CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

15.d - Bijlage 3 - Notitie van uitgangspunten

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 11 november 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: 15. Raadsvoorstel transitievisie warmte2.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transitievisie Warmte Leidende principes en selectiecriteria

Conceptnotitie

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Proces

3

3.

Leidende principes

3

4.

Selectiecriteria

5

2

1.

Inleiding

De gemeenten Vught, Boxtel en Sint-Michielsgestel werken samen met stakeholders aan drie afzonderlijke Transitievisies Warmte, die voor de zomer van 2020 ter besluitvorming zullen worden aangeboden. Elke gemeente moet uiterlijk in 2021 een dergelijke visie vaststellen, waarbij het tijdspad tot 2030 wordt weergegeven van buurten waarin stappen naar aardgasvrij worden gezet (55% CO2 reductie). Per buurt wordt ook een voorkeursrichting aangegeven voor de toekomstige aardgasvrije infrastructuur. De Nederlandse overheid heeft het doel uiteindelijk in 2050 95% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van het jaar 1990. In Nederland gebruiken we vooral aardgas om gebouwen te verwarmen. Daarom heeft het warmtegebruik in de gebouwde omgeving een grote rol binnen de transitie naar duurzame energie. De warmtetransitie zal door iedereen die in Vught, Boxtel en Sint-Michielsgestel woont of werkt worden gevoeld. Het is belangrijk dat alle betrokken partijen die aan de slag gaan met de warmtetransitie, idealiter eenzelfde visie nastreven. En dat deze visie aansluit bij de gemeenten en haar inwoners, waarbij naast duurzaamheid ook betaalbaarheid en leefbaarheid aan de basis van onze keuzes en vervolgstappen staan.

2.

Proces

De Transitievisie Warmte maakt onderdeel uit van de warmtetransitie. Dit is een complex proces dat meerdere jaren duurt. Verschillende partijen hebben een aandeel in dit proces en moeten met elkaar aan de slag om stappen te zetten in de warmtetransitie. Een brede groep stakeholders1 is als projectgroep betrokken bij het visievormingsproces om te zorgen dat we met elkaar dezelfde basis gebruiken om keuzes te maken. Met de projectgroep hebben we uitgangspunten geformuleerd die als leidende principes dienen voor de warmtetransitie nu en in de toekomst. De uitgangspunten hebben we vertaald naar concrete selectiecriteria om te komen tot startbuurten2 en een prioritering. Een doelgroepenbenadering behoort ook tot de mogelijkheden.

3.

Leidende principes

In dit hoofdstuk gaan we in op de kernwaarden van de warmtetransitie in de gemeenten Vught, Boxtel en SintMichielsgestel. We spreken daarom van leidende principes. Leidende principes zijn algemene uitgangspunten die van toepassing zijn op de gehele warmtetransitie in de gemeenten Vught, Boxtel en Sint Michielsgestel. Alle stappen die worden gezet in de warmtetransitie kunnen getoetst worden aan deze leidende principes om op die manier het draagvlak bij de inwoners en de belangrijkste stakeholders te waarborgen. We zijn gekomen tot de volgende leidende principes: •

Draagvlak

•

Betaalbaarheid

1 Op 10 december 2020 vond de kick-off plaats. Vertegenwoordigers van diverse afdelingen van de gemeenten Vught, Boxtel en Sint Michielsgestel,

Wonen bij Joost, EC Boxtel, KANT, Waterschap de Dommel & Waterschap Aa en Maas, Woonmeij, Brabant wonen, Charlotte van Beuningen, MKB Vught, VET Vught, Enexis en Woonveste. 2 Een buurt waar tussen nu en 2030 wordt gestart met planvorming of haalbaarheidsonderzoek naar aardgasvrij of de stappen daartoe

