Bijlage 2.26 - Compensatie- en mitigatieplan
Tekst van het document
5.4.2
Foerageergebied Om de mate van effect van de ingreep op de aanwezige das te bepalen is het nodig om te beoordelen hoeveel oppervlakte foerageergebied er verloren gaat en wat de kwaliteit daarvan is. Op basis van de aanwezige biotopen en de functies die deze biotopen voor de das hebben, kan hier aan de hand van het Kennisdocument Das (BIJ12, 2017) een waarde aan toegekend worden. Tijdens het onderzoek werd geconstateerd dat het overgrote deel van het gebied bestaat uit maïspercelen. Gezien de slechts periodieke voedingswaarde die de maisakkers voor de das hebben op jaarbasis, worden deze percelen aangeduid als secundair foerageerbiotoop. Aan de hand van bovenstaande waardering leiden de werkzaamheden binnen de planlocatie tot het verloren gaan van secundair leefgebied. Dit betreft een oppervlakte van 34.000 m2 (3,4 hectare) secundair leefgebied. Doorgebruik te maken van de compensatiefactoren uit het Kennisdocument Das (= 50%), wordt een totale compensatieopgave berekend van 1,7 hectare. Deze 1,7 hectare compensatie dient te bestaan uit optimaal dassenfoerageerbiotoop. Ter compensatie van dassenfoerageerbiotoop en -leefgebied wordt ingezet op ontwikkeling van compensatiepercelen zoals weergegeven in afbeelding 9.
Bij de uitwerking van de compensatieopgave (par 5.4.2) wordt hierbij beschreven welke gronden worden ingezet voor het versterken van migratieroutes en welke percelen meedoen in de oppervlaktecompensatie.
5.4.3
Verblijfplaatsen De aangetroffen dassenpijp binnen het plangebied heeft hoogstwaarschijnlijk een functie als vluchtpijp (Sweco, 2021b). Dassen hebben in hun voedselgebieden vluchtpijpen. Dit zijn eenvoudige holen in taluds, greppels en dergelijke waarin ze zich bij gevaar kunnen verbergen. Deze holen worden soms ook gebruikt door dassen die lager in de rangorde staan of door andere dassen om gedurende de nacht even uit te rusten. Vluchtpijpen worden door dassen veelal aan de rand van een territorium gegraven nabij percelen die periodiek voedsel leveren, waaronder maisakkers. Vluchtpijpen liggen verspreid over het territorium.
27
Op basis van de monitoring is te stellen dat de aanwezige vluchtpijp binnen het plangebied geen functie als hoofd-/kraamburcht heeft. Aantasting van de pijp zal hiermee naar verwachting geen effect hebben op de lokale gunstige staat van instandhouding en/of op het ecologisch functioneren van nabijgelegen burchten en de dassenpopulatie. (Sweco, 2021b). De aangetroffen vluchtpijp is verder omsloten door maisakkers die met de voorliggende planontwikkeling komen te verdwijnen. Gezien hier in de nieuwe situatie geen voedsel meer gehaald kan worden door de das, verliest de vluchtpijp hiermee mogelijk ook zijn functie. De aanwezige vluchtpijp wordt voor aanvang van de werkzaamheden ongeschikt gemaakt. Voordat deze vluchtpijp ongeschikt gemaakt wordt, is het compensatiegebied reeds gereed en zo ingericht dat hier nieuwe vluchtpijpen kunnen worden aangelegd door de das.
5.4.4
Migratieroutes Tijdens de uitvoer van het onderzoek naar de das zijn grenzend aan de planlocatie twee migratieroutes van de das aangetroffen (Sweco, 2021b). Beide migratieroutes blijven behouden in het voorliggende compensatieontwerp. Hiermee blijft de functionaliteit van het gebied voor de das behouden.
5.5
Inrichting compensatiegebied das In afbeelding 10 is een ontwerp van het eindplan opgenomen. Bij de inrichting van dit gebied wordt een onderscheid gemaakt tussen inrichting van foerageergebied en het versterken van migratieroutes.
5.5.1
Inrichting foerageergebied Das Ter compensatie van foerageerbiotoop voor de das wordt kadastraal perceel M568 (afbeelding 19) ingezet. Dit perceel heeft een oppervlakte van ca. 2 ha. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de compensatieopgave. In paragraaf 5.3.3.4 is reeds toegelicht hoe dit perceel wordt ingericht.
Afbeelding 19. Situatietekening compensatieplan deelgebied 3 van 3 (Bron: Kragten, tekeningnr. 2024-0392). Het perceel wordt ingericht als grasland, met zowel permanente begrazing als periodieke begrazing door paarden. Intensief begraasde weilanden met kort gras zijn uitermate geschikt voor de das. Bij lang gras (extensieve begrazing of verruiging) ziet de das de wormen niet en worden de wormen door het bewegende gras gewaarschuwd waarna ze onder de grond kruipen, zodat de das er op een avond veel minder kan verorberen (Stichting Dassenwerkgroep Brabant, 2022). Van langer gras kan, op het deel met toekomstig kruidenrijk grasland, straks periodiek sprake zijn. Omdat hier sprake gaat zijn van periodieke begrazing en hiermee ontlasting van de grazers op het terrein neervalt, is een voordeel dat er in de ontlasting mestkevers als voedselbron voor de das gevonden kunnen worden (Stichting Dassenwerkgroep Brabant, 2022). Deze locatie zal, ten opzichte van het permanent begraasde grasland, minder voedselrijk zijn voor dassen, maar vormt vergeleken met de huidige situatie een verbetering van de percelen als foerageerbiotoop voor de das. Een extensiever beheer leidt tot minder verstoring van de percelen en bovendien leiden verstoringen in de bodem, bijvoorbeeld als gevolg van het bewerken van de akkers, niet meer tot aantasting van de aanwezige regenwormenstand.
