Bijlage 1 TAM-OP spuitvrije zone Laarzicht - Motivering en regels
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Ruimte voor Ruimte RVR002 4 mei 2026
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Ruimte voor Ruimte RVR002 2026 0504 -TAM-omgevingsplan spuitvrije zone - VA01 Vast te stellen 4 mei 2026
Opsteller: KP
-+C0 KP+ -
Verificatie: HVG
-+R0 HVG + -
Validatie: T 088 - 33 66 333 E info@kragten.nl
© 2025 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
SR
-+V0 SR+ -
4
INHOUDSOPGAVE Ruimtelijke motivering ................................ ................................ 7 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en................................ doel ................................ ................................ ................................9 Ligging plangebied ................................ ................................ ................................ ................................9 Vigerende plannen ................................ ................................ ................................ ................................ 10 Leeswijzer ................................ ................................ ................................ .........................................12
3.1 3.2 3.3
Rijksbeleid en instructieregels ................................ ................................ ................................................ 15 Provinciaal en regionaal ................................ beleid ................................ ............................................... 16 Gemeentelijk ................................ beleid ................................ ................................ ................................ 18
4.1 4.2 4.3
Inleiding ................................ ................................ ................................ ............................................19 Gezondheid ................................ ................................ ................................ .......................................19 Spuitzones gewasbescherming ................................ ................................ ............................................... 20
5.1 5.2 5.3
Algemeen ................................ ................................ ................................ ..........................................21 Verbeelding ................................ ................................ ................................ .......................................21 Planregels ................................ ................................ ................................ .........................................21
6.1 6.2 6.3
Participatie ................................ ................................ ................................ ........................................23 Vooroverleg ................................ ................................ ................................ .......................................23 Procedure wijziging omgevingsplan ................................ ................................ .........................................24
7.1 7.2
Kostenverhaal ................................ ................................ ................................ ....................................25 Nadeelcompensatie ................................ ................................ ................................ ................................ 25
Regels
27
Artikel 1 Toepassingsbereik ................................ ................................ ................................ ............................................... 29 Artikel 2 Begripsbepalingen ................................ ................................ ................................ ............................................... 29 Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen ................................ ................................ ................................ ................................30 Artikel 4 Aanvulling algemene aanduidingsregels ................................ ................................ ................................................... 31 Artikel 5 Overgangsrecht ................................ ................................ ................................ ................................................... 33
Bijlagen toelichting Bijalge 1 Nota van Zienswijzen en Nota van wijzigingen
5
6
RUIMTELIJKE MOTIVERING
7
8
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel Dit TAM-omgevingsplan voorziet in een planologische basis voor het opnemen van een spuitvrije zone van 50 meter vanaf de grens van de bestemmingen ‘Wonen’ , ‘Tuin’ en ‘W oongebied ’ op de aangrenzende percelen rondom de nog te realiseren woonlocatie Laarzicht in Middelrode. Het opnemen van de spuitvrije zone heeft als doel het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (chemisch en biologisch) in deze zone uit te sluiten, ter bescherming van de nieuw te bouwen woningen in de aangrenzende bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Woongebied’ . Deze nieuwe woningen zijn middels het bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ (vastgesteld op 06 -02 -2025 ) mogelijk gemaakt. In het 'Omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel’ (met van rechtswege vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’, ‘Actualisatieplan Buitengebied’, ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie’ en het vastgestelde bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’) wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet uitgesloten. Om te voorzien in een actueel juridisch -planologisch kader, waarmee middels een spuitvrije zone van 50 meter het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (chemisch en biologisch) op de omliggende percelen wordt uitgesloten, is de voorliggende wijziging van het omgevingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de kern Middelrode, op een deel van de percelen grenzend aan de nog te realiseren ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ . Op de navolgende luchtfoto is het plangebied weergegeven.
Luchtfotoen kadastrale grenzen met daarbij de globale ligging van het plangebied blauw omlijnd.
9
1.3
Vigerende plannen Na inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is voor het grondgebied van de gemeente SintMichielsgestel een omgevingsplan van rechtswege ontstaan, zijnde het 'Omgevingsplan gemeente SintMichielsgestel', waarbinnen onder andere het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3 e actualisatie’ van rechtswege van toepassing is. Ter plekke van de beoogde spuitvrije zone geld en de van rechtswege geldende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel' onherroepelijk door de uitspraak van de Raad van State d.d. 25 januari 201 3 , ‘Actualisatieplan Buitengebied’, ‘Buitengebied Sint Michielsgestel, 3 e actualisatie’ en het vastgestelde bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode ’. De navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeeldingen weer. De globale ligging van het plangebied is blauw omlijnd.
