Bijlage 1 RIB Meicirculaire 2025 (1383250)
Tekst van het document
Meicirculaire 2025 De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. Deze uitkering ontvangen we van de Rijksoverheid. Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires voor het Gemeentefonds waarmee deze inkomsten berekend worden. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de Rijksoverheid, september de vertaling van de Miljoenennota, december is op basis van de Najaarsnota en rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. De meicirculaire 2025 is woensdag 28 mei verschenen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: •
•
•
structurele demping terugval gemeentefonds; de terugval gemeentefonds was € 2,4 miljard waarvan nu € 400 miljoen beschikbaar komt; het ravijn wordt hiermee beperkt tot € 2 miljard; jeugdzorg; het Rijk komt met structureel € 400 miljoen en compenseert de gemeenten in 2026 en 2027 incidenteel met bijna € 500 miljoen; echter door de Hervormingsagenda jeugd en de invoering van eigen bijdrage Jeugdzorg vanaf 2028 is er in structurele zin sprake van een negatieve ontwikkeling; bijstelling loon, prijs en volume accres; structurele oplopende bijvoeging gemeentefonds naar ruim € 500 miljoen.
In de Eerste bestuursrapportage 2025 hebben we reeds rekening gehouden met een aantal ontwikkelingen vanuit de Voorjaarsnota Rijk en deze mutaties zijn ook verwerkt in de begroting (raad 3 juli 2025). Deze mutaties zijn nu definitief in de meicirculaire verwerkt en aanvullend geeft deze circulaire hierop het volgende resultaat: Meicirculaire 2025 (bedragen x € 1.000) In begroting *) rekening gehouden met Berekend op basis van meicirculaire 2025 Per saldo mutaties Samenvattende mutaties: • Accres, uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis • Taakmutaties • Integratie en decentralisatie-uitkeringen Per saldo mutaties af: • Te oormerken ontwikkelingen en taakmutaties • Te oormerken integratie en decentralisatie-uitkeringen Netto effect circulaire
2024
2025
2026
2027
2028
2029
77.315,1 77.254,1 -61,0
78.802,1 80.137,2 1.335,1
79.173,2 80.796,2 1.623,0
81.219,8 82.230,6 1.010,8
80.904,2 81.957,5 1.053,3
83.162,4 84.173,8 1.011,4
-61,0
-61,0
676,5 -8,7 667,3 1.335,1
904,7 366,5 351,8 1.623,0
809,0 -140,9 342,7 1.010,8
627,1 89,9 336,3 1.053,3
593,1 106,3 312,0 1.011,4
-61,0
528,3 677,8 129,0
947,6 362,3 313,1
500,0 353,2 157,6
500,0 346,8 206,5
500,0 322,5 188,9
positief
positief
positief
positief
positief
negatief *) na mutaties Eerste bestuursrapportage 2025 en Kadernota 2026
Voor diverse ontwikkelingen waaronder taakmutaties en integratie en decentralisatieuitkeringen worden bedragen ontvangen waarbij het gewenst is om deze om te zetten in een budget. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • •
Prijsontwikkeling begroting Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Wmo hulpmiddelen IBO Problematische schulden Armoedebestrijding kinderen (DU) Invoerings-/uitvoeringskosten Omgevingswet Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Natuurbrandpreventie en -mitigatie Alleenverdienersproblematiek Participatie (IU)
Na aftrek hiervan resteert er een netto effect. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: Accres (compensatie prijsontwikkeling begroting) Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De accresontwikkeling voor het jaar 2025 is opwaarts bijgesteld vanwege de verwachte inflatie dit jaar. De verwachte inflatie voor 2025 is bijna 1% meer dan waar eerder mee gerekend was. Deze ontwikkeling leidt tot een hogere uitkering en heeft een structureel karakter. Omdat dit ook gevolgen gaat hebben voor onze budgetten wordt deze compensatie voor gestegen kosten ingezet om onze eigen budgetten hierop aan te passen. Het aandeel voor onze gemeente hierin is afgerond € 500.000. Ontwikkeling aantallen en eenheden De algemene uitkering wordt berekend op basis van de diverse maatstaven zoals onder andere, bijstandsontvangers, OZB waarde, woningen, inwoners, leerlingen e.d. Deze maatstaven worden per circulaire geactualiseerd. Demping terugval gemeentefonds Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. De eerder doorgerekende terugval was € 2,4 miljard vanaf 2026, waarmee het ravijnjaar ten dele gedempt is.
Jeugdzorg De commissie Van Ark berekende dat het tekort op de jeugdzorg oploopt tot € 828 miljoen in 2024. Via de voorjaarsnota neemt het Rijk in de komende jaren de helft van het tekort voor zijn rekening. Aan het gemeentefonds wordt met ingang van 2025 € 414 miljoen toegevoegd. Daarnaast zijn er de volgende ontwikkelingen doorgerekend: •
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd.
•
•
•
Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Indexeren opbrengst hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028.
De verwachting is dat het kabinet in augustus een besluit neemt over de verdeling van het tekort op jeugdzorg in 2023 en 2024 tussen Rijk en gemeenten. Eventuele compensatie zal worden verwerkt in de septembercirculaire 2025. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 225 miljoen in 2026 wordt daardoor in de meicirculaire 2025 teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2027. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds. In 2026 gaat het om een aanvullend bedrag van € 10 miljoen. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen.
BTW compensatiefonds afrekening 2024 Met de septembercirculaire is de verwachte onderbesteding op het BTW compensatiefonds voor 2024 uitgekeerd. Zoals aangegeven in de Voorjaarsnota van het Rijk is de werkelijke onderbesteding minder dan eerder voorzien. Het resultaat hierop is hetzelfde als waarmee rekening was gehouden met de doorrekening van de Voorjaarsnota Rijk. Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU) Gemeenten zijn volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een asielzoekerscentrum (AZC). Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar. Armoedebestrijding kinderen (DU) Vanaf 2017 is structureel budget beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBSgegevens over kinderen met een kans op armoede.
