Bijlage 12 – Ambtelijke reactie advies provincie
Tekst van het document
De Vorst
1
Gronden zienswijze provincie Tender U heeft in 2022 een aanbesteding uitgeschreven voor de grootschalige opwek van duurzame zonne-energie. In dit traject zijn criteria opgesteld waaraan de locaties en plannen van de geïnteresseerde partijen getoetst zijn, te weten: de zonneladder', het provinciale beleid voor zonneparken en de 'Visie zonne- en Windenergie Boxtel'. Door een onafhankelijk team is aan de hand van de beoordeling een voorkeursvolgorde (ranking) vastgesteld. Deze heeft geresulteerd in een gunning van 4 zonnepark ontwikkelingen in uw gemeente. Het provinciale beleid is weliswaar meegenomen als criterium in de tender, maar vervolgens in de waardering van de initiatieven onvoldoende aan bod gekomen. Hierdoor ligt het zonnepark De Vorst op een locatie die, op deze wijze onderbouwd, ruimtelijk niet verenigbaar lijkt vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ET FAL). Er is onvoldoende onderbouwd waarom dit park op deze locatie ligt die in trede 4 van de zonneladder valt en waarom er geen reële alternatieven binnen de gemeente zijn.
Reactie gemeente In de gemeentelijke Visie Zon en Wind heeft de raad vastgelegd onder welke voorwaarden zonneparken in het buitengebied kunnen worden toegestaan en welke gebieden hierbij voorrang krijgen. Op basis van de Visie Zon en Wind zijn ruimtelijk relevante selectiecriteria opgesteld, die vervolgens zijn gehanteerd voor de beoordeling van de initiatieven die deel hebben genomen aan de tenderprocedure. Volgens de indiener is bij de tendercriteria het provinciale beleid onvoldoende gewaardeerd. Dat volgt de gemeente niet. Het provinciale beleid is één van de tendercriteria geweest. De gemeente heeft geen aanleiding gezien om het provinciaal beleid allesbepalend te laten zijn voor de uitkomst van de tenderprocedure. Daarbij is van belang dat de tendercriteria zijn gebaseerd op de gemeentelijke inzichten over de aanvaardbaarheid van zonneparkprojecten in het buitengebied (en niet uitsluitend de provinciale inzichten hierover). De gemeente is van oordeel dat de tendercriteria goed tot uitdrukking brengen onder welke voorwaarden een zonneparkproject in het buitengebied in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente merkt op dat de uitkomst van de tenderprocedure niet betekent dat automatisch een omgevingsvergunning wordt verleend.
Naar aanleiding van de uitkomst van de tenderprocedure – en het gemotiveerde advies van de commissie – is bepaald welke initiatiefnemers zijn uitgenodigd om een aanvraag in te dienen. Bij de beoordeling van een aanvraag moet vervolgens worden gekeken of is voldaan aan de provinciale instructieregels over zonneparkprojecten in het buitengebied (op grond van artikel 8.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 5.54 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant). Ook bij de beoordeling van de aanvraag voor zonnepark De Vorst zijn deze provinciale instructieregels betrokken. De gemeente is tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van een strijd met deze instructieregels. Over de provinciale zonneladder (die is opgenomen in artikel 5.54 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant) merkt de gemeente op dat deze gaat over de behoefte aan zonneparken in het buitengebied. Volgens de gemeente is bij de aanvraag deugdelijk gemotiveerd dat is voldaan aan de provinciale zonneladder (zie hieronder onder 8).
De Vorst 2
Basisprincipes De artikelen 5.7 tot en met 5.10 OV maken onderdeel uit van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Wij merken op dat een beschrijving en onderbouwing aan deze basisprincipes (artikel 5.8 zorgvuldig ruimte gebruik nagelaten) in de motivering ontbreekt en vragen u daarom dit te onderbouwen.
In de Bopa motivering van 19 augustus 2025 is een beschrijving en onderbouwing van die basisprincipes toegevoegd. Het gaat hierbij om zorgvuldig ruimtegebruik (art 5.8), de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (art 5.9) en meerwaardecreatie (art 5.10). Doordat in de Bopa motivering een verantwoording is opgenomen waaruit blijkt dat rekening is gehouden de provinciale basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is voldaan aan de instructieregels uit de artikelen 5.7 tot en met 5.10 van de Omgevingsverordening. Deze instructieregels leiden niet tot verdergaande eisen (ter vergelijking verwijst de gemeente naar echtsoverweging 10.3 van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1563.
