Bijlage 2.24 - Stikstofonderzoek
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Ruimte voor Ruimte RVR002-0001 27 november 2024
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Ruimte voor Ruimte RVR002-0001 20241127-RVR002-RAP-STD 8.0 Definitief 27 november 2024
Opsteller: -+C0CBR+-
Verificatie: -+R0RVH+-
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
© 2024 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
Validatie: -+V0RVH+-
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2
Algemeen ................................................................................................................................................................. 5 Situering Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................... 6
3.1 3.2 3.3 3.4
Landelijke wet- en regelgeving ...................................................................................................................................... 8 Voortoets.................................................................................................................................................................. 8 Passende beoordeling ................................................................................................................................................. 8 Toetsingskader buurlanden........................................................................................................................................... 9
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2
Rekenmodel............................................................................................................................................................ 11 Situaties algemeen ................................................................................................................................................... 11 Referentiesituatie ..................................................................................................................................................... 11 Beoogde situatie ...................................................................................................................................................... 12 Aanlegfase.............................................................................................................................................................. 12 Mobiele werktuigen .................................................................................................................................................. 12 Bouwverkeer ........................................................................................................................................................... 13
BIJLAGEN B2.1 B2.2
Gebruiksfase Aanlegfase
3
1
INLEIDING In opdracht van Ruimte voor Ruimte is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het bouwplan Christinastraat te Middelrode. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Doel van het onderzoek is toetsing van (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de “Handreiking Passende Beoordeling Stikstofaspecten Bestemmingsplannen”. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Omgevingswet is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De depositie is op de omliggende Natura 2000gebieden berekend en getoetst of de ontwikkeling (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen.
4
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Algemeen Het plangebied ‘Christinastraat’ is gelegen tussen Christinastraat en de Zandstraat in de gemeente SintMichielsgestel. In onderstaande afbeelding is een geografisch overzicht opgenomen van de ligging van het onderzoeksgebied (rode lijn).
Afbeelding 1 Globale ligging plangebied (rode kader: volledig plangebied, blauwe kader: nieuwbouw woningen, groene kader: natuurcompensatie en wadi) Binnen het plangebied zijn maximaal 116 woningen beoogd inclusief infrastructuur en openbare ruimte. Het woningbouwplan zal gefaseerd over twee jaar uitgevoerd worden. Zoals ook vastgelegd in het ruimtelijk plan zal de ecologische compensatie en bijbehorende waterberging (een gebied van in totaal circa 3,2 ha) randvoorwaardelijk en vooruitlopend op de woningbouwlocatie worden aangelegd. Onderstaande afbeelding geeft de beoogde stedenbouwkundige indeling van het plangebied.
5
Afbeelding 2
2.2
Stedenbouwkundige indeling
Situering Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000gebieden binnen een straal waarbinnen een relevante bijdrage vanwege een plan verwacht kan worden. Onderstaande afbeelding geeft de locatie van de omliggende Natura 2000-gebieden (de locatie van het plangebied is in de figuur weergegeven met ‘ ‘).
6
Afbeelding 3
Situering Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)
Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft “Vlijmens Ven, Meerputten & Bossche Broek”. De stikstofgevoelige habitattypen in dit gebieden zijn gelegen op circa 8 km van het plangebied in oostelijke richting.
7
3
WETTELIJK KADER
3.1
Landelijke wet- en regelgeving In het kader van de toets aan de Omgevingswet wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significante gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan of project mogelijk significante gevolgen kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden.
3.2
Voortoets Bij de voortoets in het kader van de Omgevingswet draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan of project worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij deze toetsing wordt bekeken of de ontwikkeling afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan of project mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Van ontwikkelingen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dit geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.
