Bestemmingsplan Postelstraat, Esch- Bijlage 1.7 Geohydrologisch onderzoek
Tekst van het document
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
Inhoudsopgave 1 Projectbeschrijving .........................................................................................................................1 1.1 Inleiding ....................................................................................................................................1 1.2 Plangegevens ...........................................................................................................................1 1.2.1 Administratieve indeling....................................................................................................1 1.2.2 Situatie actueel / voormalig ..............................................................................................1 1.2.3 Bouwplan ..........................................................................................................................1 1.2.4 Waterbalans .....................................................................................................................1 1.2.5 Verstrekte plangegevens ..................................................................................................2 2 Onderzoeksprogramma ..................................................................................................................3 2.1 Veldonderzoek ..........................................................................................................................3
2.1.1 Onderzoeksopzet .............................................................................................................3 2.1.2 Boringen ...........................................................................................................................3 2.1.3 Hoogtemeting ...................................................................................................................3 2.1.4 Waterdoorlatendheidsmetingen .......................................................................................3 2.2 Laboratoriumonderzoek ...........................................................................................................3 2.3 Archief-/dossieronderzoek ........................................................................................................3 2.3.1 TNO ..................................................................................................................................3 2.3.2 Overig archiefonderzoek ..................................................................................................4 2.4 Overleg / inventarisatie .............................................................................................................4 3 Bodem, water en omgeving ...........................................................................................................5 3.1 Hoogte
maaiveld.......................................................................................................................5 3.2 Bodem ......................................................................................................................................5 3.2.1 Laagopbouw van de grond en de variaties daarvan op de planlocatie ............................5 3.2.2 Geologie van de planlocatie en omgeving .......................................................................5 3.3 Water ........................................................................................................................................6 3.3.1 Oppervlaktewater .............................................................................................................6 3.3.2 Grondwater .......................................................................................................................6 3.3.3 Afvalwater .........................................................................................................................7 3.4 Waterdoorlatendheid ................................................................................................................7 3.4.1 Laboratoriumonderzoek....................................................................................................7 3.4.2 Doorlatendheidsmetingen onverzadigde zone
.................................................................8 3.4.3 Doorlatendheidsmetingen verzadigde zone .....................................................................8 3.4.4 Interpretatie ......................................................................................................................8 3.5 Geschiktheid voor infiltratie ......................................................................................................8 4 Waterparagraaf ................................................................................................................................9 4.1 Algemeen .................................................................................................................................9 4.2 Beleidskader .............................................................................................................................9 4.2.1 Algemeen .........................................................................................................................9 4.2.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................9 4.2.3 Waterschapsbeleid ........................................................................................................
