CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering Boxtel 10 maart 2026, gemeente boxtel30.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

30

Nr. Doel en omschrijving 6

We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur, inrichting op gronden van derden wordt gestimuleerd.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.

31

6.1.1 Focusgebieden Focusgebieden zijn plekken waar we extra willen inzetten op verhoging van de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Door hier samen met partners doelgericht te werken, versterken we het landschap en versnellen we ecologische verbetering. We weten dat maatregelen die we nemen dicht nabij natuurgebieden een relatief grote bijdrage kunnen leveren aan doelbereik (robuustheid en biodiversiteit) in deze natuurgebieden17. Daarom liggen de focusgebieden aansluitend aan bestaande natuurgebieden (ongeveer 150 meter vanaf NNB) en ecologische verbindingszones (ongeveer 50 meter). In de focusgebieden willen we extra inzetten op groenblauwe dooradering. Het doel is om gemiddeld 10% GBDA in het gehele landelijk gebied te hebben (doel Aanvalsplan landschap, zie paragraaf 1.3.2 en kader 4). Om die 10% te bereiken is er gekozen voor zones waar we een lagere ambitie hebben en zones waar we een hogere ambitie hebben, zoals rondom de natuurgebieden. We streven naar 10 tot 15% GBDA in de focusgebieden en 5 tot 10% GBDA in de rest van het landelijk gebied.

Een bomenrij langs een watergang is een mooi voorbeeld van groenblauwe dooradering. - Smalvelderstraat, Liempde

De focusgebieden liggen in het landelijk gebied, maar versterken dus ook het deelgebied natuur. In de focusgebieden bevinden zich ook gronden die geen agrarisch gebruik kennen, zoals stedelijk gebied. De aanpak in de focusgebieden heeft echter enkel betrekking op het landelijk gebied. Het focusgebied is een zoekgebied en is niet op perceelsniveau te gebruiken. Vanuit de aanpak in de focusgebieden volgen geen verplichtingen om deze gronden (anders) te bestemmen of te

beschermen in het Omgevingsplan.

6.1.2 Bufferzone Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen Naast de focusgebieden ligt er rondom het Natura 2000-gebied De Kampina en de Oisterwijkse Vennen een bufferzone. De bufferzone is belangrijk voor De Kampina omdat de biodiversiteit in het natuurgebied sterk onder druk staat door verdroging, een overmaat aan stikstof en verstoring. In de bufferzone wordt ingezet op het vasthouden van water om verdere verdroging tegen te gaan. Door natuurinclusieve landbouw te stimuleren, wordt de stikstofbelasting verminderd. Grondwaterdalingen worden beperkt en waar mogelijk wordt de grondwaterstand verhoogd. Recreatie wordt bevorderd in de omliggende gebieden, op afstand van de Kampina, om zo het meest kwetsbare deel van de Kampina te ontlasten. Hoe deze bufferzone eruit komt te zien, wordt in de komende jaren uitgewerkt als onderdeel van het provinciale beleid voor de overgangsgebieden, in de GGA Kampina en het gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied. Dit doen we in samenwerking met de agrarische sector, natuur- en landschapsorganisaties, landeigenaren, inwoners, het waterschap en andere belanghebbenden. Het koersdocument18 geeft hierbij richting en samenhang aan de langjarige transitie van het gebied om de integrale doelen en ambities te behalen. Opdam, P. F. M., & Vos, C. C. (2023). Hoeveel groenblauwe dooradering is nodig?.

Landschap: tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde, 40(2), 57-65 17

18

Van Delft, M., Verhoeven, M., Vorstermans, J. (2025).

Koersdocument Gebiedsgerichte aanpak Kampina & Oisterwijkse Vennen. Provincie Noord-Brabant.

32

Focusgebieden en bufferzone

Figuur 7: Focusgebieden voor Groenblauwe dooradering en bufferzone kampina

33

Kader 4. Groenblauwe dooradering (GBDA) Het Aanvalsplan Landschap heeft als doel om 10% groenblauwe dooradering (GBDA) te realiseren in het landelijke gebied. GBDA is het netwerk van landschapselementen, waarin het Aanvalsplan Landschap drie categorieën onderscheidt:

• • •

houtige elementen (zoals houtwallen, hagen en elzensingels); kruidenrijke randen; natte elementen (zoals natuurvriendelijke sloten en poelen).

