Bijlage 1 - Nota Beantwoording zienswijzen Sint-Michielsgestel
Tekst van het document
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345073
Indiener verzoekt op grond van het bovenstaande bij de definitieve vaststelling rekening te houden met de volgende punten: 1. Op de perceelgrens van de indiener een afscheiding met groen aanleggen, en het opheffen
van het huidige vrije uitzicht beperkt houden tot woonhuishoogte om daarmee aanzienlijke planschade te voorkomen. 2. In de aanpassing van het nieuwe bestemmingsplan mee nemen dat indiener de mogelijkheid krijgt hun woning te splitsen en het huidige bijgebouw een woonbestemming te geven. 3. Meenemen in het bestemmingsplan dat indiener de ambitie heeft een op een deel van het huidige perceel (senioren) woningbouw mogelijk te maken, al of niet als onderdeel van de bebouwing die ontwikkeld gaat worden in de hoek Braakven – Veedijk. 4. Met de gemeente in gesprek kunnen gaan over het al of niet indienen van een initiatiefvoorstel.
Antwoord: De Omgevingsvisie is een globale visie, zie paragraaf 2.1. onder Detailniveau en abstractieniveau. Mocht het zoekgebied 'Dorpse en groene woonuitbreiding’ in Berlicum Noord tot ontwikkeling komen, dan kunt u op dat moment uw wensen kenbaar maken. In het kader van deze omgevingsvisie blijven deze verder buiten beschouwing. Wij verwijzen u naar paragraaf 2.3 voor meer informatie over de te volgen procedure bij een initiatief.
26
Samenwerking voor woningbouw Spekstraat-Grinsel Den Dungen Over deze locatie zijn twee zienswijzen ingediend. Door Vivat Fortuna BV (1345910) en door de gezamenlijke partijen Cedrus Vastgoed B.V., Bouwbedrijf Van Gerven B.V., Hendriks Coppelmans B.V. en Woonmeij (1346623). Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345910
Indiener (Vivat Fortuna B.V.) wil al jaren woningbouw aan de Spekstraat/Grinsel realiseren. Dit zou betekenen, dat er zware industrie 4.2. opgeruimd wordt aan de rand van het dorp. Er zijn al meerdere plannen ingediend en besproken. Indiener schetst een tijdlijn vanaf 2008. Vanaf mei 2021 is men een samenwerking aangegaan met Hendriks Coppelmans om te kijken naar de ontwikkeling van het gehele gebied. Men is negatief over het gebrek aan samenwerking en acties vanuit de gemeente. Indiener stelt voor af te zien van een ontwikkeling en het herbestemmen van deze locaties als indiener niet op korte termijn duidelijkheid krijgt. Indiener gaat verder op twee sporen: 1) Samenwerkende partijen krijgen op zeer korte termijn duidelijkheid om door te gaan met hun plannen , of 2) Indiener verzoekt de gemeente het renoveren en opknappen van het huidige industrieterrein met eventuele nieuwbouw en/of verduurzaming van bestaande opstallen. Een architect is daar met een milieuadviesbureau mee bezig en zullen zich op korte termijn melden met vragen en dergelijke. Indiener stelt dat de ontwerpOmgevingsvisie niet realiseerbaar is mits er niet op zeer korte termijn concrete afspraken gemaakt kunnen worden. Onderstaande zienswijzen heeft betrekking op 1346623
Indieners dienen een positieve zienswijze in op de ontwerp omgevingsvisie Sint-Michielsgestel. Zij vinden de gebiedsontwikkeling Spekstraat/Grinsel zeer kansrijk om de volgende redenen: • • • • • • •
•
In de omgevingsvisie is de locatie opgenomen als Dorpse en groene woonuitbreiding van Den Dungen Aangenaam Leven in Vitale dorpen: dé kans om betaalbare huur- en koopwoningen te bouwen en te voldoen aan de wens en behoefte die er zo sterk is. Unieke kans om snelheid te maken in het toevoegen van verschillende woningtypen. Positieve grondexploitatie: gemeente is 60% eigenaar van het gebied; overige gronden in eigendom en onder controle door voorgenoemde partners. Goede mogelijkheid om een bedrijfsbestemming te saneren en de ruimtelijke ordening te verbeteren en het landschap te versterken. Betaalbaar programma wordt geborgd door samenwerking met Woonmeij. Partners hebben ruime ervaring met het voeren van een omgevingsdialoog, het betrekken van de omgeving, het ontwikkelen van betaalbare huur- en koopwoningen, risicodragende gebiedsontwikkeling en het bouwen van duurzame woonwijken. Het ambtelijk apparaat wordt ontlast doordat voorgenoemde partners de gehele planologische procedure en gebiedsontwikkeling kunnen en willen organiseren en managen.
Ze verzoeken de gemeenteraad medewerking te verlenen aan het op korte termijn opstarten van bovengenoemde gebiedsontwikkeling, deze met prioriteit te behandelen en op te nemen in het uitvoeringsprogramma passend bij de omgevingsvisie Sint-Michielsgestel. 27
Indieners zijn het eens met het deelgebied 'Vitale dorpen', waarin wordt beschreven dat uitbreidingen dienen te passen bij het eigen groene en dorpse karakter en hand in hand gaan met maatregelen om het landschap te versterken. Indieners stellen dat alle partners uit deze samenwerking het belang van deze aspecten onderschrijven en dit zien als een unieke kans om dit te verwezenlijken in de gebiedsontwikkeling Spekstraat/Grinsel. Indieners stellen dat het in deze positieve zienswijze genoemde gebied bijzonder geschikt is om uitvoering te geven aan de visie van Sint-Michielsgestel. Indieners vinden dat de kwaliteit van de ruimtelijke ordening verbeterd kan worden. Antwoord: Wij waarderen de inzet van indieners om te komen tot de sanering van een bedrijf en het realiseren van woningbouw. De omgevingsvisie heeft een globaal karakter met daarin de ambities tot 2040. In deze visie maken wij geen concrete keuzes op perceelniveau of over projecten. Wij verwijzen voor een nadere toelichting naar 2.1. voor het Detailniveau en het abstractieniveau. In de omgevingsvisie spreken we een voorkeur uit voor inbreiding, transformatie en herstructurering. Om de ambities voor wonen te halen is meer nodig. Daarom zijn ook kleinschalige uitbreidingen mogelijk aan de randen van de dorpen.
Er zijn in Den Dungen drie zoekgebieden 'Dorpse en groene woonuitbreiding' aangegeven op de kaart, waar we de ambities uit de omgevingsvisie kunnen realiseren. De door Indieners genoemde locatie Spekstraat-Grinsel is er daar één van. Het onderzoek naar mogelijke inbreidingslocaties in de dorpen van de gemeente Sint-Michielsgestel is afgerond en op dit moment vindt er een vervolgonderzoek plaats (raadsinformatiebrief 1353277). Na vaststelling van de Omgevingsvisie bepalen we voor de gemeente als geheel en de dorpen afzonderlijk de mix van inbreiding en uitbreiding. Dat houdt ook in, dat er een afweging wordt gemaakt tussen de 3 zoekgebieden voor Den Dungen. De vastgestelde omgevingsvisie, waaronder de ambities en onder andere het Programma volkshuisvesting (21 september 2023) vormen de basis voor het bepalen van die mix. We kijken dan niet alleen naar aantallen woningen, betaalbaarheid en doelgroepen, maar ook naar de overige ambities uit de omgevingsvisie. Denk aan voorzieningen, het terugdringen van het autogebruik en de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten in de buitenruimte. De uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter en het landschap versterken. De door Indieners aangedragen argumenten voor de ontwikkeling van de locatie Spekstraat-Grinsel betrekken we bij die afweging.
