Bijlage 2 - Stresstest Sint-Michielsgestel
Tekst van het document
KLIMAATSTRESSTEST Gemeente Sint-Michielsgestel
KLIMAATSTRESSTEST
Contactpersoon ERWIN SLINGERLAND
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
2 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
INLEIDING
7
1.1
Het klimaat verandert
7
1.2
Verantwoording
8
1.3
Leeswijzer
9
WATEROVERLAST
11
2.1
Neerslagpatroon
11
2.2
Water op straat
12
2.3
Grondwateroverlast
13
DROOGTE
15
3.1
Neerslagtekort
16
3.2
Ontwikkeling gemiddeld laagste grondwaterstanden
16
3.3
Kwetsbaarheid van vegetatie voor verdroging
17
3.4
Knelpunten waterkwaliteit
18
3.5
Bodemdaling, zettingsgevoeligheid en funderingsschade
20
HITTE
23
4.1
Zomerse en tropische dagen per jaar
23
4.2
Hittestress door warme nachten
23
4.3
Oppervlaktetemperatuur
24
4.4
Opwarming oppervlaktewater
26
OVERSTROMING
28
5.1
Overstromingsdiepte
28
5.2
Overstromingskans
29
5.3
Verticale evacuatie
30
6
AANPAK SECTORANALYSE
31
7
SECTOR WATER EN RUIMTE
32
7.1
Definitie sector en stakeholders
32
7.2
Effect klimaatverandering op sector
32
Hitte
32
Wateroverlast
33
Droogte
33
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
3 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
8
9
Overstroming
34
7.3
34
Toelichting bedreigingen en kansen
SECTOR LANDBOUW, TUINBOUW EN VISSERIJ
36
8.1
Definitie sector
36
8.2
Effect klimaatverandering op sector
36
Hitte
36
Wateroverlast
36
Droogte
37
Overstroming
38
8.3
38
Toelichting bedreigingen en kansen
SECTOR GEZONDHEID
41
9.1
Definitie sector
41
9.2
Effect klimaatverandering op sector
41
Hitte
41
Wateroverlast
42
Droogte
42
Overstroming
43
Definitie sector
43
9.3
Toelichting bedreigingen en kansen
43
10 SECTOR RECREATIE & TOERISME
46
10.1
Definitie sector
46
10.2
Effect klimaatverandering op sector
46
Hitte
46
Wateroverlast
47
Droogte
47
10.3
Toelichting bedreigingen en kansen
11 SECTOR NATUUR
47
49
11.1
Definitie sector
49
11.2
Effect klimaatverandering op sector
49
Hitte
49
Wateroverlast
50
Droogte
50
Overstroming
50
11.3
51
Toelichting bedreigingen en kansen
12 SECTOR INFRASTRUCTUUR
53
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
4 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
12.1
Definitie sector
53
12.2
Effect klimaatverandering op sector
53
Hitte
53
Wateroverlast
54
Droogte
54
Overstroming
54
12.3
55
Toelichting bedreigingen en kansen
13 SECTOR ENERGIE
57
13.1
Definitie sector
57
13.2
Effect klimaatverandering op sector
57
Hitte
57
Wateroverlast
58
Droogte
58
Overstroming
59
13.3
59
Toelichting bedreigingen en kansen
14 SECTOR INFORMATIE TECHNOLOGIE (IT) EN TELECOM
61
14.1
Definitie sector
61
14.2
Effect klimaatverandering op sector
61
Hitte
61
Wateroverlast
61
Droogte
62
Overstroming
62
14.3
63
Toelichting bedreigingen en kansen
15 SECTOR VEILIGHEID
65
15.1
Definitie sector
65
15.2
Effect klimaatverandering op sector
65
Hitte
65
Wateroverlast
66
Droogte
66
Overstroming
66
15.3
66
Toelichting bedreigingen en kansen
16 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
69
16.1
Samenvatting uitkomsten klimaatstresstest
69
16.2
Sectoranalyse
70
16.3
Aanbevelingen voor vervolg
72
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
5 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
BIJLAGEN
74
BIJLAGEN BIJLAGE A METHODEBESCHRIJVING KWETSBAARHEIDSANALYES
75
BIJLAGE B RESULTATEN WATEROVERLAST ALS GEVOLG VAN EXTREME NEERSLAG
79
Bijlage B1 Kernkaarten maximale waterdiepte bui 8
79
Bijlage B2 Kernkaarten maximale waterdiepte 70mm
80
Bijlage B3 Kernkaarten maximale waterdiepte 90mm
81
Bijlage B4 Kernkaarten maximale waterdiepte 160mm
82
Bijlage B5 Kernkaarten begaanbaarheid wegen bui 8
83
Bijlage B6 Kernkaarten begaanbaarheid wegen 70mm
84
Bijlage B7 Kernkaarten begaanbaarheid wegen 90mm
85
Bijlage B8 Kernkaarten begaanbaarheid wegen 160mm
86
BIJLAGE C RESULTATEN DROOGTE
87
Bijlage C1 Gemeente- en kernkaarten kwetsbaarheid van vegetatie voor verdroging
87
Bijlage C2 Knelpunten waterkwaliteit
88
Bijlage C3 Kwetsbaarheid voor funderingsschade door paalrot
89
BIJLAGE D RESULTATEN HITTESTRESS
90
Bijlage D1 Gemeente- en kernkaarten oppervlaktetemperatuur
91
Bijlage D2 Gemeente- en kernkaarten ‘mate van hittestress’
92
BIJLAGE E VERZAMELKAART KWETSBAARHEIDSANALYES
94
COLOFON
96
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
6 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
1
INLEIDING
1.1
Het klimaat verandert
Het klimaat verandert. De temperatuur gaat omhoog en hittegolven komen vaker voor. Enerzijds wordt het droger en anderzijds wordt de neerslag extremer. De gevolgen hiervan zijn nu al merkbaar via materiële, economische en volksgezondheidsschade. Volgens een recent gepubliceerd onderzoek (The Lancet rapport, 2018) is klimaatverandering het grootste gevaar voor de volksgezondheid: “Snelle klimaatverandering heeft ernstige gevolgen voor elk aspect van het menselijk leven, waardoor kwetsbare bevolkingsgroepen worden blootgesteld aan extreme weersomstandigheden, besmettelijke ziekten en verandering van de voedselzekerheid. De beschikbaarheid van veilig drinkwater en schone lucht komt in gevaar.” De kosten van de klimaatopgave in Nederland zijn becijferd op €71 miljard tot 2050 (Manifest Klimaatbestendige stad, 2013). Om een prettig leefbare omgeving te behouden moeten we nu aan de slag!
Figuur 1: Klimaatopgaven en kosten (Manifest Klimaatbestendige stad. Coalities klimaatbestendige stad, 2013)
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
7 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met technische maatregelen is op te vangen (bijvoorbeeld grotere rioolbuizen of mechanische koeling), maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Hierdoor kan een verbetering van de leefomgeving worden bereikt en kunnen toekomstige maatschappelijke kosten worden vermeden. Het aanpassen aan een veranderend klimaat (adaptatie) is een geleidelijk proces waarbij elke ingreep in de openbare ruimte kan worden aangewend om de klimaatbestendigheid te verhogen. Aangezien in de bebouwde omgeving vrijwel continu wordt geïnvesteerd in de openbare ruimte is het goed om te weten wat kwetsbare locaties zijn en welke oplossingsrichtingen voorhanden zijn. Investeringen van nu dienen bestand te zijn tegen de toekomstige effecten van extreem weer. Mitigatie en adaptatie Mitigatie zijn maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en er zo voor te zorgen dat de temperatuurstijging beperkt blijft (het voorkomen van verdere klimaatverandering). Naast mitigatie is aanpassing aan klimaatverandering nodig: klimaatadaptatie. Het gaat daarbij om het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering, het verkleinen van de uiteindelijke effecten en het benutten van kansen die een veranderend klimaat biedt. Deze rapportage heeft vooral betrekking op klimaatadaptatie.
