CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a_ Regels bestemmingsplan Kerkweide West.pdf

Raadsvergadering Boxtel 13 juli 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Kerkweide-West (regnr 1260907)19.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Kerkweide-West 28 augustus 2020

Bestemmingsplan Kerkweide-West Gemeente Boxtel Ontwerp

Rapportnummer:

211X09693_4

IMRO-code:

NL.IMRO.0757.BP07KerkweideWest-OTW1

Datum:

28 augustus 2020

Opdrachtgever:

Kerkweide ontwikkeling

Projectteam BRO:

CVe, DvM

Concept:

januari 2020

Ontwerp:

Augustus 2020

Vastgesteld:

--

Trefwoorden:

--

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 5 6

2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen ontwikkeling

7 7 8

3. BELEIDSTOETS 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

11 11 13 15

4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING 4.1 Cultuurhistorie & Archeologie 4.2 Flora en fauna 4.3 Waterparagraaf 4.4 Bodem 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Akoestiek wegverkeer 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Externe veiligheid 4.11 M.e.r.-plicht

18 18 20 21 24 25 27 27 28 29 30 34

5. JURIDISCHE PLANOPZET

35

6. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

39

Inhoudsopgave

1

7. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 7.1 Vooroverleg 7.2 Procedure 7.3 Beroep 7.4 Zorgvuldige dialoog

40 40 40 40 40

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Woonladder Bijlage 2: Flora en Fauna Bijlage 3: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek Industrielawaai Bijlage 7: Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Aanmeldingsnotitie Bijlage 10: Bijeenkomst ontwikkelaar plan Kerkweide West/Verslag bewonersuitleg 16 april 2020

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding In de tot de gemeente Boxtel behorende kern Liempde is het inbreidingsplan Kerkweide ontwikkeld voor het gebied tussen de Kerkheiseweg, Bergstraat en de Boxtelseweg. In totaal zullen hier ca. 56 woningen komen. Het plan bestaat uit twee delen, waarbij in het westelijke gedeelte, Kerkweide-West, 18 koopeengezinswoningen en 11 koopappartementen (of 6 koopappartementen en 5 huurappartementen) gerealiseerd zullen worden. Dit bestemmingsplan ziet toe op het westelijk gedeelte, Kerkweide-West. Het plangebied betreft percelen van particulieren initiatiefnemers, welke de handen ineen hebben geslagen om als ontwikkelaar op te treden, met als doel een duurzame wijk te creëren. De locatie wordt, vanuit de overheid, al sinds enkele jaren gezien als één van de inbreidingslocaties in de kern Liempde. In de woningbouwstudie Wolf 2015, door de gemeente Boxtel geïnitieerd, zijn er meerdere locaties voorgesteld en onderzocht als mogelijke inbreidingslocaties voor woningbouw. Het plangebied is een middengebied gelegen tussen woningen en bedrijven aan de Boxtelseweg, Bergstraat en Kerkheiseweg. Het plangebied is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Liempde’, volledig ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’. Toch is op grond van dit bestemmingsplan de realisatie van het project niet mogelijk.

Om de ontwikkeling van dit westelijke plandeel mogelijk te maken, is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan (postzegelplan) ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt op de percelen achter de woningen gelegen aan de Kerkheiseweg 24, 26 en 28 en achter de woningen aan de Boxtelseweg en de Bergstraat in de kern Liempde. Het plangebied staat kadastraal bekend staat als gemeente Liempde, sectie E, nummers 3315, 4091 (ged.), 4092 en 5971 (ged.). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 8.500 m2. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het woonperceel Kerkheiseweg 22 en aan de westzijde aan enkele woonpercelen aan de Bergstraat. Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten op de Kerkheiseweg, de straat wordt begeleid door markante eiken. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven op de afbeeldingen op de volgende pagina. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Hoofdstuk 1

3

Boxtel

Liempde

Figuur 1.1: Ligging en begrenzing van het plangebied (Bron: Google Maps en PDOK-viewer, Waterparagraaf )

Hoofdstuk 1

4

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Liempde’ het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Boxtel op 17 december 2013. Conform het bestemmingsplan is voor bijna het gehele plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’ geldend. Enkel ten zuiden van Kerkheiseweg 26 is een klein gedeelte bestemd als ‘Tuin’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zeer open bebouwing’ van toepassing. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de functie wonen. Binnen deze bestemming zijn hoofdgebouwen toegestaan binnen een in de verbeelding opgenomen bouwvlak. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ beschermd de mogelijk aanwezige archeologische waarden op het perceel. De bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zeer open bebouwing’ bepaald dat de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 5 meter moet zijn. In de huidige situatie is er geen bouwvlak op de verbeelding opgenomen. Conform het geldende bestemmingsplan is het dus niet mogelijk het perceel te bebouwen. Om dat te kunnen doen is het noodzakelijk een bestemmingsplanprocedure te doorlopen om het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied te herzien.

Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.

Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan met globale ligging het plangebied (rood omlijnd) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Hoofdstuk 1

5

1.4 Leeswijzer De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een beschrijving van het plan in hoofdstuk 2. De beleidstoets is in hoofdstuk 3 van dit bestemmingsplan opgenomen. In hoofdstuk 4 worden alle relevante milieuonderwerpen behandeld en verantwoord. De juridische toelichting is in hoofdstuk 5 opgenomen en in hoofdstuk 6 is de economische uitvoerbaarheid beschreven. In hoofdstuk 7 is tenslotte de maatschappelijke haalbaarheid beschreven. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlage aan dit bestemmingsplan gevoegd.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Liempde is in de vroege middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug aan het beekdal van de Dommel. Er was nog geen sprake van een dorpskern, alleen van verspreid gesitueerde buurtschappen, zoals Loeind, Kasteren, Vrilkhoven en De Berg. Op het snijpunt van verbindingswegen tussen deze buurtschappen is geleidelijk de dorpskern Liempde ontstaan. De geschiedenis van Liempde is nog steeds goed zichtbaar in de dorpskern. De monumenten en beeldbepalende panden zijn verspreid over de kern gesitueerd met grotere concentraties aan de Kapelstraat, Dorpsstraat en rond het Raadhuisplein. Dit zijn de oudste linten van het dorp. De ruimtelijke structuur van Liempde is gebaseerd op de historische pleinen, monumenten, beeldbepalende panden en de kleinschalige uitbreidingen die, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog, in de linten hebben plaatsgevonden. Liempde heeft daardoor een informele en ongedwongen en langgerekte dorpsstructuur. De Kerkheiseweg is eveneens een oud lint van het dorp en tot de kruising met de Bergstraat behoort de Kerkheiseweg tot de historische structuur van het dorp. Het gedeelte westelijk van de Bergstraat betreft een naoorlogse uitbreiding van de kern. De woningen in de directe omgeving zijn met name vrijstaande of twee-onder-een-kap woningen die ruim zijn opgezet op groen ingerichte percelen.

Naast woningen zijn er tevens enkele kleinere bedrijven in de omgeving van het plangebied aanwezig. Het plangebied betreft een onbebouwd perceel te midden van woonpercelen en kan derhalve worden aangemerkt als inbreidingslocatie. Het plangebied is onverhard en er is geen andere vegetatie aanwezig. Het plangebied is momenteel grotendeels in gebruik als grasland. Enkel het perceel Kerkheiseweg 26 is reeds in gebruik als woonbestemming. Er is een vrijstaande woning met bijgebouwen aanwezig. Het erf tussen de woning en bijgebouwen is bijna volledig verhard.

Figuur 2.1 Huidige situatie (Bron: PDOK-viewer, Waterparagraaf)

Hoofdstuk 2

7

2.2 Voorgenomen ontwikkeling Het plangebied waar Kerkheide-West is voorzien is gelegen in het onbebouwde middenterrein tussen de Kerkheiseweg en de Bergstraat, doorlopend tot aan de achtertuinen van de Boxtelseweg. Dit gedeelte wordt ontwikkeld door enkele particuliere grondeigenaren. Het beoogde programma voor plandeel Kerkweide-West bestaat uit:  6 stuks, 3x 2-ondereenkapwoningen, bij de entree van de wijk aan de Kerkheiseweg, geschikt als doorstart gezinswoningen, inhoud 500-575 m3, prijsklasse € 330.000,- tot € 380.000,-;  11 appartementen in een bouwblok 2-laags in het middengebied, bestemd voor alleenstaande jongeren en/of ouderen. Oppervlakte 65/70 m2, prijsklasse € 160.000,- tot € 185.000,-;  10 een gezins-/starterswoningen in 3 bouwblokken en 2 stuks 3x 2-ondereenkapwoningen aan middengebied georiënteerd, inhoud 320-390 m3, prijsklasse € 225.000,- tot € 290.000,-. De voorgenomen ontwikkeling is gevisualiseerd in figuur 2.2. Er wordt gestreefd naar een plan met een hoog duurzaamheidsgehalte o.a. de realisatie van “Nul op de Meterwoningen” om mee te gaan in de nieuwste trends met betrekking tot de duurzaamheid. KerkweideWest krijgt verder een dorpse uitstraling en dorps karakter. Er is daarbij gekozen voor een doorlopende verkeersstructuur waarbij aan de Kerkheiseweg voor elk plandeel een toegang gemaakt kan worden.

Vanaf de toegangsweg (Kerkheiseweg) heeft de bebouwing een open karakter. De twee-onder-eenkapwoningen vormen de overgang van de vrijstaande woningen aan de Kerkheiseweg naar de nieuwbouw. De bestaande woning die dicht aan de Kerkheiseweg is gelegen, vervalt. Hiervoor komt een geschakelde twee-onder-een-kapwoning 2 meter terug t.o.v. de huidige rooilijn, om een ruimere entree naar de wijk te creëren. Vanuit de toegang Kerkheiseweg wordt een groen middengebied gecreëerd met een ”wadi” en speelgelegenheid. De appartementen zijn georiënteerd met de woonruimte op dit open middengebied. De achtertuinen van de woningen zijn deels gelegen aan de tuinen van de bestaande woningen. De aan de woonstraat gelegen 4 bouwblokken bestaan uit een-gezins-/starterswoningen. Er worden 42 parkeerplaatsen gerealiseerd in het openbaar gebied in de vorm van parkeerkoffers, 10 parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning/appartement.

Hoofdstuk 2

8

Figuur 2.2: Impressie beoogde situatie Kerkweide - West (Bron: opdrachtgever, 20 augustus 2020)

Hoofdstuk 2

9

De Kerkheiseweg heeft nu een beeldkarakteristiek van hoofdzakelijk open bebouwing afgewisseld met een enkele zeer open bebouwing. Doordat in Liempde al veel vrijstaande woningen aanwezig zijn, volgens de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie 2016, zelfs van een oververtegenwoordiging sprake is, wordt door de gemeente gestimuleerd om bij nieuwbouw andere woningtypen te ontwikkelen. Met de afwisseling van twee-onder-een-kapwoningen, appartementen en aaneengebouwde woningen wordt hierop ingespeeld met dit initiatief.

Hoofdstuk 2

10

3.