3

•

Koppelkansen

•

Laaghangend fruit

•

Toekomstbestendig & duurzaam

•

Comfort & gezondheid

•

Omgevingspassende oplossingen

Deze leidende principes lichten wij in onderstaande paragrafen nader toe. 3.1. Draagvlak We streven naar draagvlak onder inwoners en stakeholders. De warmtetransitie raakt inwoners, bedrijven en bezoekers in hun persoonlijke leefomgeving. De keuzes die worden gemaakt met impact op gebouwen en de openbare ruimte moeten zo veel mogelijk door betrokkenen gesteund worden. Overlast van fysieke maatregelen moet hierbij voldoende beperkt worden. Dit houdt in dat er veel aandacht gaat naar communicatie en participatie, zodat voor kansrijke warmteoplossingen idealiter iedereen aan boord is. Dit betekent scherp oog hebben voor urgentie, motivatie en inspiratie op voornamelijk buurtniveau. Samen met initiatieven vanuit inwoners kijken we hoe we kansen kunnen benutten. En we bieden duidelijkheid over de invloed en impact van nieuwe warmteoplossingen. Dit betekent ook waar mogelijk zekerheden bieden bij alternatieven van aardgas. Het bieden van perspectief op betaalbare oplossingen zal de bereidheid van betrokkenen toenemen. 3.2. Betaalbaarheid We streven naar zo betaalbaar mogelijke oplossingen. Uitgangspunt is dat de warmtetransitie financieel haalbaar moet zijn voor iedereen. Dit maken we zoveel mogelijk inzichtelijk voor individuele betrokkenen.

We beseffen ons dat we hiervoor ook afhankelijk zijn van keuzes die op landelijk niveau worden gemaakt en dat uit verder onderzoek in de wijken moet blijken wat de (verdeling van) kosten gaan zijn. Maar we dragen zo goed mogelijk bij door in de visie voor te sorteren op wijken waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn met oog voor de baten (zie ook selectiecriteria), maar vooral doelmatig met betrekking tot de gewenste CO2-reductie. Dit betekent ook dat we oog hebben voor no regret maatregelen waarmee een gebied in stappen wordt voorbereid op het aardgasvrij maken (zoals isolatie en laag-temperatuurverwarming). 3.3. Koppelkansen Naast het realiseren van de laagst maatschappelijke kosten, streven we ook naar een efficiënte manier van organiseren en daardoor meer comfort in de warmtetransitie. Dat doen we door projecten die plaatsvinden in de openbare ruimte, de ondergrond en in woningen (sociaal en particulier) waar mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Daarmee besparen we kosten en voorkomen we bovendien onnodige overlast. Dit vraagt om een integrale aanpak van de warmtetransitie, waarbij scherp gekeken wordt naar andere (beleids-)opgaven in wijken. Hierbij waken we er wel voor dat we in wijken de ambities niet blijven stapelen. De integrale opgave moet te overzien zijn en niet te complex worden gemaakt.

Dit vermindert de slagvaardigheid van de warmtetransitie in wijken. Het koppelen van verschillende (beleids-)opgaven vraagt ook aandacht voor het bestuurlijke besluitvormingsproces. 3.4. Laaghangend fruit Naast een integrale aanpak hebben we ook oog voor het laaghangend fruit: kansrijke (no regret) oplossingen op de korte termijn of aanhaken op bestaande initiatieven. Het gaat om de relatief eenvoudige maatregelen in de warmtetransitie die betrokkenen kunnen inspireren én motiveren voor de grotere opgave in de wijk. Elke stap is er immers één. Zo is energiebesparing bijvoorbeeld een relatief kleine stap met grote impact om CO2 te besparen. Enerzijds ligt de oplossing in het gedrag van mensen en anderzijds in isolatiemaatregelen op

4

pandniveau. Aanpassingen waar betrokkenen direct mee aan de slag kunnen. Een aanpak op pandniveau behoort tot de mogelijkheden. 3.5. Toekomstbestendig & duurzaam We hebben oog voor toekomstbestendigheid. We staren ons niet blind op maatregelen met de laagst maatschappelijke kosten. Investeringen van nu zijn duurzaam en dragen bij aan een toekomstbestendige wijk. We houden daarom vast aan een langetermijnvisie met alle onzekerheden die daaraan gekoppeld zijn. Laaghangend fruit en maatregelen met de laagste maatschappelijke kosten moeten hieraan bijdragen. Duurzaam betekent dat we oplossingen beschouwen die bijdragen aan de landelijke CO2-doelstellingen (55% reductie in 2030) én andere ambities zoals de circulaire economie en klimaatadaptatie. We maken hierin weloverwogen en gedragen keuzes zonder spijt (‘no regret’ maatregelen). Verduurzamen doen we stap voor stap, waarbij we een realistische balans bewaken tussen ambitie en haalbaarheid. 3.6. Comfort & gezondheid We realiseren ons dat de warmtetransitie geen doel op zich is, maar juist een middel om te komen tot een CO2neutrale en circulaire gemeente waar inwoners gezond, veilig en comfortabel wonen, werken en leven. Om de focus te houden, beschouwen we de warmtetransitie als onderwerp van gesprek, maar liggen onze keuzes altijd in het verlengde van de bredere doelen.

