14 - Raadsvoorstel Uitvoering visie zonne energie 2020 SMG
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
1321468
Portefeuillehouder:
Sam Goossens
Steller:
John van Zuijlen
Onderwerp Uitvoering visie zonne-energie 2020 Sint-Michielsgestel
Status Besluitvormend
Voorstel Raad 1. In te stemmen met het voornemen van het college om zonder tussentijdse evaluatie, 24,3 hectare zonneparken te gunnen.
Inleiding Tijdens de raadsvergadering op 17 december 2020 ging de gemeenteraad akkoord met het onderdeel zonneparken in de visie zonne- en windenergie. In die visie is een tender voor 20 hectare zonneparken opgenomen. In die vergadering heeft de raad de motie “Evaluatie eerste tranche zonneparken” aangenomen, waarin ze het college verzoeken eerst een tender voor 10 hectare open te stellen en na evaluatie een voorstel voor de omvang van een volgende tender aan de raad voor te leggen voor de rest van de opwekopgave.
Beoogd resultaat Een zo doelmatige en maatschappelijk wenselijke invulling van de opwek opgave aan hernieuwbare elektriciteit.
Argumenten 1.1 De tender heeft het gewenste resultaat opgeleverd Door netcongestie zijn tot in ieder geval 2027 geen grootverbruiker aansluitingen voor de teruglevering van opgewekte elektriciteit mogelijk, waardoor geen nieuw grootschalig zon op dak en op land mogelijk is. Om de RES-opgave (0,04 TWh) conform de afspraken met het Nationaal Programma RES (NPRES) tijdig te realiseren (vóór 2025) is het nodig dat we fysieke ruimte reserveren voor de opgave. Daarom heeft het college besloten om toch deze tender te starten ondanks dat initiatiefnemers nog geen beeld hebben van de toekomstige kosten en baten van zonneparken. Dit maakt verdienmodellen onduidelijk en dit kan initiatiefnemers weerhouden om verzoeken in te dienen. Daarom zijn we verheugd dat 7 verzoeken voor in totaal 36 hectare aan zonneparken zijn ingediend. Deze verzoeken zijn door de commissie zonneparken beoordeeld en het beoordelingsverslag is in de geheime, niet openbare bijlage 1 opgenomen. 1.2 De mogelijkheden voor windenergie in en nabij de gemeente zijn beperkt Inmiddels is uit het regionale onderzoek van To70 duidelijk dat in de gemeente Sint-Michielsgestel er hoogtebeperkingen zijn voor windenergie vanwege luchtvaartbelangen van defensie. Deze hoogtebeperkingen laten alleen windturbines met een tiphoogte van 160 meter toe. Dergelijke windturbines worden niet meer gemaakt omdat ze niet rendabel zijn.
Rendabele windturbines vereisen een tiphoogte van 240 meter. Daarnaast is de kans op radarverstoring groot en kan windenergie toekomstige woningbouw in bepaalde gebieden belemmeren. Nader onderzoek naar radarverstoring kan plaatsvinden door TNO door invoer in hun model, dat zij voor defensie beheren. In Meierijstad is dat al gedaan en van de 40 onderzochte locaties daar bleven er 2 over. Daarom moet de RES opgave aan hernieuwbare elektriciteit voor 2030 (0,04 TWh) nagenoeg volledig ingevuld worden door zon op gebouwen en op land en zijn er hierdoor ook geen mogelijkheden om kabels voor wind- en zonneparken te delen, om daarmee de efficiëntie van het netwerk te vergroten. 1.3. De afspraken met NPRES en regio om vóór 2025 de opgave vergund te hebben bieden geen ruimte voor een nieuwe tender en daarom wordt gevraagd om 24,3 hectare te gunnen Uit de tender blijkt dat er voldoende kwaliteit in de verzoeken zit om meteen door te pakken naar de totale opgave. Tot nu toe is van de totale RES opgave voor Sint-Michielsgestel (0,04 TWh) ongeveer 40% door grootschalig zon op dak gerealiseerd (zonnepanelen op woningen achter de meter tellen mee voor de besparingsopgave binnen de RES). Het overige deel kan door deze 24,3 hectare aan zonneparken gerealiseerd.
In de aangenomen motie “Evaluatie eerste tranche zonneparken” van 17-12-2020 vraagt men het college om te starten met een tender van 10 hectare en om na evaluatie een advies aan de gemeenteraad voor te leggen voor een volgende tender. Dit kan door een nieuwe tender, maar gezien de tijdsdruk die het NPRES vraagt om de RES opgave vóór 2025 vergund te hebben en gezien de resultaten van deze tender, kan daar ook in voorzien worden
door voor in totaal 24,3 hectare aan zonneparken (inclusief de landschappelijke inpassingszone) te gunnen.