Uitsnede vigerende verbeelding ‘Omgevingsplan Sint -Michielsgestel’ met ligging van het plangebied blauw omlijnd. Op basis van het van rechtswege vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint -Michielsgestel' zijn de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden op deze locatie bestemd voor: een agrarische bedrijfsuitoefening; agrarisch gebruik; een grondgebonden bedrijf; wonen in een bedrijfswoning; de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in de bedrijfswoning, met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m 2 van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner; een bed & breakfast accommodatie in een bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen; ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied', een verwevingsgebied;
10
-
het bewerken van ter plaatse geproduceerde producten; verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen producten als ondergeschikte nevenactiviteit tot maximaal 100 m 2 ; de instandhouding van de in bijlage 1 van de planregels beschreven cultuurhistorische en architectonische waarden van de als 'cultuurhistorisch waardevol object' aangeduide bouwwerken; agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer; extensief dagrecreatief medegebruik; paden, wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn op basis van het van rechtswege vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel' ter plaats van deze locatie bestemd voor: een agrarische bedrijfsuitoefening; agrarisch gebruik; een grondgebonden bedrijf; de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in de bedrijfswoning met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m 2 van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner; wonen in een bedrijfswoning; een bed&breakfast accommodatie in een bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen; ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied', een verwevingsgebied; ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 1', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; het bewerken van ter plaatse geproduceerde producten; verkoop van zelfvoortgebrachte of streekeigen producten als ondergeschikte nevenactiviteit tot maximaal 100 m 2 ; de instandhouding van de in bijlage 1 van de planregels beschreven cultuurhistorische en architectonische waarden als 'cultuurhistorisch waardevol object' aangeduide bouwwerken; agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer; extensief dagrecreatief
medegebruik; paden en wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De voor Natuur aangewezen gronden zijn op basis van het vastgestelde bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ op deze locatie bestemd voor : De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarde en/of ecologische waarde; ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', een waterberging; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - compensatie ecologie', ontwikkeling ecologische zone; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – landschappelijke inpassing 1', landschappelijke inpassing; paden en wegen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De voor Wonen aangewezen gronden zijn op basis van het van rechtswege vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel', ‘Actualisatieplan Buitengebied’, ‘Buitengebied Sint Michielsgestel, 3 e actualisatie’ en het vastgestelde bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ onder meer bestemd voor: wonen in een woning; tuinen, erven en terreinen;
11
-
parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen.
Toetsing In het 'Omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel’ wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de aangegeven percelen niet uitgesloten.Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in een planologische basis voor het opnemen van een spuitvrije zone van 50 meter vanaf de grens van de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Woongebied’ op de aangrenzende percelen rondom de nog te realiseren ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ , waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt uitgesloten.
1.4
Leeswijzer Het TAM -omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een motivering. Deze motivering dient als motivering bij de te volgen procedure. De motivering bij dit TAM-omgevingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de toekomstige situatie voor het plangebied en wordt het vigerend beleid op zowel rijks-, provinciaal -, regionaal - als gemeentelijk niveau behandeld in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de wijze waarop bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De juridische pl anbeschrijving van de voorliggende wijziging van het omgevingsplan is opgenomen in hoofdstuk 5. De maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt toegelicht in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt tot slot ingegaan op de economische uitvoerbaarheid.
12
2
PLANVOORNEMEN In het voorliggende TAM -omgevingsplan wordt een spuitvrije zone van 50 meter vanaf de grens van de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Woongebied’ op de aangrenzende percelen rondom de nog te realiseren ‘W oonlocatie Laarzicht, Middelrode’ opgenomen, zoals weergeven op onderstaande afbeelding. Op de gronden met de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is het rechtstreeksgebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitgesloten.
Verbeelding met begrenzing plangebied Met het toevoegen van de spuitvrije zone worden schadelijke effecten als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van hiervoor gevoelige functies binnen het woongebied Laarzicht uitgesloten.
13
14
3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid en instructieregels
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie In het kader van de Omgevingswet heeft de rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. In de NOVI wordt een toekomstbeeld geschetst van een Nederland: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving.
Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen' . In totaal zijn er 21 nationale belangen geformuleerd. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeemverantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen z ijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voorbeelden hiervan zijn het: • bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; • zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte; • waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; • zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; • waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); • waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoet water; • verbeteren en beschermen van biodiversiteit; • behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Toetsing Met het opnemen van de beoogde spuitzone van 50 meter zijn met name de algemene belangen , zoals het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving , van belang. Verder geldt dat sprake is van een lokale aangelegenheid , waarbij geen specifieke nationale belangen , zoals genoemd in de NOVI , in het geding zijn.
15
Conclusie Het opnemen van de beoogde spuitzone is in lijn met de algemene beleidskaders zoals opgenomen in de NOVI.
3.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur-en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzin g van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Toetsing Ten aanzien van het opnemen van de beoogde spuitzone van 50 meter wordt in deze motivering slechts getoetst aan de volgende instructieregel uit het Bkl: Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in hoofdstuk 4. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. Conclusie Het plan geeft invulling aan de instructieregels zoals opgenomen in het Bkl.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord -Brabant Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord -Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet- ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan een slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie.
16
Voor ieder van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Toetsing In het voorliggend plan wordt enkel een spuitvrije zone van 50 meter opgenomen. Het toevoegen van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat van het omliggende gebied en draagt bij aan de 'grote' provinciale hoofdopgaven om een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te creëren. Conclusie Het opnemen van de beoogde spuitzone is in lijn met de algemene beleidskaders zoals opgenomen in Omgevingsvisie Noord -Brabant.
3.2.2
de
Omgevingsverordening Noord -Brabant Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels in een omgevingsverordening nodig om deze ambities te realiseren. Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening van de provincie Noord in werking getreden.
-Brabant tegelijk met de Omgevingswet
In de Omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven en andere initiatiefnemers: dit zijn de zogenaamde algemene (rechtstreeks werkende) regels die betrekking hebben op activiteiten. Deze regels (hoofdstuk 3) bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten, of hiervoor een meldingof vergunning nodig is en bevatten mogelijkheden voor maatwerk. Bestuursorganen van de overheid (zoals gemeenten en waterschappen): dit zijn de zogenaamde instructieregels (hoofdstuk 4 en 5). Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die in het omgevingsplan (of BOPA) moeten wor den opgenomen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun bevoegdheden en taken uitvoeren. Toetsing In het voorliggend plan wordt een spuitvrije zone van 50 meter opgenomen. Het toevoegen van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is niet relevant voor de geldende instructieregels ter plaatse van het plangebied. Conclusie Het opnemen van de beoogde spuitzone is in lijn met de algemene beleidskaders zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening van provincie Noord -Brabant.
17
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel Op 3 oktober 2024 is de Omgevingsvisie Sint -Michielsgestel vastgesteld. In de nieuwe Omgevingsvisie Sint Michielsgestel staat de vraag centraal hoe de gemeente er in 2040 uitziet. De omgevingsvisie is opgebouwd aan de hand van vier hoofdthema’s. De hoofdthema’s zijn onderverdeeld in verschillende subthema’s. De thema’s bieden structuur en steun bij de invulling van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie behandelt de thema’s in samenhang met elkaar. De thema’s zijn bewust zo gekozen dat alle aspecten van de leefomgeving hierin terug kunnen komen. Zowel de sociale, ruimtelijke, economische als ecologische aspecten komen erin terug. Hiermee bieden de thema’s een goede basis om op zoek te gaan naar de juiste balans tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving.
Toetsing In het voorliggend plan wordt een spuitvrije zone van 50 meter opgenomen. Met het toevoegen van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' wordt invulling gegeven aan het thema ‘Aangenaam leven’ (zoals weergeven in het de oranje deel van de cirkel) . Dit hoofdthema heeft betrekking op wonen en alles wat samenhangt met een aangename woonomgeving. Hieronder vallen onderwerpen, zoals het landschap, natuur, voorzieningen, gezondheid en veiligheid. Het opnemen van een spuitvrije zone draagt bij aan de ge zondheid van de inwoners en aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat in de omgeving . Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de beleidskaders zoals opgenomen in de Michielsgestel.
‘Omgevingsvisie Sint-
18
4
FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU
4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zi jn op het onderzochte omgevingsaspect. Bij een plan moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. De beoogde planontwikk eling heeft echter enkel betrekking op het planologisch – juridisch vastleggen van een spuitvrije zone. Bij deze planologische procedure spelen de gebruikelijke milieuaspecten bodem, geluid, geur, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid geen rol. Vandaar dat enkel wordt ingegaan op de aspecten gezondheid en spuitzones.