Dit staat ook centraal in de communicatie richting inwoners en stakeholders. 3.7. Omgevingspassende oplossingen De keuzes die we in warmtetransitie maken sluiten aan bij de specifieke straat, wijk of gemeente. Uniformiteit in het type bebouwing, het bouwjaar en de mate van isolatie kan bepalend zijn voor de schaal en het soort oplossing dat toegepast gaat worden. Maar ook de bereidheid tot meedoen en de andere opgaven die spelen hebben invloed op de keuzes die worden gemaakt.

4.

Selectiecriteria

De warmtetransitie is een stapsgewijs proces, waarin we buurt voor buurt plannen gaan maken en uitvoeren. Terwijl we dat doen, blijven we continu leren en evalueren. Onder buurten verstaan we de gehele gebouwde omgeving, zowel woonwijken als bedrijventerreinen of kantoorgebieden. We kunnen niet overal in de gemeenten tegelijk aan de slag. Het is daarom van belang om duidelijke keuzes te maken om te komen tot een realistisch tijdpad waarin buurten aardgasvrij worden. Op basis van onderstaande criteria, in willekeurige volgorde, zal bij het opstellen van de transitievisie warmte worden bepaald welke buurten wanneer in dit tijdpad vallen. De geselecteerde buurten worden de “startbuurten” genoemd. •

Impact maken

•

Draagvlak

•

Laagste maatschappelijke kosten

•

Werk met werk

•

Diversiteit

•

Kansrijke uitrolstrategie

Buurten die op basis van de selectiecriteria als kansrijk worden beschouwd, zullen eerder aan bod komen. In de transitievisie warmte zal ook ingegaan worden op tussenstappen in het proces naar volledig aardgasvrije buurten, zoals no-regret maatregelen en hybride oplossingen.

5

4.1. Impact maken De buurten waar we het meeste impact kunnen maken, krijgen de voorkeur. Onder impact maken verstaan we dat we relatief eenvoudig snelle of grote stappen kunnen maken richting aardgasvrij. Drie factoren zijn daarop van invloed: 1) homogeniteit en bronkansen 2) eigenaarschap en 3) omvang. Homogeniteit en bronkansen Een homogene gebouwde omgeving bevordert de slagkracht omdat hiermee meerdere gebouwen gelijktijdig en met een zelfde oplossing aangepakt kunnen worden. Homogeniteit heeft vooral betrekking op het type en bouwjaar van de gebouwen in een gebied. Naast homogeniteit is de beschikbaarheid van een lokale duurzaamheid bron ook van invloed op de kans van slagen en daarmee de impact van een plan. Eigenaarschap Eigenaarschap van een project, bijvoorbeeld vanuit een organisatie of initiatief, zorgt voor een perspectief op realisatie na visie- en planvorming. Eigenaarschap kan betrekking hebben op eigendom van een relatief groot deel van het vastgoed om massa te creëren (van bijvoorbeeld een woningcorporatie). Maar eigenaarschap kan ook verantwoordelijkheid en investeringsbereidheid betekenen van (een collectief van) inwoners of bedrijven. Omvang Met de Transitievisie Warmte willen we realistische stappen zetten en tevens het aardgasvrijdoel niet uit het oog verliezen. Grotere gebieden krijgen de voorkeur om sneller naar deze doelen toe te werken.

4.2. Draagvlak In de warmtetransitie komen we achter de voordeur bij inwoners en organisaties. Buurten waar het draagvlak hoger is, of waar sprake is van voorlopers in de energietransitie, krijgen daarom de voorkeur. We kijken daarbij naar bestaande initiatieven en de bereidheid onder bewoners en bedrijven op basis van duurzaamheidsprofielen. Het tonen van goede voorbeelden kan het draagvlak vergroten. We staren ons niet blind op kwantitatieve data, maar we zullen vooral kwalitatief tot afwegingen moeten komen door oog te hebben voor de kwaliteit van het gesprek met de betrokken inwoners en stakeholders in de buurten.