10 4.2.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................... 10 4.3 Maaiveldhoogte/bouwpeil ...................................................................................................... 10 4.4 Randvoorwaarden ................................................................................................................. 10 4.5 Verkeursvarianten inzamelen regenwater ............................................................................. 11
Bijlagen Bijlage 1: Resultaten grondonderzoek Bijlage 2: Resultaten laboratoriumonderzoek Bijlage 3: Monitoringsgegevens waterstanden
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
2 Onderzoeksprogramma 2.1
Veldonderzoek
2.1.1 Onderzoeksopzet Het grondonderzoek heeft plaatsgevonden op 18 april en 17 mei. Het grondonderzoek is gecombineerd uitgevoerd met het milieukundig onderzoek (separaat gerapporteerd onder projectnummer: 1700548). De onderzoeksopzet is afgeleid van de module C2510: “Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage” uit de leidraad Riolering (stichting Rioned), uitgaande van een relatief heterogene bodemopbouw en een grondwaterstand ondieper dan 1,5 m mv. 2.1.2 Boringen In het kader van het geohydrologisch en milieukundig bodemonderzoek zijn door ons bureau 15 handboringen uitgevoerd. Eén van deze boringen is afgewerkt tot peilbuis. De relevante boorstaten zijn toegevoegd in Bijlage 1, de situering van de boringen is weergegeven op de situatietekening in Bijlage 1. 2.1.3 Hoogtemeting De hoogte van de onderzoekspunten is ingemeten met behulp van dGPS ten opzichte van NAP. Voor de hoogteligging van de verschillende meetpunten wordt verwezen naar de waterpasstaat in Bijlage 1. 2.1.4 2.1.4.1
Waterdoorlatendheidsmetingen Onverzadigde zone (Constant-flow-rate-methode)
In boorgat B2, B3, B7, B9 en B13 is een waterdoorlatendheidsmeting verricht middels constant-flowrate-methode cf. ISO/FDIS 22282-2:2008(E):6.1.4 en 6.2.2. Bij het uitvoeren van deze meting wordt, in onverzadigde grond, water met een constant debiet in een gesteund boorgat gepompt, totdat de bodem rondom verzadigd is en een constante waterspiegel ontstaat. Uit de verhouding van het pompdebiet en de waterspiegel kan de verzadigde waterdoorlatendheid worden berekend van het bodemtraject waarin de proef heeft plaatsgevonden. De kenmerken en resultaten van de proef zijn weergegeven in §3.4.2. 2.1.4.2
Verzadigde zone (Constant-flow-rate-methode)
In peilbuis B1 is een waterdoorlatendheidsmeting uitgevoerd middels de constant-flow-rate-methode cf. ISO/FDIS 22282-2:2008(E). Bij het uitvoeren van deze meting wordt de peilbuis met een constant debiet doorgepompt totdat een constante waterstandsverlaging ontstaat in de peilbuis. Uit de verhouding tussen het pompdebiet en de waterstandsverlaging kan de doorlatendheid worden berekend van het bodemtraject waarin het filter is geplaatst. De kenmerken en resultaten van de proef zijn weergegeven in § 3.4.3. 2.2
Laboratoriumonderzoek
Teneinde meer inzicht te krijgen in de waterdoorlatendheid van de bodem zijn in het laboratorium van Alcontrol te Hoogvliet 2 grondmonsters geanalyseerd op korrelverdeling conform de SCG-zeefkromme (10 korrelfracties van 2 m tot 2 mm, organische stofgehalte, calciet en pH). De analysecertificaten zijn weergegeven in Bijlage 2. 2.3
Archief-/dossieronderzoek
2.3.1 TNO Teneinde meer inzicht te geven in de geologie van de bouwplaats en omgeving zijn, de (hydro)geologische gegevens geraadpleegd van het Regionaal geohydrologisch informatiesysteem (Dinoloket TNO). Het betreft met name de gegevens van het Landelijk model Regis II.1 uit 2008. Teneinde meer inzicht te krijgen in het grondwaterregime op de locatie zijn via Dinoloket van TNO langjarige grondwaterstandsgegevens opgevraagd van peilbuizen in de omgeving van de locatie. Het betreft de gegevens van peilbuizen B45C0456, -457, -1033, -1078, -1079 en -1096. Voor de weergave van de relevante grondwaterstandsgegevens wordt verwezen naar Bijlage 3. rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
3
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
2.3.2 2.3.2.1
Overig archiefonderzoek Bodem-informatiekaarten / -bronnen
Teneinde meer inzicht te krijgen in de lokale en regionale bodemopbouw, geologie en geohydrologie zijn diverse bodem-informatiekaarten geraadpleegd. Het betreft onder meer: • Bodemkaart van Nederland 1:50.000, CGI-Alterra. • Topografische kaart van Nederland 1:25.000, Topografische dienst. • Grondwaterkaart van Nederland, TNO. • Kwelkaart van Nederland, Rijkswaterstaat. • Wateratlas Provincie Noord - Brabant. Tevens zijn onze eigen archiefgegevens geraadpleegd. 2.3.2.2
Beleidsstukken
Onder meer de volgende beleidsstukken en plankaarten zijn geraadpleegd: • Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant (PMV). • Keur waterschap De Dommel. • Legger oppervlaktewater De Dommel. • Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021, provincie Noord-Brabant. • Gemeentelijk Rioleringsplan Haaren 2013-2017. 2.4
Overleg / inventarisatie
Teneinde meer inzicht te krijgen in de randvoorwaarden voor de inzameling en verwerking van regenwater in het plagebied is via telefoon en e-mail overleg gepleegd met de gemeente Haaren ( ).
