Advies raadswerkgroep Legaat van Cooth (1295735)- Bijlage 1 Advies raadswerkgroep Besteden middelen LvC.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1
Uitwerking van het advies t.b.v. het besteden van de middelen vanuit het Legaat van Cooth
Raadswerkgroep “Legaat van Cooth” Boxtel, augustus 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
1.1 Aanleiding
3
1.2 Samenstelling & werkwijze raadswerkgroep
3
1.3 Leeswijzer
3
1.4 Het Legaat van Cooth
4
1.5 Inhoud van het Legaat van Cooth
4
2.
Advies raadswerkgroep
5
3.
Uitwerking besteding Legaat van Cooth deel I
6
3.1 Wettelijk kader
6
3.2 Kaders bij besteding bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen”
7
3.3 Financiële uitwerking besteding bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen”
9
3.4 Inflatie
10
Uitwerking besteding Legaat van Cooth deel II
11
4.1 Kaders bij besteding bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten”
11
Conclusies
13
4. 5.
Bijlage A – Financieel overzicht voorziening Legaat van Cooth (2018-2022)
14
Bijlage B – Inflatieberekening bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen”
15
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Na het accorderen van het raadsvoorstel financiële afhechting DKA (De Kleine Aarde), op 5 oktober 2021, is door de raad unaniem de motie Legaat van Cooth (121773) aangenomen. Deze motie verzoekt het college: • • •
Een raadscommissie in te stellen die de afhandeling van de gelden van het Legaat van Cooth gaat bestuderen en advies gaat uitbrengen aan de gemeenteraad; Om het hele proces voor 1 oktober 2022 af te ronden; Het Legaat van Cooth op te heffen.
De hiervoor opgerichte raadswerkgroep heeft in de periode januari 2022 – september 2022 uitvoering gegeven aan de opdracht uit deze motie. Het advies van de raadswerkgroep is opgenomen in een initiatief-raadsvoorstel 1295735 – Advies raadswerkgroep Legaat van Cooth. De voorliggende notitie vormt de nadere uitwerking van dit advies.
1.2 Samenstelling & werkwijze raadswerkgroep Na het unaniem aannemen van motie 121773 is middels een oproep in de gemeenteraad de raadswerkgroep ‘Legaat van Cooth’ gevormd. Deze raadswerkgroep is op 24 januari 2022 voor het eerst bij elkaar gekomen en heeft bestaan uit: • • • •
De heer L. Bormans (voorzitter), raadslid voor Balans Mevrouw L. Somers, raadslid voor de VVD De heer S. Hussain, raadslid voor D66 De heer P. Bressers, raadslid voor Combinatie95
Deze raadswerkgroep is ambtelijk ondersteund door de heren M. van Vugt en A. Vissers. Op bepaalde momenten is deze ambtelijke ondersteuning verder uitgebreid. In de periode januari 2022 – september 2022 is de raadswerkgroep in totaal 8 keer bij elkaar gekomen. In aanvulling daarop heeft een afvaardiging van de raadswerkgroep een klankbordsessie gehouden met enkele bestuurders uit het Primair Onderwijs (PO) in de gemeente Boxtel. Het doel van deze sessie was het voorleggen van het concept advies van de raadswerkgroep en daarme e gedachten en aanvullende ideeën vanuit het onderwijsveld op te halen. Alle PO-bestuurders die actief zijn in de gemeente Boxtel hebben via de Griffie een uitnodiging ontvangen voor deze bijeenkomst. Daarnaast is er halverwege het proces een overleg geweest met de portefeuillehouder financiën en onderwijs en is op 29 maart een eerste aanzet van het advies door de raadswerkgroep gepresenteerd in het Presidium.
1.3 Leeswijzer Deze notitie gaat allereerst, beknopt, in op de basis van het Legaat van Cooth, w aar het Legaat van Cooth anno 2022 uit bestaat en de wijze waarop de Raadswerkgroep de vertaling van de oorspronkelijke doelstelling uit 1891 naar 2022 heeft gemaakt. Vervolgens wordt het advies van de raadswerkgroep toegelicht in hoofdstuk 2. De nadere uitwerking van de besteding is opgenomen in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn tenslotte de belangrijkste conclusies van de raadswerkgroep opgenomen.
3
1.4 Het Legaat van Cooth Door de heer Van Cooth is in 1891 aan 8 Brabantse en Gelderse gemeenten een bedrag van 40.000 gulden per gemeente geschonken. Daarnaast hebben 15 andere gemeenten, waaronder Boxtel, een bedrag van 4.000 gulden gekregen. Daarbij heeft de heer Van Cooth, aan onder andere Boxtel, onroerende goederen nagelaten. In de uiterste wilsbeschikking van 1897 staan een aantal zaken opgenomen. Zo diende het bedrag te worden ingeschreven in het Grootboek van Nederlandsche schuld en heeft de heer Van Cooth daarbij als dringend verlangen uitgesproken dat deze onroerende goederen in eigendom van de gemeente blijven. Worden deze toch verkocht, dan zou de opbrengst ook belegd moeten worden in het Grootboek van Nederlandsche schuld en de middelen besteed worden conform de zelfde voorwaarden als de 4.000 gulden. Wat betreft het doel en de strekking van het Legaat wilde de heer Van Cooth bereiken dat kinderen uit ambachts- en arbeidersgezinnen een goede christelijke opvoeding c.q. opleiding zouden genieten. Uiteindelijk zou dit moeten leiden tot een geregeld, ordelijk, arbeidzaam en huiselijk leven. Het Legaat zou daarom primair moeten worden bestemd voor het bevorderen en aanmoedigen van goed en praktisch herhalingsonderwijs, betrekking hebbende op gewoon en uitgebreid lager onderwijs en – later toegevoegd – middelbaar onderwijs.
