CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Brief college SMG Aandachtspunten Ontwikkelperspectief d.d. 25-04-2023

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 21 september 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 10 Raadsvoorstel Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 20401.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijk overleg Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch t.a.v. Jorinke Vos Verzending per email

Zaaknummer Uw kenmerk:

Onderwerp:

1319084

Behandeld door: Telefoonnummer: Datum

Astrid Goijaarts-van Uden 25-04-2023

Aandachtspunten Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken

Geacht Bestuurlijk overleg, Op 4 april ontvingen wij het Ontwikkelperspectief en de eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040. Met deze brief informeren wij u over onze aandachtspunten en lichten deze toe. Aandachtspunten De complexe opgaven waar we voor staan zijn grensoverschrijdend en vragen om een gezamenlijke aanpak. Onze overtuiging is, dat samenwerking tussen Rijk, provincie, waterschappen, regio’s en gemeenten dringend noodzakelijk is. We onderschrijven de Brabantbrede Ontwikkelprincipes. PROCES Werken als één overheid Het uitgangspunt is om te werken als één overheid. Dat vereist een duidelijke focus, heldere taken en verantwoordelijkheden en scherp zijn op de rollen. Tijd, ruimte en middelen zijn schaars en vragen zowel op proces als inhoud om heldere afspraken. Dit ook met het oog op het verkrijgen van draagvlak op de verschillende schaalniveaus voor een snel antwoord op complexe opgaven. Dit leidt tot de volgende aandachtspunten: • Het proces met name van het Brabantbrede deel vraagt om aanpassing. De regie is in handen van het Rijk en de provincie. Het doel is om te komen tot een duurzame verstedelijking en een goede ruimtelijke ordening. Dit stelt eisen aan het proces om draagvlak te krijgen bij alle betrokken partijen, waaronder de regio’s en de gemeenten. Het proces met name voor het Brabantbrede deel is niet toereikend en vraagt om aanpassing.

Er dient voldoende tijd en ruimte te zijn voor het inhoudelijke gesprek met alle partners die de afspraken aangaan, zodat er een evenwichtige inbreng is en draagvlak voor het eindresultaat. Helaas heeft dat gesprek over bijvoorbeeld hoofdstuk 4 onvoldoende plaatsgevonden. Op dit moment zijn de verschillen in kennisniveau te groot. • Er is extra aandacht nodig voor de positie van de raad. De status van de afspraken als beleidsvoornemen is te verstrekkend. De afspraken moeten namelijk lokaal doorvertaald worden in het eigen planologisch instrumentarium. Dit betreft onder meer de gemeentelijke Omgevingsvisie. Dit vraagt om tijdige betrokkenheid van de raad als bevoegd orgaan. De ruimte voor de raad is nu ontoereikend. Dit signaal gaven ook de Griffiers af. In de raadscyclus van

Meanderplein 1, Sint-Michielsgestel Postbus 10.000, 5270 GA Sint-Michielsgestel

Tel: (073) 5531111 KvK: 17237737

gemeente@sint-michielsgestel.nl www.sint-michielsgestel.nl IBAN: NL12BNGH0285007769

september aanstaande gaan we in gesprek met de raad over het nu voorliggende Ontwikkelperspectief. De raad is dan in de gelegenheid wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Wij vragen om in het verdere proces voorafgaand aan het BO Leefomgeving en het BO MIRT voldoende tijd te reserveren voor het kenbaar maken van wensen en bedenkingen door de raad. • Er is aan de voorkant meer scherpte nodig op doelen, taken, rollen en verantwoordelijkheden. Dit geldt vooral voor de afstemming tussen het Brabantbrede deel en de Stedelijke Regio ’sHertogenbosch. Pas op een laat moment werd duidelijk, dat alleen afspraken met het Rijk geagendeerd worden voor het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving. Dit zet het draagvlak onder druk. •

Wij ervaren onvoldoende vertegenwoordiging van en afstemming met het landelijk gebied bij de totstandkoming van het Ontwikkelperspectief en de te maken afspraken. Het betreft de hoofdstukken 1 tot en met 4. Dit knelt, omdat er de nodige overlap is met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). • Middelen dienen beschikbaar te blijven waar ze voor bedoeld zijn. We onderschrijven het belang van het ontschotten van fondsen. Aandachtspunt daarbij is, dat de middelen beschikbaar blijven waar ze voor bedoeld zijn, bijvoorbeeld voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Verder is er onvoldoende duidelijk welke middelen beschikbaar zijn voor de centrumdorpen en de leefbare kernen. Steden, centrumdorpen en vitale kernen hebben op veel vlakken dezelfde opgaven. •

