CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c 250916 Aanvullende toelichting Novar nalv advies waterschap en provincie_JJH

Raadsvergadering Boxtel 16 september 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark De Beerze3.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies provincie Noord-Brabant Het gebied waarin het beoogde zonnepark komt te liggen, heeft volgens de omgevingsverordening de aanduiding groenblauwe waarden en daarom is artikel 5.46 van de omgevingsverordening van toepassing. In het advies van de provincie over de toetsing van het bouwplan aan artikel 5.46 staat – kort gezegd – dat een scherper beeld wordt verwacht van de impact van een ontwikkeling op de groenblauwe waarden. De provincie vraagt verder meer aandacht, dit is uiteraard mogelijk in combinatie met de maatregelen voor kwaliteitsverbetering van het landschap, hoe deze ontwikkeling een bijdrage levert aan de groenblauwe waarden. In de ruimtelijke onderbouwing staat niet puntsgewijs benoemd dat Novar vindt dat het bouwplan voldoet aan artikel 5.46. Op verschillende pagina's in de ruimtelijke onderbouwing worden de onderwerpen behandeld die volgens artikel 5.46 besproken moeten worden. Hieronder wordt de toetsing aan artikel 5.46 stapsgewijs uitgevoerd. Artikel 5.46 Groenblauwe waarden Een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden: a. strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; 1.

Bodemsysteem Het totale oppervlakte van het plangebied betreft 12,68 hectare, waarvan circa 5,0 (netto oppervlak) wordt benut voor het plaatsen van zonnepanelen.1 Met de keuze van paneelconstructie is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bodemkwaliteit. Daarom zal worden gewerkt met bifacial zonnepanelen. Deze panelen onderscheiden zich van conventionele, monofaciale panelen doordat zij zonlicht aan beide zijden kunnen opvangen en omzetten in elektriciteit. Naast direct zonlicht benutten bifacial panelen ook het gereflecteerde licht van de ondergrond – bijvoorbeeld afkomstig van gras, zand of wit folie. Dit leidt tot een verhoogde opbrengst van duurzame elektriciteit, waardoor het rendement van het zonnepark toeneemt. Een belangrijk bijkomend voordeel is dat deze panelen geen kunststoflaag aan de achterzijde bevatten. Hierdoor zijn ze deels lichtdoorlatend, wat betekent dat een deel van het zonlicht de bodem bereikt. Dit stimuleert de groei van vegetatie onder en tussen de panelen en draagt zo bij aan de bevordering van biodiversiteit binnen het plangebied. 1

Zie paragraaf 1.2 van de ruimtelijke motivering.

Daarnaast wordt in de configuratie bewust ruimte gelaten tussen de panelen. Deze openingen zorgen ervoor dat zowel zonlicht als regenwater de bodem gelijkmatig kunnen bereiken. Dit voorkomt erosie of het ontstaan van geconcentreerde waterstromen die de bodemstructuur zouden kunnen aantasten. Door deze technische en ecologische keuzes wordt een zonnepark gerealiseerd dat op een zorgvuldige en natuurvriendelijke wijze is ingepast in het landschap en sterkt het minimaal tot behoud van het bodemsysteem.2 2. Watersysteem Door de voorgenomen landschappelijke inpassing en rekening te houden met het bestaand oppervlaktewater (en beschermingszones) met bijkomende hemelwaterverwerking zonder overloop naar aangrenzende percelen wordt door het planvoornemen hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is er ter plaatse en in de directe omgeving door het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten (meer opvangcapaciteit van water).3 Het plan sterkt minimaal tot het behoud van het watersysteem. 3. ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken. In het landschappelijk inpassingsplan wordt uitgelegd welke landschappelijke en ecologische waarden en kenmerken in het gebied aanwezig zijn, en hoe het zonnepark hier een positieve bijdrage aan levert. Met de realisatie van het zonnepark gaan geen landschapselementen verloren.

Bij aanplant van nieuwe groenstructuren is er rekening gehouden met een inheemse en diverse soortensamenstelling. De nieuwe groenstructuren en de vegetatie bloem- en kruidenrijk grasland hebben als doel de biodiversiteit te verhogen. In vrijwel het gehele gebied wordt kruidenrijk grasland gerealiseerd en beheerd. De structuren van de aan te planten bomen en struiken in oost-west richting vormen de hoofdstructuur en herstellen het kleinschalige landschap.4 Het plan versterkt de ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken. b. bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;

Zie paragraaf 3.2 van de ruimtelijke motivering. Zie Weging van waterbelang. 4 Zie paragraaf 4.4 van het Landschappelijk inpassingsplan. 2 3

