Bijlage 2.19 bij de toelichting Bijlage 17 - Advies Blom beoordeling Zienswijze flora en fauna
Tekst van het document
Blom Ecologie Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg
Vrijborg
0418 820 288 info@blomecologie.nl
Rembrandterf 3
www.blomecologie.nl
5261 XS Vught
Onderwerp:
Reactie op zienswijze betreft bestemmingsplanwijziging Rietstok te Gemonde
Datum:
29 september 2022
Project:
2022-054
KVK
67221904
BTW nr.
NL856882999B01
IBAN
NL21RABO0314240683
Samensteller:
Geachte
,
Op 19 april 2022 zijn schriftelijke zienswijzen binnengekomen met betrekking op het ontwerpbestemmingsplan ‘’ Rietstok, Gemonde – 2022’’. In deze zienswijzen komen ook zaken aanbod met betrekking op Wet natuurbescherming. Deze notitie heeft betrekking op de zienswijze van en d.d. 19 april 2022. Middels voorliggende notitie worden op een aantal punten die betrekking hebben op Wet natuurbescherming (Wnb.) een reactie gegeven. Coulissenlandschap Een coulisselandschap wordt als volgt gedefinieerd: ‘Het coulisselandschap is door zijn kleinschaligheid en de aanwezigheid van hagen en houtwallen van groot belang voor de locale en regionale flora en fauna. Heggen en houtwallen fungeren als broedplaatsen voor de locale fauna en hun netwerk als ecologische verbindingszones. Meidoorn, sleedoorn, olmen en eiken zijn typerend voor de hagen en houtwallen.’ De aanwezigheid van hagen en houtwallen in een dergelijk landschap wordt onderschreven. De reeds aanwezige houtwal aan de oostzijde zal in de beoogde ontwikkeling niet gekapt en gerooid worden. Er wordt gesteld dat de tuin en zeker het weiland grenzend aan de tuin, ontegenzeggelijk deel uitmaken van het waardevolle coulisselandschap.
Gezien het hoog kwaliteitsbeeld dat beide delen genieten en het ontbreken van vorengenoemde kenmerkende soorten van dit habitattype, kan niet gesteld worden dat het deel uitmaakt van het waardevolle coulisselandschap. De conifeerhaag aan de noordzijde van de planlocatie zal verwijderd worden, maar is geen onderdeel van een coulisselandschap. De voorgenomen te kappen bomen parallel aan de Rietstok betreffen schietwilgen. Ook deze soort maken geen onderdeel uit van een coulisselandschap. Dieren algemeen Er wordt gesteld dat er in het gebied veel vogelsoorten voorkomen, zoals de grote bonte specht, gewone bonte specht, groene specht, merels, mussen, boomklever, boomkruiper, roodborstje, winterkoninkje, vinken, lijster en een uilenfamilie. De aangehaalde soorten betreffen soorten, waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten. Daarbij is de genoemde soort vos zelfs een vrijgestelde soort in de provincie Noord-Brabant. Alleen categorie 1-4 soorten en categorie 5 soorten, mits ecologisch zwaarwegende redenen gelden, genieten van deze bescherming. De uilenfamilie waarnaar gerefereerd wordt, betreft aannemelijk de bosuil. In de omgeving is het voorkomen van o.a. juvenielen van de bosuil bekend. De bosuil betreft een categorie 5 vogelsoort. De nesten van deze soorten zijn alleen bescherm indien er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen.
In de te kappen bomen zijn geen boomholtes aangetroffen die kunnen dienen als nestlocatie. Er is hierdoor geen sprake van ecologisch zwaarwegende redenen. In de beoogde ontwikkeling worden er meer bomen aangeplant, waardoor het leefgebied van de soort er in de toekomst juist op vooruit gaat. Een bosuil jaagt namelijk niet in open weidevelden, zoals de kerkuil dat wel doet. Voor de aanwezigheid van de vorengenoemde soorten zijn derhalve geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd.
