Bijlage 2 - Reactie ASD op Regionaal Beleidsprogramma Jeugdhulp 2024
Tekst van het document
Aan: Gemeente Sint-Michielsgestel - B&W Van: Adviesraad Sociaal Domein Sint-Michielsgestel
Datum: 19 februari2024
Onderwerp: advies op het Regionale Beleidsprogramma Jeugd 2024-2028
Geacht college, Op 24 januari heeft u de ASD het Regionale Beleidsprogramma Jeugd 2024-2028 en de Begrippenlijst, voor advies toegezonden. Na bestudering en bespreking van dit toegezonden programma heeft de ASD een aantal algemene opmerkingen en vervolgens een aantal adviezen geformuleerd. De ASD steunt de intensieve samenwerking tussen de gemeenten met betrekking tot de beleidsontwikkeling voor het domein Jeugd en de nadere invulling hiervan. De jeugdzorg is een complex geheel met een veelheid van problematieken. Zeker bij ernstige en acute problemen is het noodzakelijk om samen met de omliggende gemeenten op te trekken en hiervoor gezamenlijk de passende zorg in te kopen. Het gevolg van deze samenwerking is dat de beschikbare beleidsruimte en de invulling hiervan ook in samenwerking tot stand komen. Het onderhavige beleidsprogramma is hiervan een voorbeeld. De ASD is van mening dat adviezen en aanbevelingen zoals die hieronder verwoord staan, in een te laat stadium kunnen worden gemaakt en daardoor mogelijk niet tot wijzingen in het programma leiden. De ASD geeft er de voorkeur aan om in een vroegtijdig stadium bij de ontwikkeling van een dergelijk programma te worden betrokken. De aanbevelingen kunnen dan daadwerkelijk in het conceptuele ontwikkelingstraject worden meegenomen. De inschatting is dat dit ook voor de overige ASD’s geldt.
De veranderende samenlevingen en demografische ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de krapte op de arbeidsmarkt zullen de komende jaren ingrijpende gevolgen op het sociaal domein hebben. Het recentelijk toegezonden regionaal plan IZA voor de regio Noord oost Brabant (verder Regioplan IZA) en de bijbehorende raadsinformatiebrief maken inzichtelijk voor welke veranderopgave de regio en ook de gemeente Sint Michielsgestel worden geplaatst. Het beleidsprogramma Jeugd is een onlosmakelijk onderdeel van het Regioplan IZA. De eerste 7 hoofdstukken van de rapportage geven een overzicht van alle veranderingen die er binnen de Jeugdzorg spelen en geven een heldere analyse over hoe de regio er voorstaat. Dit is verhelderend en geeft een goed inzicht voor welke uitdaging de gemeente staat. De ASD geeft naar aanleiding van het concept beleidsprogramma Jeugd de volgende adviezen:
1
Algemeen De ASD mist in het conceptbeleidsplan Jeugd een daadwerkelijke inhoudelijke koppeling met de veranderopgave zoals deze in het regioplan IZA en de bijbehorende Raadsinformatiebrief worden beschreven. Ook zien we in het beleidsplan Jeugd onvoldoende urgentie, strakheid, en concrete doelen met beschreven resultaten en tijdspaden. om de noodzakelijke veranderingen door te voeren, terug. 1. Toets het beleidsprogramma Jeugd op de ontwikkelingen en doelstellingen die in het Regioplan IZA en de bijbehorende raadsinformatiebrief worden beschreven. Toets ook of de gekozen beleidswijzigingen in het Jeugdbeleidsplan afdoende zijn op urgentie, concreetheid en financiële (inzet aantal professionele medewerkers) resultaten. Pas het beleidsprogramma hierop aan en zie het als de eerste deelstap voor de uitvoering van het regioplan IZA. Indien het risico bestaat dat, gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, vergrijzing en bezuinigingen vanuit de Rijksoverheid de doelstellingen in het beleidsprogramma Jeugd niet worden gehaald, hetgeen reëel is als we naar het recente verleden kijken om een plan B op te stellen. Een dergelijke exercitie maakt tevens de risico’s en de consequenties inzichtelijk om er alles aan te doen om het onderhavige programma te realiseren. 2.