Bovendien worden meerdere fruitbomen aangeplant in het gebied, die voorzien in voedselaanbod (valfruit) voor de das.
28
De inrichting van het compensatiegebied is gereed zodra de werkzaamheden binnen de planlocatie aanvang nemen. Op de aanwezigheid van geschikt foerageergebied wordt hiermee dan ook geen negatief effect verwacht op de das. Tevens is het aannemelijk dat de huidige vluchtpijp binnen de planlocatie in mindere mate/niet meer in gebruik genomen gaat worden door das zodra geschikter foerageergebied in aangrenzend gebied voorhanden is.
5.5.2
Periodieke waterberging als foerageergebied Das Aanvullend op de compensatie zoals beschreven in paragraaf 5.5.1. voorziet het compensatieplan ook in het inrichten van percelen voor periodieke waterberging. Totale oppervlakte 1,3 ha. De wijze waarop dit perceel wordt ingericht staat reeds omschreven in paragraaf 5.3.3.3. In met name de wintermaanden zal er op deze gronden periodiek water staan. In de droge zomer maanden (grofweg van mei tot oktober) wordt dit gebied intensief begraasd door paarden. Intensief begraasde weilanden met kort gras zijn uitermate geschikt voor de das.
Afbeelding 20 Situatietekening compensatieplan deelgebied 2 van 3 (Bron: Kragten, tekeningnr. 2024-0391).
5.5.3
Versterken migratieroutes Naast de verplichte compensatieopgave die er ligt en zoals deze hierboven is beschreven, wordt de bomenrij die deelgebied Christinastraat aan de noordoostzijde begrenst verder versterkt met de aanleg van een houtwal (zie afbeelding 21 en bijlage 1). Deze locatie maakt tevens deel uit van de migratieroute van de das die voorkomt binnen het onderzoeksgebied (zie hiervoor afbeelding 7). Met de aanplant zorgt deze houtwal naast betere beschutting voor de das tevens voor een groter voedselaanbod. naast de vruchten van de bomen (eikels) gaat het ook om onder andere jonge knaagdieren, egels, slakken en insecten. Daarnaast wordt aan de westzijde van de nieuw te realiseren woonlocatie een haagbeplanting gerealiseerd parallel aan de bestaande (te handhaven) watergang van circa 3 m. breed (afbeelding 22). Deze haagbeplanting sluit hiermee aan op en versterkt de migratieroute van de das die uit westelijke richting komt (zie hiervoor afbeelding 7). Bewoners van de nieuwe woonlocatie gaan deze watergang en haag zelf onderhouden.
Afbeelding 21. Situatietekening compensatieplan deelgebied 1 van 3 (Bron: Kragten, tekeningnr. 2024-0390).
29
Afbeelding 22. De realisatie van een houtsingel met watergang (binnen blauw gearceerde vak). Aanvullend hierop wordt er voor te plaatsen verlichting nabij en binnen het biotoop gekozen voor led verlichting. Daarbij worden de armaturen zo ingesteld, dat de verlichting naar beneden gericht is en er geen sprake is van (verreikende) lichtverstrooiing. Hiermee wordt de impact van het stedelijke gebied op deze locatie voor de das verkleind.
5.5.4
Werken buiten kwetsbare periode Het werk vindt niet plaats in de directe nabijheid van een permanent bewoonde burchtlocatie (waar al dan niet jongen in worden groot gebracht). Bovendien zijn de agrarische gronden momenteel al jaarrond in gebruik en betreft het biotoop slechts secundair foerageergebied. Het is derhalve niet van meerwaarde om een specifieke periode in het jaar aan te wijzen als optimale uitvoeringsperiode van de werkzaamheden. De werkzaamheden dienen wel overdag plaats te vinden. Dat wil zeggen vanaf zonsopgang tot zonsondergang, maar niet later dan 19.00 uur in de avond.
5.5.5
Alternatieve verblijfplaats aanbieden Ter plaatse van het compensatieperceel worden op meerdere plekken houtwallen/-singels aangelegd. In combinatie met het direct aangrenzende aanbod van primair en secundair foerageerbiotoop, zijn dit geschikte locaties voor de das waar binnen het huidige territorium een nieuw hol gegraven kan worden.