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
4
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
3.4.2 Doorlatendheidsmetingen onverzadigde zone Uit de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone is de waterdoorlatendheid (K-waarde) bepaald op basis van de formule van Amoozegar & Wilson (1999). De resultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel. Boring
Grondwaterstand* [m - mv] 1,55 1,22 1,55 1,55 1,02
B2 B3 B7 B9 B13
Debiet [l/min] 1,0 1,1 1,0 0,9 0,4
Verhoging [cm] 57 60 36 32 41
Meettraject [m - mv] 0,3 – 0,9 0,2 – 0,8 0,8 – 1,1 0,9 – 1,2 0,7 – 1,1
K-waarde [m/dag] 1,9 2,3 4,8 5,6 2,6
* ingeschat op basis van overige boringen
3.4.3 Doorlatendheidsmetingen verzadigde zone Uit de meetresultaten van de doorlatendheidsmetingen in de verzadigde zone is de waterdoorlatendheid bepaald met de vergelijkingen uit de Europese norm ISO/FDIS 22282-2:2008(E) § 6.2.2. De resultaten van de in duplo uitgevoerde metingen zijn weergegeven in de navolgende tabel, evenals de gemiddelde waarde. Peilbuis / proef B1a B1b
Grondwaterstand [m - mv] 1,02 1,02
Debiet [l/min] 0,4 0,3
Verlaging [cm] 85 59
Meettraject [m - mv] 1,5 – 2,5 1,5 – 2,5
Kh-waarde [m/dag] 0,23 0,24
Kh;gem-waarde [m/dag] 0,2
3.4.4 Interpretatie Uit het onderzoek kan het volgende worden afgeleid ten aanzien van de doorlatendheid van de bodem: • De bodem bestaat tot minimaal 2,3 m – mv uit zand. Daaronder is plaatselijk een dunne leemlaag aangetroffen; • De doorlatendheid van de bodem is tot minimaal 1,2 m – mv goed, met gemeten k-waarden tussen 2 en 7 m/dag. De doorlatendheid van het onderliggende zand is lager, met een gemeten kwaarden van circa 0,2 m/dag. 3.5
Geschiktheid voor infiltratie
Teneinde de geschiktheid van de bodem voor infiltratie van hemelwater vast te stellen zijn de onderzoeksgegevens getoetst aan de richtlijnen uit ISSO-publicatie nr. 70-1, Hemelwater binnen de perceelsgrens. Deze richtlijn stelt dat de bodem mogelijkheden biedt voor infiltratie indien de k-waarde van de zandige bodem groter is dan 0,4 m/dag èn de gemiddeld hoogte grondwaterstand dieper is dan 0,7 m - mv. Uitgaande van deze richtlijnen biedt de bovengrond mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater.
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
8
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
4
Waterparagraaf
4.1
Algemeen
Door de herontwikkeling van het terrein verandert de lokale waterhuishouding. Navolgend wordt een uitwerking gegeven van de invloed van het plan op de waterhuishouding en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. 4.2
Beleidskader
4.2.1
Algemeen
De watertoets is een wettelijk verankerd procesinstrument waarmee een vroegtijdige inbreng van water in RO-vraagstukken wordt gewaarborgd. Daar waar dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten de gevolgen voor de waterhuishouding in kaart gebracht worden in een waterparagraaf. Het watertoetsproces gaat vooral over het vroegtijdig betrekken van ruimtelijk relevante waterhuishoudkundige aspecten bij ruimtelijke plannen om daarmee wateraspecten goed in de ruimtelijke afweging en uiteindelijk het ruimtelijke plan op te nemen. Hierbij zijn bijzonder van belang: • het scheiden van schoon en vuilwaterstromen; • invulling geven aan de zorgplicht voor hemelwater (vasthouden hemelwater op eigen terrein); • ruimte voor waterberging; • tijdig, juist en aantoonbaar overleg met waterpartners (waterschap, gemeente, provincie, rijk, waterleidingbedrijf, afhankelijk van plan en situatie) en afweging van relevante zaken uit dat overleg. 4.2.2 4.2.2.1
Provinciaal beleid Provinciaal Milieu- en Waterplan