Een belangrijk uitgangspunt voor de transitie in 2015 was dat de gemeenten beter in staat zijn om een integrale gezinsgerichte aanpak te organiseren. De gemeenten staan dichter bij de burger en beschikken over vrijwel alle sociale instrumenten (en bijbehorende financiële middelen) om de problemen die in een gezin spelen aan te pakken. De wijkteams zijn bij uitstek geschikt om de hulp te organiseren en te coördineren. In het beleidsprogramma Jeugd staat vermeld dat dit tot nu toe niet voldoende lukt. (pagina 14/15 punt 4.3) Dit is zorgelijk aangezien de gemeente inmiddels 9 jaar verantwoordelijk is voor de zorg voor deze gezinnen. Het zijn juist deze meervoudige kind problematieken en multiproblem gezinnen die risico’s vormen voor een onveilige opvoed situaties. Uit eerder onderzoek is gebleken als de zorg voor deze burgers niet goed wordt gecoördineerd, de hulp die wordt geboden ook niet effectief is. De ASD adviseert dat vanuit de gemeente doorzettingsmacht dient te komen om er voor te zorgen dat de hulp adequaat, de juiste hulp in de juiste volgorde wordt ingezet en de regie op de resultaten van de hulpverlening wordt gevoerd. Dit alles om te voorkomen dat we over een aantal jaren wederom moeten constateren dat het nog steeds onvoldoende is. Het verwijzen naar VIA is naar de mening van de ASD hierin een zwakte bod.
(De veranderagenda zoals deze door het Rijk is vastgesteld bevat wederom een voorkeur voor deze aanpak. Nu onder de noemer van een context gerichte aanpak!) 3. Een ander belangrijk uitgangspunt in 2015 was dat er meer in de nulde-de lijn en de lichte zorg zou worden geïnvesteerd waardoor de zwaardere hulp wordt verminderd. Uit de cijfers blijkt echter het tegendeel. De druk op de zware zorg is niet kleiner geworden. De cijfers geven wel een lichte daling weer maar in combinatie met lange wachtlijsten lijkt de daling eerder te worden veroorzaakt door de beperking van de instroom in plaats van de effectiviteit van het voorliggende veld. Als voorbeeld hiervan is de Jeugdbescherming Brabant. Als gevolg van personeelsgebrek wordt aan de kinderen geen voogd toegekend en een opname stop gehanteerd. Het betreft hier kinderen die ernstig in de knel zitten en lang moeten wachten op hulp of niet de juiste hulp ontvangen. 2
De ASD adviseert om een probleemanalyse van de ‘verstopte’ (zware en/of specialistische Jeugdzorg keten te maken en na te gaan wat de oorzaken zijn en hoe de effectiviteit van de zwaardere jeugdzorg kan worden verhoogd. Uiteraard steunt de ASD de context gerichte aanpak zoals die in de veranderagenda wordt genoemd en bij lichte problematiek zelfhulp en indien nodig de omgeving van de jeugdige in te schakelen in plaats van alleen professionele werkers. De ASD plaatst hierbij de kanttekening dat bij de inzet van vrijwilligers en omgeving niet teveel vanuit de ideale wereld moet worden gedacht en de vraag is of dit in de huidige samenleving te organiseren valt. De middelen die hierdoor mogelijk vrijkomen, dienen te worden ingezet om de effectiviteit van de specialistische/zware jeugdzorg te verbeteren. Dit moeten leiden tot een kortere verblijftijd. Hetgeen ook tot kosten reductie leidt. Specifieke adviezen gerelateerd aan de tekstdelen in het programma Jeugd. 4. Doelstelling 1 “In de regio verbetert de kwaliteit en effectiviteit van de specialistische jeugdhulp”. De ASD juicht effectiviteitsmonitoring toe (het wordt in het document “doelrealisatie” genoemd). Deze resultaten en data kunnen vervolgens bij de inkooptrajecten worden gebruikt.