5.6
Inrichting, realisatie en beheer In voorgaande paragrafen is nader beschreven op welke wijze een negatief effect op de steenuil en de das voorkomen wordt. Belangrijk gegeven hierbij is de reeds bepaalde compensatieopgave, waarmee te verliezen steenuil foerageerbiotoop en dassenleefgebied vervangen wordt. Gezien het leefgebied van de steenuil en das
30
veel overeenkomsten hebben, is het mogelijk een gecombineerd compensatiegebied in te richten. De inrichting van deze locatie is weergegeven in bijlage 1. Naast deze inrichting speelt de fasering van de realisatie van dit compensatiegebied een belangrijke rol. Er dient namelijk te allen tijde voldoende functioneel foerageerbiotoop voor de steenuil en leefgebied voor de das aanwezig te zijn. Inrichting van compensatiegronden wordt dus vooruitlopend op het woningbouwplan gerealiseerd. De uitvoerende partij dient hiervoor een deskundige op het gebied van de steenuil en das in te schakelen. Tot slot zijn het beheer en onderhoud van deze ingerichte gebieden essentieel voor het behoud van dit leefgebied voor beide soorten. Hiertoe zijn afspraken gemaakt met de betreffende grondeigenaren.
5.7
Inschakelen deskundige en ecologisch werkprotocol Op basis van dit mitigatie- en compensatieplan wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld voor de uitvoering door een ter zake deskundige. Hierin dient onder andere beschreven te worden hoe de maatregelen exact uitgevoerd gaan worden en wanneer welke maatregelen getroffen gaan worden (fasering). Hieruit dient dan ook te blijken hoe er onder andere rekening gehouden wordt met kwetsbare perioden en wanneer alternatieven gereed/functioneel dienen te zijn.
5.8
Monitoring (monitoringsplan) Ter compensatie van negatieve effecten worden op de daarvoor aangewezen locaties in de directe omgeving van de planlocatie diverse nieuwe (landschaps)structuren gerealiseerd. Dit betreft veelal het aanplanten van nieuwe vegetatie. De acceptatie van dergelijke elementen door de steenuil heeft doorgaans enige gewenning nodig. Er dient derhalve gemonitord te worden in hoeverre sprake is van acceptatie van de compenserende maatregelen en of in dat geval de werkzaamheden binnen het plangebied kunnen aanvangen. Doordat met name ten aanzien van vogelrichtlijnsoorten geen vergunning kan worden verkregen voor het vernielen van essentieel foerageerbiotoop, is deze monitoring ook verplicht om aan te tonen dat alternatief foerageerbiotoop functioneel is en de werkzaamheden dus niet leiden tot een negatief effect op de steenuil. Hoe de monitoringsinspanning er daadwerkelijk uit gaat zien, dient vastgelegd te worden in een monitoringsplan. Dit monitoringsplan dient vervolgens geïntegreerd te worden met het ecologisch werkprotocol, in het kader van de uitvoering van de werkzaamheden, zie hiervoor de voorgaande paragraaf. Het monitoringsplan en dus de monitoring ter plaatse, vormt tevens de borging dat voorwaarden in dit plan worden nageleefd en dat er geen schadelijke handelingen in het kader van de Omgevingswet worden uitgevoerd.
Verder is de monitoring van belang om bij te sturen op het beheer van de ingerichte compensatiegebieden.
31
6
STAAT VAN INSTANDHOUDING EN NOODZAAK VERGUNNING De voorgenomen werkzaamheden mogen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de steenuil en de das.
6.1 6.1.1
Steenuil Landelijke staat van instandhouding In de Vogelatlas van Nederland (Sovon) zijn de veranderingen en laatste stand van zaken omtrent de vogelpopulaties in ons land opgenomen (o.a. informatie over de aantallen en verspreiding van broedvogels en wintervogels). Voor de steenuil is een stabiliserende trend in de aantallen zichtbaar, na een significante afname in de periode 1994-2000. Wanneer de broedgevallen van de steenuil in de periode 1998-2000 vergeleken worden met die in de periode 2013-2015 is globaal een stabiele trend (met lokale toe- en afnames) in Noord-Brabant te zien (afbeelding 17). De landelijke staat van instandhouding is verder gestabiliseerd (Sovon, 2022).
Afbeelding 23. Broed relatief steenuil tussen de periodes 2013-2015 vs. 1998-2000 (bron: Sovon, 2022).
32
6.1.2
Lokale populatie Landelijk gezien kent de steenuil sinds 2000 een stabiele trend. Voor Middelrode en omgeving is tussen 19982000 en 2013-2015 zowel een stabilisering (gele/beige vlakken) als toename (blauwe vlakken) van de aantallen broedvogels zichtbaar in afbeelding 18.
Afbeelding 24. Uitsnede van afbeelding 15 ‘Broed relatief steenuil tussen de periodes 1998-2000 en 20132015’. De globale ligging van de projectlocatie is weergegeven met een groene cirkel.
6.1.3
Effect voorliggende werkzaamheden Staat van Instandhouding In voorgaand hoofdstuk is beschreven op welke wijze het verdwijnen van beschikbaar foerageerbiotoop gecompenseerd wordt. Hierbij wordt een groot deel slechts marginaal foerageerbiotoop gecompenseerd met optimaal foerageerbiotoop. Middels de te treffen maatregelen vindt in de toekomstige situatie compensatie plaats (in een straal van ca. 300 meter rondom het nest) om voldoende leefgebied te bieden voor een volledig steenuilenterritorium binnen het huidige territorium. Hierbij worden tevens twee vervangende verblijfplaatsen aangeboden voor het mogelijk verstoren van de huidige nestlocatie. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat het huidige steenuilenterritorium behouden blijft in de directe omgeving van het plangebied en dat er geen aantasting van de lokale staat van instandhouding van de soort optreedt. De lokale staat van instandhouding is, gezien de inventarisatiegegevens, bovendien zeer gunstig. Er is derhalve geen sprake van een schadelijke handelingen in het kader van de Omgevingswet, waardoor een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor de werkzaamheden in het kader van de steenuil ter plaatse van de Christinastraat niet aan de orde is.
