Bijlage 2 Omgevingsplan Laar Nieuw Laar_Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij de regels -
Omgevingsplan Laar Nieuw Laar Gemeente Sint-Michielsgestel
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij de regels -
Omgevingsplan Laar Nieuw Laar Gemeente Sint-Michielsgestel
IDNnummer:
NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02
Status:
vastgesteld
Datum:
21 December 2023 (met aanvullingen herstelbesluit 2026)
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels
5
Bijlage 1
6
Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2
Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen
10
Bijlage 3
Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld
19
Bijlage 4
CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen
66
Bijlage 5
Landschapsinpassing Laar 31/33/35
176
Bijlage 6
Landschapsinpassing Nieuw Laar 5a
178
Bijlage 7
Maatregelen ten behoeve van goede werking luchtwassers
180
Bijlage 8
Processchema mestbewerking Laar 31/33/35
184
Bijlage 9
Rechtsgeldig vergunde situatie Nieuw Laar 5a op 21 december 2023
186
Bijlage 10
Rechtsgeldig vergunde situatie Laar 31/33/35 op 21 december 2023
247
Bijlage 11
Plattegrondtekening ontwikkelplan Nieuw Laar 5a
412
Bijlage 12
Plattegrondtekening ontwikkelplan Laar 31/33/35
414
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
3
4
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
Bijlagen bij de regels
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
5
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2
6
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen
10
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
Werken en werkzaamheden BODEM 1. Afgraven (verlagen) def: Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. doel: Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem) Aanleggen van poelen effect: Verandering bodemprofiel Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden (Landschap, Natuur en Cultuurhistorische waarden): Vernatting x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies ecologische gradiënt bij slootkanten, poelen, laagtes en overig microreliëf x Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) x Verlies vegetatiewaarden 2. Ophogen def : doel:
Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking Verschraling door aanvoer van zand van elders Bezanden van veengronden en gronden die geschikt moeten worden voor de bollenteelt effect: Verandering bodemprofiel Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verdroging x Verschraling x Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) x Verlies vegetatiewaarden x Verlies aan bodemleven
3. Vergraven def :
Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. doel: Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen effect: Verandering bodemprofiel Verandering waterhuishouding in de bodem
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verschraling x Verandering hydrologische situatie x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) x Verlies vegetatiewaarden x Verlies aan bodemleven 4. Diepploegen en -woelen def : Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond. (Eenmalige ingreep met blijvend effect) doel: Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik Vergroten bewortelingsdiepte Vergroten berijdbaarheid Verschraling Mengen van kleigrond met onderliggend zand effect: Homogenisatie van de bodem Vernietiging bodemprofiel Verandering waterhuishouding bodem Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Drastische wijziging bodem en daarmee groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren etc. x Verschraling x Verandering hydrologische situatie; in gebieden met stagnerend grondwater kan doorbreking van een ondoorlatende laag in de bodem leiden tot verdroging omgeving en leeglopen vennen. x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies microreliëf x Verlies vegetatiewaarden x Verlies aan bodemleven
5. Egaliseren def :
Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven) doel: Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking effect: Afvlakken van reliëf Verandering waterhuishouding bodem
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verandering hydrologische situatie x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies aan biotopen van microreliëf (bermen, hellinkjes, gradiënten hoogdag 6. Indrijven van voorwerpen in de grond def: Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen doel: Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen effect: Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x doorbreken ondoorlatende (grond)waterhuishouding
bodemlagen
en
daarmee
verstoring
van
de
WATERHUISHOUDING 7. Aanleg drainagestelsel def: Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 80-110 cm -mv. doel: (Versterken) ontwatering van een of meerdere percelen effect: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden) x Verdroging -> verzuring x Verlies aan natte levensgemeenschappen 8. Aanbrengen onderbemaling def: Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. doel: Vergroten afstand maaiveldgrondwaterspiegel, droger maken perceel effect: Verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Aantrekken grondwater uit de omgeving -> omgeving wordt droger
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan natte levensgemeenschappen x Inklinking veenbodem (onomkeerbaar) x Verdroging -> verzuring 9. Aanleggen van dammen def: Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt. doel: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Afsluiten waterloop Afwatering gebied in andere richting dwingen effect: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water x Verlies variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit x Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) x Vernatting x Verminderen verdroging 10. Aanbrengen van stuwen def: Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden.
doel: Verminderen stroomsnelheid Vasthouden water in een gebied (verkleinen debiet) effect: Vermindering dynamiek in waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Sterk wisselende stroomsnelheid Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water x Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw x Verlies aan variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit x Verdwijnen natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) x Vernatting x Verminderen verdroging 11. Aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels def: Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. doel: Verbeteren ontwatering agrarische gronden.
effect: Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater Droger worden omgeving Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler worden talud Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x Aantrekken kwelstromen in nieuwe of uitgediepte sloten -> voor natuur waardevol kwelwater wordt afgevoerd en bereikt maaiveld niet x Verdroging omgeving -> verlies aan natte biotopen, verzuring x Tijdelijke en blijvende schade aan levensgemeenschappen van sloten en slootkanten x Toename extremen in waterafvoer -> moeilijker bestaan voor levensgemeenschappen van sloten en slootkanten x Verlies aan waterplanten (door schonen en door verandering in waterafvoer en beekprofiel)-> verbraseming; slechtere waterkwaliteit x Verandering percelering (landschappelijk/cultuurhistorisch aspect) x Verandering karakter sloten en greppels (landschappelijk aspect) 12. Dempen sloten en greppels def: Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond doel: Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden Wijzigen perceelsindeling effect: Natter worden van omliggende gebied Afname totale slootlengte Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van sloten, slootkanten x Verdwijnen verbindingszone voor planten en dieren x Vernatting omgeving x Verandering kavelpatroon 13.
Dempen van kleine geïsoleerde wateren def: Dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond doel: Egaliseren agrarisch perceel Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken effect: Verlies aan kleine wateren Egalisatie landschap Toename kwel in directe omgeving Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van poelen, vennen, oevers x Verlies aan voortplantingsplaatsen voor amfibieën x Vernatting directe omgeving
14. Aanbrengen oeverbeschoeiing: def : Het aanbrengen van houten of betonnen versteviging op of voor een oever doel: Tegengaan van wegslaan van de oevers door waterstroming of golfslag effect: Stabilisatie oevers (plaats en vorm) Verloren gaan natuurlijke oever Onderbreking gradiënt nat-droog Oever wordt hoger en steiler (90° t.o.v. wateroppervlak) Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Oevers worden niet-passeerbare barrières voor veel diersoorten (o.a. das, egel, kikker), en kosten daardoor dierenlevens x Verdwijnen of aantasting van groeiplaats voor oevervegetaties x Verdwijnen natuurlijke oevers en variatie daarin (bv. nestgelegenheid voor ijsvogels). BEPLANTINGEN 15. Rooien van houtgewas def : Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houdsingels, houtwallen) doel: Verwijderen van ziek plantmateriaal Onderhoud - uitdunning Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen effect: Grotere openheid landschap Verlies aan beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos x Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a.