1.2
Verantwoording
In 2014 is de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie vastgesteld waarin gemeenten en ander overheden het doel hebben meegekregen om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Daarnaast is in dezelfde Deltabeslissing aangegeven dat in 2020 klimaatbestendigheid in beleid en handelen verankerd moet zijn bij alle overheden. Om verantwoordelijke overheden houvast te geven bij het invulling geven aan de Deltabeslissing1 is op Prinsjesdag 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie gelanceerd. Het Deltaplan kent zeven ambities, tussendoelen en een planning om te komen tot een klimaatbestendig en waterrobuuste inrichting. De eerste ambitie “Kwetsbaarheid in beeld brengen” voor de vier klimaataspecten overstromingen, wateroverlast door hevige neerslag, hitte en droogte dient uiterlijk in 2019 te zijn afgerond. Vervolgens worden gemeenten geacht om in 2019/2020 risicodialogen te voeren met alle relevante stakeholders, een klimaatadaptatiestrategie op te stellen, een uitvoeringsagenda gereed te hebben en beleid op klimaatadaptatie te hebben vastgesteld. De ambities uit het Deltaplan zijn de volgende: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten
Dit rapport richt zich op de eerste ambitie die in het Deltaplan is aangegeven, namelijk het in beeld brengen van de kwetsbaarheid van de buitenruimte op de vier klimaataspecten: overstromingen, wateroverlast door hevige neerslag, hitte en droogte en op de impact daarvan op de 9 sectoren: water en ruimte;
1 Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat er naast het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in 2016 de Nationale Adaptatie
Strategie (NAS) is uitgekomen. Waar het Deltaplan zich richt op het nemen van ruimtelijke maatregelen, zijn de maatregelen en thema’s binnen de NAS voornamelijk niet-ruimtelijk van aard (bijv. inzet zorg bij hitte). De NAS richt zich dan ook op de sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaplan aan bod komen. Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
8 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
natuur; landbouw, tuinbouw en visserij; gezondheid; recreatie en toerisme; infrastructuur; energie; IT en telecom; en veiligheid. Het doel van de eerste ambitie is om via een eerste, volledige en eenduidige, analyse het inzicht en de bewustwording bij gemeenten te vergroten. Ambitie één beoogt ook een (bestuurlijke) agendering van de klimaataspecten en de vervolgstappen die genomen dienen te worden na het in beeld hebben van de kwetsbaarheden. Deze klimaatstresstest is hiermee input voor de volgende stappen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: risicodialoog en strategie opstellen. Voor het uitvoeren van de klimaatonderzoeken is gebruik gemaakt van de door Arcadis ontwikkelde KlimaatTRAP. Daarnaast is gebruik gemaakt van de studies in de klimaateffectatlas en de risicokaart voor kwetsbare locaties.
1.3
Leeswijzer
In deze rapportage zijn de effecten van klimaatverandering voor de gemeente Sint-Michielsgestel weergegeven. De rapportage bestaat uit twee delen. Het eerste deel (H2 t/m 5) gaat in op de kwetsbaarheid van de 4 klimaataspecten: • • • •
Overstromingen Wateroverlast door hevige neerslag Hitte Droogte
Het tweede deel (H6 t/m 15) behandelt de impact daarvan op de 9 sectoren: • • • • • • • • •
Water en ruimte Natuur Landbouw, tuinbouw en visserij Gezondheid Recreatie en toerisme Infrastructuur Energie IT en telecom Veiligheid
De rapportage sluit af met conclusies en aanbevelingen voor het vervolgtraject: het voeren van risicodialogen en het formuleren van een klimaatadaptatiestrategie.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
9 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
2
WATEROVERLAST
Met het veranderende klimaat verandert ook het neerslagpatroon. In de meeste gevallen is de verwachte toename in het jaarvolume neerslag beperkt, maar neemt de intensiteit van de buien toe. De riolering, hemelwaterafvoer en drainage kunnen de grote hoeveelheid water in korte tijd dan niet altijd tijdig verwerken. Het overtollige regenwater kan in bebouwde gebieden, gebieden met ondoorlatende grondsoorten en verhardingen vaak moeilijk infiltreren in de bodem, met water op straat of maaiveld als gevolg. Bij een hevige bui stroomt het water naar de laagstgelegen gebieden en kan hier mogelijk wateroverlast ontstaan. Door deze ontwikkeling zal in de toekomst de kwetsbaarheid van bebouwde- en landelijke gebieden voor regenwateroverlast toenemen. Wateroverlast kan tot ernstige sociale (gezondheidsrisico’s door gemengd water op straat, begaanbaarheid van (spoor)wegen voor burgers en hulpdiensten en ongevallen) en economische (overstromingen van huizen/ productie-installaties) gevolgen leiden. De toenemende kans op water op straat gebeurtenissen kan daarnaast vaker voor (kleinschalige) hinder zorgen. Voor het in beeld brengen van de kwetsbaarheden van de gemeente Sint-Michielsgestel met betrekking tot wateroverlast zijn de volgende aspecten onderzocht: • Neerslagpatroon; • Water op straat; • Grondwateroverlast.
Voor de analyses is gebruik gemaakt van het hydraulische rioolmodel van de gemeente Sint-Michielsgestel en de klimaateffectatlas.
2.1
Neerslagpatroon
Eén van de gevolgen van klimaatverandering is dat hevige regenbuien vaker voor zullen komen én intenser worden. Volgens het KNMI neemt tot 2050 de intensiteit van hevige regenbuien met 12 tot 25% toe. Deze toename hangt samen met de temperatuurstijgingen, omdat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten. Hierdoor zal in de toekomst de kwetsbaarheid van bebouwde gebieden voor regenwateroverlast verder toenemen. Dat betekent dat dezelfde (of zelfs een grotere) hoeveelheid neerslag in een kortere tijdsperiode valt (met name in de zomer) of dat het juist langdurige zware regenval is (met name in de herfst en winter). Uit KNMI-scenario’s (2014) blijkt dat de verwachte hoeveelheden jaarneerslag met circa 50 mm toenemen in 2050 (Tabel 1). Te zien is dat in 2050 de verwachting is dat er circa 50mm meer neerslag valt. Tabel 1 Neerslagpatroon KNMI '14 klimaatscenario's huidig en WH2050; resultaten voor de gemeente SintMichielsgestel
Huidig 800-850mm
Jaarlijkse neerslag
WH 2050 850-900mm
Vooral een toenemende intensiteit van neerslag vergroot de kans op wateroverlast. Uit Tabel 2 blijkt dat de kans (herhalingstijd) dat extreme buien voorkomen sterk toeneemt in de toekomst. In de volgende paragraaf is de kwetsbaarheid van de bebouwde omgeving voor wateroverlast door extreme neerslag weergegeven. Tabel 2: Standaarden klimaatbuien voor stresstest (bron: Stichting Rioned)
Schaal Lokaal
Duur 1 uur 2 uur
Hoeveelheid [mm] 70 90 160
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
Herhalingstijd [jaar] Huidig klimaat 2030 200 150 500 400 2000 1500
2050 100 250 1000
2085 60 150 600
11 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
2.2
Water op straat
Voor een analyse van de kwetsbaarheid van de gemeente Sint-Michielsgestel voor extreme neerslag is de bebouwde omgeving blootgesteld aan de in Tabel 2 weergegeven drie buien. Dit zijn zogenoemde theoretische buien welke inzicht geven in het kantelpunt van een wijk/gebied. Twee neerslaggebeurtenissen, één van 70mm en één van 90mm, duren 1 uur en een derde neerslaggebeurtenis is 160mm in 2 uur. Met het gebruik van deze drie neerslaggebeurtenissen worden mogelijk verschillende faalmechanismen in beeld gebracht. Met een rioleringsmodel is vervolgens berekend waar ‘water op straat’ en/of in panden optreedt. De methodebeschrijving van deze analyse is weergegeven in Bijlage A. De rekenresultaten zijn weergegeven in Bijlage B.
Figuur 2. Voorbeeld van een resultaat uit een hydraulische simulatie van water op straat.