6.2
Das De in het voorgaande hoofdstuk opgenomen maatregelen voorkomen dat er sprake is van permanente negatieve effecten op de das. De werkzaamheden leiden niet tot het verloren gaan of verstoren van een bestaande burcht voor de das. Middels compenserende maatregelen wordt voorzien in voldoende alternatief foerageerbiotoop dat reeds gerealiseerd is voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden. Derhalve wordt geconcludeerd dat de activiteit niet leidt tot een afbreuk aan de huidige staat van instandhouding van de das. Met de voorliggende compensatieplannen is juist sprake van een verbetering van het gebied voor de das.
33
6.3
Noodzaak vergunningsaanvraag Doordat een negatief effect op steenuil en das voorkomen wordt en daarmee eveneens schadelijke handelingen in het kader van de Omgevingswet, is het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit niet noodzakelijk.
34
7
RESUMÉ MAATREGELEN EN VERGUNNING In onderstaande tabel is nogmaals overzichtelijk weergegeven welke maatregelen er per soort getroffen worden. Zoals in voorgaand hoofdstuk reeds beschreven is, wordt een vergunningsaanvraag voor een flora- en faunaactiviteit niet noodzakelijk geacht. Tabel 5. Resumé maatregelen en Omgevingsvergunning. Soort(groep) Maatregelen Steenuil
Das
Alle soorten
Verbeteren habitat in bestaand gebied: Realiseren van in totaal 0,35 ha aan optimaal foerageerbiotoop, ter compensatie van het verlies van 3,4 ha marginaal/secundair leefgebied en 0,25 ha optimaal foerageergebied. Het plaatsen van drie nieuwe verblijfplaatsen in het compensatiegebied. Aanvullend hierop wordt er voor te plaatsen verlichting nabij en binnen het biotoop gekozen voor led verlichting. Daarbij worden de armaturen zo ingesteld, dat de verlichting naar beneden gericht is en er geen sprake is van (verreikende) lichtverstrooiing. Uitvoeren biotoop-verstorende werkzaamheden buiten kwetsbare periode De werkzaamheden met een effect op de steenuil vinden plaats in de periode augustus tot en met januari. Het afwijken hiervan kan alleen plaatsvinden in overleg met een deskundig ecoloog. Faseren werkzaamheden in ruimte en tijd. De inrichting van het compensatieperceel is gereed op het moment dat de werkzaamheden voor de planontwikkeling aanvang nemen. Verbeteren habitat in bestaand gebied: Realiseren van in totaal 1,7 ha aan primair foerageerbiotoop, ter compensatie van het verlies van 3,4 ha. secundair foerageergebied. Aanvullend hierop wordt er voor te plaatsen verlichting nabij en binnen het biotoop gekozen voor led verlichting. Daarbij worden de armaturen zo ingesteld, dat de verlichting naar beneden gericht is en er geen sprake is van (verreikende) lichtverstrooiing.
De inrichting van het compensatieperceel is gereed op het moment dat de werkzaamheden voor de planontwikkeling aanvang nemen. Opnemen maatregelen in ecologisch werkprotocol. Opstellen monitoringsplan (en sturen op beheer).
35
8
BRONNENLIJST Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Das Meles meles. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Steenuil Athene noctua. Versie 1.0, juli 2017. Kragten, 2022a. Verkennend flora- en faunaonderzoek. Woonlocatie Christinastraat Middelrode. Rapportnr: 20220805-RVR002-RAP-FF-3.0. Definitief. 5 augustus 2022, Herten. Kragten, 2022b. Soortgericht onderzoek steenuil en kleine marterachtigen. Woonlocatie Christinastraat Middelrode. Rapportnr: 20220816-RVR002-RAP-FF-1.0. 16 augustus 2022, Herten. Sweco, 2021a. Veldonderzoek Middelrode. Resultaten nader onderzoek naar steenuil in het kader van de Wet natuurbescherming. Concept. Projectnummer: 51005665. 26 juni 2021, Eindhoven. Sweco, 2021b. Notitie. Risicoanalyse ecologie Middelrode RvR t.a.v. de Das. Projectnummer: 375605. 3 juni 2021. Websites Boer&Bunder (geraadpleegd op 23-8-2022) https://boerenbunder.nl/ Sovon (geraadpleegd op 12-8-2022) https://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/15910/B/ext2 Vogelatlas (geraadpleegd op 12-8-2022) https://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/7570 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (geraadpleegd op 23-8-2022) www.ndff.nl Stichting Dassenwerkgroep Brabant (geraadpleegd op 10-10-2022) https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/
36
BIJLAGEN
B1 ONTWERP COMPENSATIEPERCELEN B1.1 Perceel Christinastraat 1B
Legenda: Kers
Eik
E
KE
Winterlinde
WL
Appel AP
Peer
Kastanje
KA
PE
Pruim
Noot
NO
PR
E WL WL KA
Bloem- en kruidenrijk grasland
1,5m ruimte tussen houtwal en erfgrens ten behoeve van het beheer
WL
KE
Houtwal Mix van: E
PE
10% Zoete kers Ruwe berk Wilde appel Es
WL
KE E
PE
90% Boswilg Vuilboom Gelderse roos Hazelaar Sleedoorn Meidoorn Hondsroos Rode kornoelje
WL
NO
AP
Gemengde haag Mix van: Vuilboom Hazelaar Sleedoorn Meidoorn Hondsroos
WL
AP KE KE NO PR
Nestkast Nestkast voor steenuil
AP
Begrenzing perceel
Totale oppervlakte perceel: 0,25 ha.