vlinders, vleermuizen, marterachtigen) x Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden x Grotere openheid, betekent soms toename leefgebied weidevogels x Verlies aan landschapselementen (landschappelijk, cultuurhistorisch aspect) 16. Aanplanten van houtgewas (uitgezonderd: boomteelt) def : Het planten van bomen en/of struiken doel: Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit Houtproductie Bescherming tegen wind effect: Verminderen openheid landschap Toename houtgewas/landschapselementen Meer beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Toename biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos e.d.
x x x x
Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten Beschutting voor planten en dieren Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels Ander landschapsbeeld
17. Omzetten van grasland in bouwland of sierteeltgrond def: Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen doel: Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of productie van diervoeders effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt andere functie Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende fauna x Fourageerplaats voor enkele diersoorten gaat verloren (o.a. das) x Verkleining areaal weidevogelgebied 18. Omzetten van grasland in boomkwekerij def: Verwijderen gras en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verloren gaan van graslandvegetaties en bijbehorende fauna x Fourageerplaats voor enkele diersoorten verdwijnt (o.a. das) x Verkleining areaal weidevogelgebied x Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) 19.
Omschakeling van bouwland naar boomteelt def: Het aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen effect: Akkerbouwgrond verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van akkerbouwgronden x Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) INFRASTRUCTUUR EN ONTSLUITING 20. Aanbrengen van verhardingen def : Het bestraten of asfalteren van de bodem
doel: Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, ondergrond voor containerteelt) Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers effect: Afsluiting bodem Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Biotoop voor soorten die in de bodem leven gaat verloren x Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) x Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden x Archeologisch interessante bodem wordt ontoegankelijk x Verstening buitengebied 21. Aanbrengen van ondergrondse leidingen: def: Vergraven en eventueel plaatselijk rooien van houtgewas doel: Leggen van diverse leidingen effect: als bij vergraven en rooien houtgewas Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Als bij vergraven en rooien houtgewas 22.
Wijzigen perceelsindeling def: Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) doel: Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie effect: Verdwijnen van perceelsgrenzen Nieuwe perceelsgrenzen Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x het verkavelingspatroon verandert x patroon van watergangen verandert x schaalvergroting/schaalverkleining x verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommige diersoorten
Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
19
Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar P221913 | 14 november 2023
Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar P221913 | 14 november 2023
Inhoudsopgave 1. 2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10
Gebiedsvisie Laar – Nieuw Laar
6
Inrichtingsplannen
8
Schellekesveld ong. Nieuweweg ong. Laar 27 Laar ong. (1) Laar ong. (2) Laar ong. (3) Oud Laar 17 Schellekesveld 7 Laar 19 Schellekesveld 2
9 11 13 15 17 19 21 23 25 27
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
5
1.Gebiedsvisie Laar – Nieuw Laar
Figuur 1. Landschapsplan uit de gebiedsvisie Laar- Nieuw Laar
6
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
Gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar (12 januari 2018) Rho (adviseurs voor leefruimte) heeft samen met de gemeente in 2018 een gebiedsvisie opgesteld. Het visiedocument schetst een nieuw perspectief voor de gebiedsontwikkeling, met een focus op een aantal speerpunten, waaronder landschappelijke elementen: •
•
Nieuwe functies moeten worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; De kwaliteit van het huidige landschap dient te worden verbeterd.
Uitgangspunten Gebiedsvisie De Gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar van Rho (adviseurs voor leefomgeving) en de afzonderlijk opgestelde landschapsvisie van Verhoeven de Ruiter vullen elkaar aan. De gebiedsvisie richt zich op het behoud en de versterking van de landelijke en groene omgeving van het gebied, met het doel om bestaande kwaliteiten te behouden, nieuwe kansen te benutten en de identiteit van het gebied te waarborgen. Een essentieel uitgangspunt is om de erfbeplanting te versterken, wat bijdraagt aan het groene karakter van het gebied. Er wordt gestreefd naar een goed onderhouden omgeving, wat wordt gezien als een belangrijke kwaliteit van het gebied. De toevoeging van wandelpaden is een kans om het landschap toegankelijker te maken en de recreatieve waarde te vergroten. De opgestelde landschapsplannen streven ernaar om waar mogelijk de laanbeplanting te versterken. De verfraaiing van het landschap door middel van een goede landschappelijke inpassing rondom de nieuwe ontwikkelingen draagt bij aan het groene karakter en verbetert de uitstraling van het gebied.
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
Samenvattend beoogt de gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar het behoud en de versterking van het landelijke en groene karakter van het gebied, het behouden van een verzorgde en onderhouden omgeving, het benutten van kansen zoals het aanbrengen van wandelpaden, het verfraaien van het landschap met aanvullende erf- en/of laanbeplanting en het behouden van de open landschappelijke structuren behorende bij het agrarische karakter van het gebied. Spelregels De visie bevat een aantal spelregels om de landschappelijke inrichting van het gebied Laar-Nieuw Laar te sturen. Deze regels richten zich op het behoud en versterken van de groene en landelijke karakteristieken, zoals laanbeplanting, open ruimtes en agrarische percelen. Daarnaast legt de visie de focus op het verbeteren van de bewandelbaarheid, het opwaarderen van de Wambergsche beek en het benadrukken van drie bijzondere plekken. Een belangrijk aspect van de gebiedsvisie is het behouden van het open agrarisch landschap, zodat het landelijke karakter behouden blijft. De transitie naar andere functies, zoals wonen, is toegestaan zolang wordt voldaan aan bovenstaande eis en de erven goed worden ingepast en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Het primaire agrarisch gebied dient behouden te blijven om de landbouwactiviteiten te ondersteunen en om de karakteristieke identiteit van Laar-Nieuw Laar te waarborgen.
Onze inrichtingsvoorstellen zijn in lijn met deze spelregels en streven naar een harmonieuze ontwikkeling van het gebied. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de soorten beplanting, met voorkeur voor gebiedsspecifieke soorten, die bijdragen aan de biodiversiteit in het gebied. Dat zijn soorten die hier van nature voorkomen (inheems) zoals eik, zwarte populier, zomerlinde, kornoelje, meidoorn of
wilde liguster, plus soorten die van oudsher door de mens meegenomen zijn vanuit andere streken zoals paardenkastanje, acacia, sering en boeren hortensia. Een aantal soortenmoet terughoudend worden toegepast. Iep, es en paardenkastanje bijvoorbeeld, hebben last van ziekte met het gevaar dat nieuwe aanplant snel afsterft. Anderen soorten zoals vlier vogelkers en wilgensoorten zijn agressieve groeiers die snel andere soorten verdringen. Door struik- en boomsoorten te kiezen die nectar, bessen, noten of -op termijn- holten voor vogels en zoogdieren leveren, wordt met de erfbeplanting een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit in het gebied. Vertaling van visie naar Landschapsplannen De visie is locatie specifiek toegepast, zo blijft bijvoorbeeld bij Nieuweweg ong. de laanbeplanting behouden als onderdeel van de grotere groenstructuur. Op Schellekesveld ong. zorgen we voor clustering van nieuwe en bestaande bebouwing waarmee versnippering van de open ruimte wordt voorkomen en doorzichten naar het achterliggende agrarische landschap behouden blijven. Ook bij Laar ong. (3) wordt het groene karakter van de open ruimte behouden door doorkijken naar het achterliggende agrarisch landschap te behouden en met lijnvormige groenstructuren te accentueren. In de plangebieden Laar ong.