De raadswerkgroep heeft de inhoud van het Legaat bestudeerd en ook het eindrapport van de Commissie Legaat van Cooth uit 1990. In lijn met de conclusies van de eerdere raadscommissie in 1990 blijkt het lastig om de oorspronkelijke voorwaarden van het Legaat van Cooth in die lijn om te buigen naar 2022. Immers er is inmiddels vanuit de landelijke, regionale en lokale overheden op allerlei manieren veel geregeld met betrekking tot het onderwijs maar ook ondersteuning van bepaalde groepen mensen. Om die reden heeft de raadswerkgroep vooral vastgehouden aan de voorwaarde om bestedingen van het Legaat ten goede te laten komen aan het lager onderwijs (tegenwoordig Primair Onderwijs). In hoofdstuk 2 wordt het advies van de raadswerkgroep verder toegelicht.
1.5 Inhoud van het Legaat van Cooth Sinds 1891 is er vanzelfsprekend veel gebeurd met de oorspronkelijke schenking van de heer Van Cooth. Op 31 december 2021 bedraagt het saldo van de voorziening “Legaat van Cooth” in totaal € 1.138.000. De opbrengsten van de verkoop (juli 2022) van De Kleine Aarde zijn, conform de voorwaarden van de heer Van Cooth, toegevoegd aan de voorziening “Legaat van Cooth”. Ook het gedeelte van het Legaat van Cooth dat overgekomen is uit de gemeente Haaren (€2.299) zijn hier aan toegevoegd. Hiermee komt het ‘eindsaldo’ van deze voorziening per 31 december 2022 op een totaal van ± € 1.754.205. In bijlage A van deze uitwerking is een financieel overzicht van de totale voorziening opgenomen. Naast deze voorziening is in het verleden een deel van de gelden uit het Legaat belegd in aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Het dividend dat deze aandelen jaarlijks opbrengen (gemiddeld € 54.000 per jaar de afgelopen 10 jaar) is jaarlijks toegevoegd aan de voorziening “Legaat van Cooth”. Uit informatie van de afdeling Financiën van de Gemeente Boxtel blijkt dat het verhandelen van deze aandelen (zowel verkopen als aankopen) anno 2022 niet meer mogelijk is.
In feite bestaat de inhoud van het Legaat van Cooth daarmee op dit moment uit twee delen: het bedrag van ruim € 1.7 miljoen dat is opgenomen in de voorziening en daarnaast de aandelen BNG die jaarlijks resulteren in een dividenduitkering. Het is belangrijk te benoemen dat de middelen in het Legaat van Cooth additioneel zijn. Dit betekent dat deze aanvullend zijn op alle andere wettelijke verplichtingen die de Gemeente Boxtel en andere 4
overheden hebben in het kader van het onderwijs, etc. De middelen uit het Legaat van Cooth mogen dan ook niet worden ingezet voor het vervullen van deze wettelijke verplichtingen maar altijd additioneel zijn voor het onderwijs en andere beleidsterreinen in de gemeente Boxtel.
2. Advies raadswerkgroep Zoals beschreven in paragraaf 1.4 heeft de raadswerkgroep in lijn met de oorspronkelijke gedachte van het Legaat van Cooth gezocht naar een besteding die past bij de maatschappij en de wijze waarop veel zaken geregeld zijn vanuit de overheid anno 2022. Vanuit die gedachte heeft de raadswerkgroep gezocht naar een ‘duurzame’ invulling van de besteding van het Legaat waar voor langere periode zoveel mogelijk kinderen, die gebruik maken van het onderwijs in de Gemeente Boxtel, van kunnen profiteren. Hoewel de voorziening van het Legaat, met ruim € 1.7 miljoen, riant is, is deze tegelijkertijd ook beperkt wanneer deze wordt toebedeeld aan het volledige onderwijs dat actief is in de Gemeente Boxtel. Om de impact van de besteding van de middelen uit het Legaat van Cooth zo groot mogelijk te laten zijn adviseert de raadswerkgroep om de besteding te oormerken voor het Primair Onderwijs (PO) in de Gemeente Boxtel. Het PO beslaat alle scholen voor basisonderwijs en de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs; ofwel de instellingen die anno 2022 vallen onder de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Door de besteding van de middelen te concentreren op het PO kunnen, op een zeker moment en voor een bepaalde periode, alle kinderen die in de Gemeente Boxtel gebruik maken van het PO profiteren van de effecten van deze bestedingen.
In lijn met een ‘duurzame’ besteding adviseert de raadswerkgroep dan ook om er niet naar te streven om de middelen uit het Legaat binnen nu en een zeer korte periode volledig te besteden en vervolgens op te heffen. Om te komen tot een duurzame besteding moet het mogelijk zijn om, op basis van de uitwerking in hoofdstuk 3 en 4, te komen tot goede investeringsvoorstellen en daar dan ook meer tijd voor uit te trekken. Zoals beschreven in paragraaf 1.5 bestaat het Legaat van Cooth anno 2022 feitelijk uit 2 delen; het bedrag van ruim € 1.7 miljoen dat is opgenomen in de voorziening “Legaat van Cooth” (Deel I) en daarnaast de aandelen in de BNG die jaarlijks resulteren in een dividenduitkering (Deel II). De raadswerkgroep heeft voor beide delen een advies uitgewerkt voor de besteding hiervan. In de hoofdstukken 3 en 4 is de uitwerking van deze besteding (conform het advies van de raadswerkgroep) verder toegelicht. In deze uitwerking zijn tevens regels en kaders opgenomen. Het advies van de raadswerkgroep kan als volgt samengevat worden: •
Deel I: Hiervoor adviseert de raadswerkgroep de middelen in de voorziening “Legaat van Cooth” toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijskundige voorzieningen” en deze middelen te oormerken voor investeringen aan boven normatieve onderwijskundige kwaliteit van de schoolgebouwen en lokaalinrichtingen van scholen in het Primair Onderwijs in de Gemeente Boxtel.