Als uit de toets blijkt dat de realisatie van de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats waarvan de KDW al wordt overschreden of dreigt te worden overschreden door de toename van de stikstofdepositie. Waarbij tevens uit een ecologische toets blijkt dat significant negatieve gevolgen hierdoor niet kunnen worden uitgesloten, dan moet wel een passende beoordeling worden opgesteld. Ingeval een ontwikkeling een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt, kan ingevolge artikel 16.53c lid 2 van de Omgevingswet een nieuwe passende beoordeling achterwege blijven, voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren omtrent de significante gevolgen ervan. De plan-m.e.r. die voor planologische procedures is gekoppeld aan het opstellen van een passende beoordeling is in een dergelijke situatie niet nodig. Feitelijk is er dan al een (nog steeds actuele) passende beoordeling aanwezig, die aantoont dat schadelijke gevolgen als gevolg van het plan zijn uitgesloten.
3.3
Passende beoordeling Wanneer een plan of project significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de vergunningplicht Natura 2000-activiteit een passende beoordeling opstellen vóórdat een plan kan worden vastgesteld. In geval van een project kan middels een vergunning voor een Natura 2000-activiteit de ontwikkeling worden vergund. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.
8
Een plan of project dient rekening te houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. De aanwijzingsbesluiten worden vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De beheerplannen worden over het algemeen vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het gebied geheel of grotendeels is gelegen, behalve voor zover de verantwoordelijkheid voor het beheer bij het Rijk ligt. Als het bevoegd gezag op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan of project de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld of kan het project niet vergund worden. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen. In dat geval kan een plan toch worden vastgesteld c.q. een project worden vergund.
3.4
Toetsingskader buurlanden Nederland heeft met Duitsland en met België overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Nederland zal voor de toetsing van activiteiten die in Nederland plaatsvinden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden in Duitsland of België dezelfde toetsingskaders hanteren als Duitsland en België zelf. Voor de toetsing op Belgische Natura 2000-gebieden wordt verwezen naar het “Decreet over de programmatische aanpak stikstof”1, hierbij gelden de volgende drempelwaarden: 1. Bij een omgevingsvergunningsaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van Habitatrichtlijn niet vereist als de impactscore2 kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 1%. 2. Bij een omgevingsvergunningsaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor een mobiliteitsgerelateerd project is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht, ten aanzien van Habitatrichtlijn, niet vereist als de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 1%. 3.
Voor een omgevingsvergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij of mestverwerkingsinstallatie is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van Habitatrichtlijn niet vereist als de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 0,025%. Voor de toetsing op Duitse Natura 2000-gebieden geldt het volgende toetsingskader: 1. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000gebied in Duitsland een toename van stikstofdepositie van meer dan 7,14 mol per hectare per jaar veroorzaakt, is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit. Dit stikstofaspect staat een vergunningverlening door het Nederlandse bevoegde gezag dan niet in de weg. 2. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied meer dan 7,14 mol per hectare per jaar aan stikstofdepositie veroorzaakt, maar minder dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waar de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositiewaarde, verzoekt het Nederlandse bevoegd gezag aan het desbetreffende Duitse bevoegd gezag om vast te stellen of in cumulatie sprake kan zijn van significante gevolgen.
Als het Duitse bevoegd gezag vaststelt dat daarvan geen sprake is, staat dit stikstofaspect vergunningverlening door het Nederlandse bevoegd gezag niet in de weg.
1
Decreet over de programmatische aanpak van stikstof, goedgekeurd door Vlaams Parlement d.d. 24 januari 2024. 2 De impactscore is de procentuele bijdrage van jouw exploitatie aan de kritische depositiewaarde (KDW) voor de actuele oppervlakten habitattypen in de speciale beschermingszones aangewezen in uitvoering van de Habitatrichtlijn. 9
3.
Wanneer een project of handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied aan stikstofdepositie meer veroorzaakt dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waarvan de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositie waarde, heeft het desbetreffende Nederlandse bevoegd gezag overleg met het desbetreffende Duitse bevoegd gezag. Zij zullen gezamenlijk bezien of en zo ja onder welke voorwaarden toestemming mag worden verleend. Ingeval het gaat om een project met mogelijk significante gevolgen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, stelt degene die voornemens is het project te realiseren, daartoe een passende beoordeling op.