(1) en Laar 27 worden percelen deels opengehouden met doorkijken, hier wordt ook voorgesteld om ruimte te houden zodat in de toekomst een wandelpad richting de Wambergsche beek kan worden aangelegd. Oud Laar 27 en Laar ong. (2) liggen langs een van de drie bijzondere plekken, en om de focus op deze plek te leggen, kiezen we voor een sobere inrichting van de voorkant van deze gebieden. Belangrijk te benoemen is dat al onze inrichtingsvoorstellen geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de Wambergsche beek. Op deze manier streven we ernaar om de gebiedsvisie inhoudelijk te onderstrepen en aan de gestelde spelregels te voldoen.
7
2.Inrichtingsplannen
Figuur 2. 20230309 Onderlegger overzicht-01.jpg
8
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.1 Schellekesveld ong. Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
9
Beplantingsplan
10
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.2 Nieuweweg ong. Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
11
Beplantingsplan
12
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.3 Laar 27 Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
13
Beplantingsplan
14
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.4 Laar ong. (1) Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
15
Beplantingsplan
16
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.5 Laar ong. (2) Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
17
Beplantingsplan
18
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.6 Laar ong. (3) Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
19
Beplantingsplan
20
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.7 Oud Laar 17 Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
21
Beplantingsplan
22
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.8 Schellekesveld 7 Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
23
Beplantingsplan
24
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.9 Laar 19 Inrichtingstekening
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
25
Beplantingsplan
26
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
2.10
Schellekesveld 2
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
27
28
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
29
30
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
31
32
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
33
34
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
35
36
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
37
38
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
39
40
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
41
42
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
43
44
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
P221913 Inrichtingsplannen Laar - Nieuw Laar
45
www.pouderoyentonnaer.nl
Bijlage 4 CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen
66
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
Oud Laar 9 Berlicum
Notitie waardenindicatie Res nova Monumenten 2020 www.resnovamonumenten.nl
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding................................................................................................................................3 1.1 Opmaat .......................................................................................................................3 1.2 Opname en productie .............................................................................................3
2
Ligging en omschrijving ....................................................................................................4 2.1 Ligging en cultuurhistorie ..........................................................................................4 2.2 Wederopbouwboerderijen ......................................................................................5 2.2.1 Typologie van de boerderij ...........................................................................5 2.2.2 Berlicum en wederopbouw ....................................................................... 11 2.3 Korte beschrijving Oud Laar 9 .............................................................................. 13
3
Waardenindicatie ........................................................................................................... 21
4
Bronnen ............................................................................................................................. 24
2
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
1
Inleiding
notitie dient als onafhankelijke onderbouwing om vast te kunnen stellen of de boerderij als cultuurhistorisch waardevol object kan
1.1 Opmaat
worden aangemerkt.
De gemeente Berlicum kent een bijzonder hoge concentratie boerderijen die meteen na de Tweede Wereldoorlog, tussen 1945
1.2 Opname en productie
en 1956 zijn gebouwd. Al deze gebouwen komen uit de koker van één architect, de uit Berlicum afkomstige H. Tibosch. Het overgrote
Op 5 maart 2020 heeft een opname ter plaatse plaatsgevonden.
deel van deze boerderijen is nog aanwezig en dragen in hoge mate bij aan de karakteristiek van het buitengebied. Een gedeelte
Deze notitie is van de hand van drs Don Rackham.
van de boerderijen is in de loop van de tijd verbouwd en fungeert als woonhuis, een deel is nog in bedrijf. Met de ontwikkelingen in de agrarische sector staan gemeenten met een hoge concentratie agrarische bebouwing voor een uitdaging: hoe om te gaan met deze boerderijen als ze niet meer als boerenbedrijf in gebruik zijn. Het is van belang dat hier op voorhand goed over wordt nagedacht, temeer ook vanwege de vaak hoge ruimtelijke en architectuurhistorische waarde die deze gebouwen vertegenwoordigen. Een van de mogelijkheden die kunnen bijdragen aan behoud van boerderijen, is woningsplitsing. Vigerend beleid biedt hiervoor de ruimte, met als voorwaarde dat de boerderij kan worden aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol object. Res nova Monumenten is gevraagd om een cultuurhistorische waardenindicatie voor de boerderij, Oud Laar 9 op te stellen. Deze
3
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
2
Ligging en omschrijving
Het huidige boerenerf wordt pas na de oorlog aangelegd. Aangezien de boerderij door het Bureau Wederopbouw
2.1 Ligging en cultuurhistorie
Boerderijen is ontworpen/gefinancierd (zie paragraaf 2.2.1), moet worden vastgesteld dat de boerderij is gebouwd na de
Oud Laar 9 is gelegen in het buitengebied ten oosten van Berlicum
verwoesting van een bestaande boerderij. Waar deze heeft
en ten noorden van Middelrode. Het pand ligt op een prominente
gestaan, is onbekend. Topografische periode vóór de jaren vijftig
plek, op de kop van een T-splitsing van Oud Laar: aan het eind van
laten in de nabijheid geen boerderijen zien.
een zichtlijn vanuit het noorden (vanaf Laar). In de afgelopen periode zijn meteen ten westen van de boerderij enkele nieuwe volumes opgetrokken.
Afb. 2 Topografische kaart uit 1928. Op deze (en andere uit de periode 1850-1940 daterende) topografische kaarten is nabij de locatie van de huidige boerderij, geen boerderij zichtbaar. Bron: www.topotijdreis.nl.
Afb. 1 Luchtfoto van het buitengebied Laar-Nieuw Laar. Oud Laar 9 is geel omcirkeld. Bron: ruimtelijkeplannen.nl
4
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Het boerderijcomplex Oud Laar 9 omvat het hoofdvolume, de
2.2 Wederopbouwboerderijen
langgevelboerderij met dwarsdeel en een achter de boerderij gelegen stalvolume. Het stalvolume is niet gelijk met de boerderij
Inleiding — Aangezien Oud Laar 9 is gebouwd in de jaren na de
gebouwd, maar in de loop van de jaren zestig. Stilistisch gezien sluit
Tweede Wereldoorlog, en deze, zoals blijkt uit de oorspronkelijke
het vrijstaande volume aan op de wederopbouwesthetica.
bouwtekening, is ontworpen door het Bureau Wederopbouw Boerderijen, is het, voordat de boerderij wordt behandeld, kort
In het kader van onderhavige waardenindicatie wordt de
aandacht te besteden aan de typologie van de
vrijstaande schuur buiten beschouwing gelaten.
wederopbouwboerderij en de context waarin deze tot stand is gekomen.1
2.2.1 Typologie van de boerderij Ontwikkeling van de boerderij in het interbellum — Nederland kent een grote diversiteit aan vooroorlogse boerderijtypes. Deze types zijn streekgebonden, waarbij tradities, verschil in bedrijfstypen, samenhang met de grondsoort en kavelindeling, et cetera, bepalend zijn geweest voor de specifieke verschijningsvorm. De hoofdvormen van deze streekeigen volumes wijzigden gedurende
▄▄▄▄▄▄▄ Afb. 3 Vrijstaand volume achter de boerderij, gebouwd in de jaren zestig en in meerdere fasen aan de oostzijde uitgebreid.