BELEIDSTOETS 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (vastgesteld op 13 maart 2012) staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk stelt dat een aanpak dient te ontstaan waarmee Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig wordt gemaakt. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een Rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:  een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;  over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed;  een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.

Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit bovenstaande drie doelen zijn de dertien nationale belangen naar voren gekomen. Deze zijn geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt niet binnen een van de Nationale hoofdstructuren. De SVIR heeft geen specifieke betekenis voor dit bestemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.

Hoofdstuk 3

11

De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de SVIR is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Dit plan voorziet in de toevoeging van 29 wooneenheden op een inbreidingslocatie in de dorpskern Liempde. Er is daarmee sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’, zoals omschreven in artikel 1.1.1 van het Bro.

De Ladder voor duurzame verstedelijking dient doorlopen te worden. In de bijlage is de Ladderonderbouwing opgenomen. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor de gehele Ladderonderbouwing wordt verwezen naar de bijlagen behorende bij dit bestemmingsplan.  Op subregionaal niveau kan de woningbehoefte tot 2025 met de bestaande totale plancapaciteit redelijk ingevuld worden. Dat geldt echter niet als gekeken wordt naar de harde plancapaciteit. In de gemeente Boxtel is voor deze periode de verwachte woningvraag (1.450 woningen) in omvang 1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

12

echter aanzienlijk groter dan de totale plancapaciteit (1.130 woningen). Vooral de harde plancapaciteit is met 135 woningen erg laag. Het initiatief om 29 woningen op de locatie Kerkeweide-West in Liempde te bouwen, voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte, te meer omdat de locatie naar het zich laat aanzien op relatief korte termijn bebouwd kan worden.  In de kern Liempde overtreft de vraag de plancapaciteit eveneens, vooral nu er door de provincie is aangegeven dat er veel minder op de locatie Hamsestraat-Roderweg gebouwd kan worden dan gepland was. Ook in Liempde is sprake van een kwantitatieve behoefte.  De behoefte aan nieuwe woningen in de kern Liempde (en Lennisheuvel) is onderschreven door de gemeente Boxtel, onder meer in de recente Woonvisie 2016-2025. De gemeente heeft de behoefte vertaald in een concreet woningbouwprogramma voor de kern Liempde.  Vanuit het beleid van de gemeente blijkt dat er in kwalitatieve zin in Liempde vooral behoefte is naar mogelijkheden voor met name starters en jonge gezinnen om zich te vestigen en daarnaast in beperkte mate ook naar woningen voor senioren. Het gaat hierbij zowel om huurwoningen als betaalbare koopwoningen. Gezien het beoogde programma sluit het planinitiatief hier voor het overgrote deel bij aan en voorziet daarmee in een kwalitatieve behoefte.

 Aangezien het planinitiatief Kerkweide-West een inbreidingslocatie betreft, sluit het planinitiatief ook in ruimtelijke zin aan bij de beleidsuitgangspunten van de gemeente.  De realisatie van Kerkweide draagt mede bij aan het handhaven van diversiteit in woonmilieus in de gemeente: naast het “centrumdorp” woonmilieu in Boxtel-kern, dat nog versterkt wordt met de realisatie van onder meer de woonwijk Selissen, wordt ook het dorpse woonmilieu in de kleinere kernen van de gemeente versterkt. Geconcludeerd wordt dat een aantoonbare behoefte aanwezig is voor de realisatie van 29 wooneenheden in de inbreidingslocatie te Liempde. De ladder voor duurzame verstedelijking is positief doorlopen.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verder uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Hoofdstuk 3

13

Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die direct in strijd zijn met de omgevingsvisie van Noord-Brabant. Nadere regels vanuit de provincie voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies.

De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte 2014.

Figuur 3.1: Uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Volgens de Interim Omgevingsverordening is het plangebied gelegen in het ‘Stedelijk gebied, landelijke kern’. In figuur 3.1 is hiervan een uitsnede weergegeven met de ligging van het plangebied.

Hoofdstuk 3

14

Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in Stedelijk gebied waardoor stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Een plan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Met dit bestemmingsplan worden 29 wooneenheden in het plangebied mogelijk gemaakt. De Ladder voor duurzame verstedelijking dient doorlopen te worden. Deze ladderonderbouwing (zie ook paragraaf 3.1) is als bijlage opgenomen behorende bij dit bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat sprake is van een passende behoefte voor de diverse voorzieningen woontypen in de vorm van 29 wooneenheden. De woningen worden op een inbreidingslocatie in de dorpskern gerealiseerd. Er is derhalve sprake van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik. Daarmee is dit planvoornemen in lijn met de Interim Omgevingsverordening.

3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Verfrissend Boxtel In juli 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de Structuurvisie Verfrissend Boxtel voor het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Hierin wordt een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie bestaat ten eerste uit een Atlas, hierin wordt een inventarisatie van het huidige beleid gemaakt en een beschrijving van het huidige Boxtel gegeven. Vervolgens is een analyse gemaakt op vier integrale thema’s: wonen en leven, beleven, ondernemen en verbinden. Daaropvolgend zijn een agenda, welke de belangrijkste vraagstukken bevat, en een bedrijfsplan gemaakt. De vier thema’s vormen de rode draad van de visie. In het thema ‘wonen en leven’ wordt een voorwaardenkaart voor aangenaam leven geschetst, in het thema ‘beleven’ wordt een troevenkaart van Boxtel gegeven, in het thema ‘ondernemen’ wordt een kansenkaart voor vitaliteit geschetst en in het thema ‘verbinden’ wordt een vervlechtingskaart van duurzame relaties gegeven. In de structuurvisie wordt de nadruk gelegd op de ligging van Boxtel en de omringende dorpen in het Nationale Landschap Het Groene Woud. Beide entiteiten zijn onmiskenbaar aan elkaar gekoppeld, het wonen en werken kunnen daar direct van profiteren. Ondanks de wenselijke verschillen tussen de bebouwde kommen en het buitengebied, wordt juist ook gezocht naar overeenkomsten.

