CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Postelstraat, Esch- Bijlage 1.3 Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering Boxtel 16 april 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Postelstraat, Esch5.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Rapportnummer:

V1532

Projectnummer:

V17-3501

ISSN:

1573 - 9406

In opdracht van Rapportage: Plaats en Datum

Amersfoort, 19 december 2017

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Inhoudsopgave Samenvatting en advies ........................................................................................................................................................... 5 1 Inleiding.............................................................................................................................................................................. 7 1.1 Projectomgeving ......................................................................................................................................................... 7 1.2 Onderzoeksdoel ...................................................................................................................................................... 8 1.3 Onderzoeksvragen ................................................................................................................................................. 8 2 Operationalisering onderzoek...................................................................................................................................... 9 2.1 Toegankelijkheid onderzoeksgebied ................................................................................................................. 9 2.2 Veldwerk ..................................................................................................................................................................

9 3 Bureauonderzoek en boringen ................................................................................................................................... 11 3.1 Inleiding ................................................................................................................................................................... 11 3.2 Landschappelijke context .................................................................................................................................... 11 3.3 Cultuurlandschappelijke en historisch-geografische context .................................................................. 12 3.4 Gespecificeerde archeologische verwachting............................................................................................... 12 4 Resultaten proefsleuvenonderzoek ........................................................................................................................... 15 4.1 Bodemopbouw ....................................................................................................................................................... 15 4.2 Sporen ......................................................................................................................................................................

15 4.3 Vondsten..................................................................................................................................................................18 5 Formele beantwoording onderzoeksvragen........................................................................................................... 19 6 Conclusie en advies ........................................................................................................................................................ 21 Kaarten........................................................................................................................................................................................ 25

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

3

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Afbeelding 1 Impressie plangebied. Foto richting het oosten. Bron: foto Vestigia (22-08-2017).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

4

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Samenvatting en advies . is betrokken bij de herinrichting van een plangebied aan de PostelstraatDorpsstraat te Esch, gemeente Haaren. Binnen het plangebied zal woningbouw worden gerealiseerd. Het plan is nog niet definitief. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2.700 m² en is momenteel grotendeels braakliggend en deels bebouwd. Gezien de aard van de ingrepen (woningbouw) zullen de ingrepen mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. In het kader van dit project is reeds in 2008 een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/ karterende boringen uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat het plangebied een verhoogde archeologische verwachting heeft op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd, waarna vervolgonderzoek door middel van proefsleuven is geadviseerd. Dit proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd op 22 augustus 2017. Het werk heeft bestaan uit het aanleggen van drie proefsleuven: een proefsleuf met de afmetingen 25 x 4 meter (werkput 1); een sleuf met de afmetingen 35 x 4 meter (werkput 2) en een sleuf met de afmetingen 6 x 2 meter (werkput 3). In totaal is 2 252 m aan proefsleuven aangelegd, hetgeen neerkomt op 9,3% van het plangebied.

In de drie proefsleuven die op het terrein zijn aangelegd, zijn naast recente verstoringen en enkele langbedden/moesbedden die gekoppeld kunnen worden aan het gebruik van dit gedeelte van het e e plangebied als tuin aan het eind van de 19 , begin 20 eeuw, geen sporen van menselijke activiteit waargenomen. Op basis van deze bevindingen kan de verwachting voor het plangebied bijgesteld worden van ‘middelhoog/hoog’ naar ‘laag’. Het advies van Vestigia luidt dan ook geen verder vervolgonderzoek verplicht te stellen en het plangebied vrij te geven. Op 28 augustus 2017 is een briefrapport opgeleverd met daarin vergelijkbare conclusies en advies als dit rapport, dat in eerste concept op 30 augustus 2017 is opgeleverd.1 Het bevoegd gezag, de gemeente Haaren, heeft bij de beoordeling van het conceptrapport op 26 september 2017 ingestemd met het advies dat geen verder archeologisch onderzoek hoeft worden uitgevoerd ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning. De meldingsplicht van een archeologische toevalsvondst of waarneming blijft van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).

Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Haaren, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

1 Weerheijm 2017c.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

5

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Afbeelding 2 Aanleg werkput 1, gezien vanuit het westen. Bron: foto Vestigia (22-08-2017).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

6

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

1 1.1

Inleiding Projectomgeving

is betrokken bij de herinrichting van een plangebied aan de PostelstraatDorpsstraat te Esch, gemeente Haaren (kaart 1). Binnen het plangebied zal woningbouw worden gerealiseerd (afbeelding 3). Het plan is nog niet definitief. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2.700 m² en is momenteel grotendeels braakliggend en deels bebouwd. Gezien de aard van de ingrepen (woningbouw) zullen de ingrepen mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. In het kader van dit project is reeds in 2008 een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek door middel 2 van verkennende/ karterende boringen uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat het plangebied een verhoogde archeologische verwachting heeft op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd, waarna vervolgonderzoek door middel van proefsleuven is geadviseerd. Ten behoeve van het proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld dat op 20 juli 2017 namens het bevoegd gezag is goedgekeurd door de adviseur van de gemeente Haaren, van de afdeling SO/Erfgoed van de gemeente ’sHertogenbosch.3

Afbeelding 3 Mogelijke inrichting plangebied. Bron: Bureau Verkuylen. Op basis van het PvE is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld.4 De documentatie zal door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie conform de daarvoor geldende normen en eisen (KNA-specificatie DS02 & DS03), worden overgedragen aan het provinciaal depot van de provincie Noord-Brabant. De digitale documentatie wordt conform KNA-specificatie DS05 overgedragen aan het e-Depot.

2

Deville 2008. Het plangebied in 2008 bedroeg 2.000 m2. Weerheijm 2017a. 4 Weerheijm 2017b. 3

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

7

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

1.2

Onderzoeksdoel

Het doel van het onderzoek is het vaststellen van eventuele aanwezige archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, en waar mogelijk het bepalen van de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten aan de hand van de aard, ouderdom, omvang en conservering. 1.3

Onderzoeksvragen

In het voor het Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven opgestelde PvE staan de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • Zijn op de onderzoekslocaties sporen of vondsten aanwezig die verband houden met menselijke bewoning? Zo ja, wat is de aard, datering, fysieke kwaliteit (gaafheid en conservering), diepteligging en ruimtelijke verspreiding (zowel horizontaal als verticaal/stratigrafisch)? • Indien geen archeologische resten worden aangetroffen, wat is hiervoor de verklaring? • Wat is de omvang en aard van eventuele verstoringen of afgravingen? • Hoe zijn de eventueel aangetroffen stratigrafisch gescheiden bodemlagen te duiden? Gaat het hier om ophogings- of bewoningslagen, of is er anderszins sprake van het voorkomen van archeologische cultuurlagen, sporen en/of vondsten? • Wat is de diepte en dikte van de deze lagen en wat is de aard, omvang, kwaliteit/conservering en verloop van eventuele archeologische sporen en sporenclusters? • Wat is de datering van deze sporen en sporenclusters? • Moet de in het vooronderzoek geformuleerde archeologische verwachting voor het plangebied worden bijgesteld? • Is vervolgonderzoek noodzakelijk en zo ja, welke methoden moeten hierbij worden ingezet? Als er sprake is van een of meerdere vindplaatsen, komen meer specifieke vragen aan bod: • Op grond van welke indicatoren is er sprake van één of meerdere vindplaatsen? • Wat

