9 - Bijlage 4 - Watertoets Bodenven 1 Den Dungen 30052023 ANO (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Watertoets ter plaatse van de Bodenven 1 Te Den Dungen
Pagina 3 van 21
MI LON
zuiver in advies & onderzoek
(geanonimise rd)
Kr
Watertoets ter
am
Bodenven
ded
plaatse van de 1 Te Den Dungen
mn
(ej
>
U
ke}
ded
5 u
5
EL
(geanonimiseerd)
G a.
le)
5 5 ®
mn
5
Ke] ur
© > G
<<
(geanonimiseerd) Pagina
4
van
21
zuiver in advies & onderzoek
(geanonimise rd) Titel:
Watertoets
Status:
Definitief
Datum:
30 mei
ter
plaatse van
de Bodenven
1 Te
Den
Dungen
2023
(geanonimiseerd) Projectnummer: Auteur:
Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:
20222265
(geanonimise rd)
Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv.
Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen MILON en
bv is
is erkend
gecertificeerd conform
ISO 9001
door
lenW
=
BRL
SIKB
1000
=
BRL
SIKB
2000
=
2003
en
BRL
SIKB
en
het ministerie
van
en
en
de
algemene
en
te
downloaden via
VCA**, voldoet
aan
niveau
aanvullende voorwaarden
3
op de CO2
prestatieladder
voor:
“Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002,
2018; 6000
nazorg”
en
van
“Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen protocol 6001 (processturing en verificatie).
Pagina
5
van
21
MILON
bv
van
www.milon.nl/algemene-voorwaarden.
in
de waterbodem
toepassing.
zuiver
(geanonimise rd)
Inhoudsopgave „Inleiding 1.1. _Opdrachtverlening. 1.2. Aanleiding… …
N
nnen.
13. 1.4. ‚
2.1. .
Betrouwbaarheid
Onderzoekslocatie
0
…
Locatiegegevens
o
Beleid watertoets… 3.1.
Rijksoverheid…
3.2.
Provinciaal beleid
Waterschapsbeleid Gemeentelijk beleid Waterhuishouding 41. Geohydrologie… 42 Overige aspecten
WN
3.3. 34.
„
.
…
…
……….
… … ……
Wateradvies 5.1
„
.
Bevoegd gezag 5.2 _ Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening. nnn Uitgangspunten en randvoorwaarden … en conclusies Samenvatting naaa
…
aanarunanreraeunaneneeuenunseeceeunaneneeerunnneneeaenannneneenen
Bijlage 1. 2.
in advies & onderzoek
Topografische overzichtskaart Weergave herontwikkeling
Pagina
6
van
21
MILON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseserdr)d) 1.
Inleiding
1.1.
_Opdrachtverlening 14 november
Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Bodenven 1 te Den Dungen Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke Op
inzichten
1.2.
en
2022
heeft MILON
bv te
methoden.
Aanleiding
De
aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De herontwikkeling bestaat uit het wijzigen van een bedrijfsbestemming naar 3 burgerwoningen en het wijzigen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. 1.3.
Doel
De watertoets
heeft als doel
besluiten, door plannen planvorming. en
om
alle relevante
1.4.
Betrouwbaarheid
Het
onderzoek is onafhankelijk
financieel niet en
gelieerd
conform de daarvoor
aansprakelijk
voor
water als ordenend
principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de
uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet
aan
eventueel
de
hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina
7
van
21
zuiver
in advies & onderzoek
(geanonimise rd) 2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie
692, 879, 920, de
huidige
980
en
is kadastraal bekend als gemeente 981. De oppervlakte van de gehele
situatie bebouwd
terreindeel is in agrarisch
Op
de onderstaande
Figuur
1 en 2:
Overig
terrein
met
een
Sint-Michielgestel, sectie H‚ nummers 513, 691, locatie bedraagt circa 5.454 m?. De locatie is in bedrijfsgebouw, bedrijfswoning en een schuur Het overige
gebruik.
afbeelding
wordt
een
luchtfoto
van
de onderzoekslocatie
getoond.
Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
omgeving ligt aan de rand van de bebouwde kom van Maaskantje. De omgeving wordt gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin, kleinschalige detailhandel en agrarische en
De onderzoekslocatie
rondom
percelen. Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de (bedrijfs)bebouwing op de onderzoekslocatie vanaf ongeveer halverwege de jaren 60' ontstaan. In de jaren 00' is het bedrijfsgebouw in westelijke richting uitgebreid. De bebouwing in de omgeving van de locatie is vanaf de jaren 60' gestaag toegenomen. Voor het overige is de omgeving van de onderzoekslocatie door de jaren heen weinig veranderd. 2.2.