Het Provinciaal Milieu- en Waterplan bevat het strategische waterbeleid van de provincie NoordBrabant voor de periode 2016-2021. Het plan doorloopt samen met de plannen van het Rijk en de waterschappen een beleidscyclus die is afgestemd op de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water. Naast beleidskader is het Provinciaal Milieu- en Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Het plan is tevens beheerplan voor grondwateronttrekkingen. Bovendien is het plan structuurvisie voor het aspect water op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Op het vlak van omgaan met waterkwantiteit spelen de huidige inzichten over klimaatontwikkeling een belangrijke rol. Waterschappen en gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het oplossen van wateroverlast in bebouwd gebied. 4.2.2.2
Nota Lozingen Buitengebied
De provincie Noord-Brabant hanteert het uitgangspunt dat elke eigenaar van een lozing in het buitengebied bij de aanpak van die lozing door de gemeente in beginsel op gelijke wijze behandeld dient te worden. In de provinciale beleidslijn speelt verbreding van de gemeentelijke zorgplicht daarom een belangrijke rol. Verbreding van de zorgplicht betekent dat de gemeente in principe de zorg heeft voor de afvoer van het afvalwater van alle bewoners in het buitengebied. Niet alleen van diegenen die op de riolering worden aangesloten. In de nota wordt het beleid uitgewerkt via twee sporen, waarbij de keuze van gemeenten voor verbreding van de zorgplicht en daarmee gelijke behandeling van elke burger voorop staat. Verder wordt in de nota de aanduiding van kwetsbare gebieden, die van belang zijn voor de uitvoering van het beleid, geactualiseerd en wordt een financiële subsidieregeling aangekondigd. Via de subsidieregeling worden gemeenten gestimuleerd tot het leveren van een extra inspanning voor de aanpak van de ongezuiverde lozingen in het buitengebied. 4.2.2.3
Provinciale milieuverordening
De Provinciale milieuverordening (PMV) is een juridische verankering van het Provinciaal milieubeleid en heeft onder meer betrekking op bescherming van het grondwater met het oog op de waterwinning (begrenzing van zeer kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden met bijbehorende regelgeving).
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
9
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
4.2.3 4.2.3.1
Waterschapsbeleid Algemeen
Nieuwe ontwikkelingen dienen voor het aspect waterhuishouding te passen binnen het gemeentelijke beleid ten aanzien van water, maar ook binnen het beleid van het waterschap. Waterschap De Dommel heeft voor de toetsing van de invulling van de waterhuishoudkundige aspecten onderstaande voorkeursvolgorde opgesteld: 1. hergebruik 2. vasthouden / infiltreren 3. bergen en afvoeren 4. afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. afvoeren naar de riolering Naast voornoemde, zijn de volgende aspecten van belang: • Voor hemelwaterafvoer naar oppervlaktewater gelden de bepalingen uit de Keur 2015 van het Waterschap; art. 15 van de Algemene regels resp. art. 13 van de Beleidsregels. • Bij de inrichting, bouw en beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen te worden toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Conform de waterkwaliteitstrits, schoonhouden - scheiden - zuiveren, dienen de mogelijkheden voor bronmaatregelen (schoonhouden) te worden onderzocht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zorgvuldige materiaalkeuze (pakket duurzaam bouwen), geen blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (weg- en groenbeheer). 4.2.3.2
Algemene regel Keur (Artikel 15 Afvoer hemelwater door verhard oppervlak)
De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de notitie ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ de uitgangspunten gegeven voor Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. In essentie geldt dat: • Voor een toename van verhard oppervlak van minder dan 2000 m² geen compensatie is vereist. • Voor een toename van verhard oppervlak tussen 2000 en 10000 m² compensatie is vereist, gebaseerd op een eenvoudige rekenregel (Benodigde compensatie [m³] = Toename verhard oppervlak [m²] * Gevoeligheidsfactor * 0,06 [m]). • Voor een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10000 m² een vergunning is vereist. 4.2.4