1
14-09-2023
Versie
Datum
RVSP Omschrijving
Opsteller
MVI
-+C0RVSP+-
Par.
-+R0MVI+-
Verificatie Par.
Compensatieplan Christinastraat Middelrode
0
5
10
Doc. nr.: n.v.t.
15
20
25
30
Validatie
-+L0MVI+-
Par.
088 - 3366333 in f o @ k r a g t e n . n l www. k r a g t e n . n l
Perceel van Empel
Fa se : Vo o r l o p i g Fo r m a a t: A2 Sch a a l : 1 :5 0 0 Pr o j e ctn u m m e r : RVR002 Te ke n i n g n r.: 2 0 2 3 - 0 158
MVI
35
40
45
50m
B1.2 Deelgebied 1 van 3
4
5
Berging
AP
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
Verklaring Houtwal (mix van): 90% - Boswilg - Vuilboom - Gelderse roos - Hazelaar - Sleedoorn
A
- Meidoorn - Hondsroos - Rode kornoelje - Hulst
10% - Zoete kers - Ruwe berk - Wilde appel - Es
P
P
P
P
Bestaand e
P
waterloo
A
6
Bodemhoo g G.H.G. (uit te 5.60+ Noodoverl gangspunt Waters chap) 5.6 Oppervla aat 5.80+ 0+ k Berging 6 te 3000m2 00m3 Bergingsh oogte 0.2 0m
nieuw
3
nen en o p
2
p opscho
1
B E
Te planten boom - Eik (E) - Winterlinde (WL) - Noot (NO) - Kers (KE)
- Appel (AP) - Peer (PE) - Pruim (PR)
P
P
WG
P
P
B
estaand n naar b modellere
Te planten houtwal (3-4m)
P
D
C
Te rooien boom
Grondwerk
5.90+
5.60+
P
PE
P
P
P
5.60+
5.90+
5.90+
P
4.70+
5.70+
C
maaiveld
P
Te handhaven boom conform BEA (diverse stam- en kroondiameters) - Eik (Quercus robur) - Berk (Betula pendula)
D
In te zaaien grasland (Barenburg, mengsel: Horse Master)
P
Bestaande boom conform BEA
P
Nieuwe perceelsgrens Te dempen watergang
Zand cement stabilisatie dikte 50mm Menggranulaat 0/31,5 dikte 200mm P
6.24+
In te zaaien kruidenrijk gras (Cruydt-Hoeck mengsel BW1 Paardengeluk)
1:3
Te plaatsen nestkast t.b.v. de steenuil Opening nestkast niet richting westkant i.v.m. inregening
6.24+
1:2
2.40 3.74
P
5.90+
PR
1:2
Onderhoudsstrook breedte 5,00m
P
20.00 Perceelsgrens tot perceelsgrens 2.90
1.00
5.00
4.60
Ruimte tot perceelsgrens
Min. vrije ruimte t.o.v. boom
Onderhoudsstrook
Talud
4.50
1.00
1.00
Houtwal
Talud (vrij van begroeiing)
Vrij van begroeiing
WL
P
Schaal 1:50 Duiker
G Afrastering (Paal en draad. Hoogte: 1,35m t.b.v. paarden)
Breedte nader te bepalen op basis van het waterhuishoudkundigplan
5.90+
5.90+
Ontwerphoogte
5.90+
Bestaande hoogtes
P
P
P
E
P
P
P
Wateroppervlak (G.H.G. uitgangspunt Waterschap) 5.50+
Normaalprofiel G-G
Overstort hoogte: 5 constructie .80+
P
P
G
Watergang
P
P
P
1.68
F
5.00+ P
P
5.90+
P
F
Aan te brengen raster, 1m hoog
Noodoverlaat 5.80+, berging 0.80m3/m1 GHG 5.60+
Grasbetontegels 600x400x120mm (h.o.h. 2,4m)
5.90+
P
P
6.24+
5.90+
P
Aanbrengen duiker ø500 b.o.b. 4.95+
P
Berging 168 m3
P
5.00+
102 - Eik
5.90+
106 - Eik
5.90+
P
5.80+
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
5.80+
P P
P
P
P
14 - Eik
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P
PP
PP
PP
PP
PP
PP
PP
Nieuw te planten eik, eventueel herplanten boom afkomsting van locatie boom 104
P
25 - Berk
19 - Eik 20 - Berk
P
P 5.70+
22 - Eik
6.10+
P Overstort 6.15+ Bodem 5.70+ Inhoud ±256m3
P
P
26 - Eik
PP
PP
23 - Eik P
P
P
24 - Eik
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
6.40+
6.40+
P
P
P
P
P
P
Bouw pe 6.65+ il
P
I
P
P
P
P
P
P P
S2
Bouwpe il 6.65+
il Bouwpe 6.65+
30-05-2024
Versie Datum
NB Omschrijving
-+C0NB+-
MVI
-+R0MVI+-
SR
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
-+L0SR+-
L
Par.
