Bijlage 2.11 bij de toelichting Bijlage 9 - MER beoordeling
Tekst van het document
aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
RIETSTOK, GEMONDE datum
20 april 2021
projectnummer
11218032
versie
02
1. AANLEIDING Het bestemmingsplan ‘Rietstok, Gemonde’ maakt de ontwikkeling van woningbouw mogelijk. De initiatiefnemer is voornemens om op deze percelen 28 woningen te realiseren. Deze woningen bestaan onder andere uit 22 'nul-op-de-meter' MorgenWonen-woningen (zowel levensloopbestendige- als eengezinswoningen).
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
Ontwikkeling van woningen De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Wet natuurbescherming (passende beoordeling en plan-m.e.r.-plicht) Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een planMER noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet noodzakelijk.
Uit bijlage 11 ‘Stikstofdepositie’, bijlage 12 ’Quickscan Flora & Fauna’ en bijlage 13 ‘Notitie aanvullend marteronderzoek’ blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is. Conclusie De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in kolom 2, namelijk een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Het bestemmingplan heeft geen significante gevolgen op een Natura 2000-gebied. Er hoeft derhalve geen passende beoordeling te worden uitgevoerd en vanuit de Wet natuurbescherming geldt geen m.e.r.-plicht.
2 | 12
2. VORMVRIJE M.E.R. -BEOORDELING Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Inzake deze activiteit is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van het project; 3. De kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project -
Omvang van het project
-
Cumulatie met andere projecten
-
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
-
Productie van afvalstoffen
-
Verontreiniging en hinder
-
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project -
Bestaand grondgebruik
-
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
-
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect -
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
-
Grensoverschrijdende karakter van het effect
-
Waarschijnlijkheid van het effect
-
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Criteria EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling
3 | 12
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 10.870 m². Het project richt zich op de realisatie van 28 grondgebonden woningen.
Cumulatie met andere projecten
Nee
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
N.v.t. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouw-verkeer en bouwwerkzaamheden, maar dit betreft geen hinder groter dan bij reguliere bouwwerkzaamheden. Luchtkwaliteit (zie ook paragraaf 3.6): Met onderhavig plan wordt geen significante invloed op de luchtkwaliteit uitgeoefend. De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Geluid wegverkeer (zie ook paragraaf 3.5 en bijlage 8): Er is sprake van een matig woon- en leefklimaat ter plaatse van het westelijke deel van het noordelijke bouwvlak (gelegen nabij de Dorpstraat) en een redelijk tot goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de overige locaties c.q. bouwvlakken. Het plan voldoet aan de Wet Geluidhinder en er hoeven geen hogere waarden aangevraagd te worden.
4 | 12
Verkeersaantrekkende werking (zie ook paragraaf 3.2.1 van het bestemmingsplan): Er is sprake van een toename van de verkeersaantrekkende werking, die naar verwachting zonder problemen op het bestaande wegennet kan worden verwerkt. Geur: (zie ook paragraaf 3.4 en bijlage 6 ‘Geuronderzoek’): Er is geen sprake van een planologische belemmering door het aspect ‘geurhinder veehouderijen’. Risico van ongevallen, mede gelet op de
Er is sprake van de ontwikkeling van
gebruikte stoffen en technologieën
woningen. Er is geen sprake van de realisatie van een nieuwe risicobron.
Plaats van het project Criteria Bestaand grondgebruik
Toets In de huidige situatie zijn de gronden grotendeels bestemd ten behoeve van agrarisch gebruik. Daarnaast is een gedeelte van het plangebied in gebruik voor woondoeleinden. Het plangebied krijgt middels dit bestemmingsplan gedeeltelijk een woonbestemming, waarin bebouwing en het gebruik ten behoeve van woondoeleinden wordt toegestaan en waarbinnen tevens parkeerplaatsen en bijbehorende voorzieningen als groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige worden toegestaan. Daarnaast krijgt een gedeelte van het plangebied de bestemming ‘Verkeer Verblijfsgebied’. Aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wegen en ontsluitingswegen, infrastructurele voorzieningen en parkeervoorzieningen.