Gemeentelijk beleid
Het Gemeentelijke Rioleringsplan Haaren 2013-2017 bevat beleid, strategie, planningen, organisatie, kostenberekeningen en financiering van alle maatregelen op het gebied van water en riolering. Uit dit document komt onder ander naar voren dat: • Afstromend regenwater wordt verwerkt ter plaatse van bebouwing en verharding. • Bovengrondse afvoer de voorkeur geniet van de gemeente (ook op particulierterrein). Dit i.v.m. het mogelijk dichtslibben van ondergrondse infiltratievoorzieningen. Uit telefonisch overleg met de gemeente is naar voren gekomen dat de voorkeur uitgaan naar afvoer van het hemelwater naar een nabijgelegen leggerwatergang middels de een HWA-riool. 4.3
Maaiveldhoogte/bouwpeil
Voor bebouwing wordt over het algemeen een ontwateringsniveau van 0,7 m noodzakelijk geacht, bij toepassing van kruipruimten, en 0,5 m zonder kruipruimte. Uitgaande van een GHG niveau van 5,0 m + NAP wordt met het huidige maaiveld voldaan aan de ontwateringseis. 4.4
Randvoorwaarden
Rekening houdend met het hiervoor beschrevene kunnen de volgende randvoorwaarden worden geformuleerd ten aanzien de waterhuishouding: • Door de realisatie van het plan zal het verhard oppervlak toenemen met circa 1.900 m². • Conform de regels van het waterschap is voor een dergelijk toename geen compensatie vereist. Indien mogelijk dient er wel te worden gestreefd naar een hydrologisch neutrale ontwikkeling van het terrein. Conform de opgave van het waterschap is er geen meldplicht voor dit plan. rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
10
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
• • • 4.5
De bodem biedt goede mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater middels boven- en ondergrondse voorzieningen, zoals Wadi, waterbergende terreinverharding, infiltratiekelders, kratten en -riool. De gemeente geeft de voorkeur aan de afvoer van het hemelwater naar een nabijgelegen leggerwatergang. Binnen het plan is geen ruimte beschikbaar voor het creëren van bovengrondse infiltratievoorzieningen. Verkeursvarianten inzamelen regenwater
Rekening houdend met de voornoemde randvoorwaarden bestaan er onzes inziens 2 (voorkeurs)varianten voor het inzamelen van regenwater in het plan: • Berging en infiltratie middels een Waterbergende fundering onder de wegen. Dit systeem (bijvoorbeeld type Aquaflow) bestaat uit een systeem van al dan niet doorlatende wegverharding met een wegfundatie bestaande uit grof gebroken natuursteen. Bij gebruik van de juiste (combinatie van) materialen kan een groot bergend en infiltrerend vermogen worden gecreëerd. Op het systeem kan worden aangesloten: • regenwater afkomstig van de wegverharding. • regenwater afkomstig van het dakoppervlak van de woningen. Dit water dient volgens opgave van de gemeente bovengronds (bijvoorbeeld via molgoten) te worden geleid naar de infiltrerende wegverharding. • Afvoer van regenwater naar de leggerwatergang achter de gymzaal. Hiervoor dient een HWAleiding te worden aangelegd (Ø 300 mm) vanuit het plan naar de watergang. De lengte van de te realiseren leiding is circa 120 m. De laatstgenoemde (afvoer naar sloot) is de voorkeursvariant van de gemeente. Een voorstel voor de ligging van de HWA-leiding is door de gemeente aangeleverd (zie Figuur 4.1). Conform het gemeentelijk beleid mag er geen vermenging plaatsvinden van schoon regenwater en afvalwater.
Figuur 4.1 Principiële uitwerking voorkeursvariant van de gemeente voor het inzamelen en verwerken van regenwater uit het plangebied (aangeleverd door de gemeente).
De uiteindelijke systeemkeuze zal in een later stadium worden gemaakt. Geadviseerd wordt om in een zo vroeg mogelijk stadium met de gemeente te overleggen om te komen tot een definitieve keuze.
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
11
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
Bijlage 1 : Resultaten grondonderzoek
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
Waterpasstaat Hoogte referentiepunt
: dGPS
Meetpunt
×-coordinaat
Y-coordinaat
B1 MV B2 B1 KPB B3 B7 B8A B9 B13 B101 B102 B103 PUT STRHGT
148414 148366 148414 148436 148429 148416 148405 148398 148414 148413 148420 148367 148354
402652 402653 402652 402672 402639 402669 402677 402633 402674 402666 402668 402674 402652
Hoogte [m t.o.v. NAP] 5,82 6,14 6,33 5,92 6,32 5,97 6,15 6,10 5,98 5,93 5,90 5,85 5,96
Opmerking Hoogten in deze waterpasstaat zijn uitsluitend bedoeld om inzicht te verkrijgen in de maaiveldhoogten van de meetpunten. Zonder verificatie door de gebruiker mogen deze hoogten niet voor andere doeleinden worden gebruikt
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
Bijlage 2 : Resultaten laboratoriumonderzoek
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
Lankelma Geo. Zuid BV
Blad 2 van 4
Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Esch, Postelstraat
Orderdatum 04-05-2017 Startdatum 04-05-2017 Rapportagedatum 10-05-2017
1700572 - 1
12530410
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond Grond
K1 B1 (60-110) B3 (50-80) K2 B12 (0-50) B4 (5-50) B8 (0-50)
Analyse
Eenheid
Q
droge stof calciet
gew.-% % vd DS
Q Q
87.5 <0.2
91.1 2.0
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
Q
<0.5
1.1
KORRELGROOTTEVERDELING min. delen <2um % vd DS min. delen <2um % min st min. delen <16um % min st min. delen <32um % min st min. delen <50um % min st min. delen <63um % min st min. delen <125um % min st min. delen <250um % min st min. delen <500um % min st min. delen <1mm % min st min. delen <2mm % min st min. delen >2mm % vd DS
Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q
<1 <1 1.9 2.7 5.3 6.6 15 62 99 99 100 <1
<1 <1 1.3 2.3 4.4 5.6 18 84 98 99 99 <1
Q
4.7 1) 21.1
pH-KCl temperatuur t.b.v. pH
°C
001
1)
002
1)
5.5 1) 20.6
De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286
Lankelma Geo. Zuid BV
Blad 3 van 4
Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Esch, Postelstraat 1700572 12530410
- 1
Orderdatum 04-05-2017 Startdatum 04-05-2017 Rapportagedatum 10-05-2017
Voetnoten 1
De periode tussen monsterneming en in behandeling nemen op het lab was groter dan de toegestane conserveerterm jn, hierdoor is de betrouwbaarheid van het resultaat mogel jk beïnvloed.
Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286
Lankelma Geo. Zuid BV
Blad 4 van 4
Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Esch, Postelstraat
Orderdatum 04-05-2017 Startdatum 04-05-2017 Rapportagedatum 10-05-2017
1700572 12530410
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
droge stof
Grond
Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gel jkwaardig aan NEN-EN 15934 (monstervoorbehandeling conform NEN-EN 16179). Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Eigen methode Gelijkwaardig aan NEN 5754 (Org. stof gecorrigeerd voor 5.4% lutum) Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Eigen methode, pipetmethode Idem Idem Eigen methode, zeef methode Idem Idem Idem Idem Idem Idem Eigen methode, zeefmethode Conform NEN-ISO 10390, conform NEN-EN 15933
calciet
Grond
organische stof (gloeiverlies)
Grond
min. delen <2um
Grond
min. delen <2um
Grond
min. delen <16um
Grond
min. delen <32um
Grond
min. delen <50um
Grond
min. delen <63um
Grond
min. delen <125um
Grond
min. delen <250um