P
P
P
I
I
P
P
S2
0
P
P
L
S2
P
I
Bouwpeil 6.65+
P
S1 S1
P
P
il
Bouwpe 6.65+
K
6.40+
P
P
18 - Eik 5.80+
PP
P
P
P
Overstort 6.15+ Bodem 5.70+ Inhoud ±300m3
17 - Berk
16 - Eik 6.10+
PP
5.70+
6.40+
15 - Eik
6.10+
P
Te dempen greppel
K
P
13 - Eik
6.10+
P
Eik
12 - Eik
P P
P
P
P 6.15+
P ck
P
P
P
P
P
P
P
P
6.15+
Bouwpeil 6.75+
P
P
Bouwpeil 6.70+
Onderdeel
P
P 6.15+
P
P
P
ck
P
P
P
P
P
P P
P
P
Bouwpeil 6.65+
6.15+
P
5.70+ Bouwpeil 6.65+
P
S2
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
6.4
Bouwpeil
6.4P8+
RVR002-0001
P
Formaat
Tekeningnummer
A1-594x1470
2024-0390
Schaal
Behorende bij doc. nr.
6.40+
I
1+ 6.4
Bouwpeil
1: 200
N
m
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
M
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Projectnummer
P
P
6.45+
0+
P
Bouwpeil 6.65+
P
P
6.00
P
P
P
P
P
Fase
ck
I
Bouwpeil 6.65+
P
P
P
1.55
P
P
P
P
P
6.40+
I
P
6.25+
Hintham 152-E, 5246 AK Rosmalen Postbus 2309, 5202 CH 's-Hertogenbosch
6.62+
6.25+
Bouwpeil 6.65+
's-Hertogenbosch
Opdrachtgever
Ruimte voor Ruimte II CV 1.35
P
P
P
P
P
1
Schoolstraat 8, 6049 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermond
P
P
P
P
P
P
P
P
Roermond
Situatietekening deelgebied 1 van 3
P
P
M
P
Bouwpeil 6.75+
P
I
P
Bouwpeil 6.70+ P
P
I
P
Bouwpeil 6.75+
P Bouwpeil 6.70+ P
P
Woonlocatie Laarzicht, Middelrode
P
I P
6.45+ 6.42+ 6.40+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
22
23
24
25
26
4
8
27
12
16
28
N
20
29
30
P:\prj100\RVR\002\2_Werk\Ontwerp\DefinitiefOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\2024-0390 Situatietekening deelgebied 1 van 3.dwg
6.40+
11 - Eik
P
P P
5.80+
5.70+
P
P P
P
6.40+
P
5.90+
P
Overstort 6.15+ Bodem 5.70+ Inhoud ±150m3
08 - Eik
6.10+
P
10 - Eik
P
P
07 - Eik
105 - Berk
P
P
P
06 - Eik
09 - Eik
P
P
5.80+
05 - Eik
E
P
04 - Eik
P
5.80+ 6.10+
103 - Eik Vervangen door grotereP maat
5.90+
03 - Eik
02- Eik
P
01- Eik
P
101 - Eik
J
P
5.80+
P
5.90+
5.00+
P
P
P
104 - Eik Verwijderen vanwege kleine maat, eventueel herplanten tussen boom 106 en 145.90+
J
P P
P
P
6.24+
5.00+
P
H
6.24+
P
Stuw (hoogte 5.90+) Doorlaatbuis op 5.60+ (G.H.G. niveau)
H
B1.3 Deelgebied 2 van 3
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
Verklaring
A
A
P
P
Houtwal (mix van): 90% - Boswilg - Vuilboom - Gelderse roos - Hazelaar - Sleedoorn
P
P
Toegangspoort weiland
F
P
+) ogte 5.90 + (G.H.G. niveau) Stuw (ho 0 uis op 5.6 Doorlaatb
P P
en duiker Aanbreng . 4.95+ .b ø500 b.o
P P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
4.70+ 5.90+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
PE
P
P
P
P
P
WG
5.90+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
5.70+
4.70+
4.70+
5.90+
5.80+
P
P
Verwijderen bestaande duiker ø600mm en aanbrengen nieuwe duiker ø600mm t.b.v. toegang weiland P P
P
P
P
P
P
P
P
P
E
P
P
P
P
5.80+
5.70+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
5.80+
P
P
40
4.70+
Te handhaven boom conform BEA
P
P
P 5.70+
P
M
4.70+
5.80+
P
P
P
5.70+
4.70+
P
5.70+
Te planten boom - Eik (E) - Winterlinde (WL) - Noot (NO) - Kers (KE)
Aansluiten op bestaande watergang
P
P
P
5.80+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
4
P
P
P
P
P
P
WG
AP
KE
AP
WL
PR
PE
KE
PE
WL
5.80+
PE
5.80+
P
5.80+
5.80+
PR
PE
Te rooien boom P
P
P
P
P
P
5.80+
5.80+