1. Ecologisch In de huidige situatie worden de gronden benut ten behoeve van landbouw, waarbij bodemroering, bemesting en het gebruik van pesticides plaatsvindt. Hierdoor zijn de ecologische waarden van de gronden beperkt.5 2. Landschappelijk Het plangebied ligt op de overgang van het beekdallandschap naar het kampenlandschap. Het is een landschap dat gekenmerkt wordt door beplanting langs de beek met een aanliggend kleinschalig landschap. Agrarische percelen bestaan uit graslanden. Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken zijn nog aanwezig, maar zijn door het samenvoegen van percelen ook deels verdwenen. Het gebied heeft een duidelijke verkaveling met greppels die haaks op de Beerze liggen. Deze structuur is in de loop der jaren voornamelijk bepaald door de afwateringsfunctie van het gebied. In het verleden kende het landschap nog een meer onregelmatig- en kleinschaliger karakter. Door de ruilverkaveling zijn veel van deze percelen samengevoegd tot grootschalige en rechte kavels. Beplanting op de perceelgrenzen is veelal verdwenen.

Nieuwe structuren zoals de Scheepdonkseweg en de Loxvenseweg zijn opnieuw aangeplant en ondertussen uitgegroeid tot waardevolle groenstructuren.6 De Handreiking kwaliteitsverbetering van de gemeente Boxtel definieert landschapstypen binnen de gemeentegrenzen door verschillen in bodemsoort, waterhuishouding en de tijd waarin een gebied is ontgonnen te benoemen. Het plangebied is hierin aangegeven als landschapstype ‘Kampen’ met een duidelijk beekdalaccent. De ontstaanswijze van de ondergrond samen met het verschil in hoogte heeft geleid tot verschil in bodemgebruik, waardoor een gevarieerd landschap is ontstaan. De natuurlijke ondergrond wordt in grote delen van de gemeente Boxtel geaccentueerd door de aanwezigheid van eerdgronden. Deze gronden liggen meestal als relatief hoge, langgerekte ruggen in het landschap in de nabijheid van de oude bewoningskernen en op de overgang van hoog naar laag (nat naar droog). Ze zijn het resultaat van een eeuwenlange bemesting van akkers op de voedingsarme hogere dekzandgronden waardoor deze kunstmatig hoger zijn komen te liggen. Visueel bestaat dit type landschap niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers (kampen). De

5 6

Zie paragraaf 14.1.6 van de ruimtelijke motivering. Zie paragraaf 2.1 van het Landschappelijk inpassingsplan.

boerenbedrijven voerden veelal een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Ieder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug, grasland langs de beekjes tussen de ruggen en het boerenerf er tussenin op de flanken van de rug. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop.7 3. Hydrologisch Het plangebied is geheel onverhard (akkerland). Hemelwater kan derhalve lokaal in de bodem infiltreren of oppervlakkig afstromen naar de aanwezige oppervlaktewateren. Ten behoeve van het agrarisch gebruik zijn enkele grachten aanwezig welke voor de afvoer van overtollig water in nattere periodes instaan. Volgens de Bodematlas van Provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen een gebied waar meestal kwel optreedt (gelegen nabij beekdal). Rondom het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig die onder het beheer van het waterschap De Dommel vallen.8 De smalle strook direct langs de beek kan jaarlijks overstromen met een waterdiepte tot 80cm. Eens in de 10 jaar komt de waterstand van de Beerze aan de zuidkant van de Scheepdonkseweg op ongeveer 7,6m. Een groot deel van het perceel overstroomt nu eens tussen de 25 en 50 jaar. Het perceel kan met frequentie van eens in de 50 jaar bijna geheel overstromen.

De waterdiepten dicht langs de beek zal dan (ruim) meer dan een meter bedragen, aan de oostzijde van het perceel betreft dit waarschijnlijk enkele centimeters.9 c. stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en 1. Ecologisch In het beheerplan zijn maatregelen opgenomen ter bescherming van de genoemde waarden en kenmerken van het gebied. De verplichting om het beheerplan uit te voeren kan als vergunningsvoorschrift worden opgenomen. Daarnaast is de verplichte nakoming van het beheerplan in de anterieure overeenkomst geborgd.10

Zie paragraaf 2.2 van het Landschappelijk inpassingsplan. Zie Weging van waterbelang. 9 Zie bijlage 3 – Beoordeling waterbergend vermogen van het Landschappelijk inpassingsplan. 10 Zie het Landschappelijk inpassingsplan, de vergunning en de anterieure overeenkomst. 7 8