is per vindplaats de omvang en ligt deze enkel binnen het plangebied of strekt deze zich ook buiten het plangebied uit? • Wat is per vindplaats de conservering en gaafheid van aangetroffen sporen, structuren en de diverse vondst categorieën? • Wanneer is de archeologische site in gebruik genomen en in onbruik geraakt en welke aanwijzingen (ook procesmatig) zijn daarvoor per vindplaats aanwezig? • Welke fasering is er binnen de vindplaats(-en) te onderscheiden? • Welke activiteiten zijn ten tijde van het in gebruik zijn van de locatie(s) in het gebied uitgevoerd? • Wat is per vindplaats de relatie met de omgeving, zowel wat betreft fysisch-geografische elementen als vindplaatsen uit een gelijktijdige periode? • Welke vindplaatsen binnen het plangebied zijn behoudenswaardig en waarom en op welke wijze zijn deze in te passen?

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

8

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

2

Operationalisering onderzoek

2.1

Toegankelijkheid onderzoeksgebied

Voor de betreding van het onderzoeksgebied waren geen bijzondere belemmeringen aanwezig. Het terrein is braakliggend, en deels in gebruik als gronddepot. Voorafgaand aan het onderzoek zijn door de opdrachtgever enkele op het terrein geplaatste containers verwijderd of verplaatst; grond die in depot lag ter plaatse van de geplande sleuven is door de kraan omgezet. In verband met de ligging van kabels en leidingen is voorafgaand aan het veldonderzoek door Vestigia een KLIC-melding uitgevoerd. 2.2

Veldwerk

De uitvoering van het gehele onderzoek is conform de KNA, versie 4.0, de KNA leidraad proefsleuvenonderzoek, de KNA veldhandleiding Archeologie en het in paragraaf 1.1 vermelde PvE uitgevoerd.5 Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2017. Het werk heeft bestaan uit het aanleggen van drie proefsleuven: een proefsleuf met de afmetingen 25 x 4 meter (werkput 1); een sleuf met de afmetingen 35 x 4 meter (werkput 2) en een sleuf met de afmetingen 6 x 2 meter (werkput 3). Werkput 3 bleek bij aanleg in een leidingenstraat te liggen tussen een belendend pand buiten het plangebied en een nog bestaand pand binnen het plangebied. De toegesnelde bewoner van het belendende pand wist te vertellen dat het nog werkende leidingen waren, gelegen in de lengte van de geplande put. Deze lokale leidingen waren niet bekend op basis van de KLIC melding. Door deze beperking en de daaraan gekoppelde evidente verstoring van de ondergrond is door de sr. KNA archeoloog ter plaatse besloten de sleuf in plaats van een west-oost oriëntatie aan te leggen met een noord-zuid-oriëntatie. Door de aanwezige bebouwing, een heg en een tuinmuurtje rond de werkput is werkput 3 beperkt gebleven tot 6 x 2 meter in plaats van de geplande 9 x 4 meter. 2

In totaal is 252 m aan proefsleuven aangelegd, hetgeen neerkomt op 9,3% van het plangebied. De proefsleuven zijn getekend, gefotografeerd en met een metaaldetector afgelopen. De NAP- maten van het vlak en maaiveld zijn ingemeten met behulp van een aantal vaste coördinaatpunten (x-, y, en zcoördinaten in RD) die door Vermeer Maatvoering uit Dodewaard zijn uitgezet. De heer van was zeer behulpzaam met het verplaatsen van aanwezige materieel op het terrein, alsmede voor het beschikbaar stellen van een graafmachine met ervaren machinist.

