Bijlage 1 Omgevingsplan Laar Nieuw Laar_Regels (1396680)
Tekst van het document
10.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteittoegestane functies en gebruik Het bevoegd gezag verleent op aanvraag een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor navolgende omgevingsplanactiviteiten, als bedoeld in artikel 10.1 Toegestane functies en gebruik, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 10.3.1 Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
56
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2 van de woning, de gronden en/of bijgebouwen gezamenlijk; alleen detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende beroep of bedrijf is toegestaan; de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen; horeca is niet toegestaan; het beroep of bedrijf mag geen onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben; voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; buitenopslag is niet toegestaan; reclame-uitingen zijn niet toegestaan;
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
j. k.
laden en lossen mag uitsluitend op eigen terrein plaatsvinden; de activiteit dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn.
10.3.2 Nevenactiviteiten De volgende nevenactiviteiten onder de navolgende voorwaarden: 1.
een bed & breakfast accommodatie in bijgebouwen bij een bedrijfwoning voor maximaal 10 personen verdeeld over maximaal 5 kamers. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in de bedrijfswoning, waarbij de totale oppervlakte aan bed & breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 100 m2; mits tevens is voldaan aan de volgende algemene voorwaarden: 2. 3. 4. 5. 6.
de agrarische functie van aangrenzende, niet bij de functietoedeling 'Bedrijf' behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden aangetast; door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt; voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend.
10.3.3 Nieuwe of gewijzigde vorm van buitenopslag Nieuwe of gewijzigde vormen van buitenopslag afwijkend van de bestaande legale buitenopslag onder de voorwaarden dat: a. b. c. d. e.
deze buitenopslag voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is; de opslag niet kan plaatsvinden in bestaande bedrijfsgebouwen; de opslag plaatsvindt binnen het bouwvlak; de opslag niet meer bedraagt dan 2000 m³; op basis van een erfbeplantingsplan de landschappelijke inpassing verzekerd is, waarbij rekening moet worden gehouden dat de landschappelijk inpassing binnen of aansluitend aan het bouwvlak in de belendende (agrarische) functietoedeling dient te worden gerealiseerd met een minimum van 15% van het totale bouwvlak.
10.4 Bouwregels bouwvlak Binnen de locatie 'Bedrijf' gelden binnen het bouwvlak de volgende bouwregels:
Bedrijfsgebouwen: 1. Maximale bouwhoogte 2. Maximale goothoogte
Bouwregel
Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
bestaand bestaand
Zie hiervoor 10.6 Zie hiervoor 10.6
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
57
3. Maximale oppervlakte
a. Bestaande m2 vloeroppervlakte Zie hiervoor 10.6 bedrijfsgebouwen (Dit is exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen). b. In afwijking van het bepaalde onder a geldt ter plaatse van de navolgende aanduidingen het volgende voor wat betreft de maximale vloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen (Dit is exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen): 1. 'Specifieke vorm van bedrijf - 1' de bestaande vloeroppervlakte vermeerderd met een maximale vloeroppervlakte van 100 m2; 2. 'Specifieke vorm van bedrijf - 4' maximaal 1500 m2 vloeroppervlakte; 3. 'Specifieke vorm van bedrijf - 5' maximaal 700 m2 vloeroppervlakte.
Nutsvoorziening: 1. Maximale vloeroppervlakte Ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' n.v.t. en bouwhoogte is een nutsvoorziening toegestaan met een maximale oppervlakte van 75 m2 en een maximale bouwhoogte van 3,5 meter. Bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen: 1. Maximale bouwhoogte 10 m n.v.t. bedrijfswoning 2. Maximale goothoogte 6m n.v.t. bedrijfswoning 3. Maximale inhoudsmaat 750 m3, exclusief onderkeldering (of inclusief n.v.t. bedrijfswoning onderkeldering indien deze ten behoeve van de verblijfsfunctie wordt gebruikt) inclusief aan-en uitbouwen indien deze ten behoeve van de verblijfsfunctie worden gebruikt of in ieder geval niet meer dan op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan en het geen woning betreft welke in het verleden gesplitst is geweest. 4. Maximale bouwhoogte 6m bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen 5. Maximale goothoogte 3,5 m bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen
58
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
6. gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen
bedraagt in het bebouwing:niet meer dan: a. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; b. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; c. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
7. Dakhelling
kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Erf- en perceelsafscheidingen De bouwhoogte bedraagt maximaal: - 2 meter indien gelegen achter de voorgevel van de bedrijfswoning; - 1 meter indien gelegen voor de voorgevel van de bedrijfswoning. Carport of overkapping Maximaal 1 vrijstaande carport of overkapping kap, mits dit niet leidt tot behorende bij de bedrijfswoning, met dien onevenredige aantasting verstande dat: van de met dien verstande dat: stedenbouwkundige 1. de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet mag kwaliteit van het worden overschreden; bedrijventerrein en niet 2. de carport of overkapping uitsluitend mag leidt tot onevenredige worden gebouwd met een plat dak; aantasting van de 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 gebruiksmogelijkheden meter; van de aangrenzende 4. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 gronden. m²; Hooiberg (anders dan een parapluhooiberg)
Maximaal 1 met dien verstande dat: - de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m2; - de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 meter.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
59
Zonnepaneleninstallatie
Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde
De installatie is volledig op daken toegestaan. Als dit al benut is en geen andere mogelijkheden bestaan of een niet benut deel brengt minder dan 60% van de optimale opbrengst op, dan geldt het volgende: - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2; - de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m; -Maximale bouwhoogte 4 meter; - Maximale oppervlakte 10 m2.