De focus ligt op lijnvormige elementen die samen een netwerk vormen, en niet op vlakdekkende elementen zoals grote bosgebieden. Het is van belang om te realiseren dat de opgave voor de GBDA het gehele landelijke gebied beslaat. Het betreft dus niet enkel agrarische gronden, maar ook andere terreinen – zoals bijvoorbeeld bermen, dijken en taluds van spoorwegen – dienen te worden ingezet om de opgave te realiseren. Opdam en Vos (2023) bevestigen dat met een aandeel van 10% GBDA een aanzienlijke toename van zowel de biodiversiteit als de effectiviteit van landschapsdiensten te verwachten is. Zij benadrukken daarbij dat het combineren van verschillende typen landschapselementen een belangrijke voorwaarde is om de effectiviteit van deze landschapsdiensten te vergroten. Het realiseren van 10% GBDA wordt beschouwd als een ‘no regret’maatregel: het is effectief, breed inzetbaar en levert structurele voordelen op.

34

GBDA draagt onder andere bij aan:

• • • • • • • • • • • •

het stimuleren van biodiversiteit; de adaptatie aan en mitigatie van klimaatverandering; het verbeteren van de waterkwaliteit; het bevorderen van duurzame bodemgezondheid; het invangen van fijnstof, stikstofoxide en ammoniak; het tegengaan van lichtvervuiling en geluidsoverlast; het voorkomen van erosie; het verrijken van de landschappelijke schoonheid; het bevorderen van mentaal en fysiek welzijn; het bieden van een duurzaam inkomen voor boeren en andere grondeigenaren; het stimuleren van de toerismesector; het verbeteren van het vestigingsklimaat. (Samen voor Biodiversiteit, 2025).

De Dommel

35

6.2

Beekdalen

De begrenzing van de beekdalen (figuur 9) is opgebouwd uit de deelgebiedkaart Beekdalen van de omgevingsvisie (figuur 8) en de visie van Waterschap De Dommel op de beekdalen en de bijbehorende koppen en flanken van Waterschap De Dommel. Hiermee sluiten we aan op het beleid vanuit het waterschap. De hoge koppen en flanken maken geen onderdeel uit van het deelgebied, maar binnen de uitvoeringsagenda is hier wel aandacht voor door bij inrichtingsprojecten rekening te houden met de ligging in het watersysteem. Deze kaart is niet bedoeld om op perceelsniveau te gebruiken. De beekdalen liggen op de kaarten over de andere deelgebieden heen, omdat de beekdalen deels ambities hebben die voor alle beekdalen gelden, maar ook ambities specifiek voor het deelgebied waarin het zich bevindt. Zo zijn er voor het gedeelte van het beekdal met een natuurbestemming andere (on)mogelijkheden, ambities en projecten dan een beekdal in het centrum van Boxtel waar al bebouwing is. Alle beschreven beken functioneren als ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden.

6.2.1 Onderdelen De beken in de gemeente zijn laaglandbeken: deze hebben een onregelmatige stroomsnelheid met een relatief breed dal. De beken worden gevoed door regenwater en kwel. Langzaam stromende laaglandbeken zijn wereldwijd zeldzaam, doordat ze vaak in gebieden liggen die vroeg in cultuur

36

zijn gebracht. Natuurlijke beekdalen bestaan uit gradiënten van laag naar hoog, nat naar droog en rijk naar arm, waardoor er een hoge biodiversiteit te behalen valt19. Op de overgangen van nat naar droog was de grond van oudsher relatief vruchtbaar en hier hebben de eerste bewoners zich gevestigd. De natte delen werden gebruikt als hooiland om het vee in de winter mee te voeren. Het kenmerkte zich door een open kleinschalige strookvormige verkaveling, de zogeheten beemden. Deze locaties waren relatief voedselrijk door het slib dat door de beken werd afgezet bij overstromingen. De beemden kennen een hoge natuurwaarde, met soorten als waterviolier, boterbloemen en waterranonkels, vlinders en libellen.

agrarische bestemming in gemeente Boxtel hebben over het algemeen dan ook weinig natuurwaarde en biodiversiteit.