5

Per 28 april 2017 is Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie binnen BRL 4000 gecertificeerd voor alle werkprotocollen op het gebied van archeologisch (voor)onderzoek en het opstellen van Programma’s van Eisen.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

9

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

10

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

3 3.1

Bureauonderzoek en boringen Inleiding

In dit hoofdstuk is een samenvatting opgenomen van het bureau- en booronderzoek zoals uitgevoerd in 2008 in het kader van het voorafgaande vooronderzoek.6 3.2

Landschappelijke context

Het plangebied ligt in het oostelijk zandgebied. Het landschap heeft zijn huidige vorm vooral gekregen tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden). Volgens de Geologische Overzichtskaart van Nederland6 liggen in de ondergrond afzettingen die in deze periode zijn afgezet, namelijk fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand. Tijdens het Weichselien werd het zeer koud, maar het landijs bereikte Nederland niet. Tijdens een zeer koude periode, het Pleniglaciaal (circa 75.000 – 15.700 jaar geleden), was de ondergrond permanent bevroren en moest het regen- en sneeuwsmeltwater over het oppervlak afstromen. Hierdoor werden dalen uitgesleten en fluvioperiglaciale afzettingen gevormd. Esch is ingesloten tussen twee van zulke dalen (code 2R5). De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. Deze afzettingen bevinden zich in het plangebied in de diepere ondergrond. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn later bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en het Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar geleden) was de vegetatie vrijwel verdwenen.

Hierdoor kon op grote schaal verstuiving optreden en werd dekzand afgezet. Dit (vaak lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 m), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf, dat hierbij in het landschap is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Het plangebied is niet gekarteerd op de geomorfologische kaart, omdat het binnen de bebouwde kom van Esch ligt. Wel is te zien dat de twee dalen een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (code 2M9) omsluiten met daarin enkele kleine dekzandruggen (code 3K14). Het plangebied ligt dus waarschijnlijk in de dekzandvlakte of op een dekzandrug. De dekzandruggen liggen circa 0,5 tot 1,5 meter hoger dan de omringende dekzandvlakte, maar het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland) geeft geen betrouwbare informatie over wat de maaiveldhoogte van het plangebied is, vanwege de aanwezige bebouwing. In het Holoceen (circa 11.755 jaar geleden tot heden) werd het klimaat warmer en vochtiger en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in. De beken volgden vaak de natuurlijke laagten, zoals de eerder gevormde dalen uit het Pleniglaciaal.

Circa 250 meter ten noorden van het plangebied is op deze manier het beekdal van de Essche Stroom ontstaan. Deze stroomt in noordelijke richting en mondt bij Vught uit in de Dommel. De Essche Stroom is regelmatig overstroomt, waardoor in de beekdalen (zandige) klei is afgezet. Deze beekafzettingen worden tot het Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel gerekend. In 1963/64 is de Essche Stroom gekanaliseerd. Het plangebied is niet gekarteerd op de bodemkaart, omdat het plangebied binnen de bebouwde kom van Esch ligt. Wel is te zien dat rond het dorp zwarte enkeerdgronden voorkomen. Waarschijnlijk komen in het plangebied ook zwarte enkeerdgronden voor. De enkeerdgronden zijn ontstaan, doordat vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Plaggen werden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken. In de loop van de tijd is een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. Het plaggendek heeft een dikte van circa 70-100 cm. De bouwvoor van de enkeerdgronden (Aap-horizont) is donkergrijs tot zwart van kleur en circa 25-30 cm dik. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Onder het plaggendek ligt de oorspronkelijke

6

Valckx/Koeman 2008.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

11

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

bodem, waarschijnlijk een podzolgrond. De podzolgrond bestaat uit een donker gekleurde, humeuze bovengrond (A-horizont), waaronder een E-horizont (uitspoelingshorizont) aanwezig is. Hieronder ligt de B-horizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de C-horizont. Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont in meer of mindere mate intact. Vaak zijn deze door verploeging met de onderste helft van het plaggendek vermengd geraakt. De enkeerdgronden worden gekenmerkt door lage grondwaterstanden (grondwatertrap VI). Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40-80 cm beneden maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden maaiveld staat. Deze diepe grondwaterstand staat grote delen van het jaar dieper dan het archeologische opgravingvlak, waardoor de kans op het aantreffen van niet-verkoolde organische resten nihil is. Tijdens het booronderzoek in 2008 werden enkeerdgronden verwacht die een podzolgrond afdekken. De enkeerdgronden zijn in boringen 1 en 3 aangetroffen. Onder een 20 tot 25 cm dikke Aap-horizont bevindt zich een Aa-horizont (plaggendek) die eindigt op een diepte van 50 cm beneden maaiveld. In de overige boringen wordt een Aaphorizont waargenomen die door de geringe dikte (20 à 40 cm) niet als enkeerdgrond geclassificeerd kan worden.

