CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Strategie Klimaatadaptatie Sint-Michielsgestel 2023-2030

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 21 september 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 12 Raadsvoorstel Strategie Klimaatadaptatie 2023-20307.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave

Aanleiding

p.3

Wat willen we bereiken?

Wat verandert er?

p.8

Hoe gaan we dit bereiken? p.23 Bronnenlijst Bijlage

p.13

p.25 p.27

3

Aanleiding Het klimaat verandert, maar wij veranderen mee Door de toename van broeikasgassen neemt de temperatuur toe en stijgt het risico op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Hierdoor staat de leefbaarheid in ons stedelijk gebied onder druk, met gevolgen voor onze veiligheid, gezondheid en economie. Ook in het buitengebied zorgt de toename van extreme weersomstandigheden voor schade aan landbouwgewassen en een afname van biodiversiteit en recreatiemogelijkheden. Om deze risico’s te beperken neemt de gemeente maatregelen om verdere opwarming tegen te gaan: klimaatmitigatie én past de gemeente zich aan het veranderende klimaat aan: klimaatadaptatie.

Wat is klimaatmitigatie? Het verminderen van de oorzaken van klimaatverandering, zoals de uitstoot van broeikasgassen. Het doel is om de snelheid en de omvang van klimaatverandering te verminderen en daarmee de negatieve gevolgen ervan te beperken. Middels de Regionale Energie Strategie (RES) en de Transitievisie Warmte neemt de gemeente Sint-Michielsgestel hiervoor maatregelen.

Ambities voor 2030 Dit beleidsdocument beschrijft de lokale klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Sint-Michielsgestel en presenteert de ambitie om de gemeente de komende zeven jaar klimaatbestendiger te maken. Om deze ambitie te realiseren, worden in de komende jaren verschillende maatregelen genomen. De uitwerking van deze maatregelen wordt beschreven in de uitvoeringsagenda. Alleen samen (klimaat)bestendig Aangezien de gemeente maar een klein gedeelte van de grond bezit, zullen de maatregelen grotendeels op particuliere gronden terechtkomen. Door met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties gezamenlijk in te zetten op klimaatadaptatie, kunnen we niet alleen schade en overlast voorkomen, maar ook bijdragen aan het prettig leefbaar houden van de gemeente. Klimaatadaptatie biedt namelijk ook de mogelijkheid om de omgeving groener en gezonder te maken.

Wat is klimaatadaptatie? Het aanpassen van de leefomgeving aan een veranderend klimaat door middel van klimaatadaptieve maatregelen. Het doel hiervan is om de adaptatiecapaciteit te vergroten en de omgeving beter bestand te maken tegen wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen.

.

Kader 1: Context beleid De Strategie Klimaatadaptatie Sint-Michielsgestel is gebaseerd op (inter)nationale afspraken die gericht zijn op het versnellen van ruimtelijke adaptatie op lokaal en regionaal niveau, gezien de toenemende urgentie als gevolg van klimaatverandering. Momenteel is de landelijke aanpak van klimaatadaptatie verankerd in twee programma’s: 1.

Het Nationaal Deltaprogramma Verschillende overheden en organisaties werken samen aan drie thema’s onder leiding van de deltacommissaris. Het thema ‘werken aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting’ is vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie 2015 en de uitvoering staat beschreven in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (DPRA).

2.

De Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) Deze strategie uit 2016 is het Nederlandse antwoord op de oproep van de Europese Commissie om uiterlijk in 2017 een klimaatadaptatiestrategie vast te stellen. De NAS beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de lijnen uit om deze risico’s aan te pakken.

Belangrijk hierbij is dat er geen landelijke norm of ambitie voor klimaatadaptatie wordt vastgesteld en dat gemeenten en hun maatschappelijke partners zelf beslissen over hun ambitie en de maatregelen die zij nemen. Omgevingsvisie Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking, waarbij Rijk, provincies en gemeenten ieder een omgevingsvisie opstellen voor de gehele fysieke leefomgeving op de lange termijn. De omgevingsvisie-ambities voor Sint-Michielsgestel voor 2040 zijn vastgesteld aan de hand van vier thema’s waarbij de Strategie Klimaatadaptatie een nadere uitwerking is van de ambitie ‘Inclusieve Duurzaamheid: Wateroverlast, hittestress en verdroging gaan we zoveel mogelijk tegen met maatregelen’.

4

5

Waar komt deze strategie vandaan? Op Prinsjesdag 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) gepresenteerd. Dit nationale plan is een afspraak tussen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten om ervoor te zorgen dat heel Nederland vanaf 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht (zie context beleid in Kader 1). Om dit te bereiken, werken de verschillende overheden samen in werkregio's. Voor de gemeente Sint-Michielsgestel is dit werkregio: De Meierij. Deze klimaatadaptatiestrategie volgt de stapsgewijze aanpak uit het DPRA die is opgedeeld in de drie thema’s: Weten, Willen en Werken. Weten: in beeld brengen van de kwetsbaarheden en kansen van de omgeving als gevolg van klimaatverandering Willen: in gesprek gaan met het dorp om de gezamenlijke ambitie te bepalen en het borgen van klimaatadaptatie in beleid Werken: opstellen van een agenda met concrete acties die aansluit bij andere opgaven en inwoners/bedrijven stimuleert om zelf actie te ondernemen

Weten

Willen

In 2019 heeft de gemeente klimaatstresstesten laten uitvoeren op de vier thema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Hiermee is inzicht verkregen in de huidige situatie én de verwachte kwetsbaarheid van de gemeente in de komende decennia. De stresstest beschrijft welke effecten klimaatverandering in de toekomst kan hebben en de gevoeligheid van onze leefomgeving voor deze effecten. Iedere zes jaar worden deze stresstesten herhaald om het beeld van de kwetsbaarheid te actualiseren.

In een volgende stap voerde de gemeente in 2021 klimaatrisicodialogen met interne en externe deskundigen, Waterschap de Dommel en Waterschap Aa en Maas, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners. Het doel van deze dialogen was om gezamenlijk de belangrijkste speerpunten uit te werken en oplossingen en kansen te identificeren. De verkregen inzichten vormen de bouwstenen voor de klimaatadaptatiestrategie en de uitvoeringsagenda.

Tegelijkertijd met deze stresstesten is het rioleringsplan (vGRP) voor Sint-Michielsgestel geactualiseerd. Hierin heeft de gemeente vastgesteld voor de komende vijf jaar wat zij wil bereiken en wat de rol van inwoners en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het vGRP legt een stevige basis om aan de slag te gaan met de klimaatuitdagingen waarmee ons water- en rioleringssysteem te maken gaan krijgen. Zie Kader 2 voor toelichting.