10.5 Overige bouwregels bouwvlak Binnen de locatie 'Bedrijf' gelden de volgende overige bouwregels: Bouwregel 1. Situering gebouwen en bijbehorende bouwwerken
2. Aantal bedrijfswoningen
60
Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit n.v.t.
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken worden uitsluitend gesitueerd: - binnen de aanduiding 'bouwvlak', tenzij dit in dit deze regels anders is geregeld; - op een minimale afstand van 1 meter van de perceelsgrens voorzover het bedrijfsgebouwen betreft; - op een minimale afstand van 5 meter van de perceelsgrens voorzover het de bedrijfswoning en hierbij behorende bijgebouwen betreft; - op minimaal de bestaande afstand tot aan de as van de weg, voorzover het de bedrijfswoning betreft; - uitsluitend achter de gevellijn van de bedrijfswoning, voorzover het de bijgebouwen bij de bedrijfswoning betreft; - op een minimale afstand van 5 meter van waterlopen, waarbij kortere afstanden van bestaande bebouwing is toegestaan; - met een maximale onderlinge afstand tussen de bedrijfswoning en bij de bedrijfswoning bijbehorende vrijstaande bijgebouwen van 30 meter. Binnen de aanduiding 'bouwvlak' is één n.v.t. bedrijfswoning toegestaan, tenzij op de verbeelding een maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' voorkomt. In dat geval geldt dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend het betreffende aantal woningen ter plaatse is toegestaan. Indien ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' tevens de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is opgenomen, dan is ter plaatse van het bouwvlak géén bedrijfswoning toegestaan.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
10.6 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwregels Het bevoegd gezag verleent op aanvraag een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 10.4 Bouwregels bouwvlak en 10.5 Overige bouwregels bouwvlak, voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 10.6.1 Vergroten bestaande vloeroppervlakte bedrijfsgebouwen Het vergroten van de bestaande (legale) vloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen overeenkomstig de volgende voorwaarden: 1.
op basis van een onderbouwing objectief kan worden vastgesteld, dat verplaatsing naar een bedrijventerrein (financieel) niet haalbaar is; 2. voor agrarisch verwante en agrarisch- technisch hulpbedrijven geldt een maximale uitbreidingspercentage van 25%. Overige bedrijven krijgen een maximale uitbreidingsmogelijkheid van 15%; 3. de vergroting voor wat betreft de omvang van de functie past binnen de omgeving; 4. de uitbreiding noodzakelijk is in verband met de continuïteit van het bedrijf; 5. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; 6. de milieubelasting voor het omringende gebied niet wordt verzwaard; 7. de uitbreiding niet leidt tot een onevenredige verhoging van het verkeersaanbod op de wegen; 8. parkeren dient uitsluitend op eigen terrein plaats te vinden; 9. het geen bedrijf betreft dat zich via de regeling vrijkomende agrarische bebouwing heeft gevestigd; 10. het bedrijf niet reeds met 15% dan wel 25% is uitgebreid na 31 mei 2001; 11. op basis van een erfbeplantingsplan de landschappelijke inpassing is verzekerd. 10.6.2 Het verhogen van bedrijfsgebouwen De op grond van 10.4 toegestane goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mogen worden vergroot, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5.
de maximale goothoogte bedraagt 7 meter; de maximale bouwhoogte bedraagt 12 meter; aangetoond dient te worden dat het verhogen van bedrijfsgebouwen functioneel noodzakelijk is; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.