2. Landschappelijk In het beheerplan zijn maatregelen opgenomen ter bescherming van de genoemde waarden en kenmerken van het gebied. De verplichting om het beheerplan uit te voeren kan als vergunningsvoorschrift worden opgenomen. Daarnaast is de verplichte nakoming van het beheerplan in de anterieure overeenkomst geborgd. 3. Hydrologisch In het beheerplan zijn maatregelen opgenomen ter bescherming van de genoemde waarden en kenmerken van het gebied. De verplichting om het beheerplan uit te voeren kan als vergunningsvoorschrift worden opgenomen. Daarnaast is de verplichte nakoming van het beheerplan in de anterieure overeenkomst geborgd.

d. bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. 1. Ecologisch Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast met robuuste houtwallen, bloem- en kruidenrijk grasland en poelen. Met de aanleg van diverse poelen en struiken zal de ecologische verbinding langs de Beerze worden aangescherpt.11 Ter inspiratie zijn de vele poelen langs de Beerze gebruikt (die refereren naar een ooit meanderende beek en de vroeger veel voorkomende vee drinkplaatsen). Met de aanleg van poelen kan een bijdrage worden geleverd aan het leefgebied van kikkers en salamanders.12 De waterbergende functie van het gebied blijft met de komst van het zonnepark behouden, waarmee een functiecombinatie met extensieve natuur als vochtig kruidenrijk grasland mogelijk is.13 Met het inzaaien van bloemrijke vegetaties wordt ingezet op het verhogen van de dichtheid aan vlinders en hommels. Met name dagvlinders zijn sterk afhankelijk van bloemrijke vegetaties en het voorkomen van specifieke waardplanten.

Zie paragraaf 3.2 van de ruimtelijke motivering Zie paragraaf 4.1 van het Landschappelijk inpassingsplan. 13 Zie paragraaf 3.1 van de ruimtelijke motivering. 11 12

In het algemeen is door de aanleg van een zonnepark een verschuiving in de samenstelling van de vogelsoorten die het gebied gebruiken te verwachten, omdat verschillende soortgroepen vermoedelijk verschillend op de aanleg van een zonnepark reageren. Zonnepanelen bieden potentieel nieuwe nestlocaties. De aanplant van bes- en doordragend struweel vormt een leefomgeving voor veel planten, vogels, vlinders en andere insecten.14 Deze inrichting versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan het herstel van een fijnmazig groen netwerk in het halfopen landschap. Daarmee wordt het zonnepark ook een leefgebied voor vogels, insecten en kleine fauna. De inrichting sluit aan bij de natuurlijke kenmerken van het gebied en zorgt ervoor dat het park niet als een verstoring, maar als een verrijking van het landschap wordt ervaren.15 Het zonnepark zal voor maximaal 25 jaar worden vergund. Na het verstrijken van de gestelde termijn zal het zonnepark worden afgebroken en zal het plangebied worden hersteld naar de oude toestand (geschikt voor agrarisch gebruik). Dit is ook zo vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De functie van het zonnepark gaat hierom gepaard met een positieve bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit en bescherming en ontwikkeling van de ecologische kenmerken en waarden in het gebied. 2.

Landschappelijk Met de realisatie van het zonnepark gaan geen landschapselementen verloren.16 Centraal bij de inpassing en ruimtelijk ontwerp staan de geïnventariseerde gebiedskarakteristieken. Belangrijk vertrekpunt is dat de locatie aansluit bij omgevingskenmerken, het gebiedskarakter en de maat en schaal van de omgeving. De zonnepanelen zullen conform de huidige verkavelingsstructuur worden aangelegd in een oost -west opstelling. Het doel hiermee is om de oriëntatie van de panelen zo eenduidig mogelijk te houden. Bij de ontwikkeling van het zonnepark is nadrukkelijk rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van het plangebied, waaronder de beplanting langs de Beerze en het omliggende kleinschalige landschap. In het ontwerp is gestreefd naar een zo zorgvuldig mogelijke

Zie paragraaf 4.4 van het Landschappelijk inpassingsplan. Zie paragraaf 4.2.2 van de ruimtelijke motivering. 16 Zie paragraaf 4.4 van het Landschappelijk inpassingsplan. 14 15

