beschikbaar zijn, zal dit voortaan leiden tot een direct nadeel op de Algemene reserve. Een goed en actueel budgetbeheer zal nog meer dan nu nodig zijn om tijdig hierop te kunnen acteren. 16
17
Verhogen van de toeristenbelasting 2026: -42 2027: -42 2028: -42 2029: -42 Extra verhoging OZB bovenop inflatie met 4% 2026: -372 2027: -382 2028: -393 2029: -403
Het ophogen van de toeristenbelasting. Voorstel zou zijn voor B&B, hotel en pension ophogen van € 2,10 tot € 2,65 per nacht en voor campings van €1,55 tot € 1,95 per nacht. Verhogen van de toeristenbelasting kan een negatief effect hebben op het aantal overnachtingen. Naast de reguliere indexering van de OZB een extra stijging van de OZB doorvoeren van 4%. Dit levert structureel een hogere opbrengst van uiteindelijk 403K in 2029. Verhogen van de OZB leidt tot een hogere lastendruk voor de inwoners..
Bijlage 2.2. Overzichtstabel voorlopig maatregelenpakket Bedrag per jaar (x 1000 euro)
Duurzaamheid Budget Duurzaamheid verlagen
2026 -75
2027 -75
2028 -75
2029 -75
42 -264 -212 -40
-135 -364 -240 -40
-175 -514 -355 -40
-190 -714 -454 -40
-60 -25 -26
-60 -25 -26
-49 -60 -25 -26
-83 -60 -25 -26
-50 -5 -15 -
-50 -5 -15 -
-50 -15 -15 -
-50 -15 -15 -100
-405 -1.566 -42
-405 -342 -42
-405 -268 -42
-405 -203 -42
-372
-382
-392
-403
-3.115
-2.206
-2.506
-2.899
Meedoen Extra inzet op preventie op gebied van Werk en Inkomen Extra inzet op preventie en beperkte versobering op het gebied van Jeugdzorg Extra inzet op preventie en versobering op het gebied van de WMO Verlagen subsidie vrijwilligersorganisaties
Leefomgeving Verhogen afschrijvingstermijn onderwijshuisvesting Verhogen leges Niet-wettelijke verzoektaken niet meer doorzetten naar de Omgevingsdienst Verlengen afschrijvingstermijn flexwoningen
Ontspanning en economie Privatisering kermissen Verlagen werkbudget kunst- en cultuur Verlagen werkbudget economie Taakstelling accommodatiebeleid
Ruimtegevend bestuur Inzet ruimte plafond BTW Compensatiefonds Inzet surplus Algemene Reserve Verhogen van de toeristenbelasting
Extra verhoging OZB, bovenop inflatie (4%) Totaal