•
Deel II: Hiervoor adviseert de raadswerkgroep het jaarlijks dividend uit de aandelen BNG toe te laten vloeien naar een nieuwe bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten”. De middelen in deze bestemmingsreserve vervolgens te besteden aan Onderwijskundige projecten in de Gemeente Boxtel die door het Primair Onderwijs zelf, en in consensus tussen de PO-besturen, geïnitieerd worden.
Het advies van de besteding van deel I (de huidige voorziening) zorgt ervoor dat dit bedrag op termijn ‘op’ is. Daarmee komt er een einde aan dat gedeelte van het Legaat. 5
Zoals reeds beschreven kunnen aandelen in de BNG niet meer verhandeld worden. De raadswerkgroep adviseert dan ook om deze aandelen BNG, ook in de toekomt, ten goede te blijven laten komen aan het onderwijs in de Gemeente Boxtel. Door het advies voor de besteding van deel II tot in lengte van dagen te blijven continueren blijft het gedachtegoed van de heer Van Cooth actief en heeft de Gemeente Boxtel de mogelijkheid om het onderwijs, en daarmee de kinderen, binnen de gemeente extra middelen en daarmee extra mogelijkheden te bieden.
3. Uitwerking besteding Legaat van Cooth deel I Deel I van het Legaat van Cooth bestaat uit de middelen die in 2022 opgenomen zijn in de voorziening “Legaat van Cooth”. Na de verkoop van De Kleine Aarde zijn de opbrengsten van deze verkoop toegevoegd aan deze voorziening, evenals het uit de gemeente Haaren overgekomen gedeelte van het Legaat van Cooth. Daarmee komt het saldo van de voorziening “Legaat van Cooth” op een bedrag van ± € 1.754.205. Conform het raadsvoorstel wordt de voorziening “Legaat van Cooth” per 31-12-2022 opgeheven en wordt het beschikbare saldo toegevoegd aan een nieuwe bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen”. De middelen in deze bestemmingsreserve worden daarmee geoormerkt voor het Primair Onderwijs en voor boven normatieve onderwijskundige investeringen in schoolgebouwen en/of lokaalinrichtingen. Dit voorstel geeft schoolbesturen de mogelijkheid om hun schoolgebouwen en/of lokaalinrichtingen binnen de gemeente te voorzien van extra onderwijskundige kwaliteit. Deze extra kwaliteit maakt bijvoorbeeld innovatieve onderwijsinrichtingen mogelijk, creëert extra ruimte voor 1op-1 begeleiding of zorgt ervoor dat een schoolgebouw optimaal aan kan sluiten bij de onderwijsvisie van een bepaalde school. Allemaal effecten waarvan uiteindelijk de kinderen die in de gemeente Boxtel gebruik maken van die gebouwen profiteren.
Voor de besteding hiervan zijn een aantal kaders en uitgangspunten van belang, deze worden in paragraaf 3.1 en 3.2 uiteengezet.
3.1 wettelijk kader Gemeenten hebben in Nederland de verplichting om schoolgebouwen te realiseren en te voorzien van een ‘eerste inrichting’. Hiervoor krijgen gemeenten een (niet geoormerkte) vergoeding per leerling. Deze schoolgebouwen dienen anno 2022 te voldoen aan het Bouwbesluit en daarnaast, in het geval van nieuwbouw, minimaal Bijna Energieneutraal (BENG) te zijn. Wanneer dit wettelijke kader in de praktijk strak gevolgd wordt dan resulteert dat in sobere schoolgebouwen . Zeker als het gaat om bijvoorbeeld het binnenklimaat, aanvullende duurzaamheidsambities maar ook de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen en de inrichting. Schoolbesturen in het Primair Onderwijs kennen anno 2022 (nog) een investeringsverbod. Dit maakt dat zij slechts zeer beperkt mogen investeren in schoolgebouwen en deze investeringen in de praktijk een exploitatie verlagend effect moeten kennen en middels een businesscase moeten worden onderbouwd. Bij het gezamenlijk opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP) dient afgesproken te worden welk ambitieniveau partijen nastreven voor onderwijsgebouwen in de Gemeente Boxtel en wie waarvoor extra investeringen kan dragen. Naast dit type afspraken resulteert een IHP ook in een duidelijke vooruitblik op de toekomstige vervanging/renovatie/grootschalige ingrepen in de onderwijsgebouwen in de gemeente.