Invoerings-/uitvoeringskosten Omgevingswet Landelijk is € 80,7 miljoen beschikbaar gesteld in 2025 zodat gemeenten partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent). Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen. Er is voor de decentralisatie-uitkering Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor beide fases in totaal € 10,3 miljoen beschikbaar. Natuurbrandpreventie en -mitigatie Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom € 2,3 miljoen beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is.
De desbetreffende gemeenten worden via deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken. De verdeling van het budget is gebaseerd op de ingediende aanvragen die door gemeenten zijn gedaan bij het ministerie van LVVN. Alleenverdienersproblematiek Dit betreft een aanvulling op het budget dat in 2023 is toegekend. Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die op basis van de definitieve inkomensgegevens meer alleenverdienershuishoudens blijken te hebben gehad in 2023 ontvangen een aanvullend budget. In totaal wordt circa € 2,1 miljoen aanvullend toegekend voor 2023. Het budget 2024 wordt zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2026. Participatie (IU) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025. Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wsw.
Totaal resultaat meicirculaire 2025 De aanvullende financiële gevolgen van deze meicirculaire verwerken we voor het jaar 2025 (en 2024) met de Tweede bestuursrapportage 2025 en de gevolgen vanaf 2026 verwerken we in de begroting 2026-2029. Zoals eerder al is gemeld zijn de verwachte ontwikkelingen meicirculaire 2025 op basis van de Voorjaarsnota Rijk structureel al meegenomen met de Eerste Bestuursrapportage 2025.
In totaal geeft deze circulaire het volgende aanvullende resultaat: Meicirculaire 2025 (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Begroot bedrag (septembercirculaire 2024) bij, in voorbereiding meicirculaire al gerekend met: • decembercirculaire 2024 • stelpost onderuitputting BCF (maartregelenpakket) • doorrekening Voorjaarsnota Rijk Totaal in begroting *) rekening gehouden met
77.315,1
77.275,7
74.516,2
76.513,9
78.404,2
80.423,7
297,4
297,0 565,0
442,9 565,0
537,0 565,0
636,7 565,0
77.315,1
1.229,0 78.802,1
3.795,0 79.173,2
3.698,0 81.219,8
1.398,0 80.904,2
1.537,0 83.162,4
Berekend op basis van meicirculaire 2025 Per saldo mutaties
77.254,1 -61,0
80.137,2 1.335,1
80.796,2 1.623,0
82.230,6 1.010,8
81.957,5 1.053,3
84.173,8 1.011,4
-61,0
-49,7 726,2
298,6 606,1
358,2 450,8
330,8 296,3
451,4 141,7
-28,1
-92,9
-48,0
-84,9
-58,8 428,6 19,0
-49,0
136,9
190,2
5,8
1,0
1,0
1,0
-10,5 6,7
-10,5 6,7
-10,5 6,7
-10,5 6,7
355,6 1.623,0
346,5 1.010,8
340,1 1.053,3
315,8 1.011,4
500,0 428,6 19,0
500,0
500,0
500,0
6,7
6,7
6,7
6,7
355,6 1.309,9
346,5 853,2
340,1 846,8
315,8 822,5
Mutaties bestaan uit: • Accresontwikkeling (aanvullend VJN Rijk) • Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis, aantallen Taakmutaties • Demping terugval gemeentefonds (aanvullend VJN Rijk) • Jeugdzorg (aanvullend VJN Rijk) • Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo • Wmo hulpmiddelen • IBO Problematische schulden • Overige kleinere mutaties Integratie en decentralisatie-uitkeringen • Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU) • Armoedebestrijding kinderen (DU) • Invoerings-/uitvoeringskosten Omgevingswet • Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven • Natuurbrandpreventie en -mitigatie • Alleenverdienersproblematiek • Participatie (IU) totaal mutaties
-45,8
28,3 8,8 -10,5 168,4 37,2
-61,0
af te oormerken voor: • Prijsontwikkeling begroting • Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo • Wmo hulpmiddelen • IBO Problematische schulden • Armoedebestrijding kinderen (DU) • Invoerings-/uitvoeringskosten Omgevingswet • Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven • Natuurbrandpreventie en -mitigatie • Alleenverdienersproblematiek • Participatie (IU) totaal maximaal te oormerken netto effect (mutaties min te oormerken)
20,0 64,6 387,6 1.335,1
500,0
28,3 168,4 37,2 20,0 64,6 387,6 1.206,1 -61,0
129,0
313,1
157,6
206,5
188,9
negatief *) na mutaties Eerste bestuursrapportage 2025 en Kadernota 2026
positief
positief
positief
positief
positief
Per saldo geeft is het resultaat van deze circulaire voor alle jaren meer positief dan waarmee we rekening hebben gehouden in de Kadernota 2026 en de Eerste bestuursrapportage 2025. Dit resultaat komt ten gunste van het begrotingssaldo. Dit geeft dan het volgende beeld: Ontwikkeling begrotingssaldo x € 1.000: - = nadeel en + = voordeel
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
begroting 2029
Begrotingssaldo (na Kadernota 2026, Eerste bestuursrapportage 2025 en besluit raad 24-6-2025)
762,2
954,9
897,1
170,3
317,4
Netto resultaat meicirculaire
*) 68,0
313,1
157,6
206,5
188,9
Begrotingssaldo inclusief meicirculaire
830,2
1.268,0
1.054,7
376,8
506,3
overschot
overschot
overschot
overschot
overschot
*) inclusief netto effect 2024