Pas na het bepalen van de mix van in- en uitbreiding ontstaat meer duidelijkheid over of en welk zoekgebied 'Dorpse en groene woonuitbreiding' wordt opgepakt. De Omgevingsvisie bestrijkt de periode tot 2040. Het gaat niet alleen om zoekgebieden voor de korte, maar ook de middellange en langere termijn. Dit betekent dat we nu geen uitspraken doen over welk van de 3 zoekgebieden in Den Dungen als eerste wordt opgepakt.
Betrokkenheid belanghebbenden woningbouwontwikkeling Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653
Indiener stelt dat cliënten actief en vroegtijdig betrokken willen worden bij de uitrol van de visie en met name voor de ontwikkelingen die aan de orde zijn voor hun bedrijf en bedrijfsvoering. Daarbij is de uitbreiding van woningen met een randweg bij Berlicum op termijn een mogelijke ontwikkeling die veel impact zal hebben. Indiener stelt dat voor bedrijfsuitbreiding of verplaatsing van de huidige locatie mogelijkheden zijn die aan de orde kunnen komen om aan de beoogde ambities van de omgevingsvisie invulling te kunnen geven. Indiener zegt dat die ambities om veel (voorbereidings)tijd vragen. 28
Antwoord: Er zijn in Berlicum – Middelrode meerdere zoekgebieden ‘Dorpse en groene woonuitbreiding’. Op een later moment bepalen we welk gebied of gebieden we daadwerkelijk realiseren. Dit hangt ook af van de mogelijkheden tot inbreiding in de bebouwde kom. Voorafgaand aan de ontwikkeling van een gebied wordt een gebiedsvisie opgesteld. Deze geeft gedetailleerder inzicht in de waarden en welke delen van een gebied voor welke functie(s) geschikt zijn. Dan ontstaat ook meer inzicht mogelijke consequenties, zoals de aanwezigheid van woningen en (agrarische) bedrijven. We onderschrijven dat met een dergelijke ontwikkeling de nodige tijd is gemoeid. Een gebiedsvisie stellen we onder de Omgevingswet vast in de vorm van een programma. Indien een locatie tot ontwikkeling komt vindt er ook een omgevingsdialoog plaats.
3.2.5 Passende voorzieningen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over passende voorzieningen in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.2.6 Gezonde leefomgeving Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.2.7 Veilige leefomgeving Meer oog voor kinderen bij richting van de openbare ruimte Onderstaand zienswijze heeft betrekking op 1346624
Indiener verzoekt om bij de inrichting van de openbare ruimte meer oog te hebben voor kinderen zodat zij in hun directe leefomgeving veilig buiten kunnen spelen. Indiener verzoekt ook voor de ambitie om de sociale en verkeersveiligheid zodanig toe te laten nemen, dat kinderen zelfstandig door de dorpen kunnen bewegen wanneer zij zeven jaar en ouder zijn. Indiener verzoekt de gemeente snel verkeer door de kernen te weren en dit verkeer om te leiden over de omliggende (provinciale) wegen. Indiener stelt dat dit er ook voor kan zorgen dat mensen dan vaker de fiets pakken en doorgang voor openbaar vervoer en hulpdiensten bevorderen. Indiener stelt dat dit leidt tot een dorp waar kinderen kunnen deelnemen aan het openbare leven en waar de inwoners een gezonder leven leiden. Indiener stelt dat fietsen ook leidt tot hogere sociale cohesie, betere luchtkwaliteit, komt er meer ruimte vrij voor klimaatadaptieve doelen en is er minder geluidsoverlast. Antwoord: De jeugd heeft de toekomst en we zijn het met indiener eens dat ze gehoord dienen te worden. We hebben het voortgezet onderwijs bezocht in het proces tot de totstandkoming van de omgevingsvisie. Uw tip nemen we mee in de uitwerking van het programma mobiliteit, dat op dit moment in voorbereiding is.
29
3.3 Verbindend netwerk Het tweede hoofdthema zoals behandeld in de omgevingsvisie is ‘verbindend netwerk’. Dit hoofdthema heeft betrekking op de bestaande netwerken. In fysieke zin gaat het hierbij om netwerken voor verkeer- en vervoer, zowel boven- als ondergronds. In sociale zin gaat het om netwerken die eraan bijdragen dat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving. De uitgangspunten, zoals opgesteld in de omgevingsvisie, die hieronder vallen hebben betrekking op een omgeving die zo is ingericht dat iedereen deel kan nemen aan de maatschappij. Het behoud en versterken van de eigenheid van de verschillende dorpen staat centraal. Mobiliteit is een integraal onderdeel, bij de ontwikkeling van uitbreidingslocaties. Daarnaast is er meer ruimte voor duurzame vormen van vervoer. Tot slot is een veilig en comfortabel fietsnetwerk in en tussen de kernen en de mobiliteitshubs van belang. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het thema ‘verbindend netwerk’ zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.
3.3.1 Eigenheid dorpen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over eigenheid van de verschillende dorpen in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.3.2 Iedereen doet mee Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over iedereen doet mee in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.3.3 Mobiliteit integraal bij uitbreidingslocaties Randweg Berlicum-Middelrode Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de mogelijke randwegfunctie bij BerlicumMiddelrode. In paragraaf 2.1 van deze notitie zijn de zienswijzen integraal beantwoord. Onderstaand zijn de zienswijzen samengevat en van aanvullende antwoorden voorzien. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343079
Indiener is tegen het oprichten van de randweg Berlicum-Middelrode, omdat dit het probleem van hardrijders en automobilisten die asociaal rijden zou verplaatsen. Indiener stelt voor de huidige route door de kernen onaantrekkelijk te maken door de weg opnieuw in te richten met een fatsoenlijk voetpad. Er zal niet ontkomen kunnen worden aan de ruimte voor auto's. Indiener stelt voor dat zoiets als in Den Dungen ook op deze route zou passen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346634
Indiener is geen voorstander van een extra ontsluitingsweg. De Zuid-Willemsvaart loopt langs het dorp en is een uitstekende aan- en afvoerverbinding. Indiener vindt dat de druk op de Hoogstraat kan worden gepareerd door maatregelen die snelheid beperken.
30
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener begrijpt de behoefte om extra woningen te bouwen, maar vindt het aanleggen van een weg met een randwegfunctie ten noorden van Berlicum een slecht idee en staat op gespannen voet met een aantal belangrijke ambities die de gemeente en Nederland heeft. Indiener denkt dat hieraan meer prioriteit moet worden gegeven. Indiener vindt het aanleggen van een nieuwe weg niet de beste manier om een dergelijke nieuwe wijk te ontsluiten, althans niet voor dit gebied. Indiener stelt dat het aanleggen van een randweg de ambitie en politieke wil doorkruist om in te zetten op klimaatadaptie, waaronder bodembeheer en waterkwaliteit. Indiener stelt dat er waterberging en plaatsen waar duurzame landbouw kan plaatsvinden essentieel is voor deze ambities, maar dit niet mogelijk is wanneer daar een randweg wordt gelegd, aangezien dit door natuur en het waterbergingsgebied loopt. Indiener stelt ook dat waterberging de biodiversiteit kan bevorderen. Indiener stelt dat het aanleggen van de randweg op de stippellijn één van de meest belangrijke uitgangspunten van de ontwerp-Omgevingsvisie doorkruist, namelijk de ambitie om in 2040 een aangename woongemeente te zijn met veel groen en natuur. In de ambitie wordt de wens uitgesproken om dit te versterken. Het aanleggen van een weg door dit gebied gaat juist ten koste van de natuur.