Deze vooruitblik is cruciaal voor het goed en ‘duurzaam’ kunnen besteden van de middelen van het Legaat van Cooth. Zoals reeds benoemd zijn de middelen in het Legaat additioneel op reguliere middelen en wettelijke verplichtingen. Dit betekent dan ook dat deze middelen niet gebruikt kunnen worden voo r zaken 6
waarvoor de gemeente en andere overheden verantwoordelijk zijn. Het gat tussen de wettelijke verplichtingen bij het realiseren van schoolgebouwen en wat je in de praktijk eigenlijk zou willen is een grijs gebied. Bij het opstellen van dit advies, vooruitlopend op het IHP, is de raadswerkgroep van mening dat het realiseren van goede en toekomstbestendige schoolgebouwen een gedeelde verantwoordelijkheid is tussen gemeente en schoolbesturen. Een deel van dat grijze gebied zal naar verwachting op niet al te lange termijn ook wettelijke verplichting worden; zoals het realiseren van Energieneutrale gebouwen (ENG) maar ook bijvoorbeeld het verbeteren van het binnenklimaat in schoolgebouwen. Hoewel ze nog niet verankerd zijn in de wetgeving zijn deze aanvullende ambities en kwaliteitsniveaus in zekere zin ‘normatief’ aan het worden. Om die reden adviseert de raadswerkgroep om de middelen in de bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen” te besteden aan boven normatieve onderwijskundige kwaliteit van schoolgebouwen en lokaalinrichtingen. In paragraaf 3.2 zijn daarvoor een aantal kaders geformuleerd die het doel van de raadswerkgroep verder onderbouwen maar voldoende ruimte houden voor school specifieke investeringen. Paragraaf 3.3 gaat vervolgens in op de financiële verwerking van dit voorstel.
3.2 Kaders bij besteding bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen” Om te bewaken dat de bestedingen uit de bestemmingsreserve boven normatief zijn, zijn een aantal kaders van belang. Onderstaand zijn deze kaders opgesomd. •
•
•
•
Bestedingen uit de bestemmingsreserve dienen niet te worden gebruikt voor verduurzaming van de schoolgebouwen in de Gemeente Boxtel. De verduurzaming is een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid en dient niet te worden gefinancierd vanuit het Legaat. Hierdoor zou er namelijk primair geïnvesteerd worden in duurzaam vastgoed en niet in onderwijs; Bestedingen uit de bestemmingsreserve behoren niet te worden gebruikt voor het verbeteren van het binnenklimaat of anderszins bouwkundige verbeteringen van de schoolgebouwen in de Gemeente Boxtel. Hoewel een goed binnenklimaat vanzelfsprekend een groot effect heeft op de leerprestaties van de leerlingen is de raadswerkgroep van mening dat het realiseren van goede en prettige schoolgebouwen in de basis een verantwoordelijkheid is van de lokale dan wel landelijke overheid. Mede door Covid-19 is de nadruk op goede ventilatie etc. vergroot wat maakt dat deze ambities langzaam normatief aan het worden zijn. Daarmee is het investeren in dit type ingrepen vanuit de bestemmingsreserve niet ‘boven normatief’ en is de raadswerkgroep van mening dat er teveel afgeweken wordt van het investeren in onderwijs; Bestedingen uit de bestemmingsreserve kunnen worden gebruikt voor het creëren van boven normatieve onderwijskundige functionaliteit in de onderwijshuisvesting. De mogelijkheden hierbij zijn groot en de invulling voor iedere school anders.
Maar hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan extra flexibiliteit, leerpleinen, innovatieve onderwijsruimten, extra begeleidingsruimtes, etc.; Bestedingen uit de bestemmingsreserve kunnen tevens worden gebruikt voor de inrichting van deze boven normatieve onderwijsruimten. Het realiseren van bijvoorbeeld een innovatieve onderwijsruimte is stap een, maar wanneer een school vanuit haar reguliere bekostiging geen middelen heeft om deze te voorzien van bijbehorende inrichting dan wordt het gewenste effect alsnog niet bereikt. Voorbeelden van inrichting zijn (anno 2022) bijvoorbeeld 3D-printers, specifieke lesopstellingen, studio apparatuur, etc.. Ook hierbij is het van belang dat de middelen niet gebruikt mogen worden voor reguliere onderwijsinrichting waarvoor de gemeente ofwel het schoolbestuur reguliere middelen ontvangt;
7
•
•
•
•
•
•
Bestedingen uit de bestemmingsreserve kunnen door schoolbesturen aangevraagd worden middels het aanleveren van een investeringsplan. Dit investeringsplan dient te worden aangeleverd bij de ambtenaar onderwijshuisvesting welke deze inhoudelijk beoordeeld op basis van de in dit document beschreven eisen. Dit plan dient een uitgebreide beschrijving te geven van de voorziene ingrepen, bijbehorende investeringen en afschrijvingstermijnen, en een onderbouwing van de onderwijskundige meerwaarde van de investering. Een gesprek waarin het investeringsplan nader wordt toegelicht hoort hierbij ook tot de mogelijkheden. Hoewel het niet het doel is om onnodige administratie te creëren dient wel gewaarborgd te worden dat de investeringsplannen overeenkomen met het advies van de raadswerkgroep en daarmee ook , zoveel als mogelijk, in lijn zijn met de oorspronkelijke gedachte van de heer Van Cooth.
De praktische uitvoering van het toekennen van de middelen, op basis van de aangeleverde investeringsplannen, ligt bij het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Boxtel; Om te voorkomen dat scholen die recent geïnvesteerd hebben in soortgelijke onderwijskundige verbeteringen nu geen aanspraak kunnen maken op deze middelen is het advies dat het indienen van deze investeringsplannen met terugwerkende kracht mogelijk is over een periode van 3 jaar vanaf het oprichten van de nieuwe bestemmingsreserve (1-1-2023). Dit betekent dat gedane investeringen tussen 1-1-2020 en 31-12-2022 alsnog ingediend kunnen worden volgens dezelfde wijze van indienen; De investeringen die gedaan worden vanuit de bestemmingsreserve kennen idealiter een afschrijvingstermijn van circa 15 à 20 jaar. Hiermee wordt voorkomen dat de middelen uit het Legaat besteed worden aan kleine ingrepen waarvan het effect beperkt is. Bij het opstellen van een investeringsplan dienen deze afschrijvingstermijnen benoemd te worden. Wanneer er ook geïnvesteerd wordt in losse inrichting kan de afschrijvingstermijn van 15 jaar naar verwachting niet gehaald worden.