Waarom zou je immers zorg financieren die niet effectief is? De ASD mist ook hier de SMART formulering, wie doet wat en wat gaat het opleveren? Advies Pas de doelstelling aan naar “inrichten leerstructuur”. En vervolgens in hoofdlijnen aan te geven hoe je dat doet welk resultaat dat oplevert. 5. Doelstelling 2 is dat de effectiviteit verbetert Ook hier geldt dat het specifieker en concreter mag: hoeveel gaat de effectiviteit dan verbeteren? Hoe ziet dat er uit? Wat is de effectiviteit nu en hoe dient die verbetert te worden? Advies Pas de titel aan naar “effectiviteitsmonitoring inrichten en onderzoek hoe en in welke mate deze gebruikt kunnen worden bij de zorginkoop”. 6. Doelstelling 2 “Voor kwetsbare jeugdigen en gezinnen is passende specialistische jeugdhulp altijd direct beschikbaar” De ASD lijkt dit een onhaalbare doelstelling. Deze zorg wordt momenteel overvraagd met wachtlijsten tot gevolg. Zie ook de eerdere opmerking over de Jeugdzorgketen in relatie tot meervoudige problematiek en multiproblem gezinnen . De ASD ziet onvoldoende concreet beschreven hoe dit probleem succesvol wordt aangepakt. Dit verdient een veel concretere en planmatige aanpak. De inschatting van de ASD is dat indien hier onvoldoende wordt ingegrepen, de zorg zich zal terugtrekken en zich richten op haar kernactiviteiten.
Dat betekent dat de lastigere cliënten (gezinnen), en de “grijze” problematieken niet in behandeling worden genomen. Dat heeft tot gevolg dat casussen mis gaan (hetgeen zich nu al regelmatig voordoet). Vaak worden in 3
het kader van wachtlijstenbeheer alternatieve hulp ingezet om de casus in kwestie in de hand te houden. Uiteindelijk leidt dit tot ineffectieve toepassing van zorg en bijbehorende kosten. Advies Analyseer met deskundigheid wat er dan nodig is, goed luisteren, goed analyseren en een aanpak kiezen met een zo hoog mogelijk effect. Het wijkteam met ondersteuning van betreffende expertise moet daartoe in staat zijn, gefinancierd en gesteund door de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan een team “complexe gevallen” die goed kan vragen, luisteren en analyseren om samen met kind en gezin tot een oplossingen inzet van hulp te komen. Hierbij dient waar maar enigszins mogelijk is, de sociale kring geactiveerd te worden om mee te denken / mee te werken aan oplossingen. Zie ook ons advies met betrekking tot de multiproblem aanpak. De juiste Zorg in de juiste volgorde met draagvlak van het gezin en draagkracht vanuit de omgeving. 7. Doelstelling 3 “Bij (gezins-)problematiek is hulp aan jeugdigen en gezin dichtbij, integraal en gezinsgericht.” Uiteraard een belangrijke doelstelling omdat deze aanpak leidt tot de meest effectieve interventie. Het standpunt dat deze hulp beschikbaar is, is in de dagdagelijkse praktijk niet het geval. Gezien de wachtlijsten die er vrijwel overal zijn (bv GGZ). Kortom wil je de doelstelling realiseren dan moeten er keuzes worden gemaakt.
