Bestemmingsplan Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting- Bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting
Tekst van het document
In bijlage 6 zijn de uitgangspunten voor en de berekeningen van de stikstofuitstoot opgenomen die met het programma Aerius Calculator (versie 2021.2) zijn uitgevoerd. Er is een verschilberekening gemaakt met de referentiesituatie. AERIUS geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Daarmee is met zekerheid te stellen dat als gevolg van de verwachte toename in stikstofdepositie er geen significant negatief effect op een Natura 2000gebied is en dat er voor wat betreft stikstof geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Figuur 18. Natuurnetwerk in de omgeving (Bron: Provincie Noord-Brabant)
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 27
Gebiedsbescherming: NatuurNetwerk Het NatuurNetwerk ligt als een gordel om de kern van Boxtel heen (figuur 18). De reconstructie van de Bosscheweg raakt nergens het NatuurNetwerk. Gelet op de te handhaven functie van de weg zijn er geen gevolgen voor het NatuurNetwerk. Soortenbescherming Verder moet inzicht worden verkregen in de effecten van de ingreep op de aanwezigheid en het leefgebied van beschermde soorten. De Wet natuurbescherming (Wnb) kent drie categorieën: • alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (beschermingsregime Vogelrichtlijn); • soorten beschermd volgens de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; • ‘andere soorten’: soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Of dier- en plantensoorten nu beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In het plangebied is een quick scan flora en fauna uitgevoerd.
Deze quick scan is opgenomen als bijlage 7 bij deze toelichting. Uit de quick scan blijkt dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: • Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); • Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen in eiken ten noorden van Baandervrouwenlaan). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Soort Broedvogels
Essentieel leefgebied Mogelijk, tijdens het broedseizoen
Vleermuizen
Mogelijk, de eiken ten noorden van de Baandervrouwenlaan bieden geschikte verblijfplaatsen
Overtreding Wnb Nee, mits maatregelen worden genomen om verstoren van broedgevallen te voorkomen Nee, mits bomen behouden blijven en lichtverstoring op de bomenrij voorkomen wordt
Ontheffing noodzakelijk Nee Nee
In het plan blijven de eiken ten noorden van de Baandervrouwenlaan behouden. Er is geen sprake van een toename van lichtverstoring, nu de grootste verkeersstroom op grotere afstand van de eiken komt. In de planning is voldoende ruimte opgenomen om werken die verstorend kunnen werken op broedvogels, buiten het broedseizoen uit te voeren. Onder de voorwaarde dat de mitigerende maatregelen in acht worden genomen, vormt flora en fauna geen belemmering voor de planvorming.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Door afstand te houden tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen kan de milieuhinder ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Dit bestemmingsplan biedt geen nieuwe mogelijkheden voor bedrijvigheid. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planvorming.
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 28
4.8
Geluid
Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd naar de reconstructie van een deel van de Bosscheweg. De onderzochte wijzigingen hebben betrekking op de aanleg van een nieuwe rotonde (als aansluiting op de ‘Heem van Selis’), het realiseren van twee aparte rijbanen met middenberm onder gelijktijdige verschuiving van de as richting het oosten (circa 6 meter) en toepassing van geluidreducerend asfalt alsmede het realiseren van een snelfietsroute langs de Bosscheweg. Het akoestisch onderzoek is als bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. Ten gevolge van de wijzigingen aan de Bosscheweg, Baandervrouwenlaan, en aansluitende wegen Marie Gijsenstraat, De Ketting en Dukaat is de toename van de geluidbelasting op de gevel niet hoger of gelijk aan 1,50 dB. Volgens de Wet geluidhinder is er geen sprake van reconstructie en worden er geen aanvullende eisen ten aanzien van geluid gesteld aan de wijziging van deze wegen. Ten gevolge van de aanleg van de nieuwe 30 km/uur weg, Heem van Selis, is sprake van lage geluidbelastingen (< 48 dB) op de geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan aangegeven worden dat vanwege deze weg geen sprake is van strijdigheid met een goed woon- en leefklimaat. Geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.9
Luchtkwaliteit
Elke ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in de Wet luchtkwaliteit zijn opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Met name de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) worden beleidsmatig relevant geacht. Eventueel onderzoek beperkt zich dan ook veelal tot deze twee stoffen. Er worden in dit bestemmingsplan geen luchtgevoelige functies toegevoegd, zodat de achtergrondwaarde weinig relevant is. Het ruimtelijk besluit kan worden genomen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: • door het besluit, al dan niet in combinatie met maatregelen, de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert (maximaal 1,2 μg/m³), ofwel dat; • de luchtkwaliteit door het besluit, al dan niet in combinatie met de maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, ofwel dat; • bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege het besluit de luchtkwaliteit in een gebied rondom het plangebied per saldo verbetert. De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, ofwel dat; • er geen grenswaarden worden overschreden. In het Besluit en de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.