Werken In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Sint-Michielsgestel 2023-2026 volgen de afspraken over wat, wanneer en door wie wordt uitgevoerd. Het gaat hierbij om concrete klimaatadaptieve maatregelen, bewustwording, acties gericht op het activeren van betrokkenen, borging in beleid en organisatie en nader onderzoek. De uitvoeringsagenda zal na drie jaar worden geëvalueerd, bijgesteld en aangevuld aan de hand van de opgedane ervaringen en uitkomsten uit de nieuwe stresstesten.

6

Stresstesten & risicodialogen

Kwetsbaarheden van omgeving voor klimaatverandering en de risico’s en kansen

Strategie Klimaatadaptatie

Ambities per klimaatthema voor 2030

2023-2030

Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Uitvoering

Maatregelen en acties met rolverdeling, planning en financiën

2023-2026

Uitvoeren van de maatregelen en acties met monitoring en evaluatie

Kader 2: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater (water dat uit de hemel valt zoals regen, sneeuw en hagel). Het vGRP 20202024 beschrijft hoe Sint-Michielsgestel deze verplichting invult. De uitgangspunten met betrekking tot klimaatadaptatie zijn onder meer: •

Iedere perceeleigenaar in de gemeente is zich bewust van de eigen (wettelijke) verantwoordelijkheid voor het verwerken van het hemelwater dat op het eigen terrein valt en indien mogelijk om lokaal te verwerken.

•

Hemelwater dat op daken en verhardingen valt, mag niet versneld afgevoerd worden. Voor het verwerken van dit water hanteert de gemeente een voorkeursvolgorde, waarbij optie 1 het meest wenselijk is en optie 5 het minst wenselijk is. Zie de afbeelding hiernaast voor de actuele voorkeursvolgorde van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, 2021) op basis van de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

•

De gemeente heeft als ambitie om op zowel privaat als publiek terrein, een bui van 60 mm/uur te kunnen bergen/verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur.

•

Tijdens zware regenval kan ‘water op straat’ ontstaan. Het effect hiervan is ingedeeld in 3 niveaus met bijbehorende acties: 1. Hinder: kortdurend beperkte hoeveelheid water op straat met een duur van 15-30 minuten. Er wordt niet direct ingegrepen, maar er wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van de inwoners en aanpassing van hun gedrag. 2. Ernstige hinder: forse hoeveelheden water op straat, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, met een duur van 30-120 minuten. Bij een frequentie van ongeveer 1 keer per 2 jaar worden maatregelen getroffen bij de uitvoering van constructiewerken om het risico te verkleinen. 3. Overlast: langduriger en op grotere schaal water op straat, water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijke belemmering van het verkeer. Bij een frequentie van ongeveer 1 keer per 2 jaar worden tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen genomen om het risico op schade te beperken.

7

8

Wat verandert er? In de klimaatstresstest beschrijft de gemeente haar kwetsbaarheid voor wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Er is onderzocht hoe, wanneer en waar deze thema's problemen kunnen veroorzaken. Hieronder volgt een samenvatting per thema.

Wateroverlast •

•

Door de toename van de temperatuur kan de lucht meer vocht bevatten en kan het dus ook harder regenen. De hoeveelheid jaarlijkse neerslag zal naar verwachting met circa 50mm toenemen in 2050. Ook vergroot de kans (herhalingstijd) dat extreme buien vaker voorkomen, zie Tabel 1. Wateroverlast ontstaat wanneer het hemelwater bij hevige neerslag niet voldoende wegzakt in de bodem, niet snel genoeg afgevoerd kan worden of opgeslagen.

Het rioolstelsel in Sint-Michielsgestel is niet ontworpen om de hoeveelheid water die wij in de toekomst verwachten in korte tijd af te voeren. Het rioolstelsel kan maximaal 30mm/uur water verwerken terwijl Nederland al vaker te maken heeft gehad met een bui van 90mm/uur. Tegelijk is onze openbare en private ruimte nog niet overal zo ingericht dat het overtollige hemelwater afvloeit of opgevangen kan worden. De mate van verharding is hierop van grote invloed; hoe meer verstening in de omgeving, des te minder water in de bodem. Impact Het gevolg is dat water op straat blijft staan met risico op schade aan kelders en gebouwen, onbereikbaarheid van wegen en uitval van vitale functies. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties als de weg naar bijvoorbeeld het ziekenhuis niet meer toegankelijk is, de stroomvoorziening uitvalt of gemengde riolen gaan overlopen en ook afvalwater op straat terecht komt. Locaties De meest kwetsbare locaties voor wateroverlast in de gemeente Sint-

Michielsgestel bevinden zich in de dorpen Den Dungen, Berlicum en Sint-Michielsgestel. Bij extreme buien zijn hier delen van de wegen onbegaanbaar. De kern Gemonde is minder kwetsbaar voor wateroverlast. De kans op toename van grondwateroverlast in 2050 is in het bebouwd gebied klein maar in landelijk gebied aanmerkelijk, met name op een aantal locaties langs de Dommel.

Hoe wordt neerslag gemeten? Neerslag wordt gemeten in millimeter: 1mm neerslag = 1 liter water per m². Als 1 liter water wordt uitgegoten op 1m² en dat water verdampt niet of sijpelt niet in de bodem, dan staat het 1mm hoog. Als maat voor de intensiteit van de neerslag wordt gekeken naar de hoeveelheid die in een uur valt. Ogenschijnlijk zeldzame extremen komen vaker binnen Nederland voor dan de statistieken lijken te suggereren. Een bui die eens in 100 jaar valt, treedt (vrijwel) ieder jaar wel ergens in Nederland op (KNMI, z.d.).

9

Maximale hoogte water op straat van kern Sint-Michielsgestel bij bui T500, 90 mm/uur (Arcadis, 2019). Zie volledige kaarten in de klimaattresstest.

10

Hitte • Het aantal warme dagen en nachten in Nederland neemt de komende jaren naar verwachting verder toe (zie Tabel 2). Ook verdubbelt de periode met een oppervlaktewatertemperatuur boven 20°. Vanaf die temperatuur gedijen blauwalgen en ziekteverwekkers beter, wat risico’s voor de (volks)gezondheid met zich meebrengt. • De temperaturen op tropische dagen kunnen 12 graden verschillen tussen stad en buitengebied, het hitteeilandeffect genoemd.

woningkenmerken. Naast gezondheidsproblemen leidt hitte tot problemen in de openbare ruimte (schade aan groen, infrastructuur en oververhitting van elektriciteitsnetwerken) en lagere arbeidsproductiviteit. Ook wordt recreatie in de centra minder aantrekkelijk wanneer er sprake is van hittestress. Locaties In het warmtebeeld van de gemeente Sint-Michielsgestel zijn verschillende ‘hitte-eilanden’ te vinden in de dorpen

Den Dungen, Berlicum en SintMichielsgestel. Het gaat hier met name om industriegebieden en stedelijke gebieden met veel verharding in verhouding tot groen. De kern Gemonde heeft minder grote hitte-eilanden dan de andere kernen in de gemeente doordat er hier een hoger percentage groen aanwezig is. De groene tuinen en groene stroken hebben een verkoelend effect op de omgeving en dat resulteert in lagere temperaturen.