Grond
min. delen <500um
Grond
min. delen <1mm
Grond
min. delen <2mm
Grond
min. delen >2mm
Grond
pH-KCl
Grond
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 002 002 002
Y6447006 Y6445898 Y6446895 Y6446897 Y6446894
18-04-2017 18-04-2017 18-04-2017 18-04-2017 18-04-2017
18-04-2017 18-04-2017 18-04-2017 18-04-2017 18-04-2017
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286
Monster:
K1, boring B1, B3 (0,5 - 1,1 m)
Projectomschrijving: Esch Korrelverdelingsdiagram
Diameter (mm) 64,000
32,000
16,000
8,000
6,000
4,000
2,000
1,000
0,500 0,420 0,355 0,300 0,250 0,210 0,180 0,150 0,125 0,105 0,090
0,063
0,050
0,032
0,020
0,016
0,002
100 90 80
Sommatie in gewicht % deeltjes < d
70 60 50 40 30 20 10
0
uf
lutum
zf
silt
mf mg
zg
ug
f
mg
zand
zg
grind
K1 Boringnummer: B1, B3 diepte: 0,50 - 1,10 m - mv
Monsteromschrijving Boring Monster Diepte [m - mv]
Korrelgrootteverdeling, numeriek B1, B3 K1 0,5 - 1,1
m - mv
Kenmerken
Fractie
Sommatie deeltjes < d
[mm]
[gewicht %, afgerond]
2
100%
1
99%
0,5
99%
0,25
62%
Grind (> 2 mm)
0,0
[%]
0,125
15%
Zand (63 µm - 2 mm)
93,4
[%]
0,063
7%
Silt (2 - 63 µm)
5,7
[%]
0,05
5%
Lutum (< 2 µm)
0,9
[%]
0,032
3%
Grofheid van zand(fractie)
matig grof
0,016
2%
Grondclassificatie
zwak siltig zand
0,002
<1%
Mediaan van de zandfractie (M63)
0,227
mm
Cc (krommingscoefficient)
1,3
[-]
Uniformiteitsfactor d60/d10
2,8
[-]
Fijnheidsgetal
1,25
[-]
Gloeiverlies (organische stof)
< 0,5
[%]
Vastheid (handmatige invoer tbv formule van Beyer)
-
Waterdoorlatendheid (informatief) Formule
ontwikkeld voor
Maatgevend
K-waarde*
korreldiamater
[m/dag]
[m/s]
uniform grof zand
d5 tot d95
nvt
nvt
fijn zand
d10
6,66E+00
7,71E-05
relatief uniform matig fijn tot grof zand
d10
7,78E+00
9,00E-05
onbekend
d16
7,41E+00
8,58E-05
onbekend
d50
5,28E+00
6,11E-05
zand
M63
6,80E+00
7,87E-05
matig fijn zand
d20
nvt
nvt
fijn zand en zandige klei
d17
nvt
nvt
+ bron** Krumbein & Monk 2
Beyer
Hazen
2
Harlemann
1
Seelheim*** SBR 2
USBR**** Sauerbrei2
3
1
* Opgemerkt wordt dat de berekende K-waarden met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd.: - De formules zijn ontwikkeld voor een bepaald type grond. Deze formules geven voor andere gronden niet zonder meer een betrouwbaar/bruikbaar resultaat - Het analyseresultaat wordt beinvloed door oa. de voorbehandeling van Het monster en de analysemethode. de gegevens hiervan zijn niet bekend voor de gebruikte formules. - De korrelverdeling is bepaald op basis van een zeer beperkte monsterhoeveelheid. Door hetergoniteit van de bodem en het voorkomen van voorkeursstromen kan de doorlatendheid van de bodem afwijken. - De berekende K-waarden als een gemiddelde waarde dienen te worden beschouwd voor de horizontale en verticale doorlatendheid. Niet na te gaan is of de formules zijn gekalibreerd voor gelaagde grond. ** Bronnen: 1. Determination of Hydraulic Conductivity from Complete Grain-Size Distribution Curves, Alyamani & Sen d.d. 2005 2. Determination of hydraulic conductivity from grain size analysis, M. Kasenow d.d. 2002 3. Estimation of the permeability of granular soils using neuro-fuzzy system, Sezer, Göktepe, Altun d.d. 2009 4. SBR 190.03, bemaling van bouwputten d.d. 2003 *** bewerkt door Lankelma Geotechniek Zuid BV op basis van kalibratie met veldproeven **** geeft volgens de literatuur vaak een onderschatting van de K-waarde
Projectnr: 1700572
www lankelma-zuid.nl
KVD
Monster:
K2, boring B4, B8, B12 (0 - 0,5 m)
Projectomschrijving: Esch Korrelverdelingsdiagram