Indiener stelt dat het aanleggen van de weg ook ten koste gaat van de leefomgeving van dieren in de regio. Uit het OER blijkt ook dat er meer stikstof zal neerslaan in de buurt van een randweg en er meer luchtvervuiling zal zijn. Indiener stelt dat het belangrijk is om de natuur in dit gebied in stand te houden, ook al is het geen Natura 2000-gebied. Indiener stelt dat eenmaal aangelegd, wegen niet makkelijk weggehaald kunnen worden. Indiener stelt voor om meer wegen aan te leggen in de meer bebouwde gebieden, aangezien daar al minder biodiversiteit en meer geluidsoverlast is. Indiener stelt dat de inspanningen, kosten en andere lasten voor burgers, bewoners en andere belanghebbenden van een weg die langs Berlicum/Middelrode loopt niet in verhouding is met het probleem dat opgelost moet worden. Als dit gaat over de verkeersdrukte op de Hoogstraat zijn er andere oplossingen die meer voor de hand liggen, eenvoudiger uit te voeren en goedkoper zijn en minder last geven aan omwonenden. Indiener stelt voor de N279 langs Berlicum intensiever te gebruiken. Indiener stelt voor deze al bestaande randweg aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door het onaantrekkelijker maken om door De Hoogstraat te rijden. Indiener noemt het voorbeeld Heeswijk-Dinther. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota ten aanzien van de te onderzoeken randweg functie.
31
Anderzijds voor een randweg; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653
Indiener stelt dat, wat betreft de vitaliteit van de dorpen en de doorstroming van Berlicum, cliënten van mening zijn dat een deugdelijke randweg een goede oplossing zou kunnen zijn. Indiener stelt dat het begrijpelijk is dat het bedrijf van cliënten daardoor verplaatst moet worden en dat dit tegelijkertijd moet worden gezien als er meerdere functies samenvallen. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota ten aanzien van de te onderzoeken randweg functie. Aanvullend merken we op dat de omgevingsvisie geen uitspraken doet over de mogelijke verplaatsing van bedrijven, maar dat dit onderwerp is van nader onderzoek in het kader van de randwegfunctie. Randwegfunctie door percelen voor flora en fauna compensatie Onderstaande zienswijzen hebben betrekking op 1345320
Indiener geeft aan dat op kaartmateriaal de onderbroken pijI, welke is opgenomen als een suggestie voor een randwegfunctie, dwars door een perceel lijkt te lopen dat ten behoeve van de woonlocatie moet worden ingericht als compensatie voor flora en fauna. Antwoord: het betreft een suggestie voor een te onderzoeken randwegfunctie en geen weergave van een daadwerkelijk tracé, zie ook paragraaf 2.1. Randwegfunctie kruist met verbindingen voor wandelen en fietsen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345757
Indiener (Natuurgroep Gestel) stelt dat de nieuwe randwegfunctie aan de noordoostzijde van Berlicum-Middelrode kruist, snijdt, en schampt met functies zoals wandelen (verbinden wijken met landelijk gebied), fietsen (verbeteren fietsverbinding) en beekdalen (Wambergse beek). Indiener is van mening dat een goede afstemming tussen de verschillende functies daarbij van belang is en dat de aanleg kansen biedt, als die gepaard gaat met een goede landschappelijke inpassing en een verbetering van landschappelijke kwaliteiten in de omgeving van de weg. Indiener is van mening dat de verbetering van de Wambergse Beek, die ook bij het waterschap op het programma staat, dit kan versterken. Antwoord: Het betreft een te onderzoeken randwegfunctie en geen weergave van een daadwerkelijk tracé, zie de toelichting in paragraaf 2.1 van deze nota. Aanvullend wordt opgemerkt dat bij het onderzoek naar de randwegfunctie de relatie met andere functies zoals wandelen, fietsen en de beekdalen meegenomen. De gemeente dankt de indiener voor de kritische blik en onderstreept een zorgvuldige inpassing en/of landschappelijke verbetering in het geval dat een randweg ook doorgang zou vinden.
32
Verkeersveiligheid randweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt dat de aanleg van de randweg ten koste zou gaan van de verkeersveiligheid, ook al is dit niet onderzocht in de OER. De Hoefsevonder wordt intensief gebruikt door fietsers en hardlopers. De weg zou betekenen dat er een kruispunt komt ter hoogte van de woningen aan De Hoefsevonder 3, 5, 7 en 9 tussen De Hoefsevonder en de randweg. Een aantal grote bedrijven aan de Veedijk zorgen al voor zwaar verkeer en onveilige situaties in de regio. Bestrating op de Veedijk is hierdoor al gedeeltelijk verzwakt. Het bedrijf aan de Veedijk 69 heeft onlangs een vergunning aangevraagd voor de plaatsing van mestsilo's, waardoor vijftien vrachtwagens per maand extra heen en weer zullen gaan rijden. Dit verkeer zou volgens de ontwerp-Omgevingsvisie nu over de ingetekende randweg komen te rijden. Antwoord: we verwijzing naar de toelichting in paragraaf 2.1 van deze nota over de te onderzoeken randwegfunctie. Mogelijke onnodige hoge kosten ingetekende route Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt dat ontsluiten via de nu ingetekende route leidt tot zeer hoge kosten in verband met de bouwkosten, maar ook de te verwachte procedures, onteigeningen en planschades. De weg zou immers langs het gehele dorp lopen. Het is onduidelijk voor Indiener waarom dergelijke kosten op de gemeenschap moeten rusten, wanneer het beter en goedkoper kan. Antwoord: de stippellijn op de kaart betreft een aanduiding van een te onderzoeken randwegfunctie en geen weergave van een daadwerkelijk tracé, zie de toelichting in paragraaf 2.1 van deze nota. Er is dus geen sprake van een ingetekende route. Het is nu niet te stellen of een randwegfunctie te hoge kosten heeft, of dat andere opties goedkoper zijn. Dit is onderwerp van onderzoek. Aanzuigende werking randweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt dat een nieuwe randweg een aanzuigende werking heeft op doorgaand verkeer, omdat het dan onaantrekkelijker wordt om over de N279 te rijden. Daarnaast zal het een aanzuigende werkingen zijn op de dwarsverbindingen, zoals De Hoefsevonder, Veedijk, Werststeeg, etc. Een toename van verkeer op deze (woon-)straten is onwenselijk en onnodig en in strijd met het groen aan deze kant van Berlicum zoals blijkt uit de gebiedsvisie. Antwoord: we verwijzing naar de toelichting in paragraaf 2.1 van deze nota over de te onderzoeken randwegfunctie.