10.6.3 Het verhogen van de bouwhoogte Het verhogen van de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen is toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
de maximale bouwhoogte 15 meter bedraagt; aangetoond dient te worden dat het verhogen van de bouwhoogte functioneel noodzakelijk is; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
61
10.6.4 Het bouwen van meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige maaiveld binnen de aanduiding'archeologischeverwachtingswaarde 2' Het bouwen van meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' is toegestaan indien onder andere voldaan is aan één van de volgende voorwaarden: 1. 2.
3.
de aanvrager van de afwijking blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; de aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige.
10.6.5 De aanleg van een zonnepaneleninstallatie De aanleg van een zonnepaneleninstallatie als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, grenzend aan een bouwvlak is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7.
er gemotiveerd wordt dat er geen mogelijkheid op het aangrenzende bouwvlak is om de zonnepaneleninstallatie te realiseren. Dit geldt onder andere voor situaties waarbij geen geschikt dakvlak beschikbaar is in verband met schaduwwerking of waarbij de dakconstructie minder geschikt is voor de montage van zonnepanelen (bijvoorbeeld bij een rieten dak); er dient te worden aangetoond dat de verwachte opbrengst op bestaande gebouwen binnen het aangrenzende bouwvlak minder dan 60% van de optimale opbrengst bedraagt; de zonnepaneleninstallatie dient binnen een zone van 30 meter tot de grens van een aangrenzend bouwvlak te worden gesitueerd; de gezamenlijke oppervlakte van de zonnepaneleninstallatie binnen en buiten het bouwvlak mag maximaal 100 m2 bedragen. de bouwhoogte dient maximaal 2 meter te bedragen; per bedrijf mag maximaal één zonnepaneleninstallatie worden gerealiseerd; de zonnepaneleninstallatie dient getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand.
10.6.6 Vogelnesten Het oprichten van een vogelnest (bijvoorbeeld ooievaarsnest) is toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.
de maximale oppervlakte bedraagt 5 m²; de maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter.
10.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen voor onderstaande werken en/of werkzaamheden en tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
1. Historisch landschappelijk gebied: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - historisch landschappelijk gebied':
62
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
a. b. c. d. e. f.
afgraven, ophogen; indrijven; onderbemalen; aanbrengen oeverbeschoeiing; planten, omzetten van grasland naar bouwland; verharden oppervlakte van meer dan 100 m².
2. Archeologische verwachtingswaarde 2: Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Archeologische verwachtingswaarde 2': ingrepen die groter zijn dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidig maaiveld;
3. Besloten gebied: Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Besloten gebied': a. b.
afgraven, egaliseren; rooien, omzetten van grasland naar bouwland, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en /of sierteelt.
4. Landschapselementen Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Landschapselement': a. b.
rooien, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt; verharden oppervlakte van meer dan 100 m², veranderen perceelsindeling.
Hierbij gelden de navolgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.
ingeval er twee of meer aanduidingen op de desbetreffende gronden zijn gelegen, het zwaarste regime geldt; bij de beoordeling van de een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen, getoetst; het bevoegd gezag kan voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen; indien het een werk en/of werkzaamheden binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' betreft, waarbij de ingrepen groter zijn dan ter plaatse is toegestaan, dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat deze archeologische waarden niet worden aangetast.
10.7.1 Uitzonderingen op vergunningplicht uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Als uitzondering op de omgevingsvergunningplicht als bedoeld in 10.7 geldt het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden die: a. b. c. d. e.
f.
binnen het bouwvlak worden uitgevoerd; minder dan 100 m² bedragen en buiten het bouwvlak worden uitgevoerd; van ondergeschikte betekenis zijn; betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd zijn en niet reeds in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
63
10.8 Bevoegdheid wijzigingen toedeling functies Het bevoegd gezag kan de toedeling van functies als volgt wijzigen: 10.8.1 De omschakelingvan een bedrijf naar een recreatief bedrijf Na de wijziging van toedeling van functies kan een omschakeling van een bedrijf naar een recreatief bedrijf worden toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen; horeca ten dienste van extensieve recreatie, zoals een theetuin en een ijs/snackverkooppunt tot maximaal 100 m² (gezamenlijke oppervlakte van binnen- en buitenruimte); groepsaccommodatie tot een maximale oppervlakte van 400 m²;
indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1.