3
Kwaliteitsverbetering Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit bii ontwikkelingen heeft de OV de regeling Kwaliteitsverbetering landschap (artikel 5.11) opgenomen. In een motivering behorende een ontwikkeling in Landelijk gebied dient gemotiveerd te worden hoe een goede omgevingskwaliteit toegevoegd wordt. Kwaliteitsverbetering van het landschap kan diverse aspecten betreffen waarbij een landschappelijke inpassing altijd onderdeel is. De door u voorgestelde maatregelen voor de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap zijn akkoord. We zien terug dat deze gebaseerd zijn op een zorgvuldige landschapsanalyse. Wij hechten een groot belang aan faunavriendelijk hekwerk rond zonneparken, zoals u ook toepast. Zou u de toepassing hiervan kunnen borgen in uw besluit?
In de Bopa motivering is toegelicht waarom de aanvraag in overeenstemming is met de instructieregels die zijn opgenomen in artikel 5.11 van de Omgevingsverordening. Daarbij is onder meer gewezen op het volgende:
-
Er is voorzien in aanzienlijke ruimte rondom de velden met panelen voor landschappelijk inpassings- en inrichtingsmaatregelen, die passen bij de kenmerken van het gebied. Het betreft onder meer de aanleg van bloemen- en kruidenrijk grasland, behoud en aanleg van bomen en gebiedseigen struweelbeplanting. Verder wordt een faunavriendelijk netwerk gerealiseerd en in stand gehouden.
-
Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarin deze landschappelijke inpassing (met het faunavriendelijk hekwerk) is beschreven. Het landschappelijk inpassingsplan is bij de aanvraag bijgevoegd. Daarnaast is in samenspraak met de gemeente een kwaliteitsverbetering opgesteld, welke terug te vinden is in bijlage 7.
-
Het zonnepark zal voor maximaal 25 jaar worden vergund. Na het verstrijken van de gestelde termijn zal het zonnepark worden verwijderd en zal het plangebied worden hersteld naar de oude toestand (geschikt voor agrarisch gebruik).
De Vorst De realisering en instandhouding van de landschappelijke inpassing (met faunavriendelijke hekwerk) is geborgd in de anterieure overeenkomst en zal aanvullend worden verbonden in de voorschriften die aan de omgevingsvergunning zijn verboden. Met de vergunningvoorschriften is ook geborgd dat het zonneparkproject na 25 jaar moet worden ontmanteld. 4.
Transparante motivering Mocht u ervoor kiezen de kwaliteitsverbetering van het landschap als tijdelijk te zien of om een besluit hierop vooruit te schuiven, dan stellen wij het op prijs om de motivering rond de tijdelijke kwaliteitsverbetering van het landschap dan ook als zodanig tijdelijk op te stellen. Nu spreekt de motivering enkel over tijdelijkheid van de zonnepark installatie. Echter waar gesproken wordt over kwaliteitsverbetering landschap wordt tijdelijkheid niet consequent genoemd.
Op grond van art 5.54 kunnen wij een zonnepark toestaan voor termijn van 25 jaar. Dit houdt in dat de locatie en dus ook de kwaliteitsverbetering op de locatie ook voor 25 jaar in stand wordt gehouden en daarna de locatie hersteld wordt naar de oorspronkelijke functie. In het besluit of anterieur kunnen wij niet borgen dat wenselijke landschapselementen die toegevoegd worden permanent in stand gehouden worden, maar we kunnen ons er gedurende de looptijd wel hard maken voor het behoud. Een herbestemming kan niet in de omgevingsvergunning zelf geborgd worden, omdat omgevingsvergunning een instandhoudingstermijn kent van 25 jaar. Er kunnen geen voorwaarden aan de omgevingsvergunning worden verbonden die betrekking hebben op de periode na de geldingsduur van de omgevingsvergunning.
5.