1
5
De tekst over de typologie van de wederopbouwboerderij is grotendeels gebaseerd op: Lamberts, B., Boerderijen, categoriaal onderzoek wederopbouw 1945-1965, Zeist 2007; Elpers, S., Wederopbouw boerderijen. Agrarisch erfgoed in de strijd over traditie en modernisering 1940-1955, Rotterdam 2019; Elpers, S., ‘Het archief van het Bureau Wederopbouw Boerderijen’, in: Vakblad Vitruvius 3 (april 2008), pp.40-47.
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
diverse eeuwen nauwelijks. In het interbellum, de periode tussen de
Wereldoorlog (tweede wederopbouwfase) bepalend in de
twee wereldoorlogen, komt hier geleidelijk aan verandering in.
boerderijbouw.
Aspecten als de invoering van de Woningwet in 1901, maar ook de introductie van nieuwe bouwmaterialen, speelden hierbij een rol.
De eerste wederopbouwfase: gedurende de oorlog — In de
Daarnaast werd de boerderijbouw steeds meer uit handen van
periode 1940-1945 werd er in ons land een enorme schade
timmermannen en aannemers genomen en werden plannen voor
geleden. Wat betreft het platteland werd in de beginperiode
nieuwe boerderijen door architecten opgesteld: de karakteristiek
vooral in mei 1940 grote schade verricht. Ruim 800 boerderijen
van de boerderij sloot aan op de algemene ontwikkelingen in
werden (veelal uit voorzorg) gesloopt of verwoest. Aanvullende
esthetica.
schade aan bebouwing en land werd verder vergroot doordat grote delen van het platteland werden geïnundeerd. Het meest getroffen gebied was de Grebbelinie in de Gelderse Vallei.
De inpoldering van de Wieringermeer en de ontginning van dit nieuwe land in de jaren ‘30, heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de boerderijtypologie en heeft de basis
De wederopbouw van ruim 300 boerderijen in dit gebied vond al
gevormd voor de boerderijbouw uit de wederopbouwperiode. Bij
binnen een jaar plaats. Deze voortvarende aanpak was ingezet
de boerderijen in de Wieringermeerpolder zien we voor het eerst
omdat de agrarische sector een belangrijke rol speelde in de
dat boerderijen seriematig worden gebouwd door de Staat der
voedselvoorziening. De snelheid waarmee de boerderijen weer
Nederlanden (de eigenaar van de polders). Hierbij werden vijf
werden gebouwd hangt verder samen met het gegeven dat er
standaardtypes ontwikkeld, waarbij de vormgeving was gebaseerd
een aparte instelling werd opgericht om de (eerste) wederopbouw
op een gemiddelde van alle Nederlandse boerderijtypes (echter in
in goede banen te leiden: het Bureau Wederopbouw Boerderijen
hoofdopzet duidelijk ter herleiden tot de Friese stelp en kop-
(BWB).
rompboerderij). De boerderij werden gekenmerkt door nieuwe materialen, zoals gelamineerde schuurspanten en betonnen
Het BWB werd opgericht op 15 juli 1940. De Bouwkundige Afdeling
vensters met ventilatiedorpel. De concepten die in de
van de Wieringermeerdirectie, onder leiding van ir. Andries Dirk van
Wieringermeer werden toegepast (standaardisatie, nieuwe
Eck werd ingeschakeld om de BWB te leiden. De ideeën over
materialen en rationele vormgeving) werden tijdens de Tweede
bedrijfsvoering en esthetica die Van Eck in de jaren dertig in de
Wereldoorlog (eerste wederopbouwfase) en na de Tweede
Wieringermeer heeft toegepast, werden hierdoor tijdens de wederopbouw landelijk uitgerold. Nederland werd in zes districten
6
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
ingedeeld. Het BWB stelde daarnaast zeven gewestelijke
stonden vermeld die vermeden moesten worden). Een groter of
architectencommissies op. Deze hadden als doel om het
luxer gebouw dan noodzakelijk was mogelijk, maar de meerkosten
architectonisch niveau van de wederopbouwwerkzaamheden te
waren volledig voor rekening van de eigenaar.
bevorderen en waarborgen. De eerste taak was om per district een lijst met architectenbureaus aan te wijzen, waarop de boeren een
De resultaten van de eerste wederopbouwfase konden aan het
beroep konden doen bij het opstellen van het plan.
eind van 1943 worden vastgesteld op circa 550 boerderijen van de ruim 800 verwoeste boerderijen. Dat dit resultaat, ondanks het door
Daarnaast stelde ze centrale richtlijnen op (wat betreft
de bezetter opgelegde bouwverbod werd behaald, is te danken
materiaalgebruik, veiligheid, hygiëne, aantal deuren per stuks vee,
aan de ontheffing die men bij de bouw van boerderijen kreeg.
bevestiging en vloerafwerking voor het vee, breedte van de
Opvallend hierbij is de algemene ontheffing die gold voor nieuw te
voergangen, plaatsing van de melkkoeling, afwerking van de
bouwen boerderijen in de Noordoostpolder. Dit kwam enerzijds
wanden, etc.) en toetsten zij bouwplannen die werden opgesteld
omdat de bezetter deze polder als belangrijke uitbreiding van het
door architecten/aannemers die niet door de
landbouwareaal beschouwde, maar ook omdat men dit als
architectencommissie waren aangesteld.
proefproject gebruikte voor de ontginning van gebieden in oostelijk Europa. Daarnaast paste het toepassen van ontheffingen voor de
De kosten voor de herbouw van de boerderij werden grotendeels
boerenbouw binnen de Blut-und-Boden filosofie: de boer vormt de
betaald door de overheid. Van de boer werd een bijdrage van
basis van het zuivere Germaanse ras. Tussen 1942 en 1944 werden
gemiddeld 10-25% verwacht. De hoogte van het percentage was
in de polder zo’n 60 boerderijen gebouwd. Hierbij werd een tweetal
afhankelijk van de ouderdom van de boerderij. De redenatie
types toegepast, één gericht op de akkerbouw en één voor het
achter de eigen bijdrage was dat de nieuwe boerderij minder
gemengd bedrijf. Wat betreft vormgeving waren ze afgeleid van
onderhoud nodig had en efficiënter en daarmee ook
de boerderijtypologieën in de Wieringermeer. De bouw in de
winstgevender zou zijn dan de oorspronkelijke boerderij. Uiteraard
Noordoostpolder stopte vanaf juli 1944.