10
4
BEREKENINGSSYSTEMATIEK
4.1
Rekenmodel Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 20243. AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en de Standaardrekenmethode 2 (SRM-2) uit artikel 8.10 van de Omgevingsregeling.
4.2
Situaties algemeen De gegevens, van belang voor de onderstaande situaties, zijn beschikbaar gesteld door de opdrachtgever.
Referentiesituatie Bij een voortoets moeten de gevolgen van het plan worden bezien in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het geldende bestemmingsplan: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan. Op basis van de resultaten zal worden nagegaan of het noodzakelijk is de referentiesituatie te beschouwen.
Beoogde situatie Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet zowel bij de voortoets als in de passende beoordeling van een bestemmingsplan worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die een plan biedt, en niet van een inschatting van wat er in werkelijkheid zal gaan gebeuren of wat er wordt beoogd. De achterliggende gedachte is dat alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in de praktijk kunnen worden benut en dat de plantoets dus moet uitwijzen of ook in dat geval negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten. Teneinde inzicht te verkrijgen in de mogelijk significante effecten ter plaatse van Natura 2000-gebieden wordt in voorliggend onderzoek de depositie in de beoogde situatie bepaald.
Cumulatieve effecten In het kader van een voortoets dient beschouwd te worden of het plan afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – significante gevolgen ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden heeft.
4.3
Referentiesituatie In de huidige situatie is binnen het plangebied een veehouderij met bedrijfswoning gevestigd (Zandstraat 37) met als nevenactiviteit het verwerken van rubber (het op maat snijden van rubber matten). Deze veehouderij heeft, volgens de Kernregistratie dierenverblijven4, een omgevingsvergunning voor het houden van 80 paarden. Op basis hiervan is sprake van een NH3-emissie van 284,0 kg/j. Bijlage 1 bij deze rapportage geeft een overzicht van de vergunde dieraantallen met de bijbehorende OR-code en NH3-emissies. Naast de emissies vanwege het vee wordt rekening gehouden met het vrachtverkeer (gemiddeld 2 vrachtwagens per dag) en personenauto’s. Voor het aantal personenauto’s is aansluiting gezocht bij de CROW publicatie “Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen”5 in een weinig stedelijk gebied6 in het buitengebied. Voor deze woning7 bedraagt het gemiddelde 8,2 verkeersbewegingen per dag. Deze
3 https://calculator.aerius.nl/own2000/ 4 https://krd.igoview.nl/main 5 CROW Ede, publicatie 381, december 2018 6 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83859NED/table?fromstatweb 7 Koop, huis, vrijstaand
11
verkeersgeneratie is beschouwd over de Zandstraat tot aan de aansluiting (rotonde) met de Driezeeg. Vanaf die locatie is het planverkeer opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Uit onderzoek van TNO is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”.
4.4
Beoogde situatie De nieuwe woningen worden gasloos uitgevoerd. De voor stikstofdepositie relevante bronnen betreffen daarmee slechts de verkeersbewegingen ten gevolge van de nieuwbouw. Voor de berekening is uitgegaan dat in 2027 de helft van de woningen in gebruik worden genomen en dat in 2028 al woningen in gebruik zijn. Bijlage B2.1 geeft een weergave van de invoergegevens. Voor de verkeer aantrekkende werking is aansluiting gezocht bij het voor dit plan uitgevoerde verkeerstoets8. In de verkeerstoets is uitgegaan van 125 woningen in plaats van 116, dit is voor het stikstofonderzoek derhalve ook worst case aangenomen. De verkeersgeneratie ten gevolge van het woningbouwplan betreft 908 verkeersbewegingen per etmaal. Deze verkeersgeneratie is beschouwd over het plangebied en vervolgens over de Zandstraat tot aan de aansluiting (rotonde) met de Driezeeg. Vanaf die locatie is het planverkeer opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De veehouderij aan de Zandstraat 37 blijft in de beoogde situatie deel uitmaken van het plan, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de realisatie van een extra (bedrijfs-)woning. Naast de genoemde 908 verkeersbewegingen, wordt derhalve nog rekening gehouden met 16,4 bewegingen vanwege de bestaande en nieuwe bedrijfswoning aan de Zandstraat 37.