33
Capaciteit bestaande aansluitingen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt dat reeds bestaande aansluitingen, zoals de Runweg en Pastoor Verlindenstraat/Brugstraat/Kapelstraat op de N279 de verkeersdruk van eventuele nieuwe woonwijken kunnen verwerken. Indiener stelt dat de aansluitingen binnen het dorp op de Runweg en Brugstraat (Sassenheimseweg/Milroijseweg/Julianastraat/Driezeeg) geschikt zijn om het verkeer naar de N279 af te voeren. Indiener stelt dat autoverkeer ook van De Nijvelaar gebruik kan maken. Antwoord: We danken de indiener voor zijn aanbevelingen. Of de bestaande wegen de verkeersdruk voor nieuwe woonwijken kunnen verwerken hangt voor een groot deel af van de omvang en het woningbouwprogramma van deze nieuwe woonwijken, en dat is nu nog niet bekend. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1. van deze nota. Ontsluiting Beekveld Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt dat Beekveld nu alleen ontsluit op de Hoogstraat. Indiener stelt voor Beekveld alsnog te ontsluiten op de Runweg of via Beekveld/Aaveld/N279. Deze route bewandelen zou een goedkopere oplossing zijn met minder last voor het gehele dorp. Voor de Indiener is het onduidelijk waarom de gemeente geen regie op dit punt heeft gevoerd bij het bouwen van Beekveld, aangezien er wel procedures zijn gevoerd. Antwoord: Nader onderzoek moet uitwijzen hoeveel oplossend vermogen de voorgestelde functie kan bieden voor de wijk en de leefbaarheid van de As Hoogstraat. Het weglaten daarvan is destijds een bewuste keuze geweest met gevolgen op de aansluiting met de Hoogstraat. Er is een Programma Duurzame Mobiliteit in voorbereiding. In het nieuwe maatregelpakket van dat concept is het als een voornemen opgenomen. De besluitvorming moet nog plaatsvinden.
Verbinding over de Dommel Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346642
Indiener mist een ambitie om een tweede verbinding voor al het verkeer over de Dommel te maken, ervan uitgaande dat in 2040 de bevolking voor 30% uit bejaarden (met beperkte mobiliteit) zal bestaan en de woningbouw, een uitbreiding van 25% gepland staat in het westelijke deel van SintMichielsgestel. Indiener denkt aan een verbinding tussen de Michielsstraat en de Theerestraat. Deze route zou tevens de ontsluiting van de te bouwen wijk Kentalis ten goede komen. Hiermee zou met name de ambities over verkeersveiligheid, geluidsoverlast en milieubelasting gediend kunnen worden, doordat doorgaan (beroeps-/landbouw) verkeer buiten het centrum van het dorp kan blijven. Indiener denkt dat het de Nieuwstraat flink zal ontlasten. Indiener stelt voor om aan de weerszijden van de brug zonnepanelen te plaatsen om de kosten zo enigszins te compenseren. Hierdoor genereert de brug energie en verkoelt het water voor de vissen. 34
Antwoord: Een tweede autoverbinding, naast de bestaande Kolonel Renniebrug, wordt een hele moeilijke en niet wenselijke opgave om te realiseren. De noordelijker gelegen snelweg A2 is, samen met N617, al een onderdeel van de rondweg voor kern Sint-Michielsgestel. In het kader van de mobiliteitstransitie zetten we wel in op een brug over de Dommel om duurzame vormen van vervoer te faciliteren.
3.3.4 Duurzame mobiliteitsvormen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over duurzame mobiliteitsvormen in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.3.5 Fietsnetwerk Verbeteren fietsverbinding Berlicum-Rosmalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343079
Indiener verzoekt de kwaliteit van de fietsverbinding tussen Berlicum en Rosmalen te verbeteren, aangezien deze veel wordt gebruikt door scholieren en toeristen. Indiener gebruikt de route zelf ook voor dagelijks woon-werkverkeer. Indiener is van mening dat het wegdek aan de oostzijde van de route slecht en te breed is, waardoor er ook ruimte voor de natuur gemaakt kan worden. Antwoord: Het door u aangehaalde punt is onderdeel van de uitwerking van de omgevingsvisie, zie ook de toelichting in hoofdstuk 2 van deze nota. In de omgevingsvisie wordt in hoofdlijnen aandacht gegeven aan de kaart van het fietsnetwerk en gaat het meer om de ambities. In het in voorbereiding zijnde Programma Duurzame Mobiliteit wordt de uitwerking van het verbeteren van het fietsnetwerk voorgesteld als maatregel. Aansluiting fietsnetwerk Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt voor om voor de ontsluiting van Berlicum een aansluiting op het fietsnetwerk/snelfietspad te hebben, zodat een deel van de inwoners van de wijk per fiets naar Den Bosch kan of naar de te realiseren mobiliteitshubs. Een fietspad doet minder af aan het karakter en de identiteit van deze omgeving en zorgt ook voor minder fietsers op de Hoogstraat, aldus de indiener. Antwoord: We herkennen de wens voor een dergelijke verbinding. De omgevingsvisie heeft als uitgangspunt opgenomen dat waar nodig fietspaden worden toegevoegd om het (regionale) fietsnetwerk voor recreanten en woon-werk fietsverkeer te verbeteren. Een onderzoek naar een hierop aansluitend fietsnetwerk is een voorgenomen maatregel in het Programma Duurzame Mobiliteit, dat in voorbereiding is. Besluitvorming moet nog plaatsvinden.
35
3.4 Krachtige economie Het derde hoofdthema van de omgevingsvisie van Sint-Michielsgestel is ‘krachtige economie’. Dit hoofdthema gaat over de economische aspecten, zoals het vestigingsklimaat, kennis en innovatie en de arbeidsmarkt in de gemeente. Ook de transitie van duurzame landbouw en toerisme en recreatie zijn van belang in dit hoofdthema. De uitgangspunten die onder dit hoofdthema vallen zijn: bedrijventerreinen lokaal gebonden, aantrekkelijke dorpscentra, agrarische bedrijvigheid en recreatie. De zienswijzen zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.
3.4.1 Bedrijventerreinen lokaal gebonden Ontmoediging uitbreiding bedrijvigheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346634
Indiener zegt dat het grote aantal vrachtverkeersbewegingen dat bedrijven en hun huurders veroorzaken niet wenselijk is en het karakter van een natuurgebied verstoort. Indiener mist in de Omgevingsvisie het uitgangspunt dat uitbreiding van bedrijvigheid moet worden ontmoedigd. Antwoord: Bedrijvigheid is belangrijk voor onze economie. Het lokale bedrijfsleven zorgt voor werkgelegenheid en is een pijler onder het verenigingsleven. De omgevingsvisie beschrijft dat er geen uitbreidingen van bedrijventerreinen komen en komt hiermee al tegemoet aan de zienswijze van de indiener. Tevens wordt beschreven dat de bedrijventerreinen vooral gericht blijven op lokaal gebonden kleine en middelgrote bedrijven. Ook beschrijft de omgevingsvisie een inzet op gedragsverandering, om werknemers en bezoekers vaker voor duurzame vervoersopties te laten kiezen. Hiermee beperken we de impact op verkeer en natuur ten opzichte van de huidige situatie. De ambitie om bedrijvigheid te ontmoedigen wordt niet onderschreven. Opknappen bedrijventerreinen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1344219
Indiener ziet graag aandacht voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen, omdat deze nu niet uitnodigend zijn voor nieuwe bedrijven. Indiener vindt alleen opknappen is niet genoeg. Antwoord: Door het opknappen van de bedrijventerreinen verbetert de kwaliteit en bereikbaarheid. Hierin wordt er ook gekeken naar de openbare ruimte op bedrijventerreinen. Ook zetten we in op investeren in duurzame en klimaatadaptieve maatregelen. Dit werken we uit in o.a. in het programma Klimaatadaptatie en Water, Duurzaamheid en Economie. Het opknappen van de huidige bedrijventerreinen verbetert het vestigingsklimaat en maakt het daarmee uitnodigend voor nieuwe (vooral lokaal gericht en lokaal gebonden kleine en middelgrote) bedrijven. Ook buiten de bedrijventerreinen is werkgelegenheid. Als kernwaarden voor de gemeente zijn geformuleerd dorps en groen wonen met de stad nabij. Gelet hierop ligt het accent niet op het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen maar op het verbeteren van de bestaande. 36
Weinig aandacht voor MKB Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1344219
Indiener ziet weinig aandacht voor het MKB. Indiener wijst erop dat er verenigingen zijn die afhankelijk zijn van sponsoring uit het MKB. Als bedrijventerreinen niet uitbereid worden, betekent dit op de lange termijn minder sponseringen en daarom minder verenigingen en evenementen. Dit heeft effect op de sociale woonomgeving en het woongenot. Antwoord: In het kader van onze ambitie Krachtige economie onderstrepen wij met de omgevingsvisie het belang van voldoende en kwalitatief waardevolle bedrijventerreinen (en daarmee het faciliteren van het MKB) juist om lokale ondernemers voor de gemeente te behouden. Er is ontwikkelruimte voor de kleine en middelgrote bedrijven. Ontwikkelruimte hoeft zich niet te vertalen in uitbreiding van terreinen maar juist ook op een efficiënte inrichting met een focus op innovatie en duurzaamheid. Er is daarmee dus niet gezegd dat er een afname van bedrijven (en dus afname van eventuele sponsoring voor evenementen en/of verenigingen) ophanden is.