de oppervlakte aan dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen per vrijgekomen bedrijfslocatie dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 400 m², waarbij cultuurhistorische bebouwing gehandhaafd dienen te blijven; 2. aangetoond dient te worden dat bedrijfsmatig hergebruik redelijkerwijs niet haalbaar is; 3. aangetoond dient te worden dat volledige sanering in redelijkheid niet kan worden verlangd; 4. het initiatief moet geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat binnen het gebied; 5. het initiatief dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; 6. voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd, binnen de contouren van het vigerende 'bouwvlak', zoals bedoeld in artikel 19; 7. er geen beperking plaatsvindt van de omliggende (agrarische) bedrijven; 8. de functiewijziging slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking heeft, welke bovendien bij de ontsluitingssituatie ter plaatse past; 9. buitenopslag niet is toegestaan; 10. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; 11. de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; 12.
de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; 13. de ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant omtrent de vestiging van niet-agrarische functies in de groenblauwe mantel dan wel het gemengd landelijk gebied of soortgelijke randvoorwaarden in een opvolgende provinciale verordening; 14. de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn. 10.8.2 Het wijzigen van de functietoedeling Bedrijf in de functietoedeling Wonen De functietoedeling 'Bedrijf' welke is voorzien van de aanduiding 'bouwvlak' kan worden gewijzigd in 'Wonen - 1', indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b.
e. f.
het bedrijf dient te zijn beëindigd; de wijziging mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven; de wijziging dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; er dient een legale bedrijfswoning op het bouwvlak aanwezig te zijn; na wijziging naar 'Wonen - 1' is ter plaatse van deze functietoedeling maximaal 1 woning toegestaan;
64
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
c. d.
g.
ingeval de bedrijfswoning cultuurhistorisch waardevol is, dient minimaal 400 m³ te worden ingezet voor de gebruiksfunctie wonen; h. de oppervlakte van het bouwvlak dient te worden verkleind ten behoeve van de wijziging naar 'Wonen 1'; i. de overige gronden van deze bestemming worden bestemd overeenkomstig de aangrenzende gebiedsgerichte bestemmingen; j. de ontwikkeling gaat gepaard met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; k. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; l. alle overtollige niet-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing moet gesloopt worden, waarbij als maximum beganegrond vloeroppervlakte aan resterende niet-overtollige bebouwing 200 m2 is toegestaan; m. de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
65
Artikel 11
Groen - Landschappelijke inpassing
11.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Groen - Landschappelijke inpassing' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. b. c. d.
e.
11.2
het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen; water en waterhuishoudkundige doeleinden; ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; Specifieke gebruiksregels
11.2.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen: a. b. 11.3
voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas. Bouwregels
11.3.1 Algemeen Uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan en uitsluitend in de vorm van een erfafscheiding. 11.3.2 Bouwregels erfafscheidingen Voor erfafscheidingen gelden de volgende bepalingen: a. b.
de erfafscheiding mag uitsluitend in de vorm van een open constructie worden opgericht; de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 11.4.4 omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 11.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het onder 11.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
66
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
a. b. c.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van dit bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van dit bestemmingsplan in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
11.4.3 Toetsing aan aanwezige waarden De in 11.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 11.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 11.4.4 de toetsingscriteria weergegeven. 11.4.4 Schema omgevingsvergunningvoor werken en werkzaamheden Omgevingsvergunningsplichtigewerken/werkzaamheden Criteria voor verlening van de omgevingsvergunningvoor werken en werkzaamheden het verwijderen van houtopstanden het verwijderen van houtopstanden moet noodzakelijk zijn voor de duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing en wordt gecombineerd met het anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - historisch landschappelijk gebied': - afgraven, ophogen; - indrijven; - onderbemalen; - aanbrengen oeverbeschoeiing. Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Archeologische door middel van archeologisch onderzoek verwachtingswaarde 2': dient te worden aangetoond dat de - ingrepen die groter zijn dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter archeologische waarden niet worden onder het huidig maaiveld; aangetast Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Besloten gebied': - afgraven, egaliseren.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
67
Artikel 12
Verkeer
12.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Verkeer' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut; civieltechnische kunstwerken; waterlopen en waterpartijen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; oeververbindingen (bruggen); ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; k. ter plaatse van de aanduiding 'landschapselementen', een landschapselement; l. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; m. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde. 12.2
Specifieke gebruiksregels
12.2.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. 12.3
kamperen; opslag van goederen en materialen; (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas. Bouwregels
12.3.1 Algemeen Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. 12.3.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 6 m².
