Beantwoording technische vragen bij Kadernota 2026-2029, versie 1 juli
Tekst van het document
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Kadernota 2026-2029 Raadsvergadering 1 juli 2025 Ingediend door:
Vraag
Antwoord
1
PvdA-GroenLinks, mevr. M. Bemelmans
Onderhoud wegen: Welke duurzaamheidseisen worden gehanteerd bij onderhoud aan wegen?
Uiteraard hanteren we de minimale wettelijke vereisten m.b.t. duurzaamheid voor het onderhoud wegen. (teervrij asfalt etc.) Daarnaast: • Hebben we de afspraak dat wanneer we wegen onderhouden of vernieuwen dat we het teerhoudend asfalt saneren (in plaats van laten liggen wat goedkoper en sneller is). • Gebruiken wij en onze aannemers, zoveel mogelijk elektrisch materiaal. • Gebruiken we zoveel mogelijk ons eigen materiaal (werf) om onnodige wegbewegingen te voorkomen. • Streven we naar werken met lokale aannemers maar eisen in aanbesteding in elk geval om materieel en mensen in te zetten vanaf een korte afstand zodat er geen materieel of mensen ver moeten worden vervoerd. • Gebruiken we geen chemische middelen voor onkruidbestrijding op de weg. • Combineren we zoveel mogelijk de werkzaamheden om zo min mogelijk werkbewegingen te hebben.
2
VVD, dhr. R. Kuppens
Verduurzaming vastgoed: Hoe verhoudt de EUR 100.000 energiebesparing zich tot de investering van EUR 1.800.000 (per jaar)?
De genoemde besparing van circa € 100.000,- na vier jaar is een inschatting op basis van ervaringen van andere gemeenten die vergelijkbare stappen hebben gezet richting aardgasvrij-ready gebouwen. Deze inschatting houdt rekening met een verwachte energiebesparing van ongeveer 50 tot 60%, afhankelijk van het type gebouw, de huidige staat van de installaties en het gebruikspatroon. Het exacte besparingsbedrag kan per situatie/pand verschillen en is natuurlijk afhankelijk van toekomstige energieprijzen en gebruik. Het investeringsbedrag van € 1.800.000 per jaar (voor de periode van vier jaar), is onderbouwd aan de hand van een verduurzamingsplan van het vastgoed van de gemeente welke aan uw raad wordt voorgelegd in het najaar. Dit bedrag kan worden afgeschreven over een langere periode, afhankelijk van het type investering. Daarom zijn alleen de kapitaalslasten in de begroting opgenomen.
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Kadernota 2026-2029 Raadsvergadering 1 juli 2025 3
CDA, Mevr. B. Hoogakker
Thema 5; maatregel ‘vroege start inburgering AZC’ Aangaande de vroege inzet inburgering, als de mensen nog bij het AZC zitten te wachten op een woning in Boxtel, willen we de wachttijd benutten om al met de inburgering te starten. Hoe ziet dit er dan uit? En wie betaalt dat? Is er dan al bekend wie er naar Boxtel gaan komen?
• • •
•
4
CDA, Mevr. B. Hoogakker
Thema 5, ‘verplichten WLZ aanvraag bij begeleiding’ Mag dit juridisch gezien?
We richten ons op statushouders met een verblijfsvergunning die gekoppeld zijn aan onze gemeente voor huisvesting. Dus zij zijn al bij ons bekend. We kijken dan vooral naar gekoppelde statushouders die in een AZC verblijven bij ons in de buurt (bijv. Meierijstad) De inburgering betalen we vanuit het inburgeringsbudget. We nemen hier een voorschot op. Het uiteindelijke budget krijgen we pas als de betreffende statushouder gehuisvest is in onze gemeente. Het inburgeringsbudget geeft ruimte om budgetten mee te nemen naar het volgende jaar en jaar erop. De reiskosten voor het vervoer vanuit het AZC naar de inburgeringslocatie worden betaald uit een tijdelijk experimenteerbudget vanuit het Rijk (t/m 31-12-2026). Er is nog geen sprake van een uitkering, want de statushouder krijgt zak-/leefgeld vanuit het AZC: We richten ons op statushouders die gemotiveerd zijn om te starten met de inburgering. Dit is namelijk geen wettelijke verplichting, we kunnen dit niet afdwingen. We verwachten dat het om een kleine groep mensen gaat.