Diameter (mm) 64,000
32,000
16,000
8,000
6,000
4,000
2,000
1,000
0,500 0,420 0,355 0,300 0,250 0,210 0,180 0,150 0,125 0,105 0,090
0,063
0,050
0,032
0,020
0,016
0,002
100 90 80
Sommatie in gewicht % deeltjes < d
70 60 50 40 30 20 10
0
uf
lutum
zf
silt
mf mg
zg
ug
f
mg
zand
zg
grind
K2 Boringnummer: B4, B8, B12 diepte: 0,00 - 0,50 m - mv
Monsteromschrijving Boring Monster Diepte [m - mv]
Korrelgrootteverdeling, numeriek B4, B8, B12 K2 0 - 0,5
m - mv
Kenmerken
Fractie
Sommatie deeltjes < d
[mm]
[gewicht %, afgerond]
2
99%
1
99%
0,5
98%
0,25
84%
Grind (> 2 mm)
1,0
[%]
0,125
18%
Zand (63 µm - 2 mm)
93,4
[%]
0,063
6%
Silt (2 - 63 µm)
4,7
[%]
0,05
4%
Lutum (< 2 µm)
0,9
[%]
0,032
2%
Grofheid van zand(fractie)
matig fijn
0,016
1%
Grondclassificatie
zwak siltig zand
0,002
<1%
Mediaan van de zandfractie (M63)
0,190
mm
Cc (krommingscoefficient)
1,3
[-]
Uniformiteitsfactor d60/d10
2,4
[-]
Fijnheidsgetal
1,02
[-]
Gloeiverlies (organische stof)
1,1
[%]
Vastheid (handmatige invoer tbv formule van Beyer)
-
Waterdoorlatendheid (informatief) Formule
ontwikkeld voor
Maatgevend
K-waarde*
korreldiamater
[m/dag]
[m/s]
uniform grof zand
d5 tot d95
nvt
nvt
fijn zand
d10
6,38E+00
7,39E-05
relatief uniform matig fijn tot grof zand
d10
7,24E+00
8,38E-05
onbekend
d16
5,74E+00
6,64E-05
onbekend
d50
4,42E+00
5,11E-05
zand
M63
5,50E+00
6,37E-05
matig fijn zand
d20
3,22E+00
3,73E-05
fijn zand en zandige klei
d17
nvt
nvt
+ bron** Krumbein & Monk 2
Beyer
Hazen
2
Harlemann
1
Seelheim*** SBR 2
USBR**** Sauerbrei2
3
1
* Opgemerkt wordt dat de berekende K-waarden met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd.: - De formules zijn ontwikkeld voor een bepaald type grond. Deze formules geven voor andere gronden niet zonder meer een betrouwbaar/bruikbaar resultaat - Het analyseresultaat wordt beinvloed door oa. de voorbehandeling van Het monster en de analysemethode. de gegevens hiervan zijn niet bekend voor de gebruikte formules. - De korrelverdeling is bepaald op basis van een zeer beperkte monsterhoeveelheid. Door hetergoniteit van de bodem en het voorkomen van voorkeursstromen kan de doorlatendheid van de bodem afwijken. - De berekende K-waarden als een gemiddelde waarde dienen te worden beschouwd voor de horizontale en verticale doorlatendheid. Niet na te gaan is of de formules zijn gekalibreerd voor gelaagde grond. ** Bronnen: 1. Determination of Hydraulic Conductivity from Complete Grain-Size Distribution Curves, Alyamani & Sen d.d. 2005 2. Determination of hydraulic conductivity from grain size analysis, M. Kasenow d.d. 2002 3. Estimation of the permeability of granular soils using neuro-fuzzy system, Sezer, Göktepe, Altun d.d. 2009 4. SBR 190.03, bemaling van bouwputten d.d. 2003 *** bewerkt door Lankelma Geotechniek Zuid BV op basis van kalibratie met veldproeven **** geeft volgens de literatuur vaak een onderschatting van de K-waarde
Projectnr: 1700572
www lankelma-zuid.nl
KVD
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
Bijlage 3 : Monitoringsgegevens waterstanden
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017
Nieuwbouw 12 woningen, Postelstraat 16-20 te Esch
Peilbuis
x
y
mv
bk filter
ok filter
GHG:
GMG:
GLG:
[nr.]
[RD]
[RD]
[m + NAP]
[m + NAP]
[m + NAP]
[m + NAP]
[m + NAP]
[m + NAP]
B45C10331
149527
403103
5,6
2,5
1,5
5,3
4,7
4,1
B45C10781
147812
401578
5,5
Onb
Onb
4,9
4,4
4,0
B45C10791
148372
403016
4,1
Onb
Onb
3,8
3,5
3,4
B45C10961
149738
402420
5,9
4,6
3,6
5,6
5,1
4,6
rapportnummer: 1700572XG, versie 1, 24 oktober 2017