12.3.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
68
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 meter bedragen; de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en verkeersvoorzieningen mogen maximaal 9 meter bedragen;
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
12.4 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteitbouwregels Het bevoegd gezag verleent op aanvraag een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in 12.3 Bouwregels, voor de navolgende omgevingsplanactiviteit indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarden: 12.4.1 Het verhogen van de bouwhoogte Het verhogen van de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en verkeersvoorzieningen is toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
de maximale bouwhoogte 15 meter bedraagt; aangetoond dient te worden dat het verhogen van de bouwhoogte functioneel noodzakelijk is; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 12.5.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 12.5.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 12.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
12.5.3 Voorwaarden De in 12.5.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 12.1. Voor de belangenafweging zijn in het schema onder 12.5.4 de toetsingscriteria weergegeven. 12.5.4 Schema omgevingsvergunning Omgevingsvergunningplichtigewerken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden een werk en/of werkzaamheden binnen de aanduiding door middel van archeologisch onderzoek dient te 'archeologische verwachtingswaarde 2', waarbij de worden aangetoond dat de archeologische waarden ingrepen groter of gelijk zijn dan 1 hectare en dieper niet worden aangetast. dan 0,5 meter onder het huidig maaiveld.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
69
Artikel 13
Verkeer - Zandpad
13.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Verkeer - Zandpad' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
onverharde wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; voet- en fietspaden; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut; civieltechnische kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; extensief recreatief medegebruik. verharde oeververbindingen (bruggen); ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; k. ter plaatse van de aanduiding 'landschapselementen', een landschapselement; l. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; m. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde. 13.2
Specifieke gebruiksregels
13.2.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. 13.3
kamperen; opslag van goederen en materialen; (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas. Bouwregels
13.3.1 Algemeen Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. 13.3.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 6 m².
13.3.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
70
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 meter bedragen; de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en verkeersvoorzieningen mogen maximaal 9 meter bedragen;
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
13.4 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteitbouwregels Het bevoegd gezag verleent op aanvraag een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in 13.3 Bouwregels, voor de navolgende omgevingsplanactiviteit indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarden: 13.4.1 Het verhogen van de bouwhoogte Het verhogen van de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en verkeersvoorzieningen is toegestaan indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
de maximale bouwhoogte 15 meter bedraagt; aangetoond dient te worden dat het verhogen van de bouwhoogte functioneel noodzakelijk is;b. aangetoond dient te worden dat het verhogen van de bouwhoogte functioneel noodzakelijk is; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
13.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.5.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 13.5.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 13.5.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 13.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
13.5.3 Voorwaarden De in 13.5.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 13.1. Voor de belangenafweging zijn in het schema onder 13.5.4 de toetsingscriteria weergegeven. 13.5.4 Schema omgevingsvergunning Omgevingsvergunningplichtigewerken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden een werk en/of werkzaamheden binnen de aanduiding door middel van archeologisch onderzoek dient te 'archeologische verwachtingswaarde 2', waarbij de worden aangetoond dat de archeologische waarden ingrepen groter of gelijk zijn dan 1 hectare en dieper niet worden aangetast. dan 0,5 meter onder het huidig maaiveld.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
71
Artikel 14
Water
14.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Water' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. Water aan- en afvoer, alsmede voor de waterberging; b. Water; c. Waterhuishoudkundige voorzieningen; d. ecologische natuurwaarden; e. extensief recreatief medegebruik. Eén en ander met bijbehorende voorzieningen waaronder begrepen: f. g. h. i. j. k. l. m. n.
bruggen; viaducten; tunnels; keermuren; kademuren; steigers; duikers; oevers; leidingen.
14.2 Verboden functies en gebruik Binnen de locatie 'Water' zijn de volgende functies en gebruik verboden: a. Wonen (bijvoorbeeld in een woonboot) b. (Proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas c. opslag goederen / materialen anders dan ten behoeve van de functietoedeling. 14.3 Bouwregels gebouwen Binnen de locatie 'Water' zijn gebouwen niet toegestaan. 14.4 Overige bouwregels Binnen de locatie 'Water' gelden de volgende overige bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: a. b.
72
de bouwhoogte voor bruggen bedraagt maximaal 9 meter; de bouwhoogte voor overige bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
Artikel 15
Wonen - 1
15.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Wonen - 1' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. b.
wonen in een woning; een bed & breakfast accommodatie met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen binnen het hoofdgebouw. c. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in het hoofdgebouw, met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner; d. behoud en herstel van cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' en 'specifieke vorm van wonen - 5' statische opslag in bijgebouwen in bestaande bruto vloeroppervlakte; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 3' een hoveniersbedrijf in bestaande omvang; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4' kleinschalige bedrijvigheid tot en met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een vakantiewoning met een gezamenlijk begane grondvloeroppervlakte van 315 m2; h. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; i. tuinen, erven en terreinen; j.
ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; k. parkeervoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. groenvoorzieningen. n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parapluhooiberg' een paraplu hooiberg; o. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied. 15.2
Specifieke gebruiksregels
15.2.1 Strijdig gebruik: Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f. g.
detailhandel; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; kamperen, met uitzondering van kamperen dat plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone recreatie'; opslag van goederen en materialen voor de gevellijn; permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas.
15.2.2 Voorwaardelijke verplichting cultuurhistorische waarden Onverminderd het bepaalde in 15.4.1 is de splitsing van een woning met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' in twee wooneenheden en het gebruik van deze twee wooneenheden toegestaan, mits: 1.
een splitsing van de woning bijdraagt aan het behoud en herstel van de onderkende
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
73
cultuurhistorische waarden als bedoeld in Bijlage 4 CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen. 15.2.3 Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassingcamping Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' is gebruik overeenkomstig de functietoedeling toegestaan, mits de bestaande landschapsinpassing in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' in stand wordt gehouden en binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een aanvullende landschapsinpassing in de vorm van een bladhoudende haag ter plaatse van een inrit zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld onder 2.8.
15.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteitgebruiksregels Het bevoegd gezag verleent op aanvraag een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in 15.1 Toegestane functies en gebruik, voor de navolgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarden: 15.3.1 Een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2 van de woning en/of bijgebouwen; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt wordt; alleen ondergeschikte detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende beroep of bedrijf is toegestaan; e. de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; f. de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten; g. horeca is niet toegestaan; h. het beroep of bedrijf mag geen publieksgericht karakter en geen onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben; i.
er dient te zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak; j. buitenopslag is niet toegestaan; k. reclame-uitingen zijn niet toegestaan; l. laden en lossen mag uitsluitend op eigen terrein plaatsvinden; m. de activiteit dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn; n. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. a. b. c. d.
15.3.2 Dagrecreatieve voorzieningen als nevenfunctie Dagrecreatieve voorzieningen als nevenfunctie bij de woning zijn toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
het uitsluitend een theetuin met een maximum oppervlakte van 100 m² of een atelier betreft; deze binnen de bestaande bebouwing plaatsvindt; door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden mag plaatsvinden; er dient te zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak; de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een
74
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
g. h.
kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; alleen nevenfuncties die conform het bestemmingsplan voortgezet kunnen worden als vervolgfunctie zijn toegestaan.
15.3.3 Verblijfsrecreatieve voorzieningen als nevenfunctie De volgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: a.
verblijfsrecreatie (minicamping en/of trekkershutten) met een maximale oppervlakte van 1 hectare, grenzend aan een agrarisch bouwvlak of een bouwvlak met een andere bestemming met eenvoudige voorzieningen op het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. de al bestaande (mini)campings niet van deze nevenactiviteit gebruik mogen maken; 2. er maximaal 5 trekkershutten opgericht mogen worden binnen het bouwvlak; 3. een standplaats een minimale oppervlakte van 230 m² heeft; 4. verblijfsrecreatie uitsluitend plaatsvindt in de periode van 1 maart tot en met 1 november en van 16 december tot en met 16 januari; 5. de afstand van het terrein tot de woningen van omwonenden dient minimaal 50 meter te bedragen; 6. er een woning op het betreffende bouwvlak aanwezig is; 7. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. 8. er landschappelijke inpassing plaatsvindt van minimaal 30% van de oppervlakte van de minicamping; indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
de woning als hoofdfunctie aanwezig is en blijft; de agrarische functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden aangetast; door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt; er dient te zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak; de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; alleen nevenfuncties die conform het bestemmingsplan voortgezet kunnen worden als vervolgfunctie zijn toegestaan; de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend.