waren de boeren zelf niet blij met de eigen bijdrage. Tweede wederopbouwfase: na de oorlog —De grootste schade De regel was dat men bij de bouw moest uitgaan van de minimum
aan het agrarisch areaal werd veroorzaakt aan het eind van de
noodzakelijke afmetingen en een sober gebouw (men hield een
oorlog. Ruim vijftigduizend boerderijen werden, zowel door
zogenaamde ‘luxelijst’ bij, waarop materialen en constructies
toedoen van de bezetters als de geallieerden, verwoest of (zwaar)
7
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
beschadigd. Met name Noord-Brabant en Gelderland werden
basis van de taxatie werd de maximum herbouwsom vastgesteld,
zwaar getroffen met respectievelijk 2307 en 2689 volledig
werd advies geleverd aan eigenaren en architecten over de meest
verwoeste boerderijen. Inundaties, bom- en granaatinslagen,
economische bouwmogelijkheden, plannen te controleren en
mijnenvelden, aangelegde vliegvelden, tankgrachten et cetera
beoordelen, de eerste oplevering te controleren en voorschriften
hadden bovendien geleid tot een verwoesting of beschadiging
aan te dragen met betrekking tot de sobere uitvoering van de
van ruim 375.000 hectare landbouwgrond.
boerderij, brandveiligheid, et cetera. De voormalige zeven architectencommissies werden vervangen door één landelijk en
Een totaal schadeoverzicht voor Noord-Brabant laat zien dat er,
dertien gewestelijke commissies. Zij kregen meer bevoegdheden en
behalve de genoemde 2307 totaal verwoeste boerderijen ook 1657
waren onder anderen belast met de esthetische en
boerderijen zwaar beschadigd en 11.755 licht beschadigd waren
architectonische verzorging van de wederopbouw.
geraakt. De Bouwkundige Afdeling van de Wieringermeerdirectie, die tot In mei 1945 werd de BWB belast met de tweede wederopbouw,
dat moment een belangrijke rol in de wederopbouw hebben
betrekking hebbende op de boerderijen die vanaf september 1944
gespeeld, werd tussen 1947-1949 geleidelijk aan overgeheveld en
door oorlogsgeweld en inundaties waren verwoest. Het BWB werd,
ging zich richten op de boerderijbouw in de Noordoostpolder.
vooruitlopend hierop, ondergebracht onder het Ministerie van
Hierdoor ontstond er een meer versnipperd beeld, waarbij de
Openbare Werken en Wederopbouw. Het BWB werd in 1947
Afdeling Boerderijenbouw (de voormalige BWB) het met minder
omgedoopt tot Afdeling Boerderijenbouw van het Ministerie van
ervaren personeel moest doen. De Afdeling werd bovendien
Wederopbouw en Volkshuisvesting. A. van Eck bleef tot 1949 de
opgedeeld in districten en rayons, waarbij per rayon lokale
leiding over het BWB houden.
architecten werden gevraagd om ontwerpen op te stellen.
Het BWB (per 1947 Afdeling Boerderijenbouw) had meerdere
De herbouw van de boerderijen begon aan het eind van 1944, in
functies. De eerste taak was om de oorlogsschade vast te stellen.
het al bevrijdde zuidelijke gedeelte van Nederland. Door gebrek
Hiervoor werd per object een taxatie en rapport opgesteld. Deze
aan materiaal en een tekort aan brand- en grondstoffen kwam de
registratie gold niet alleen om de mate van schade en kosten vast
wederopbouw maar moeizaam op gang. Bovendien waren er nog
te stellen, maar stelde de Afdeling Boerderijenbouw ook in staat
grote infrastructurele problemen en was de financieringsregeling
om een overzicht op te stellen van de streekeigen tradities. Op
nog niet opgesteld. Om toch al een begin te maken aan de
8
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
herbouw van boerderijen (en vooral het opstarten van de
Voor kleine boerderijen met een maximaal bedrijfsoppervlak van 15
agrarische sector) werden noodboerderijen gebouwd. Deze
ha waren naar aanleiding van een overheidsopdracht in 1947-1947
werden op de funderingen van de verwoeste boerderijen
door ongeveer 50 architecten, 70 verschillende ontwerpen
opgetrokken en waren veelal gebouwd met het nog bruikbare
gemaakt. De ontwerpen beperkten zich bij deze boerderijen
materiaal van de verwoeste boerderij. De voorwaarde was, dat als
voornamelijk tot de woningen en het exterieur van het
de nieuwe boerderij gebouwd zou worden, de noodboerderij
bedrijfsgedeelte, die waren samengesteld uit systematisch
moest worden gesloopt. Aan het eind van 1945 waren er ruim 3500
opgezette, genormaliseerde eenheden, waaraan naar behoefte
noodboerderijen opgetrokken. Echter, tot dat moment was er nog
eenheden konden worden toegevoegd en waarvan de indeling
geen enkele ‘nieuwe’ boerderij gebouwd.
flexibel was. De bestekken voor deze boerderijen konden rechtstreeks bij de Afdeling Boerderijenbouw worden besteld. Een uitvoerend architect kon dan met de bouw worden belast.
In de loop van 1946 begon de vaart er echter in te komen. Nadat een eigenaar in aanmerking kwam voor herbouw van zijn boerderij, volgde een overleg tussen de eigenaar, architect en Afdeling
Traditionalisme en modernisme — De boerderijen die in de jaren
Boerderijenbouw. Hierin werd besproken wat een voor het bedrijf
veertig en vroege jaren vijftig werden gebouwd, kenmerken zich
geschikte boerderij was, in hoeverre gebruik kon worden gemaakt
door de streekeigen karakteristiek, welke zich in Oost-Brabant
van restanten van de bestaande bouw en bestaande
vertaalt in de hoofdvorm van de langgevelboerderij (veelal met
noodvoorzieningen konden worden ingepast in de nieuwbouw.
dwarsdeel) en in de traditionele vormentaal van de Delftse School.
Hierna stelde de architect een schetsontwerp op. Hierbij werd
Deze Delftse School, geleid door de Delftse hoogleraar M. J.
rekening gehouden met de maximale herbouwwaarde, de
Granpré Moliere, speelde een prominente rol in de Nederlandse
brandveiligheid en bedrijfshygiëne. Daarnaast werden normen
architectuur van de jaren dertig en veertig, maar ook in de vroege
over de woninginhoud (voortvloeisel uit de Woningwet 1901 met
wederopbouw. De stijl, die wordt gekarakteriseerd door haar
aanpassingen uit 1921 en 1931) en de geldende
sobere baksteenarchitectuur met gesloten baksteengevels, hoog
soberheidsvoorschriften in de plannen verwerkt. Nadat het plan
opgaande pannendaken en eenvoudige traditionele
was getoetst op de Afdeling Boerderijenbouw, volgde de
hoofdvormen, viel goed in de smaak bij de over het algemeen
aanbesteding.