Impact Het wonen, verblijven en recreëren in een hitte-eiland kan hittestress veroorzaken waarbij het lichaam zichzelf niet goed kan afkoelen. Langdurige hitte heeft vooral voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, chronisch zieken en jonge kinderen, ernstige gevolgen voor de gezondheid. Daarnaast nemen ook gedragsproblemen zoals agressie toe. De ernst van hittestress wordt bepaald door de verhouding verharding in relatie tot aanwezigheid groen en water in een omgeving en de

Links: aantal tropische nachten en hittestress in 2050 | Rechts: huidig (Klimaateffectatlas).

11

Droogte •

•

•

Droogte treedt op wanneer er gedurende een langere periode minder neerslag valt dan normaal, in combinatie met een grote verdamping. De mate van droogte wordt berekend door de hoeveelheid neerslag te verminderen met de verdamping (neerslagtekort). Naar verwachting zal het neerslagtekort in 2050 toenemen van 210-270 mm naar 300-330mm, en worden de periodes zonder neerslag langer. Droogte ontstaat niet in één dag, maar is een proces dat langere tijd speelt. Na een paar flinke buien kan het gras weer groen zijn, maar de grondwaterstand nog laag. Dan kan er dus nog sprake zijn van droogte.

Impact Voor natuur en stedelijk groen bestaat het gevaar voor onomkeerbare schade, waarbij nattere planten verdwijnen en de biodiversiteit afneemt. Hiernaast tast droogte niet alleen de karakteristieke natuurgebieden aan waar veel recreanten op af komen, maar heeft het ook een significante impact op de landbouw. Verdroging van de natuur vergroot ook het risico op natuurbranden. De lage doorstroom van de Dommel en de Aa tijdens droge perioden kan zorgen voor

een achteruitgang in de waterkwaliteit, sterven van waterdieren en toename van blauwalg. Daarnaast is er geen/minder water beschikbaar voor gebruikers van oppervlakte- of grondwater. Locatie In het grootste gedeelte van de gemeente Sint-Michielsgestel is een daling van de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) van 10 tot 25 cm te verwachten. Daarnaast is er in het westelijke deel van de gemeente, ten zuiden van het A2knooppunt Vught, sprake van (verdere) bodemdaling. De natuur- en landbouwgebieden bij Knooppunt Vught (Sterrenbosch, Patersberg), onder het centrum van Sint-Michielsgestel en ten zuiden van Gemonde (Gasthuiskamp) zijn gevoelig voor uitdroging en natuurbranden. Ondanks dat de bodem van de gemeente voornamelijk uit zandgronden bestaat en het risico op paalrot en verzakkingen laag is, zijn er wel reeds meldingen gemaakt bij het funderingsloket van het Kennis Centrum Aanpak Funderings-problematiek (KCAF). Het gaat om lokale plekken waar schade kan optreden door de inklinking van de bodem. In het overgrote gedeelte van de gemeente is er echter geen tot weinig risico op deze schade.

Boven: droogtegevoeligheid natuur | Onder: laagste grondwaterstand extreem droge zomer (Klimaateffectatlas).

12

Overstroming Door de toenemende intensiteit van hevige regenval neemt de kans op overstromingen aanzienlijk toe in de gemeente Sint-Michielsgestel.

en de Zuid-Willemsvaart), met name in Den Dungen en ten noorden van de kern SintMichielsgestel.

Impact Een overstroming heeft doorgaans grote consequenties, waarbij mensen gewond kunnen raken of zelfs kunnen overlijden. Hiernaast kan er enorme economische schade ontstaan aan gebouwen, infrastructuur en gewassen. Locaties Bij een dijkdoorbraak vanuit primaire keringen (de Maas) of op het moment dat bij hoge waterstanden in de Maas de afvoer vanuit het achterland van De Dommel en de Aa niet mogelijk is, vinden overstromingen plaats in de gehele gemeente Sint-Michielsgestel. Met name in het noorden van de gemeente, buiten het stedelijk gebied, in de zone langs gemeente ’s Hertogenbosch (Wamberg, Dungense Polder, Bossche Broek Zuid) stijgen de waterniveaus dan tot meer dan 5 meter. Naar het zuiden toe nemen de waterdiepten af. Overstromingen vanuit de regionale keringen vinden ook plaats (zoals De Dommel

Links: plaatsgebonden overstromingskans >50 cm | Rechts: overstromingsdiepte bij kleine kans (Klimaateffectatlas). overstromingen met waterdiepten van 1-20 centimeter.

13

Wat willen we bereiken? Vanuit de verwachte klimaatscenario's en (inter)nationale afspraken heeft de gemeente Sint-Michielsgestel de opgave om in 2050 een volledig klimaatbestendige gemeente te zijn. Het doel is een veerkrachtig gemeente die zich aanpast aan de mogelijke gevolgen van klimaatverandering op fysiek, sociaal en economisch vlak. Deze strategie is de eerste stap daartoe. Als tussenfase streeft de gemeente ernaar om in 2030 al grote stappen te hebben gezet, waarbij de ambities die deze stappen weergeven, beschreven worden op de volgende pagina('s). Bijlage 1 schetst een toekomstbeeld hoe een klimaatbestendig Sint-Michielsgestel er in 2050 uit kan zien. Deze visie dient als input en inspiratie voor de gesprekken omtrent de omgevingsvisie of andere programma’s en projecten binnen de gemeente SintMichielsgestel.

Sint-Michielsgestel is in:

14

Ambities voor 2030 Onze voeten droog houden In 2030 zijn we beter bestand tegen hevige regenbuien en beperken we schade en overlast voor mensen, milieu en economie. We gaan hierbij uit van een bui van 70mm/uur, die in 2050 eens per 100 jaar1 valt. •

Het water- en bodemsysteem heeft een sturende rol bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en we realiseren mogelijkheden voor het bergen en (vertraagd) afvoeren van water.