Uit onderzoek van TNO is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”.
4.5
Aanlegfase Ten behoeve van de aanlegfase vindt een aantal relevante stikstofemissies naar de lucht plaats. De stikstofemissies worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en (vracht)verkeer ten behoeve van het project. De uitgangspunten om tot het opgestelde rekenmodel te komen worden navolgend beschreven. De aanlegfase vindt gefaseerd plaats waarbij de natuurcompensatie en wadi in 2025 worden gerealiseerd, de helft van het woningbouwplan in 2026 en de andere helft in 2027 wordt gerealiseerd. Zoals in paragraaf 4.4 aangegeven worden in 2027 de helft van de woningen gebruik genomen. Dit maakt rekenjaar 2027 het maatgevende jaar van stikstofemissie, enkel dit jaar is opgenomen als AERIUS berekening in bijlage B2.2.
4.5.1
Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het plan zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. Om de NOxen NH3-emissie van de mobiele werktuigen te bepalen wordt gebruik gemaakt van de draaiuren van de mobiele werktuigen. De emissie is berekend overeenkomstig de AERIUS methodiek zoals geactualiseerd door TNO in 20219. Deze TNO methodiek maakt gebruik van de invoer van het vermogen (kW), de belasting (%) en de motortechnologie (STAGE-klasse) om het brandstofverbruik te bepalen. Vervolgens worden aan de hand van de NOx- en NH3-emissiefactoren voor brandstofverbruik de NOx- en NH3-emissie per werktuig berekend. De exacte uitvoeringswijze is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald. Voor de motor technologie is uitgegaan van de klasse “STAGE IV” met toepassing van 6% AdBlue.
8 RVR-002-TOE-VKR-V2, d.d. 7 februari 2023, door Kragten 9 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot
van mobiele werktuigen, 13 december 2021
12
In bijlage B3 is de inzet van mobiele werktuigen en de berekende stikstofemissies weergegeven. De stikstofemissie in rekenjaar 2025 is aanzienlijk lager dan in rekenjaar 2026 en 2027. Aangezien in rekenjaar 2027 tevens de helft van de woningen in gebruik wordt genomen is dit maatgevende jaar.
4.5.2
Bouwverkeer Ten behoeve van de aan- en afvoer van materiaal wordt uitgegaan van 724 voertuigen zwaar verkeer (1448 bewegingen) in het maatgevende jaar. Daarnaast wordt uitgegaan van 10 personenwagens/bestelbussen (20 bewegingen) per dag ten behoeve van onder meer bouwpersoneel. Daarnaast is rekening gehouden met de koude start van het verkeer. Volgens de Handleiding AERIUS Calculator 202410 kunnen koude start emissies gekoppeld worden aan de locaties waar verkeer langer dan twee uur geparkeerd staat. Het vrachtverkeer voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan, daarnaast zal het gedurende het laden en lossen stationair draaien. Voor de aanleg gelden de koude start emissies dus enkel voor de uitvoerders en het ondersteunend personeel. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”. Verder zijn de emissies van het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen meegenomen conform “Instructie Gegevensinvoer voor Aerius Calculator 2024”. Er is rekening gehouden met 5 minuten stationair draaien per vrachtwagen. Voor het gehele project betreft dit derhalve 60 uur en 20 minuten stationair draaien. Een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten en de bepaling van de emissie is weergegeven in bijlage B3.
10 Handboek “Werken met AERIUS Calculator” versie 2024 v2, 1 oktober 2024
13
5
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de depositiebijdrage vanwege de beoogde situatie berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000gebieden. In bijlage B2 zijn de invoergegevens en rekenresultaten van de berekening naar de stikstofdepositie weergegeven middels de Aerius export. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000-activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het project.