traditioneel ingestelde plattelandsbevolking, die met een streekeigen bouwen de eigen culturele waarden wilden benadrukken. Deze traditionele vormgeving wordt gecombineerd
9
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
met de uit de Wieringermeer overgenomen ‘nieuwe’
serie boerderijen te ontwerpen, waarbij gebruik moest worden
bouwmaterialen en ideeën over een veilige, hygiënische en
gemaakt van modules met vaste, door de Afdeling
optimale inrichting van het achterhuis.2
Boerderijenbouw verstrekte maten. Het idee was dat de verschillende elementen in elkaar konden worden geschoven,
Om een efficiëntere landbouwkundige exploitatie te kunnen
waardoor een boer op basis van deze losse modules zelf kon
realiseren, het tekort aan mankracht te kunnen opvangen, de
vaststellen welke indeling en grootte zijn boerderij kon krijgen.
bouw te kunnen verkorten en de kosten omlaag te brengen, bleek
Nadat de standaardplannen door een hele reeks aan
standaardisering onvermijdelijk. Al gedurende de oorlog werd
belangenorganisaties waren beoordeeld, volgde er een eindplan,
gezocht naar bouwmethoden die het tekort aan mankracht en
dat eigendom werd van de Afdeling Boerderijenbouw. Deze
bouwmaterialen konden opvangen. Het BWB dacht nog niet na
ontwerpen moeten worden beschouwd als een eerste stap in een
over geprefabriceerde boerderijen en een algemene Nederlandse
‘echt’ standaardtype. Het zou nog tot de jaren vijftig duren voordat
standaardboerderij. Men streefde juist naar een streekeigen
er een daadwerkelijke standaardisering, in de vorm van
architectuur, waarbinnen een moderne bedrijfsvoering mogelijk
montagebouw ontstaat. Dit gebeurde in 1949 voor het eerst in de
was.
Noordoostpolder, waar 121 montageboerderijen van schokbeton werden gebouwd.
Pas vanaf 1947 kwamen vanuit de Afdeling Boerderijenbouw (tot 1947 BWB) de eerste stemmen op dat standaardisering noodzakelijk
Hoewel beton in de boerderijbouw vanaf de jaren vijftig structureel
werd om de doelen te halen. In 1947 werden in de zwaarst
meer werd toegepast vanwege haar intrinsieke waarden
getroffen provincies plannen voor standaardisering gemaakt. Per
(duurzaam, sterk, goedkoop, brandveilig, weinig onderhoud,
provincie werden werkgemeenschappen samengesteld uit een
hygienisch, snelle opbouw), is het echter nooit echt van de grond
handjevol architecten. Ze kregen de opdracht om per streek een
gekomen en werd het materiaal vooral toegepast op onderdeelniveau. Zodoende bleef er ook ruimte om het streekeigen karakter van de boerderijen te respecteren.
▄▄▄▄▄▄▄ Vanaf 1949 (na het vertrek van Van Eck) wordt er vanuit de 2
Granpré-Moliere was in de begin jaren dertig nauw betrokken bij de Wieringermeer, waar hij de supervisie kreeg over de nieuw aan te leggen dorpen en plattelandswoningen.
Afdeling Boerderijenbouw propaganda gevoerd voor een verregaande vereenvoudiging van boerderijen. Deze
10
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
2.2.2 Berlicum en wederopbouw
vereenvoudiging was veelal door kosten gedreven en er ontstond een strijd tussen progressieven en de meer behoudenden. Dit leidde steeds meer tot discussie, waarbij vanuit de progressieven
Voor Berlicum (en Brabant in het algemeen), hebben vooral de
werd gesteld dat de boerderij in eerste plaats moest worden gezien
herfst en winter van 1944 een grote impact gehad. Berlicum
als een complex van productiegebouwen, welke uit de sfeer van
bevond zich middenin het strijdtoneel tussen de Duitse bezetter en
traditie en sentiment moest worden gehaald. In de jaren vijftig
de geallieerden en heeft het zwaar te verduren gehad, waarbij
ontstaan meerdere initiatieven en collectieven die als doel hebben
grote delen van het dorp en de omliggende landerijen werden
een nieuwe boerderijarchitectuur te ontwikkelen. Deze initiatieven,
verwoest of zwaar beschadigd. Dit vertaalt zich in de hoge
met wisselend succes (wat betreft de mate waarop de plannen zijn
concentratie aan woonhuizen, kerken en boerderijen uit de
gerealiseerd), kenmerken zich vooral vanwege hun gelede opzet.
wederopbouwperiode.
Deze gelede bouw werd aan het eind van de jaren veertig al in de Noordoostpolder toegepast. De gelede boerderij kenmerkt zich
Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw komt er veel meer
door een reeks (vaak) geschakelde volumes, elk met een eigen
waardering voor de architectuur die, in het kielzog van de
identiteit. De gebouwen zijn vaak functionalistisch van opzet,
verwoesting van de Tweede Wereldoorlog, in Nederland is
waarbij de vormgeving van de individuele volumes wordt bepaald
gebouwd. Inventarisatierondes, ontsluiting van archieven en
door de specifieke functie. De gedachte was dat door deze
publicaties benadrukken het (architectuur)historisch belang van de
standaardisering de boerderijbouw goedkoper kon worden
Wederopbouwperiode, de periode tussen 1945 en 1965. Deze
gebouwd en tot een meer functionele bedrijfsvoering zou leiden.
architectuurhistorische laag speelt ook in de huidige
Dit bleek echter lang niet altijd het geval. Mede hierdoor is de
belevingswaarde van de ontwikkelingsgeschiedenis van de dorpen
streekeigen architectuur ook gedurende de jaren vijftig en zestig
die tezamen de gemeente Berlicum vormen, een belangrijke rol.
op grote schaal toegepast bij de bouw van nieuwe boerderijen.
Het is dan ook van belang dat hier, zeker in het kader met de ontwikkelingen in de agrarische sector, aandacht aan wordt besteed.
11
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Archief BWB — Uit de door het BWB opgestelde inventarisaties en kaarten, kan worden opgemaakt dat Berlicum een van de tijdens de nadagen van de oorlog, zwaarst getroffen gebieden was. Het aantal boerderijen dat de strijd had overleefd, was zeer beperkt. In de toenmalige gemeente Berlicum was het architectenbureau van architect en gemeentelijk hoofd Wederopbouw Boerderijen H. Tibosch verantwoordelijk voor de herbouw van de verwoeste boerderijen. In de periode 1944-1956 stelde hij voor 160 boerderijen in en rondom Berlicum en Middelrode een ontwerp op. Daarnaast zijn er nog eens 30 wederopbouwboerderijen van zijn hand in naburige dorpen bekend.3 Het gaat hier vrijwel allemaal om boerderijen van het langgeveltype, waaronder ook meerdere boerderijen aan Laar, Oud- en Nieuw Laar. Zijn boerderijen kenmerken zich alle door hun traditionalistische, door de Delftse School geïnspireerde vormentaal. De huizen zijn opgetrokken in een rode baksteen, gemetseld in staand of kettingverband, met een iets terugliggende voeg. De gevels waren voorzien van een trasraam, om optrekkend vocht te beperken. De daken zijn gedekt
▄▄▄▄▄▄▄ 3
Afb. 4 Op de door het BWB opgetelde schadekaart in 1946, wordt het gebied rond Berlicum aangeduid als zeer zwaar getroffen (groot aantal verwoeste boerderijen: deels 90-99 en deels meer dan 100). Bron: Elpers 2019, p.33.