4.2
Gezondheid Algemeen Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefom geving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet, bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Daarnaast zijn aspecten als de nabijheid van hoogspanningsverbindingen (i.v.m. straling), geitenhouderijen (i.v.m. endotoxinen) en percelen waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan van belang. Toetsing Met het toevoegen van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' worden mogelijk nadelige gevolgen voor de gezondheid als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beperkt. Het opnemen van een spuitvrije zone draagt bij aan de gezondheid van de omwonenden en aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
Conclusie Er is vanuit het oogpunt van gezondheid sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
19
4.3
Spuitzones gewasbescherming Algemeen Op agrarische percelen worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt, op basis van vaste jurisprudentie, een afstandseis van 50 meter tussen nieuwe gevoelige functies (alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen verblijven, zoa ls wonen, tuin, sport- en speelveldjes, picknickplekken, ligweides) en de gronden waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt, gehanteerd. Uit jurisprudentie blijkt dat bij de bepaling van de gronden waarmee rekening gehouden dient te worden voor gezondheidsrisico's door gewasbeschermingsmiddelen uitgegaan dient te worden van de planologische mogelijkheden van de gronden. In basis kunnen daar mee op alle agrarische gronden (zonder juridische beperkingen) gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Toetsing Rondom de nieuwe ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ zijn meerdere percelen met een agrarische bestemming gelegen. Omdat er geen planologische beperkingen zijn opgenomen in de regels van deze bestemmingen dient uitgegaan te worden van mogelijke gezondheids risico’s door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Op grond van jurisprudentie is er sprake van een goed woon - en leefklimaat wanneer een zogenoemde 'milieuzone - spuitvrije zone' van 50 meter, gerekend vanaf de grens van de meest nabijgelegen gevoelige functies binnen de bestemmingen ‘Wonen’ , ‘Tuin’ en ‘Woongebied’ in acht genomen wordt. Op de gronden met de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zonder omgevingsvergunning niet toegestaan. Conclusie Met de uitsluiting van gewasbeschermingsmiddelen binnen de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' in dit plan is ter plaatse van ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’ sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
20
5
JURIDISCHE PLANVORM
5.1
Algemeen Het voorliggende TAM -omgevingsplan bestaat uit de regels, verbeelding en deze motivering. De verbeelding en regels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
5.2
Verbeelding Op de verbeelding hebben de gronden vanuit het van rechtswege geldende bestemmingsplan binnen het plangebied een functie gekregen. Binnen een functie kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. De juridische betekenis hiervan is beschreven in de regels. Bepaalde gegevens hebben geen juridische betekenis. Deze zijn uitsluitend op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.
5.3
Planregels
5.3.1
Functieregels Hoofdstuk 1 bevat onder meer de begripsbepalingen, het toepassingsbereik, de meet - en rekenbepalingen, de aanvraagvereisten en een algemeen gebruiksverbod. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de functies en activiteiten die op de verbeelding aan de gronden zijn toegekend. In hoofdstuk 3 zijn de overgangsbepalingen opgenomen.
21
22
6
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen/afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Voorliggend TAM -omgevingsplan voorziet in een planologische basis voor het opnemen van een spuitvrije zone van 50 meter vanaf de grens van de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Woongebied’ op de aangrenzende percelen rondom de nog te realiseren ‘Woonlocatie Laarzicht, Middelrode’. Ten behoeve van het realiseren van deze woonlocatie is een uitgebreide omgevingsdialoog doorlopen waarbij met alle direct omwonenden van het plangebied is gesproken. Gedurende de ontwikkeling van woningbouwlocatie Laarzicht is het naastgelegen agrarische perceel M1252 van eigenaar gewisseld. Met deze nieuwe eigenaar is intensief contact geweest over de planontwikkeling. Na vaststelling is door de grondeigenaar van perc eel M1252 beroep aangetekend tegen het plan. Dit beroep richt zich op het ontbreken van een planologische regeling om eventueel nadelige effecten van het gebruik van voor de gezondheid schadelijke chemische gewasbeschermingsmiddelen op de naastgelegen woon wijk te voorkomen. In diverse overleggen is met betreffende eigenaar gesproken om te komen tot een, door beide partijen gedragen, oplossing.