Het Dommeldal tussen Meierijstad, Boxtel en Sint-Michielsgestel, het beekdal van de Beerze en delen langs de Essche Stroom zijn goed bewaard gebleven en in het landschap nog herkenbaar als beekdal met graslanden, broekbosjes en oude meanders.

Kernmerken van beekdalen: • Kleinschalig besloten/halfopen landschap. • Meanderende stromen met verkavelingen haaks op de beek. • Broekbossen en houtwallen; ook knotbomen en beemdgronden. • Onregelmatige verkaveling.

De beekdalen die onder landelijk gebied vallen bestaan voornamelijk uit weiland of bouwland. Van oorsprong bestonden deze natte gronden voornamelijk uit smalle hooilanden met afwateringsslootjes en knotbomen op de perceelranden. Nu bestaat een gedeelte van de beekdalen uit open percelen met gras, maïs of aardappelen, waar weinig landschapselementen terug te vinden zijn. Op een aantal plekken komen de agrarische percelen tot aan de beek, waardoor gewasbeschermingsmiddelen en mest in het water terecht kunnen komen. De beekdalen met

Karakteristieke soorten van de beekdalen zijn onder andere de grote weerschijnvlinder, waterspitsmuis, boomkikker, kamsalamander, weidebeekjuffer, hermelijn, oeverzwaluw, ijsvogel, grote gele kwikstaart en gewone dotterbloem. Elzenbroekbos is een karakteristiek soort bos voor in beekdalen. Dit type bos valt onder natuurtype beek- en rivierbegeleidend bos uit de Index natuur en landschap20. Dit natuurtype komt langs alle grotere beken in de gemeente in meer of mindere mate voor.

19

Nabben, I., de Koning, N., & van den oetelaar, G. (2021). Landschapsvisie beneden Dommel, het dommeldal tussen Son en breugel. Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNBherbegrenzing in Het Groene Woud. Nijmegen: Ark natuurintwikkeling. 20 BIJ12. (2024, augustus). Natuurtypen. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerp/ natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/ natuurtypen/

De Dommel door Boxtel

37

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 8: Deelgebied beekdalen omgevingsvisie Boxtel

38

Deelgebied Beekdalen

Legenda Gemeente Boxtel Dorpen Beekdalen Beken KRW Beken overig Spoorlijn Snelweg Provinciale weg Esch

Essche Stroom

Smalwater

Boxtel

Kleine Aa

Dommel Lennisheuvel

Blauwhoefse loop

Liempde

Beerze

Heerenbeekloop

Groote Waterloop

Figuur 9: Deelgebied beekdalen Programma Natuur, Landschap en biodiversiteit

39

Beerze De Beerze is ter hoogte van Boxtel een middenloop en stroomt langs de zuidoostrand van de Kampina, bij Smalbroeken (zie figuur 11: Deelgebied natuur) meanderend de gemeente binnen tot aan Lennisheuvel. Middenlopen liggen wat dieper in het beekdal dan boven- en benedenlopen en trekken daardoor meer grondwater aan. Ook is het beekdal herkenbaar in het landschap. Ter hoogte van Smalbroeken werd de beek omgeleid via een omleidingskanaal, de Heiloop. Deze is in 2020/2021 verondiept om ervoor te zorgen dat er weer kwel in de blauwgraslanden van Smalbroeken naar boven zou komen en de Beerze heeft hier zijn meanders weer teruggekregen21. Iets verderop, ter hoogte van Ladonk, splitst de beek zich. De hoofdloop mondt via een in de middeleeuwen gegraven loop uit in de Dommel; de beek heet hier Smalwater. Een gedeelte van Smalwater ligt ingeklemd in de kern. Gedeeltelijk bestaat de beek hier uit een betonnen goot, de groenstroken inclusief oevers zijn zeer smal of ontbreken22. Er liggen wel enkele groene stapstenen die in het kader van de EVZ hier zijn ingericht. De zijloop van de Beerze heet vanaf de splitsing de Kleine Aa en stroomt deels meanderend door een landbouwzone tot hij uitstroomt in de Essche Stroom23. Natuurmonumenten. (2024, mei). Herstel natte natuurparel Kampina. Opgehaald van Natuurmonumenten: https://www.

natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/kampina/ natuurherstel/herstel-natte-natuurparel-kampina 22 Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door Boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies. 23 Provincie Noord-Brabant. (2009). Structuurvisie De Levende beerze, Ontwerp. Noord-Brabant. 21

De Beerze

40

Smalbroeken is een bijzonder stukje van de Beerze. Het bestaat grotendeels uit loofbos waar nog de oude hakhoutstoven zichtbaar zijn. Er zijn hier talloze aan bosmilieus gebonden broedvogels en er komen bijzondere planten, aan stromende beken gebonden libellen en voor vochtige bossen karakteristieke vlinders voor24. Natuurtypen die langs de Beerze voorkomen op de lagere delen zijn onder andere rivier- en beekbegeleidend bos, vochtig hooiland, nat schraalland, kruiden- en faunarijk grasland, vochtige heide en vochtig bos met productie. Natuurtypen die op de wat hogere en drogere delen langs de beken voorkomen zijn dennen-, eiken- en beukenbos, kruiden- en faunarijk grasland, droge heide en droog bos met productie. Hoogwaardige beheertypen hiervan zijn rivieren beekbegeleidend bos, vochtig hooiland, nat schraalland, droge en vochtige heide. Deze typen komen vooral voor bij Smalbroeken (de Kampina). Essche Stroom De Essche Stroom is in de jaren ‘60 van een meanderende, snel stromende beek omgevormd naar kanaal. Hoogteverschillen en houtwallen werden verwijderd. Sinds 2015 wordt de Essche Stroom heringericht om zijn natuurlijke loop terug te krijgen. Het gedeelte van de Essche Stroom in Boxtel, tussen de spoorlijn en de A2, is al heringericht; het gaat dan om deelgebied Halsche Beemden.

Langs de oude gekanaliseerde Essche Stroom is hier een nieuwe meanderende zijstroom aangelegd, waardoor de beek langer

water vasthoudt. Daarnaast zijn er poelen en bosjes aangelegd voor amfibieën en zoogdieren. De beek kan hier in de winter buiten haar oevers treden. In mei 2024 is het waterschap gestart met de realisatie van de laatste schakel van het gehele Essche Stroom project, de herinrichting van het beekdal tussen de Belversedijk en de stuw in Esch. Onderdeel hiervan is de meandering van de Essche stroom met vistrap bij het gebied De Ruiting die inmiddels gereed is. Hoogwaardige natuurtypen die hier voorkomen zijn vochtig hooiland, rivier- en beekbegeleidend bos en dynamisch moeras. Overige natuurtypen zijn kruiden- en faunarijk grasland, dennen-, eiken- en beukenbos en droog bos met productie. Dommel De Dommel stroomt net ten zuidoosten van Liempde als benedenloop meanderend de gemeente in en volgt hierbij een tijdje de gemeentegrens door landbouwgebied. Net voor Boxtel loopt een afwateringskanaal langs de A2 richting het noorden, terwijl de originele meanderende loop van de Dommel nog door Boxtel loopt. Ten noorden van Boxtel komen deze twee lopen weer samen. Vanaf hier volgt hij nog een tijdje de gemeentegrens tot hij in de buurt van Gemonde Sint-Michielsgestel instroomt. Hoogwaardige natuurtypen zijn nat schraalland (in de Dommelbimd), rivier- en beekbegeleidend bos, haagbeuken- en essenbos, vochtig hooiland en dynamisch moeras.