inpassing binnen deze context waarbij onder meer is gekozen voor een opdeling in kamers.17 Het kampenlandschap heeft veel van zijn originele kleinschalige en hoekige patroon ingeruild voor openheid en rechtlijnigheid na de ruilverkaveling in de tweede helft van de 20ste eeuw. Het is wenselijk om meer verdichte randen met haaks hierop opstrekkende kavelrandbeplanting te realiseren, waarmee het kleinschalige karakter ter plaatse wordt versterkt. Dit kan het oorspronkelijke groen en fijnmazig raamwerk binnen een halfopen landschap (afwisselend open/gesloten) herstellen. Hiervoor wordt robuust struweel haaks op de Beerze aangeplant.18 Bij aanplant van nieuwe groenstructuren is er rekening gehouden met een inheemse en diverse soortensamenstelling. Denk hierbij aan een bes-en vruchtdragend sortiment.19 Het zonnepark zal voor maximaal 25 jaar worden vergund. Na het verstrijken van de gestelde termijn zal het zonnepark worden afgebroken en zal het plangebied worden hersteld naar de oude toestand (geschikt voor agrarisch gebruik). Dit is zo ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst.20 De functie van het zonnepark gaat hierom gepaard met een positieve bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit en bescherming en ontwikkeling van de landschappelijke kenmerken en waarden in het gebied. 3. Hydrologisch De panelen worden op palen geplaatst.

In totaal wordt het waterbergend vermogen door de palen ca. 13,5 m3 verkleind. De panelen worden opgenomen in te realiseren bassins. De bassins hebben een diepte van max. 0,25 cm en worden aangelegd met een talud van 1:2. Door deze laag van het maaiveld af te graven ontstaat er extra bergend vermogen. Hierbij gaat om ca. 18.240 m3. Deze maatregel compenseert een kleine afname van het bergend vermogen door de aanwezigheid van de fundering van de zonnepalen.

Zie paragraaf 3.1 van de ruimtelijke motivering Zie paragraaf 4.1 van het Landschappelijk inpassingsplan. 19 Zie paragraaf 4.4 van het Landschappelijk inpassingsplan. 20 Zie paragraaf 4.4 van het Landschappelijk inpassingsplan. 17 18

Doordat de aan te leggen bassins vele male meer waterbergend vermogen realiseren blijft de geschiktheid van het waterbergend vermogen van het gebied bestaan, en wordt deze zelfs vergroot. Het zonnepark zal voor maximaal 25 jaar worden vergund. Na het verstrijken van de gestelde termijn zal het zonnepark worden afgebroken en zal het plangebied worden hersteld naar de oude toestand (geschikt voor agrarisch gebruik). Dit is zo ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst.21 De functie van het zonnepark gaat hierom gepaard met een positieve bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit en bescherming en ontwikkeling van de hydrologische kenmerken en waarden in het gebied.

21

Zie bijlage 3 – Beoordeling waterbergend vermogen van het Landschappelijk inpassingsplan.

Advies waterschap Verder ligt het beoogde zonnepark ook binnen een gebied met de aanduiding reservering waterberging. Dat betekent dat het bouwplan ook getoetst moet worden aan artikel 5.50 van de omgevingsverordening. In bijlage 3 van de ruimtelijke motivering staat de ‘Weging van het waterbelang’. In die bijlage wordt onder meer ingegaan op het waterbergend vermogen en de impact van het bouwplan op het waterbergingsgebied.

Artikel 5.50 Reservering waterberging Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Lid 2 Als een omgevingsplan voorziet in de ontwikkeling van een gebruiks- of bouwactiviteit, bevat het omgevingsplan een onderbouwing van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. De panelen worden op palen geplaatst. Deze palen worden maximaal 4 meter de grond in geslagen en zijn circa 5 bij 10cm breed. Uitgaande van ca. 14.000 panelen, zullen er ca. 1500 palen worden aangebracht in de grond. Dit komt overeen met ca. 0,009 m3 (0,05mx0,1mx1,8m) per paal en ca. 13,5 m3 voor 1500 palen. Naar verwachting zal de fundering van de zonnepanelen het waterbergend vermogen niet beperken, het gaat hier immers om smalle palen er zullen geen grote afscheidingen of andere barrières worden aangebracht. De panelen liggen voornamelijk in het reserveringsgebied. De panelen worden opgenomen in te realiseren bassins. De bassins hebben een diepte van max. 0,25 cm en worden aangelegd met een talud van 1:2. De bassins hebben een gevarieerde breedte van ca. 35m (westzijde) tot 90-100m aan de (oostzijde). Door deze laag van het maaiveld af te graven ontstaat er extra bergend vermogen. Hierbij gaat om ca. 18.240 m3.

Deze maatregel compenseert een kleine afname van het bergend vermogen (13,5 m3) door de aanwezigheid van de fundering van de zonnepalen.22 Doordat de aan te leggen bassins vele male meer waterbergend vermogen realiseren, blijft de geschiktheid van het waterbergend vermogen van het gebied bestaan, en wordt deze zelfs vergroot. Het hieronder genoemde lid 3 is hierdoor volgens Novar niet van toepassing.