14
6
CONCLUSIE In opdracht van Ruimte voor Ruimte is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het bouwplan Christinastraat te Middelrode. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000-activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het project.
15
BIJLAGEN
B1 GEGEVENS VEEHOUDERIJ ZANDSTRAAT 37
Stal ID 5258TW37_8567 Diercategorie omschrijving paarden van 3 jaar en ouder paarden jonger dan 3 jaar
Omschrijving bedrijf Aantal dieren
Lengte
Breedte
Gem. geb. hoogte
RAV/OR-code vergund OR-code actueel Omschrijving RAV 40 K1 HL1.100 volwassen paarden (3 jaar en ouder) 40 K2 HL2.100 paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)
Oriëntatie
Emissiepunt hoogte
Emissiepunt diameter
NH3 emissie (kg/j) 284,00
Geur emissie (ouE/s) 0,00
Fijnstof emissie (g/j) 0,00
Besluitdatum Zaaktype 19-10-2004 Vergunning:uitbreidings/veranderingsvergunning
RAV-versie vergund OR-versie actueel 2004-1 2024-1 2004-1 2024-1
BWL additionele code 1
BWL additionele code 2
NH3 emissie (kg/j) 200,00 84,00
Fijnstof emissie (g/j) Geur emissie (ouE/s) 0,00 0,00 0,00 0,00
Emissie X 157736
Emissie Y 408647
Geo X 157736
Geo Y 408647
BAG Pand ID
B2 AERIUS B2.1 Gebruiksfase
B2.2 Aanlegfase
B3 EMISSIEBEPALING AANLEGFASE
Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer
2025 RVR002
Mobiele Werktuigen Naam Graafmachine (aanleg wadi) Graafmachine (aanleg natuur) Tractor (aanleg natuur)
STAGE Klasse
Motorbelasting/ aandrijving
STAGE IV STAGE IV STAGE IV
Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Constant - transmissie
Inzet
Wisselend Wisselend Continue
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Classificatie tabel TNO
Motorefficientie [%]
Belasting [%]
2018 2018 2018
100 100 100
D D D
92,2745% 92,2745% 92,2745%
36,7% 36,7% 37,0%
Stationair Interne verliezen draaien [%] [%]
Dieselkental [L/uur]
Bedrijfsduur [uren]
Dieselverbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
NOxemissie [kg]
NH3emissie [kg]
2530,8 5497,6 6097,2
151,8 329,9 365,8
15,00 32,59 36,41 83,99
0,61 1,32 1,46 3,39
45% 45% 30%
9% 9% 3%
9,48 9,48 8,76
267 580 696
Voertuigen per dag 10
Bewegingen per dag 20 0 0
Voertuigen totaal
Bewegingen totaal 0,0 0,0 1448,0
Bouwverkeer Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
724,0
Totaal Mobiele werktuigen:
Bouwverkeer:
Per jaar 84,0 kg NOx 3,4 kg NH3
7.300,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 1.448,0 bewegingen zwaar
84,0 kg NOx 3,4 kg NH3 7.300,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 1.448,0 bewegingen zwaar
Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer
2026 RVR002
Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter (woningbouw) Graafmachine (woningbouw) Hijskraan (woningbouw) Laadschop (woningbouw) Trilplaat (woningbouw) Verreiker (woningbouw) Graafmachine (infrastructuur) Asfaltmachine (infrastructuur) Laadschop (infrastructuur) Kleefwagen (infrastructuur) Wals (infrastructuur)
STAGE Klasse
Motorbelasting/ aandrijving
STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV
Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Constant - transmissie Constant - transmissie
Inzet
Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Continue Continue
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Classificatie tabel TNO
Motorefficientie [%]
Belasting [%]
2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018
