30-09-2024 - Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Omgevingsvisie SMG
Tekst van het document
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel ‘Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel’ Raadsvergadering 3 oktober 2024
Ingediend door:
Vraag
Antwoord
1
PPA
In par.3.1. worden de opgaven benoemd, die samenkomen in deze omgevingsvisie. De fractie PPA mist het oplossen van de woningnood als één van de belangrijkste opgaven, terwijl de woningnood momenteel als de grootste "ongelijkmaker" geldt in Nederland. Waarom is deze opgave niet in deze paragraaf opgenomen?
2
PPA
Bij de kern Berlicum Middelrode is in de visie een randweg ingetekend. De N279 vormt momenteel een randwegfunctie. 1). Hangt de noodzaak van tot onderzoek van deze randweg samen met toekomstige uitbreidingen van woningbouw? 2). Zijn er nog andere overwegingen zijn die bijdragen aan de noodzaak?
Wellicht wordt hier gedoeld op argument 1.3 van het raadsvoorstel. Daar staat: Ook in de gemeente Sint-Michielsgestel zijn veel opgaven die samenkomen in de leefomgeving. Er zijn ook maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, gezonde leefomgeving en klimaatveranderingen, die in Sint-Michielsgestel leiden tot ontwikkelingen. Antwoord: Argument 1.3 van het raadsvoorstel refereert aan maatschappelijke opgaven en geeft een aantal voorbeelden. Het is geen limitatieve opsomming. Uw constatering, dat wonen hier niet expliciet is genoemd is juist. Verder in de paragraaf worden de vier hoofdthema’s genoemd waaronder aangenaam leven, dat ook wonen omvat. Antwoord deelvraag 1: Ja, het hangt met ontwikkeling van woningen samen. Overigens is er geen sprake van een randweg, maar van een randwegfunctie, die een met name een ontsluitingsfunctie heeft voor de woonontwikkeling. Specifiek doel van de aanduiding “randweg” is om de parallel gelegen As Hoogstraat-Milrooijseweg niet extra te belasten met autoverkeer uit nieuwe woonontwikkelingen. De tekst van de Omgevingsvisie is leidend boven de kaart (zie pagina 27). Onder Verbindend netwerk, derde bullit is opgenomen: ‘Mobiliteit, waaronder de ontsluitingsfunctie, is een integraal onderdeel bij de ontwikkeling van uitbreidingslocaties’.
Onder het deelgebied ‘Vitale dorpen’ is het volgende opgenomen: ‘De leefbaarheid in met name de dorpen Berlicum en Middelrode wordt nog steeds beïnvloed door het verkeer dat dwars door de dorpen rijdt. Wanneer aan de noord- en oostzijde van Berlicum en Middelrode woonontwikkelingen gerealiseerd worden kan dit alleen als er onderzoek gedaan is naar nieuwe maatregelen op het gebied van mobiliteit om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Een voorbeeld van een mogelijke uitwerking is de randwegfunctie, aangegeven met een stippellijn. Nader onderzoek van een passende ontsluiting zal uitwijzen hoe de mobiliteitsvraag het beste vorm gegeven kan worden’.
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel ‘Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel’ Raadsvergadering 3 oktober 2024
3
PPA
Op bladzijde 28 van de omgevingsvisie wordt onder betaalbare huur- en koopwoningen gesproken over het splitsen van grote woningen en percelen. De PPA fractie vraagt zich af of dit ook kan worden geëist bij Ruimte voor Ruimte kavels en woningen. En als de PPA zou overwegen in dit kader een amendement in te dienen, kan dit amendement dan aangehaakt worden aan deze omgevingsvisie of beter bij de behandeling van een ander document?
4
PPA
De omgevingsvisie moet worden uitgewerkt in tal van omgevingsprogramma's. Dat vraagt om een aanpak van programma-gestuurd werken. In hoeverre moet de organisatie hierop nog worden ingericht en wat vraagt dit aan inspanning en tijd tot de gestelde ambities? Is de integraliteit tussen de programma's geborgd binnen de huidige organisatie?
5
D66
Valt de teelt van lelies onder ‘teelten die veel water en/of veel chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben?