•

Hemelwater infiltreert zoveel mogelijk in de bodem op de plek waar het valt. Onze buurten zijn voor meer dan 30% groen-blauw en heeft minder dan 70% verharding (zie kader 3 en bijlage 2). Per gebied komt dit neer op een verandering van: o in woonwijken wordt minimaal 10% van de bestaande verharding vergroend, inclusief openbare ruimtes, tuinen en gebouwen; o voor verharde bedrijventerreinen en centrumgebieden moet ten minste 15% extra groen-blauw zijn toegevoegd; o minstens 50% van onze scholen hebben een groen-blauw schoolplein dat dient als lesruimte, waar kinderen op een speelse manier kunnen leren over de natuur en het klimaat.

•

Hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal verwerkt, vastgehouden en herbruikt om het afvoeren van hemelwater naar de riolering te verminderen. Een belangrijk middel hiervoor is de afkoppeling van hemelwater (zie kader 4). Hierbij geldt: o bij nieuwbouw worden alle woningen afgekoppeld; o bij herinrichting van bestaand openbaar gebied wordt maximaal afgekoppeld; o inwoners, bedrijven en woningcorporaties worden gestimuleerd om af te koppelen met als doel minimaal 25% van het aantal particuliere woningen.

•

Bij toename van bebouwing en verharding wordt waterberging gecreërd van 70mm per m² verharding in plaats van de huidige 60mm per m². Deze eis gaat gelden vanaf de eerste vierkante meter aan toename in plaats van vanaf 250m² (zie kader 5). Onze vitale en kwetsbare functies (zie Kader 6) blijven functioneren en bereikbaar bij zeer hevige neerslag (bui van 90mm/uur).

•

1

De extreme neerslag die in juli 2021 viel in Zuid-Limburg heeft een kans van 1/1000 jaar. Deze hoeveelheid kan echter richting 2100 1/100 jaar optreden (STOWA, 2023).

15 Kader 3: Ontharding en vergroening

Kader 4: Hemelwater afkoppeling

Ontharding en vergroening dragen bij aan het creëren van een klimaatbestendig Sint-Michielsgestel, waar het aangenaam wonen en werken is wegens: • meer regenwater dat in de grond zakt voorkomt wateroverlast tijdens zware regenval en droogte tijdens perioden van neerslagtekort; • afkoeling tijdens hittegolven; • meer verschillende soorten dieren en planten; • meer opslag van CO2; • hogere mentale- en fysieke gezondheid.

Hemelwater stroomt vaak rechtstreeks naar het riool via de dakgoot en regenpijp. Dit is jammer omdat dit relatief schoon water ook direct de grond in kan lopen of hergebruikt kan worden. Afkoppeling is het proces waarbij hemelwater wordt afgevoerd naar een andere locatie dan het rioolstelsel. Voordelen hiervan zijn: • minder druk op het rioolstelsel tijdens hevige regenval wat wateroverlast voorkomt; • verhoging van de grondwaterstand, verbetering van de bodemstructuur en tegengaan van verdroging door het geïnfiltreerde water in de bodem.

Bij elk project in de openbare ruimte gaan we daarom standaard vergroenen en zorgen we dat groen een goede plek krijgt met voldoende ruimte voor wortelgroei, waterinfiltratie en bodemvoeding. Hiernaast stimuleren we onze inwoners om hun voor- en achtertuin te ontharden. We streven natuurlijk naar een zo groot mogelijk effect maar niet de hele tuin hoeft groen te zijn om al effect te hebben. Een onderzoek in Nijmegen toont aan dat door 1% van de tegels in een voortuin te vervangen door groen, waterafvoer met 2,5% afneemt. Bovendien daalt de temperatuur in Sint-Michielsgestel met ongeveer 0,5 graden Celsius als we 10% meer groen hebben. Een groen-blauw schoolplein stimuleert spel, beweging en ontspanning en maakt kinderen op een speelse manier vertrouwd met de natuur. Door buiten te spelen in de natuur worden kinderen creatiever en wordt hun fantasie geprikkeld. Bovendien zorgt de aanwezigheid van groen op het plein voor verkoeling tijdens hete periodes en kan het de concentratie van kinderen tijdens het leren bevorderen. Bron: Hogeschool van Amsterdam (2020); IVN Natuureducatie (2021); Wageningen University & Research (2019).

Sinds 2008 is afkoppeling verplicht voor nieuwe gebouwen. Door zoveel mogelijk af te koppelen bij bestaande gebouwen dragen we bij aan de ambitie van het waterschap om in 2027 15% minder hemelwater naar de rioolwaterzuivering te sturen en tegen 2050 50% minder. De techniek achter afkoppeling is simpel: 1. de regenpijp wordt afgezaagd; 2. het regenwater wordt geïnfiltreerd in de bodem via bijvoorbeeld een gootje of infiltratievoorziening, of opgeslagen in regentonnen om later te gebruiken voor de planten. Het is wel belangrijk om bij het afkoppelen niet alleen de afvoerroute te veranderen maar ook het verhard oppervlak te verwijderen om de kans op wateroverlast te verminderen en niet te verergeren. Ook moet rekening worden gehouden met be- en ontluchting van de riolering in huis en het bodemsysteem. Niet elke woning kan worden afgekoppeld (door bijvoorbeeld hoog waterpeil).

16 Kader 5: Waterberging

Kader 6: Vitale en kwetsbare functies

Het vergroten van de hoeveelheid waterberging bij toename van bebouwing en verharding, is een belangrijke stap om wateroverlast en droogte tegen te gaan. Door meer regenwater op te vangen en vast te houden verlaagt de hoeveelheid afvoer van regenwater. Door waterberging al vanaf de eerste m² toe te passen, wordt ervoor gezorgd dat bij elk nieuw project direct rekening wordt gehouden met waterberging. Dit voorkomt dat er later extra maatregelen moeten worden genomen. Bij nieuwbouw wordt zo extra druk op de riolering voorkomen en vergroot het risico op schade in de buurt niet. Bij herbouw kan de waterberging het risico op waterschade in de buurt verkleinen.

Vitale functies vormen de ruggengraat van de samenleving. Dit zijn bijvoorbeeld functies zoals energie- en watervoorziening, transportinfrastructuur, ziekenhuizen, etc. Wanneer deze functies beschadigd raken door overstroming, wateroverlast, droogte of hitte, kan dit leiden tot ernstige gevolgen voor mensen, milieu en economie. Dit maakt deze functies kwetsbaar. Bovendien zijn deze functies vaak noodzakelijk voor het herstel van een gebied na een ramp.

Het verhogen van de waterbergingseis van 60 naar 70mm per m² is een ambitieuze stap die voorloopt op de wettelijke norm, maar wel aansluit bij de ambities van de waterschappen. Het gaat hierbij om de gemiddelde berging over het gehele perceel, ongeacht of deze berging op het dak, ondergronds, in de tuin of in de openbare ruimte wordt gerealiseerd. Het is wel van belang dat de hemelwaterberging beschikbaar is en dat het hemelwater kan infiltreren of bijvoorbeeld worden benut. Bij voorkeur wordt een berging geleegd via infiltratie naar het grondwater, vanwege de positieve effecten op de grondwaterstand en het natuurlijke groen.