5 | 12
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het
N.v.t.
regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: -
gevoelige gebieden (wetlands,
Het plangebied ligt niet binnen de
kustgebieden, berg- en bosgebieden,
invloedssfeer van door Wet
reservaten en natuurparken, Habitat- en
natuurbescherming beschermde gebieden.
Vogelrichtlijngebieden)
En heeft geen invloed op deze gebieden. (zie ook paragraaf 3.9 en bijlage 11 ‘Stikstofdepositie’, bijlage 12 ’Quickscan Flora & Fauna’ en bijlage 13 ‘Notitie aanvullend marteronderzoek’
-
gebieden waarin bij communautaire
Nee
wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden -
gebieden met een hoge
N.v.t.
bevolkingsdichtheid -
landschappen van historisch, cultureel of Cultuurhistorie (zie ook paragraaf 3.8): archeologisch belang
Er is geen sprake van een planologische belemmering door het aspect ‘Cultuurhistorie’. Archeologie (zie ook paragraaf 3.7 en bijlage 10 ‘Archeologisch onderzoek’): Het archeologisch belang is door middel van een archeologisch onderzoek betrokken in het plan. Op basis van de resultaten van het onderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied daarom bijgesteld naar 'laag'. Er is geen sprake van een planologische belemmering door het aspect ‘Archeologie’.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.
6 | 12
Gevoelig gebied (conform onderdeel A
van de bijlage bij het Besluit m.e.r.)
Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Nee.
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Nee, zie bijlage 12 ’Quickscan Flora & Fauna’ en bijlage 13 ‘Notitie aanvullend marteronderzoek’
Watergebied van internationale betekenis
Nee.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt niet binnen of in de
(voormalige EHS)
nabijheid van het Natuur-netwerk Nederland (NNN). Zie bijlage 12 ’Quickscan Flora & Fauna’.
Landschappelijk waardevol gebied
Het plangebied maakt deels onderdeel uit van landschappelijk waardevol gebied maar is niet negatief van invloed op de waarden (zie ook paragraaf 3.8).
Waterwinlocaties. waterwingebieden, en
Nee, zie ook paragraaf 3.10 bijlage 14
grondwaterbeschermingsgebieden
‘Waterplan’.
Beschermd monument
Er zijn binnen het plangebied geen beschermde monumenten aanwezig. Ook zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen beschermde monumenten aanwezig waarop een negatieve invloed zou kunnen worden uitgeoefend.
Belvedere-gebied
Nee.
Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone en N.v.t. grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het
Nee.
effect Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is echter geen sprake.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van Er is sprake van nieuwbouw. De effecten het effect
zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande, zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
7 | 12
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
3. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet voor een bestemmingsplanherziening een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk kort beschreven. In de toelichting van het bestemmingsplan zullen deze uitgebreider worden beschreven. 3.1. Bodem Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken is het plangebied voor de ontwikkeling onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek (zie bijlage 4 en 5). Op basis van de uitkomsten van beide onderzoeken hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig c.q. toekomstig gebruik van de locatie.
3.2. Bedrijven en milieuzonering Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Het plangebied grens in het noorden aan de locatie Dorpstraat 17b met bestemming 'Dienstverlening'. Voor dit type bedrijvigheid geldt een maximale milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter (gebiedstype 'rustige woonwijk'). Het plangebied is voor een klein deel gelegen binnen deze richtafstand. Gezien de functie c.q. gebruik van de locatie en de ligging van de ontsluiting ten opzichte van het plangebied, zijn geen (buiten)activiteiten te verwachten die voor een relevante geluidbelasting ter plaatse van (de woningen in) het plangebied kunnen zorgen. Er liggen voorts geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.
8 | 12
3.3. Externe veiligheid: Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Uit de conclusies blijkt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. 3.4. Geurhinder: Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan en dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven (omgekeerde werking). Om de geursituatie inzichtelijk te maken is het plangebied voor de ontwikkeling onderzocht middels een geuronderzoek (zie bijlage 6). Uit de conclusies blijkt dat er geen belemmeringen met betrekking tot de geplande ontwikkelingen op de locatie zijn. 3.5. Geluid: Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.