De podzolgrond is in alle boringen waargenomen, zowel in verstoorde (boringen 3, 4 en 5) als onverstoorde toestand (boringen 1, 2 en 6). De verstoorde boringen zijn matig tot licht geroerd. De oorspronkelijke bodemlagen zijn vrij goed herkenbaar, maar ze bezitten insluitsels van bovenliggende en onderliggende lagen. Onder de verstoring wordt onmiddellijk de Chorizont aangetroffen. De onverstoorde podzolgronden zijn bewaard gebleven vanaf de B-horizont die geleidelijk aan, via de BC-horizont, overloopt in de C-horizont. De A- of E-horizont is volledig verdwenen. Het opgeboorde residu bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand dat slecht gesorteerd is. Het betreft verspoeld dekzand. Met uitzondering van boringen 3, 4 en 5 kunnen binnen het plangebied nog steeds intacte vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum worden aangetroffen en kunnen ook nederzettingsresten vanaf het neolithicum niet worden uitgesloten. 3.3

Cultuurlandschappelijke en historisch-geografische context

Het kerkdorp Esch is hoogst waarschijnlijk in de vroege middeleeuwen ontstaan nabij de Essche stroom. Deze loopt ten westen en noorden van Esch en werd vroeger ook wel de Emer of Nemer genoemd. Het dorp wordt voor het eerst vermeld in de 8ste eeuw vermeld onder de bezittingen van de abdij van Echternach. In deze akte uit 712 wordt gesproken van Hesc, een plaats waar essen groeien. Ook in een akte uit de 13e eeuw wordt het dorp nog vermeldt als Hesc. In de Romeinse tijd was er al bewoning in het gebied, met name door de geografische ligging van Esch vlak bij een punt waar drie riviertjes (de Beerse, de Reusel en de Leij) samenkomen. Deze situering leende zich bijzonder goed voor nederzettingen in de prehistorie en de vroege middeleeuwen. Het plangebied aan de Postelstraat loopt parallel met de Essche stroom, aan de noordzijde van de dorpskern van Esch. Op de kaart uit circa 1838-1857 zien we dat de Postelstraat ten noordwesten en de Dorpsstraat ten noordoosten van het plangebied al bestaan. Ook de weg naar Haaren, die de Essche stroom oversteekt, is al aanwezig. Het plangebied ligt ten noordoosten van de bebouwde kern en bestaat uit bouwland. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Op de kaart uit circa 1896 zien we dat de dorpskern naar het noordoosten is uitgebreid en dat de zuidelijke helft van het plangebied uit erfgrond bestaat.

Het plangebied grenst aan bebouwing aan de Dorpsstraat, maar er ligt geen bebouwing binnen het plangebied. Op de kaart uit circa 1955-1965 zien we het plangebied aan de noordoostelijke rand, binnen de bebouwde dorpskern liggen. Het is op deze kaart onduidelijk of er reeds bebouwing in het plangebied aanwezig is. 3.4

Gespecificeerde archeologische verwachting

Het zuidelijk deel van het plangebied ligt volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart in een zone met een vastgestelde archeologische waarde, de oude dorpskern van Esch (AMK-nr. 16.847). Dit AMK-terrein is een archeologisch monument van hoge archeologische waarde en wordt op de beleidskaart aangeduid met ‘Archeologisch waardevol gebied 2A’. Hierbinnen kan middeleeuwse bewoning van voor 1250 verwacht worden. Het plangebied dat in 2008 door middel van het bureau- en VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