Beschermde dieren Kamsalamander Voor de kamsalamander geldt dat het verboden is de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen (art. 3.5 lid 4). Binnen de planlocatie is geen sprake van geschikt voortplantingswater. In de directe omgeving zijn een aantal sloten gelegen. Dit betreffen echter afwateringssloten en stonden tijdens het veldbezoek d.d. 18 november 2019 droog. Ook met het extreem droog weer afgelopen jaren ligt het in de lijn der verwachting dat tijdens de voortplantingsperiode van de soort, er geen water aanwezig was. Daarbij stelt de kamsalamander hoge eisen aan geschikt leefgebied. Kavelsloten voldoen hier vaak niet aan door afwezigheid van deze elementen. Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater in de directe omgeving, kan overwinteringshabitat van de soort tevens uitgesloten worden. De beoogde ingreep leidt derhalve niet tot overtreding van verbodsbepalingen onder de Wet natuurbescherming (wegnemen leefgebied kamsalamander). Das, steenmarter en kleine marterachtigen De toegevoegde foto van steenmarter is niet te traceren via waarneming.nl. Daarbij kan de exacte locatie van de genomen foto niet achterhaald worden middels de weergegeven foto. Overigens is het niet uitgesloten dat een steenmarter in de omgeving voorkomt en in de omgeving een vaste rust- en verblijfplaats heeft.
Volgens de Wet natuurbescherming is het echter verboden om de vaste rust- en verblijfplaats weg te nemen en indirect de essentiële foerageergebieden en migratieroutes van de soort, die waarborgen dat de vaste rust- en verblijfplaats intact blijft. Volgens protocollair onderzoek zijn een wildcamera (voor soorten als das, steenmarter en bunzing), een marterbox en sporenbuis (voor soorten wezel, hermelijn) uitgezet, gedurende 6 weken. De Handreiking Kleine Marters (Bouwens, 2017) is hierbij aangehouden waardoor deze onderzoeksinspanning als voldoende aangemerkt mag worden. Deze periode betreft de voortplantingsperiode van de soortgroep, waardoor de kans op waarnemingen juist in deze periode toenemen. Indien de planlocatie een essentiële functie voor een van de vorengenoemde soorten zou hebben, zou deze aangetroffen worden op de wildcamera, de marterbox en/of de sporenbuizen. Een waarneming van een beschermd dier is in deze periode niet gedaan. Alle aangeleverde foto’s zijn in de periode december-februari gemaakt. Juist in deze periode zijn soorten als das, steenmarter en kleine marterachtigen minder gebonden aan hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Als conclusie kan hieruit getrokken worden dat binnen de planlocatie geen essentiële onderdelen van het leefgebied van soorten als das, steenmarter en kleine marterachtigen aanwezig zijn.
Of er buiten de planlocatie onderdelen aanwezig is, is in feite irrelevant. Deze onderdelen blijven, in de beoogde ontwikkeling, namelijk intact. Verder wordt gesteld dat er in de omgeving wel degelijk sloten aanwezig zijn. Dat is correct, maar in dit geval betreffen het afwateringssloten. Dit type sloten bevatten enkel water bij zware regenval. Afwateringssloten zijn voor beschermde amfibieën ongeschikt, gezien er geen sprake is van jaarrond aanwezig oppervlaktewater Het is overigens irrelevant of achter het perceel aan Dorpstraat 17 een brede sloot ligt. Dit betreft namelijk een gebied buiten de planlocatie en zal intact blijven. Als laatste wordt er gesteld dat alle groen verwijderd wordt. Dat is niet correct. De aanwezige houtwal met populieren aan de oostzijde blijft behouden. Alleen de beplanting van de huidige tuin c.q. sparren en berken, zullen verwijderd worden. Deze delen maken geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van de vorengenoemde soorten, zoals protocollair onderzoek heeft aangetoond. De bezwaarmakers hebben derhalve niet aannemelijk gemaakt waarom er binnen de planlocatie sprake is van essentiële structuren, waarvan de planrealisatie zou resultaten in het wegnemen hiervan, die direct resulteren in het beschadigen of wegnemen van een vaste rustplaats of voortplantingsplaats.