Hoewel ook hier geldt dat er idealiter geïnvesteerd wordt in elementen die een lange afschrijvingstermijn kennen kan dat in het geval van losse inrichting enigszins los gelaten worden; Wanneer het investeringsplan door het college van B&W wordt goedgekeurd ontvangt de school een investeringssubsidie van de gemeente. Deze investeringssubsidie wordt in een keer ten laste gebracht van de bestemmingsreserve. Met deze investeringssubsidie kan de school vervolgens zelf de investering doen conform het investeringsplan; Gelet op het investeringsverbod in het Primair Onderwijs dient de gemeente de middelen ter beschikking te stellen aan het schoolbestuur op het moment dat het investeringsplan is geaccordeerd, vervolgens kan de school ook pas investeren. Na afloop van de investering dient deze door het schoolbestuur ‘verantwoord’ te worden aan de gemeente op basis van facturen en daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden. Eventuele middelen die niet gebruikt zijn dient het schoolbestuur terug te betalen aan de gemeente. Deze middelen worden vervolgens weer toegevoegd aan de bestemmingsreserve; Idealiter wordt de investering uit de bestemmingsreserve gecombineerd met een grootschalige bouwkundige ingreep in een gebouw; zoals nieuwbouw, renovatie of grootschalige verduurzaming. Het combineren van ingrepen resulteert in de praktijk namelijk in financieel voordeel.
Daarbij wordt voorkomen dat een school die nu gebruik maakt van de middelen uit de bestemmingsreserve op korte termijn bijvoorbeeld gesloopt wordt. Hiermee worden desinvesteringen zoveel als mogelijk voorkomen. Echter is dit kader niet leidend, wanneer het op basis van het IHP duidelijk is wanneer welk schoolgebouw toe is aan een grootschalige ingreep kan op basis daarvan door schoolbesturen geacteerd worden en de afweging gemaakt worden of ze in de tussentijd gebruik willen maken van de bestemmingsreserve . Het is immers 8
•
•
•
zonde om de investeringen vanuit de bestemmingsreserve uit te stellen wanneer een school pas over 15 of 20 jaar aan de beurt is voor een grootschalige bouwkundige ingreep; Schoolbesturen kunnen per school eenmalig aanspraak maken op de middelen uit de bestemmingsreserve. Het totale saldo wordt gedeeld door het aantal PO-leerlingen op 1 oktober 2021 (conform DUO). Op het moment van investeren wordt middels het dan geldende marktaandeel van de school berekend hoe groot het gedeelte van het Legaat is dat de school krijg toebedeeld; Omdat schoolbesturen per school maar eenmalig aanspraak kunnen doen op middelen uit het Legaat zijn zij zelf verantwoordelijk voor eventuele herinvesteringen op het moment dat de afschrijvingstermijnen van de gedane investeringen verstreken zijn; De gemeenteraad wordt eenmaal per jaar middels een Raadsinformatiebrief geïnformeerd over de bestedingen vanuit de bestemmingsreserve en de stand van de bestemmingsreserve.
3.3 Financiële uitwerking besteding bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen” Bij bestedingen uit de bestemmingsreserve is het van belang dat een ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’ situatie wordt voorkomen. Hiervoor adviseert de raadswerkgroep om de middelen in de bestemmingsreserve naar rato van het aantal leerlingen op een school te verdelen. Hiermee hebben alle scholen in het Primair Onderwijs binnen de gemeente Boxtel, naar rato, evenveel recht op de middelen uit het legaat. Om dit vorm te geven heeft de raadswerkgroep een financiële verdeling uitgewerkt. De raadswerkgroep adviseert om voor de verdeling van de middelen het leerlingenaantal binnen het Primair Onderwijs op 1-oktober-2021 te hanteren als uitgangspunt. Conform DUO hadden de scholen binnen het Primair Onderwijs in de gemeente Boxtel op 1-10-2021 in totaal 2.538 leerlingen. Wanneer het totale bedrag in de bestemmingsreserve (€ 1.754.205) wordt gedeeld door 2.538 leerlingen dan hebben scholen in het PO in de gemeente Boxtel anno 2022 ‘recht’ op € 691,18 per leerling. Een fictieve school van 150 leerlingen zou daarmee aanspraak kunnen maken op een bedrag van € 103.677.
Om rekening te houden met verschuivingen in leerlingenaantallen, eventuele samenvoegingen van scholen of toevoegingen van nieuwe scholen adviseert de raadswerkgroep om vast te houden aan het leerlingenaantal van 1-10-2021 en dit in de toekomst terug te rekenen op basis van het dan geldende ‘marktaandeel’ van de school in de totale populatie van het PO in de gemeente Boxtel. Voor het berekenen van het marktaandeel van een betreffend school wordt gebruik gemaakt van de laatst beschikbare oktobertelling van DUO op het moment van aanvragen. Onderstaand rekenvoorbeeld geeft weer hoe deze methodiek in de praktijk in zijn werk gaat. Rekenvoorbeeld: School A wil eind 2029 aanspraak maken op haar deel van de middelen en heeft op 1-10-2029 in totaal 375 leerlingen. De totale (fictieve) populatie van de PO-leerlingen in de gemeente Boxtel is op dat moment 2.650. Dit betekent dat school A op 1-10-2029 een marktaandeel heeft van 14%. Omdat bij het uitkeren van de middelen uit de bestemmingsreserve het leerlingenaantal op 1-102021 als uitgangspunt geldt, kan middels het marktaandeel van de school berekend worden op welk deel van de middelen zij aanspraak kunnen maken: Op 1-10-2021 kende Boxtel in totaal 2.538 leerlingen, 14% marktaandeel daarvan komt neer op 355 leerlingen. Dit betekent dat school A voor 355 leerlingen aanspraak kan maken op de middelen uit de bestemmingsreserve.