12
In Boerderijen. Categoriaal onderzoek Wederopbouw 1945-1965¸ is een tweetal boerderijen van Tibosch als voorbeeld opgenomen. In het archief van het Bureau Wederopbouw Boerderijen, welke zich momenteel bevindt bij het Meertens-instituut, is van ruim 110 boerderijen een individueel archief bewaard gebleven. Van sommige is het adres bekend, van boerderijen waarbij het adres onbekend is, dragen de objecten een nummer. Het archief is online in te zien op www.meertens.knaw.nl/bwb/page/gemeente/0845.
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
met rode (mulden)pannen (riet was niet meer toegestaan
Uitzondering is de uitbouw van het achterhuis aan de achterzijde
vanwege brandgevaar). De voorhuizen hebben alle een formeel
en de plaatsing van een brede doorgang in de achtergevel.
karakter, met rijk vormgegeven vensters en deuren, geplaatst onder hanenkammen of segmentbogen. Bij de achterhuizen is de
Hoofdopzet
invloed van de moderne bedrijfsvoering duidelijk herkenbaar.
De boerderij is opgebouwd als langgevelboerderij met dwarsdeel.
Aspecten als betonramen met ventilatiedorpels, de plafonds met
Voorhuis en achterhuis zijn onder één doorlopend dak geplaatst.
holle bakstenen (vanwege brandgevaar), de grupstallen met
Het noordelijke dakschild is bij de onderste twee dakpanrijen
betonnen vloer en afvoergoten, ventilatiesystemen, et cetera, zijn
opgewipt. Aan de zuidzijde is het volume over de gehele lengte
alle kenmerkend voor de uit de Wieringermeer overgenomen
(voor- en achterhuis) naar buiten toe uitgebouwd, waardoor de
vernieuwingen in bedrijfsvoering.
kopgevels een asymmetrisch aanzicht hebben. Het zuidelijke dakschild loopt door boven de uitbouw en is geknikt. Bij de door de
Al met al dragen deze boerderijen, mede vanwege de
huidige eigenaren gebouwde uitbreiding van het voorhuis is deze
architectonische samenhang die ze vertonen in hoge mate bij aan
daklijn verder doorgetrokken.
de karakteristiek van het buitengebied van Berlicum. Juist door de oorlogsschade (het nagenoeg volledig ontbreken van
De gevels zijn opgetrokken in een rode baksteen en in staand
vooroorlogse boerderijen) en de bouwhausse in boerderijen die
verband gemetseld. Bij de recente uitbreiding van het voorhuis zijn
tussen 1946-1956 zijn ontstaan, neemt Berlicum een bijzondere
de kopgevels opgemetseld met hergebruikte stenen, afkomstig uit
positie in die gekoesterd dient te worden.
de weggebroken achtergevel. De zuidgevel van de nieuwe uitbouw is met een lichtere steen opgetrokken.
2.3 Korte beschrijving Oud Laar 9
Het volume is voorzien van een trasraam die wordt afgesloten door een kopse rollaag. Onder de lichte dakoverstek kraagt het
Van de boerderij is de oorspronkelijke bouwtekening behouden
metselwerk ietwat uit, waardoor een sobere decoratieve toets
gebleven. De tekening is gedateerd 10 december 1949 en is
ontstaat. Het dak is uitgevoerd als zadeldak met aan de oostzijde,
opgesteld door architect H. Tibosch, namens het Bureau
boven het achterhuis, een wolfseind. Het dak is gedekt met de
Wederopbouw Boerderijen. Als eigenaar wordt dhr C.G. Geurts. De
oorspronkelijke rode muldenpannen en heeft, conform het
boerderij is in opzet nagenoeg identiek aan de situatie anno 1949.
ontwerp, eenvoudige mastgoten.
13
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Afb. 5 Bouwplan Oud Laar 9, 1949. Ontwerp van H. Tibosch. Bron: gemeentearchief St. Michielsgestel.
14
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
In tegenstelling tot het ontwerp van Tibosch, waarop ook de
De vensters van het voorhuis zijn alle in de loop van de tijd
westgevel met een wolfseind is aangegeven, is bij de uitvoering
vervangen, maar hebben de oorspronkelijke vensterindeling. De
een topgevel gerealiseerd, waarbij de schoorsteen als gevelhals is
vensters en tuindeuren in de nieuwe aanbouw wijken wat betreft
opgezet.
opzet af van de oorspronkelijke venstertypologie.
Ter plekke van de brandmuur staat een tweede forse bakstenen
Bij de vensters op de begane grond (noord- en westgevel) zijn
schoorsteen. De dakkapel op het achterste dakschild bij het
imitatieluiken geplaatst. Deze hebben dezelfde hoogte als de
voorhuis is door de huidige eigenaar toegevoegd en vervangt het
vierruits onderlichten. Van oorsprong zijn er ook luiken geweest die
oorspronkelijke kleinere exemplaar. Verspreid over de dakschilden
alleen de onderlichten afsloten. De duimen van de oorspronkelijke
liggen enkele moderne dakvensters.
luiken zijn nog overal aanwezig. Deze duimen zijn in het metselwerk van de dag geplaatst.
Voorhuis Algemeen — Het voorhuis is in opzet wat betreft noord- en
Noordgevel — De noordgevel van het voorhuis heeft een
westgevel authentiek. Aan de achterzijde is over de gehele
symmetrische opzet, bestaande uit drie vensterassen, met in de
breedte van het voorhuis een ondiepe uitbouw gerealiseerd. De
centrale as de entree. De deur, uitgevoerd als klampdeur met
uitbouw volgt in opzet en detaillering de oorspronkelijke
golvende delen en voorzien van een spiekvenstertje, is geplaatst in
gevelafwerking. De bouwnaad laat duidelijk zien waar de
het sterk geprofileerd kozijn met houten neuten. Het heeft een
overgang naar de uitbreiding zit, waardoor de beleving van de
bovenlicht met kruisvormige roedeverdeling. De entree heeft een
historische hoofdmassa als volume nog duidelijk herkenbaar is.
sober classicistische deuromlijsting met kroonlijst. De entree is authentiek, is kenmerkend voor de wederopbouwperiode en komt
De gevelopeningen op de begane grond van het voorhuis zijn
bij meerdere boerderijen (binnen het oeuvre van Tibosch) terug.
geplaatst onder een anderhalf streks hanenkam (verwijzend naar
Een dergelijke entree past binnen de esthetica van de Delftse
de achttiende-eeuwse architectuur: conform stilistische kenmerken
School, waarbij wordt gerefereerd aan de achttiende-eeuwse
Delftse School). De lekdorpels zijn uitgevoerd in baksteen. De
woonhuisarchitectuur.
vensters in de westelijke geveltop zijn onder een kopse rollaag geplaatst.