Overigens wil Blom Ecologie benadrukken dat we een onafhankelijke partij betreffen en we geen belangen hebben bij de voorgenomen ontwikkeling. Elk project wordt neutraal behandeld en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Geluidsoverlast Het is begrijpelijk dat de omwonende bezorgd zijn over de rust van het gebied. Er zijn echter geen argumenten om aan te nemen dat de toegenomen ‘geluidsoverlast’ leidt tot het wegnemen van leefgebied van beschermde soorten binnen de planlocatie, gezien het ontbreken van indicaties voor aanwezigheid hiervan. Vanuit de Wet natuurbescherming zijn derhalve geen vervolgstappen benodigd. Migratie De wildcamera en marterbox worden geplaatst op, door de ter zake deskundige, geachte geschikte locaties. Hierbij wordt inderdaad rekening gehouden met ruigtestroken en eventuele wissels. Het is belangrijk om te benoemen dat met name de kleine marterachtigen gebruik maken van dekking, gezien het een kwetsbare soortgroep betreft. Deze soorten vallen namelijk vaak prooi aan roofdieren. Het plaatsen van een wildcamera en/of marterbox op een open veld, zal de succesratio c.q. kans op waarnemen van de soort aanzienlijk verminderen. Uit de zienswijze komt onvoldoende naar voren waarom de locaties in twijfel worden gebracht. Dit zijn namelijk de groenstructuren die in de voorgenomen ingreep verwijderd zullen worden.
De houtwal aan de westzijde blijft vrijwel volledig intact. Een waarneming in de houtwal is irrelevant voor de beoogde ontwikkeling. De soorten die hier mogelijk gebruik van maken, kunnen dat in de beoogde ontwikkeling namelijk nog steeds doen. De vraag die mogelijk gesteld zal worden, is dat de realisatie van een kinderspeeltuin deze migratieroute zal aantasten. Belangrijk hierbij is om op te merken dat het geen essentiële migratieroute betreft.
Er zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven voor de soorten. En de vorengenoemde soorten zijn met name in de schemer actief. Dat is het tijdstip waarop veel kinderen niet meer in de speeltuin aanwezig zijn. De te kappen groenstructuren bieden overigens geen functie als (essentiële) migratieroute. Voor de meeste soorten heeft de westelijk gelegen bebouwing c.q. stedelijk gebied geen functie. Vooral de soorten das, bunzing, wezel en hermelijn zoeken juist de rust op en de groene gebieden. Zij hebben weinig in stedelijk gebied te zoeken. Met name de steenmarter kan zich daarentegen wel in dergelijk gebied ophouden. Echter zijn, net als de overige soorten overigens, geen waarnemingen opgedaan van de soort tijdens het protocollair onderzoek. De planlocatie maakt derhalve geen onderdeel uit van een essentiële functie van vorengenoemde soorten. De aanwezigheid van een dassenburcht in de omgeving doet niks af aan vorengenoemde argumenten. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van essentieel foerageergebied, noch een essentiële migratieroute. Door de beoogde ontwikkeling zal tevens de burchten zelf niet aangetast worden. De aanwezigheid van dassenburchten in de omgeving leidt derhalve niet tot overtreding van verbodsbepalingen onder de Wet natuurbescherming.