Antwoord deelvraag 2: In de omgevingsvisie is dit uitsluitend gekoppeld aan woonontwikkelingen. Zie verder het antwoord op deelvraag 1. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Of het splitsen van grote woningen en percelen ook kan worden geëist bij Ruimte voor Ruimte valt buiten het kader van deze omgevingsvisie. Nadere informatie: Er is splitsingsbeleid in voorbereiding als uitwerking van het Programma Volkshuisvesting wonen-zorg-welzijn, dat de raad eerder vaststelde. Als de splitsing van Ruimte voor Ruimte kavels en woningen daar niet of in onvoldoende mate in terug komt, kan op dat moment een amendement worden ingediend. Parallel aan het besluitvormingstraject voor de omgevingsvisie, werken we aan de voorbereidingen voor de uitvoering ervan. De omgevingsvisie zal verder uitgewerkt gaan worden in omgevingsprogramma’s. Het werken met omgevingsprogramma’s is nieuw voor onze gemeente en ambtelijke organisatie. Om de omgevingsprogramma’s op te kunnen stellen en er goed mee te kunnen werken, is het nodig dat we hier het juiste proces voor inrichten en goede werkafspraken voor maken. Vanuit de projectgroep omgevingsvisie is een plan van aanpak opgesteld voor de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s en het invoeren van programmatisch werken. Dit plan van aanpak wordt in kwartaal 3 van 2024 ter instemming voorgelegd aan de directie.
Op basis van het plan van aanpak zal een project worden opgestart om het werkproces voor de omgevingsprogramma’s en het programmatisch werken uit te werken en in te voeren. Afstemming en integraliteit tussen de verschillende programma’s is een belangrijk onderdeel daarin. De teelt van lelies kan inderdaad vallen onder de categorie 'teelten die veel water en/of veel chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben,' zeker in de traditionele teeltvorm. Lelieteelt staat erom bekend dat er vaak veel gewasbeschermingsmiddelen worden
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel ‘Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel’ Raadsvergadering 3 oktober 2024
6
D66
Welke teelten vallen onder de categorie ‘teelten die veel water en/of veel chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben’
7
D66
Heeft het college in beeld wat voor verschillende soort akkerbouw en teelten plaatsvinden in de gemeente en wat die betekenen voor de bodem, de waterkwaliteit en de biodiversiteit?
gebruikt, voornamelijk om schimmelziekten, insecten en onkruid te bestrijden. Daarnaast kan, afhankelijk van de locatie en omstandigheden, ook de waterbehoefte aanzienlijk zijn. Zie hiervoor het antwoord op vraag 6. Tegelijkertijd zien we dat de agrarische sector veel maatregelen treft om zowel het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen (o.a. door deze te vervangen door biologische gewasbeschermingsmiddelen) als water (o.a. door het toepassen van druppelirrigatie) te beperken. De ambitie richt zich op het terugdringen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en water. Het richt zich niet op specifieke teelten. Het is moeilijk om een eenduidige lijst te geven van gewassen die altijd veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. Dit hangt sterk af van factoren zoals: - Bodemsoort: zandgrond houdt bijvoorbeeld minder water vast dan kleigrond, wat kan leiden tot een grotere behoefte aan irrigatie. Daarbij is vanuit de agrarische sector steeds meer aandacht voor een gezonde bodem. In een gezonde bodem worden de voedingsstoffen beter door de planten opgenomen en het organisch stofgehalte verhoogd. Hierdoor houdt de bodem beter water vasthoudt en worden meer ziekten en plagen op een natuurlijke manier in toom gehouden.
- Klimaatomstandigheden: droge periodes of juist overmatige regenval beïnvloeden de behoefte aan water en chemische gewasbeschermingsmiddelen. - Teeltmethode: traditionele, intensieve teeltmethoden vergen vaak meer grondstoffen, zoals water en chemische gewasbeschermingsmiddelen, dan biologische of extensieve teeltmethoden. De uitwerking hiervan vindt plaats in het programma. De gemeente heeft op dit moment geen gedetailleerd overzicht van de specifieke gewassen die geteeld worden in de gemeente, noch van hun effecten op bodem, waterkwaliteit en biodiversiteit. Dit kan een van de te onderzoeken opgaves zijn in het programma vitaal buitengebied.
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel ‘Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel’ Raadsvergadering 3 oktober 2024
8
D66
Wat is de planning voor het vaststellen van de omgevingsprogramma's en het omgevingsplan?
9
Fractie SMG
Hoe bindend is de Omgevingsvisie voor toekomstige ontwikkelingen?
Er is nog geen specifieke planning voor het vaststellen van de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. In de Omgevingswet is vastgelegd dat gemeenten tot 1 januari 2032 de tijd hebben om één omgevingsplan te maken voor het gehele grondgebied van de gemeente. In 2025 starten we het project op voor het opstellen van het omgevingsplan voor Sint-Michielsgestel. Voor uitwerking en vaststelling van de omgevingsprogramma’s is eerst een goed uitgewerkt en geborgd werkproces nodig voor hoe we omgevingsprogramma’s gaan opstellen én ermee gaan werken. Daarbij hoort ook dat er gekeken wordt naar de prioritering van de op te stellen omgevingsprogramma’s. We kunnen ze namelijk niet allemaal tegelijk oppakken. Naar verwachting zal hier begin 2025 mee gestart worden. De omgevingsvisie is voor de gemeente zelfbindend en heeft geen directe juridische gevolgen voor andere partijen. Wel vormt de visie het kader voor de nadere uitwerking in omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en ook concrete projecten en initiatieven. Dit betekent dat de gemeente zich dient in te spannen om de genoemde ambities te realiseren. Een visie is op hoofdlijnen, hoe we dit gaan doen is uitwerking in programma’s en omgevingsplan. In theorie zou in een bepaald programma afgeweken kunnen worden van wat er in de omgevingsvisie is opgenomen over het betreffende onderwerp.