Westgevel — De westelijke kopgevel heeft een asymmetrische hoofdopzet, met op de begane grond twee hoge vensters met kalf
15
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
(onder- en bovenlicht) en in de geveltop twee vierruits vensters. Bij
geplaatst onder een korfboog. De poortvleugels zijn vervangen
de plaatsing van de vensters op de begane grond is Tibosch
door een beglaasde pui. In de dag van de poortopening zitten
uitgegaan van de afstand van de vensters tot de (oorspronkelijke)
nog de duimen van de oorspronkelijke, naar buiten draaiende
gevelhoek, welke bij beide vensters gelijk is en waardoor het
poortvleugels.
asymmetrisch aanzicht is ontstaan. Noordgevel — De noordgevel heeft nog de oorspronkelijke opzet De aanzet van de westelijke geveltop wordt geaccentueerd door
bestaande uit (van links naar rechts): een stalraam; de
twee bescheiden schouders. De topgevel wordt afgesloten door
poortopening van de voormalige dwarsdeel (nu met beglaasde
een licht uitkragende baksteenrij, waarop de speciezoom van het
pui); een staldeur (invulling gevelopening, van binnenuit
pannendak is aangebracht.
dichtgezet); drie stalramen.
Zuidgevel — De oorspronkelijke zuidgevel van het voorhuis,
Zuidgevel — De zuidgevel is in de loop van de tijd gewijzigd. Ter
bestaande uit een blind gevelvlak links en een breed
plekke van de westelijke stallen (paardenstal) zijn een voormalige
keukenvenster rechts, is bij een recente verbouwing weggebroken.
staldeur en –venster vervangen door een brede raampui. Links
De nieuwe zuidgevel heeft geen relatie tot de oorspronkelijke
hiervan, in het voormalige voederlokaal, is een betonvenster
opzet.
vervangen door een venster onder rollaag. De opzet van links naar rechts bestaat uit: een staldeur; het aangepast stalvenster; het
Achterhuis
oorspronkelijke toiletraam; de nieuwe pui; drie stalvensters.
Algemeen — De hoofdopzet van het achterhuis is grotendeels gaaf behouden. De structurele ingrepen die zijn doorgevoerd
Oostgevel — De oostelijke kopgevel is in de loop van de tijd
beperken zich tot de achtergevel.
gewijzigd. Op de tekening uit 1949 zien we op de begane grond drie lage staldeurtjes, elk bestemd voor een van de drie
De oorspronkelijke betonvensters zijn overal vervangen door houten
varkenshokken in de oostelijke travee. De deurtjes zijn dichtgezet.
exemplaren, waarbij de zesruits indeling is behouden (echter
Ondanks de huidige klimopbegroeiing is de linker doorgang nog
zonder de karakteristieke ventilatiedorpel). De nieuwe vensters zijn
herkenbaar. Tussen deze vensters zit nog een stalvensteropening
voorzien van geglazuurde vensterdorpelstegels. Ook de staldeuren
(met modern kozijn). Geheel rechts bevindt zich een staldeur, die in
zijn vervangen. De grote poortopening aan de noordzijde is
opzet identiek is aan de overige exemplaren. Deze deur is niet op
16
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
de tekening uit 1949 afgebeeld. Kijkende naar het metselwerk rond
brandpreventie door het Bureau Wederopbouw Boerderijen
de deuropening, dan kan worden vastgesteld dat deze op een
verplicht.
later moment is toegevoegd. De oorspronkelijke beton en holle baksteenconstructie is nog Onder het wolfseind zit linksboven, meteen onder de muurplaat,
aanwezig. Ter plekke van de deel, die van oorsprong tot de nog
een klein venster. Dit was van oorsprong het luik dat toegang gaf
open was, is in de loop van de tijd een houten balklaag geplaatst.
tot de korenzolder. De structuur en inrichting van het voorhuis is gaandeweg gewijzigd. Uit de opzet van het achterhuis kan, ondanks de wijzigingen, de
Een karakteristiek aspect dat bij de boerderij nog gehandhaafd is,
oorspronkelijke indeling nog worden herleiden: meteen achter het
zijn de Bruynzeeldeuren (vier liggende panelen, waarbij het
voorhuis de stallen, gevolgd door een dwarsdeel (geen
bovenste paneel veelal in glas (enkelruits of driedeling) was
doorrijschuur), opnieuw gevolgd door een traveeën stallen. Hieruit
uitgevoerd). Dit type deur komt bij vrijwel alle
kan worden herleid dat de kleinschalige boerderij primair was
wederopbouwboerderijen voor.
opgericht voor de veeteelt. Interieur Hoewel bij een pand dat als cultuurhistorisch waardevol object wordt aangeduid, alleen het (vanaf de publieke ruimte zichtbare) exterieur van belang is, wordt hier kort ingegaan op het interieur. Temeer omdat er, met name wat betreft achterhuis sprake is van een voor de wederopbouw zeer kenmerkend element. De oorspronkelijk stalinrichting is verdwenen. Een van de meest karakteristieke aspecten is de opbouw van het plafond. Boven de voormalige stallen zit een massief plafond, samengesteld uit holle bakstenen. Deze massieve zoldervloer wordt gedragen door gewapend betonnen balken, die worden ondersteund door stalen, ronde kolommen. Een dergelijke materialisatie werd vanuit
17
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Noord- en westgevel.
Voorgevel van het voorhuis: De vensters en luiken zijn vervangen, conform de oorspronkelijke opzet.
Detail van de authentieke deur en omlijsting.
Noordgevel van het achterhuis: de authentieke gevelopzet is gaaf behouden.
Westelijke kopgevel met geheel rechts de uitbreiding van het voorhuis.
De oostelijke kopgevel met wolfseind. De staldeur rechts is later toegevoegd. De sporen van de voormalige staldeurtjes zijn nog herkenbaar.
18
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Detail van de oostgevel, met onder de klimop nog sporen van een van de oorspronkelijke staldeurtjes.
Achtergevel van het achterhuis: rechter gedeelte.
Linker gedeelte van de achtergevel van het achterhuis.
De uitbreiding tegen de achtergevel van het achterhuis.
19
Centrale gedeelte gevel van het achterhuis. De pui met tuindeuren vervangt een staldeur en –venster.
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
3
Waardenindicatie
In materialisatie (baksteen, rode muldenpannen) en in vormgeving (traditionele hoofdvorm langgevelboerderij, zadeldak met
Onderhavige waardenindicatie dient als onafhankelijke
wolfseind, sobere baksteenornamentiek, symmetrie van de gevels
onderbouwing om vast te stellen of Oud Laar 9 kan worden
van het voorhuis, sober-classicistische deuromlijsting, traditionele
gekenmerkt als een cultuurhistorisch waardevol object.
opzet vensters voorhuis, gebruik van hanenkammen) is Oud Laar 9 een fraai voorbeeld van de in die tijd heersende esthetische,