15.4 Bouwregels a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; b. Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee of meer aanduidingen 'bouwvlak' dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van overeenkomstige toepassing; c. Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen van deze regels dient voor het bouwen van geluidgevoelige ruimten van gebouwen een afstand van 10 meter uit de wegas in acht te worden genomen. 15.4.1 Woning binnen het bouwvlak Voor het bouwen van een woning gelden de volgende bepalingen: a.
per bouwvlak is één woning is toegestaan. Indien ter plaatse van het bouwvlak tevens de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' voorkomt, dan geldt in afwijking hiervan dat het maximum aantal wooneenheden maximaal overeenkomt met het aantal als weergegeven op de verbeelding;
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
75
b. c. d. e. f. g.
h. i. j.
de woning dient op minimaal 50% ter plaatse van de bestaande fundering van de woning te worden opgericht bij herbouw tenzij er sprake is van nieuwbouw van een woning; de inhoud van de woning bedraagt maximaal 750 m³ exclusief onderkeldering inclusief aan- en uitbouwen; in afwijking van het bepaalde in lid b bedraagt de inhoud van de woning ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' het volume als aangegeven op de verbeelding; de maximale goothoogte van de woning bedraagt 6 meter en de maximale hoogte bedraagt 10 meter; het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 25° en ten hoogste 60°, met dien verstande dat deze dakhelling niet geldt bij een gebogen kap; Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen van deze regels dient voor het bouwen van geluidgevoelige ruimten van gebouwen een afstand van 10 meter uit de wegas in acht te worden genomen. afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient minimaal 5 meter te bedragen; de minimale afstand tot de waterlopen dient minimaal 5 meter te bedragen; woningen en/of vrijstaande bijgebouwen mogen niet vóór de gevellijn gebouwd worden. Indien er geen gevellijn is opgenomen dienen de woningen in de lijn van de omliggende woningen te worden gesitueerd.
15.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
b. c. d. e.
f.
76
de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied:, met uitzondering van parapluhooibergen als bedoeld in lid f, bedraagt per woning niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2 : 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2 : 50 m2 , vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2 ; 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2 : 90 m2 , vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 , tot een maximum van in totaal 150 m2 ; 4. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 325 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2'; 5. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 364 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4'; 6.
in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 kan de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in lid a onder 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' worden vermeerderd met een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte , voorzover hierbij binnen het plangebied het maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte niet wordt overschreden. 7. In afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken 555 m2 zoals bedoeld in lid a onder 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 6'. de afstand van de bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrens dient minimaal 1 meter te bedragen; de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de woning bedraagt niet meer dan 30 meter. Deze maatvoering dient ook in acht te worden genomen bij de herbouw van een bijgebouw; bijbehorende bouwwerken mogen niet vóór de gevellijn gebouwd worden; de maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter en de maximale hoogte 6 meter.
In afwijking hiervan geldt voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' enkel een maximale bouwhoogte van 5 meter. in afwijking van het bepaalde in lid b, c en e en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parapluhooiberg' is een parapluhooiberg: toegestaan, met dien verstande dat:
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 meter; 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 de bouwhoogte met maximaal 2 meter mag worden overschreden ten behoeve van de paal; 4. de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 49 m2; 5. aan- en uitbouwen niet zijn toegestaan; 6. de bouwhoogte van de wanden maximaal 3 meter mag bedragen; 7. tussen de wanden en de goothoogte minimaal 2 meter vrij van wanden en/of muren dient te zijn; 15.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b.
c. d. e.
de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de gevellijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; bij de woning mag één carport of overkapping worden gebouwd met dien verstande dat: 1. de gevellijn niet mag worden overschreden; 2. de carport of overkapping uitsluitend mag worden gebouwd met een plat dak; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; 4. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m²; afstand tot de perceelsgrens dient minimaal 1 meter te bedragen met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen welke op de perceelsgrens gebouwd mogen worden; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen; de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m².
15.5 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen voor: 15.5.1 Herbouw woning buiten de fundering van de bestaande woning Herbouw van de woning buiten de fundering van de bestaande woning is toegestaan, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h.
dit vanuit het verkeersbelang/verkeersveiligheid dan wel vanuit een beter woonmilieu wenselijk is; de afstand tot de weg mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, wateren bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen; er sprake is van een sterke verbetering van de beeldkwaliteit in de directe omgeving; vervangende nieuwbouw van de woning of bijgebouwen dient gepaard te gaan met sloop van overtollige bebouwing. Voor elke 500 m² die wordt gesloopt mag de woning met 50 m³ worden vergroot tot een maximum van 850 m³; in het geval dat de te vervangen woning een cultuurhistorisch waardevol object betreft, is een advies van de gemeentelijke monumentencommissie noodzakelijk; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; bij het samenvoegen van de vierkante meters van verschillende te slopen bouwwerken mag het nieuwe bijgebouw geen bedrijfsmatige uitstraling krijgen.