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? Onderstaand zijn per kern de locaties beschreven die bij een neerslaggebeurtenis van 70mm gevoelig zijn voor wateroverlast. Hierbij is specifiek gelet op locaties waar water tegen de gebouwen is berekend en straten met de grootste waterdiepten. Daarnaast is een analyse gemaakt waarin de begaanbaarheid van wegen in kaart gebracht wordt. Kern Berlicum In het zuiden van Berlicum (Middelrode) komen straten met hoge waterdiepten tussen de banden voor op de Kennedystraat en de Schweitzstraat. De waterdiepte staat hier zo hoog dat met name delen van de Schweitzstraat onbegaanbaar zijn voor het verkeer. Daarnaast komen er hoge waterdiepten voor op de Milrooijseweg bij de Westakkers tot waar de Milrooijseweg overgaat in de Sassenheimseweg. Grote delen van de weg zijn onbegaan voor verkeer. Hierop toevoegend betreft het een regionale weg waar vermoedelijk meer verkeer wordt gehinderd dan dit zal zijn voor een lokale weg. In het noorden van Berlicum komen er hoge waterdiepten voor in de straten Kerkwijk, Pastoor van Den Boomstraat, De Groeskant en straten die Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
12 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
aansluiten op De Groeskant. In de straat Kerkwijk komen de hoogste waterdiepten voor en delen van deze weg zijn dan ook onbegaanbaar. De andere genoemde straten zijn voor het grootste deel slecht begaanbaar. Daarnaast komen er hoge waterdiepten voor in de straten Braakven en Oude Pastorieweg. Deze straten zijn voor een groot deel onbegaanbaar voor het verkeer. Kern Den Dungen In het zuiden van Den Dungen (Maaskantje) komen hoge waterdiepten voor in de straat Heesterveld en andere straten die op de Heesterveld aansluiten. Al deze straten zijn onbegaanbaar voor het verkeer. Noordelijker in de kern om hoge waterdiepten voor op de Jacobskamp en straten die hier op aansluiten. Ook hier zijn grote delen van de straten onbegaanbaar voor het verkeer. Ten westen van de Jacobskamp, aan de linkerzijde van de Litserstraat, zijn de straten Kampseveld en Pastorijakker voor grote delen onbegaanbaar voor verkeer door hoge waterdiepten. Kern Gemonde Nagenoeg alle straten in de kern zijn goed begaanbaar voor het verkeer. De Laan ter Habraken kent enkele delen welke slecht begaanbaar zijn voor het verkeer als gevolg van hoge waterdiepten. Kern Sint-Michielsgestel In het westen van de kern (Theereheide) komen hoge waterdiepten voor op de straten Monseigneur, ter hoogte van het Lindeplein en de Esdoornstraat. Grote delen van deze straten zijn onbegaanbaar voor het verkeer.
Daarnaast zijn veel straten die hierop aansluiten ook slecht begaanbaar voor het verkeer door hoge waterdiepten. De straten Gouden Regenstraat en Lijsterbesstraat zijn ook voor een klein deel onbegaanbaar en aangrenzende straten zijn slecht begaanbaar voor verkeer als gevolg van hoge waterdiepten. In het oosten van de kern komen hoge waterdiepten voor op Spijt en Beekgraaf. De wegen zijn hier voor een deel onbegaanbaar voor het verkeer. Verder komen er hoge waterdiepten voor op De Geelgors en De Koperwiek, ook deze straten zijn voor grote delen onbegaanbaar voor verkeer.
2.3
Grondwateroverlast
In de KNMI ’14 klimaatscenario’s neemt de neerslag in de winter toe, terwijl de verdamping ongeveer gelijk blijft. Een gevolg daarvan is dat de aanvulling van het grondwater in de winter toeneemt, de grondwaterstand stijgt, kwel (uittredend grondwater) toeneemt en daarmee de kans op overlast groter wordt. De kans op overlast kan sterk worden beïnvloed door lokale omstandigheden, zoals een door graafwerk verstoorde bodem, de constructiekenmerken van gebouwen of lokale ondoorlatende lagen. Deze lokale omstandigheden komen in het kaartbeeld van de klimaateffectatlas niet tot uiting. Onderstaande kaart uit de klimaateffectatlas geeft op het niveau van de gemeente globaal aan in welke zones de kans op grondwateroverlast toeneemt. Daarbij staan de klasses voor de volgende (bandbreedten aan) grondwaterstijging en -diepte: Tabel 3: Bandbreedte klassenverdeling grondwateroverlast (klimaateffectatlas, oktober 2018)
Indien het risico sterk toeneemt kan het nodig zijn om extra voorzieningen te treffen om het grondwaterpeil te beheersen, of om aanvullende constructievoorschriften te gebruiken om de kwetsbaarheid van gebouwen en infrastructuur te beperken.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
13 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? Uit de analyse van de klimaateffectatlas kan worden opgemaakt dat de kans op een toename in 2050 van grondwateroverlast voor gemeente Sint-Michielsgestel in het bebouwd gebied klein is en in het landelijk gebied is deze kans aanmerkelijk. Op een aantal locaties langs oppervlaktewateren de Dommel is de kans op grondwateroverlast groter.
Figuur 3: Kans op toename grondwateroverlast tot 2050 (Bron: klimaateffectatlas, geraadpleegd 18 maart 2019)
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
14 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
3
DROOGTE
Het KNMI gaat ervan uit dat de kans op drogere zomers toeneemt. Hierbij zal de totale neerslagsom in de zomer afnemen, waarbij ook het aantal opeenvolgende droge dagen stijgt. Droogte wordt veroorzaakt door een hoge verdamping en een tekort aan neerslag. Bij zonnig weer met hoge temperaturen en veel wind verdampt veel vocht. Naast veranderende weersomstandigheden heeft verdroging veelal menselijke oorzaken (Groenblauwe netwerken. Potz, 2016): • Ontwatering en versnelde afwatering (drainage) voor de landbouw veroorzaken landelijk circa 60% van de verdroging. • Grondwateronttrekkingen voor drink- en industriewater en beregening veroorzaken circa 30% van de verdroging. • Overige oorzaken, zoals de toename van verhard oppervlak, bebossing (=toename verdamping) en zandwinning dragen voor circa 10% bij. Droge perioden vinden over het algemeen plaats gedurende de zomer wat tevens het groeiseizoen (1 april t/m 30 september) is voor de meeste gewassen. Juli 2018 kende een droogterecord: er viel gemiddeld 11 mm regen. Normaal is dat die maand 78 mm. Ook in onderstaande afbeelding is te zien dat 2018 bij de 5% droogste jaren behoort.
Figuur 4: Neerslagtekort in Nederland in 2018. Landelijk gemiddelde over 13 stations (bron: KNMI, geraadpleegd op 24 januari 2019)
Door droogte kan de voedselproductie (landbouwsector) worden bedreigd. Ook andere sectoren kunnen onder druk komen te staan, zoals drinkwaterproductie uit oppervlaktewater, koeling voor de industrie en energiecentrales. Daarnaast neemt de schade aan de natuur en het risico op natuurbranden toe. In het stedelijk gebied in Nederland is de verwachte schade ten gevolge van klimaatverandering door droogte groter dan die door wateroverlast (zie Figuur 1 uit Manifest Klimaatbestendige stad, Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering). De kwetsbaarheid van de gemeente Sint Michielsgestel voor droogte is in kaart gebracht voor de (ontwikkeling van de) volgende aspecten: kwetsbaarheid van vegetatie voor verdroging, kwetsbaarheid voor Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
15 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
funderingsschade als gevolg van paalrot, en (droogvallende) bluswatervoorzieningen. Daarnaast is middels de klimaateffectatlas inzichtelijk gemaakt wat het neerslagtekort voor de gemeente is, wat de verwachtte ontwikkeling van de gemiddeld laagste grondwaterstand is, en wat de gevoeligheid voor bodemdaling en zetting is.