Democratische legitimatie, een duidelijke governance en een gelijkwaardige positie van partijen in de Stedelijke regio ‘s-Hertogenbosch. Voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch is er onder meer een ambtelijke kerngroep en een bestuurlijke stuurgroep in het leven geroepen. Hierin zijn niet alle gemeenten vertegenwoordigd. Bij veel afspraken is de stedelijke regio één van de partijen die nadere afspraken maakt of de actie oppakt. Wij ervaren door de wijze waarop het proces is ingericht, dat we op (kennis)achterstand staan. Dit ondanks de inspanningen van de gemeente Vught om ons goed aan te haken en het subregionale overleg met de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Heusden, Vught en Boxtel. • Bepalen van de overlegtafel voor de verschillende onderwerpen. Om de bestuurlijke- en ambtelijke capaciteit efficiënt in te zetten is het van belang te kijken welke tafel het meest geschikt is om onderwerpen op te pakken. Er is sprake van onevenredig veel druk op de ambtelijke medewerkers. • Positie van het college en de raad komt verder onder druk te staan. Dit baart ons zorgen en vergt aandacht bij de verdere uitwerking van afspraken. Voorbeelden daarbij zijn de richtinggevende keuzes in een strategisch overleg (pagina 9) en het maken van afspraken over het ruimtegebruik op bepaalde plekken (afspraak 3 pagina 24).

INHOUD Algemeen Er is op Rijks- en provinciaal niveau veel beleid in ontwikkeling. De maatschappelijke ontwikkelingen gaan snel en de opgaven zijn in onderlinge samenhang complex. Behalve de verstedelijkingsopgave en de recent gesloten Woondeal, werken we nu onder andere ook aan de Ruimtelijke Puzzel/Brabant Schakelt. Daarin komen de Verstedelijkingsstrategie, het Nationaal Programma Landelijk gebied en de Regionale Energie Strategie (Provinciaal MIEK) samen. Het Ontwikkelperspectief wordt als input meegenomen in Brabant Schakelt. De aandachtspunten zijn als volgt: • We missen een integrale benadering, prioritering en zicht op de consequenties van het geheel aan afspraken. Voor de 5 ontwikkelprincipes zijn per principe meerdere afspraken uitgewerkt waarvan nu wordt gevraagd deze als beleidsvoornemen te onderschrijven en te verankeren in het lokale beleid (hoofdstuk 4). Een belangrijk deel van de afspraken herkennen we vanuit de ambities die de raad vaststelde in het

kader van de Omgevingsvisie. Niet alleen voor onze gemeente, maar zeker ook voor onze regio als geheel. We ervaren een toenemende regeldruk. De afspraken omvatten de nodige meet- en maatlatten en vervolgacties. Zelfs op bijvoorbeeld een Actieplan dat nog niet is vastgesteld. • De Ruimtelijke puzzel/Brabant Schakelt moet nog worden gelegd. Er zijn veel ruimteclaims en de beschikbare ruimte is schaars. Gelet op het voorgaande ligt de vraag voor of we op dit moment voor wat betreft de afspraken zowel lokaal als regionaal de juiste keuzes maken met het oog op de nog te leggen Ruimtelijke puzzel (Brabant Schakelt) en het versnellen van de woningbouwopgave. • Er is lokaal inhoudelijke ruimte nodig. Lokaal geldt, dat we als gemeente werken aan de Omgevingsvisie. De komende maanden voeren we een Omgevingseffectrapportage uit op basis van twee scenario’s. Voor de zomer bespreken we de eerste resultaten met de raad om te komen tot een 80% versie van de Omgevingsvisie. Onder proces gaven we aan, dat het op dit moment een stap te ver is om afspraken te maken met de status van een beleidsvoornemen wat lokaal verankerd moet worden. • De positie van de gemeente Sint-Michielsgestel in de directe nabijheid van de stad ‘s-Hertogenbosch In de directe nabijheid van de stad bieden dorpen, zoals Sint-Michielsgestel, Den Dungen, BerlicumMiddelrode en Gemonde een uitstekende woonkwaliteit.

Deze hoge woonkwaliteit is ook in de toekomst van toegevoegde waarde en draagt bij aan een goed vestigingsklimaat voor onder andere kenniswerkers en hun gezinnen. Het beleid is om in te zetten op hoogstedelijke woonmilieus. Wij verwachten dat de druk op de woningmarkt in de dorpen hoog blijft door genoemde uitstekende woonkwaliteit en de ligging in de directe nabijheid van de stad. Wij kunnen niet anders concluderen dat maatwerk voor de dorpen nodig blijft. • Dorpenstrategie afspraak 5 pagina 40 We juichen het toe dat er pilots komen in het kader van de dorpenstrategie. Voor een goed functionerend Brabants mozaïek zijn de dorpen van wezenlijk belang. De positie van de dorpen en het landelijk gebied lijkt enigszins naar de achtergrond te verdwijnen door complexe maatschappelijke opgaven zoals grootschalige woningbouwlocaties in de steden, stikstof en de energietransitie. De centrale vraag is niet hoe we verdichting in de dorpen in kunnen zetten voor onder andere, de versterking van het dorpskarakter, de leefbaarheid en het voorzieningenniveau. Centraal dient te staan wat nodig is voor leefbare dorpen. Dat kan ook een mix van in- en uitbreiding zijn. Kleinschalige bedrijvigheid is daarbij ook een aandachtspunt. De vitaliteit van de dorpen is belangrijk. Ook met het oog op de transformatie van het landelijk gebied.