3.4.2 Aantrekkelijke dorpscentra Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over aantrekkelijke dorpscentra in de Omgevingsvisie gemeente Sint-Michielsgestel.
3.4.3 Agrarische bedrijvigheid Ontwikkelen bedrijfslocaties buitengebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343809
Indiener (Cumela Nederland) verzoekt in het buitengebied mogelijkheden te creëren voor (lid)bedrijven om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en uitbreiden. Evenals het mogelijk maken van nieuwvestiging, zodat deze bedrijven uitvoering kunnen geven aan ambities uit de omgevingsvisie. Indiener geeft aan dat de ligging van zijn bedrijven in het buitengebied, ten opzichte van industrieterreinen, essentieel is. Voornaamste redenen zijn: 1) Het voorkomen van hinderlijke verkeerssituaties, omdat ontsluitingswegen niet altijd berekend zijn op machines. 2) Het voorkomen van onnodige verkeersbewegingen. 3) Het werk van deze bedrijven bevindt zich veelal in het buitengebied. Antwoord: De keuzes voor het kunnen door ontwikkelen van bedrijven op bestaande locaties en nieuwvestiging vallen buiten het kader van deze Omgevingsvisie. De diversiteit in bedrijven is groot, waardoor op voorhand geen algemene uitspraak mogelijk is over de juiste vestigingslocatie. Deze komen aan de orde in programma's, zoals Vitaal Landelijk gebied en Economie. Op dit moment is beleid voor vrijkomende agrarische bedrijven in voorbereiding (VAB-beleid). Het omgevingsplan voorziet in de juridische regeling. Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie.
Aanvullend wordt opgemerkt dat de wegen in het buitengebied zeker niet in alle gevallen goed geschikt zijn voor veel vrachtbewegingen. 37
Geen uitbreiding varkensstallen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345692
Indiener stelt dat de gemeente de uitbreiding van varkensstallen faciliteert, terwijl de landelijke trend is om het aantal dieren te beperken. Antwoord: Er is veel wet- en regelgeving (deels nog in ontwikkeling) waarin een duurzame bedrijfsvoering wordt bemoedigd. Indien een locatie binnen de gestelde wet en regeling past en geen extra negatieve effecten heeft op de omgeving, zou het daarom mogelijk kunnen zijn om een uitbreiding te honoreren. We dienen als gemeente ook oog te houden voor de blijvende agrariërs. In alle gevallen wordt er gekeken naar de duurzaamheid van bedrijven maar ook naar de toekomstbestendigheid. We verwijzen aanvullend naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van het landelijk gebied. Mogelijkheden nevenactiviteiten voor agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653
Indiener wil graag voor het behoud van een krachtige economie zien dat aan ondernemende agrariërs de mogelijkheid wordt geboden om een winkeltje te openen en/of duurzame energie op te wekken. Op dit moment wordt dit alleen aan stoppende boeren geboden, volgens het conceptvoorkeursalternatief in het OER. Indiener is van mening dat voor de transitie van het landelijk gebied ruimte geboden moet worden om van functie of verdienmodel te veranderen. Een duurzaam landelijk gebied wordt gecreëerd door sterke onderneming die perspectief heeft met een deugdelijk verdienmodel. Indiener wil graag meer focus zien in de totaalvisie op het versterken van de huidige actieve ondernemers die hun huidige bedrijfsvoering willen voortzetten, aangezien er voedsel geproduceerd moet blijven worden. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346628
Indiener stelt dat het goed is om bedrijven die een neventak willen, zoals recreatie, toerisme of aanhuis verkoop, hier de ruimte voor te geven. Dit is niet voor alle agrariërs mogelijk, omdat er niet voor iedereen een verdienmodel is. Indiener zou graag willen zien dat er aandacht blijft voor de boer op welke gangbare manier hij zijn bedrijf zou willen voortzetten. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346629 en 1346633
Op veel plaatsen in Sint-Michielsgestel zijn agrarische bedrijven gestopt, minder agrarische bedrijven nog actief zijn dan er aangenomen wordt. Op verschillende plaatsen is er al een leegloop van agrarische bedrijven. Uiteraard moeten er ook goede oplossingen en alternatieven komen voor de stoppende bedrijven en vrijkomende gebouwen.
38
Antwoord: Het onderwerp wordt de komende jaren uitgewerkt in o.a. een programma Vitaal landelijk gebied. In dat kader zal ook aandacht worden besteed aan nevenactiviteiten bij bestaande agrarische bedrijven en toekomstperspectief voor agrariërs die hun bedrijf voort willen zetten. Op dit moment is beleid voor vrijkomende agrarische bedrijven in voorbereiding (VAB-beleid). Wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. Recreatie en toerisme in het landelijk gebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346629 en 134633
Indieners stellen dat toerisme en recreatie afhankelijk is van behoefte uit de markt en een verdienmodel dient te hebben. Indieners zijn ook van mening dat recreatie als nevenactiviteit prima is, zolang dit geen belemmering geeft voor gangbare agrarische bedrijven. Antwoord: Zo staat het ook verwoord in de omgevingsvisie: Recreatie en toerisme worden een belangrijke economische drager voor een deel van het landelijke gebied. Denk hierbij aan kamperen bij de boer, de verkoop van streekproducten en andere kleinschalige recreatieve activiteiten. Dit wordt uitwerkt binnen het programma Vitaal landelijk gebied en het programma Economie. Plannen en initiatieven worden o.a. op economische haalbaarheid en passend in de omgeving beoordeeld. Dit valt buiten het kader van deze omgevingsvisie. Ook verwijzen wij naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over niveau en abstractieniveau en landelijk gebied. Voorwaarden voor functieverandering Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vraagt zich af wat de voorwaarden zijn bij het derde bullet point op pagina 31 en op welke manier bestaande functies beschermd worden tegen deze ontwikkelingen. Antwoord: Indiener refereert aan de ruimte die agrariërs krijgen om onder voorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Met deze voorwaarden wordt de omslag naar een duurzame landbouw bedoeld. Dat betekent dat er dus minder ruimte is voor teelten die veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. We ambiëren en groeien richting een duurzame landbouw met een sterke, gezonde en toekomstbestendige agrarische sector. De omgevingsvisie stelt daarnaast dat er in het landelijk gebied voldoende perspectief voor de agrariërs is en blijft (ervan uit gaande dat de indiener dit met bestaande functies bedoelt). We zetten daarbij juist in op het behoud van onze agrariërs die vanuit nieuwe verdienmodellen omschakelen naar duurzame landbouw en wordt er ook ruimte geboden voor duurzame energieopwekking, kleinschalige recreatie en lokaal telen en verkopen van streekproducten wordt gestimuleerd. Verdere uitwerking wordt opgenomen binnen het programma Vitaal landelijk gebied en het programma Economie. Ook verwijzen wij naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied.