Hiermee krijgt de school een bedrag van (355 x € 691,18 per leerling) € 245.368,90 (excl. indexering, zie 3.4). 9
Door te werken volgens de ‘marktaandeelmethodiek’ worden de middelen ook in de toekomst naar rato verdeeld conform het oorspronkelijke bedrag per leerling. Hiermee wordt voorkomen dat een groeiende leerling populatie zorgt voor een lager bedrag per leerling en er dus wel een ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’ situatie ontstaat. De raadswerkgroep is dan ook van mening dat dit de meest eerlijke methodiek is om de middelen te verdelen, ook in de toekomst. Technisch gezien bestaat de mogelijkheid dat door verschuivingen in leerlingenaantallen tussen scholen door de jaren heen de optelling van alle marktaandelen niet precies op 100% uitkomt. Dit zou kunnen resulteren in een beperkt overschot of tekort in de bestemmingsreserve. Echter is de verwachting dat de kans op dit effect gering is; vanzelfsprekend schommelen leerlingenaantallen, echter grote verschuivingen tussen scholen zijn minder snel te verwachten omdat een (groot) gedeelte van de scholen in Boxtel een vrij ‘eigen’ voedingsgebied kent. Enkel in de wijken waar meerdere scholen nabij elkaar gesitueerd zijn (zoals in Boxtel-Oost) bestaat de mogelijkheid dat leerlingenstromen door de jaren heen verschuiven en daardoor een (grotere) verschuiving in het procentuele marktaandeel mogelijk is.
Ondanks deze technische kanttekening is de raadswerkgroep van mening dat het hanteren van de ‘marktaandeelmethodiek’ de meest eerlijke manier is om de middelen ook in de toekomst evenredig over de scholen te verdelen. Op het moment dat er aan het einde een beperkt overschot is dan kan dat toegevoegd worden aan de bestemmingsreserve ‘onderwijskundige projecten’ (zie hoofdstuk 4). Mocht er door verschuivingen in leerlingenaantallen een beperkt tekort ontstaan zijn dan is het advies van de raadswerkgroep om dat aan te vullen uit de algemene reserve van de Gemeente Boxtel. Wanneer dit van toepassing is dient de gemeenteraad van de gemeente Boxtel hier vooraf over geïnformeerd te worden.
3.4 Inflatie Omdat een groot gedeelte van de bestedingen vanuit de bestemmingsreserve naar verwachting pas over een aantal jaar gedaan zullen worden dient er rekening gehouden te worden met inflatie om daarmee de waardevastheid van de bestemmingsreserve zoveel als mogelijk te borgen. Het voorspellen van inflatie is vanzelfsprekend niet mogelijk, om enigszins invulling te geven aan dit gegeven adviseert de raadswerkgroep om het Europese streefgemiddelde te hanteren van 2% inflatie per jaar. In de reguliere begrotingsmethodiek van de gemeente vindt ‘automatisch’ jaarlijks 1% inflatiecorrectie plaats. Wanneer deze inflatiecorrectie in de toekomst wijzigt dan dient deze wijziging ook voor deze bestemmingsreserve doorgevoerd te worden. Dit betekent dat aanvullend jaarlijks nog 1% inflatiecorrectie toe gepast moet worden om aan te sluiten bij het Europese streefgemiddelde en de waardevastheid van de bestemmingsreserve zo goed als mogelijk te borgen. Wanneer we er vanuit gaan dat de middelen in de bestemmingsreserve binnen nu en 20 jaar volle dig gebruikt worden door de scholen dienen we voor een periode van 20 jaar inflatie door te berekenen. Een ander uitgangspunt is dat de middelen gelijkmatig uitgegeven worden tijdens deze periode van 20 jaar; ofwel de bestemmingsreserve wordt ieder jaar iets kleiner in omvang.
Wanneer we er rekenkundig vanuit gaan dat de bestemmingsreserve jaarlijks met € 87.710 afneemt door uitgekeerde middelen dan zou de bestemmingsreserve in totaal een bedrag moeten bevatten van € 2.173.751 om de waardevastheid van de middelen ook over bijvoorbeeld 18 jaar nog te kunnen borgen. Dit betekent dat er in totaal over de looptijd van 20 jaar een inflatiecorrectie plaats moet vinden van € 419.546. Hiervan komt de helft (€ 209.773) uit de ‘reguliere’ inflatiecorrectie van de gemeente en moet de andere helft (€ 209.773) op een andere manier gefinancierd worden. De raadswerkgroep adviseert om deze inflatiecorrectie lineair over de periode van 20 jaar toe te passen. Dit betekent dat er jaarlijks € 10.475 toegevoegd moet worden aan de bestemmingsreserve om dat gedeelte van de inflatiecorrectie (de extra 1%) te borgen. De raadswerkgroep adviseert 10
daarbij om hiervoor gebruikt te maken van Deel II van het Legaat van Cooth; de dividenduitkeringen uit de aandelen BNG. Na het jaarlijks ontvangen van deze dividenduitkeringen dient € 10.475 toegevoegd te worden aan de bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen”. Om de inflatiecorrectie compleet te maken dient ook het ‘uit te keren bedrag per leerling’ jaarlijks voorzien te worden van een 2% inflatiecorrectie. Het jaar 2023 vormt daarmee het startjaar met de uitkering per leerling van € 691,18, voor de inflatiecorrectie dient dit bedrag jaarlijks te worden verhoogd met 2%, de eerste inflatiecorrectie vindt daarmee dus plaats in 2024. De berekening van de inflatie is opgenomen in bijlage B bij deze uitwerking.