12

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

booronderzoek is onderzocht heeft op basis van de resultaten op de beleidskaart een hoge archeologische verwachting meegekregen (‘Archeologisch waardevol gebied 3’). Het niet-onderzochte deel, en het omringende gebied ten noorden van het AMK-terrein, heeft een middelhoge archeologische verwachting (‘Archeologisch waardevol gebied 4’). In de omgeving zijn archeologische onderzoeken en waarnemingen gedaan. Binnen de oude dorpskern op 100 m ten zuiden van het plangebied hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden. Er zijn funderingen gevonden van een oudere fase van een kerk (Archis 3 zaakidentificatienummer 3204257100). Direct ten oosten van dit gebied is bij een proefsleuvenonderzoek, dat voorafgegaan werd door een booronderzoek, een niet behoudenswaardige vindplaats aangetroffen. De vindplaats bestond uit 55 kuilen die ontstaan zijn door agrarisch gebruik met daarin Nieuwetijds aardewerk en een recentere bezinkpunt (Archis 3 zaakidentificatienummers 2133097100/216462100). Net ten oosten van de historische dorpskern op ca. 200 m van het plangebied heeft naar aanleiding van een bureau- en booronderzoek ook een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. De meest interessante sporen betreffen middeleeuwse paalsporen die ver van het huidige onderzoeksgebied liggen.

Het onderzoeksbureau heeft vervolgonderzoek aanbevolen, maar de gemeente vond de vindplaats daarvoor niet behoudenswaardig (Archis 3 zaakidentificatienummer 2416062100). Buiten de oude dorpskern zijn nabij het plangebied tevens waarnemingen en onderzoeken bekend, met name langs de Essche Stroom. Veelal gaat het om losse vondsten, zonder directe relatie met het plangebied. Aan de rand van dezelfde dekzandrug waar Esch op is gelegen op 650 m ten zuidwesten van het plangebied is een bijzondere vondst gedaan. Het gaat om een Romeins grafveld en een onderdeel van een vuurstenen mes uit het Neolithicum. Sporen in de omgeving kunnen gezien de ouderdom van het dekzand theoretisch aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum (Archis 3 zaakidentificatiennummer 3120502100).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

13

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

14

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

4 4.1

Resultaten proefsleuvenonderzoek Bodemopbouw

Het plangebied is braakliggend, en is deels in gebruik als gronddepot en voor de opslag van containers. Het plangebied maakt op het oog een verrommelde indruk. De bovengrond bevat veel puin, schroot en plastic. De drie sleuven zijn allen aangelegd op ca. 5.45 m +NAP, met een maaiveld op ca. 5.95 m +NAP (zie ook kaart 2 achterin het rapport). Afbeelding 4 geeft het profiel weer van werkput 1 dat representatief is voor alle intacte delen binnen de drie proefsleuven. Het profiel dat tijdens het proefsleuvenonderzoek is aangetroffen komt in grote lijnen overeen met de boringen die tijdens het booronderzoek in 2008 zijn uitgevoerd. De bodemopbouw in het onderzochte gebied bestaat uit een ca. 25-30 cm dikke bouwvoor (Aap-horizont), met daaronder een dek van ca. 20 cm dikte (Aa) met een onregelmatige onderkant, gevolgd door een podzol B-horizont van ca. 30 cm dikte. Deze B-horizont loopt heel gelijkmatig over in een dunne B/C-horizont van ca. 10 cm dikte in de C-horizont.

Afbeelding 4 Profiel werkput 1. Bron: foto Vestigia (22-08-2017).

4.2

Sporen

Binnen de sleuven werden veel recente verstoringen aangetroffen (zie ook kaart 3 achterin het rapport). In werkput 1 aan de noordoostzijde van het plangebied was het westelijk deel nog relatief intact; in het oostelijk deel van de put werden veel diepe kuilen aangetroffen met recent puin, een grote hoeveelheid scherven van badkamertegels, plastic, ijzerschroot, isolatiemateriaal etc. (afbeelding 5), allemaal e waarschijnlijk uit het derde kwart van de 20 eeuw. In de bovengrond en het vlak waren nog enkele afvoerleidingen van PVC te onderscheiden, en een bezinkput (spoor 2) die volgens informatie van de opdrachtgever dhr. Schoenmakers waarschijnlijk voor de afvoer heeft gediend van de recent gesloopte loods op het terrein. Naar de put toe loopt een gootje (spoor 3).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

15

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

doorgaans tot ca. 0,1 tot 0,25 cm onder het aangelegde vlak reikte. In de sporen was geen vondstmateriaal aanwezig. Deze sporen zijn geïnterpreteerd als moesbedden of langbedden, ter verbetering van de grond. Afbeelding 2.4 van het bureauonderzoek uit 2008 toont een uitsnede van de topografische kaart uit 1896, waarop het zuidelijk deel van het plangebied als tuinen is aangegeven, behorend bij de huizen aan de Dorpsstraat (afbeelding 8). Dit zou verklaren waarom de moesbedden/langbedden alleen in het zuidelijke deel zijn aangetroffen, en geeft bij gebreke aan vondstmateriaal een datering van de sporen uit de e periode rond het begin van de vorige eeuw of eind 19 eeuw.

Afbeelding 7 Overzicht werkput 2. Foto richting het zuidwesten. Bron: foto Vestigia (22-08-2017).

Afbeelding 8 Uitsnede topografische kaart 1896. Bron: Deville 2008, afb. 2.4.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

17

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Afbeelding 9 Vlak werkput 3. Bron: foto Vestigia (22-08-2017).

Werkput 3, een kleine put van 6 x 2 m aan de noordwestzijde van het plangebied bleek zoals reeds vermeld al deels verstoord door leidingen, en een grote recente verstoring in het midden van de put (afbeelding 9).

4.3

Vondsten

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn behoudens veel overduidelijk recent materiaal geen archeologische vondsten aangetroffen. Het recente materiaal is niet verzameld.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

18

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

5

Formele beantwoording onderzoeksvragen De in het PvE (zie paragraaf 1.3) voor het inventariserend veldonderzoek geformuleerde onderzoeksvragen worden hier kort beantwoord. 1)

Zijn op de onderzoekslocaties sporen of vondsten aanwezig die verband houden met menselijke bewoning en activiteiten? Zo ja, wat is de aard, datering, fysieke kwaliteit (gaafheid en conservering), diepteligging en ruimtelijke verspreiding (zowel horizontaal als verticaal/stratigrafisch)? Er zijn op enkele recente kuilen na geen sporen of vondsten aanwezig die verband houden met menselijke bewoning. Wel zijn in het zuidelijk deel conform de historische verwachting e langbedden/moesbedden aangetroffen die waarschijnlijk dateren uit het einde van de 19 of het e begin van de 20 eeuw. De bedden zijn archeologisch steriel.

2)

Indien geen archeologische resten worden aangetroffen, wat is hiervoor de verklaring? Mogelijk was het zuidelijke en oostelijke meer hoger gelegen dekzandgebied richting de dorpskern van Esch een aantrekkelijker vestigingslocatie in de prehistorie en de historische tijd.

3)

Wat is de omvang en aard van eventuele verstoringen of afgravingen? Binnen het plangebied zijn veel recente verstoringen aangetroffen. Op het terrein heeft een loods gestaan. De sporen in werkput 1 houden waarschijnlijk verband met deze loods. Verder heeft het gebruik van het plangebied als gronddepot waarschijnlijk verstoringen veroorzaakt.