39
Duurzame energieopwekking bij agrarische bedrijven Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346635, 1346629 en 134633
Indieners stellen dat veel agrarische bedrijven al zonnepanelen op hun daken hebben, zij hierin zelfvoorzienend zijn en groene stroom voor derden opwekken, waaronder indiener zelf. Antwoord: Prettig om te lezen dat indieners en veel andere agrarische bedrijven al zonnepanelen op hun daken hebben. Deze ontwikkeling ziet de gemeente ook en juicht dit alleen maar toe. Huidige problematiek agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vindt dat het in het stuk niet duidelijk wordt wat de gemeente gaat doen voor de huidige agrariërs en de problemen waar zij tegenaan lopen. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente deze problemen wegnemen om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten. Antwoord: Wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. Geen belemmeringen voor agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346628,1346629, 1346635 en 1346633
Indieners stellen dat er op veel plaatsen in Sint-Michielsgestel agrarische bedrijven zijn gestopt en minder agrarische bedrijven nog actief zijn dan er aangenomen wordt. Indieners zijn van mening dat er goede oplossingen en alternatieven moeten komen voor de stoppende bedrijven en vrijkomende gebouwen. Een van de indieners stelt dat de overgebleven agrarische bedrijven geen belemmeringen mogen krijgen door de nieuwe ontwikkelingen, zodat er ook in 2040 nog diversiteit is van agrarische bedrijven in en producten uit Sint-Michielsgestel. Indieners stellen dat er zeker voor jonge ondernemers voldoende ruimte moet zijn. Antwoord: Zoals opgenomen in de omgevingsvisie blijft de landbouw wat de gemeente betreft een landschappelijke drager als voedselproducent en zijn er daarnaast ook mogelijkheden voor verbreding met andere functies zoals agrarisch natuurbeheer en recreatie. Kortom, een diversiteit aan bedrijven in de woorden van de indiener. Het kan bij nieuwe ontwikkelingen nooit worden uitgesloten dat deze invloed hebben op agrarische bedrijven en vice versa. Ten aanzien van landelijk gebied en duurzame landbouw wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 2.1 van deze nota. Ruimte voor gangbare agrarische bedrijven Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622, 1346638, 1346629 en 1346633
Indieners vinden dat er naast extensieve bedrijven en bedrijven met nevenactiviteiten ook ruimte moet zijn voor gangbare agrarische bedrijven, aangezien er voor extensieve bedrijven en local-for-local productie maar een kleine markt is. Indieners stellen dat de doorsnee Gestelse burger naar de supermarkt gaat en niet naar de boerderijwinkel. Antwoord: Wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. 40
Opmerkingen over het eigen bedrijf Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346635
Indiener vraagt of aangenomen mag worden dat eerder ontvangen vergunningen meegenomen worden in het nieuwe omgevingsplan. Rond het bedrijf is een groenblauwe mantel ingetekend en men pleit ervoor geen natte verbindingszone aan te leggen aan de zuidzijde van de Grote Wetering. Verder hoopt indiener, dat de plannen geen invloed hebben op de bedrijfsvoering. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346633
Het bedrijf lijkt te liggen in een zone van gebiedsbeperking veehouderij terwijl men bezig is met het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan voor uitbreiding van het bedrijf. Indiener wil dat de tegenstrijdigheid komt te vervallen. Antwoord: Wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. onder Detailniveau en abstractieniveau respectievelijk Landelijk gebied en duurzame landbouw.
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1344630
Indiener heeft de gemeenschappelijke zienswijze over Braakven ondertekend en vraagt aandacht voor zijn in het gebied gevestigde agrarische bedrijf. De familie geeft al generaties lang invulling aan de verplichting als ‘rentmeester’ om de waarden en de inrichting van het land te beheren voor toekomstige generaties. Men wil zich in de toekomst graag in blijven zetten voor maatschappelijke functies op het gebied van natuur, milieu en toekomstbestendige landbouw. Antwoord: Wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. onder Detailniveau en abstractieniveau en Zoekgebied ‘Dorpse en groene woonuitbreiding’ Berlicum Noord o.a. Braakven
Ontwikkeling agrarische sector bij opgaven klimaat en water Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) ziet de uitwerking van de combinatie van ontwikkelingen binnen de agrarische sector met andere opgaven zoals klimaat en water niet terug in de Omgevingsvisie. Indiener verzoekt deze uitwerking toe te voegen om zo goede kansen te creëren voor agrarische ondernemers in transitie en wateropgaves mee te kunnen nemen. Antwoord: De genoemde aandachtsgebieden staan gedeeltelijk benoemd in de Omgevingsvisie onder deelgebied Landelijk Gebied. De uitwerking van de combinatie vindt plaats binnen de passende programma's Programma Vitaal landelijk gebied en Programma Klimaatadaptatie en water. Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap Aa en Maas. Ook verwijzen wij naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied.
41
Verplaatsing en herverdeling van agrarische bedrijven Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653
Indiener leest in de ontwerp-Omgevingsvisie niets terug over de mogelijkheden van verplaatsing of herverdeling van agrarische bedrijven om op die manier een bijdrage te leveren aan de verduurzaming in combinatie met krachtige economie. Indiener stelt dat er geen agrarisch gebied is omschreven waar landbouw verder kan door ontwikkelen. Indiener maakt op uit de visie dat alle benoemde dromen en wensen voor het landelijk gebied overal plaats kunnen vinden. Indiener vraagt zich af of een verdeling van doelen niet aan te bevelen is. Antwoord: We ambiëren en groeien richting een duurzame landbouw met een sterke, gezonde en toekomstbestendige agrarische sector. Het landelijk gebied heeft dus meerdere mogelijkheden voor ontwikkeling en verschillende functies krijgen er een plek. Hoe dit er precies uit komt te zien verschilt van gebied tot gebied en wordt de komende jaren nog verder uitgewerkt in het programma Vitaal Landelijk gebied. Wij onderschrijven niet dat alle dromen overal plaats kunnen vinden. Wij verwijzen ook naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied.
3.4.3 Recreatie Recreatief watergebruik Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (waterschap Aa en Maas) stelt dat er een goede balans moet zijn tussen het gebruiken (betreffende kansen voor recreatie en watersport) en beschermen van water, gelet op de waterkwaliteit en onderhoudbaarheid van het watersysteem. Antwoord: De gemeente is het eens met indiener dat die balans er moet zijn.
42
3.5 Inclusieve duurzaamheid Het laatste hoofdthema zoals behandeld in de omgevingsvisie is ‘inclusieve duurzaamheid’. Inclusieve duurzaamheid is een breed thema dat ingaat op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Het gaat hier over de omschakeling naar circulariteit en hernieuwbare energie (energie die afkomstig is uit natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, bijvoorbeeld door zonnepanelen of een warmtepomp). Ook biodiversiteit, bodem en water komen terug binnen dit hoofdthema. Hier vallen de volgende uitgangspunten onder: water en bodem sturend, klimaatadaptieve maatregelen, energietransitie, duurzame landbouw en grondstoffen. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het thema ‘inclusieve duurzaamheid’ zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.