Hierin is bepaald dat de concentratiebijdragen NO2 en PM10 als NIBM mogen worden beschouwd wanneer deze het jaargemiddeld maximaal 1,2 μg/m3 bedragen. De NIBM-tool rekent daarbij met een extra verkeersbijdrage als gevolg van het plan. Uit paragraaf 4.5 blijkt dat er geen sprake is van een toename van verkeer als gevolg van de reconstructie. Toetsing aan de grenswaarden kan dus achterwege kan blijven.
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 29
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij kwetsbare bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In dit bestemmingsplan worden geen kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt. De functie van de Bosscheweg verandert niet door de reconstructie en het extra verkeer dat gebruik gaat maken van de Bosscheweg (afkomstig van de aangrenzende woningbouwlocaties Heem van Selis en Lindenlust) omvat geen vervoer van gevaarlijke stoffen. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.11
Kabels en leidingen
In het plangebied zijn transport- en persleidingen gelegen waardoor afvalwater naar de rioolzuiveringsinstallatie Heult wordt getransporteerd. Deze leidingen zijn in de onderliggende bestemmingsplan grotendeels beschermd met behulp van een dubbelbestemming. Alleen in het bestemmingsplan Boxtel-Noord zijn de dubbelbestemmingen niet doorgetrokken. In dit bestemmingsplan zijn de dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan Noord-Oost integraal overgenomen en is de omissie in het bestemmingsplan Boxtel-Noord hersteld. Daarmee worden de bestaande kabels en leidingen planologisch beschermd.
4.12
M.e.r.-plicht?
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Een mer-plicht kan ontstaan op grond van: a. het Besluit m.e.r. De in de bijlage bij het Besluit m.e.r opgenomen ‘C- en D-lijst’ geeft aan of sprake is van mer-plicht respectievelijk mer-beoordelingsplicht. De reconstructie van een gebiedsontsluitingsweg binnen de kern komt niet voor in de lijst. b. als een Passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming nodig is (planmer-plicht). Uit paragraaf 4.6 komt naar voren dat geen sprake is van een Passende beoordeling. De m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht is derhalve niet van toepassing op dit plan.
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 30
5
Juridische planopzet 5.1
Plansystematiek
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP 2012. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming geldt voor de betreffende gronden en waar bebouwing is toegestaan. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de analoge verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad en renvooi op een schaal van 1:1.000.
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: • In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. • In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. • Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. • Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 31
5.2
Bestemmingen
Inleidende regels (hoofdstuk 1, artikel 1 en 2) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In de wijze van meten is aangegeven hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, dienen te worden gemeten. Hoofdbestemming Verkeer (hoofdstuk 2, artikel 3) De rest van het plangebied is voorzien van de bestemming Verkeer. Ter plaatse zijn behalve wegen en paden, ook groen-, parkeer- en speelvoorzieningen alsmede nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en kunstwerken mogelijk gemaakt. De bouw- en gebruiksregels zijn gelijk aan verkeersbestemmingen die elders in de gemeente Boxtel worden gehanteerd. Dubbelbestemming Leiding-Riool (hoofdstuk 2, artikel 4) De bestemming Leiding-Riool biedt bescherming aan de in het plangebied liggende rioolwatertransportleidingen. De dubbelbestemming gaat voor op de enkelbestemmingen.
Dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 (artikel 5) De dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 regelt dat voor alle ingrepen met een diepte van meer dan 40 centimeter onder maaiveld en een omvang van meer dan 100 m² archeologisch onderzoek nodig is. De dubbelbestemming gaat voor op de enkelbestemmingen. Dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 (artikel 6) De dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 regelt dat voor alle ingrepen met een diepte van meer dan 40 centimeter onder maaiveld en een omvang van meer dan 250 m² archeologisch onderzoek nodig is. De dubbelbestemming gaat voor op de enkelbestemmingen. Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen. Artikel 7 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. In artikel 8 is de algemene bouwregel opgenomen ten aanzien van ondergeschikte bouwdelen. In artikel 9 wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van een aantal in het plan gestelde maten, afmetingen en grenzen, voor zover het ondergeschikte aanpassingen betreft.
Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. In lid 1 van artikel 10 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Van de mogelijkheid die artikel 3.2.3 Bro biedt om hieraan een persoonsgebonden overgangsrecht te koppelen, is geen gebruik gemaakt. Artikel 11 geeft ten slotte aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als “Bestemmingsplan Bosscheweg, rotonde de Ketting”.
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 32
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Financieel
Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval is er geen sprake van een bouwplan zodat er geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld. De gemeente Boxtel heeft budget gereserveerd voor de reconstructie van de Bosscheweg. Daarmee is het project economisch uitvoerbaar.
6.2
Maatschappelijk
Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt het bestemmingsplan in vooroverleg gezonden naar de provincie Noord-Brabant, het waterschap en de veiligheidsregio.
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 33
Bijlagen bij de toelichting
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 34
Bijlage 1. Historische ontwikkeling Van Kerkhoff Maatwerk in RO 8 maart 2021
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 35
Situatie 1850 (boven) en 1925 (onder)
(Bron: TopoTijdreis)
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 36
Situatie 1960 (boven) en 1975 (onder)
(Bron: TopoTijdreis)
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 37
Situatie 1990 (boven) en 2021 (onder)
(Bron: TopoTijdreis)
Toelichting - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 38
BESTEMMINGSPLAN BOSSCHEWEG BOXTEL, ROTONDE DE KETTING Regels
Inhoud 1.
Inleidende regels ............................................................................................................................. 3 Artikel 1. Begrippen....................................................................................................................... 3 Artikel 2. Wijze van meten ............................................................................................................ 6 2. Bestemmingsregels ......................................................................................................................... 7 Artikel 3. Verkeer .......................................................................................................................... 7 Artikel 4. Leiding - Riool ................................................................................................................ 8 Artikel 5. Waarde - Archeologie 3 ............................................................................................... 10 Artikel 6. Waarde - Archeologie 4 ............................................................................................... 14 3. Algemene regels ............................................................................................................................ 18 Artikel 7.
Anti-dubbeltelregel...................................................................................................... 18 Artikel 8. Algemene bouwregels ................................................................................................. 19 Artikel 9. Algemene afwijkingsregels .......................................................................................... 20 4. Overgangs- en slotregels ............................................................................................................... 21 Artikel 10. Overgangsrecht............................................................................................................ 21 Artikel 11. Slotregel ....................................................................................................................... 21
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 2
1. Inleidende regels Artikel 1. Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan het bestemmingsplan ‘Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting' met identificatienummer NL.IMRO.0757.BP06BOSSCHEWEG-ONT1 van de gemeente Boxtel;
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels;
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
archeologische (verwachtings)waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis;
1.6
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.7
bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
1.8
bestaand • voor zover dit betrekking heeft op bebouwing, gaat het om de oppervlakte van de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; • voor zover dit betrekking heeft op het gebruik van grond en opstallen, gaat het om het gebruik zoals dat aanwezig was op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
1.9
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
1.10
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 3
1.11
bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats;
1.12
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.13
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.14
bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;
1.15
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
1.16
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.17
dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.18
gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.19
gevel bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;
1.20
nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, telefooncellen, collectieve energievoorzieningen (o.a. warmtepompen) en apparatuur voor telecommunicatie;
1.21
omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
1.22
overkapping een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie. Indien een overkapping aangebouwd is aan een gebouw mag een overkapping maximaal 2 niet eigen wanden hebben. Eigen wanden zijn dan
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 4
niet toegestaan. Indien een overkapping niet is aangebouwd aan een gebouw mag een overkapping maximaal 1 eigen wand hebben; 1.23
peil • voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: het hoogste punt van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; • indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil)
1.24
speelvoorziening speelgelegenheden, ontmoetingsplaatsen voor jongeren en sport- en speelplaatsen;
1.25
water al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen;
1.26
waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratiekoffers en dergelijke;
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 5
Artikel 2. Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de bouwperceelgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;
2.2
de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.4
de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.5
de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 meter bedraagt.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 6
2. Bestemmingsregels
Artikel 3. Verkeer 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. voet- en (snel)fietspaden; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. waterlopen, waterpartijen en waterberging; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. h. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut. 3.2.2 Voorzieningen van algemeen nut Voor het bouwen van voorzieningen van algemeen nut gelden de volgende bepalingen: a. De maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter. b. De maximale oppervlakte bedraagt 15 m². 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, niet meer dan 9 meter mag bedragen. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 4 meter bedragen. 3.2.4 Voorwaardelijke verplichtingen a.