15.5.2 De vergroting van de woning en bijgebouwen, aan- en uitbouwen in geval van afbraak De woning en/of bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen worden vergroot, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
indien het gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan groter is dan 100 m² geldt het volgende:
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
77
1.
2. 3. 4.
bij afbraak van voornoemd(e) bijgebouw(en), mag het onder a. genoemde oppervlak worden verhoogd onder de volgende voorwaarden: de verhoging bedraagt 50% van het oppervlak van het te slopen surplus aan gebouw(en); het maximaal toegestaan totale oppervlakte aan bijgebouwen, bedraagt, na bedoelde afbraak, echter 200 m²; de woning mag worden vergroot, gerelateerd aan de oppervlakte bijgebouwen die worden gesloopt; voor elke 500 m² die wordt gesloopt, mag de woning met 50 m³ worden vergroot; de inhoud van de woning mag – in totaliteit – niet meer dan 850 m³ bedragen; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.
15.5.3 Inpandige vergroting van de woning De inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b.
het een inpandige verbouwing van een karakteristieke boerderij betreft; het karakteristieke beeld van de boerderij niet wordt aangetast.
15.5.4 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b.
de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar; er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen.
15.6 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
15.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden verlenen voor: a.
werken en/of werkzaamheden zoals weergegeven in sub 15.7.1 en 15.7.2 met dien verstande dat voor werken en/of werkzaamheden binnen het bouwvlak of het verharden van minder dan 100 m² buiten het bouwvlak geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden nodig is; indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.
78
ingeval er twee of meer aanduidingen op de desbetreffende gronden zijn gelegen, het zwaarste regime geldt; bij de beoordeling van de werken en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in Bijlage 2 Beoordelingscriteria bij omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aanleggen, getoetst; het bevoegd gezag kan voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen; indien het werken en/of werkzaamheden betreft binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' betreft, waarbij de ingrepen groter zijn dan ter plaatse is toegestaan, dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat deze archeologische waarden niet
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
worden aangetast. 15.7.1 Historisch landschappelijkgebied afgraven, ophogen; indrijven; onderbemalen; aanbrengen oeverbeschoeiing; planten, omzetten van grasland naar bouwland; verharden oppervlakte van meer dan 100 m². 15.7.2 Besloten gebied afgraven, egaliseren; rooien, omzetten van grasland naar bouwland, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt. 15.8
Bevoegdheid tot wijzigen van toedeling van functies
15.8.1 Woningsplitsing Het splitsen van de woning in twee wooneenheden is toegestaan, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing betreft; kenmerkende architectonische eigenschappen dienen te worden behouden; de wijziging mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; d. splitsing is alleen toegestaan als deze past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; e. de overtollige gebouwen dienen eerst te worden afgebroken tot een oppervlakte welke per woning maximaal is toegestaan, te weten 100 m² alvorens tot splitsing mag worden overgegaan; f. door de komst van de nieuwe woningen er geen milieuhygiënische belemmeringen optreden; g. ten aanzien van de sloop van het op het moment van de ter visie legging van het ontwerp-bestemmingsplan aanwezige surplus aan vrijstaande (bij)gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. het maximaal toegestane oppervlak aan bijgebouwen van 100 m² mag worden verhoogd mits de bebouwing, welke niet als woning wordt gebruikt, wordt gesloopt. 2. De verhoging bedraagt 50 procent van het te slopen surplus aan bebouwing. 3. Het maximaal toegestane oppervlakte van bijgebouwen mag na afbraak niet meer bedragen dan 200 m². h. er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe bijgebouwen; i. cultuurhistorisch waardevolle objecten mogen niet worden gesloopt; j. de inhoud van de karakteristieke boerderij mag niet worden vergroot; k.
de inhoud van de karakteristieke boerderij moet vóór de splitsing ten minste 900 m³ bedragen; l. de inhoud van de woningen bedraagt na splitsing ten minste 400 m³ per woning; m. de inhoud van de gesplitste woningen mag niet worden vergroot; n. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; o. de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.
bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar
79
Artikel 16
Wonen - 2
16.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Wonen - 2' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. b. c.
d.
e. f. g. h.
i. j. k. l.
wonen in een woning; een bed & breakfast accommodatie met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen binnen het hoofdgebouw; de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in het hoofdgebouw, met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' kleinschalige bedrijvigheid met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een opslagbedrijf en met een maximum gezamenlijk bruto vloeroppervlakte van 900 m2; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - geurgevoelig object' is geen geurgevoelig object toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; tuinen, erven en terreinen; ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; behoud en herstel van cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische