CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota Beantwoording zienswijzen Sint-Michielsgestel

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 19 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: 9 Raadsvoorstel Vaststellen Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel met bijbehorende omgevingseffectrapportage35.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota0beantwoording zienswijzen Ontwerp-Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel en het Omgevingseffectrapport (OER) 13 augustus 2024

April 2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

1

1. Inleiding

3

1.1 De nieuwe omgevingsvisie

3

1.2 De inspraakperiode

3

2. Algemene beantwoording

6

2.1 Omgevingsvisie

6

2.2 OER

10

2.3 Omgevingsvergunning

11

2.4 Melding openbare ruimte

11

3. Beantwoording per zienswijze

12

3.1 Inleidende hoofdstukken van de Omgevingsvisie

12

3.1.1 Thema's

12

3.1.2 Dromen

12

3.1.3 Ambities

12

3.1.4 Scenario's

13

3.1.5 Ontwerp Omgevingsvisie inleiding en omgevingsvisiekaart

14

3.2 Aangenaam leven

16

3.2.1 Groene kwaliteit Sint-Michielsgestel

16

3.2.2 Klimaatadaptatie als voorwaarde

16

3.2.3 Identiteit van de plek

17

3.2.4 Duurzame dorpse in- en uitbreiding

17

3.2.5 Passende voorzieningen

29

3.2.6 Gezonde leefomgeving

29

3.2.7 Veilige leefomgeving

29

3.3 Verbindend netwerk

30

3.3.1 Eigenheid dorpen

30

3.3.2 Iedereen doet mee

30

3.3.3 Mobiliteit integraal bij uitbreidingslocaties

30

3.3.4 Duurzame mobiliteitsvormen

35

3.3.5 Fietsnetwerk

35

3.4 Krachtige economie

36 1

3.4.1 Bedrijventerreinen lokaal gebonden

36

3.4.2 Aantrekkelijke dorpscentra

37

3.4.3 Agrarische bedrijvigheid

37

3.4.3 Recreatie

42

3.5 Inclusieve duurzaamheid

43

3.5.1 Water en bodem sturend

43

3.5.2 Klimaatadaptieve maatregelen

44

3.5.3 Energietransitie

46

3.5.4 Duurzame landbouw

52

3.5.5 Grondstoffen

60

3.6 Deelgebieden

61

3.6.1 Centrum

61

3.6.2 Vitale dorpen

61

3.6.3 Bedrijfsfuncties

61

3.6.4 Natuurgebieden

62

3.6.5 Beekdalen

67

3.6.6 Landelijk gebied

71

3.7 Het OER

76

3.8 Het proces en overige onderwerpen

77

3.8.1 Participatie en samenwerking

77

3.8.2 Doorwerking en totstandkoming

80

3.8.3 Algemene opmerkingen over de Omgevingsvisie

81

3.8.4 Algemene opmerkingen over de openbare ruimte

86

3.8.5 Erfgoed

87

3.8.5 Overige onderwerpen

89

4. Wat is er gedaan met de binnengekomen zienswijzen? Welke wijzigingen zijn er gemaakt? 4.1 Omgevingsvisie

91 91

4.1.1 Wijzigingen aan de hand van zienswijzen

91

4.1.2 Ambtshalve wijzigingen

93

4.2 OER

94

4.3 Uitwerkingen omgevingsplannen en programma's

95

2

1. Inleiding Deze nota beantwoording zienswijzen gaat over de adviezen en zienswijzen die zijn ingediend op de ontwerp omgevingsvisie met bijbehorende omgevingseffectrapportage.

1.1 De nieuwe omgevingsvisie De gemeente Sint-Michielsgestel is bezig om een omgevingsvisie 2040 te maken. Deze omgevingsvisie beschrijft hoe Sint-Michielsgestel de fysieke leefomgeving voor een lange periode wil inrichten. De gemeente stelt 1 omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Gemeenten moeten op grond van de Omgevingswet voor 1 januari 2027 hun omgevingsvisie hebben vastgesteld. Omdat de omgevingsvisie belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben is het nodig om een omgevingseffectrapportage (OER) uit te voeren. Gelijktijdig met het proces van de omgevingsvisie is het OER opgesteld. Het OER heeft als doel om (milieu) effecten integraal mee te wegen in de besluitvorming voor de omgevingsvisie. Daarnaast is er een passende beoordeling Wet natuurbescherming opgesteld vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden Kampina en Oisterwijkse Vennen.

1.2 De inspraakperiode De ontwerp omgevingsvisie met bijbehorende omgevingseffectrapportage heeft van 22 januari tot en met 4 maart 2024 ter inzage gelegen. De formele aankondiging van de ter inzage legging is gemeld in het gemeenteblad. Daarnaast is de ter inzage legging breed aangekondigd via de gemeentelijke kanalen (website, advertentie in de krant en social media). De stukken waren digitaal in te zien via de website van de gemeente of via een link bij de publicatie. Daarnaast hebben de stukken ter inzage gelegen op het gemeentehuis van Boxtel. Ketenpartners, stakeholders en degenen die zich hebben aangemeld om op de hoogte te blijven, zijn per e-mail op de hoogte gebracht van de ter inzagelegging. De instanties die de NRD (Notitie Reikwijdte Detailniveau) toegestuurd gekregen hebben, zijn nu ook weer geraadpleegd. Het gaat om de volgende instanties: - De Veiligheidsregio - Waterschap Aa en Maas - De provincie Noord-Brabant - Rijkswaterstaat Zuid-Holland - De Gasunie - Defensie Pijpleiding Organisatie - Rotterdam-Rijn Pijpleiding - Prorail - Rijksdienst voor Cultuur Erfgoed - Brabant Water - GGD Hart van Brabant - Regio Noordoost Brabant - Waterschap De Dommel - De gemeenten ’s-Hertogenbosch, Boxtel, Meierijstad, Vught en Bernheze. Voor geïnteresseerden hebben we nog drie inloopmomenten georganiseerd.

Tijdens deze inloopmomenten konden ze de stukken inzien en vragen stellen aan projectteamleden. In totaal hebben ongeveer 90 burgers en/of belanghebbenden één van de drie inloopmomenten bezocht. 3

Tijdens de inspraakperiode zijn 41 zienswijzen ingediend. Deze worden behandeld in deze nota beantwoording zienswijzen. Na de inspraakperiode is er op 18 juli nog een zienswijze ingediend. Deze is niet meegenomen in deze nota beantwoording zienswijzen. Volgens de wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) mogen NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aangeboden worden. Een uitzondering geldt voor gegevens van: − −

Ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een B.V. of een v.o.f.) Personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden.

Als het voor de uitvoering van een publieke taak moet, mogen persoonsgegevens wel digitaal aangeboden worden. Deze nota wordt digitaal aangeboden. NAW-gegevens zijn niet vermeld, behalve waar de wet dat toelaat. Zienswijzen ingediend door een particulier of op persoonlijke titel zijn geanonimiseerd in dit document. 1.3 Leeswijzer Deze reactienota is opgebouwd in lijn met hoofdstukken van de omgevingsvisie. Hoofdstuk 2 beantwoord de algemene vragen die gesteld zijn. Hoofdstuk 3 beantwoord de individuele zienswijzen. Deze zijn ingedeeld conform de hoofdstukindeling van de omgevingsvisie. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) beschrijft welke wijzigingen zijn aangebracht in de omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 staat bij de zienswijze een nummer toegevoegd, zie onderstaand voorbeeld: Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345868

Alle indieners van een zienswijze hebben een ontvangstbevestiging ontvangen. Het nummer vermeld in deze nota (in bovenstaand voorbeeld 1345868) correspondeert met het zaaknummer zoals vermeld op de ontvangstbevestiging, zie onderstaande afbeelding:

De nota van beantwoording is digitaal te raadplegen via de website van de omgevingsvisie. De nota staat bij downloads, zie: https://ovisie-st-michielsgestel.ireporting.nl/downloads

4

Wanneer u de nota opent kunt u via digitaal zoeken snel uw zienswijze terugvinden. Dit werkt als volgt: 1. Open de nota (PDF bestand). 2. Typ uw zaaknummer in in de zoekbalk, zie onderstaande afbeelding:

3. In het voorbeeld hieronder is zaaknummer 1345868 ingegeven

Er wordt ook meteen aangegeven hoe vaak de zoekterm voorkomt in het document. In het voorbeeld 1x. 4. Druk op enter en de eerste zoekterm wordt gemarkeerd weergegeven, zie afbeelding hieronder

5. Door op de pijltjes te klikken naast de zoekterm kunt u makkelijk navigeren naar de volgende locatie waar de zoekterm staat.

Wilt u liever een analoog exemplaar ontvangen, stuur dan een mailtje naar Omgevingsvisie@SintMichielsgestel.nl of bel naar 073 – 553 11 11. Dan sturen wij u een analoog exemplaar op. 5

2. Algemene beantwoording Bij elke zienswijze is een reactie geschreven waarin ingegaan wordt op de ingediende suggesties/ aanbevelingen. De zienswijzen hebben grofweg betrekking op de volgende onderwerpen: -

Omgevingsvisie OER Omgevingsvergunning Melding openbare ruimte

2.1 Omgevingsvisie Detailniveau en abstractieniveau Een groot deel van de zienswijzen gaan (deels) ook in op de verdere uitwerking van de omgevingsvisie, concrete maatregelen of projecten, en individuele percelen. De zienswijzen die hier betrekking op hebben worden niet terzijde gelegd, maar hebben geen invloed op de inhoud van de omgevingsvisie. Dit omdat de omgevingsvisie als strategische visie voor de lange termijn een hoger abstractieniveau heeft. Deze zienswijzen vormen waardevolle informatie voor een omgevingsprogramma en/of het omgevingsplan. Op het moment dat we aan de slag gaan met een omgevingsprogramma betrekken we deze zienswijzen bij het op te stellen programma. Scenario's Meerdere zienswijzen doen suggesties voor andere invalshoeken voor de scenario's, benoemen zaken uit de scenario's die volgens indieners niet gewenst zijn of doen voorstellen voor de aanpassing van de scenario's. De scenario's zijn opgesteld op basis van het participatieproces en afgestemd met de gemeenteraad. De scenario's onderzoeken de zogenaamde 'hoeken van het speelveld' en waren een hulpmiddel om te komen tot de omgevingsvisie. De scenario's zijn getoetst op effecten in het OER. Daarmee hebben we een eerste inzicht gekregen in de effecten van de scenario's.

Op basis van deze inzichten hebben we verder gewerkt aan het opstellen van de ontwerp omgevingsvisie (het voorkeursalternatief in het OER traject) dat een plek heeft gekregen in de Omgevingsvisie. De scenario's waren 'slechts' een hulpmiddel voor de omgevingsvisie in een eerdere fase die al eerder is afgerond. De scenario's worden daarom niet meer aangepast. Participatieproces Er zijn zienswijzen die ingaan op het participatieproces. Er is een uitgebreid participatietraject doorlopen om zoveel mogelijk inwoners, ondernemers, stakeholders en ketenpartners bij het opstellen van de ontwerp omgevingsvisie te betrekken. In de eerste fase (dromen) hebben ruim 700 geïnteresseerden input geleverd. In de daaropvolgende fasen hebben we verschillende werksessies georganiseerd voor ketenpartners en maatschappelijke stakeholders. Inwoners konden digitaal via Swipocratie reageren op stellingen. 6

Tijdens gemeentehuiskamergesprekken zijn we met inwoners in gesprek gegaan over de verschillende scenario’s. De resultaten/ analyse van de participatie en de scenario's zijn ook terug te vinden op de speciale website van de omgevingsvisie: https://ovisie-st-michielsgestel.ireporting.nl/home . Nu is de ontwerp omgevingsvisie af. Hier kon iedere belanghebbende op reageren. Zoekgebied ‘Dorpse en groene woonuitbreiding’ Berlicum Noord o.a. Braakven Er zijn veel zienswijzen binnengekomen over de mogelijkheden voor 'Dorpse en groene woonuitbreidingen' en specifiek ten aanzien van het zoekgebied ten noorden van Berlicum, waaronder Braakven. Enkele indieners onderschrijven deze ontwikkeling en meerdere indieners uitten hun bezwaren, vragen naar de argumentatie of geven alternatieven aan. De aanduiding 'Dorpse en groene woonuitbreiding’ Berlicum Noord betreft een zoekgebied c.q. is indicatief. Voor het op de kaart aangeduide zoekgebied 'Dorpse en groene woonuitbreiding' namen we als basis het door de Provincie Noord-Brabant in de Interim omgevingsverordering Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023) als 'Verstedelijking afweegbaar' aangeduide gebied. Niet alle als zodanig aangeduide gebieden zijn op kaart opgenomen als zoekgebied ‘Dorpse en groene woonuitbreiding’. Dit geldt bijvoorbeeld voor het gebied aan de zuidkant van de Milroijseweg.

Dit vormt de groene geleding tussen Berlicum en Middelrode en is belangrijk om te behouden mede met het oog op het aansluitende Aadal. Ook voor de Runweg gaat dit op. Door o.a. de ligging ten opzichte van de Aadal en de aanwezige waarden behoort een reguliere woonwijk hier niet tot de mogelijkheden. Zie voor meer informatie: https://sintmichielsgestel.raadsinformatie.nl/document/7580397/1#search=%22poort%20van%20berlicum%22 De eerder vastgestelde ambitie is dat in 2040 het woningaanbod bij de behoefte past. In elke kern is er behoefte aan nieuwe woningen en de verwachting is dat hiervoor in Berlicum binnen het dorp onvoldoende ruimte is. Er zijn meerdere zoekgebieden opgenomen en op een later moment bepalen we welk gebied of gebieden we daadwerkelijk realiseren. Dit hangt mede af van de mogelijkheden tot inbreiding binnen de bebouwde kom. Een eventuele nadere uitwerking voor Berlicum Noord vindt plaats in een gebiedsvisie in de vorm van een programma onder de Omgevingswet. Deze geeft gedetailleerder inzicht in de waarden en welke delen van een gebied voor welke functie(s) geschikt zijn. Hierbij worden ook de belanghebbenden weer betrokken bij betrokken. En de omgevingsvisie is kaderstellend. Dit betekent dat een eventuele uitbreiding moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter.

Daarnaast moeten de ontwikkelingen hand in hand gaan met maatregelen om het landschap te versterken. En met toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Ook het uitgangspunt bodem en water sturend is onverkort van toepassing, hetgeen betekent dat bouwen in het beekdal niet mogelijk is.

Nieuwe randwegfunctie Berlicum Middelrode Er zijn veel zienswijzen binnengekomen over de aanduiding op de kaart van de omgevingsvisie 'Nieuwe Randwegfunctie Berlicum Middelrode'. Enkele indieners zien kansen voor een dergelijke ontwikkeling. Meerdere indieners zien (potentiële) aandachtpunten, uitten hun bezwaren of benoemen alternatieven.

7

Allereerst merken we op dat het nut en de noodzaak van een randwegfunctie nog moet blijken uit een nog uit te voeren integraal onderzoek. Hierin dienen verschillende aspecten mee te worden genomen, waaronder effecten op natuur en landschap, leefbaarheid, verkeersveiligheid, kosten, etc. Uit de zienswijzen blijkt dat dit onvoldoende duidelijk is. Daarom passen we de aanduiding op de kaart aan naar 'Te onderzoeken Randwegfunctie Berlicum Middelrode'. In de omgevingsvisie wordt onder het thema 'Verbindend netwerk' en het deelgebied 'Vitale dorpen' ingegaan op onderzoek naar een randwegfunctie als integraal onderdeel bij de ontwikkeling van uitbreidingslocaties. Onder het deelgebied ‘Vitale dorpen’ staat, dat wanneer aan de noord- en oostzijde van Berlicum en Middelrode woonontwikkelingen gerealiseerd worden dit alleen kan als er onderzoek is gedaan naar nieuwe maatregelen op het gebied van mobiliteit om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Een voorbeeld van een mogelijke uitwerking van de mobiliteitsmaatregel is de randwegfunctie. Deze is op kaart puur indicatief aangegeven met de stippellijn. De te onderzoeken randweg functie hangt dus onlosmakelijk samen met het zoekgebied 'Dorpse en groen woonuitbreiding' zoals hierboven beschreven.

De te onderzoeken randwegfunctie is, anders dan enkele zienswijzen suggereren, niet beoogd voor de huidige verkeersituatie (zonder nieuwe woonuitbreidingen) en ook niet als alternatief voor de N279. Samenvattend: •

Of en hoe de randwegfunctie wordt ingevuld is onderwerp van nader onderzoek, dit wordt verduidelijkt op de kaart;

•

De randwegfunctie hangt onlosmakelijk samen met de 'Dorpse en groen woonuitbreiding' ten noorden van Berlicum en bij Middelrode. De randwegfunctie is geen voorgestelde oplossing voor de huidige situatie.

•

De stippellijn op de kaart is puur indicatief en beoogd niet een concreet tracé aan te geven.

Landelijk gebied en duurzame landbouw Er zijn veel zienswijzen binnengekomen over het landelijk gebied met een wisselende strekking. Enerzijds maken indieners zich zorgen over de beschikbare ruimte die er is voor agrarische bedrijvigheid, natuur en recreatie en toerisme en vooral de combinatie hiervan. Anderzijds zijn er ook vragen over hoe de gemeente omgaat met de al heersende problematiek in het buitengebied, o.a. in relatie tot agrariërs en toerisme. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen een richting aan hoe we het landelijk gebied in de toekomst voor ons zien als gemeente. De omgevingsvisie doet geen gedetailleerde uitspraken op bedrijfs- of kavelniveau. Dit past niet bij de aard en het doel van een omgevingsvisie. De aankomende jaren zal het beleid voor het landelijk gebied verder worden uitgewerkt op gemeentelijk niveau in het Programma Vitaal landelijk gebied, waarbij de belanghebbenden in het landelijk gebied worden betrokken. Het beleid van het Rijk en de provincie (provinciaal programma landelijk gebied) zijn c.q. worden kaderstellend voor de uitwerking in gemeentelijk beleid, zoals het Programma Vitaal landelijk gebied. Dit zorgt voor consistentie en afstemming tussen de verschillende bestuurslagen. 8

Er wordt opgemerkt dat er ook zienswijzen zijn die ingaan op specifieke regelgeving, waarvan de gemeente niet het bevoegd gezag is, zoals met betrekking tot nitraat, gewasbeschermingsmiddelen en de Kader Richtlijn Water. Op het gebied van gezondheid is de GGD een belangrijke partner. De juridische doorvertaling in regels zal plaatsvinden in het Omgevingsplan, waar relevant wordt regelgeving vanuit hogere overheden hierbij ook vertaald op lokaal niveau. Uiteraard heeft de gemeente ook oog voor een eerlijke prijs voor de producten en de waardering voor en het vakmanschap van de agrariër. Die aspecten laten zich echter minder goed vangen in een omgevingsvisie die gericht is op de fysieke leefomgeving. Op dit moment is de gemeente Sint-Michielsgestel bezig met het opstellen van beleid ten aanzien van voormalige agrarische bebouwing, het zogeheten VAB-beleid. Dit beleid is in ontwikkeling en wordt naar verwachting eind 2024 vastgesteld. Definities landbouw Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die specifiek vragen om een definitie te geven van duurzame landbouw, natuurinclusieve (kringloop) landbouw en kringlooplandbouw. Natuurinclusieve (kringloop) landbouw en kringlooplandbouw, zijn beide vormen van de overkoepelende term duurzame landbouw.

Dit wordt in de omgevingsvisie als volgt beschreven: "geen teelten die veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. Dit betekent dat de landbouw zich aanpast op beschikbaar (grond)water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit. De producten worden zo dicht mogelijk bij de consument geteeld, verwerkt en verkocht." Voor de nadere uitwerking van beleid maakt de gemeente gebruik van de gangbare definities, zoals onderzocht door de Wageningen Universiteit, bron: SPLENDID, 2021. Typeringen voor kringlooplandbouw Spatial Planning for Environmentally Diverse Circular Development: Landscape Architecture and Spatial Planning Group, Wageningen University and Research. In de omgevingsvisie is tevens opgenomen dat de landbouw een belangrijke landschappelijke drager is en blijft als voedselproducent. Ook worden mogelijkheden genoemd en gestimuleerd, zoals agrarisch natuurbeheer en andere vormen van bedrijvigheid zoals (neven)functies in de vorm van recreatie. Duurzame energieopwekking Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over duurzame energieopwekking en met name ten aanzien van het de nut en de noodzaak voor grondgebonden zonnevelden en windturbines.

In heel Nederland werken 30 regio’s samen met het doel om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Dat is zo vastgelegd in de Klimaatwet en uitgewerkt in het Klimaatakkoord. Sint-Michielsgestel maakt deel uit van de Regionale Energie Strategie (RES) Noordoost Brabant. Binnen deze RES is afgesproken dat alle gemeenten een bijdrage leveren aan de RES-opgave. Om dat te bereiken is de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit noodzakelijk.

9

De gemeente Sint-Michielsgestel streeft hierin naar een optimale mix van zon- en windenergie. Uit onderzoek blijkt dat alleen zonnepanelen op daken onvoldoende zijn om de doelen te behalen, daarom zijn in de omgevingsvisie in lijn met de RES ook onder voorwaarden andere opties waaronder grondgebonden zonneparken en windenenergie mogelijk. Tegelijkertijd wordt door de RES en de gemeente Sint-Michielsgestel ook vol ingezet op zon op daken en energiebesparing. Meer informatie over de RES en alle publicaties en rapporten zijn te is te vinden www.energiewerkplaatsbrabant.nl Zonneladder en beleid van het Rijk Meerdere indieners van zienswijzen geven aan dat zonneparken niet mogelijk zijn vanwege beleid van het Rijk en/of de provincie. Het is correct dat het Rijk en de provincies het gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonne-energie in principe ongewenst vinden. Echter, gelden de volgende uitzonderingssituaties volgens het Rijk en de provincies (Kamerbrief d.d. 6 juli 2023 van Minister Jetten): a. AgriPV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonnepark. b. landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn. c.

als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik De omgevingsvisie sluit aan bij de uitzonderingsgronden van de Kamerbrief, omdat volgens de omgevingsvisie zonnevelden alleen mogelijk zijn als dubbelgebruik, zoals Agri-PV of in combinatie met de natuurontwikkeling (biodiversiteit) voor gronden die in ontwikkeling zijn bijvoorbeeld in het kader van de omslag naar duurzame landbouw. Welke gronden dit precies zijn wordt samen met de betreffende stakeholders uitgewerkt in de lopende gebiedsprocessen en in het toekomstige Programma vitaal landelijk gebied. De gemeente Sint-Michielsgestel is daarom van mening de omgevingsvisie niet in strijd is met het beleid van het Rijk en de provincies. De Provincie Noord-Brabant heeft op dit punt ook geen zienswijze ingediend tegen het ontwerp van de omgevingsvisie. Lopende initiatieven zonneparken Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over specifieke initiatieven /lopende projecten voor de ontwikkeling van zonneparken. Dit is geen nieuw beleid dat volgt uit de omgevingsvisie, maar een autonome ontwikkeling. Vanuit de RES-opgave en ter uitvoering van eerder vastgestelde visie Zonneen windenergie heeft de gemeente de opgave om 24 hectare aan zonneparken te realiseren.

2.2 OER De zienswijzen die gaan over de OER betreffen voornamelijk verdiepende vragen en aandachtpunten voor de monitoring. De verdiepende vragen beantwoorden we in deze nota. De aandachtspunten voor monitoring nemen we mee in de beleidscyclus zoals beschreven in de omgevingsvisie.

10

2.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvisie gaat niet over ontwikkelingen op perceelniveau. Het kan zijn dat voor een ontwikkeling een omgevingsvergunning nodig is. Op de website van de gemeente staat de te volgen procedure beschreven. De link naar de website: https://www.sint-michielsgestel.nl/omgevingsvergunning

2.4 Melding openbare ruimte Vragen over de openbare ruimte zoals losliggende stoeptegels, kapotte straatverlichting en rondzwervend afval kunnen makkelijk en snel online gemeld worden via fixi. Meer informatie hierover staat op de website: https://www.sint-michielsgestel.nl/aanvragen-regelen-en-melden/in-deopenbare-ruimte/melding-openbare-ruimte

11

3. Beantwoording per zienswijze 3.1 Inleidende hoofdstukken van de Omgevingsvisie Hoe ziet de gemeente Sint-Michielsgestel eruit in 2040? Deze vraag staat centraal in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie gaat over de kwaliteiten, de groene omgeving en de leefbaarheid van SintMichielsgestel. Maar ook over nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw, bereikbaarheid en duurzame energie. De omgevingsvisie bekijkt deze onderwerpen in samenhang met elkaar en beschrijft de belangrijkste punten van het beleid voor een langere periode.

3.1.1 Thema's Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf ‘thema's’ in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.

3.1.2 Dromen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf 'dromen’ in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.

3.1.3 Ambities Ambities krachtige economie Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620

Indiener (ZLTO) vraagt zich af wat er op pagina 15 wordt bedoeld met: ‘In 2040 is er een duurzaam landelijk gebied waarbij het gebruik van het land in balans is met natuurlijke systemen’. Antwoord: Daarmee wordt bedoeld dat we aansluiten bij het landelijke en provinciale beleid 'water en bodem sturend'. We proberen (verdere) achteruitgang van het water- en bodemsysteem te voorkomen en met elkaar te werken aan systeemherstel. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620

Indiener (ZLTO) vraagt zich ook af wat er wordt bedoeld met: ‘In 2040 zijn bedrijven en hun directe omgeving duurzamer en circulair’. Tevens vraagt indiener zich af welke concrete zaken de gemeente dan oppakt om dit te faciliteren. Antwoord: Dit is vooralsnog een uitgesproken ambitie. Hoe hier concreet invulling aan gegeven gaat wordt uitgewerkt in het programma Economie en het programma Vitaal landelijk gebied. Ambities inclusieve duurzaamheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620

Indiener (ZLTO) vraagt zich af wat de volgende zin concreet betekent op pagina 16: ‘Ruimtelijke ontwikkelingen worden standaard klimaatbestendig uitgevoerd.’ 12

Antwoord: Met 'standaard klimaatbestendig ingericht' wordt bedoeld: Hoe goed is iets beschermd tegen de effecten van klimaatverandering? Het gaat bij de effecten om: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen.

Ambities landelijk gebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653

Indiener vindt dat in het ambitiedocument het landelijk gebied summier aangestipt wordt, ondanks dat de gemeente een behoorlijk groot en gevarieerd buitengebied heeft. Indiener wil meer concrete ambities zien voor het landelijk gebied. Indiener is van mening dat 'duurzamer landelijk gebied' en 'robuustere natuur' termen zijn waar ondernemers zijn ambities moeilijk of niet op kan afstemmen. Indiener vraagt zich af hoe de ambitie om vrijkomende landbouwgrond aan te wenden voor natuur en/of recreatie zich verhoudt met extensievere landbouw. Antwoord: We merken op dat het landelijk gebied niet alleen in het ambitie document is opgenomen, maar dat de uitgangspunten ook zijn beschreven voor het deelgebied 'landelijk gebied' in de omgevingsvisie. Ook onder 'Kwaliteiten' zijn de huidige kwaliteiten beschreven, waaronder het landelijke karakter en de landgoederen. We zijn het overigens met indiener eens dat een concrete uitwerking van de ambities voor het landelijk gebied noodzakelijk is. Dit krijgt vorm in o.a. het programma Vitaal landelijk gebied waar belanghebbenden bij worden betrokken. Voor meer informatie verwijzen we naar paragraaf 2.1.

3.1.4 Scenario's Detailniveau scenario's Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346626

Indiener vraagt zich af in hoeverre de verschillende scenario's zijn uitgewerkt op detailniveau. De verbeelding van Gemonde doet volgens indiener vermoeden dat er in twee richtingen wordt gedacht aan de bouw van extra woningen. Indiener wil de gemeente erop wijzen dat de woningbouw in de oostelijke richting van Beekdal natuur en waardevol cultuurhistorisch landschap zal aantasten en vanwege de lage ligging sowieso niet geschikt is voor woningbouw. Daarnaast vormt Gemonde de habitat voor enkele beschermde diersoorten. Indiener stelt dat iedere claim, mocht die in de Omgevingsvisie al worden gelegd op de uitbreiding van het stedelijk gebied dan wel de woningbouw in cultuurhistorisch landschap, van de hand gewezen wordt. Antwoord: De twee scenario's zijn 'slechts' een hulpmiddel geweest om te komen tot de uiteindelijke omgevingsvisie en zijn niet uitgewerkt op detailniveau, zie de beschrijving in paragraaf 2.1. De scenario's hebben op zichzelf geen status.

13

Scenario 1, landbouwareaal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653

Indiener zegt dat in scenario 1 (pagina 23) onder 'krachtige economie' wordt verwoord dat de landbouwbedrijven meer ruimte nodig hebben en dat het areaal niet zal verminderen. Indiener betwijfelt dit en vindt het naïef om te vermelden dat het landbouwareaal niet vermindert. Indiener stelt dat door de opgeschreven ambities over meer natuur, recreatie, wonen en zonnepanelen op land landbouwareaal verloren gaat. Antwoord: De twee scenario's zijn een hulpmiddel om te komen tot de uiteindelijke omgevingsvisie, en in de scenario's zijn bewust de extremen opgezocht, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. De scenario's hebben op zichzelf geen status en worden niet meer aangepast.

3.1.5 Ontwerp Omgevingsvisie inleiding en omgevingsvisiekaart Ontwikkelingen aangegeven op omgevingsvisiekaart Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345852

Verwijzend naar pagina 27, Indiener ondersteunt de hoofdkeuze 'dorps en groen wonen met de stad nabij' van de ontwerp-Omgevingsvisie. Indiener ondersteunt ook de ecologische verbindingszone tussen de Wamberg en Pettelaar door de Dungense Buitenpolder, aangezien het verbinden van natuurgebieden in deze zone met maatregelen gericht op natuurontwikkeling en versterking van de landschappelijk-recreatieve waarden in lijn staat met de belangen van Indiener. Indiener snapt niet waarom de gemeente in deze verbindingszone de voorkeur geeft aan de mogelijke aanleg van zonneparken/zoekgebied windenergie. Indiener vindt dit strijdig met de doelen van de ecologische verbindingszone. Indiener stelt voor de ontwikkeling van de Dungense Buitenpolder, met name polder Poeldonk tussen de Bossche Weg-Meerse Plas-Keerdijk-Zuid Willemsvaart, volledig te richten op natuurverbindingen middels robuuste natuurontwikkelingen en maatregelen gericht op het versterken van de landschappelijke-recreatieve waarden. Indiener stelt ook voor uit te gaan van de 'Ontwikkelingsvisie en Uitvoeringsprogramma Keerdijk en Meerse Plas' die in 2008 is opgesteld door DLG en op onderdelen al gerealiseerd is. Antwoord: In de omgevingsvisie is een indicatieve zone aangegeven 'Natuur verbinden en landschap versterken'. Bij de verdere uitwerking hiervan o.a.

in het programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit dient zorgvuldig te worden gekeken naar de begrenzing, verschillende functies en belangen. Overigens zijn natuurinclusieve en tijdelijke zonnevelden niet per definitie onverenigbaar met natuurontwikkeling en landschappelijk- recreatieve waarden. Zie ook paragraaf 2.1.

14

Duurzame ontwikkeling landelijk gebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620

Indiener (ZLTO) vindt het onduidelijk wat de duurzame ontwikkeling is die het landelijk gebied moet doormaken, te zien op de afbeelding op pagina 27. Indiener verzoekt dat dit concreter wordt uitgelegd. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw.

15

3.2 Aangenaam leven Eén van de vier hoofdthema’s zoals behandeld in de omgevingsvisie is ‘aangenaam leven’. Dit hoofdthema heeft betrekking op wonen en alles wat samenhangt met een aangename woonomgeving. Hieronder vallen onderwerpen zoals het landschap, natuur, voorzieningen, gezondheid en veiligheid. Bijbehorende uitgangspunten hebben betrekking op de groene kwaliteit van de gemeente Sint-Michielsgestel, de identiteit van de plek, duurzame dorpse in- en uitbreiding, passende voorzieningen, een gezonde leefomgeving en tot slot een veilige leefomgeving. De zienswijzen zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.

3.2.1 Groene kwaliteit Sint-Michielsgestel Ecologische en ruimtelijke verbetering Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756

Indiener (Waterschap Aa en Maas) verzoekt het thema water toe te voegen aan 'natuur en groene kwaliteit'. Indiener stelt dat er mogelijk kansen benut kunnen worden op de scheiding van de Wambergse beek en het bebouwd gebied van Berlicum. Enerzijds door ruimte te geven aan de Wambergse beek voor waterkwaliteit en ecologische verbetering. Dat kan ook dienen als groene/blauwe dooradering om de ruimtelijke kwaliteit in bebouwd gebied te verhogen. Antwoord: Water komt integraal terug binnen diverse hoofdthema's en bij de uitgangspunten per deelgebied. De Wambergse beek en de kansen voor waterberging, ecologische verbetering en waterkwaliteit worden expliciet benoemd onder de uitwerking van de deelgebieden – Beekdalen, een toevoeging is daarom niet nodig. Wel hebben wij opgemerkt dat de Wambergse beek niet volledig is opgenomen op de kaart van de omgevingsvisie. Dit passen we aan.

3.2.2 Klimaatadaptatie als voorwaarde Goede klimaatadaptieve maatregelen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346640

Indiener (Waterschap Aa en Maas) vindt dat de klimaatadaptieve maatregelen op het gebied van waterkwantiteit goed verwoord zijn in de ontwerp-Omgevingsvisie. Er wordt zowel rekening gehouden met het afvoeren als het vasthouden van water. Ook voor het verbeteren van de sponswerking van de bodem en een mogelijke verhoging van de grondwaterstand is aandacht. Deze ambities sluiten goed aan bij indieners ambities. Antwoord: De gemeente is blij om te lezen dat de indiener de klimaatadaptieve maatregelen op het gebied van waterkwantiteit onderstreept en dat deze aansluiten bij de ambities van de indiener.

16

3.2.3 Identiteit van de plek Tegenstijdigheden met Omgevingsvisie 2050 Provincie Noord-Brabant Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346640

Indiener stelt dat de ontwerp-Omgevingsvisie van de gemeente tegenstrijdig is met Omgevingsvisie 2050 van Noord-Brabant en de Welstandsnota van de gemeente met betrekking tot de identiteit en historische waarden. In de Welstandsnota wordt het Braakven aangeduid als een zogenaamd historisch bebouwingslint (par. 2.7.2., pagina 112). Dit sluit aan op de Omgevingsvisie 2050 van NoordBrabant, aangezien daarin de ambitie wordt uitgesproken om de zichtbaarheid van de eigen identiteiten van de gebieden in Noord-Brabant te versterken. Indiener stelt dat dit tot uiting dient te komen in 'zichtbaar aanwezig gebleven historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid [die] ons hechten ons aan ons verleden' (hoofdstuk 2, p.19/20). Indiener stelt dat het historische karakter van het Braakven, de open structuur en de duidelijke relatie met het landschap behouden dienen te blijven. Indiener stelt dat woonuitbreiding het waardevolle, beeldbepalende en historische bebouwingslint onherroepelijk zou vernietigen. Antwoord: We verwijzen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2.1. Aanvullende merken we op dat de provincie geen specifieke zienswijze op het zoekgebied Berlicum Noord heeft ingediend. Wel vragen zij om de uitwerking van de Omgevingsvisie en locaties op te pakken via werkateliers samen met provincie en waterschap. Hier geven we gehoor aan.

De zienswijze leidt niet tot een wijziging van de omgevingsvisie.

3.2.4 Duurzame dorpse in- en uitbreiding Het toevoegen van woningen door inbreiding en uitbreiding Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het toevoegen van woningen door inbreiding en uitbreiding. Enerzijds zijn indieners tegen uitbreiding en voor inbreiding. Anderzijds zijn indieners juist voor uitbreiding. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Sint-Michielsgestel aankijkt tegen het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering, transformatie en uitbreiding. Enerzijds tegen uitbreiding; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346634

Indiener is voorstander van het idee om de gemeente in te zetten als groen-blauwe en dorpse gemeente. Hierbij hoort volgens indiener een beperkte mate van uitbreiding en, zover mogelijk, inbreiding in de gemeente. Indiener stelt dat met name in Berlicum en Middelrode voldoende inbreiding en beperkte uitbreiding aan de noordzijde van Braakven mogelijk is. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346636

Indiener (Beraad de Verborgen Buitens) vraagt om kleinschalige uitbreidingen aan de randen goed af te wegen en voorzichtig te zijn met steeds een klein beetje uitbreiden. Vele kleine uitbreidingen hebben uiteindelijk ook een grote impact op het landelijk- en natuurgebied.

17

Anderzijds voor uitbreiding; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346626

Het is Indiener niet duidelijk hoe het aantal te bouwen woningen (vooral in het ontwerpvoorkeursscenario) tot stand is gekomen en waarom de fasering (tot 2027 en daarna) gehanteerd is. Indiener vindt het ook onduidelijk waarom het uitgangspunt 'inbreiding boven uitbreiding' als doel op zichzelf wordt gehanteerd, aangezien het voorstelbaar is dat locaties buiten de stedelijke grenzen zich beter lenen als uitbreidingslocatie dan locaties binnen stedelijke grenzen. Dit is zeker als daardoor cultuurhistorische waarden of belangrijke groene plekken binnen stedelijke grenzen dreigen te worden aangetast. Indiener vindt het daarom in het algemeen beter om een zorgvuldige afweging te maken tussen verschillende potentiële bouwlocaties en die te toetsen aan de Omgevingsvisie dan te focussen op één bouwlocatie. Indiener stelt dat de gemeente daarbij een regierol moet nemen en niet passief moet afwachten op initiatieven vanuit de markt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345767

De Dorpsraad Gemonde heeft de afgelopen jaren meerdere acties ondernomen en voorstellen gedaan ook aan het gemeentebestuur inzake de woningbouw die noodzakelijk is voor leefbaarheid van Gemonde. Men komt tot de conclusie, dat er slechts beperkte plannen en mogelijkheden zijn tot inbreiding. De ambitie voor het toegekende aantal woningen, zoals gesteld in het Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2028 is niet realiseerbaar met alleen inbreiding. In de voorliggende omgevingsvisie wordt de mogelijkheid voor uitbreiding niet geboden.

Antwoord: De gemeenteraad stelde op 21 september 2023 het Programma Volkshuisvesting en wonenwelzijn-zorg Sint-Michielsgestel 2023-2028 vast onder de naam 'Wij zorgen voor wonen'. Om de opgaven in de woningmarkt van Sint-Michielsgestel in beeld te brengen voerden we in samenwerking met de woningcorporaties een woningmarktonderzoek en woonzorganalyse uit (2022, Companen). In deze stukken vindt u de nadere onderbouwing van de behoefte aan woningen, ook uitgesplitst per kern. De omgevingsvisie stelt niet dat inbreiding een doel op zich is. Wel dat het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie de voorkeur heeft. Dit is in lijn met landelijk en provinciaal beleid: de ladder van duurzame verstedelijking. Het achterliggende doel is efficiënt en duurzaam ruimtegebruik en wonen in de buurt van voorzieningen. Agrarische gronden dienen zoveel mogelijk behouden te blijven voor een omslag naar duurzame landbouw. Binnenstedelijk is er onvoldoende (fysieke) ruimte om de ambities op het gebied van wonen te behalen. Kleinschalige uitbreidingen aan de randen zijn potentieel mogelijk binnen de gebieden die op de kaart (indicatief) zijn aangegeven als zoekgebied. Voor alle kernen geldt dat één of meerdere zoekgebieden zijn aangewezen. We verwijzen aanvullend naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van Berlicum Noord.

18

Hinder door uitbreidingslocaties voor woningbouw Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346639

In 2021 heeft indiener een woning gekocht in Berlicum met zicht op landelijk wonen met veel vrije ruimte en vrij uitzicht op de omgeving. Door deze kwaliteiten was de waarde van het huis hoog, maar dit had indiener ervoor over. Indiener heeft bezwaar op de woonvisie, aangezien Indiener de vrije ruimte (agrarisch gebied) zal kwijtraken. Indiener stelt dat men dan rondom bebouwing komt te wonen. Indiener heeft ook niet gekozen voor de verkeersdrukte die dan zal toenemen. Indiener begrijpt dat er gebouwd zal moeten worden in Nederland en dus ook Berlicum, maar denkt dat er betere plaatselijke opties zijn, zoals hoek Runweg, aangezien hier geen lintbebouwing is die hinder hiervan zou ondervinden. Indiener stelt dat de ontsluiting op deze locatie verzekerd is. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota ten aanzien van Berlicum Noord. De omgevingsvisie wordt niet aangepast.

Woningbouwuitbreiding Braakven Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346640

Indiener benoemt dat de intekening van woonuitbreiding aan het Braakven in de ontwerp-visie contradictoir is aan de Omgevingsvisie 2050 van de provincie Noord-Brabant én de eigen ambities van de ontwerpvisie inzake biodiversiteit, landbouw en natuurontwikkeling en -beheer. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn visie de ambitie uitgesproken om in 2050 tot de top te behoren op het gebied van biodiversiteit en natuur- en landschapsbeleving. De gemeente streeft in zijn eigen ontwerpvisie naar duurzame landbouw en wil daarvoor ruimte beschikbaar houden. De gemeente beoogt landbouw te laten bijdragen aan biodiversiteit, zet in op agrarisch natuurbeheer en wil perspectief bieden aan agrariërs die zich inzetten voor ecologie, biodiversiteit en natuurbeheer. Met het agrarisch bedrijf van indiener kent het Braakven een lange traditie van agrarisch ondernemerschap dat zich de afgelopen jaren steeds meer circulair heeft ontwikkeld. Het bedrijf neemt verantwoordelijkheid voor én investeert in biodiversiteit en natuur- en landschapsbeheer. Het bedrijf is ook een toonbeeld qua landschaps- en natuurbeleving, volgens indiener. Kinderen groeien op met de waarden zoals de uitloop van koeien in de wei en de inzet van natuurlijke vormen van gewasbescherming. Indiener wil zich hiervoor ook in de toekomst blijven inzetten.

Het is ondenkbaar dat, vanuit deze situering van het Braakven én de toekomstige provinciale en eigen ambities, uitgerekend aan het Braakven een woonuitbreiding is ingetekend in de ontwerpvisie, aldus de indiener. Indiener stelt dat de huidige en toekomstige landbouw van het Braakven een prachtige overgang vormt van het gebouwde deel van Berlicum naar het natuurgebied van de Wamberg en de Hooghe Heide. Het is een buffer waar (beschermde) dieren, zoals vleermuizen, dassen, vossen, reeën en hazen verblijven, aldus de indiener. In het kader van het dynamisch beekdal is het gebied aangewezen voor een dassenpad. Indiener stelt dat deze bufferzone zal verdwijnen door woonuitbreiding.

19

Indieners conclusie is dat er genoeg redenen zijn om niet te kiezen voor woonuitbreiding in het Braakven. Indiener verzoekt de reeds gedane investeringen te ondersteunen om aan het Braakvan andere belangrijke gemeentelijke opgaven op het gebied van biodiversiteit, landbouw en natuurontwikkeling door te zetten. Indiener verzoekt de gemeente de voorgestelde ontwikkeling in het ontwerp bij de vaststelling van de definitieve visie te schrappen en het beeldbepalende en historische bebouwingslint van het Braakven te handhaven en koesteren. Indiener noemt het bredere devies: bezint eer ge begint! Indiener verzoekt de gemeente stil te staan bij noodzakelijke, verdiepende vragen en deze te bekijken vanuit integraliteit alvorens een aantal gebieden in de gemeente aan te wijzen voor toekomstige functies. Indiener verzoekt te leren van de fouten uit het verleden en zuinig te zijn op de resterende waarden van de dorpskernen. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota ten aanzien van Berlicum-Noord. De omgevingsvisie wordt niet aangepast.

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346640

Indiener mist de analyse en onderbouwing van de reden dat woonuitbreiding in Berlicum zou moeten plaatsvinden en, indien zo, waarom dit in het Braakven gesitueerd zou moeten worden. Indiener vraagt zich af wat het vraag en aanbod is, waarom de gekozen gebieden gekozen zijn en wat de consequenties zijn voor de voorzieningen in Berlicum, de congestie, de ontsluiting en de daaraan gekoppelde benodigde investeringen voor de gemeente Sint-Michielsgestel. Indiener stelt dat Plan Beekveld niet past in de dorpse setting en kent een hoge concentratie van woningen. Daarnaast zijn er veel niet-doordachte consequenties. Indiener stelt dat een tweede Plan Beekveld voor velen een schrikbeeld is. Indiener verzoekt dat dit nogmaals voorkomen wordt.

Antwoord: We verwijzen naar paragraaf 2.1 ten aanzien van woonuitbreiding ten noorden van Berlicum. Het plan Beekveld is een onherroepelijk plan en valt buiten het kader van deze omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt niet aangepast. Woninguitbreiding Westakker Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641

Indiener stelt dat de gemeente lijkt aan te nemen dat nieuwbouw in het dorp Berlicum/Middelrode aan de noordzijde zal moeten plaatsvinden. Indiener heeft hier vraagtekens bij door eventuele ontsluitingsproblemen. Indiener vraagt zich af waarom er niet verder wordt gekeken naar eventuele woonwijken ten zuiden van bijvoorbeeld de Milroijseweg (Westakker). Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van Berlicum Noord van deze nota. De omgevingsvisie wordt niet aangepast.

20

Uitbreidingslocatie Laarzicht Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345320

Indiener maakt zich ernstig zorgen over hoe de uitbreidingslocatie Laarzicht is geprojecteerd in de Omgevingsvisie. Het is aan de hand van het abstracte kaartmateriaal niet duidelijk of dit geprojecteerd is in bestaand stedelijk gebied of als uitbreiding. Indiener geeft aan dat als de woonlocatie Laarzicht is voorzien als uitbreiding, de pijl met dorpse en groene woonuitbreiding op de kaart te veel naar het westen staat. Hierdoor lijkt een uitbreiding van de kern in de nabijheid van de Zandstraat niet mogelijk. Indiener verzoekt om, in het kader van het gezamenlijk belang van het realiseren van de woonlocatie Laarzicht, over te gaan tot een aanpassing van de kaart voor de kern Middelrode. Antwoord: Voor het plan Laarzicht startte onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening de formele procedure. Dit betekent dat het geen nieuwe ontwikkeling is in de zin van de Omgevingsvisie. De omgevingsvisie 2040 kent een globaal karakter en bevat geen begrenzing op perceelniveau. Kijkend naar de begrenzing van het deelgebied ‘Landelijk gebied’ ter hoogte van Middelrode lijkt de begrenzing te zijn gelegd op de Christinastraat. We passen op de kaart van de Omgevingsvisie de begrenzing van Middelrode zodanig aan, dat zowel de bestaande woningen aan het Diepven als de te realiseren woningen in het plan Laarzicht binnen het deelgebied 'Vitale dorpen' vallen.

De pijl zoekgebied ‘Dorpse en Groene woonuitbreiding’ blijft op de huidige plek gehandhaafd. Begrenzing zoekgebied De Bus en Den Dungen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756

Indiener (Waterschap Aa en Maas) vindt het niet duidelijk wat de begrenzing van het zoekgebied is voor uitbreiding. Indiener stelt dat zowel De Bus en Den Dungen in rood en/of oranje gebied (kunnen) liggen op de signaleringskaart. Indiener wil nader geïnformeerd worden over wanneer er concrete voorbereidingen/zoekgebieden zijn voor 'dorpse en groene woonuitbreiding'. Indiener stelt dat de betreffende gebieden in het oranje gebied liggen, en in de nabijheid van de Wambergse beek betreft het rood gebied op de signaleringskaart. Antwoord: De begrenzing van het zoekgebied is bewust indicatief op de kaart weergegeven en niet exact. Op een later moment bepalen we welke gebieden we daadwerkelijk realiseren, mede afhankelijk van de mogelijkheden tot inbreiding, herstructurering en transformatie binnen de kernen. Kleinschalige uitbreidingslocaties aan de randen van de dorpen moeten in lijn met de omgevingsvisie passen bij het eigen groene en dorpse karakter. Dit is onderwerp van nader onderzoek en uitwerking. De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken. En met toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Ook blijft het uitgangspunt water en bodem sturend, zoals opgenomen in de omgevingsvisie onverkort van toepassing. Dit betekent dat in het beekdal geen nieuwe woningen worden gebouwd.

21

Voorafgaand aan de ontwikkeling van een gebied wordt een gebiedsvisie opgesteld. Deze geeft gedetailleerd inzicht in de waarden en welke delen van een gebied voor welke functie(s) geschikt zijn. Indien een locatie tot ontwikkeling komt voor woningbouw vindt er een omgevingsdialoog plaats. Hierbij betrekken we ook Waterschap Aa en Maas. Woonuitbreiding Gemonde Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345757

Indiener (Natuurgroep Gestel) stelt dat eventuele woonuitbreidingen ten noordoosten van Gemonde ongewenst zouden zijn, aangezien dit zou botsen met de belangrijke ecologische functie van de Beeksche Waterloop en het Meierijsche (cultuur)landschap (Besselaar, Kaatse Hoeve, Vier Gemalen). Indiener stelt dat dit nagenoeg intact is gebleven dankzij het huidige extensieve en traditionele gebruik. Indiener heeft hierbij met name het oog op de rood omlijnde gebieden. Indiener stelt dat het op de kaart bij het ontwerp niet duidelijk is waar bij Gemonde een mogelijke woonuitbreiding wordt voorzien. Indiener stelt dat de rode pijl op die kaart lijkt te duiden op het plan Rietstok, maar dat kan ook als meer algemeen opgevat worden. Indiener stelt dat deze beide verbindingen deels over het grondgebied van een buurgemeente (Meierijstad, Bernheze) lopen. Indiener stelt dat het een belangrijke impuls voor de cohesie binnen de regio vormt als dit soort projecten gezamenlijk worden opgepakt. Indiener neemt in overweging om in de Omgevingsvisie op het punt van natuur en ecologie - op dezelfde voet als voor de energietransitie - aandacht te geven aan een gezamenlijke, regionale aanpak. Indiener stelt dat woonuitbreiding naar/in het dal van de Beeksche Waterloop strijdig zou zijn met het belang dat ook in de ontwerp-Omgevingsvisie wordt gehecht aan de diverse functies van de Beeksche Waterloop.

Antwoord: Voor Gemonde is een tweetal zoekgebieden op kaart aangeduid als ‘Dorpse en groene woonuitbreiding’. Op een later moment bepalen we welk gebied of welke gebieden we daadwerkelijk realiseren. Dit hangt ook af van de mogelijkheden tot inbreiding binnen de bebouwde kom. Voorafgaand aan de ontwikkeling van een gebied wordt een gebiedsvisie opgesteld. Deze geeft gedetailleerder inzicht in de waarden en welke delen van een gebied voor welke functie(s) geschikt zijn. De eventuele uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken. En met toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Ook blijft het uitgangspunt water en bodem sturend, zoals opgenomen in de omgevingsvisie onverkort van toepassing. Dit betekent dat in het beekdal geen nieuwe woningen worden gebouwd. Indien een locatie tot ontwikkeling komt voor woningbouw vindt er een omgevingsdialoog plaats. Hier betrekken we ook belanghebbenden bij, zoals indiener en de buurgemeenten. De Rietstok werd al in 2011 als een mogelijke locatie voor woningbouw opgenomen in de structuurvisie. Voor de Rietstok is onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening op 26 oktober 2023 een bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Daarmee is het een autonome ontwikkeling. 22

Versterken groene zone als randvoorwaarde voor woningbouwuitbreiding Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345757

Indiener (Natuurgroep Gestel) stelt dat de woonuitbreidingen bij Berlicum en Middelrode voor de hand liggen. Indiener is van mening dat er aandacht moet zijn voor een groene buffer tussen beide kernen, zodat deze niet helemaal tegen elkaar aangroeien. Indiener stelt dat bestaande elementen die nu deel uitmaken van de groene buffer het konijnenbosje, het terrein rond Koekoek en het groen rond de sportterreinen is. Indiener is van mening dat het versterken van deze groene zone een randvoorwaarde moet zijn voor de uitbreidingen aan de zuidoostzijde van Berlicum en de noordoostzijde van Middelrode. Ook vindt Indiener dat er ruimtelijke mogelijkheden zijn om de zone te versterken. Antwoord: De gemeente heeft in haar omgevingsvisie aandacht voor het verbinden van het landelijk gebied en natuur tussen de kernen Berlicum en Middelrode (in kaart aangeduid met de groene stippelpijl). De gemeente staat ontwikkeling tussen de dorpen toe, zolang deze bijdrage aan en rekening houden met de bestaande groenstructuren. Geen woningen ten koste van natuur Onderstaande zienwijze heeft betrekking op 1346641

Indiener is van mening dat het scheiden van 'wonen' en 'natuur’ ervoor zorgt dat het gebied het unieke karakter behoudt. Indiener vindt dat we de groene omgeving juist moeten behouden en versterken in plaats van aantasten. Antwoord: in het deelgebied 'Natuurgebied' staat het behouden en versterken van de bestaande natuurgebieden centraal. De diverse bestaande natuurgebieden zoals Herlaer, Pettelaar, Wamberg, Engelenstede-Hooghe Heide worden volgens de omgevingsvisie gekoesterd en versterkt. Een woonomgeving kan ook een groene omgeving zijn. Zie aanvullende ook de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van Berlicum Noord. Woningbouwplannen en waterbelangen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756

Indiener (waterschap Aa en Maas) vraagt extra aandacht voor de genoemde woningbouwplannen in het oranje/rode gebied op de signaleringskaart. Afhankelijk van de ontwikkeling betekent dit extra maatregelen om de waterbelangen goed te waarborgen. Indiener ziet kansen om de verbetering van de waterkwaliteit nadrukkelijker te positioneren in de Omgevingsvisie.

23

Antwoord: Wat betreft de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater hanteren we de (Europese) normen (Kaderrichtlijn Water). In het landelijk gebied zijn met name de provincie en Waterschappen hiervoor aan zet. Op een later moment bepalen we welke gebieden we daadwerkelijk realiseren, mede afhankelijk van de mogelijkheden binnen de kernen. Voorafgaand aan de ontwikkeling van een gebied wordt een gebiedsvisie opgesteld. Deze geeft gedetailleerd inzicht in de waarden en welke delen van een gebied voor welke functie(s) geschikt zijn. Het uitgangspunt water en bodem sturend, zoals opgenomen in de omgevingsvisie is onverkort van toepassing. Dit betekent dat in het beekdal geen nieuwe woningen worden gebouwd. Prognose groei inwoners Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345763

Met betrekking op de woningbouw valt het Indiener (Gemeente Bernheze) op dat er gesproken wordt van een groei tot 2040 naar 35.000 inwoners. Echter is de laatste prognose van de provincie een groei van 31.440 inwoners in 2040. Indiener verzoekt de gemeente dit verschil nader te onderbouwen. Indiener vindt dat de ambitie om 2500 woningen tot 2040 te realiseren stevig is. Indiener vraagt zich af waarom de gemeente deze ambitie heeft, met oog op bovenstaande prognose, en wat dit betekent voor de overige gemeenten in de regio. Indiener vraagt zich af waarop de omvang van woningbouw van de gemeente op de korte termijn (t/m 2032) is gebaseerd en hoe dit zich verhoudt ten opzichte van de laatste cijfers van de provincie (december 2023), waarin de gemeente kan groeien met 660 woningen tussen 2023 en 2030. Indiener stelt voor de gemeente ten aanzien van nieuwbouw van woningen ook circulaire, natuurinclusieve, energie- en klimaatneutrale ambities te tonen. Indiener is van mening dat dit nodig is om in de regio een gelijk speelveld te creëren en dat dit onvoldoende terugkomt in de ambities van Sint-Michielsgestel. Antwoord: Zoals in de ontwerp-omgevingsvisie is opgenomen beogen we de realisatie van 1685 woningen in de periode 2023 t/m 2032. Voor de periode daarna bepaalden we nog geen aantal.

Andere aantallen door u genoemd zijn onderdeel van het totstandkomingsproces en maken geen onderdeel uit van de ontwerp-omgevingsvisie. De gemeenteraad stelde op 21 september 2023 het Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg Sint-Michielsgestel 2023-2028 vast onder de naam 'Wij zorgen voor wonen'. Om de opgaven in de woningmarkt van Sint-Michielsgestel in beeld te brengen voerden we in samenwerking met de woningcorporaties een woningmarktonderzoek en woonzorganalyse uit (2022, Companen). Daarin is naast de provinciale prognose en een trendscenario ook een ambitiescenario onderbouwd. Die extra toevoeging stelt Sint-Michielsgestel in staat om het gebrek aan doorstroming aan te pakken en tevens het aandeel sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen fors te verhogen (fair share). Onze gemeente is onderdeel van het daily urban system van 'sHertogenbosch. Uit het woningmarktonderzoek van Companen blijkt onder andere een relatief grote instroom van inwoners uit onder andere 's-Hertogenbosch die daar geen geschikte woning kunnen vinden. Mede op basis van genoemde rapportage koos de gemeenteraad bij het uitwerken van het Programma Volkshuisvesting voor een hoger groeipad dan de provinciale prognose. Dit hogere groeipad maakt onderdeel uit van deze visie. Wij informeerden de provincie en de regiogemeenten, waaronder Bernheze, daarover met een brief van 23 augustus 2023.

24

Wij verwachten dat de druk op de woningmarkt in de dorpen hoog blijft door de uitstekende woonkwaliteit en de ligging in de directe nabijheid van de stad 's-Hertogenbosch. Dit betekent dat maatwerk voor de dorpen ook vanuit regionaal perspectief noodzakelijk is. We werken graag in regionaal verband samen om een passende en betaalbare woningvoorraad te realiseren, onder andere via de gemaakte afspraken in de Regionale Woondeal. De ambities en uitganspunten voor o.a. klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit zijn reeds opgenomen in de omgevingsvisie onder de hoofdstukken 'ambities' en onder 'inclusivie duurzaamheid'. De worden verder uitgewerkt in onder andere het Programma Wonen, het programma Klimaatadaptatie en Water, zoals ook beschreven in het hoofdstuk 'doorwerking' van de omgevingsvisie. Overigens is een gelijk speelveld creëren in de regio is in onze ogen praktisch onmogelijk. Immers elk dorp en elke gemeente heeft specifieke kenmerken die van invloed zijn op de woningbouw. De omgevingsvisie is zelfbindend. Dat betekent dat iedere gemeente op onderdelen eigen keuzes maakt. Het staat de gemeente Sint-Michielsgestel vrij om haar eigen ambities te bepalen. En dat doen we vanzelfsprekend binnen de wettelijke kaders. Woningbouw in landelijk gebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653

Indiener stelt dat het bouwen van meer woningen impact zal hebben op het landelijk gebied en dat dit ook effect kan sorteren op de locatie van cliënten. Indiener stelt dat cliënten zich daar bewust van zijn en wuiven stedelijke ontwikkeling op of nabij hun locatie niet direct weg, al realiseren zij zich dat voor meer stedelijke ontwikkeling in Berlicum een verbetering van de doorstroming nodig zal zijn. Antwoord: De concrete uitwerking van stedelijke ontwikkelingen/woningbouwlocaties vindt niet in de omgevingsvisie plaats. Er is wel opgenomen in de visie dat mobiliteit, waaronder de ontsluitingsfunctie een integraal onderdeel van nieuwe woningbouwontwikkelingen is. Onder het deelgebied ‘Vitale dorpen’ staat, dat wanneer aan de noord- en oostzijde van Berlicum en Middelrode woonontwikkelingen gerealiseerd worden dit alleen kan als er onderzoek is gedaan naar nieuwe maatregelen op het gebied van mobiliteit om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Een voorbeeld van een mogelijke uitwerking van de mobiliteitsmaatregel is de randwegfunctie, op kaart aangegeven met een stippellijn. Nader onderzoek zal uitwijzen hoe de mobiliteitsvraag het beste vorm gegeven kan worden. Zodra deze ontwikkelingen concreter zijn, worden belanghebbenden en omwonenden hierover geïnformeerd en betrokken. Meedenken woningbouwuitbreiding Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345073

Indiener is blij met het plan voor woningbouw in de visie, maar wil graag meedenken over het type bebouwing aan de grens van hun perceel om zo mogelijke planschade te voorkomen.

25

Antwoord: Fijn om te lezen, dat u zich niet keert tegen eventuele woningbouw in het gebied Berlicum Noord. Het betreft één van de zoekgebieden, dat op kaart is aangeduid als "Dorpse en groene woonuitbreiding'. Er zijn meerdere zoekgebieden en op een later moment bepalen we welke gebied of gebieden we daadwerkelijk realiseren. Dit hangt ook af van de mogelijkheden tot inbreiding binnen de bebouwde kom. Indien een locatie tot ontwikkeling komt voor woningbouw vindt er een omgevingsdialoog plaats. Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Deze spreekt niet langer van planschade, maar van nadeelcompensatie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345073

Indiener wil graag bij de ontwikkeling van een nieuw bestemmingsplan gebruik maken van de mogelijkheid die er dan wellicht gaat ontstaan om het bijgebouw een woonbestemming te geven waardoor woningsplitsing mogelijk wordt. Gezien de kavelgrootte van 4500 m2 denken zij dat er mogelijkheden gaan komen in het nieuwe plan op te gaan en beperkte (senioren) woningbouw te realiseren. Antwoord: Wij nemen kennis van de door u gewenste ontwikkeling op uw perceel. Wij verwijzen u naar paragraaf 2.3 voor meer informatie over het indienen van een aanvraag Omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=ad23a670-3d57-4785-bc94-5a20cf9ff945