22

Zie bijlage 3 – Beoordeling waterbergend vermogen van het Landschappelijk inpassingsplan.

Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan ter plaatse van Reservering waterberging een bouw- of gebruiksactiviteit mogelijk maken als: a. reële alternatieven voor die bouw- of gebruiksactiviteit ontbreken; b. in het omgevingsplan vervangende maatregelen zijn opgenomen die borgen dat het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft; en c. uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan.

Adviespunten waterschap d.d. 11-09-2025 met reactie Novar •

Vanaf het begin hebben wij initiatiefnemer, en gemeente, erop gewezen dat het zonnepark deels geprojecteerd is in regionale waterberging (en reserveringsgebied waterberging). Wij hebben geadviseerd om geen panelen in de regionale waterberging te plaatsen, duidelijk te onderbouwen hoe het waterbergend vermogen overeind blijft én te onderbouwen waar er geen reële alternatieve zijn voor de bouwactiviteit (zoals de provinciale Omgevingsverordening stelt en bij een toetsing aan de instructieregels t.a.v. regionale waterberging in de ruimtelijke motivering thuishoort). Zie toelichting op artikel 5.50 van de Omgevingsverordening in de tekst hierboven. Daaruit blijkt dat Novar vindt dat het gebied geschikt blijft voor waterberging. Het onderzoeken van alternatieve locaties is daarmee niet nodig.

•

In het huidige plan is een deel van de zonnepanelen nog steeds gelegen in regionale waterberging. Wij begrijpen dat het voor initiatiefnemer in het kader van een rendabele exploitatie wellicht niet anders kan, maar dat is geen valide argument voor een goede ruimtelijke ordening en afweging van belangen. Deze afweging kan denk ik niet bij de initiatiefnemer neergelegd worden maar ligt bij de gemeente (en provincie?). Punt voor de gemeente om op te pakken.

•

In de onderbouwing lopen verschillende wateraspecten nog steeds zo af en toe door elkaar heen. Een duidelijk onderscheid tussen impact op (hoog)waterbergingsgebied, impact op profiel van vrije ruimte en beekherstelmogelijkheden en impact op bodemkwaliteit en het vermogen van de bodem om vocht vast te houden en regenwater te infiltreren (hemelwaterberging) is nodig. Dit betreft een tekstuele aanpassing.

•

het is nog steeds onduidelijk hoe de voorgestelde bergingsbassins weer leeg kunnen lopen. Hier hebben we in het laatste overleg over gesproken. Er zijn nog meerdere mogelijkheden voor die uitgewerkt kunnen worden, denk aan het graven van geultjes of het aanleggen van water afvoerende buizen richting de Beerze.

•

De landschappelijk inpassing vindt deels plaats in het profiel van vrije ruimte (dit is bedoeld voor toekomstig beekherstel). De voorgestelde inrichting heeft ecologische meerwaarde maar is niet per se hetzelfde als de benodigde inrichting voor beekherstel. Sterker nog, het kan zo uitpakken dat wanneer de opgave voor beekherstel wordt uitgewerkt deze inrichting weer teniet moet worden gedaan. Daarnaast wordt nu gesteld dat na 25 jaar de inrichting weer afgebroken moet worden. Dus stel dat de inpassing wel invulling zou geven aan de beekherstelopgave dan is het niet wenselijk dat deze slechts tijdelijk is. Dit botst met elkaar. Novar stelt voor om een voorwaarde in de vergunning op te nemen dat zij, wanneer de plannen concreet zijn bij het waterschap, meewerken aan de

herontwikkeling. Dit is wellicht een goede optie die nog nader verkend moet worden. Verdere uitwerking vereist, hier staat het waterschap voor open (zie laatste zin).

•

Het rapport “Weging waterbelang” is ongewijzigd t.o.v. de eerste versie van alle stukken en dateert nog uit februari 2025. Klopt. De tekst in de ruimtelijke motivering en het LIP is door de gesprekken en het gegeven advies aangepast.

•

Voor betreffende ontwikkeling is tevens een watervergunning nodig, de meeste van bovenstaande aspecten. Hier zijn we ons van bewust. Dit is ook als voorwaarde opgenomen in de vergunning. Dat speelt bij het verlenen van de omgevingsvergunning pas een rol als op voorhand duidelijk is dat de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit niet verleend kan worden door het waterschap. In dat geval moet het college van B&W de omgevingsvergunning voor het zonnepark weigeren. Nergens blijkt uit dat de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit niet verleend kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=7759635f-1720-499c-a917-7ae1913c622e