Er is vaak een samenhang tussen verschillende vitale functies: uitval van één functie kan leiden tot uitval van een andere, dit noemen we keteneffecten. Bijvoorbeeld, een stroomstoring kan gevolgen hebben voor het verkeer, doordat stoplichten uitvallen en bruggen niet meer bediend kunnen worden. Het Rijk is verantwoordelijk voor de bescherming van vitale en kwetsbare functies op nationaal niveau, zoals het hoogspanningsnet en hoofdwegennet. Op decentraal niveau zijn gemeenten verantwoordelijk voor het beschermen van hun lokale vitale en kwetsbare functies zoals een zorginstelling, bedrijventerrein, gemeentelijk archief, crisiscentrum, brandweerkazerne, datacentrum of een belangrijk museum. Er bestaat geen complete lijst van vitale en kwetsbare functies op decentraal niveau, elke regio moet deze zelf opstellen. Deze actie wordt opgenomen in de uitvoeringsagenda.

Bron: Klimaatadaptatie Nederland. (z.d.).

Voorbeeld waterberging in openbare ruimte met een Wadi (Klimaatadaptatie Nederland, 2020).

17

Ons hoofd koel houden In 2030 zijn we beter bestand tegen hitte. We vergroten de leefbaarheid tijdens perioden van hoge temperaturen en beperken hitte gerelateerde schade en overlast voor mensen, milieu en economie. •

Op belangrijke loop- en fietsroutes en verblijfsplekken in de gemeente is tijdens het warmste deel van de dag voldoende schaduw aanwezig, wat betekent dat er in het centrum 40% en in de wijken 30% schaduw beschikbaar is. Zo blijven essentiële functies voor iedereen bereikbaar en de leefomgeving aantrekkelijk (zie bijlage 3). Hiervoor vindt ook zoveel mogelijk aanplant van bomen in de bermen in het buitengebied plaats.

•

Onze buitenruimte, daken en gevels zijn strategisch vergroend. In het bijzonder op plekken waar overlast door hitte het meest voorkomt om zo op natuurlijke wijze te koelen (zie kader 7).

•

Voor iedere inwoner is op hooguit 300 meter een koelteplek aanwezig van minimaal 200m² (zie kader 8 en bijlage 4).

•

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden standaard hittebestendig gebouwd en ingericht om het verkoelende effect maximaal te benutten. Een toename van bebouwing en verharding leidt niet tot een toename van de gevoels-/luchttemperatuur in de directe omgeving (100m).

•

We beperken gezondheidsrisico’s voor kwetsbare mensen (zoals zieken, ouderen en kinderen) in periodes van extreme hitte door het opzetten en uitvoeren van een lokaal hitteplan. Hiernaast is 75% van onze inwoners zich bewust van de problematiek rondom hitte, koelteplekken in de omgeving en de maatregelen die zij zelf kunnen treffen in en rondom hun huis.

•

Onze vitale en kwetsbare functies (zie Kader 6) blijven functioneren en bereikbaar tijdens extreme hitte.

18 Kader 7: Strategische vergroening voor verkoeling

Kader 8: Koelteplek

Onderzoek toont aan dat een zorgvuldig ontworpen groene infrastructuur in de bebouwde omgeving een effectieve manier is om het hitte-eilandeffect te verminderen en de leefbaarheid in stedelijke omgevingen te verbeteren. Door het aanleggen van groene daken en gevels, en het planten van bomen en ander groen in de openbare ruimte wordt hitte opgenomen en vastgehouden, waardoor de omgeving koeler wordt. Ook het creëren van windcorridors kan helpen bij het verkoelen van de omgeving. Windcorridors zijn smalle stroken in de bebouwde omgeving waar de wind vrij spel heeft en op die manier warmte weg kan voeren. Het is daarom belangrijk om bomen op strategische plekken te plaatsen om windcorridors te ondersteunen en niet te hinderen.

Een koelteplek is een aantrekkelijke ingerichte verblijfsplek waar de gevoelstemperatuur koeler blijft dan 35°C. Dit wordt bereikt door beschutting van gebouwen, bomen, doeken of het gebruik van watervormen. Een koelteplek bevindt zich op een strategische locatie waar veel mensen graag voor een langere periode samenkomen en heeft daarom een andere functie dan bomenrijen in de straat. Het is openbaar toegankelijk en voorzien van een (wandel)pad, een zitgelegenheid in de schaduw en aantrekkelijk groen. De afstand die men in de hitte kan overbruggen is tijdgebonden. Voor ouderen, de meest kwetsbare groep, is de looptijd bepalend, aangezien zij gemiddeld in 5 minuten 292 meter afleggen, wat resulteert in een richtlijn van een maximum van 300 meter loopafstand tot koelte.

Daarnaast is het selecteren van de juiste plantensoorten en -variëteiten belangrijk. Hierbij moet rekening worden gehouden met lokale omstandigheden zoals bodemtype, beschikbare ruimte en gewenste functionaliteit. Het betrekken van buurtbewoners en ondernemers is van groot belang om draagvlak te creëren en de inrichting van groene gebieden af te stemmen op de lokale behoeften.

Een koelteplek kan zich ook in een gebouw bevinden, als alternatief voor de openbare ruimte. Zo kan bijvoorbeeld een bibliotheek gedurende hete perioden langer open blijven, of kan een gemeenschapshuis dienen als 'koeltecafé'.

Bron: De Hogeschool van Amsterdam (2020); GroenBlauwe Netwerken (z.d.).

Bron: De Hogeschool van Amsterdam (2020), zie bijlage 4.

19

Ons dorp als spons In 2030 zijn we beter bestand tegen langdurige perioden van droogte en beperken we schade en overlast voor mensen, milieu en economie. We gaan hierbij uit van een potentieel maximaal neerslagtekort van 300mm dat in 2050 eens per 10 jaar voorkomt. •

Bij de (her)inrichting van de omgeving wordt rekening gehouden met de natuurlijke grondwaterstanden en de hoeveelheid zoetwater die beschikbaar is. Stedelijke uit- en inbreidingen hebben geen verlagend effect op de grondwaterstanden.

•

We houden meer grondwater vast en stellen deze voor langere tijd beschikbaar. Als infiltratie van hemelwater niet mogelijk is, hebben we in het buiten- en binnenstedelijk gebied waterbergingsruimtes gecreëerd om water op te slaan en te gebruiken om droogte te bestrijden.