3.1
Neerslagtekort
Het neerslagtekort is een maat voor de droogte en volgt uit het verschil tussen verdamping en neerslag. Als de referentieverdamping hoger is dan de neerslag is er sprake van een neerslagtekort. In zo’n situatie is er minder vocht beschikbaar voor de optimale groei van gewassen. Het potentieel maximaal neerslagtekort treedt doorgaans aan het einde van de zomer op. Toename van het neerslagtekort kan leiden tot verdere afname van de waterbeschikbaarheid in grond- en oppervlaktewater en een toename van de watervraag voor peilbeheer en beregening. Ook de waterkwaliteit kan onder druk komen te staan, bijvoorbeeld door verminderde doorstroming van oppervlaktewater. Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielsgestel? Uit de modelresultaten (2014) van KNMI klimaatscenario WH2050 kan worden opgemaakt dat het potentieel 10-jarig neerslagtekort momenteel 210-240 mm bedraagt en kan oplopen tot 270-330 mm in 2050. Dit heeft nadelige gevolgen voor de beschikbaarheid van water (o.a. voor landbouw) en de waterkwaliteit.
3.2
Ontwikkeling gemiddeld laagste grondwaterstanden
In tijden van droogte wordt de grondwaterstand minder door neerslag aangevuld terwijl mogelijk een groter beroep wordt gedaan op grondwater danwel oppervlaktewater. Bij een te lage grondwaterstand kan schade ontstaan. In de analyse van de klimaateffectatlas is gekeken naar de te verwachten gemiddeld laagste grondwaterstand bij klimaatscenario WH2050. Hiervan is een kaartbeeld gemaakt dat de verschilsituatie ten opzichte van het huidige klimaat presenteert. Bij de analyse is rekening gehouden met verandering van klimaat en water- en landgebruik. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt doorgaans aan het einde van de zomerperiode bereikt. In het merendeel van Nederland is er geen duidelijke ontwikkeling in de GLG (een lichte daling van 5 tot 10 centimeter). Op een deel van de hoge zandgronden wordt juist een stijging van de GLG berekend. De resultaten van de klimaateffectatlas zijn gebaseerd op het Nationaal Water Model. Hierin is geen rekening gehouden met specifieke lokale factoren als onttrekkingen of bemalingen.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
16 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielsgestel? Ten opzichte van het huidige klimaat is er een duidelijke ontwikkeling van de gemiddeld laagste grondwaterstanden in de gemeente Sint Michielsgestel in klimaatscenario WH2050. In het grootste gedeelte van de gemeente is enige daling (van 10 tot 25 cm) in de gemiddeld laagste grondwaterstanden te verwachten.
Figuur 5: Verandering gemiddeld laagste grondwaterstand klimaatscenario WH2050 ten opzichte van huidig klimaat (bron: klimaateffectatlas, geraadpleegd op 28 februari 2019)
3.3
Kwetsbaarheid van vegetatie voor verdroging
Een tekort aan neerslag en extreem lage grondwaterstanden kunnen leiden tot verdroging van vegetatie. De gevolgen hiervan verschillen per type vegetatie (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012). Wanneer gras onvoldoende wateraanvoer krijgt leidt dit tot verdroging van de graslaag. De graslaag droogt uit wat leidt tot een verkleuring van de gras-vegetatielaag. Doordat de graslaag onvoldoende vocht kan onttrekken leidt dit ook tot een tekort aan voedingsstoffen. Daarnaast zal het gras de verdamping beperken, om zodoende zo lang mogelijk vocht vast te houden. Dit gaat ten koste van de groei en vitaliteit en kan leiden tot (tijdelijke) uitval van de graslaag (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012). De gevolgen van droogte voor struiken en bomen valt te verdelen onder (vroegtijdig) bladafval en uitval (Hoogvliet et al, 2012). Dit ontstaat bij een onvoldoende watertoevoer of een snelle daling van de grondwaterstand. Tevens kunnen er nieuwe ziektes en plagen ontstaan die in het huidige klimaat nog geen rol spelen. Daarentegen kunnen de bestaande ziektes en plagen verdwijnen omdat deze mogelijk niet bestand zijn tegen het toekomstige klimaat (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012). Om inzichtelijk te maken in welke gebieden vegetatie kwetsbaar is voor verdroging, is gebruik gemaakt van zowel de grondsoorten, de maaiveldhoogte en de grondwaterstand.
Verdere informatie over de methodologie is beschreven in bijlage A. Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielsgestel? De hoofdklassificering van bodemsoorten in Sint Michielsgestel is voornamelijk zand. De grens van de grondwaterstand voor de droogtegevoeligheid van vegetatie 3 meter onder maaiveld. Hierbij is het referentiegewas gras. Op locaties waar de gemiddeld laagste grondwaterstanden zich dieper dan deze grens bevindt wordt vegetatie als kwetsbaar voor verdroging gekenmerkt.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
17 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Figuur 6: Kwetsbaarheid van gras voor verdroging
In 16.3Bijlage C is op zowel gemeente- als kernniveau de kwetsbaarheid van gras voor verdroging op kaart weergegeven. Uit de resultaten blijkt dat bij een gemiddeld laagste grondwaterstand in het grootste gedeelte van de gemeente gras een lage kwetsbaarheid voor verdroging heeft, en dat met name gras in gebieden met een hoger gelegen maaiveld kwetsbaar voor verdroging is. Dit betekent echter niet dat gemeente Sint-Michielsgestel geen last van droogte heeft. Dit is namelijk afhankelijk van de watervraag van het type vegetatie en van de capillaire nalevering vanuit het grondwater. Sommige vegetatie – met name akkerbouwgewassen waarbij voor een goede oogst een hoog drogestofgehalte moet worden geproduceerd – heeft een hogere watervraag dan gras. Ook komt het voor dat het grondwater lager dan de gemiddeld laagste grondwaterstand staat. Dit betekent dat een groter gebied dan weergegeven in Figuur 6 kwetsbaar kan zijn voor verdroging van vegetatie.
3.4
Knelpunten waterkwaliteit
Perioden van droogte zullen leiden tot lagere waterstanden in oppervlaktewateren. Daarnaast zal de temperatuur van het oppervlaktewater stijgen. Dit zorgt ervoor dat de waterkwaliteit zal verslechteren (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012). Deze gevolgen kunnen leiden tot (onomkeerbare) schade aan oevers en een verslechtering van de habitat voor flora en fauna. Daarnaast wordt de kans op blauwalg en botulisme groter, met gevolgen voor de gezondheid van mens en dier (Hoogvliet et al, 2012). Tevens kan dit negatieve gevolgen opleveren voor de recreatiesector (zowel recreanten als exploitanten) (de Jonge, 2008). Een geïsoleerde waterpartij is minder klimaatbestendig dan watergangen met doorstroming (afhankelijk van de mate van doorstroming). Doorstroming zorgt voor ‘verversing’ van het oppervlaktewater. Afvalwater uit lozingspunten van gemengde riolen kunnen de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. Meldingen kunnen inzicht geven in de ontwikkeling van de waterkwaliteit in de loop der jaren.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
18 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielsgestel? In het onderstaande kaartbeeld zijn het oppervlaktewater en de locaties van gemengde externe overstorten in beeld gebracht. Door Waterschap De Dommel zijn tevens locaties aangegeven waarvan bekend is dat er blauwalg is opgetreden.
Figuur 7: Knelpunten waterkwaliteit
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
19 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
3.5
Bodemdaling, zettingsgevoeligheid en funderingsschade
Bodemdaling Funderingen op staal ondervinden hinder van een dalende grondwaterstand middels bodemdaling. Extreem lage grondwaterstanden kunnen leiden tot extra bodemdaling in klei- en veengebieden (PBL, 2011). Wanneer er in deze gebieden funderingen op staal zijn toegepast kunnen deze gaan verzakken doordat een veranderende bodemsamenstelling zorgt voor een herverdeling van de belasting van de fundering op de ondergrond. Daarnaast kan bodemdaling leiden tot (ongelijke) zetting van de bodem waardoor negatieve kleef bij houten paalfunderingen kan ontstaan. Bij negatieve kleef gaat zakkende grond hangen aan de paalfundering. Dit kan resulteren in schade aan fundering en bebouwing. Bij betonnen paalfunderingen is hier bij het ontwerpproces rekening mee gehouden. Tevens kan bodemdaling verzakking van infrastructuur veroorzaken. (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012). Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielsgestel? Uit de analyseresultaten in de klimaateffectatlas wordt in het huidige klimaat bodemdaling berekend, en in KNMI ’14 klimaatscenario 2050WH wordt aanvullende bodemdaling verwacht. In het westen van de gemeente (zie onderstaand figuur) wordt in het huidig klimaat verwacht dat tot 2050 er meer dan 60 cm bodemdaling op kan treden. In klimaatscenario WH2050 wordt in deze gebieden aanvullend 5 tot meer dan 15 cm bodemdaling berekend.
Figuur 8: Bodemdaling huidige klimaat (links) en aanvullende bodemdaling door klimaatverandering (WH 2050); (bron: klimaateffectatlas, geraadpleegd op 28 februari 2019)
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
20 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Zettingsgevoeligheid In gebieden waar slappe grond voorkomt, bestaat kans op bodemdaling (zetting) na ophoging met zand of andere materialen. In nieuwe stedelijke gebieden vindt ophoging plaats in het kader van het bouwrijp maken van een gebied. In bestaande stedelijke gebieden kan worden opgehoogd om eerdere daling te compenseren. Bodemdaling vindt voornamelijk plaats in de eerste maanden tot jaren na de ophoging, maar restzettingen kunnen over langere periodes (decennia) optreden. In gebieden met dikke pakketten veen en klei treedt er forse zetting op. Dergelijke zettingen zijn vaak aanleiding voor nieuwe ophoging, waardoor het proces van bodemdaling verder versnelt door de toegenomen belasting. Het proces van bodemdaling door ophoging is niet afhankelijk van klimaatverandering. Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielgestel? De zettingsgevoeligheid in Sint Michielsgestel is in Figuur 9 gevisualiseerd door de bodemdaling van een fictieve situatie door te rekenen waarbij een zandpakket van 1 meter dikte is aangebracht bovenop de bestaande ondergrond. Hierin is zichtbaar dat de bodem van het stedelijke gebied na ophoging met een meter zand tot 10 cm kan dalen. In delen van alle kernen is de berekende zetting 1 tot 10 cm. Een klein deel van de bodem van de kern Sint Michielsgestel kan zetten van 25 tot 50 cm.
Figuur 9. Zettingsgevoeligheid (bron: klimaateffectatlas, geraadpleegd op 28 februari 2019)
Funderingsschade als gevolg van paalrot Houten paalfunderingen dienen geheel onder het grondwater te blijven, anders kan funderingsschade als gevolg van paalrot optreden. Een daling van de grondwaterstand kan leiden tot droogstand van de paalfundering. Het funderingshout komt hierdoor in aanraking met zuurstof met als gevolg aantasting van het funderingshout door bacteriën (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012). Dit leidt tot een vermindering van de draagkracht en mogelijke schade aan de bebouwing (CURNET, SBR, 2012). De gevolgen van droogstand voor houten paalfunderingen komt voor bij een definitieve droogstand van het funderingshout maar ook bij een tijdelijke, terugkerende (cumulatieve) droogstand (Brolsma, van Meerten, Dionisio, Elbers, 2012).
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
21 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
De bouwperiode en bodemkenmerken van een gebied geven een eerste indicatie van de hoeveelheid houten paalfunderingen in het gebied. Zie bijlage A voor een beschrijving van de methodologie van de analyse voor het bepalen van de gevoeligheid voor funderingsschade. Hoe kwetsbaar is gemeente Sint Michielsgestel?
In de afbeelding hiernaast zijn de panden van gemeente Sint Michielgestel weergegeven op kaart. Op basis van de aannames in de analyse komen de panden in de gemeente SintMichielsgestel niet als kwetsbaar voor funderingsschade als gevolg van paalrot naar voren.
Figuur 10: Kwetsbaarheid van panden voor funderingsschade als gevolg van paalrot (rood=kwetsbaar; groen=niet kwetsbaar)
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
22 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
4
HITTE
De zomer van 2018 was de warmste die is gemeten: in De Bilt was het 19 graden gemiddeld. Normaal is dat in de zomer 17 graden. Het record was tot dit jaar gevestigd in 2003, toen werd het gemiddeld 18,6 graden. Het warmst werd het op 26 juli in Arcen waar 38,2 graden werd gemeten, de op een na hoogste temperatuur die ooit in Nederland is vastgesteld. Er waren twee hittegolven en acht tropische dagen (30 graden en warmer), normaal zijn dat er twee. Dat blijkt uit cijfers van het KNMI. In Nederland ligt tijdens hittegolven het sterftecijfer 12% hoger dan normaal. De stijging van de gemiddelde jaartemperaturen in Nederland brengt nauwelijks acute problemen met zich mee. Dergelijk problemen doen zich juist voor bij pieken in de temperatuur, zoals op tropische dagen en tijdens warme nachten. Zo kunnen vooral bij kwetsbare groepen zoals zieken en ouderen gezondheidsproblemen optreden (hittestress) en kunnen infrastructuur en gebouwen schade oplopen door het uitzetten van materialen. Verder kan langdurig aanhoudende hitte leiden tot klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Tevens neemt het risico op uitdroging en oververhitting toe. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden.
De kwetsbaarheden van de gemeente Sint-Michielsgestel voor hitte zijn in deze stresstest inzichtelijk gemaakt door de (ontwikkeling van de) volgende aspecten te bekijken: aantal zomerse en tropische dagen, hittestress door warme nachten, oppervlaktetemperatuur en opwarming van oppervlaktewater. Hierbij is gebruik gemaakt van het thermisch infraroodbeeld van de satelliet en de resultaten van de klimaateffectatlas.
4.1
Zomerse en tropische dagen per jaar
Het aantal dagen waarop het warm wordt in Nederland neemt de komende jaren verder toe. Bij temperaturen boven 25 ºC kan dit gevolgen hebben voor de gezondheid van kwetsbare groepen zoals ouderen en jonge kinderen. Als de temperatuur in de buurt van 30 ºC komt, lopen ook andere groepen risico op gezondheidsklachten wanneer zij zich intensief inspannen of langere tijd onbeschermd in de zon bevinden. Hittestress kan bij kwetsbare groepen leiden tot meer arbeidsuitval, een toename van gezondheidsklachten en vervroegde sterfte. Hoe kwetsbaar is de gemeente Sint-Michielsgestel? In Tabel 4 is de verwachting van het KNMI voor de ontwikkeling van het aantal zomerse en tropische dagen weergegeven. Tabel 4: Ontwikkeling zomerse en tropische dagen in de omgeving van de gemeente Sint-Michielsgestel
Aantal zomerse dagen (max. ≥ 25 °C) Aantal tropische dagen (max. ≥ 30 °C) Langste reeks opeenvolgende zomerse dagen
Huidig 30 - 40 3-6 7-9
2050 WH Scenario 50 - 60 15 - 18 13 - 15
Afgaande op de KNMI-klimaatscenario’s kan het aantal zomerse dagen in 2050 zijn verdubbeld. Het aantal tropische dagen neemt mogelijk nog sterker toe. De jaarextremen zullen ook sterk toenemen: de temperatuur op de heetste dag van het jaar zal in 2050 1,0 tot 3,8 graden hoger liggen dan nu het geval is.
4.2
Hittestress door warme nachten
Wanneer het aantal zomerse en tropische dagen toeneemt, zal ook het gemiddeld aantal tropische nachten per jaar toenemen. Tijdens een tropische nacht daalt de temperatuur niet onder de 20 ºC. In buurten met veel verharding is minder groen aanwezig met als gevolg minder verdamping. Hierdoor loopt de temperatuur verder op. Door de aanwezigheid van gebouwen en menselijke activiteit koelt het ’s nachts ook minder snel af.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
23 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? De ontwikkeling van het aantal tropische nachten is weergegeven in Figuur 11. Het aantal tropische nachten per jaar ligt momenteel rond enkele dagen per jaar voor de kernen van gemeente Sint-Michielsgestel. In 2050 zal dit in het meest extreme geval zijn gestegen tot meer dan 2 weken per jaar. De ruimtelijke kenmerken van bebouwde gebieden (veel verharding, weinig groen) dragen hier in grote mate aan bij.