4. Uitwerking besteding Legaat van Cooth deel II Zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze uitwerking bestaat het Legaat van Cooth, naast de huidige voorziening, ook uit aandelen in de BNG. Deze aandelen genereren een gemiddeld dividend van € 54.000 per jaar (gemiddelde afgelopen 10 jaar). Zoals reeds beschreven adviseert de raadswerkgroep om dit dividend ook in de toekomst geoormerkt te laten voor het Primair Onderwijs in de gemeente Boxtel. Hiermee behoudt de gemeente namelijk de mogelijkheid om het onderwijs een extra bijdrage te leveren waar de kinderen in de gemeente Boxtel van kunnen profiteren. Het advies van de raadswerkgroep is om deze dividenduitkeringen jaarlijks, na ontvangst, toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten”. Zoals benoemd in paragraaf 3.4 wordt jaarlijks € 10.475 van deze dividenduitkeringen toegevoegd aan de bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen” om zo invulling te geven aan 1% inflatiecorrectie. Gemiddeld wordt er daarmee jaarlijks circa € 44.000 toegevoegd aan de bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten”. Ook voor het uitkeren van middelen uit deze bestemmingsreserve zijn door de raadswerkgroep een aantal kaders geformuleerd.
4.1 Kaders bij besteding bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten” • •
•
De middelen in de bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten” zijn additioneel op andere bij de gemeente Boxtel reeds bestaande of wettelijk verplichte middelen; De schoolbesturen in het Primair Onderwijs in de gemeente Boxtel komen jaarlijks, in bijvoorbeeld het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg), zelf met voorstellen voor de besteding van de middelen in de bestemmingsreserve. Het gaat hierbij om voorstellen die niet specifiek voor één school zijn maar voor het gehele Primair Onderwijs in de gemeente Boxtel. Om dit te bereiken dient dan ook volledige overeenstemming te zijn tussen de schoolbesturen over de besteding van de middelen. Bij de bespreking van deze overeenstemming heeft ieder schoolbestuur (groot of klein) een gelijke stem. De raadswerkgroep is van mening dat hierdoor een zo groot mogelijke impact bereikt kan worden met het besteden van de middelen; De bestedingen uit deze bestemmingsreserve kennen een minder duidelijk kader of doelstelling. Het doel is dat het onderwijskundige projecten betreft die bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan een betere invulling van het curriculum, het bieden van extra ondersteuning voor specifieke groepen, het faciliteren van extra onderwijs in een specifieke richting, specifieke (school overstijgende) projecten, het inhuren van specifiek expertise, aanschaffen van bijv. instrumentarium, etc..
Het zou hierbij primair moeten gaan om ‘projecten’ die anders, via reguliere middelen, niet of slechts beperkt mogelijk zijn. De raadswerkgroep is van mening dat 11
• •
•
•
de politiek niet op de stoel van het onderwijs moet zitten en de besteding van deze middelen daarvoor volledig in moet kaderen. Door de bestuurders van het PO jaarlijks gezamenlijk in overleg te laten gaan over de besteding van de middelen is de raadswerkgroep van mening dat daar, vanuit het onderwijsveld, de beste bestedingen uit voort zullen komen; Schoolbesturen kunnen er in overeenstemming ook voor kiezen om de middelen voor een langere periode op te sparen om zo toe te werken naar een groter project of doel; Het voorstel van de schoolbesturen wordt inhoudelijk beoordeeld door een ambtenaar onderwijsbeleid van de Gemeente Boxtel, op basis van de in dit document beschreven uitgangspunten. De praktische uitvoering van het toekennen van de middelen, op basis van het voorstel van de schoolbesturen, ligt bij het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Boxtel; Omdat deze bestemmingsreserve bestaat uit dividenduitkeringen van de aandelen BNG kan het exacte jaarlijkse bedrag vanzelfsprekend fluctueren, de genoemde bedragen zijn dan ook indicatief.
Er kan pas gesproken worden over mogelijke besteding van de middelen in de bestemmingsreserve wanneer de dividenduitkering van het voorgaande jaar, minus de inflatiecorrectie van Deel I, inzichtelijk is en is toegevoegd aan de bestemmingsreserve “Onderwijskundige projecten”; De gemeenteraad wordt eenmaal per jaar middels een Raadsinformatiebrief geïnformeerd over de bestedingen vanuit de bestemmingsreserve en de stand van de bestemmingsreserve.
12
5. Conclusies Als reactie op een, in de raadsvergadering van 5 oktober 2021, unaniem aangenomen motie heeft een daaruit opgerichte raadswerkgroep in de periode januari 2022 – september 2022 onderzoek gedaan naar toekomstige besteding van de voorziening Legaat van Cooth. In de voorgaande hoofdstukken is dat onderzoek uitgewerkt en is het advies van de raadswerkgroep, met bijbehorende technische toelichting, geformuleerd. Concluderend adviseert de raadswerkgroep om na de verkoop van DKA (De Kleine Aarde) de middelen uit de voorziening Legaat van Cooth, aangevuld met de middelen van het Legaat van Cooth die overgekomen zijn uit de gemeente Haaren, over te hevelen naar nieuwe bestemmingsreserve genaamd “Boven normatieve onderwijskundige voorzieningen”. De middelen in deze bestemmingsreserve worden daarmee geoormerkt voor investeringen in de onderwijskundige kwaliteit van schoolgebouwen en de bijbehorende inrichting (zie hoofdstuk 3 voor een uitgebreide beschrijving). Daarnaast is het advies van de raadswerkgroep om de gelden die jaarlijks als dividend uitgekeerd worden uit aandelen in de BNG toe te laten vloeien naar een tweede nieuwe bestemmingsreserve genaamd “Onderwijskundige Projecten”. De middelen in deze bestemmingsreserve zijn geoormerkt voor school-overstijgende onderwijskundige projecten in de gemeente Boxtel.