200 100 200 100 10 70 100 70 100 100 70
D D D D A D D D D D D
92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745%
29,9% 36,7% 38,0% 36,7% 25,3% 36,7% 36,7% 29,9% 36,7% 37,0% 37,0%
Stationair Interne verliezen draaien [%] [%]
Dieselkental [L/uur]
Bedrijfsduur [uren]
Dieselverbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
NOxemissie [kg]
NH3emissie [kg]
4223,9 5497,6 13611,8 5497,6 158,9 3078,7 1023,7 398,7 426,5 197,1 138,0
253,4 329,9 816,7 329,9 0 184,7 61,4 23,9 25,6 11,8 8,3
24,14 32,59 76,98 32,59 4,34 18,94 6,07 2,51 2,53 1,18 0,86 202,73
1,01 1,32 3,27 1,32 0,00 0,74 0,25 0,10 0,10 0,05 0,03 8,18
45% 45% 45% 45% 45% 45% 45% 45% 45% 30% 30%
9% 9% 9% 9% 9% 9% 9% 9% 9% 3% 3%
15,82 9,48 19,56 9,48 0,68 6,64 9,48 5,54 9,48 8,76 6,13
267 580 696 580 232 464 108 72 45 22,5 22,5
Voertuigen per dag 10
Bewegingen per dag 20 0 0
Voertuigen totaal
Bewegingen totaal 0,0 0,0 1448,0
Bouwverkeer Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
724,0
Totaal Mobiele werktuigen:
Bouwverkeer:
Per jaar 202,7 kg NOx 8,2 kg NH3
7.300,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 1.448,0 bewegingen zwaar
202,7 kg NOx 8,2 kg NH3 7.300,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 1.448,0 bewegingen zwaar
Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer
2027 RVR002
Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter (woningbouw) Graafmachine (woningbouw) Hijskraan (woningbouw) Laadschop (woningbouw) Trilplaat (woningbouw) Verreiker (woningbouw) Graafmachine (infrastructuur) Asfaltmachine (infrastructuur) Laadschop (infrastructuur) Kleefwagen (infrastructuur) Wals (infrastructuur)
STAGE Klasse
Motorbelasting/ aandrijving
STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV
Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Constant - transmissie Constant - transmissie
Inzet
Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Continue Continue
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Classificatie tabel TNO
Motorefficientie [%]
Belasting [%]
2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018
200 100 200 100 10 70 100 70 100 100 70
D D D D A D D D D D D
92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745%
29,9% 36,7% 38,0% 36,7% 25,3% 36,7% 36,7% 29,9% 36,7% 37,0% 37,0%
Stationair Interne verliezen draaien [%] [%]
Dieselkental [L/uur]
Bedrijfsduur [uren]
Dieselverbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
NOxemissie [kg]
NH3emissie [kg]
4223,9 5497,6 13611,8 5497,6 158,9 3078,7 1023,7 398,7 426,5 197,1 138,0
253,4 329,9 816,7 329,9 0 184,7 61,4 23,9 25,6 11,8 8,3
24,14 32,59 76,98 32,59 4,34 18,94 6,07 2,51 2,53 1,18 0,86 202,73
1,01 1,32 3,27 1,32 0,00 0,74 0,25 0,10 0,10 0,05 0,03 8,18
45% 45% 45% 45% 45% 45% 45% 45% 45% 30% 30%
9% 9% 9% 9% 9% 9% 9% 9% 9% 3% 3%
15,82 9,48 19,56 9,48 0,68 6,64 9,48 5,54 9,48 8,76 6,13
267 580 696 580 232 464 108 72 45 22,5 22,5
Voertuigen per dag 10
Bewegingen per dag 20 0 0
Voertuigen totaal
Bewegingen totaal 0,0 0,0 1448,0
Bouwverkeer Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
724,0
Totaal Mobiele werktuigen:
Bouwverkeer:
Per jaar 202,7 kg NOx 8,2 kg NH3
7.300,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 1.448,0 bewegingen zwaar
202,7 kg NOx 8,2 kg NH3 7.300,0 bewegingen licht verkeer 0,0 bewegingen middelzwaar 1.448,0 bewegingen zwaar