Figuur 11: Toename aantal tropische nachten / hittestress: huidig (links) en in 2050 (rechts) (klimaateffectatlas, september 2017)
4.3
Oppervlaktetemperatuur
Voor deze analyse is gebruik gemaakt van een thermisch infrarode opname van de Landsat 8 satelliet. Het grote voordeel van deze opname is dat het in één oogopslag een waarheidsgetrouw en gemeente dekkend totaalbeeld geeft van de op dat moment heersende warmteverschillen. Het is dus in zekere zin op te vatten als een praktijkmeting. Verschillen in oppervlaktetemperatuur ontstaan door het in meer of mindere mate aanwezig zijn van verharding, vegetatie, water en schaduw. Meer informatie over het satellietbeeld is te vinden in de methodebeschrijving in bijlage A. Voor alle resultaten uit de oppervlaktetemperatuur-analyse geldt dat deze betrekking hebben op de zogenoemde stralingstemperatuur van het oppervlak (zoals dat loodrecht van boven zichtbaar is). Ter vergelijking kan men denken aan de warmte die je aan de binnenkant van een elektrische oven voelt “stralen”. De door een mens ervaren temperatuur (gevoelstemperatuur) is, buiten de bovengenoemde stralingstemperatuur, onder meer afhankelijk van de lokale (relatieve) luchtvochtigheid, windsnelheid en temperatuur van de aangevoerde lucht. De resultaten uit de oppervlaktetemperatuur-analyse zijn vervolgens geclassificeerd naar ‘ervaren mate van hittestress’. Een onderzoek in Rotterdam in 2010 toonde aan dat het temperatuurverschil binnen en buiten de stad ’s nachts oploopt tot 8 C (Nijhuis en Streng, 2011).
Het geschatte verschil in gevoelstemperatuur liep op tot 15 C. De gevoelstemperatuur werd in dit project geschat op basis van een indeling van de omgevingstemperatuur in vijf klassen: comfortabel (18-23 C), lichte warmtestress (23-29 C), matige warmtestress (29-35 C), sterke warmtestress (35-41 C) en extreme warmtestress (>41 C). In 16.3Bijlage D zijn op zowel gemeente- als kernniveau de resultaten van de hitte-analyse weergegeven.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
24 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? In het gemeentelijke warmtebeeld is te zien dat buiten de kernen een aantal akkers met hoge temperaturen naar voren komen. De oorzaak hiervan is vermoedelijk gelegen in het feit dat ten tijde van het ingevlogen satellietbeeld er een aantal akkers braak lagen. Hierdoor is er weinig verdamping en warmt de bodem op. Ten opzichte van het landelijk gebied zijn in de kernen hogere temperatuurwaarden gemeten. Verder komen de kernen als relatief warm naar voren. Binnen kernen houdt verdere differentiatie met name verband met de mate van verhardingsgraad en de aan- of afwezigheid van vegetatie en water.
Figuur 12. Beeld van de oppervlaktetemperatuur nabij de rivier De Dommel.
Kern Sint-Michielsgestel In de kern Sint-Michielsgestel is een duidelijke strook te vinden waar de temperaturen een paar ℃ lager liggen dan de omliggende gebieden. Door dit gebied stroomt de rivier de Dommel met een groenstrook aan beide kanten van de rivier. Aan de linkerzijde van de rivier zijn twee hitte-eilanden te zien. Het eerste hitteeiland ligt bij het Kentalis en een aangrenzend terrein waar een bouwlocatie in ontwikkeling is. Temperaturen lopen hier op tot 36 ℃. Deze hoge temperatuur wordt verklaard door het hoge percentage verharding bij het Kentalis. Daarnaast is er op de luchtfoto te zien dat de bouwlocatie ook veel verharding/braakliggend terrein kent en weinig bomen, die een verkoelend effect hebben. Het tweede hitte-eiland ten westen van de Dommel bevindt zich midden in de wijk Theereheide tussen de Theerestraat en de Berkenlaan. De maximum temperatuur loopt hier op tot 34℃ waar in de omliggende gebieden de temperaturen een paar ℃ lager zijn. Deze hoge temperatuur wordt verklaard door het hoge percentage verharding. Dit gebied heeft veel gebouwen en relatief weinig groen/bomen. Hierdoor kan er minder verdampen en is er geen verkoelend effect. Ten oosten van De Dommel is er één hitte-eiland in de vorm van een smalle strook. Deze strook loopt van Cristinastraat door tot de Berkdijk waar de temperatuur het hoogst ligt (35 ℃).
Deze strook bevat relatief minder groen dan de omliggende straten. In het noorden van deze strook ter hoogte van de Bedrijvenweg is veel verharding en nauwelijks een groene strook en daardoor loopt hier de temperatuur het hoogst op.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
25 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Kern Berlicum In de kern Berlicum bevinden zich meerdere hitte-eilanden die we zo één voor één beschrijven. Daarnaast valt de koelere strook ten westen van de kern op. Hier stroomt de rivier de Aa en de Zuid-Willemsvaart. Dit (stromende) water zorgt ervoor dat de temperaturen hier meer dan 5 ℃ lager liggen dan binnen de kern Berlicum. Daarnaast is er in het noordwesten, net buiten de kern, braakliggend landbouwgrond en hier loopt de temperatuur op tot 37 ℃. De bedekking van landbouwgrond is seizoensgebonden, maar het is opvallend dat het aangrenzend landbouwperceel wel lagere temperaturen heeft. Op basis van de luchtfoto is te zien dat hier wel gewassen op staan. Binnen de kern Berlicum bevindt zich een hitte-eiland rond Milrooijseweg. Hier zijn een aantal industriebedrijven gevestigd met veel verhard oppervlak. Dit resulteert in minder verkoeling en de temperatuur ligt dan ook rond de 36 ℃. Ten westen van de Runweg ligt een tweede hitteeiland. Ook hier is een industrieterrein de oorzaak van de hoge temperaturen. Het contrast met het gebied ten oosten van de Runweg is groot. Hier zijn de temperaturen ongeveer 10 ℃ lager. Dit relatief koele gebied is het gevolg van de aanwezigheid van groene gewassen op landbouwgrond blijkt uit de analyse van luchtfoto’s. Wat verder opvalt in de kern Berlicum is het verschil in temperaturen tussen bepaalde buurten (ca. 5℃).
De buurt in het noorden van Berlicum (wat een relatief hoog percentage groen heeft) heeft lagere temperaturen dan de buurt rond de Kerkwijk (wat een relatief laag percentage groen heeft). Kern Gemonde De kern Gemonde heeft minder grote hitte-eilanden dan de andere kernen in de gemeente SintMichielsgestel. Dit is deels te verklaren doordat de kern Gemonde kleiner is dan de andere drie, maar ook doordat er hier een hoger percentage groen aanwezig is. De kern is ruim opgezet wat resulteert in huizen met tuinen en groen stroken. Deze hebben een verkoelend effect op de omgeving en dat resulteert in lagere temperaturen rond de 30 ℃. Eén gebied wat relatief warmer is dan de omliggende gebieden is ten noorden van de Lariestraat. Hier loopt de temperatuur op tot 34 ℃ wat veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van een industriebedrijf. Dit terrein is verhard en de temperaturen lopen op, doordat er weinig verdamping is door groen gebieden. Kern Dungen In de kern Dungen bevinden zich een aantal hitte-eilanden. In het zuidwesten, aan beide zijden van de Hoogstraat, zijn twee hitte-eilanden te zien. Hier bevinden zich landbouwgronden waar het gewas wat verbouwd wordt seizoensgebonden is. Landbouwgronden liggen bij het signaleren van een hitte-eiland brak. Vanwege het ontbreken van gewassen is er weinig verdamping en ontstaat een hitte-eiland.
Ten westen van deze hitte-eilanden ligt een relatief koeler gebied. Het gaat hier ook om landbouwgrond, alleen werden hier wel gewassen verbouwd ten tijden van de satellietopname. Deze gewassen hebben een verkoelend effect vanwege de hoge verdamping. Het laatste hitte-eiland wat veroorzaakt wordt door braakliggende landbouwgrond bevindt zich ten noorden van de Spurkstraat. In het noorden van de kern Dungen, bij het sportcomplex SC Den Dungen, is ook een hitte-eiland te zien. Hier loopt de temperatuur op tot ca. 38℃ wat veroorzaakt wordt door het kunstgras. Verdamping vindt hier nauwelijks plaats waardoor er geen verkoelend effect optreedt en de temperatuur oploopt.