3.5.1 Water en bodem sturend Aandacht voor water en bodem sturend Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1344209 en 1345674
Indieners (Rijkswaterstaat, waterschap de Dommel) spreken hun waardering uit over het feit dat er expliciet aandacht wordt besteed aan het thema water en bodem sturend. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (Waterschap Aa en Maas) stelt dat water en bodem sturend zijn voor het gebruik van gronden en nieuwe ontwikkelingen. Indiener stelt dat de ontwerp-Omgevingsvisie hiermee duidelijk voor een duurzame en inclusieve ontwikkeling is. Het hanteren van de principes 'water- en bodem-sturend' zijn een goed en integraal onderdeel van de ontwerp-Omgevingsvisie. Indiener denkt hier graag verder aan mee. Antwoord: Als gemeente sluiten wij aan bij het landelijke en provinciale beleid 'water en bodem sturend'. Wij onderstrepen het belang om het water- en bodemsysteem in samenhang met het grondgebruik en nieuwe ontwikkelingen te bekijken. Verbeteren van bodem- en waterkwaliteit Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (waterschap Aa en Maas) stelt dat ontwikkelingen in het landelijk gebied, waaronder duurzame landbouw, kunnen bijdragen aan een verbetering van de bodem- en waterkwaliteit. In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt aangegeven dat er gekozen wordt voor de uitgangspunten van 'bodem- en water leidend'. Indiener wil graag deze term aangepast zien worden naar het principe van 'water- en bodem sturend'. Dan is het ook een doorvertaling van de beleidslijn van het kabinet en zorgt voor eenduidigheid in te gebruiken benamingen.
43
Antwoord: Onder de uitgangspunten van het hoofthema Inclusieve Duurzaamheid wordt de term sturend al genoemd: "De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: Water en bodem zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen". Een aanpassing van de omgevingsvisie is niet nodig. Water- en bodem sturend geen ambitie, maar wel als uitgangspunt Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vindt het vreemd dat de term 'bodem- en water sturend' niet in ambities en scenario's wordt genoemd, maar wel in de uitgangspunten. Indiener vindt dat de huidige invulling van dit leidend principe niet past in de ruimtelijke ordeningsopgave waar de gemeente voor staat. Indiener stelt dat bij een water- en bodemsturend principe het waterpeil van de watergangen en beekdalen zodoende peil krijgen dat verschillende ontwikkelingen weg zullen moeten omdat hier geen ruimte voor is. Indiener spreekt daarom liever niet over een systeemherstel dat water- en bodemsturend is, maar van het aanpassen van het systeem naar nieuwe maatschappelijke opgaven en omstandigheden waarbij bijvoorbeeld waterkwaliteitsdoelen gehaald worden. Indiener vindt dat het doel van het watersysteem sturend moet worden, niet het middel. Indiener stelt dat het principe dat bodem en water sturend zijn niet in de scenario's staat, behalve bij de woningbouwopgave. Indiener vindt het raar dat dit principe bij de woningbouwopgave ineens naar de voorgrond treedt. Indiener vraagt zich af waardoor dit wordt veroorzaakt. Antwoord: Het uitgangspunt water en bodem sturend volgt uit de ambities die zijn beschreven onder inclusieve duurzaamheid, zoals "er is sprake van een goede water- en bodemkwaliteit".
Het uitganspunt is bedoeld voor alle nieuwe ontwikkelingen, en waar mogelijk wordt ook het huidige gebruik aangepast. Dit is niet altijd mogelijk. Bodem- en water sturend sluit ook aan bij het landelijke en provinciale beleid.
3.5.2 Klimaatadaptieve maatregelen Klimaatadaptieve en groene maatregelen in Beekveld Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343079
Indiener verzoekt klimaatadaptieve en groene maatregelen te nemen in de nieuwe wijk Beekveld te Berlicum, en niet alleen in de regio van de Runweg zoals nu op het kaartje (blz. 27) wordt aangegeven. Indiener is van mening dat er te weinig groen is, voornamelijk omdat de wijk destijds verkocht is met het idee 'leven in het groen'. Indiener vindt dat hittestress aanwezig is door de afwezigheid van bomen, brede groene stroken, etc.
44
Antwoord: In de omgevingsvisie beschrijven we onder Deelgebieden – Vitale dorpen, dat we maatregelen nemen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. In 2023 is de Strategie Klimaatadaptatie vastgesteld en begin 2024 de Uitvoeringsagenda. Komende jaren worden allerhande acties en maatregelen genomen om Sint-Michielsgestel zo klimaatbestendig en waterrobuust als mogelijk in te richten. Samen staan we sterker. Naast maatregelen die de gemeente treft, worden burgers gemotiveerd en ondersteund om in actie te komen. Wij adviseren u daartoe de website en de berichten op sociale media in de gaten te houden. Voor meer informatie: https://www.sintmichielsgestel.nl/duurzaam-sint-michielsgestel/wat-kan-ik-doen-als-inwoner Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345756
Indiener (waterschap Aa en Maas, waterschap de Dommel) vinden het goed om te lezen dat klimaatadaptatie een voorwaarde is bij ontwikkelingen (in dorpen en landelijk gebied). Antwoord: De gemeente is blij met deze positieve reactie op het klimaatadaptief inrichten van onze gemeente. Groen woonwijken/watervraag teelten Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vindt het een goed streven om woonwijken te vergroenen. Echter vraagt Indiener zich wel af waar de gemeente het groen vandaan zou halen als de gemeente geen teelten wil die een watervraag behoeven. Antwoord: Waar het groen (struiken, planten, bomen) uiteindelijk vandaan wordt gehaald, is geen onderwerp van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie sluit niet uit dat teelten een watervraag kunnen hebben. Waterberging Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) vindt dat Howabo 2.0 om een grote opgave vraagt als het gaat om waterberging. Indiener vindt het onduidelijk wat de gemeente voor ogen heeft met de waterbergingsgebieden en hoe deze eruit zien. Antwoord: Het is correct dat de gemeente Sint-Michielsgestel, buurgemeente ‘s-Hertogenbosch en de betrokken waterschappen te maken hebben met een hoogwaterveiligheidsopgave door onze ligging. Daarover staat in de omgevingsvisie opgenomen dat we de beekdalen klimaatbestendig inrichten voor de waterveiligheid in de omgeving. In het kader van de Hoogwaterbescherming Den Bosch (Howabo 2.0) wordt aanvullende capaciteit aan waterberging gezocht in de Dungense Polder. Het is nog onderwerp van (regionaal) onderzoek hoe dit precies vorm zal krijgen. De uitwerking valt buiten het kader van deze Omgevingsvisie. Om het op de kaart van de omgevingsvisie herkenbaar te maken hebben wij de pijl met 'natuur verbinden en landschap versterken' tussen Pettelaar en Wamberg ook de aanduiding van zoekgebied voor waterberging gegeven.