Ontwikkelingsrichting meer op detail Bij de afweging over de ontwikkeling van nieuwe activiteiten en functies in het Landelijk gebied, ook tijdelijk van aard, is het belangrijk na te denken of dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het omliggende gebied. Hiertoe is in de OV aandacht gevraagd middels artikel 5.12. In de motivatie lezen wij dat geconcludeerd is dat het zonnepark in de ontwikkelingsrichting van het gebied past. Echter de wijze waarop deze conclusie tot stand gekomen is, de verwijzing naar ander gemeentelijk beleid, is niet de wijze waarop een adequate ontwikkelingsrichting tot stand komt. Tevens wordt een diepgaandere kijk de toekomst in nog gemist voor de periode na afloop van de 25 jaars termijn. Wij vragen u alsnog gedegen in te gaan op de ontwikkelingsrichting van het omliggende gebied van het zonnepark en hoe dit zonnepark hierin tot stand kan komen.
In de Bopa motivering is de ontwikkelingsrichting van het gebied beschreven. De vastgestelde omgevingsvisie richt zich op 2040, terwijl de het einde van de 25 jaarstermijn kan aflopen na 2050. Er is dus nog geen diepgaandere kijk in de toekomst, waarmee rekening gehouden kan worden. De ligging van het zonnepark nabij het Green Tech Park Brabant biedt wel kansen om dit bedrijventerrein van energie te voorzien in combinatie met een waterstof-energiesysteem, maar deze ontwikkeling is op dit moment onvoldoende concreet om daarvoor een ontwikkelingsrichting op te nemen.
De Vorst 6.
7.
Onderbouwing provinciale zonneladder Voor wat betreft de onderbouwing van de zonneladder merken wij op dat deze niet in het kader van ons provinciaal beleid afgepeld is. Het valt ons onder andere op dat in trede 2 er alleen gesproken wordt over zon op parkeerplaatsen in stedelijk gebied. Echter, dit is niet de gehele trede 2. Wat zijn andere grondgebonden opties in stedelijk gebied? Zijn er bijvoorbeeld braakliggende stukken grond die tijdelijk ingezet kunnen worden voor zonne-energie. U dient hier dieper op in te gaan. We lezen hiernaast dat een aantal opties niet meegenomen worden als potentie vanuit het idee dat de exploitatie niet rendabel is. Wij wijzen u er graag op dat u een ruimtelijke afweging moet maken en nu worden opties niet meegewogen vanwege de exploitatie. We beseffen ons zeker dat het zoeken is naar balans tussen exploitatie en ruimtelijke en technische uitvoerbaarheid, maar dat neemt niet weg dat er sommige opties ruimtelijk wel wenselijk zijn en technisch ook haalbaar zijn. Het is een ruimtelijke en energetische exercitie om dit in kaart te brengen.
De onderbouwing van de zonneladder is verder onderbouwd wat betreft de mogelijkheid van zonneparken binnen het stedelijk gebied (‘trede 2’). Andere grondgebonden opties voor meervoudig ruimtegebruik dan parkeerterreinen binnen het stedelijk gebied of landelijk gebied (‘trede 3’) worden ook onderzocht. De benutting van die opties voor de opwekopgave van 2030 worden echter onvoldoende geacht, zodat ook zonneparken op landbouwgronden (‘trede 4’) noodzakelijk zijn om de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor 2030 te kunnen behalen.
Maatschappelijke meerwaarde nog niet op orde Zoals in artikel 5.54 lid 3 onder d. opgenomen dient een zonnepark ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde te geven. Wij lezen in de motivering een aantal voorbeelden wat dit kunnen zijn. Concrete zaken worden niet benoemd, laat staan dat deze geborgd ziin. We gaan er vanuit dat u actief dit onderdeel Uit laat maken van de overeenkomst die u maakt met de initiatiefnemer. Tevens merken wij op dat er geen sprake is van meervoudig ruimtegebruik dat ook maatschappelijke meerwaarde heeft. Wij verzoeken u concreet te worden waarin de maatschappeliike meerwaarde zit in deze ontwikkeling. We geven hierbij graag aan dat een verwijzing naar onderzoeken geen vorm is van maatschappelijke meerwaarde creatie. Zoals ook in de toelichting van de OV genoemd staat de verplichte kwaliteitsverbetering landschap (artikel 5.1 1 OV) als ook de verhoging van de biodiversiteit los van maatschappelijke
In de Bopa motivering wordt toegelicht dat er maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd door middel van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Er wordt een bijdrage geleverd aan de het versterken van de biodiversiteit door het natuurinclusieve zonnepark en in een anterieure overeenkomst wordt mogelijkheden voor financiële participatie geborgd. De participatie kan pas na vergunningverlening vorm krijgen en daarom kan die op dit moment niet concreter gemaakt worden. De ontwikkeling kan wel gezien worden als een voorbereiding op een permanente natuurdoelstelling en biedt hiervoor mogelijkheden.