De reconstructie van de wegen in het plangebied is toegestaan onder de voorwaarde dat tussen de bestaande rotonde Bosscheweg-Marie Gijsenstraat-Dukaat en de nieuw aan te leggen rotonde Bosscheweg-Heem van Selis-Baandervrouwenlaan het te realiseren wegdek minimaal voldoet aan de geluiddemping van het wegdektype SMA-NL 8G+. b. De reconstructie van de wegen in het plangebied is toegestaan onder de voorwaarde dat op de nieuw te realiseren aansluiting van de Baandervrouwenlaan op de nieuw aan te leggen rotonde het te realiseren wegdek minimaal voldoet aan de geluiddemping van het referentiewegdek.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 7
Artikel 4. Leiding - Riool 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding – Riool' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede voor een rioolwatertransportleiding, ten behoeve van het transport van rioolwater met daarbij behorende leidingzone en overige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Op de voor ' Leiding - Riool ' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de rioolwatertransportleiding worden gebouwd waarbij de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 4.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.1 en worden toegestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de overige op deze gronden voorkomende bestemming(en), voor zover uit overleg met de leidingbeheerder blijkt dat daartegen uit hoofde van de bescherming van de rioolwatertransportleiding geen bezwaar bestaat. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Algemeen Het is verboden om op of in de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen; b.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen en bomen; g. het aanbrengen, verwijderen of herstellen van ondergrondse leidingen of drainage; h. het permanent opslaan van goederen. 4.4.2 Uitzonderingen op verbod Het in 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; c. in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 8
4.4.3 Afwegingskader Uitvoering van de in 4.4.1 genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen blijvend gevaar en/of nadeel voor de leiding ontstaat en hieraan door het stellen van randvoorwaarden niet of voldoende kan worden tegemoet gekomen. 4.4.4 Advies De in 4.4.1 genoemde vergunning wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de beheerder van de leiding.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 9
Artikel 5. Waarde - Archeologie 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Waarde- Archeologie 3” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk die betrekking heeft op de voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden, legt een rapport over op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. b. Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c. Een onderzoek als bedoeld onder a is ook niet vereist indien door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan de esdekdiepte. d. Het bevoegde gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3.
de verstoringsdiepte minder diep reikt dan de esdekdiepte; 4. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 5.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen a. In de situatie als bedoeld in 5.2.1 onder d kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 5.2.3 Uitzonderingen Het bepaalde in 5.2.1 en 5.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 100 m²; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; c.
een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3 meter;
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 10
d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. mogen worden uitgevoerd kracht een reeds verleende vergunning. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verbod Het is verboden om op of in de voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en woelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden teelt van houtgewas met agrarische productiefunctie, graszodenteelt en siergewassenteelt; i.
het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,50 meter bedragen; k. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden. 5.3.2 Uitzonderingen a. Het bepaalde in 5.3.1, uitgezonderd onder l, is niet van toepassing indien de werkzaamheden of werken: 1. maximaal 0,40 meter diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van ten hoogste 100 m²; 2. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 4. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,50 meter onder maaiveld wordt geroerd; 5.
