Bijlage 2.12 - Quickscan externe veiligheid
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Ruimte voor Ruimte CV RVR002 6 oktober 2022
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Ruimte voor Ruimte CV RVR002 20221006-RVR002-RAP-EV 2.0 Definitief 6 oktober 2022
Opsteller: -+C0BDEC/PC+-
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
Verificatie: -+R0PC+-
Validatie: -+V0HvG+-
© 2021 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4 2.5
Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader........................................................................................................................................................... 5 Risiconormen ............................................................................................................................................................. 5 Transport over waterwegen........................................................................................................................................... 6 Transport over wegen .................................................................................................................................................. 6 Transport over het spoor............................................................................................................................................... 6
3.1 3.2 3.3
Inleiding ................................................................................................................................................................... 7 Wettelijk kader........................................................................................................................................................... 7 Inventarisatie lokale buisleidingen .................................................................................................................................. 7
4.1 4.2 4.3
Inleiding ................................................................................................................................................................... 9 Wettelijk kader........................................................................................................................................................... 9 Inventarisatie relevante inrichtingen................................................................................................................................ 9
3
1
INLEIDING In opdracht van Ruimte voor ruimte CV is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve een gebiedsontwikkeling ter plaatse van de Christinastraat te Middelrode in de gemeente Sint Michielsgestel. Binnen het plangebied worden woningen gerealiseerd. Het plan past niet binnen het huidige bestemmingsplan waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen moet worden. Het aspect externe veiligheid dient hierbij beschouwd te worden. De ligging van het plangebied is onderstaand (rode omlijning) globaal weergegeven in afbeelding 1.
Afbeelding 1
Ligging plangebied (bron: PDOK)
Het rood gearceerde vlak is een uitbreiding van het oorspronkelijke plangebied, echter binnen dit gebied worden geen woningen gerealiseerd. In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.
4
2
TRANSPORTASSEN
2.1
Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.
2.2
Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling Basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden.
2.2.1
Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden.
In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.
5
Tabel 1
Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3
2.3
Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 n.v.t. 280 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.
Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In de nabijheid van het plangebied zijn geen waterwegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.
2.4
Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Binnen een straal van 4 kilometer vanaf het plan zijn geen wegen aanwezig waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De meest nabij het plan gelegen wegen waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn de A2 en de A59 op circa 5,5 kilometer van het plangebied. Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vormt dan ook geen belemmering voor de planvorming.
2.5
Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. De meest nabij gelegen spoorlijn waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, bevindt zich op een afstand van ruim 6,5 kilometer van het plangebied. Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor vormt eveneens geen belemmering voor het plan.
6
3
BUISLEIDING
3.1
Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.
3.2
Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.
3.3
Inventarisatie lokale buisleidingen Op basis van de signaleringskaart is geconstateerd dat in de omgeving van het plangebied enkele buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. In afbeelding 4 is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze buisleidingen weergegeven.
Afbeelding 2
Ligging buisleidingen ten opzichte van het plangebied (bron: signaleringskaart)
7
Op grond van informatie van de signaleringskaart zijn onderstaand de relevante gegevens van deze buisleidingen samengevat. Tabel 2
Relevante gegevens hoge druk aardgasleidingen
Buisleiding
Diameter
Druk
1% letaliteitsafstand
100% letaliteitsafstand
Afstand tot plangebied
A-527
48 inch
66,0 bar
540 meter
210 meter
200 meter
A-526
42 inch
66,0 bar
490 meter
190 meter
370 meter
A-525
36 inch
66,0 bar
430 meter
180 meter
375 meter
Uit tabel 2 wordt geconcludeerd dat het plangebied binnen de 1% letaliteitsafstand van de buisleidingen A-527, A526 en A525 is gelegen. De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico met kwantitatief inzichtelijk worden gemaakt door middel van een berekening met het rekenprogramma CAROLA. Tevens dienen de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen meegenomen te worden in een verantwoording van het groepsrisico.
8
4
EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN
4.1
Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.
4.2
Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit.
Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
4.3
Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de risicokaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende figuur is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
9
Afbeelding 3
Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van inrichtingen (bron: Signaleringskaart)
Zoals uit de bovenstaande afbeelding blijkt, ligt het plangebied niet binnen een invloedsgebied van de risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg inrichtingen vormen geen aandachtspunt vormen voor de planvorming, waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is.
10
5
CONCLUSIE In opdracht van Ruimte voor ruimte CV is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve een gebiedsontwikkeling ter plaatse van de Christinastraat te Middelrode in de gemeente Sint Michielsgestel. Binnen het plangebied worden woningen gerealiseerd. Het plan past niet binnen het huidige bestemmingsplan waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen moet worden. Het aspect externe veiligheid dient hierbij beschouwd te worden. Transport over het water, de weg en het spoor Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een waterweg, weg of spoorweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water, de weg en het spoor vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Buisleidingen Het plangebied ligt binnen de 1% letaliteitsafstand van 3 hogedrukaardgasleidingen. De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico van deze buisleidingen moet middels een CAROLA-berekening inzichtelijk worden gemaakt. Tevens dienen de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen meegenomen te worden in de verantwoording van het groepsrisico.
Inrichtingen Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting, waardoor de risico’s als gevolg van het transport van inrichtingen geen belemmering vormen voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.