Ruimtelijk plan of voornemen
De
aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De herontwikkeling bestaat uit het wijzigen van een bedrijfsbestemming naar 3 burgerwoningen en het wijzigen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning.
Pagina
8
van
21
zuiver in advies & onderzoek
(geanonimiseerd)
Perceel
1369m°*
|_
wen! woning
73
)
| , ,
Figuur 3: weergave plan (Bron: In onderstaande
,
Van Boven
1395nf
Perceel
7,
er
Goothoogte 7m Nokhoogte 10m (Conform bestemmingsplan hoogtes Bodenven 2) Bijgebouwen conform bestemmingsplan regels Den Dungen / Maaskantje
%
Architecten)
tabel is weergegeven hoe de
verhardingssituatie
er
in de
huidige
en
toekomstige
situatie
uitziet. Tabel 1.
mann ma EER
situatie
en
1.200
1.165!
-35
65
430
+365
Totaal verhard
1.265
1.595
+330
Totaal
5.454
5.454
-/-
Bebouwing Verharding (oprit/terras)
De
plangebied plangebied
ontwikkeling
toeneemt
met
op de locatie heeft, zoals circa 330 m?.
ngeschat wordt dat 10% van een oprit en terras.
de
blijkt uit de tabel,
tot
gevolg
overgebleven uitgeefbare grond
dat het verhard
oppervlak
per kavel verhard wordt
voor
de
aanleg
van
1 Het toekomstig bebouwd
oppervlak is berekend op basis van de bouwregels uit artikel 5.2 van het bestemmingsplan Den Dungen/Maaskantje vastgesteld 14-04-2016
Pagina
9
van
21
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimise rd) 3.
Beleid watertoets
De
wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem. 3.1.
Rijksoverheid
Waterwet
Op
22 december
getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd regelt oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de en samenhang tussen waterbeleid ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. tot één wet.
2009
is de Waterwet in werking
De Waterwet
het beheer
van
De Wet
gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. e e
In de Wet
dragen
milieubeheer
voor
is de derde
het inzamelen
zorgplicht
transporteren
van
de gemeente opgenomen. stedelijk afvalwater. voor
Pagina
10
van
21
De
gemeente dient zorg
te
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimise rd) Wet
ruimtelijke ordening
De watertoets
en de watertoets is per 1 november 2003 wettelijk
verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. De watertoets
betekent dat
Nationaal
Waterprogramma 2022-2027 programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Het
e e e
Met
deze
punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering
van
de
plannen.
Nationaal Bestuursakkoord Water Met
het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het
watersysteem op
brengen
en
kort
te houden.
Bestuursakkoord. uit de
zo
Een
mogelijke termijn en tegen
Samenwerken actualisatie
is de rode draad het Nationaal
laagste maatschappelijke kosten op het geactualiseerde Nationaal
orde te
van
Bestuursakkoord
Water
(NBW) uit 2003 komt
voort
een invoering Europese Kaderrichtlijn en van aantal begrippen het beschikbaar komen aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. van
de
van
de
(KRW), de noodzaak tot het aanscherping van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase
Water
e e
Pagina
11
van
21
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimise rd) 3.2.
Provinciaal beleid
Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma en
bodembeleid
De ambitie
van
bodemsysteem beleidsopgaven
en
-beheer
2022-2027
voor
het RWP luidt: ‘Brabant en
is bestand
tegen
de korte
(RWP) is de strategische basis
de
voor
het Brabantse
lange termijn, rekening Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven ook van zijn belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. water-
en
heeft in 2050
extremen’.
Om
houdend met
een
klimaatbestendig
en
veerkrachtig
deze ambitie te bereiken werkt
het RWP
water-
en
5
uit:
Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen);
1.
mawN
Waterveiligheid; Vitale bodem;
Klimaatadaptatie
Interim
Omgevingsverordening Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening. In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. De
Interim
Deze
gebieden
worden
te gaan. Voorts
ingezet om
wateroverlast uit
regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten
zijn opgenomen waterveiligheid, afspraken over het beheer en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het rond de Brabantse grondwater drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. normen
de
Verordening
water
voor
Noord-Brabant
In de Provinciale
verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale
milieuverordening Noord-Brabant (PMV) milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. In de Provinciale
Pagina
12
van
21
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseerd) 3.3.