•

In natuur- en droogtegevoelige gebieden is de bodem verbeterd om de natuurlijke sponswerking te versterken en de plantendiversiteit in het landschap te vergroten (zie kader 9).

•

We vergaren inzicht in de negatieve gevolgen van langdurige periodes van droogte en lage grondwaterstanden voor het buiten- en binnenstedelijk gebied en de bijkomende risico's voor natuurbranden.

•

75% van onze inwoners en ondernemers is zich bewust van de problematiek rondom droogte. Ook nemen zij maatregelen in en rondom hun huis/bedrijf om water zoveel mogelijk te besparen, te hergebruiken en te laten infiltreren.

20

Kader 9: Sponswerking De "sponswerking" van de grond verwijst naar het vermogen van de grond om water op te slaan en vast te houden, zoals een spons water opneemt. Het is daarbij belangrijk dat de bodem voldoende ruimte heeft en hij dus niet samengeperst is. Een bodem met veel organische stof, zoals plantenresten en wortels, en een rijk bodemleven, zoals regenwormen, kevers, schimmels en bacteriën, heeft een beter bodemstructuur en een hogere sponswerking. Een gezonde bodem heeft vele voordelen, waaronder het verminderen van verdroging, het verlagen van het hitte-eilandeffect door de verkoelende werking, het fungeren als waterbuffer, het opslaan van koolstof en het bevorderen van biodiversiteit en waterkwaliteit. Een vitale bodem is belangrijk voor de agrarische sector, die ook een cruciale rol speelt bij het behouden van de kwaliteit van de bodem. De bodem is niet zomaar een stuk grond, maar een levend ecosysteem. Wanneer de bodem wordt aangetast, kost het veel tijd en geld om deze te herstellen. Bron: Adviescommissie Droogte (2022); Rijksoverheid (2022a).

21

Ons water de baas In 2030 zijn we beter bestand tegen overstromingsrisico’s en beperken we schade en overlast voor mensen, milieu en economie. •

We nemen een leidende rol in het integreren van overstromingsrisico's in onze locatiekeuzes en gebiedsontwikkelingsplannen voor stedelijke uitbreiding zodat er ruimte beschikbaar blijft om een klimaatrobuust watersysteem te herstellen, creëren en te behouden.

•

We blijven de regionale samenwerking zoeken met de provincie, waterschap en andere gemeenten ten behoeve van kennisontwikkeling, het maken van ruimtelijke keuzes en beschermen van nutsvoorzieningen (zie kader 10).

•

Ruimtelijke planners, gebiedsontwikkelaars, ontwerpers, beheerders van vitale en kwetsbare functies, assetmanagers, gebiedsmanagers en andere partijen zijn zich bewust als het gaat om overstromingsrisico’s en het functioneren van het watersysteem.

•

100% van onze inwoners en bedrijven in huidige (en toekomstige) overstromingsgebieden zijn op de hoogte van de nodige acties bij het optreden van overstromingen.

•

Onze vitale en kwetsbare functies (zie kader 6) blijven functioneren en bereikbaar in het geval van een overstroming.

22

Kader 10: Regionale samenwerking Sommige uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie, zoals waterveiligheid bij overstromingen, zijn te groot voor gemeenten of waterschappen om alleen aan te gaan vanwege grensoverschrijdende, ingewikkelde of kostbare oplossingen. Een gezamenlijke aanpak is daarom nodig en daarvoor werkt gemeente Sint-Michielsgestel samen met regionale partners aan doelmatig waterbeheer zoals de werkregio De Meierij en in de RNOB. Een voorbeeld van zo'n gezamenlijke aanpak is de hoogwateraanpak 's-Hertogenbosch (HoWaBo). Dit is een samenwerkingsverband tussen de gemeente 's-Hertogenbosch, omliggende gemeenten zoals Sint-Michielsgestel, Waterschap Aa en Maas en De Dommel, Rijkswaterstaat en provincie NoordBrabant om de stad 's-Hertogenbosch en haar omgeving beter te beschermen tegen hoog water. Als er veel water via de Maas naar ’s-Hertogenbosch stroomt en er tegelijk veel water via de beken de Aa en de Dommel naar ’sHertogenbosch stroomt, kan het voorkomen dat het water uit de beken niet meer kan uitstromen in de Maas. Met de huidige klimaatscenario’s is er nog ongeveer 36 miljoen kuub extra water waarvoor een plek gezocht moet worden. Ook deze hoeveelheid zal in de toekomst waarschijnlijk nog groter worden onder invloed van de klimaatverandering. De HoWaBo zoekt naar oplossingen om dit water van Sint-Michielsgestel tot 's-Hertogenbosch kwijt te kunnen.

Bron: Aa en Maas (2022).

23

Hoe gaan we dit bereiken? Van ambitie naar actie!

meest intens zijn en die daarom prioriteit krijgen. Om dit te realiseren, ontwikkelen en gebruiken we een digitale tool, namelijk een online GIS-viewer, waarin alle stresstestkaarten worden samengebracht. Deze kaarten kunnen interactief worden verkend en geanalyseerd in samenhang met andere ruimtelijke opgaven.

Doel(groep)gerichte communicatie We gaan doel(groep)gericht communiceren

In dit hoofdstuk introduceren we zes actielijnen die ons leiden naar het realiseren van onze klimaatadaptatie-ambities. In de uitvoeringsagenda volgt een uitwerking van de maatregelen, prioritering, fasering, rolverdeling en financiering.

1

Gebiedsgerichte aanpak We gaan op een lokaal niveau klimaatadaptatie integraal aanpakken. Door rekening te houden met de unieke behoeften, risico's en kansen van elk gebied, worden op maat gemaakte maatregelen voorgesteld om deze uitdagingen aan te pakken. Daarbij richten we ons vooral op de zogenaamde ‘focusgebieden’, waar de gevolgen van klimaatverandering samenkomen en het

2 over de uitdagingen van het veranderende

klimaat, de maatregelen die wij als gemeente nemen en de mogelijkheden voor inwoners en ondernemers om zelf actie te ondernemen. We brengen hiervoor onze doelgroepen in beeld en stemmen de boodschap af op hun specifieke kenmerken. Hierbij volgen we de vier stappen: Bewust worden; Voordelen (h)erkennen; Leren gebruiken; Kunnen toepassen. We zetten in op laagdrempelige informatie die voor iedereen begrijpelijk is en delen praktische voorbeelden en succesverhalen. Daarnaast zetten we klimaatadaptatieambassadeurs in om de betrokkenheid bij onze boodschap en deelname aan onze activiteiten te verhogen.