4.4
Opwarming oppervlaktewater
Een toename van zomerse en tropische dagen heeft gevolgen voor het oppervlaktewater. Tijdens langdurig warme periodes kan met name stilstaand oppervlaktewater sterk opwarmen. Ook bij langdurige droogte verdampt veel water, neemt het volume af en warmt water sneller op. Dit kan nadelige effecten hebben voor de waterkwaliteit, mogelijk met nadelige effecten voor ecologie en recreatie tot gevolg. De klimaateffectatlas toont de langste aaneengesloten periode van dagen per jaar, waarin de watertemperatuur hoger is dan 20°C. Vanaf die temperatuur gedijen (ongewenste) exotische planten en dieren, blauwalgen, ziekteverwekkers- en -verspreiders beter. Oppervlaktewater dat méér dan drie meter diep is, is niet opgenomen in het kaartbeeld van de klimaateffectatlas. Weersinvloeden en locatie specifieke factoren zoals waterdiepte en bebouwingsdichtheid zijn opgenomen in het rekenmodel.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
26 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? In Figuur 13 is de opwarming van het oppervlaktewater in de gemeente weergegeven met een doorkijk naar 2050.
Figuur 13: Langste opeenvolgende reeks dagen met oppervlaktewater > 20 ºC; huidig (boven) en in 2050 (onder) (klimaateffectatlas, september 2017)
Tot 2050 is de verwachting dat het aantal opeenvolgende dagen waarbij het oppervlaktewater warmer is dan 20 ºC zal toenemen. Momenteel is er sprake van 20 tot 30 opeenvolgende dagen met oppervlaktewater boven deze temperatuur voor een aantal oppervlaktewateren binnen de gemeente. In klimaatscenario WH2050 zal dit voor een aantal oppervlaktewateren oplopen tot meer dan 30 opeenvolgende dagen. Zoals hierboven beschreven kan dit nadelige effecten hebben op de waterkwaliteit.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
27 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
5
OVERSTROMING
Nederland is beschermd tegen hoogwater door waterkeringen. Ons land staat internationaal bekend om onze sterke dijken, maar toch kunnen ook wij te maken krijgen met de gevolgen van het doorbreken van een dijk. Omdat de effecten van een overstroming groot kunnen zijn en per locatie sterk kunnen verschillen, is het waardevol om inzicht te krijgen in de kans op zo’n overstroming. Deze kans kan in de toekomst anders zijn dan nu, bijvoorbeeld door veranderende neerslagpatronen. Als overstromingen plaatsvinden, zal er economische schade optreden aan bijvoorbeeld gebouwen en infrastructuur en ontstaat grote maatschappelijke ontwrichting. Ook is er een kans dat mensen gewond raken of zelfs overlijden als gevolg van verdrinking, onderkoeling of verminderde bereikbaarheid van hulpdiensten. In werkelijkheid kan de overstromingskans in de toekomst ook kleiner zijn, omdat de sterkte van de waterkeringen in 2050 groter kan zijn. De kwetsbaarheid van de gemeente Sint-Michielsgestel voor overstromingen is in beeld gebracht door de (ontwikkeling van de) volgende aspecten te bekijken: maximale overstromingsdiepte, overstromingskans en het percentage droge plekken bij een ‘worst case’ scenario. Hierbij is gebruik gemaakt van de analyses van de klimaateffectatlas.
5.1
Overstromingsdiepte
De overstromingsdiepte bepaalt de mate waarin een gebied wordt blootgesteld aan de effecten van een overstroming. Het is één van de factoren die van belang is voor de hoeveelheid schade en slachtoffers bij een overstroming. Ook bij beperkte overstromingsdiepten, bijvoorbeeld van een halve meter, kan de impact groot zijn. Dit omdat elektriciteit, drinkwater, telecom en internet dan vaak niet meer beschikbaar zijn. De kwetsbaarheid van de gemeente Sint-Michielsgestel voor overstromingen is in deze stresstest in beeld gebracht via de klimaateffectatlas. De kaarten laat zien welke gebieden kunnen overstromen en welke overstromingsdiepte maximaal kan optreden. Deze kaarten zijn gemaakt voor overstromingen vanuit primaire keringen, regionale keringen en buitendijkse gebieden. Daarnaast heeft Waterschap De Dommel een T=100 simulatie uitgevoerd welke de maximale overstromingsdiepte vanuit De Dommel en de Essche stroom laat zien. Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? Uit analyse van de berekende overstroming vanuit primaire keringen (vermoedelijk vanuit de Maas) blijkt dat er overstromingen in de gehele gemeente Sint-Michielsgestel worden berekend. Daarbij treden met name in het noorden van de gemeente overstromingsdiepten van meer dan 5 meter op. Naar het zuiden toe nemen de waterdiepten af en in het uitersten zuiden van de gemeente vindt geen overstroming plaats.
Overstromingen vanuit de regionale keringen vinden ook plaats (vermoedelijk vanuit De Dommel en de ZuidWillemsvaart). Overstromingen vinden met name plaats in Den Dungen en ten noorden van de kern SintMichielsgestel. Hierbij treden overstromingsdiepten van meer dan 5 meter op. Overstroming van buitendijkse gebieden treden ook op. Met name rond De Dommel zijn gebieden die overstromen. Ten noorden zijn de overstromingsdiepten het hoogst, meer dan 5 meter. Een simulatie van een T=100 (winter-situatie) vanuit De Dommel en de Essche stroom laat ook zien dat gebieden rondom deze rivieren en ten noorden van de kern Sint-Michielsgestel kunnen overstromen en forse overstromingsdiepten optreden.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
28 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
Figuur 14. Links de maximale waterdiepte door overstromingen vanuit primaire keringen en rechts de kans op overstromingen met waterdiepten van 1-20 centimeter.
5.2
Overstromingskans
De plaatsgebonden overstromingskans is de kans die één persoon op één locatie per jaar loopt om te maken te krijgen met een overstroming. De plaatsgebonden overstromingskans is waardevol, omdat binnen een gebied grote verschillen kunnen bestaan in de overstromingskans. De kaart geeft het beeld van de overstromingskans per buurt, gebaseerd op de kans dat een primaire of secundaire waterkering doorbreekt. Locaties binnen een door dijken beschermd gebied kunnen sterk verschillen in overstromingskans. In gebieden met een relatief hoge overstromingskans is het zinvol om het overstromingsrisico nader te verkennen. Bij de kaart is voor primaire keringen uitgegaan van de maximaal toelaatbare overstromingskans uit de Waterwet, die in 2050 moet zijn gerealiseerd (kans 1:100.000) en voor regionale keringen van de huidige provinciale norm. Omdat waterkeringen meestal zo worden ontworpen dat ze tenminste 50 jaar aan de norm voldoen (rekening houdend met klimaateffecten), zijn ze de eerste tientallen jaren (veel) sterker dan de norm vereist en is de plaatsgebonden overstromingskans kleiner. De totale overstromingskans vanuit het oppervlaktewater – de combinatie van het primaire én regionale systeem, is per CBS buurt voor het jaar 2050 bepaald. Er zijn kaarten met verschillende overstromingsdieptes waarvoor de overstromingskans is berekend: 0-20 cm, 20 – 50 cm, 50 – 200 cm en > 200 cm.
Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? De kans dat overstromingsdiepten tussen de 0-20 cm zich voordoen in Sint-Michielsgestel is groter dan de kans dat overstromingsdiepten meer dan 200 cm zich voordoen. Zo zien we dat de overstromingskans voor overstromingsdiepten tussen de 0-20 cm voor Sint-Michielsgestel varieert tussen ‘zeer kleine kans’ (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar) en ‘middelgrote kans’ (1/30 tot 1/300 per jaar). De kans op hogere overstromingsdiepten neemt af, maar de kans blijft bestaan.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
29 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
5.3
Verticale evacuatie
Als er een overstroming dreigt, kan het moeilijk zijn om een gebied op tijd te verlaten. Een alternatief is ‘verticale evacuatie’: evacueren naar een (hoge) droge plek binnen het bedreigde gebied. Dit kan een verdieping van de eigen woning zijn of een schuilplaats in de directe omgeving. Deze kaart geeft een indicatie van de mogelijkheid om verticaal te evacueren in geval van een ‘worst-case’-overstroming. De kaart toont het percentage van gebouwen per buurt, waarvan één of meer verdiepingen hoger liggen dan de maximale overstromingsdiepte en daarom droog blijven. Voor alle gebouwen is aangenomen dat een verdieping 2,65 meter hoog is. Samen met horizontale evacuatie geeft deze kaart een beeld van de evacuatiemogelijkheden. In gebieden met beperkte evacuatiemogelijkheden kunnen gevolgbeperkende maatregelen kansrijk zijn. Hoe kwetsbaar is gemeente Sint-Michielsgestel? Uit analyse van de kaart blijkt dat Sint-Michielsgestel relatief hoog percentage droge plekken heeft. Zo is het percentage in alle kernen 60-100%. Alleen ten noorden van de kern Den Dungen treedt een lager percentage van 40-60% op.
Figuur 15. Het percentage droge plekken waar naar toe uitgeweken kan worden in geval van een overstroming.
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
30 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
6
AANPAK SECTORANALYSE
De impact van klimaatverandering op de gemeente Sint-Michielsgestel is voor hitte, droogte, wateroverlast en overstroming in voorgaande hoofdstukken inzichtelijk gemaakt. Uit de analyse blijkt dat de gemeente Sint-Michielsgestel steeds warmer, natter en droger wordt, wat resulteert in een toename van hittestress, wateroverlast en droogte. Voor een goede aanpak van deze effecten van klimaatverandering is een gedegen inzicht nodig. Om dit te bereiken zijn de effecten in beeld gebracht voor negen sectoren:
Water en ruimte
Natuur
Landbouw, tuinbouw en visserij
Gezondheid
Infrastructuur (weg, spoor, water en ook luchtvaart)
Energie
IT en telecom
Veiligheid
Recreatie en Toerisme
Er is sprake van een breed scala aan effecten, die ingrijpen op verschillende schaalniveaus. De effecten kunnen omvangrijk zijn, beperkt maar talrijk, op korte termijn plaatsvinden of in de loop van de eeuw pas optreden. Ook zijn cumulatieve effecten mogelijk, zowel binnen sectoren als tussen sectoren onderling. Per sector is een studie verricht waarin de directe en indirecte effecten zijn geïnventariseerd en de verschillende stakeholders zijn benoemd. Op basis hiervan is in navolgend hoofdstukken per sector de sector zelf omschreven, de directe en indirecte effecten per klimaattrend (hitte, droogte, wateroverlast en overstroming). De indirecte effecten zijn in beeld gebracht in online kaarten. De kaarten zijn via deze link te bereiken. In het overzicht van de verschillende klimaateffecten is aangegeven welke middelen de gemeente potentieel in kan zetten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de volgende middelen om klimaatadaptatie te verankeringen binnen de gemeentelijke organisatie: Voorlichting – Zorgdragen voor bewustwording, verwijzen en verbinden van stakeholders, delen van kennis en informatie. Beleidskader – Het reguleren en verankeren van adaptatiemaatregelen/strategie in beleid en vergunningen. Maatregelen – Aanpassen van ruimtelijke inrichting (binnen/buiten), verandering van ruimtelijke functies
Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
31 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
7
SECTOR WATER EN RUIMTE
7.1
Definitie sector en stakeholders
De sector Water & Ruimte omvat de waterinfrastructuur, de bouwsector en de ontwikkeling van bestaande bouw en openbare ruimte (ruimtelijke ordening). Onder deze sector vallen dus ook klimaateffecten die in de toekomst onder een eigen sector, de tiende sector ‘Gebouwde Omgeving’ zullen vallen. De belangrijkste stakeholders die een specifieke rol krijgen in adaptatie voor de sector zijn: • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provincies: Grote rol door het verankeren van adaptatie in nationaal en regionaal beleid, de inzet van keuringsdiensten en kennisdeling met overige stakeholders. • Gemeenten: Grote rol op lokaal niveau door het verankeren van adaptatie in lokaal beleid en informatievoorziening (voorlichting, kennisdeling etc.). • Agrarische bedrijven: Bedrijven van akkerbouwers, tuinbouwers, veehouderijen en vissers kunnen adapteren door maatregelen te treffen zoals het aanpassen van hun bedrijfsvoering en de ruimtelijke inrichting. Daarbij kunnen bedrijven zich verenigen en kennis delen. • Agrarische ondernemersorganisaties en vakbonden: Voornamelijk een adaptatierol in informatievoorziening (bijv. kennisdelen, voorlichting). Ondersteuning bieden aan ondernemers bij adaptatiesamenwerkingen.
7.2
Effect klimaatverandering op sector
In navolgende tabellen zijn de directe effecten met grijs aangegeven. Hieronder zijn de bijbehorende indirecte effecten opgesomd. Per indirect effect is aangegeven of het een kans of bedreiging betreft en of het risico in de gemeente aanwezig is en zo ja, waar. De mogelijke adaptatiestrategie is in de laatste kolom weergegeven, waarbij V voor voorlichting, B voor beleidskader, en M voor maatregelen staat.
Hitte kans aanwezig Klimaateffect
Kans / bedreiging
bedreiging aanwezig Niet aanwezig binnen de gemeente
Adaptatie strategie
Extremen nemen toe WR1 Verslechtering drinkwaterinfrastructuur
(hoofd)waterleidingen
V
WR2 Hitte gerelateerde klachten bouwmedewerkers
Bouwplaatsen
V
WR3 Toename kans op brand
Vegetatie, bermen, natuur, groene daken
VBM
(geïsoleerde) oppervlaktewater
VBM
Oppervlaktewater nabij wegen
-
Hogere temperatuur oppervlaktewater WR4 Afname (zwem)waterkwaliteit Zachte winters WR5 Minder waterkwaliteitsproblemen door afname gebruik strooizout Warmere zomers en toename meerdaagse warme periodes WR6 Toename verzilting door verdamping
WR7 Toename druk op drinkwaterproductie WR8 Toename gebruik water en ruimte voor recreatie
Verzilting geen risico binnen de gemeente
Geen waterwingebieden binnen de gemeente,
V
V
wel toename druk op leidingen Stedelijk groen, Natuur Netwerk Brabant,
VBM
Ecologische verbindingszones V
WR9 Toename vraag warmtebestendige gebouwen Groeiseizoen begint eerder en duurt langer WR10 Toename groenbeheer- en onderhoud door langer groeiseizoen onkruid
Gemeentebreed
VBM
Hogere temperatuur oppervlaktewater en warmere zomers en toename meerdaagse warme periodes Onze referentie: 083867573 0.1 - Datum: 28 mei 2019
32 van 96
KLIMAATSTRESSTEST
WR11 Mogelijke veranderingen ecologische waterkwaliteit
V
Gemeentebreed
en bouwbeperking door verschuiving soorten
Wateroverlast Adaptatie
kans aanwezig Klimaateffect
Kans /
strategie
bedreiging aanwezig
bedreiging Niet aanwezig binnen de gemeente
Verandering waterkwaliteit oppervlaktewater -
WR12 Afname watercontaminatie door verdunning vanwege toename neerslag
Oppervlaktewater, riooloverstort
Extreme piekneerslag neemt toe Beeklopen (beperkt risico)
-
WR14 Toename schade aan gebouwen
Water op straat
VBM
WR15 Beperking bouwwerkzaamheden
Bouwplaatsen
WR13 Toename erosie en sedimentatie
Hogere luchtvochtigheid V
Metalen damwanden (havens) Waterkeringen, bebouwing
WR16 Corrosie gebouwen en waterwerken Extreme piekneerslag neemt toe, toename meerdaagse natte periodes WR17 blootstelling aan ziekteverwekkers bij water op straat
Wateroverlastgebieden paragraaf 2.2
WR18 Mogelijke verandering ecosysteem en ecologische waterkwaliteit
Oppervlaktewateren en natuurgebieden
VBM V
Extreme piekneerslag neemt toe, verandering kwaliteit oppervlaktewater V
WR19 Afname waterkwaliteit oppervlaktewater door afspoeling en overstort rioolwater