In te zaaien grasland (Barenburg, mengsel: Horse Master)
PE P
P
5.60+
5.55+
5.60+
5.55+
5.50+
In te zaaien kruidenrijk gras (Cruydt-Hoeck mengsel BW1 Paardengeluk)
5.50+
P
P
Leegloopvoorziening 2 l/s/ha Bodem instroom met rooster: 5.50+ Diameter en detaillering: n.t.b. Uitstroom in watergang: 4.70+
P
Berging
Onderhoudsstrook breedte 5,00m
Berging
P
Berging
D P
Overstort constructie hoogte: 5.80+
Te plaatsen nestkast t.b.v. de steenuil Opening nestkast niet richting westkant i.v.m. inregening
5.80+
P
5.70+
5.00+
6.24+
I
P
5.90+
P
Noodoverstort naar A-watergang op : 5.70+
P
6.40+
5.70+
Talud
Duiker
Afrastering (Paal en draad. Hoogte: 1,35m t.b.v. paarden)
5.75+
P 5.90+
Ontwerphoogte
5.90+
Bestaande hoogtes
P
P P
5.80+
P
F
P
P
P
Wateroppervlak (G.H.G. uitgangspunt Waterschap) 5.50+
Bodemhoogte 5.50+ G.H.G. (uitgangspunt Waterschap) 5.50+ Noodoverlaat 5.70+ Oppervlakte 4350m2 Berging 870m3 Bergingshoogte 0.20m
P
P
P
P
I
I
P
P
Bodemhoogte 5.55+ G.H.G. (uitgangspunt Waterschap) 5.55+ Noodoverlaat 5.75+ Oppervlakte 1530m2 Berging 305m3 Bergingshoogte 0.20m
P
P
bepalen oudkundigplan h nader te Breedte an het waterhuis v op basis
5.90+
6.15+ Overstort 0+ Bodem 5.7 0m3 Inhoud ±15 P
6.40+
Overlaat constructie Hoogte: 5.80+
Bodemhoogte 5.60+ G.H.G. (uitgangspunt Waterschap) 5.60+ Noodoverlaat 5.80+ Oppervlakte 3000m2 Berging 600m3 Bergingshoogte 0.20m
P
Overlaat constructie Hoogte: 5.75+
P
F
C
P
P
5.90+
P
- Appel (AP) - Peer (PE) - Pruim (PR)
5.80+
P
PR
P
P
5.70+
5.70+
P
P
5.90+
P
D
P
Bestaande waterloop opschonen en opnieuw profileren
WL
P
10% - Zoete kers - Ruwe berk - Wilde appel - Es
B
peil Bouw 5+ 6.6
C
P
P
B
5.70+
- Meidoorn - Hondsroos - Rode kornoelje - Hulst
P
G
G
P
P P
P P
Bouwpeil 6.65+
5.60+
5.60+
5.55+
5.55+
5.50+ 5.50+
P
n greppe
P
P P
Te dempe
P
5.90+
5.90+
5.80+
5.80+
5.80+
5.80+
l
Grondwerk modelleren naar bestaand maaiveld P
P
P P
Grondwerk modelleren naar bestaand maaiveld P
H
H P
Perceel M570
P
F
P P
P
Perceel M1279
P
P P P
P
J
J
K
K
Te planten boom
L
Grond aanvullen tot 5.90+ bestaande hoogtes variabel tussen 5.80+ en 5.90+
Noodoverlaat 5.80+, berging 5.50m3/m1
Grond aanbrengen en profileren i.v.m. aansluiten bestaande hoogtes
Noodoverlaat 5.80+, berging 5.50m3/m1
0
23-04-2024
Versie Datum
NB Omschrijving
-+C0NB+-
MVI
-+R0MVI+-
SR
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
-+L0SR+-
L
Par.
Herprofileren bestaande watergang 5.70+
GHG 5.60+
5.90+
5.90+ 5.70+
5.70+
1:10
GHG 5.60+
5.90+
5.60+
5.60+
5.90+
Woonlocatie Laarzicht, Middelrode
1:10
Onderdeel
4.70+ 2.06 Ruimte tot perceelsgrens
M
0.75 Talud
1.50 Bodembreedte
0.75 Talud
0.50 Vrije ruimte
5.00 Onderhoudspad
0.50 Vrije ruimte
6.00 Vlak deel incl. onderhoudspad
3.00 Talud
25.90 Bodembreedte wadi
3.00 Talud
Roermond
Situatietekening deelgebied 2 van 3
1.00 Vrije ruimte
Schoolstraat 8, 6049 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermond
31.90 Insteek wadi
's-Hertogenbosch
Opdrachtgever
Normaalprofiel F-F
Hintham 152-E, 5246 AK Rosmalen Postbus 2309, 5202 CH 's-Hertogenbosch
Ruimte voor Ruimte II CV
Schaal 1:50
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Projectnummer
Fase
M
RVR002-0001 Formaat
Tekeningnummer
A1-594x2310
2024-0391
Schaal
Behorende bij doc. nr.