4.3. Laagste maatschappelijke kosten We kiezen voor wijken waar de maatschappelijke kosten voor warmteoplossingen het laagst zijn, waarbij ook is voor toekomstbestendigheid en comfort. Om dit te bepalen maken we een vergelijkende analyse tussen twee modellen om per buurt de laagst maatschappelijke kosten te bepalen (zie kader). In de analyse wordt uiteraard ook rekening gehouden met de opbrengsten én de risico’s (zoals bodem). De woningdichtheid van een wijk kan hiervoor bepalend zijn. Er moet een gezonde balans zijn tussen financieel en maatschappelijk rendement. Het laatste heeft vooral betrekking op de mate waarin een maatregel bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van een wijk. Daarnaast moet ook sprake zijn van de praktische uitvoerbaarheid van een maatregel. Daarvoor is ook gedegen afstemming nodig met betrokken stakeholders.

6

Laagste maatschappelijke kosten In deze Transitievisie Warmte zijn de maatschappelijke kosten de basis voor de analyse die is gedaan naar de alternatieve warmteoplossing per CBS-buurt. Onder maatschappelijk kosten worden de totale kosten voor het realiseren van een aardgasvrije energievoorziening in een wijk verstaan: •

Kosten voor het aanpassen van de woningen (transitiegereed maken met isolatie, ventilatie en elektrisch koken)

•

Kosten voor het aanpassen van de energie-infrastructuur

•

Kosten voor de productie en levering van warmte/elektriciteit/gas

•

Kosten voor koppelkansen met het oog op toekomstbestendigheid

Op basis van deze analyse is een beeld gevormd van de totale kosten van de stakeholders gezamenlijk. Op wijkniveau zijn zowel de investeringskosten per woning inzichtelijk gemaakt als de onrendabele top over een periode van dertig jaar. De optie met de laagste onrendabele top heeft de laagste maatschappelijke transitiekosten, op basis van de kennis van nu. Het minimaliseren van maatschappelijke kosten draagt bij aan de gezamenlijke betaalbaarheid, maar geeft geen inzicht in de betaalbaarheid voor individuele stakeholders. In een mogelijk vervolg in de wijk is het belangrijk dat meer inzicht wordt verkregen in de kosten en opbrengsten voor alle stakeholders in de warmteketen.

4.4. Diversiteit De verleiding is groot om alleen wijken te selecteren waar draagvlak is, een hoge fysieke dichtheid en waar de bewoners de kosten van de warmtetransitie kunnen veroorloven. De warmtetransitie is er echter voor iedereen. Daarom wordt in de prioritering, naast homogeniteit (zie 4.2), ook gestreefd naar een selectie van wijken met een hoge diversiteit. Zowel sociaal als fysiek. Uiteindelijk willen we dat alle drie de gemeenten volledig aardgasvrij worden. 4.5. Werk met werk Wijken krijgen de voorkeur als er geplande investeringen in de wijk zijn waarmee een koppeling gemaakt kan worden. Denk aan geplande herstructurering in wijken. Geplande investeringen kunnen plaatsvinden in de grond (bijvoorbeeld bodemkwaliteit, grondwater, riolering en netbeheer), in de omgeving (werkzaamheden in de openbare ruimte en nieuwbouw) en in de woningen en gebouwen (onderhoudsplanning vastgoed). 4.6. Basis voor uitrolstrategie Naast de bovenstaande criteria zullen we vanuit strategisch oogpunt altijd kijken of pilots in buurten of de geselecteerde wijken mogelijk ook een logische basis zijn voor een verdere uitrol van de warmtetransitie in de gemeente (zowel sociaal als fysiek). Zoals eerder aangegeven zal de hele gemeente uiteindelijk aardgasvrij worden. Zo zullen investeringen in kansrijke wijken de potentie in bijvoorbeeld aangrenzende buurten of wijken kunnen vergroten.

Kortom, de prioritering van wijken kan in de tijd veranderen. Een periodieke actualisatie van de transitievisie Warmte is dan ook wenselijk.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=b21767b5-33a6-42b2-b0d1-699fad46596c