Verkeerslawaai Het plangebied is (deels) gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van de Besselaar en de Vier Gemalen. Daarnaast is het plan gelegen in de directe nabijheid van overige mogelijke relevante (30 km/uur-)wegen (Dorpsstraat en Rietstok). Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Kragten BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8). Er is sprake van een matig woon- en leefklimaat ter plaatse van het westelijke deel van het noordelijke bouwvlak (gelegen nabij de Dorpstraat) en een redelijk tot goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de overige locaties c.q. bouwvlakken. Het plan voldoet aan de Wet Geluidhinder en er hoeven geen hogere waarden aangevraagd te worden. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig. 3.6. Luchtkwaliteit: Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit de conclusies blijkt dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht.
Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
9 | 12
3.7. Volksgezondheid Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. Veehouderijen Om het aspect ‘Volksgezondheid veehouderijen’ inzichtelijk te maken is het plangebied voor de ontwikkeling onderzocht middels een volksgezondheidsonderzoek (zie bijlage 7). Uit dit onderzoek volgt dat er geen relevante veehouderijen in de omgeving liggen. Uit het stappenplan volgt, gelet op het feitelijk gebruik, dat een advies van de GGD niet noodzakelijk is. Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Binnen 50 meter rondom het plangebied zijn geen kwekerijen aanwezig of kunnen kwekerijen worden ontwikkeld. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.
Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Het schadelijke magneetveld strekt zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding ui.t Het plangebied ligt ruim 5.200 meter tot hoogspanningsverbindingen. Er is geen nader onderzoek nodig. 3.8. Archeologie en cultuurhistorie: Archeologie Om de archeologische waarde inzichtelijk te maken is het plangebied voor de ontwikkeling onderzocht middels een archeologisch onderzoek (zie bijlage 10). Hieruit volgt dat tijdens het onderzoek geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Gezien de aangetroffen verstoringen binnen het plangebied, het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen, en de aangetroffen landschappelijke situatie kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is. Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.
10 | 12
Cultuurhistorie Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het plangebied bevat vijf cultuurhistorische aanduidingen: 1. Historische stedenbouw 'Gemonde'; 2. Regio 'Meierij'; 3. Cultuurhistorische landschappen 'Groene Woud'; 4. Cultuurhistorische vlakken 'De Geelders en Gemonde'; 5. Archeologische landschappen 'Dommeldal Nuenen-Gestel'. Uit een toetsing van deze aspecten komt naar voren dat het aspect ‘Cultuurhistorie’ voor onderhavig plan geen planologische belemmeringen vormt.
3.9. Natuurwaarden Stikstof De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek bevindt zich op circa 6,5 kilometer afstand ten noordwesten van de onderzoekslocatie. Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Uit het stikstofdepositie-onderzoek (zie bijlage 11) is echter gebleken dat uit de Aerius-calculator geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar volgen. Het plan leidt niet tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een vergunning conform de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Overige effecten Voor de overige effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura2000-gebieden te groot is en dat de mate van deze verstoringsfactoren niet zullen leiden tot een toename. Soortenbescherming Voor wat de soorten bescherming heeft een Quickscan flora en fauna plaatsgevonden (zie bijlage 12). Hieruit blijkt dat middels een aanvullend marteronderzoek (bijlage 13) duidelijkheid is verschaft omtrent de aanwezigheid van marters. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat aanwezigheid van kleine marterachtigen uitgesloten kan worden.
Dit wordt onderbouwd door de afwezigheid van waarnemingen en prenten, de ligging van de planlocatie en de directe omgeving. Voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
11 | 12
3.10. Water Ten behoeve van de toekomstige waterhuishoudkundige situatie is een waterplan uitgevoerd (zie bijlage 14) dat uitvoerig is besproken met de gemeente en Waterschap De Dommel. Op basis van dit onderzoek geconcludeerd dat rekening houdend met de randvoorwaarden en uitgangspunten de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd hydrologisch neutraal is uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
12 | 12