Waterschapsbeleid
Waterbeheerprogramma: Het water-
Water
voor
een
is onontbeerlijk
voor
toekomstbestendige leefomgeving (2022-2027)
gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van belangrijk rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. en
bodemsysteem
als basis
Noord-Brabant.
Met
het
naar
een
Meer
dan ooit is het
een
om
Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke
«
«
«
druppel vasthouden
en
infiltreren
Functies passen zich aan het bodemWat schoon is moet schoon blijven
waterschap
Het
zoek
een
meer
en
deze valt
watersysteem
aan
dan voorheen,
aanpassen antwoorden. Juist de
aan
de veranderende
en
voor
Midden-Brabant
leefomgeving
en op karakteristieke
oplossingen bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is
gaan verwevenheid vereist
wil zich nog
naar
nieuwe
waar
zo
van
alleen succesvol
Dit
als naast de wateropgaven ook
de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de
landbouwtransitie, energietransitie, aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaat het waterschap oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe het waterschap dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaat het waterschap daarbij:
beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken zij keuzes over meerdere in een gebied. opgaven van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken *
van
*
*
en
slimmer
sturen.
Pagina
13
van
21
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseerd) Keur
Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De
De
Keur
is een
verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is
Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: %4, % en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen). een
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. «
*
De
voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren.
het
principe water
Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel Pagina
14
van
21
er
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseerd) relatief veel kleine
plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is 500 m?.
van
de
3.4.
Gemeentelijk beleid
Gemeente
Sint-Michielsgestel
Sint-Michielsgestel is voor de komende jaren verwoord en vastgelegd in haar Gemeentelijk Rioleringsplan, Sint-Michielsgestel 2020-2024. Het VGRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het VGRP legt de gemeente vast wat zij wil bereiken en wat de rol van burgers en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel, en grondwater. Het
beleid
van
de gemeente
Verbreed
Vanuit de wet Milieubeheer wordt
verplicht gesteld afval- en hemelwater gescheiden in te zamelen. wijkreconstructies rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, wordt voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking onderzocht. Daarbij streeft de gemeente naar een ontvlechting van de (afval)waterketen. Afkoppelen is hierbij geen doel op zich, maar een middel om doelen te bereiken. Gemeente (en waterschappen) beschouwen per locatie of afkoppelen doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor omgang met hemelwater is als volgt: 1. hergebruik; Indien
2. vasthouden 3.
het
en
/ infiltreren;
bergen;
4. afvoeren
naar
5. afvoeren
naar
oppervlaktewater; de riolering.
Bij ontwikkelplannen waar het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 250 mz, verwacht de gemeente Sint-Michielsgestel dat er invulling wordt gegevens aan de bergingsopgave. Dit is een aanscherping op de regels van de keur waar dit pas geldt bij een verhardingstoename van meer dan 2000 m2. De initiatiefnemer is vrij om een hemelwatervoorziening te realiseren gezien er in onderhavig plan sprake is van een afnamevan het verhard oppervlak. Hieronder worden
spelregels benoemd die vermeld staan in het vGRP: dat alle hemelwaterriolering gescheiden is van het vuilwater (zie ook Zorg bouwbesluit) en dat het afstroomt richting openbaar terrein; Probeer zoveel mogelijk oppervlakkige voorzieningen te realiseren. Deze zijn goedkoop, robuust en makkelijk te onderhouden. Denk bijvoorbeeld aan een verlaagde tuin ten opzicht van het (de) terras(sen); Kosten voor aanleg en beheer en onderhoud zijn volledig voor de initiatiefnemer; Er is de mogelijkheid om een afkoppelsubsidie van € 500,- per perceel te ontvangen. Dit kan worden kortgesloten met de gemeente Sint-Michielsgestel. *
een
aantal
ervoor
*
=*
=
Pagina
15
van
21
zuiver in advies & onderzoek
(geanonimise rd) Waterhuishouding
4. Om
de
waterbelangen
Watertoets
in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare
wateraspecten bekeken. 41.
Geohydrologie
Globale
hoogteligging
De onderzoekslocatie
nagenoeg geen
heeft
globale hoogteligging van 5,9 m+NAP. Op figuur 4 is te zien dat er hoogteverschil aanwezig is binnen het projectgebied.