Hierbij wil de gemeente Boxtel de omgeving niet grondig in aanzien veranderen, maar de bestaande sterke punten van de gemeente beter benutten. Hiertoe worden in de structuurvisie onder andere een aantal concentratiegebieden aangegeven waar de voor de visie belangrijke projecten worden geplaatst. De woonomgeving in Boxtel is gevarieerd. De opgave voor het woningaanbod is te komen tot meer differentiatie en variatie. Onder andere via het organiseren van goed verspreide zorgvoorzieningen. De woningvraag in Boxtel leidt niet tot grootschalige uitbreidingen, maar eerder tot ‘afronden’ (met kleinschalige uitbreidingen) en ‘inbreiden’ en herstructureren. De leefomgeving kan nog beter worden uitgenut, onder andere door de openbare ruimte direct in te richten op het wonen.

Hoofdstuk 3

15

Doorwerking plangebied In de structuurvisie ‘Verfrissend Boxtel’ uit 2011 is de opgave geformuleerd om te komen tot meer differentiatie en variatie binnen het woningaanbod. In de structuurvisie worden de concrete doelstellingen en projecten, zoals geformuleerd in de rapportage integraal dorpsontwikkelingsplan Liempde (iDOP), overgenomen. Er dient onder meer speciale aandacht te zijn voor het vernieuwen en verbeteren van de seniorenhuisvesting. De woningbouw in de kern Liempde moet zich daarbij met name te concentreren op een klein aantal inbreidingslocatie en één grootschalige uitbreidingslocatie aan de rand (Hamsestraat). Aangezien Kerkweide een inbreidingslocatie is en ook als zodanig is aangemerkt, voldoet het planinitiatief aan deze richtlijn. Boxtel 2020, duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene Woud In deze strategische visie (29 juni 2009) is aangegeven in welke richting Boxtel zich in de periode 2010-2020 verder wil ontwikkelen. De strategische visie is verwoord in zes ambities. De ambities zijn ondersteund in de vele gesprekken die hebben plaatsgevonden en moeten worden voortgezet. De zes ambities zijn: 1. Boxtel blijft voorop met duurzaamheid; 2. Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot een volwaardige bedrijfstak; 3. Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente; 4. Boxtel werkt aan een sterk centrum; 5.

Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente; 6. Boxtel heeft een modern bestuur. Deze ambities zijn toegelicht in de zes hoofdstukken. Voor dit bestemmingsplan is ambitie één en vijf van belang. In de navolgende alinea wordt deze ambitie nader toegelicht. Boxtel blijft voorop met duurzaamheid De gemeente is vooruitstrevend op het gebied van duurzaam bouwen. Dit komt onder andere tot uiting in het stellen van hogere eisen aan nieuwbouwwoningen dan wettelijk voorgeschreven, waar het gaat om materiaal- en energieverbruik. Boxtel, een prima woongemeente Tot 2020 groeit de eigen bevolking van Boxtel nog met 700 inwoners tot een totaal van 30.900. Voor deze groei alleen zijn ongeveer 300 woningen nodig. Een veel groter aantal, plusminus 900 woningen, is nodig om de nog steeds doorgaande gezinsverdunning op te vangen. De gemiddelde woningbezetting bedroeg in 2008 namelijk 2,47 en zal dalen naar ongeveer 2,30 in 2020. Voor de eigen bevolking zijn er dus opgeteld zo'n 1.200 woningen nodig. Doorwerking plangebied Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan een inbreidingslocatie aan de Kerkheiseweg – Bergstraat – Boxtelseweg door het mogelijk te maken van maximaal 29 wooneenheden op te richten, onderverdeeld in diverse woontypologieën. Het initiatief speelt in op de woonbehoefte binnen de kern Liempde in de gemeente Boxtel.

Er wordt gestreefd naar een plan met een hoog duurzaamheidsgehalte o.a. door de realisatie van “Nul op de Meterwoningen”, duurzame bouwmaterialen en biedt het

Hoofdstuk 3

16

plan ruimte voor innovatieve duurzame technieken, zoals het gebruik van gecertificeerd CLT-populierenhout uit de eigen streek om mee te gaan in de nieuwste trends met betrekking tot de duurzaamheid. Daarmee is het plan in lijn met de strategische visie. Woonvisie 2016-2025 Deze nieuwe woonvisie vormt het vervolg op de woonvisie 2010-2014. Voor een belangrijk deel zijn de doelen bereikt door nieuwbouw en locatieontwikkeling, zij het niet altijd volledig door de economische crisis, stagnatie op de woningmarkt en tijd die het vroeg om plannen vlot te trekken. Boxtel legt in de nieuwe woonvisie de prioriteiten van het woonbeleid vast voor de periode 2016-2025. Naast een beschrijving van de plancapaciteit in de gemeente Boxtel analyseert de woonvisie ook de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de verschillende wijken. In de Regionale Agenda Wonen wordt de netto-behoefte aan toevoeging van woningen in Boxtel in de periode 2015 tot 2025 geraamd op 1.315. Inclusief compensatie voor sloop zijn dat er 145 per jaar. Gemiddeld lag de bouwproductie in Boxtel de afgelopen tien jaar daar ruim onder. Zonder extra inspanningen kan Boxtel niet in de geraamde woningvraag voorzien, omdat plancapaciteit vooralsnog ontoereikend is. De gemeente is daarom altijd op zoek nar voldoende geschikte bouwlocaties en er is ruimte voor particuliere wooninitiatieven.