WLZ is voorliggend aan de WMO Als gemeente willen we graag dat mensen de juiste zorg op de juiste plek krijgen. Soms komt het voor dat iemand een zwaardere zorgvraag heeft, waarbij langdurige zorg via de Wet langdurige zorg (WLZ) beter past dan ondersteuning vanuit de Wmo. Afwijzen bij vermoeden WLZ We kunnen mensen niet verplichten om een WLZ-aanvraag te doen. Maar wat we wél mogen – en soms ook moeten – doen, is een Wmoaanvraag afwijzen als we vermoeden dat de WLZ een passender en voorliggende voorziening is (2.3.5 lid 6 van de WMO). Dat betekent dat we bij aanvragen voor een zwaardere voorziening (als Beschermd wonen) verzoeken of iemand ook een WLZ-aanvraag wil doen, zodat we goed kunnen beoordelen welke zorg het beste aansluit. Dit doen we ook vanuit dienstverlenend perspectief, we vragen immers niet een afwijzing van de WLZ voor we met onze beoordeling starten, maar laten 2 trajecten tegelijk lopen. Dit voorkomt langere wachttijd en
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Kadernota 2026-2029 Raadsvergadering 1 juli 2025 zorgt voor een juiste beoordeling. Het is mogelijk ter overbrugging wel WMO in te zetten, tot de WLZ indicatie wordt afgegeven. Zorgvuldig beoordelen Het gaat ons niet om een verplichting, maar het is een voorwaarde om tot een zorgvuldige beoordeling te komen. Als iemand geen WLZaanvraag wil doen terwijl daar wel duidelijke aanwijzingen voor zijn, kunnen we besluiten om geen Wmo-voorziening toe te kennen. Wettelijk mag dit al, maar door het in de verordening op te nemen, staan we op dat punt sterker. Zo kunnen we toch handelen bij vermoeden van WLZ omdat we altijd weten dat dit zorgvuldig beoordeeld wordt (immers er is een aanvraag gedaan). Deze maatregel helpt ons ervoor te zorgen dat mensen de zorg krijgen waar ze recht op hebben – en die het beste past bij hun situatie. Als mensen recht hebben op WLZ, is WMO ook niet passende zorg. 5
PvdA-GroenLinks, Mevr. M. Bemelmans
Rioolheffing per m3 Tarieven 0 - 200 m3
€ 202,20
200 m3 - 30.001 m3
€ 202,20 plus € 1,85 voor elke
In onze verordening rioolheffing is de specificatie voor grootverbruikers opgenomen vanaf 30.000 m3. Voor grootgebruikers geldt een getrapt tarief, dus niet per m3. Onderstaand een kopie van de verdere specificatie voor het jaar belastingjaar 2025. Deze informatie staat bewust niet opgenomen op onze website, doordat het om een beperkt (3) aantal aanslagen gaat die belast worden via deze tarieven.
extra m3 boven de 200 m3 30.001 m3 en hoger
bel met team Belastingen: (0411) 65 59 00
Graag ontvang ik alle gerealiseerde tarieven vanaf 30.000 m3 over 2024.
Het tarief a (€ 61.651) is één keer opgelegd, het tarief b (€ 71.134) is één keer opgelegd en het tarief d (€ 118.561) is één keer opgelegd.
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Kadernota 2026-2029 Raadsvergadering 1 juli 2025 6
D66, dhr. W. de Leijer
Op pagina 14 wordt gesproken over CDOKE middelen. Deze bestaan echter al 3 jaar. Waar werden deze de afgelopen jaren aangaf uitgegeven? En ontvangen we komende jaren nog nieuwe middelen?
De CDOKE middelen (regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid) zijn in de afgelopen jaren als volgt ingezet: 2023: 2024 -
inhuur/formatie MGD overig directe kosten
191.528,04 128.392,80
inhuur/formatie MGD overige directe kosten
418.502,23 329.532,33
Per saldo zijn deze kosten volledig opgevangen door de specifieke rijksuitkering. In 2025 is een inkomst begroot van 1.276.800 en deze is als volgt begroot: inhuur/formatie MGD 525.000 overige directe kosten 751.800. Vanaf 2026 is de uitkering nog niet definitief toegekend maar mogen de inkomsten wel al worden begroot. We gaan vanaf 2026 uit van een inkomst van minimaal 525.000 en dit bedrag is volledig beschikbar als inhuur/formatie MGD. In structurele zin is deze specifieke uitkering daarmee ingezet voor formatie bij MGD om invulling te geven aan de taken die samenhangen met deze regeling. 7
SP, dhr. F. Sannen
Op blz 65 van de jaarrekening staat een tabel over het aantal gerealiseerde woningen en percentage huurwoningen. Deze tabel is leeg. Is dit een foutje of zijn er nog geen kengetallen?
De tabel op pagina 65 van de jaarrekening 2024 had bij de oorspronkelijke indiening ingevuld moeten zijn; in de bijlage is de tabel alsnog ingevuld. Hieronder de toelichting en duiding van de cijfers uit de tabel. Toelichting: * Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) ** Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en woningbouwmonitor Shintolabs. De realisatiecijfers van 2023 en 2024 zijn naast elkaar weergegeven. Dit maakt het mogelijk om zowel de kwantitatieve als kwalitatieve ontwikkeling van de woningbouw(regie) te monitoren en te duiden. De
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Kadernota 2026-2029 Raadsvergadering 1 juli 2025 nieuw te bouwen woningen uit de begroting 2024 (pag. 167) zijn gebaseerd op de harde woningbouwplannen (onherroepelijke plannen en vastgestelde plannen).