4)

Hoe zijn de eventueel aangetroffen stratigrafisch gescheiden bodemlagen te duiden? Gaat het hier om ophogings- of bewoningslagen, of is er anderszins sprake van het voorkomen van archeologische cultuurlagen, sporen en/of vondsten? Er zijn in stratigrafische zin lagen te onderscheiden, maar deze hebben een natuurlijke oorsprong, die eerder ook tijdens het booronderzoek zijn aangetroffen.

5)

Wat is de diepte en dikte van de deze lagen en wat is de aard, omvang, kwaliteit/conservering en verloop van eventuele archeologische sporen en sporenclusters? Er zijn geen antropogeen te duiden lagen aanwezig, met uitzondering van de bouwvoor, de langbedden/moesbedden en recente verstoringen.

6)

Wat is de datering van deze sporen en sporenclusters? N.v.t.

7)

Moet de in het vooronderzoek geformuleerde archeologische verwachting voor de onderzoekslocaties en de rest van het plangebied worden bijgesteld? Ja, de verwachting kan van ‘middelhoog/hoog’ naar ‘laag’ worden bijgesteld.

8)

Is vervolgonderzoek noodzakelijk en zo ja, welke methoden moeten hierbij worden ingezet? Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk vanwege de afwezigheid van een vindplaats.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

19

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

20

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

6

Conclusie en advies

Het op 22 augustus 2017 uitgevoerde proefsleuvenonderzoek ter plaatse van een toekomstige woningen aan de Postelstraat Esch, gemeente Haaren heeft in meer detail inzicht gegeven in de landschappelijke ontwikkeling van het plangebied. In de drie proefsleuven die op het terrein zijn aangelegd, zijn naast recente verstoringen en enkele langbedden/moesbedden die gekoppeld kunnen worden aan het gebruik e e van dit gedeelte van het plangebied als tuin aan het eind van de 19 , begin 20 eeuw, geen sporen van menselijke activiteit waargenomen. Op basis van deze bevindingen kan de verwachting voor het plangebied bijgesteld worden van ‘middelhoog/hoog’ naar ‘laag’. Het advies van Vestigia luidt dan ook geen verder vervolgonderzoek verplicht te stellen en het plangebied vrij te geven. Op 28 augustus 2017 is een briefrapport opgeleverd met daarin vergelijkbare conclusies en advies als dit rapport, dat in eerste concept op 30 augustus 2017 is opgeleverd.7 Het bevoegd gezag, de gemeente Haaren, heeft bij de beoordeling van het conceptrapport op 26 september 2017 ingestemd met het advies dat geen verder archeologisch onderzoek hoeft worden uitgevoerd ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning. De meldingsplicht van een archeologische toevalsvondst of waarneming blijft van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).

Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Haaren, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

7 Weerheijm 2017c.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

21

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

22

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Literatuur VALCKX, L.F.M./S.M. KOEMAN., 2008: Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen. Postelstraat 20 te Esch, gemeente Haaren, Valkenswaard (Synthegra rapport S083230). WEERHEIJM, W.J., 2017A: Plangebied Postelstraat/Dorpsstraat te Esch, gemeente Haaren. Programma van Eisen ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven, Amersfoort (Vestigia-rapport V1485). WEERHEIJM, W.J., 2017B: Plan van Aanpak. Archeologisch proefsleuvenonderzoek Postelstraat/Dorpsstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, Amersfoort (Vestigia-project V17-3501). WEERHEIJM, W.J., 2017C: Briefrapport voorlopige resultaten IVO-P Postelstraat Esch, Amersfoort (Vestigia briefnummer V17-35284 / 3501 / WW).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

23

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

24

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

Kaarten Kaart 1: Kaart 2: Kaart 3:

Ligging plangebied Puttenkaart Alle-sporen-kaart

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

25

V17-3501: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Postelstraat te Esch, gemeente Haaren. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1532, definitief 2.0 d.d. 19 december 2017

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=095f7fcd-ca4d-4dbf-a180-dfc0146ece66