Het woningbestand van Liempde bestaat grotendeels uit vrijstaande en half vrijstaande woningen op ruimte percelen. Het aandeel woningen voor kleine huishoudens is klein. De gemeente wil sturen op het vergroten van de mogelijkheden voor starters en jonge gezinnen om zich te vestigen, en beperkt op de doelgroep senioren. Het toevoegen van woningen in de huursector en woningen voor kleine huishoudens zal zorgen voor een evenwichtigere opbouw van de woningvoorraad. De aangegeven accenten in de woningbouwprogrammering zijn:  woningen voor senioren in het sociale en het vrije huursegment;  goede sociale huurwoningen voor starter;  betaalbare koopwoningen voor doorstromende senioren. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in een vraag gestuurde ontwikkeling in Liempde. Doordat in Liempde al veel vrijstaande woningen aanwezig zijn, volgens de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie 2016 - 2025, zelfs van een oververtegenwoordiging sprake is, wordt door de gemeente gestimuleerd om bij nieuwbouw andere woningtypen te ontwikkelen. Het programma voor Kerkweide-West omvat koopwoningen voor starters, jonge gezinnen en senioren door de realisatie van betaalbare appartementen en eengezinswoningen.

Tevens bestaat de mogelijkheid dat van de 10 koopappartementen of woningen een aantal worden aangeboden als huurappartementen Met de afwisseling van twee-ondereen-kapwoningen, appartementen en aaneengebouwde woningen wordt hierop ingespeeld met dit initiatief. Daarmee sluit het project goed aan bij de hoofddoelen van de woonvisie voor Liempde. Het initiatief is derhalve in lijn met de woonvisie van gemeente Boxtel.

Hoofdstuk 3

17

4.

MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING

Er bestaat een duidelijke relatie tussen het milieubeleid en de ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien het ruimtelijk en milieubeleid naar elkaar in de vorm van omgevingsbeleid. De milieukwaliteit is derhalve een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dat verband dient bij de afweging bij de ontwikkeling van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op alle milieuaspecten.

4.1 Cultuurhistorie & Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Cultuurhistorie De Kerkheiseweg is aangemerkt als lijn van hoge waarden. Daarnaast ligt het plangebied in de regio ‘De Meijerij’ en Nationaal Landschap Het Groene Woud. Nationaal Landschap Het Groene Woud bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond.

Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. Nationaal Landschap het Groene Woud wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Nationaal Landschap het Groene Woud wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen. Het plangebied grenst enkel ten zuiden aan de Kerkheiseweg. In de noord-, west- en oostzijde wordt het plangebied omsloten door bestaande woningen en/of bedrijven en/of tuinen behorende bij deze woningen en/of bedrijven.

Hoofdstuk 4

18

In de huidige situatie is aan de Kerkheiseweg 26 een vrijstaande woning met bijgebouwen aanwezig, welke zeer dicht tegen de weg is gelegen. In de toekomstige situatie is een twee-onder-een-kapwoning ter plaatse van de Kerkheiseweg 26 voorzien. Door deze verder van de weg te situeren wordt beter aangesloten bij de bestaande ruimtelijke bebouwingsstructuur van de Kerkheiseweg. Het planvoornemen heeft derhalve een positieve invloed op de lijn van hoge waarden. Om deze reden zal het initiatief de versterking van cultuurhistorische waarden van de regio ook niet belemmeren. Archeologie De gemeente Boxtel heeft een Nota vastgesteld waarin het archeologisch beleid is opgenomen. In deze nota (Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel) is een kaart met een classificatie opgenomen. De classificatie gaat in op de mogelijkheid tot het aantreffen van archeologische vondsten. De gemeente Boxtel heeft in het bestemmingsplan ‘Liempde’ deze classificaties doorvertaald in dubbelbestemmingen. Dat houdt in dat de bescherming van eventuele archeologische waarden voorrang heeft op de onderliggende bestemming. Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’, bij bodemingrepen met een verstoringsoppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Deze drempelwaarde wordt met dit bestemmingsplan overschreden.

Nader archeologisch onderzoek is dan ook uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek wordt door aanwezigheid van een (restant van een) B-horizont de middelhoge verwachting zoals gesteld in het bureauonderzoek voor de perioden vanaf het neolithicum gehandhaafd. Door het ontbreken van de A- en de E-horizont, die vermoedelijk zijn opgenomen in het bovenliggende pakket, wordt de verwachting voor de periode laat-paleolithicum-mesolithicum op basis van de kwetsbaarheid van deze resten bijgesteld naar laag. Op basis van bovenstaande wordt voor het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd. Dit gaat plaats vinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Hiertoe dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat dient te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid (gemeente). Dit advies moet gecontroleerd en beoordeeld worden door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Boxtel. Deze zal vervolgens een besluit nemen over de vervolgprocedure. Tot die tijd kan zal er nog niet begonnen worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen.

De vigerende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ is overgenomen in dit bestemmingsplan, behalve voor de andere bestemmingen die daar voorkomen (zoals ‘Groen’ of Wonen’) bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond te verwachten archeologische waarden. Bij bepaalde ingrepen moet een omgevingsvergunning aangevraagd worden, die alleen verleend wordt als de archeologische waarden niet onevenredig geschaad worden. De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Hoofdstuk 4

19

4.2 Flora en fauna Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Vanaf 1 januari 2017 geldt de nieuwe Wet natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er is een verschuiving opgetreden in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur). Doorwerking plangebied Door middel van een Quickscan flora- en fauna is een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarde. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. In deze paragraaf wordt alleen de conclusie en aanbevelingen vermeld. De complete quickscan is opgenomen als bijlage. Conclusies gebiedsbescherming Natura2000-gebieden liggen op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde.