Het evenwichtig inzetten van middelen van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten verdient meer aandacht. • Inbreiding versus uitbreiding afspraak 6 pagina 40 Nieuwe uitlegplannen komen aan de orde als transformatie en inbreiding onvoldoende mogelijkheden bieden en er sprake is van essentiële meekoppelopgaven voor de betreffende ontwikkeling. Deze locaties worden op regionaal niveau en integraal afgewogen. Deze formulering is niet volgens de gemaakte afspraak met de Gedeputeerde voorafgaand aan het BO MIRT van november 2022. Het is een onnodige inperking met name voor de dorpen als deze op regionaal niveau en integraal afgewogen worden. Paragraaf 5.2 bevat de juiste formulering. De gemaakte afspraak luidt als volgt: In het brede bestuurlijke overleg van de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch is op 3 november met de Gedeputeerde hierover het volgende afgesproken: ‘De deelnemers van dit Bestuurlijk Overleg, als zijnde de vertegenwoordigers van de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRsH) in het traject van duurzame verstedelijking, onderschrijven nut en noodzaak van toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in de keuze en onderbouwing van woningbouwplannen. De deelnemers bevestigen het uitgangspunt dat is opgenomen in het Concept Ontwikkelperspectief en uitvoeringsafspraken (versie oktober 2022) dat gewerkt wordt vanuit het principe “inbreiden voor uitbreiden”.

Echter dit principe kan niet aangegrepen worden om bouwen aan de randen van bestaande bebouwing op voorhand te verbieden. In dit kader wordt ook verwezen naar de recente kamerbrief van Hugo de Jonge’.

• Landschapspark Op diverse plaatsen in de tekst wordt gesproken over de landschapsparken. Wij zien hierin een kans voor het verbeteren van de stad-land relatie. We doen daarbij het volgende tekstvoorstel: de landschapsparken vormen de schakel tussen de stad, de dorpen en de natuurgebieden. • Signaleringskaart water pagina 24 We signaleren onduidelijkheid over de signaleringskaart water. De kaart signaleert mogelijkheden, belemmeringen en grenzen op locatieniveau van een stedelijke ontwikkeling in relatie tot waterveiligheid, wateroverlast en een robuust watersysteem. We maakten eerder de afspraak, dat het resultaat van de toetsing aan de signaleringskaart onderdeel uit maakt van een integrale ruimtelijke afweging. Het verankeren van de kaart in het eigen planologisch instrumentarium is op dit moment een stap te ver. Het is van belang oog te houden voor innovatieve oplossingen. • De wateropgave binnen de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch , paragraaf 5.2. pagina 64 Tekstvoorstel: Een deel van onze regio in de directe nabijheid van de stad ’s-Hertogenbosch is kwetsbaar voor wateroverlast. Opmerking bij de kaart • We constateren dat er verschillen zijn in de begrenzing van het landschapspark tussen de kaarten op pagina 20/21 en 32/33. Wij stellen voor een zoekgebied aan te geven.

In overleg met de Stedelijke regio, de betrokken gemeenten en maatschappelijke partners kan op een later moment de begrenzing worden vastgesteld. • Aanduiding Berlicum als centrumdorp opnemen gelet op het aanwezige voorzieningenniveau (kaarten pagina 20-21 en 44-45). Tot slot Met veel enthousiasme zijn we als gemeente en Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch begonnen aan het traject van de Verstedelijkingsopgave met als oorspronkelijke doel een Verstedelijkingsakkoord. Wij betreuren het dat in de loop van het proces de barrières zijn toegenomen. Vooral in het deel waar Rijk en provincie regie voeren. We hebben elkaar veel te bieden. Onze regio en de gemeente zijn echter steeds minder herkenbaar. Wij vertrouwen erop, dat voorafgaand aan het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving aan alle betrokken partijen alsnog het gewenste en noodzakelijke bestuurlijk comfort kan worden geboden voor het vervolg. De portefeuillehouder heeft het mandaat om in te stemmen met het voorleggen van het Ontwikkelperspectief als eindconcept aan het BO Leefomgeving, mits in voldoende mate tegemoet wordt gekomen aan de benoemde aandachtspunten. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel

D.C. van Eeten gemeentesecretaris

H.J. Looijen burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=7a422ceb-5bb3-43f3-82f9-5459ef50fbcb