Tevens is toegelicht dat geen economische belemmeringen zijn meegenomen in de bepaling van de realistische potentie van (grootschalige) zon op dak (‘trede 1’). De volledige ruimte potentie op dakvlakken minus die belemmeringen is dus bepaald. Niet kan worden gevolgd waarom er geen behoefte zou zijn aan de realisering van het zonneparkproject (op een locatie die trede 4 is gelegen). De gemeente merkt op dat de zonneladder niet vereist dat eerst daadwerkelijk alle mogelijkheden op eerdere treden van de zonneladder zijn benut. In verband daarmee verwijst de gemeente naar echtsoverweging 8 van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4219.
De Vorst meerwaarde. Bijdrage aan permanente natuurdoelstellingen zijn echter wel zaken die als maatschappelijke meerwaarde gelden, maar deze zijn in dit plan (nog) niet aan de orde. 8.
Regionale afstemming en met netbeheerder Artikel 5.54 lid f. en g. bepaald aangetoond moet zijn dat de ontwikkeling op redelijke termijn aangesloten kan worden op het energienet en dat de ontwikkeling afgestemd is met de netwerkbeheerder. Onze toelichting gaat hier verder op in. Wij missen in de huidige stukken een concreet uitzicht of minimaal een onderbouwde indicatie op aansluiting op het energienet. Ook ontbreekt het nog aan inzicht in de afstemming met de netwerkbeheerder. Kunt u hiernaast aangeven wat de afstand tot het onderstation wordt en de capaciteit van de EOS?
Volgens vaste rechtspraak geldt voor de aansluiting van een zonnepark op het elektriciteitsnet een ‘uitvoerbaarheidstoets’ (zie bijvoorbeeld rechtsoverwegingen 13.1 en 13.2 van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953). Zolang het niet op voorhand is uitgesloten dat een aansluiting kan worden gerealiseerd, bestaat geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat een zonneparkproject niet uitvoerbaar is en dat om die reden geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er is beoordeeld of de benodigde aansluiting op het elektriciteitsnet een omstandigheid is die aan de uitvoerbaarheid van het zonneparkproject in de weg staat. Dat is niet het geval. De realisering van de benodigde aansluiting is samen met het andere zonnepark De Beerze van deze ontwikkelaar afgestemd met de netbeheerder. Volgens de planning zal het zonnepark De Beerze met de batterijopslag worden aangesloten op de aansluiting die in 2022 is aangevraagd voor dat zonnepark en daarvoor voldoende capaciteit biedt. Als die ontwikkeling niet doorgaat, kan die aansluiting omgezet worden voor dit zonnepark. De capaciteit van de batterijopslag is afgestemd op ongeveer 50% van het piekvermogen van beide parken, namelijk 10 MW.
Uitgaande van het criterium van een minimaal 4 uurs uitgestelde levering van de netbeheerder is daarom uitgegaan van een capaciteit van de batterij van 40 MWh. De afstand tot het onderstation bedraagt minder dan 1.000 meter.
9.
Diverse juridische boringen ontbreken In diverse artikelen uit de OV wordt een juridische en/ of financiële borging verlangt. Het gaat in deze om: Artikel 5.1 1 lid 2 a. (vastlegging kwaliteitsverbetering landschap (aanleg, beheer en instandhouding)); Artikel 5.54 lid 3 b. (vergunde termijn van een zonnepark voor maximaal 25 jaar); Artikel 5.54 lid 3 c. (verwijdering van de zonne-energie opstelling met behorende voorzieningen); Artikel 5.54 lid 3 d. (maatschappelijke meerwaarde);
De kwaliteitsverbetering is behandeld onder 3 en de aanleg, beheer en instandhouding kan worden geborgd in een voorschrift verbonden aan de vergunning. Daarnaast is dit geborgd in de anterieure overeenkomst. De vergunde termijn en de ontmanteling kan ook worden geborgd in een voorschrift en is geborgd in de anterieure overeenkomst en dit geldt ook voor de maatschappelijke meerwaarde.