Uit de stikstofberekening (bijgevoegd als bijlage) blijkt dat vanwege het plan aan de Kerkheiseweg te Liempde, rekening houdend met worst-case aannames, ter plaatse van het nabij gelegen Natura 2000gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ een stikstofdepositiebijdrage berekend wordt van ten hoogste 0,00 mol N/ha/jaar. Er is derhalve geen sprake van een toename van de stikstofdepositie. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied ligt op 570 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNBgebied. Het plan zal niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden, omdat de werkzaamheden niet zullen reiken tot het NNB-gbied. Verder vindt er ook geen externe werking op het NNB-gebied plaats. Negatieve effecten zijn daarom uitgesloten. Conclusies soortbescherming Het plangebied is mogelijk geschikt voor huismus, gierzwaluw, vogels zonder jaarrond beschermd nest, vleermuizen, bunzing en wezel. Er is nader onderzoek uitgevoerd. Tijdens het nader onderzoek is één zomerverblijfplaats en één paar- en mogelijke winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld in de westgevel van de woning. Er zijn geen nestplaatsen van de huismus aangetroffen in het plangebied en ook is de aanwezigheid van bunzing en wezel uitgesloten.

Voor de gewone dwergvleermuis is een activiteitenplan opgesteld en ontheffing aangevraagd. Na het verkrijgen van de ontheffing en na het nemen van de juiste mitigerende en/of compenserende maatregelen (8 vleermuiskasten in de gevels) vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Hoofdstuk 4

20

4.3 Waterparagraaf Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele watertoets noodzakelijk. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. Beleidskaders Waterschap De Dommel Sinds maart 2015 is een gezamenlijke Keur door de Brabantse Waterschappen opgesteld. Op grond van de Keur zijn Algemene regels (Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015) en een aantal Beleidsregels opgesteld. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem.

Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ Naast het beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Voorts zijn er in Nederland diverse waterschappen die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheerplan “Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het Waterschap is verantwoordelijk voor het waterkeringenbeheer, het waterbeheer en het transporteren en zuiveren van afvalwater.

In aansluiting op het landelijke beleid hanteert het Waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht dient te worden hoe omgegaan wordt met het schone hemelwater. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Daarnaast is het streven om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.

Hoofdstuk 4

21

Gemeente Boxtel Het gemeentelijk beleid van Boxtel is overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Het gemeentelijk water en rioleringsbeleid van Boxtel is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 20152019. De belangrijkste aanpassing hierin ten opzichte van voorgaande gemeentelijke rioleringsplannen komt voort uit het in werking treden van de Wet verankering en bekostiging Gemeentelijk Watertaken. Gemeenten hebben daarin de verplichting om naast de zorgplicht voor inzamelen en transporteren van huishoudelijk afvalwater, ook de grondwater- en hemelwaterzorgplicht uit te werken en een plaats te geven. In de gemeente Boxtel wordt afvalwater en hemelwater in de meeste gebieden gemengd via de riolering afgevoerd. In nieuwere gebieden wordt neerslag bij hoge neerslagintensiteiten via een verbeterd gescheiden stelsel afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bij lage intensiteiten wordt het afgevoerd naar de zuivering. In enkele gebieden in Boxtel is (een deel van) het verhard oppervlak afgekoppeld van het rioolstelsel en wordt het opgevangen regenwater geïnfiltreerd in de bodem of gebufferd in oppervlaktewater. Samen met de gemeente Sint-Michielsgestel en Waterschap De Dommel heeft de gemeente Boxtel een Watervisie opgesteld. Het plan biedt een overzicht van de maatregelen die genomen moeten worden voor een goed waterbeheer.

Daarbij gaat het om maatregelen op de korte en de lange termijn. De Watervisie Boxtel is een afgeleide van het Waterplan en vormt als zodanig het kader voor de nadere uitwerking van onderliggende plannen, waaronder het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). De thema’s en streefbeelden uit het Waterplan zijn geëvalueerd en waar nodig in de visie geactualiseerd. Dit betekent onder meer dat er ‘hydrologisch neutraal’ moet worden gebouwd, conform de Hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen. Op planniveau geldt voor de herontwikkeling met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m² een vrijstelling voor de realisatie van de compensatie vanuit het waterschap maar kan door de gemeente een specifieke invulling afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatse geëist worden. De gemeente kiest er bewust voor hemelwater lokaal te verwerken en te kiezen voor verwerking van hemelwater op particulier terrein. Op deze manier wordt goed gebruik gemaakt van de lokale deskundigheid en blijft het systeem in beheer bij de eigenaar. Compensatie geëist door de gemeente dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem. Deze watertoets dient derhalve aangeleverd te worden ter goedkeuring aan het waterschap.

Als een voorziening wordt aangelegd, kan een (indicatief) onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem noodzakelijk zijn. In eerste instantie is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor de verwerking op zijn/haar terrein. Doorwerking plangebied Aeres Milieu heeft voor onderhavige ontwikkeling een waterparagraaf opgesteld. Deze waterparagraaf is opgenomen in de bijlagen behorende bij dit bestemmingsplan. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies vermeld.