3

Samenwerken, stimuleren en ondersteunen We betrekken onze inwoners, ondernemers en belangengroepen bij de klimaatadaptatieopgave en verhogen de participatiegraad door middel van een ‘netwerkaanpak’. Ons doel is om verbindingen te leggen en middels cocreatie samen te werken aan een klimaatbestendig Sint-Michielsgestel. We zoeken de aansluiting bij de verschillende motieven van bewoners en ondernemers om zelf maatregelen te nemen en ondersteunen hen in het versterken van hun capaciteiten (tijd, geld, kennis, etc.) om actie te ondernemen. We gaan kansrijke (burger)initiatieven die bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving proactief stimuleren en faciliteren. Onze wijkmakelaars en accountmanagers economie signaleren kansen in hun gebied en zijn het directe aanspreekpunt voor de inwoners en ondernemers. Vanuit het duurzaamheidsakkoord zoekt de gemeente samenwerking met woningcorporaties, huurders en de waterschappen door middel van een werkgroep die zich richt op klimaatadaptatie en biodiversiteit.

24

4

Versnelling klimaatbestendig (ver)bouwen Met deze strategie werken we toe naar een minder vrijblijvende aanpak en een versnelling van klimaatbestendig en groen (her)inrichten en (ver)bouwen van de gebouwde omgeving. Klimaatadaptatie wordt een vast onderdeel van onze planprocessen voor gebiedsontwikkeling, vastgoed, vervanging, onderhoud en beheer. Bij nieuwbouwprojecten passen we de ‘Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ toe (zie bijlage 5). Daarnaast onderzoeken we hoe de maatlat gebruikt kan worden bij de bestaande gebouwde omgeving. Deze maatlat bevat richtlijnen, doelen en prestatie-eisen. Het gaat hierbij nadrukkelijk om ruimtelijke ingrepen én niet om nieuwe bouwkundige of technische eisen. Omdat de maatlat geen locatiespecifieke maatregelen voorschrijft, biedt dit ruimte voor innovatie en slimme oplossingen. Bij projecten in de openbare ruimte geldt: alleen verharden waar noodzakelijk en waar mogelijk krijgen groen en water de ruimte. Bovendien heeft groen dat een bijdrage levert

aan de biodiversiteitsopgave en gezondheid altijd de voorkeur bij het kiezen van maatregelen. Bij investeringsbeslissingen houden we rekening met niet alleen de huidige kosten en baten, maar ook met het risico op toekomstige schade door klimaatverandering en afwenteling van kosten naar toekomstig beheer.

Meekoppelkansen benutten

5 Vanuit de opgave van klimaatadaptatie

richten we ons op het meekoppelen bij aankomend onderhoud aan gebouwen, openbare ruimte, riolering en infrastructuur. Bij het vervangen van het riool worden momenteel al direct extra waterberging en groenvoorzieningen aangelegd. Daarnaast worden de aangrenzende woningen actief afgekoppeld. Andere voorbeelden zijn waterdoorlatende tegels bij (her)inrichting van parkeervakken en groen-blauwe speeltuinen die ook water kunnen opvangen. Daarnaast streven we ernaar om integratie te bevorderen met andere opgaven, zoals de landbouw- en energietransitie en sociaalmaatschappelijke uitdagingen. De wijkgerichte aanpak van de Transitievisie Warmte biedt een kans om (delen van) wijken tegelijkertijd leefbaarder, energieneutraal en

klimaatadaptief te maken. Bovendien biedt de wijkgerichte aanpak van het sociaal domein ook mogelijkheden om aansluiting te vinden en te werken aan zowel sociale veerkracht als klimaatadaptatie.

Verdieping, monitoring en evaluatie

6 De stresstesten en de risicodialogen worden

eens in de zes jaar herhaald. We weten niet zeker hoe snel het klimaat zal veranderen en moeten daarom altijd rekening houden met nieuwe informatie en risico's. Dit kan betekenen dat op termijn de lat voor bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen hoger wordt gelegd vanwege herziene langetermijnscenario's. Om hierop in te spelen, zetten we in op actieve kennisontwikkeling en kennisdeling. We monitoren onze klimaatadaptatieactiviteiten nauwlettend en evalueren de effectiviteit van de genomen maatregelen. We kijken hierbij niet alleen naar de klimatologische indicatoren maar ook welke impact de maatregelen hebben op de samenleving en inwoners. Met de verzamelde informatie verbeteren we de volgende uitvoeringsagenda en vullen we deze aan, om gerichter en efficiënter te kunnen werken aan onze ambities.

25

Bronnenlijst -

Aa en Maas. (2022). Aanpak hoogwater 's-Hertogenbosch en omgeving. https://www.aaenmaas.nl/in-jouw-buurt/projectenkaart/aanpakhoogwater-hertogenbosch-omgeving/ Adviescommissie Droogte. (2022). Zonder water geen later. Arcadis. (2019). Klimaatstresstest Gemeente Sint-Michielsgestel Arcadis. (2021). Rapportage klimaatadaptatiedialogen gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel. Flaticon. (z.d.). Icons Groenblauwe netwerken. (z.d.). Koelen van de stad door een hoger aandeel groen. https://nl.urbangreenbluegrids.com/kennisbank/effecten/koelen-van-de-stad-door-een-hogr-aandeel-groen/ Groenblauwe netwerken. (z.d.). Educatie. https://www.groenblauweschoolpleinen.nl/educatie/ Hogeschool van Amsterdam. (2020). De hittebestendige stad: Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte. IVN (2022). Whitepaper groene gezonde schoolpleinen. I&W (2017). Nationale klimaatadaptatiestrategie 2016 (NAS). Klimaatadaptatie Nederland. (2020). Bodembiodiversiteit als oplossing tegen wateroverlast en droogte. https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/interviews/bodembiodiversiteit-oplossing-wateroverlast/ Klimaatadaptatie Nederland. (2021). Een wadi kun je eigenlijk overal aanleggen. https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/interviews/wadi/ Klimaatadaptatie Nederland. (z.d.). Vitale en kwetsbare functies.

https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/vitale-kwetsbare-functies/ Klimaatschadeschatter. (2020). KNMI. (z.d.). Utleg extreme neerslag. https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving. (2022). Rapport Actieprogramma Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving. PBL (2021). Grote opgaven in een beperkte ruimte. Rijksoverheid. (2017). Nationaal Deltaprogramma 2018. Rijksoverheid. (2022a). Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening. Rijksoverheid. (2022b). Nationaal Deltaprogramma 2023.