1: 200
N
m
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
4
8
12
44
16
N
20
45
46
P:\prj100\RVR\002\2_Werk\Ontwerp\DefinitiefOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\2024-0391 Situatietekening deelgebied 2 van 3.dwg
Perceel M1279
B1.4 Deelgebied 3 van 3
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
A
A P P
P
Te planten boom P
Verklaring
P
P
In te zaaien grasland - periodieke begrazing (Barenburg, mengsel: Horse Master)
Houtwal (mix van): 90% - Boswilg - Vuilboom - Gelderse roos - Hazelaar - Sleedoorn
P
B
P
Perceel M1227
Aan te brengen raster, 1m hoog
In te zaaien kruidenrijk gras (Cruydt-Hoeck mengsel BW1 Paardengeluk) GHG 5.50+ 5.70+
P
5.70+
P
Weiland Permanente begrazing --> 5.70+ P
Bestaande hoogte bodem: 5.00+ P
GLG 4.80+
1:10
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
G
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
E
P
P
Te planten boom - Eik (E) - Winterlinde (WL) - Noot (NO) - Kers (KE)
5.70+
C
5.70+
P
3.70+
3.70+ P
P
WL 7.03 Kruidenrijk grasland
4.00 Talud 1:2 (circa)
P
0.95 Grasland
KE
8.00 Talud 1:4 (circa)
KE
Ap
P
Normaalprofiel G-G WL
WL
Periodieke begrazing incl. permanente poel Oppervlakte: 6100m2 (0,61 ha)
E
In te zaaien kruidenrijk gras (Cruydt-Hoeck mengsel BW1 Paardengeluk)
D
P
PR
GLG: 4.80+
P
P
D
Talud 1:2
P
Weiland
C
In te zaaien grasland (periodieke begrazing) (Barenburg, mengsel: Horse Master)
GHG: 5.50+
Schaal 1:50
- Appel (AP) - Peer (PE) - Pruim (PR)
In te zaaien grasland - (permanente begrazing) (Barenburg, mengsel: Horse Master)
P
Var. Bodembreedte wadi
5.70+
- Meidoorn - Hondsroos - Rode kornoelje - Hulst
B
10% - Zoete kers - Ruwe berk - Wilde appel - Es
P
Te plaatsen nestkast t.b.v. de steenuil Opening nestkast niet richting westkant i.v.m. inregening
P
P
P Poel bodem: 3.70+ GLG: 4.80+ GHG: 5.50+
E
P
P
3.70+
Talud P
P
P P
Perceel M916 P
Poel
E
KE
Wateroppervlak (G.H.G. uitgangspunt Waterschap) 5.50+
P
WL
KE
WL
F
P
P
E
P
F P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
GHG: 5.50+
P
5.70+
Afrastering (Paal en draad. Hoogte: 1,35m t.b.v. paarden) P
P
Talud 1:4
P
P
GLG: 4.80+
Ontwerphoogte
5.90+ 5.70+
5.70+
G
P
G
5.70+
Toegangspoort weiland
PE
56
P
PR
P
NO
P
PE
G
M
P
PR
NO
Bestaande hoogtes
5.90+
E P
P
P
8
P P
P
P
H
H P
P
WL P
PE
Permanente begrazing Oppervlakte: 13500 m2 (1,35 ha)
P
P
Weiland
P
J
P
P
J
P
P
P
P
WL P
P
WL
K
P
K P
P
P
P
P
P
P
0
AP
23-04-2024
P
Versie Datum
NB Omschrijving
-+C0NB+-
MVI
-+R0MVI+-
SR
-+L0SR+-
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
L
Par.
P P
Toegangspoort weiland
Woonlocatie Laarzicht, Middelrode
5.70+
P
Aansluiten op bestaande watergang
P P
Onderdeel
5.70+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
5.70+
P
P
5.80+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
M
4.70+
5.80+
P
P
P
P
5.70+
5.80+
P
P
P
P
P
5.80+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
's-Hertogenbosch
Opdrachtgever
Hintham 152-E, 5246 AK Rosmalen Postbus 2309, 5202 CH 's-Hertogenbosch
Ruimte voor Ruimte II CV
5.70+
40
4
P
Projectnummer
Fase
P
5.80+
P
P
P
P 5.70+
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
RVR002-0001
P
P
Formaat
Tekeningnummer
A2
2024-0392
Schaal
Behorende bij doc. nr.
1: 200
N
m
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
M
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
4.70+
P
P
Schoolstraat 8, 6049 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermond
P
P
P
4.70+
5.80+
P
P
5.70+
4.70+
Roermond
Situatietekening deelgebied 3 van 3 P
P
M
Verwijderen bestaande duiker ø600mm en aanbrengen nieuwe duiker ø600mm t.b.v. toegang weiland P P
4
35
8
12
16
36
N
20
37
38
P:\prj100\RVR\002\2_Werk\Ontwerp\DefinitiefOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\2024-0392 Situatietekening deelgebied 3 van 3.dwg
P
L