De kaders hiervoor zijn minder strak geformuleerd (zie hoofdstuk 4), maar bij het toekennen van middelen uit deze bestemmingsreserve is het van belang dat er jaarlijks unaniem consensus is tussen alle schoolbesturen in het Primair Onderwijs binnen de gemeente Boxtel. De uitvoering van het toekennen van de middelen ligt bij het college van B&W van de gemeente Boxtel. De raadswerkgroep is van mening dat door deze middelen toe te kennen conform de gegeven beschrijvingen er een toekomstbestendige besteding van de middelen van het Legaat van Cooth ontstaat die nog steeds, voor zo ver mogelijk, in lijn is met de oorspronkelijke gedachte van De Heer van Cooth. De raadswerkgroep heeft er hierbij naar gestreefd om de uitwerking dusdanig vorm te geven dat deze ook in de nabije toekomst uitvoerbaar blijft en adaptief is aan wijzigende wet- en regelgeving. Het is hierbij van belang om nogmaals te benoemen dat de middelen uit het legaat in alle gevallen boven normatief zijn en niet gebruikt kunnen worden voor ‘reguliere middelen’ en wettelijke overheden (lokaal, regionaal en nationaal) sowieso hebben. Juist dit maakt de middelen uit het Legaat uniek; het tot in lengte van dagen kunnen bieden van iets extra’s aan het onderwijs en daarmee de ontwikkeling van de kinderen in de gemeente Boxtel.
13
Bijlage A – Financieel overzicht voorziening Legaat van Cooth (2018-2022) Verloop Legaat van Cooth stand per 1 januari
2018
2019
2020
2021
2022
715.440,36
736.908,12 1.052.255,66
988.972,34 1.137.993,16
rente
10.732,00
11.054,00
10.523,00
9.890,00
11.380,00
dividend BNG-aandelen
84.464,05
95.147,25
14.355,55
88.470,25
76.117,80
baten complex DKA
16.934,24
40.000,00
0,00
35.000,00
0,00
totaal baten
112.130,29
146.201,25
24.878,55
133.360,25
87.497,80
incidentele baten:
incidentele lasten: kapitaallasten BNG-aandelen
2.921,16
2.921,16
2.921,16
2.019,84
2.019,84
lasten complex DKA
99.095,37
77.810,64
85.240,71
72.319,59
67.700,00
ureninzet meldpunt jeugdzorg/CJG
138.646,00
138.646,00
0,00
0,00
0,00
totaal lasten
240.662,53
219.377,80
88.161,87
74.339,43
69.719,84
VERREKENEN MET VOORZIENING
-128.532,24
-73.176,55
-63.283,32
59.020,82
17.777,96
incidentele baten: verkoop Van Cooth-hoeve + DKA complex
450.000,00
verkoop percelen 22 soc. huurappartementen
885.000,00 440.000,00
incidentele lasten: betaalde bijdrage Collectief renovatie BC en schuur, tbv onderwijs 300.000,00 asbestsanering en bijkomende kosten
-90.000,00 51.475,91
afboeking boekwaarde bezoekerscentrum stand per 31 december
288.865,33 736.908,12 1.052.255,66
988.972,34 1.137.993,16 1.751.905,79
14
Bijlage B – Inflatieberekening bestemmingsreserve “Boven normatieve onderwijsvoorzieningen” Doorrekening inflatie Legaat van Cooth vanaf 2022 Saldo legaat van Cooth na verkoop DKA € 1.751.906,00 Toevoeging gedeelte Legaat van Cooth gemeente Haaren € 2.299,00 Saldo voorziening Legaat van Cooth € 1.754.205,00
Hoe zorgen we voor waardevastheid?
1% 1% 2% € 87.710 gemiddelde besteding per jaar Saldo rente 1% aanvullen Bedrag te bedrag per (bedr x € de inflatie besteden leerling 1.000) 1% tlv div. over 20 BNG jaar 2023 1.754 18 18 89 € 691,18 2024 1.700 17 17 91 € 705,00 2025 1.643 16 16 93 € 719,10 2026 1.582 16 16 95 € 733,48 2027 1.519 15 15 97 € 748,15 2028 1.453 15 15 99 € 763,11 2029 1.383 14 14 101 € 778,38 2030 1.310 13 13 103 € 793,94 2031 1.233 12 12 105 € 809,82 2032 1.153 12 12 107 € 826,02 2033 1.069 11 11 109 € 842,54 2034 982 10 10 111 € 859,39 2035 890 9 9 113 € 876,58 2036 794 8 8 116 € 894,11 2037 694 7 7 118 € 911,99 2038 590 6 6 120 € 930,23 2039 482 5 5 123 € 948,84 2040 368 4 4 125 € 967,81 2041 251 3 3 128 € 987,17 2042 128 1 1 130 € 1.006,91 gemiddelde index. per jaar: 10,475 10,475 104 totaal indexering 209,773 209,773 2.173,751 reken met stand 1/1
Conclusies: 1. met bovenstaande variant kan ter jaarlijks dus met de huidige waarde gemiddeld jaarlijks 87k worden uitgekeerd. De extra inflatie van 1% te dekken uit dividend BNG 2. Met een inflatie van 2% hebben we een bedrag van 2.173,751 nodig voor de periode tot en met 2042; hiervan komt dus 209.773 vanuit de dividendopbrengsten.
15
16