Figuur 4. Hoogteverschil
een
onderzoekslocatie (bron: Ahn)
Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 21
van
m-mv
DINOloket
(uitgifte portaal
bestaat de bodem
van
uit de formatie
TNO, Geologische van Boxtel,
hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. Hieronder is tot circa 29 m-mv de formatie van Beegden aanwezig bestaande uit grof zand, en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en grind blokken. Vanaf 84
klei, klei
m-mv en
kleiige eenheid aanwezig, hoofdzakelijk bestaande zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool.
tot 86
midden
m-mv
is de eerste
Pagina
16
van
21
uit
zandige
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseerd) Geohydrologie Naar opgave
provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel
en
van
de
infiltratie
In de
Digitale Wateratlas infiltratiegebied.
van
de
provincie
Noord-Brabant
Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger valt op te maken
dat zich
aan
is te herleiden dat de locatie is gelegen
de
zuidzijde van de
onderzoekslocatie
in een
een
B-
watergang bevindt
NS
Figuur 5: uitsnede Legger
met
watergangen
(Bron: Vastgestelde Legger Oppervlaktewater Waterschap De Dommel).
Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van Maaskantje.
Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt, infiltreert via de onverharde terreindelen of watert af via de aanwezige rioolputten Voor zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde
grondwaterstand is de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) weergeven op 1-1,5 Op gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt eveneens aangegeven op 1-1,5 m-mv. de Klimaateffectatlas
4.2
m-mv.
Overige aspecten
Afvalwater
toekomstige situatie zal de aanwezige rioleringen aangepast nieuwbouwwoningen.
Voor
de
Milieuhygiënische Er is tot op
heden
moeten worden
op de
bodemkwaliteit voor
zover
bekend
geen
bodemonderzoek
Pagina
17
van
21
uitgevoerd
op de onderzoekslocatie.
De
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimise rd) 5,
Wateradvies
5.1
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap compensatie te worden berekend.
Dommel
De
dient, in bepaalde gevallen, de benodigde
_ Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening
5.2
De watertoets
wordt
onderzoekslocatie.
burgerwoningen In de
uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de herontwikkeling bestaat uit het wijzigen van een bedrijfsbestemming het wijzigen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning.
De
en
toekomstige
3
naar
situatie zal de
verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. aan
Tabel 2. verhardingssituatie
huidige en toekomstige situatie
Bebouwing
1.200
1.165
-35
65
430
+365
1.265
1.595
+330
5.454
5.454
-/-
Verharding (oprit/terras) Totaal verhard Totaal
De
plangebied
plangebied
ontwikkeling
toeneemt
met
op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak circa 330 m?. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat
dit op
hydrologisch neutrale manier ontwikkeld voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor
dient te worden
en
er
eveneens
compenserende
het
toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m?) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m?). De benodigde compensatie bedraagt 20 m? (330 m?x 0,06 x 1). Initiatiefnemer
gemeente Sint-Michielsgestel heeft aangegeven dat voorkeur wordt gegeven
en
of greppel
oplossing per kavel. Door op de percelen circa 15 m? in te richten kan worden voldaan aan de bergingsopgave.
Ook kan
eventueel
individuele
er
minimaal kunnen
1,2 er
2
m-mv
rijen
voor
gekozen
bevindt dan
om
aangelegd
infiltratiecapaciteit dient minimaal 1 meter is de verwachting dat dit gehaald zal worden. De
de
aanleg
met
een
krattenveld
van
circa 10 m?.
aan
van
infiltratiekratten, bijvoorbeeld onder de inrit. Indien de
kan volstaan worden
kratten onder elkaar
voor
een
een
wadi
GHG
zich
Bij deze
ghg
worden.
dag
per
Pagina
18
te
bedragen.
van
21
Gezien
de
bodemopbouw
ter
plaatse
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseerd) 6.
Uitgangspunten
Hierna worden de
en
randvoorwaarden
overige uitgangspunten
aangegeven
voor
de infiltratie- of
bergingsvoorziening.
Wateroverlast Om »
»
wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of
bergingsvoorziening afgevoerd; plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden drempelhoogte
wateroverlast ter
instromen; *_
indien
wenselijk
worden
om
dient
een
overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater tijdens extreem weer.
te
opgenomen
overlast te voorkomen
Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen); neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen. Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico's van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; hetis nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de »_
»
»
bodem
te lozen.