26 -

Rijksoverheid. (2022c). Nationale aanpak Klimaatadaptatie gebouwde omgeving Fase 1. Rijksoverheid. (2023). Kamerbrief over Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Provincie Brabant. (2023). Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. Rioned. (2021). Argumenten onderbouwd. https://www.riool.net/argumenten-onderbouwd Steenbreek. (2017). Kracht van tegelvoor-plantruilacties is dat er weinig voor nodig is om al een effect te hebben. Vakblad Groen. STOWA. (2021). Hoe extreem was neerslag in Limburg?. https://www.stowa.nl/nieuws/hoe-extreem-was-neerslag-limburg SWECO. (2023). Voorkomen is beter dan genezen: ruim 8 patiënten minder voor elke hectare extra groen. Waterschap de Dommel. (2021). Waterbeheerprogramma 2022-2027.

27

Bijlage I II III IV V

Een blik op de toekomst

p. 28

Richtlijn percentage groen per wijktype, ambitieladder & huidige kaart

p. 30

Richtlijn schaduw

p. 33

Richtlijn koelteplekken & huidige afstand-tot-koelte kaart

p. 34

Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving

p. 38

ationale-aanpak-klimaatadaptatie-gebouwde-omgeving-fase-1.pdfnationale-aanpak-klimaatadaptatie-gebouwde-omgeving-fase-1.pdf

28

I Een blik op de toekomst Hoe ziet een klimaatbestendige gemeente Sint-Michielsgestel eruit in 2050? Hieronder schetsen wij onze toekomstvisie.

Centra Onze centra zijn bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering en bieden een aantrekkelijke omgeving om te wonen, verblijven en recreëren. In onze centra waan je je in een groene oase. Veel van onze gebouwen beschikken over groene daken en groene muren die bijdragen aan het verminderen van het hitte-eilandeffect, afname van het gebruik van airconditioning en de lokale infiltratie van hemelwater. Bomen, parken en andere groene ruimten verkoelen de omgeving en bieden aangename koelteplekken om samen te komen. Water is duidelijk zichtbaar aanwezig in de gemeente door middel van greppels, watertuinen, fonteinen. Er zijn informatieborden die de inwoners bewust maken van de waarde van water in de gemeente. Door middel van educatieve waterwandelingen langs de waterstromen in Sint-Michielsgestel kunnen

mensen leren over de watercyclus, de afvoer of lokale opvang van hemelwater en de rol die zij zelf spelen in het behoud van een waterrobuust dorp. Efficiënt gebruik van fiets, openbaar vervoer en de aanwezigheid van deelvervoer, vermindert de uitstoot en hitte door auto's. Nieuwe ontwikkelingen in het centrum worden standaard klimaatbestendig ingericht.

Woonwijken Onze woonwijken zijn weerbaar tegen de gevolgen van klimaatverandering en zijn een veilige en prettige plek om te wonen. De openbare ruimte is zo groen mogelijk en heeft zo min mogelijk verharding. De gecreëerde groen-blauwe netwerken verbinden de bebouwing met het buitengebied en hebben een verkoelende werking. Waterdoorlatende bestrating, waterpleinen en wadi's helpen bij het afvoeren van hemelwater en verminderen het risico op wateroverlast en overstromingen. Met groene daken, groene tuinen en regentonnen, vangen inwoners hemelwater (tijdelijk) zelf op en hergebruiken deze in droge periodes. Lege parkeerplekken zijn omgevormd tot groene pleinen en natuurinclusieve speeltuinen. Er zijn veel bomen en groene ruimten in de wijken

29 waardoor er een gezonde leefomgeving ontstaat met koelteplekken voor recreatie. Gemeenschapstuinen en ander collectief beheerd groen versterken de sociale verbondenheid tussen buren en bieden verse producten. Nieuwe ontwikkelingen in de wijk worden standaard klimaatbestendig ingericht.

Bedrijventerreinen Onze bedrijventerreinen zijn optimaal uitgerust om tegen klimaatverandering bestand te zijn, bieden een aantrekkelijke werkomgeving en nemen actief maatregelen om klimaatadaptatie te bevorderen. De terreinen en gebouwen zijn maximaal vergroend, wat een verkoelend effect heeft en uitnodigt tot bewegen en verblijven. De aangelegde bomen, bermen, perken en waterdoorlatende verharding op parkeerplaatsen zorgen ervoor dat hemelwater direct infiltreert in de grond en wateroverlast en droogte worden

tegengegaan. Wadi's en waterpleinen beheren de afvoer van hemelwater en verlagen het risico op overstromingen. Bedrijven verminderen hun eigen watergebruik door innovatieve wateropvang- en hergebruiksystemen. Werknemers en bezoekers kiezen meer duurzame vervoersopties zoals fiets, openbaar vervoer en deelvervoer, waardoor er minder parkeerplekken nodig zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden standaard klimaatbestendig ingericht.

Buitengebied Ons buitengebied is weerbaar tegen de impact van klimaatverandering, draagt bij aan het aanpassen aan deze veranderingen en helpt de klimaateffecten in het stedelijk gebied te verminderen. Het vormt een belangrijke bron van groen in de gemeente, en biedt tal van recreatieve mogelijkheden. Er is gewerkt aan een klimaatrobuust beekdal-landschap door

het herstellen van het natuurlijke watersysteem, meer ruimte te bieden voor water, natuurlijke infiltratiezones te creëren en het verbeteren van de natuurlijke sponswerking van de bodem. Het gebied vervult een cruciale rol als waterbergings- en buffergebied om extremen op te vangen en wateroverlast te voorkomen. Er is aandacht besteed aan het weerbaarder maken van de natuurgebieden met meer plantendiversiteit en minder klimaat kwetsbare soorten. De landbouwsystemen in de omgeving dragen bij aan een betere buffering tegen droogte en overvloedige neerslag, verbeteren de bodemgezondheid en verminderen hun watergebruik. Nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied worden afgestemd op de natuurlijke grondwaterstanden en beschikbaarheid van zoetwater.

30

II Richtlijn percentage groen per wijktype

31

Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding

De ‘Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040’ stelt de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding voor. De beschreven maatregelen zijn ter illustratie en berekend op basis van casestudies. Minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat komt voor naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden minimaal circa 15-20% extra groen en blauw.

32

Huidig percentage groen en grijs per buurt in Sint-Michielsgestel

Percentage grijs per buurt (Klimaateffectatlas).

Percentage groen per buurt (Klimaateffectatlas).

33

III Richtlijn schaduw

34

IV Richtlijn koelteplekken

PET = gevoelstemperatuur.

35

Huidige afstand-tot-koelte kaart Den Dungen

Bron: Klimaateffectatlas.

36

Huidige afstand-tot-koelte kaart Berlicum

Bron: Klimaateffectatlas.

37

Huidige afstand-tot-koelte kaart Sint-Michielsgestel

Bron: Klimaateffectatlas.

38

V Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving (op hoofdlijnen)

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=b0976130-1d8c-48b6-99ad-7a0958ce5c2f