Hoofdstuk 4

22

Het westelijk plandeel van inbreidingsgebied ‘Kerkweide’ voorziet in de gewenste bouw van starterswoningen, tweekappers en een dubbellaags appartementsblok. De woning aan de Kerkheiseweg 26 wordt gesloopt. Kerkheiseweg 28 blijft behouden. Centraal is een gemeenschappelijke hemelwatervoorziening gepland. In onderstaande tabel zijn de veranderingen betreffende toe- en/of afname van verharde oppervlakken binnen het plangebied samengevat. Hierbij is rekening gehouden met een terras en toegangspad. Bruto (verharde) oppervlakten

Huidige situatie [m2]

8.500

Totaal oppervlakte, circa Dak oppervlakte, circa

Toekomstige situatie [m2]

Nr. 28 255

Nr. 28 255

Nr. 26 770

Starters 900 Tweekappers 450 Appartement 360

Overig verhard oppervlak (wegen, parke-

Nr. 28 360

Nr. 28 360

ren), circa

Nr. 26 550

Weg en pp 3.200

Onverharde oppervlakte, circa

6.565

2.455

Totaal verhard oppervlak

1.935

6.045

Terras/oprit (12x40) 720

Uit de tabel is af te leiden dat door de (her)ontwikkeling het verhard oppervlak in totaal met ca. 6.045 m2 zal bedragen. Indien bij de Kerkheiseweg nr. 28 geen afkoppeling plaatsvindt, bedraagt het totale te verwerken oppervlak ca. 5.430 m2. Door het toekomstig verhard oppervlak niet aan te koppelen en ter plaatse te verwerken, wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Voor het totaal verhard oppervlak dient ca. (5.430 m2 * 60 mm=) 326 m3 retentie aangelegd te worden. Gezien de herontwikkeling gaat de voorkeur uit naar een IT-riool. Omdat deze een beperkte retentiehoeveelheid heeft, is centraal een overloop naar een wadi gepland. In het IT-riool van ca.150 meter kan ca. 90 m3 water geborgen worden en infiltreren. De overige retentie kan centraal in de geplande groenzone/wadi aangelegd worden. Hiervoor is voldoende ruimte voorzien in het ontwerp. Op de hemelwatervoorziening zal een noodoverlaat aangelegd worden voor extreme hoosbuien. Dit kan bovengronds door een molgoot of middels een ondergrondse leiding naar de A-watergang. In de huidige situatie is onderhoud aan de A-watergang slechts beperkt mogelijk. In het vooroverleg met het Waterschap is afgestemd om de westelijke A-watergang te behouden en om het onderhoud aan de A-watergang zoveel als mogelijk te maken middels een 'vrijwaringszone-watergang'.

Hiertoe is de zone westelijk van de appartementen bereikbaar via het parkeerterrein ten zuiden. Westelijk is een 5 meter brede rijstrook gemaakt. Ter plaatse van het trappenhuis is de breedte 3,5 meter in verband met de inpassing/ontwerp van het pand. Noordwestelijk nabij het parkeerterrein wordt tevens een verlaagd profiel gepland als extra buffer in de watergang. Hierdoor wordt door de ontwikkeling een sterke verbetering (en bereikbaarheid) van de A-watergang t.o.v. de huidige situatie gerealiseerd. Het overig verhard oppervlak kan verminderd worden door bijvoorbeeld het aanleggen van waterpasserende klinkers, een grindoprit of grasdallen in plaats van een dichte verharding. Bij de aanleg van

Hoofdstuk 4

23

het buitenterrein dient rekening gehouden te worden met de afstromingrichtingen van bijvoorbeeld water op straat. Op de hemelwatervoorziening dient een noodoverlaat aangelegd te worden voor extreme hoosbuien. Dit kan bijvoorbeeld bovengronds door een verlaging in de weg of een noodoverstortput naar het westelijk aanwezige oppervlaktewater. Voor de bouw van de woningen zal het terrein opgehoogd dienen te worden. De GHG ter plaatse is ingeschat op ca. 8,2-8,3 m +NAP. Voor woningen is een vloerpeil van 20 cm boven de kruin van de weg geadviseerd (ca. 9,4-9,5 m +NAP). Bij het stedenbouwkundig ontwerp dient rekening gehouden te worden met de afstroming van de huizen weg. Geconcludeerd wordt wanneer voldaan wordt aan de gestelde randvoorwaarden het aspect ‘water’ niet zorgt voor belemmeringen bij uitvoering van onderhavig initiatief.

4.4 Bodem Bij de verkenning van de mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Doorwerking plangebied Door Aeres Milieu is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De complete rapportage is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen, in deze paragraaf volgen enkel de conclusies van het onderzoek. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met Polychloorbifenylen (som PCB). In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met barium en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.

Hoofdstuk 4

24

4.5 Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering van de VNG2. In de tabel behorende bij de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG, zijn functies opgenomen die zijn ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per functie is aangegeven wat de indicatieve afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk, of waar door onderzoek is aangetoond dat geen sprake is van een overbelaste situatie. Omgevingstype In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als gemengd gebied.

De VNG-publicatie verstaat onder gemengd gebied het volgende: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen.” Doorwerking plangebied In opdracht van BRO is door Windmill Milieu en Management een inventarisatie uitgevoerd naar de eventuele milieuhygiënische beperkingen voor het ontwikkelen van een woningbouwplan aan de Kerkheiseweg. Op basis van de beoordeling van de aanwezige bedrijven en de toegestane categorieën bedrijven conform het bestemmingsplan is geconcludeerd dat voor de omliggende bedrijven nabij het plangebied door middel van een akoestisch onderzoek dient te worden aangetoond dat enerzijds bestaande geluidrechten van bedrijven worden gerespecteerd en dat anderzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Hieronder worden de belangrijkste conclusies vermeld. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ten gevolge van de planologische rechten van de bedrijfspercelen bedraagt ter plaatse van de appartementen meer en ter plaatse van de woningen niet meer dan de richtwaarde van 45 dB(A) uit stap 2 van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”.