45
3.5.3 Energietransitie Geen zonnepanelen op vruchtbare grond Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345763
Op pagina 33 staat: "Voor de energietransitie […]. Het dubbelgebruik kan bestaan uit recreatie, bevordering van de biodiversiteit of waterberging.” Indiener (gemeente Bernheze) stelt dat dit laatste niet in lijn is met de kamerbrief van demissionair minister De Jonge, die geen zonnevelden wil op landbouwgrond. Indiener vindt dat recreatie, biodiversiteit, etc. gezien kunnen worden als koppelkans, maar niet als dubbelgebruik. Dubbelgebruik gaat wel verder, zoals Agri-PV en het solar carports. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente hiernaar kijkt en hoe de gemeente inspeelt op de kamerbrief Antwoord: We delen de mening niet dat de omgevingsvisie in strijd is met de Kamerbrief. We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de omgevingsvisie is aangegeven dat zonnevelden niet ten koste mogen gaan van de omslag naar duurzame landbouw. Tevens wordt opgemerkt dat er bij zonneparken in het kader dubbelgebruik juist ruimte kan komen voor recreatief medegebruik, zoals wandelen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345653
Indiener stelt dat het voor opdrachtgevers niet te volgen is dat in de omgevingsvisie voor de komende vijftien jaar nog teruggegrepen wordt naar zonnepanelen op land. Indiener is van mening dat dit een teloorgang is van het landelijk gebied en dat er andere oplossingen zijn. Indiener stelt dat juist door verdere extensivering het landbouwareaal op peil zal moeten blijven. Indiener stelt ook dat het toepassen van monovergisting door gasproductie op locatie mogelijk betere energieopwekking met minder ruimtebeslag voorziet. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en landbouwgrond. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346627
Indieners bedrijf heeft een overschot aan zonne-energie en moeite om de energie tot waarde te brengen. Indiener vindt dat zonneparken op landbouwgrond daarom niet meer van deze tijd is. Antwoord: Het net kan het niet aan omdat we allemaal tegelijkertijd elektriciteit terug leveren, waardoor er mee aanbod is dan vraag naar elektriciteit. Maar door maatregelen, zoals batterijopslagen en aansluiting bij bedrijven achter de meter kan die elektriciteit nuttig gebruikt worden en kan het aanbod meer in balans met het aanbod worden gebracht. Aanvullend verwijzen we naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en landbouwgrond.
46
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346641
Indiener stelt dat het zonnepark dat mag worden geplaatst bij de Hooge Heide in Berlicum, alsmede bij de Meerse Plas in Den Dungen in strijd is met de Nationale Omgevingsvisie, die aangeeft dat er eerst bepaald moet worden of er op daken van bestaande bebouwing zonnepanelen kunnen komen, voordat er op landbouwgrond of natuur gebouwd wordt. Indiener is van mening dat er veel bedrijven in Berlicum zijn met daken waarop zonnepanelen zouden kunnen worden geplaatst. Daarnaast zijn er geïnteresseerden die geen zonnepanelen op hun dak kunnen krijgen, omdat een aansluiting op het net niet mogelijk is. Het is voor indiener onduidelijk dat dit soort besluiten genomen kunnen worden door hetzelfde orgaan, zo kort voordat de visie gepresenteerd wordt. Indiener verzoekt de gemeente om dit uit te leggen, omdat het voor Indiener overkomt alsof dit besluit snel genomen is, voordat de nieuwe wetgeving van kracht ging. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid van het Rijk en de Zonneladder. Zonnevelden bij grootschalige infrastructuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346620
Indiener (ZLTO) stelt dat er bij het gedeelte over inclusieve duurzaamheid nadrukkelijk moet worden opgenomen dat er ook wordt ingezet op grootschalige infrastructuur met betrekking tot energie. Indiener vindt dat het principe van zonnevelden niet strookt met de opgave voor het verduurzamen van de landbouw en met het beleid van andere overheden, waar nadrukkelijk de zonneladder wordt gehanteerd. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente omgaat met dit beleid. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid van het Rijk en de Zonneladder. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345852
Indiener vindt dat de Omgevingsvisie niet consistent is over de eventuele locatie van zonneparken. Op pagina 33 wordt aangegeven dat zonnevelden langs hoofdinfrastructuur de voorkeur hebben boven vrijliggende zonnevelden in landelijk gebied. Hier staat Indiener achter. Op pagina 37 wordt aangegeven dat tussen Pettelaar en Wamberg nadrukkelijk ingezet wordt op het verbinden van stad en land door middel van nieuwe lokale natuurontwikkelingen, opwek van duurzame zonne-energie en recreatief medegebruik. Indiener stelt dat dit zou betekenen dat in deze ecologische verbindingszone eventueel grootschalige zonneparken worden gerealiseerd in open landelijk gebied. Indiener zegt dat dit strijdig is met de hoofdkoers voor de ecologische verbindingszone. Indiener stelt voor om de beleidslijn voor zoeklocaties van zonneparken aan te houden met de voorkeur langs hoofdinfrastructuur, zoals aangegeven staat op pagina 33. Daarnaast stelt Indiener voor om de mogelijkheid voor de opwek van duurzame zonne-energie te schrappen gelet op de strijdigheid met de gewenste verbindingszone.
47
Antwoord: We merken op dat zonnevelden ook gecombineerd kunnen worden met natuurontwikkeling en dat zonnevelden een tijdelijk functie c.q. middel kunnen zijn om blijvend het landschap te versterken. We zien juist kansen voor zonnevelden in relatie tot landschaps- en of natuurontwikkeling, dit vraagt wel om een zorgvuldige locatiekeuze en goed ontwerp/ inrichting. Aanvullende verwijzen we naar paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Windenergie op landbouw en overige gronden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346622,1346629,1346635 en 1346633
Indiener vindt dat de zonneladder aangehouden dient te worden en dat er in principe geen vruchtbare gronden meer aangewend mogen worden voor zonneparken (provinciaal beleid is geen extra zonnevelden meer op landbouwgrond), aldus de indiener. Windenergie zou daarom volgens indiener veel eerder gerealiseerd kunnen worden op de bedrijven op kleine schaal. Daar zullen de meeste landbouwers volgen indiener veel meer voor open staan dan zonneparken. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346636
Indiener (Beraad de Verborgen Buitens) is zeer verheugd, dat er geen zoekgebied windenergie is opgenomen in het grensgebied Boxtel Noord en de zuidzijde van Sint-Michielsgestel. Uit de omgevingsvisie maakt men op, dat windenergie voor de periode na 2030 wordt heroverwogen en dat baart indieners zorgen. Men concludeert dat in samenhang met de kaart het gezamenlijke landgoederencluster niet langer hiervoor in beeld is. Er is ook bij anderen geen draagvlak voor dit gebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346637
Indiener (Tuinbouwbedrijf Van Dam) zou als bedrijf openstaan voor windenergie. Indiener is van mening dat dit makkelijk gerealiseerd kan worden voor 2030. Indiener zou bijvoorbeeld bij windenergie zelf 's nachts energie kunnen opwekken voor de koelingen. Indiener denkt dat meerdere landbouwers hier zo naar kijken. Antwoord: Omdat het niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt, is een combinatie van zon en wind de meest duurzame en goedkope vorm van energie. Daarom dient onderzocht te worden of windenergie inpasbaar is en dient het belang van een duurzame en betaalbare energievoorziening afgewogen te worden tegen andere waarden. Pas als die afweging heeft plaatsgevonden, kan het opgenomen worden in besluitvorming. We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid van het Rijk en de Zonneladder. Aanvullend wordt opgemerkt dat de omgevingsvisie (kopje Uitgangspunten – Inclusieve Duurzaamheid) windenergie ook als optie benoemd en dat een zoekgebied voor windenergie (na 2030) op de kaart is opgenomen. Het is juist, dat in deze omgevingsvisie het landgoederencluster hiervoor niet langer in beeld is.