Onderhoud Om
de
en
werking
vervuiling van
de infiltratie- of
bergingsvoorziening
in stand te houden dient
men
rekening
te
houden met: *
»
*
»
regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; hetis onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool (DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. hetis aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren. Pagina
19
van
21
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimiseerd) Communicatie Het is
belangrijk om
gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto's mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding et cetera. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten vooraf worden vastgelegd. een
grote betrokkenheid
de (aanstaande)
van
Pagina
20
van
21
MI LON
zuiver
in advies
& onderzoek
(geanonimise rd) Samenvatting
7.
Op
14 november
voor
het uitvoeren
Den
Dungen
inzichten
2022
conclusies
en
heeft MILON
van
bv te
Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, is gelegen ter plaatse van de Bodenven 1 te is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke De onderzoekslocatie
watertoets.
een
Het onderzoek
methoden.
en
Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie
is kadastraal bekend
692, 879, 920,
981. De
als gemeente Sint-Michielgestel, sectie H‚ nummers 513, 691, de gehele locatie bedraagt circa 5.454 m?. De locatie is in
oppervlakte een bedrijfsgebouw, bedrijfswoning terreindeel is in agrarisch gebruik. de
huidige
980
en
situatie bebouwd
van
met
en
een
schuur
Het
overige
Watertoets
herontwikkeling bestaat uit het wijzigen van een bedrijfsbestemming naar 3 burgerwoningen en het wijzigen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Dit heeft tot gevolg dat het verhard oppervlak op locatie toeneemt met circa 330 m?. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. De
toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige oppervlak (m?) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m?). De benodigde compensatie bedraagt 20 m? (330 m? x 0,06 x 1).
Voor
het
verhard
Initiatiefnemer individuele
gemeente Sint-Michielsgestel heeft aangegeven dat voorkeur wordt gegeven
en
of greppel
oplossing per kavel. kan worden voldaan
Ook kan
eventueel
er
minimaal kunnen De
1,2 er
2
m-mv
rijen
Door aan
op de percelen circa de bergingsopgave.
m? in te richten
voor
de
aanleg
aan
van
een
een
wadi
infiltratiekratten, bijvoorbeeld onder de inrit. Indien de GHG zich bevindt dan kan volstaan worden met een krattenveld van circa 10 mê. Bij deze ghg voor
gekozen
15
om
kratten onder elkaar
aangelegd
infiltratiecapaciteit dient minimaal 1 meter verwachting dat dit gehaald zal worden.
worden.
dag
per
te
bedragen.
is de
Pagina
21
van
21
Gezien
de
bodemopbouw
ter
plaatse
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
nd
ie
akin
ammel
e
f
_
VEA
di
EE
en
5
mata.
ends
nh,
.
fn-,
ve Cmr
]
25
—
Ee
nl
|
"e
k
,
Â
23
(lans
.
eN
Perceel
1369m?
Perceel
1395m?
Perceel
1502m?
Ei
©
OD
lef ke) Lea
_
ú)
®
|
L
Tuin
Tuin
ke)
Tuin
On
8
peen
Oo
l
he | Fien
8
Perceel
h=
_1188m?
il
eN
Bestaande
ma
woning
5 RA
22A
Hoofdgebouw Goothoogte 7m Nokhoogte 10m
°
„y
> ;
17%
G44 4
h
SGR
ZZ
/
NT
nn
4
Iepen
4
(Conform
bestemmingsplan 2) hoogtes Bodenven conform
Bijgebouwen bestemmingsplanregels Den Dungen Maaskantje
RE
17
=
4
PN
«
/
Á
Û
15
ien
—&
EEn
RS
0
Haan
TN
NN
EV
EE
NN
/
NE
Bg
&
BSN
Ld =
—
ad
an
ns
Ae
14C
| ern
Er,
-
he
"Rn
|
ni
Eon
mn
mn meene
|
p:
‚
kt
t
\r
3
en
Le _
'
Plan
Herontwikkeling Bodenven te Sint-Michielsgestel
1
Onderdeel
VAN
BOVEN ARCHITECTEN
SCHETS
ONTWERP
Situatie
(geanonimiseerd) (geanonimise rd) Gemeente
SINT-MICHIELSGESTEL
Blad
No.
11K WERK
No.
2020.56