Het is echter juist de bedoeling om omgevingsvisie en programma’s op elkaar af te stemmen en te verbinden. Via tussentijdse monitoring en evaluatie, waarin de raad uitdrukkelijk wordt meegenomen, en uiteindelijk actualiseren van de visie zelf (bevoegdheid van de raad) na uiterlijk 4 jaar, kan de raad zo nodig bijsturen in het beleid. Afwijkingsmogelijkheid omgevingsvisie. De kernkwaliteiten van Sint-Michielsgestel zijn: Dorps en groen wonen met de stad nabij (Zie onder Dromen). Onder ‘Doorwerking van de omgevingsvisie’ staat in de tweede alinea het volgende: “Op het hoge schaalniveau van de omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten, ambities en de opgaven vaak goed met elkaar te
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel ‘Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel’ Raadsvergadering 3 oktober 2024
combineren. Bij de concretere uitwerking van de omgevingsvisie kan het behouden van kernwaarden of het niet realiseren van opgaven op gespannen voet staan met de opgaven. Het leidende principe is, dat initiatieven en projecten geen afbreuk mogen doen aan de kernkwaliteiten van de gemeente als geheel. Een beperkte plaatselijk afname van een of meer kernkwaliteiten kan verdedigbaar zijn, als hiermee een zwaarwegend maatschappelijk belang is gediend. Deze afweging is in elke situatie anders en zal dus per geval moeten worden gemotiveerd”.
10
Fractie SMG
In hoeverre is het mogelijk om woningbouwlocaties te ontwikkelen buiten de aangewezen zoekgebieden?
Hiermee is aangesloten bij de vaste jurisprudentielijn van de Raad van State dat de gemeente kan afwijken van zijn eigen beleid, indien deze afwijking deugdelijk wordt gemotiveerd. De omgevingsvisie bevat een afwijkingsmogelijkheid (zie vraag 9 onder het kopje ‘Afwijkingsmogelijkheid omgevingsvisie’). Deze afwijkingsmogelijkheid kan ook ingezet worden voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties buiten de aangewezen zoekgebieden (zie hieronder). Hoe groter de afwijking ten opzichte van de omgevingsvisie, hoe zwaarder de motiveringsplicht geldt. Zaken die bij de motivering mogelijk aan de orde komen zijn; waarom een extra woningbouwlocatie als de locaties die op kaart aangegeven zijn, nog niet zijn gerealiseerd en wat zijn de aanwezige waarden en opgaven van de nieuwe locatie, bijvoorbeeld water, landschappelijk waardevolle gebied, geluid etc. Hoofdlijn Omgevingsvisie Om de opgave voor wonen te behalen kijken we eerst wat binnen de bestaande kernen mogelijk is. Om de ambities voor wonen te behalen is echter meer nodig. Daarom zijn kleinschalige uitbreidingen mogelijk aan de randen (Uitgangspunten aangenaam leven bullit 4). Onder deelgebied Vitale dorpen is een directe link opgenomen tussen tekst (leidend) en kaart: “Daarnaast zijn uitbreidingen aan de randen mogelijk, op de kaart aangegeven met de zoekgebieden, zoals bijvoorbeeld locatie ‘De Bus’ “.
Dit betekent, dat in de Omgevingsvisie
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel ‘Vaststellen omgevingsvisie Sint-Michielsgestel’ Raadsvergadering 3 oktober 2024
wordt gekozen voor de op kaart aangegeven zoekgebieden ‘Dorpse en groene woonuitbreiding’. Onder ‘Uitgangspunten krachtige economie’ is onder bullit 3 het volgende opgenomen: “Er zijn agrariërs die willen stoppen met hun agrarisch bedrijf. Zij krijgen de ruimte om onder voorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Voor de gebouwen en erven ligt hierbij de nadruk op kleinschalige recreatieve voorzieningen, duurzame energieopwekking en kleinschalige woonvormen”.
11
Fractie SMG
Zo ja, onder welke voorwaarden kan dit mogelijk gemaakt worden?
Zoals gezegd kan ook in afwijking van het voorgaande op andere locaties woningbouw plaatsvinden mits hiervoor een deugdelijke (draagkrachtige) motivering kan worden gegeven. Deze mogelijkheid is al benoemd in de omgevingsvisie en is ook op basis van vaste jurisprudentie toegestaan. Een aanpassing in de visie is dus niet nodig. Zie ook antwoord onder vraag 9 afwijkingsmogelijkheid omgevingsvisie.