Op basis van de uitkomst van deze gesprekken heeft gemeente Sint -Michielsgestel besloten om, gezien het zwaarwegende belang van de won ingbouwontwikkeling, het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op dit perceel planologisch te regelen middels het opnemen van een spuitvrije zone. Gezien de bredere maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van het gebruik van gewasbesche rmingsmiddelen op agrarische percelen die grenzen aan woonbestemmingen, is ervoor gekozen om dit verbod ook op te nemen op de overige (agrarische percelen) die gelegen zijn rondom het woningbouwplan. Deze wijziging heeft verder geen ruimtelijke of functionele gevolgen voor de directe omgeving. Omwonenden worden, voorafgaand aan ter inzagelegging van dit TAM -omgevingsplan, nader geïnformeerd door initiatiefnemer. Een bredere omgevingsdialoog is derhalve niet aan de orde.
6.2
Vooroverleg In art. 2.2 van de Omgevingswet is een algemene verplichting opgenomen dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet rekening houdt met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en deze zo nodig af stemt met deze andere bestuursorganen. In het kader van de beoogde wijziging van het omgevingsplan, wordt het concept ontwerp TAM -omgevingsplan voorgelegd aan de hiertoe bevoegde instanties. Het TAM -omgevingsplan is op 11 november 2025 tijdens het maandelijkse casuïstiek overleg besproken met Waterschap Aa en Maas en Provincie Noord -Brabant. Uit dit overleg zijn geen opmerkingen voortgekomen die tot aanpassingen in de ontwerpversie van het TAM -omgevingsplan hebben geleid. Tijdens de ter inzagelegging van het plan zijn geen andere formele reacties ontvangen van het Waterschap en de Provincie.
23
6.3
Procedure wijziging omgevingsplan Het ontwerp TAM-omgevingsplan en de daarbij behorende stukken worden gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd (artikel 3:11, Awb). Binnen deze termijn heeft eenieder de mogelijkheid gehad een zienswijze in te brengen. Dit kon zowel schriftelijk als mondeling. De zienswijzen zijn beantwoord in een separate notitie, die als bijlage 1 bij het TAM-omgevingsplan en de motivering is opgenomen. Eén zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het TAM -omgevingsplan. De regeling is naar aanleiding van de zienwijze en jurisprudentie gewijzigd . Het vergunningvoorschrift voor het overleggen van een locatiespecifiek onderzoek is geschrapt. Ook hebben er enkele ambtshalve wijzigingen plaatsgevonden. Deze staan ook vermeld i n bijlage 1 . Deze ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van recente uitspraken van de Raad van State waarin expliciet is aangegeven dat er momenteel alleen nog onder heel specifieke omstandigheden aanleiding is om middels locatiespecifiek onderzoek de spuitvrije zone van de 50 meter rondom gevoelige functies te verkleinen of voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen uitzonderingen te maken. De regeling is daarom zo aangepast dat in eerste instantie het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verboden is. Middels een vergunning kan hiervan echter worden afgeweken.
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning dient een motivering te worden verstrekt op basis waarvan objectief kan worden bepaald dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet leidt tot een onaanvaardbaar woon - en leefklimaat in de omgeving.
24
7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
7.1
Kostenverhaal Algemeen Voor voorliggende wijziging van het omgevingsplan maakt de gemeente kosten, zoals voor het wijzigen van dit omgevingsplan en mogelijk voor nadeelcompensatie. De gemeente is verplicht de gemaakte kosten te verhalen op een initiatiefnemer. Dit kostenverhaal kan privaatrechtelijk of publiekrechtelijk worden geregeld. Het privaatrechtelijk kostenverhaal heeft de voorkeur boven het publiekrechtelijk kostenverhaal. Bij privaatrechtelijk kostenverhaal sluiten de gemeente en de initiatiefnemer van de bouwactiviteit een overeenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten vóór dat de gemeente besluit tot wijziging van de functie van de grond. Is het niet mogelijk om een overeenkomst te sluiten, dan past de gemeente de regeling van het publiekrechtelijk kostenverhaal toe. Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt plaats bij: 1. Het publiekrechtelijk toelaten van kostenverhaalplichtige activiteiten en 2. Er geen overeenkomst met de initiatiefnemer is gesloten. Bij publiekrechtelijk kostenverhaal wordt het kostenverhaal geregeld in het omgevingsplan. De gemeente mag de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan drie criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Ook moet de locatie het kostenverhaal kunnen dragen. Dat houdt in dat er niet meer kosten worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn.