Advies Maak een keuze voor welke problematiek de gemeente een oplossing moet leveren en wat we als samenleving (zullen moeten) accepteren waar de zorg niet voor wordt geboden. De concrete periode van twee jaar wordt als realistisch tijdspad aangehouden om deze ‘bredere blik’ en ‘stevigere verbinding met aanpalende domeinen’ voor alle jeugdigen met domein overstijgende problematiek in de regio te organiseren.” Dat is een concrete doelstelling met een helder resultaat. 3b. In geval van specialistische jeugdhulp wordt deze, zoveel mogelijk, in de directe leefomgeving van de jeugdige georganiseerd. “. Advies Deze doelstelling verdient een smartere uitwerking. Ook door te beschrijven wat je doet als dat niet lukt. De tekst “Uitzonderingen op het zo dichtbij mogelijk organiseren van hulp moeten gemaakt kunnen worden”. Aan welke uitzonderingen wordt dan gedacht? Is dat al helder? Anders opnemen dat dat onderzocht of verkend moet worden. 3f. Het gezinsplan wordt als uitgangspunt gebruikt voor inzet van hulpverlening op verschillende leefdomeinen. Dit blijkt in de praktijk een onhaalbaar doel en dat wordt in de tekst uitgelegd. Vervolgens is de conclusie om het toch gaan doen. Een gezinsplan kan werken bij relatief eenvoudige situaties, bij complexere situaties met meerdere partijen wordt het ondoenlijk.
4
Advies In gezamenlijkheid met partijen na denken over een betere oplossingen. Bijvoorbeeld alleen een gezinsplan waar dit kan werken en een alternatieve aanpak als een gezinsplan niet functioneel is. Niet het plan maar het effect voor kind en gezin uitgangspunt laten zijn. 8. Doelstelling 4 “Jeugdigen en gezinnen in onveilige situaties krijgen passende, integrale hulp om de veiligheid duurzaam te herstellen.” Zie over de aanpak de eerdere opmerkingen en adviezen met betrekking tot meervoudige en multiproblem gezinnen en de specialistische zorg. Kinderen in een onveilige situatie verlangen de hoogste prioriteit. In de praktijk staan er bij Veilig Thuis veel kinderen op de wachtlijst. Advies Het is passender om de doelstelling te veranderen in “Jeugdigen en gezinnen in onveilige situaties krijgen zo veel als mogelijk passende, integrale hulp om de veiligheid duurzaam te herstellen.” Daar waar dat niet mogelijk is, wordt er voor gezorgd dat in ieder geval gedurende de wachtlijst-periode op een andere wijze ondersteuning wordt geboden die de veiligheid van het kind borgt. 9. Doelstelling 5 “Jeugdigen ontvangen specialistische jeugdhulp meer thuis of in een gezinsgerichte omgeving.” Prima uitgangspunt. De vraag is wel of je hierbij niet sterk afhankelijk bent van de landelijke ontwikkelingen.
De vraag is ook of in sommige situaties juist residentiële hulp niet de beste oplossing is. Denk aan loverboy problematiek en verslavingszorg. Geldt ook voor specifieke vormen van jeugdcriminaliteit. (Juist uit de omgeving halen) Ook valt te denken aan expertise bij begeleiding die regionaal niet te organiseren is. 10. Doelstelling 6 “Meer jeugdigen maken gebruik van eigen netwerk en voorliggende lokale basisvoorzieningen waardoor er minder specialistische jeugdhulp nodig is.” Advies Advies is om ook deze doelstelling meer smart te maken. “De huidige lokale teams zullen moeten voldoen aan het ‘convenant stevige lokale teams’ gericht op Jeugd als WMO. “ Zie ook eerdere opmerkingen over de wijkteams in het kader van de meervoudige en complexe gezinsaanpak.
5
Ter afsluiting De ASD realiseert zich dat deze adviezen een aanpassing van het document vragen. De ASD zou hierover graag in gesprek gaan met de betrokken beleidsambtenaren om te bezien wat er mogelijk is en waarbij de regio ten opzichte van de gemeente een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft. Graag verneemt de ASD een schriftelijke reactie van het College van B&W over van wat er met de adviezen al dan niet wordt gedaan en gaat doen. Wij danken u hartelijk voor het doornemen van onze advisering. Met vriendelijke groet, namens de Adviesraad Sociaal Domein Sint-Michielsgestel Hans Beelen (voorzitter) Tel: 06 15035961
6