Verlies van een gezond ecosysteem door landschapsverandering Onder de Wet natuurbescherming zijn een aantal insecten beschermd. Deze insecten hebben veelal specifieke eisen aan het habitat, zoals de aanwezigheid van een ven of specifieke waardplanten. Het is uitgesloten dat de planlocatie deel uitmaakt van het leefgebied van dit soort kritische soorten, zoals aangegeven in de quickscan (Brinkbaumer, 2019). Alhoewel het begrijpelijk is dat aangevoerd wordt dat er insecten(soorten) zullen verdwijnen, is er juridisch geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen t.a.v. beschermde insecten of ongewervelden. Daarbij dient vermeld te worden dat in nieuwe ontwikkeling er juist kansen gecreëerd worden voor soorten in termen van natuurinclusief bouwen. Hierbij kunnen er kansen gecreëerd worden voor de aanwezige flora en fauna. Bomen De genoemde monumentale paardenkastanjes zullen in de beoogde ontwikkeling behouden blijven en niet gekapt worden. Hittestress De afstand van de monumentale paardenkastanjes en de dichtbijzijnde bebouwing c.q. woning van kavel 1 bedraagt circa 16 meter. Het is waar om te stellen dat door verharding de temperatuur kan stijgen. Maar het is onbekend waar de stelling: ‘de temperatuur rondom de bomen zal gemiddeld met 8-10 graden stijgen’ vandaan komt. Dat is een harde aanname. In stedelijk gebied c.q.
complete verharding wordt het zomerse dagen veelal warmer dan suburbane gebieden. Het KNMI vermeld hierover: ‘Het verschil in temperatuur kan oplopen tot 4 graden voor een stad met 10.000 inwoners en 7 graden voor een stad met 200.000 inwoners. Zulke grote verschillen treden alleen op tijdens heldere en windstille nachten’ (1) De aanwezigheid en aanplant van groen kan overigens helpen om oververhitting tegen te gaan. Zo toonde wetenschapper Gert-Jan Steeneveld van Wageningen Universiteit in 2011 aan dat er een lineair verband is tussen groen en het stedelijk hitte-eiland effect: met één procent meer groenbedekking neemt het effect 0,06 graad af (2). Doordat er ook groen wordt aangeplant en het merendeel van de tuinen aannemelijk groen wordt ingericht, zal de verhoging van 8-10 graden bij lange niet gehaald worden. De Gemeente Amsterdam houdt overigens voor werkzaamheden van de aanwezige monumentale bomen een afstand van 2 meter van de maximale kruinprojecten van bomen aan (3). Vernatting/verdroging In de woonwijk wordt een hemelwaterriolering gerealiseerd, die zal afwateren op de wadi. Hierdoor zal overtollig water richting de wadi en vervolgens overige afwateringssloten afvloeien. Daarbij zal, gezien de afstand van de nieuwe woonwijk en de monumentale bomen (circa 16 meter) naar verwachting geen effecten ontstaan door het opbrengen van de extra grond.
Als laatste is de witte paardenkastanje juist een soort die bestendig is tegen korte overstromingen én kan in de directe omgeving verharding verdragen(4)
https://www.knmi.nl/kennis-en datacentrum/uitleg/stadsklimaat https://www.atlasleefomgeving.nl/nieuws/nederlandse-steden-niet-op-hitte-gebouwd) 3 http://www.bomenstichtingamsterdam.nl/handleidingmonumentalebomen.pdf 4 https://www.vdberk.nl/. 1
2
Schaduw In de beoogde schets wordt duidelijk dat er in de directe omgeving van de paardenkastanjes geen bebouwing zal komen te staan. De minimale afstand zal 16 meter bedragen. Met name de linker paardenkastanje bevindt zich op een afstand van enkele meters van de openbare weg, waar de boom zichtbaar niet onder te lijden heeft. De nieuwe ontsluitingsweg zal op een afstand van circa 22 meter gerealiseerd worden. Van zwaar bouwverkeer over het wortelstel van beide paardenkastanjes is derhalve geen sprake.
Figuur 1
De paardenkastanjes bevinden zich op een vrij korte afstand van de openbare weg.
De woningen zullen voorzien worden van goede isolatie en zonnepanelen. De zonnepanelen zullen zo geplaatst worden dat deze geen hinder van de 2 aanwezige monumentale bomen zullen ondervinden. Daarbij geldt dat de woningen alleen een NOM (Nul op de meter) certificaat krijgen als aan alle randvoorwaarden wordt voldaan. Kortom, de aanwezige bomen zullen geen invloed hebben op het vereiste energielabel van de te realiseren NOM woningen
We hopen u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie bv,
Blom Ecologie B.V. Koeweistraat 2 - 4181 CD Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.