Deze natuurtypen liggen tussen de gemeentegrens en de kern Boxtel. Overige natuurtypen zijn kruiden- en faunarijk grasland,

kruiden- en faunarijke akker, ruigteveld, dennen-, eiken- en beukenbos en droog bos met productie. Karakteristieke natuurwaarden van het beekdal van de Dommel in Boxtel zijn25:

•

Bloemrijke hooilanden met matig voedselrijkschraal, vochtig-nat karakter. Plantensoorten zoals gewone dotterbloem, echte koekoeksbloem en reukgras bepalen het beeld. Voor diverse diersoorten zijn deze bloemrijke hooilanden van belang, waaronder watersnip, heikikker en oranjetipje. Moerasjes/moerasbosjes met een gevarieerde plantengroei afhankelijk van het waterpeil. Riet, diverse zeggesoorten en/of wilgen zijn aspectbepalend. Veel diersoorten hebben de moerasjes als (deel)biotoop, waaronder soorten als waterspitsmuis en rietgors. Poelen: karakteristieke elementen in de beekdalen met grote betekenis voor amfibieën, waaronder kamsalamander en libellen. Wilgenrijen/Elzenrijen. De van oudsher als perceelsgrens voorkomende wilgen-/elzenrijen in het beekdal van de Dommel vormen de kenmerkende nestplaats van de steenuil. Deze soort bereikt in het Dommeldal een grote dichtheid. De Dommel is het leefgebied van twee specifieke libellensoorten, waaronder de

•

• •

•

van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 25 Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door Boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies. 24

41

weidebeekjuffer, een aantal beekvissen (riviergrondel, bermpje) en de bever. Blauwhoefse Loop De Blauwhoefse Loop is een beekje van enkele kilometers lang die begint in het natuurgebied de Prangen (onder Vrilkhovense Akker) en stroomt van hieruit in noordwestelijke richting en mondt uit in de Dommel bij Kasteel Stapelen. Het is een natuurlijke beek die al sinds 1850 op kaarten is terug te zien. De Blauwhoefse loop is aangewezen als ecologische verbindingszone. Momenteel ziet de beek er op veel locaties uit als een smalle landbouwsloot waar op enkele plaatsen natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden. Groote Waterloop De Groote Waterloop stroomt vanaf de A2 onder Liempde richting het noorden en stroomt uit in De Dommel. Het is een gegraven watergang die bedoeld was om het water uit het gebied af te voeren. De Groote Waterloop verbindt De Scheeken en het Dommeldal. De beek is in 2024 (her)ingericht als ecologische verbindingszone in samenwerking met Waterschap De Dommel.26 Heerenbeekloop De Heerenbeekloop stroomt vanuit natuurgebied De Mortelen richting Lennisheuvel in het noorden, hier buigt hij af naar het westen waar hij in de Beerze uitstroomt.

6.2.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor deelgebied beekdalen en de daarbij behorende onderdelen is het behouden,

42

beschermen en versterken van de beekdalen. De beekdalen laten het principe watersturend duidelijk zien: door het risico op overstromingen en de kans op wateroverlast is water hier richtinggevend voor gebruik en inrichting. Vanuit de ambitie en de ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten zijn: ‘Beken zoals onder andere De Beerze, de Essche Stroom en de Dommel dragen bij aan de kwaliteiten van de gemeente en krijgen de ruimte. Dit is goed voor de natuur, de waterkwaliteit (zie kader 4), het beter vasthouden van water en voor recreatie. Er worden al veel maatregelen genomen, zoals de Essche Stroom die de ruimte krijgt om door het landschap te kronkelen. Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. Dit is noodzakelijk voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico’s stroomafwaarts. Het landgebruik in de beekdalen zou moeten aansluiten bij de natte omstandigheden. De beekdalen zorgen ook voor verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. De beken en beekdalen zijn daarmee ook belangrijk voor de biodiversiteit.

Door het bieden van ruimte aan de beekdalen, het nemen van inrichtingsmaatregelen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit.’27

De kleine Aa

Waterschap De Dommel. (2024). Ecologische verbindingszone Groote Waterloop. Opgehaald van Waterschap De Dommel: https://www.dommel.nl/ grootewaterloop 27 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.38) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 26

6.2.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied beekdalen.

Tabel 2: Doelstellingen deelgebied beekdalen

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.

2

De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd om de lokale biodversiteit te stimuleren De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor locaties ten behoeve van bijvoorbeeld verkeersveiligheid of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over ecologisch beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

6

We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

43

Nr. Doel en omschrijving 7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.

12

De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, (grond)water en mest te verminderen en in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen zoals agroforestry en permacultuur, kan de landbouw veel bijdragen aan de biodiversiteit in de gemeente.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6d58a733-6440-4e91-80b4-2be35e5cd321