De gemeente verhaalt de kosten op basis van de kostenverhaalregels in het plan. Zolang de kostenverhaals bijdrage door initiatiefnemer niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. Er vindt geen kostenverhaal plaats bij bouw op gronden die door gemeente zijn verkocht of in erfpacht zijn uitgegeven. De kosten worden dan verrekend in de verkoopprijs van de grond of in de erfpachtcanon. In de volgende 3 gevallen kan het bevoegd gezag afzien van kostenverhaal (artikel 8.14 Omgevingsbesluit): • Als er minder dan 10.000 euro aan verhaalbare kosten zijn. • Als er geen verhaalbare kosten zijn voor openbare werken (als bedoeld in A3 tot en met A9 van bijlage IV van het Omgevingsbesluit). • Als er alleen kosten zijn voor de aansluiting op de openbare ruimte of nutsvoorzieningen. Kostenverhaal beoogde ontwikkeling Tussen de gemeente en de initiatiefnemervan de ontwikkeling ’W oonlocatie Laarzicht, Middelrode ’ is een anterieure overeenkomst gesloten waarin de benodigde afspraken over het kostenverhaal zijn vastgelegd.
7.2
Nadeelcompensatie Algemeen Nadeelcompensatie gaat over de schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt bij bijvoorbeeld vergunningverlening of uitvoering. De basisregeling voor nadeelcompensatie staat in titel 4.5 van de Awb. In deze titel staan grondslagen, inhoudelijke eisen en p rocedurele bepalingen over de toekenning van nadeelcompensatie. Omdat deze regeling niet zonder meer kan worden toegepast op besluiten uit de Omgevingswet voorziet de Omgevingswet in een regeling voor nadeelcompensatie in de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk15.
25
Afdeling 1 van hoofdstuk 15 wijst een aantal besluiten of maatregelen aan, die als oorzaak van de schade kunnen optreden. Alleen schade veroorzaakt door die besluiten of maatregelen komt voor vergoeding in aanmerking. De belangrijkste zijn: 1. het (gemeentelijk) omgevingsplan; 2. een omgevingsvergunning; 3. een projectbesluit voor realisatie van een project van het Rijk, provincie of waterschap, en; 4. rechtstreeks werkende regels in een verordening van provincie of waterschap. In projecten van derden bedingt de gemeente via een anterieure overeenkomst of schadevergoedingsovereenkomst, dat de initiatiefnemer van het plan uiteindelijk verantwoordelijk is voor de kosten met betrekking tot de schade/nadeelcompensatie. Op grond van d e Omgevingswet zal de gemeente, naast de netto uit te keren schadevergoeding, ook de met de schadevergoeding samenhangende kosten verhalen op de initiatiefnemer. Hierbij kan gedacht worden aan de wettelijke rente, de deskundigenkosten van de aanvrager en d e kosten van het bestuursorgaan bestaande uit bijvoorbeeld de ambtelijke kosten, eventuele onderzoekskosten en kosten voor de schadecommissie.
Nadeelcompensatie beoogde ontwikkeling Tussen de gemeente en de initiatiefnemer van de ontwikkeling ‘W oonlocatie Laarzicht, Middelrode ’ is een anterieure en nadeelcompensatie overeenkomst gesloten waarin de benodigde afspraken over nadeelcompensatie zijn vastgelegd.
26
REGELS Pre-ambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de gronden aansluitend aan ‘W oonlocatie Laarzicht , Middelrode’ en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Sint -Michielsgestel. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Sint -Michielsgestel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22h gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22h gelezen worden.
27
28
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1 Toepassingsbereik 1.1
Omgevingsplan-Michielsgestel Sint
Het omgevingsplan van de gemeente Sint -Michielsgestel.
1.2
TAM -omgevingsplan
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Sint -Michielsgestel in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22h TAM -omgevingsplan Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone Laarzicht, Middelrode wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
1.3
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevings wet op de locatie, bedoeld in 1.5.
1.4
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van de regels van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
1.5
Verwijzing naar verbeelding
De regels van dit TAM -omgevingsplan Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone Laarzicht, Middelrode zijn van toepassing voor de gronden aansluitend aan ‘W oonlocatie Laarzicht, Middelrode’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML -bestand met identificatienummer NL.IMRO.0845.TAM2025Laarzicht -VA 01.