De hoogste geluidniveaus treden op ter plaatse van de westgevel van de appartementen. Voor wat betreft deze gevels kan worden aangesloten bij de richtwaarde van 50 dB(A) uit stap 3 van de VNGpublicatie: “Bedrijven en milieuzonering”. De geluidniveaus zijn in de concrete situatie acceptabel aangezien:

2

Bedrijven en milieuzonering, editie 2009

Hoofdstuk 4

25

De appartementen beschikken over een geluidluwe (oost)gevel, waar het geluidniveau niet meer bedraagt dan de grenswaarden voor gebiedstype ‘rustige woonwijk’ uit stap 2 van de VNG-publicatie. De (geluidbelaste) gevels dienen conform het Bouwbesluit uitgevoerd te worden met een geluidwering van minimaal 20 dB(A). De geluidniveaus in de woningen voldoen daardoor aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Het maximaal geluidniveau (LAmax) ten gevolge van de planologische rechten van de naastgelegen bedrijf(spercelen) bedraagt ter plaatse van zowel de appartementen als (een deel van) de woningen meer dan de richtwaarde van 65 dB(A) uit stap 2 van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Echter op dit moment worden de bedrijven ook al omringd door geluidgevoelige bestemmingen, waardoor bedrijfsmogelijkheden en dientengevolge optredende maximale geluidniveaus worden begrensd. Ook met inachtneming hiervan bedragen de maximale geluidniveaus ter plaatse van de appartementen nog steeds meer dan genoemde richtwaarde uit stap 2. Bij de woningen wordt wel voldaan aan deze richtwaarde. Deze geluidbelastingen ter plaatse van de appartementen kunnen acceptabel worden geacht. Voor de avond- en nachtperiode bedraagt de piekbelasting ter plaatse van de maatgevende appartementen maximaal 64 dB(A). Dit maximale geluidniveau kan vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening aanvaardbaar worden geacht. Hierbij kan worden gewezen op een advies van de GGD ten aanzien van de omstandigheden waaronder nadelige effecten voor de gezondheid kunnen optreden als gevolg van langsrijdende (vracht)verkeer. Zowel de hierin genoemde hoge stijgsnelheid van het geluid als het veelvuldig optreden van hogere piekbelasting dan 70 dB(A) doen zich in de voorliggende situatie niet voor.

Tevens kan voldaan worden aan de geluidvoorschriften die gelden vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer, zowel ten aanzien van de geluidniveaus op de gevel als in de geluidgevoelige ruimten gelegen aan die gevel. Activiteitenbesluit milieubeheer Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van de milieurechten van de omliggende bedrijven (c.q. op basis dat de geluidimmissie waarmee de vigerende geluidnormen ter plaatse van de bestaande woningen worden gerespecteerd) bedraagt ter plaatse van het plangebied niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde, de standaard grenswaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De bedrijven worden zodoende niet beperkt in de mogelijkheden van bedrijfsvoering. De optredende maximale geluidniveaus, uitgaande van de maximale mogelijkheden door de beperking vanwege bestaande woningen, voldoen ter plaatse van de appartementen binnen het plangebied in de dag- en avondperiode en de woningen in het plangebied in alle beoordelingsperioden aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Hoofdstuk 4

26

Maximale geluidniveaus in de nachtperiode bedragen ter plaatse van de appartementen binnen het plangebied meer dan de standaardnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Er is niet direct sprake van een goede ruimtelijke ordening. Indien bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk dan wel wenselijk zijn, kan het bevoegd gezag hogere geluidniveaus (in casu in de nachtperiode) toestaan. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat de bedrijven worden beperkt in de mogelijkheden van bedrijfsvoering en anderzijds wordt, doordat de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ruimschoots voldoet aan het Bouwbesluit, voldaan aan de ontheffingsmogelijkheid uit de Handreiking (maximale geluidsniveaus (Lmax) binnen relevante geluidgevoelige ruimten van woningen ruim minder dan 45 dB(A) voor de nachtperiode) en daardoor sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het milieuaspect geluid vormt, met inachtneming van de uitgangspunten uit dit onderzoek, geen belemmering voor de planrealisatie. De aspecten ‘bedrijven en milieuzonering’ en ‘geluid’ vormen, met inachtneming van de uitgangspunten uit het onderzoek, geen belemmering voor de planrealisatie. Er zijn vanuit bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

4.6 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen die zorgen voor een belemmering van het initiatief. Er zijn voor zover bekend ook geen kabels en leidingen in het plangebied gelegen die een beschermingszone vereisen en die in dit bestemmingsplan geregeld moet worden. Wanneer graafwerkzaamheden worden uitgevoerd zal een klic-melding worden aangevraagd om ervoor te zorgen dat geen kabels worden beschadigd. Aanvragen hiervoor dienen rechtstreeks ingediend te worden bij de nutsbedrijven.

4.7 Akoestiek wegverkeer Woningen zijn geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In dit bestemmingsplan is sprake van het realiseren van twee woningen. In de zin van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuw geluidgevoelig object. Het plangebied ligt in de geluidzone van de A2, derhalve is door Windmill een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna volgen enkel de conclusies van dit onderzoek. De volledige onderzoeksrapportage is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Doorwerking plangebied De voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van de Rijksweg A2 wordt nergens overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Kerkheiseweg is maximaal 47 dB. Cumulatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (zoneplichtige als de niet-zoneplichtige) inzichtelijk gemaakt. Uit de rekenresultaten blijkt dat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=9da9fb72-5890-4ece-ad38-0ccd3b104181