het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie betreffen waarbij de verstoringsoppervlakte van het perceel per saldo gering is; 6. plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 11
7. in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning; b. Het verbod als bedoeld in 5.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1. de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de esdekdiepte, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 5.3.1 onder h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2.
de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 5.3.1 onder h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 5.3.3 Rapport en toelaatbaarheid a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. b. Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c. Het bevoegde gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2.
de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 5.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. In de situatie als bedoeld in 5.3.3 onder c. kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden : 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 12
5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde – Archeologie 3' te wijzigen door de voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden die, bij wijze van dubbelbestemming, bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, onder de voorwaarden dat: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 13
Artikel 6. Waarde - Archeologie 4 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Waarde- Archeologie 4” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Omgevingsvergunning a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk die betrekking heeft op de voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. b. Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c. Een onderzoek als bedoeld onder a is ook niet vereist indien door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan de esdekdiepte. d. Het bevoegde gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3.
de verstoringsdiepte minder diep reikt dan de esdekdiepte; 4. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen a. In de situatie als bedoeld in 6.2.1 onder d kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 6.2.3 Uitzonderingen Het bepaalde in 6.2.1 en 6.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 250 m²; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; c.
een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3 meter;
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 14
d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. mogen worden uitgevoerd kracht een reeds verleende vergunning. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Verbod Het is verboden om op of in de voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en woelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden teelt van houtgewas met agrarische productiefunctie, graszodenteelt en siergewassenteelt; i.
het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,50 meter bedragen; k. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden. 6.3.2 Uitzonderingen a. Het bepaalde in 6.3.1, uitgezonderd onder l, is niet van toepassing indien de werkzaamheden of werken: 1. maximaal 0,40 meter diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van ten hoogste 250 m²; 2. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 4. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,50 meter onder maaiveld wordt geroerd; 5.
het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie betreffen waarbij de verstoringsoppervlakte van het perceel per saldo gering is; 6. plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 15
7. in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning; b. Het verbod als bedoeld in 6.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1. de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de esdekdiepte, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 6.3.1 onder h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2.
de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 6.3.1 onder h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 6.3.3 Rapport en toelaatbaarheid a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. b. Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c. Het bevoegde gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2.
de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. In de situatie als bedoeld in 6.3.3 onder c. kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden : 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 16
6.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde – Archeologie 4' te wijzigen door de voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden die, bij wijze van dubbelbestemming, bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, onder de voorwaarden dat: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 17
3. Algemene regels Artikel 7. Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 18
Artikel 8. Algemene bouwregels 8.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 8.2 Bestaande afstanden en maten a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c.
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde onder sub a en b uitsluitend van toepassing indien de heroprichting gebruik maakt van dezelfde fundering.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 19
Artikel 9. Algemene afwijkingsregels 9.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; e.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25 m² bedraagt; 2. de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw met niet meer dan 3,20 meter wordt verhoogd.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 20
4. Overgangs- en slotregels
Artikel 10. Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a.
te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11. Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting”.
Regels - Bestemmingsplan “Bosscheweg Boxtel, rotonde de Ketting” - 21
L-R
Plangebied Plangebiedgrens
Bestemmingen V
Verkeer V
L-R L-R
Dubbelbestemmingen Leiding - Riool L-R WR-A3
Waarde - Archeologie 3 WR-A3
Waarde - Archeologie 4 WR-A4
WR-A4
Figuren hartlijn leiding - riool
ARCHITECTEN STEDENBOUWKUNDIGEN V project:
gemeente:
Bestemmingsplan "Bosscheweg Boxtel, Rotonde de Ketting" Boxtel
schaal:
1:1.000
concept:
30-09-2022
plan idn:
formaat:
60 x 30
ontwerp:
20-12-2022
getekend:
vastgesteld: 10
N contact:
0
30 20
NL.IMRO.0757.BP06BOSSCHEWEG-ONT1
pej
... 50
40
projectnummer:
www.rothuizen.eu of info@vankerkhoffmaatwerk.nl
BO001
blad:
1 van 1