Artikel 2 Begripsbepalingen 2.1
Van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevin gsregeling, zijn van toepassing op dit plan.
29
Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen In aanvulling op het bepaalde in artikel 2 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen gehanteerd: 3.1
plan:
het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Spuitvrije zone Laarzicht, Middelrode' met identificatienummer NL.IMRO.0845.TAM2025Laarzicht -ON01 van de gemeente Sint -Michielsgestel; 3.2
gewasbeschermingsmiddelen
Middelen (chemisch en biologisch) , in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd, die geheel of gedeeltelijk bestaan uit werkzame stoffen, beschermstoffen of synergisten, en die bestemd zijn voor een van de volgende toepassingen: a. de bescherming van planten of plantaardige producten tegen alle schadelijke organismen of het verhinderen van de werking van dergelijke organismen, tenzij deze middelen worden beschouwd als middelen die vooral om hygiënische redenen worden gebruikt veeleer dan ter bescherming van planten of plantaardige producten; b. het beïnvloeden van de levensprocessen van planten, zoals het beïnvloeden van hun groei, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen; c. de bewaring van plantaardige producten, voor zover die stoffen of middelen niet onder bijzondere communautaire bepalingen inzake bewaarmiddelen vallen; d. de vernietiging van ongewenste planten of delen van planten, met uitzondering van algen tenzij de producten op de bodem of in water worden gebruikt ter bescherming van planten; e. de beperking of voorkoming van de ongewenste groei van planten, met uitzondering van algen tenzij de producten op de bodem of in water worden gebruikt ter bescherming van planten. 3.3
gevoelige functies
alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen verblijven, zoals wonen, tuin, sport- en speelveldjes, picknickplekken, ligweides. Parkeervoorzieningen, verbindingswegen en paden worden niet als driftgevoelige functie aangemerkt.
30
HOOFDSTUK 2 ALGEMENE REGELS Artikel 4 Aanvulling algemene aanduidingsregels 4.1
Spuitvrije zone
4.1.1 Vergunningsplicht Het is ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' verboden om zonder een omgevingsvergunning gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
4.1.2 Beoordelingsregel Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien kan worden aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermings - en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen niet leidt tot een onaanvaardbaar woon - en leefklimaat in de omgeving.
4.1.3 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt een motivering verstrekt op basis waarvan objectief kan worden bepaald dat aan de beoordelingsregel uit artikel 4.1.2 wordt voldaan.
4.1.4 Vergunningvoorschriften a.
b.
Indien uit de motivering blijkt dat het treffen van maatregelen noodzakelijk is om te kunnen voorzien in een aanvaardbaar woon - en leefklimaat als bedoeld in 4.1.2, dan wordt aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in 4.1.1 het voorschrift verbonden om di e noodzakelijke maatregelen te treffen. De initiatiefnemer houdt een spuitregistratie bij met datum, tijd, middel, hoeveelheid en weersomstandigheden en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het bevoegd gezag.
4.1.5 Van toepassingverklaring De regels zoals opgenomen in sublid 4.1.1 en 4.1.2 gelden in aanvulling op de regels zoals opgenomen in de van rechtswege geldende bestemmingsplannen: • 'Buitengebied Sint-Michielsgestel' met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2010BGSMG00M100 -OH01 • 'Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie' met identificatienummer 'NL.IMRO.0845.BP2023BGSMGACTDRIE -VA01' • Actualisatieplan Buitengebied met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2014BGSMG00M100 VA02 • 'Woonlocatie Laarzicht, Middelrode' met identificatienummer 'NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarzicht -VA02'
-
en laat de overige regels in de betreffende bestemmingsplannen ongewijzigd.
31
32
HOOFDSTUK 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 5 Overgangsrecht 5.1
Overgangsrecht gebruik
In afwijking van het overgangsrecht in de van rechtswege geldende bestemmingsplannen: • 'Buitengebied Sint-Michielsgestel' met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2010BGSMG00M100 -OH01 • 'Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie' met identificatienummer 'NL.IMRO.0845.BP2023BGSMGACTDRIE -VA01' • Actualisatieplan Buitengebied met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2014BGSMG00M100 -VA02 • 'Woonlocatie Laarzicht, Middelrode' met identificatienummer 'NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarzicht -VA02' mag ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' bestaand gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet worden voortgezet.
33
34