Kanttekeningen 1.1. Netcongestie en het streven naar lokaal eigendom kunnen een tijdige realisatie van de productie vertragen of de exploitatie in gevaar brengen Doordat niet duidelijk is wanneer aansluitingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden, kan dit het tijdstip dat zonneparken in productie gaan vertragen. In alle zonneparken binnen de tender is rekening gehouden met (batterij-)opslag, wat in de toekomst waarschijnlijk een voorwaarde voor subsidie is en de mogelijkheden voor toekomstige aansluiting kan versnellen. De garantie dat de volledige looptijd van de vergunning benut kan worden voor de productie van elektriciteit kan juridisch ondervangen worden door in de vergunningen op te nemen dat deze pas in werking treden op het moment dat het zonnepark elektriciteit gaat produceren. Op dat moment start de instandhoudingstermijn van 25 jaar. Maar die onzekerheid in de business case houdt wel het risico in dat óf ontwikkelaars en investeerders afzien van de verdere ontwikkeling óf dat men niet slaagt in het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. De stijgende rente vergroot het risico en daarmee het benodigde eigen vermogen dat lokale coöperaties daarvoor moeten inbrengen.
De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en het BODE-fonds, dat zij hiervoor ter beschikking hebben, samen met de bestaande coöperatie Dommelstroom en het regionale Platform Coöperatief Duurzaam kunnen dit lokaal eigendom stimuleren. Belangrijk hierbij is dat er lokaal draagvlak is voor de opgave en dat die participatie op een goede wijze van de grond komt. Naast de initiatiefnemers heeft ook de gemeente een taak in het creëren van dit draagvlak. 1.2. Het kabinet wil zonnepanelen niet zonder meer op landbouwgrond De inzet van de zonnebrief van 6 juli 2023 is om de Voorkeursvolgorde Zon, de verplichting tot zon-PV boven nieuwe parkeerplaatsen en het “nee, tenzij” juridisch te verankeren in provinciale regels met of zonder een Rijksinstructieregel. Minister Jetten wil dit verankeren in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor 1 juli 2024. Dit kan inhouden dat vanaf die datum zonneparken op landbouwgrond niet meer zijn toegestaan, als die nog niet vergund zijn. Dit is afhankelijk van het potentieel in de andere treden van de voorkeursvolgorde (dus op dak of objecten). Het voornemen van de minister was om hier in september 2023 een besluit over te nemen, maar door de val van het kabinet is hier vertraging in opgetreden. Daarbij zal de impact van de “nee, tenzij” op de RES-doelstellingen voor duurzame opwek middels zon-PV in kaart worden gebracht.
Dit “nee, tenzij” is overigens al vastgelegd in het provinciale beleid van alle 12 provinciën, blijkt uit onderzoek bij die zonnebrief. In het Bestuursakkoord Brabant 2023-2027 wordt zon op (landbouw-)grond als laatste trede van de zonneladder wel toegestaan. In 9 van de 12 akkoorden van provincies wordt zon op landbouwgrond niet toegestaan. Dit vermindert de noodzaak voor een Rijksinstructieregel voor een verbod van zon op landbouwgrond. Richting de toekomst blijft het onzeker of zonneparken op landbouwgrond toegestaan blijven. Als we als regio de reële potentie voor zon op dak en potentie in beeld kunnen brengen en daarmee kunnen aantonen dat zonneparken op landbouwgrond noodzakelijk zijn ter voldoening van de RESopgave, dan kan dit wel het “nee, tenzij” motiveren. 1.3 De beperkingen voor windenergie belemmeren een efficiënt energiesysteem Op momenten dat de zon niet schijnt, waait het vaak wel. Door aansluitingen voor zonne- en windparken te combineren, kan een kostenvoordeel in de exploitatie van die parken verkregen worden, maar het beperkt ook de maatschappelijke kosten in de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Afgezien nog van de vraag of windenergie landschappelijk inpasbaar is in of nabij de gemeente, lijkt het delen van kabels voor zon en wind niet mogelijk.
Wel zijn er andere mogelijkheden om het netwerk te ontlasten mogelijk (bv batterijopslag en directe lijnen met grote afnemers). 1.4 Uit de uitvoeringsstrategie zon op daken en objecten kan blijken dat de RES opgave ook met minder dan 24,3 hectare zonneparken gerealiseerd kan worden
Deze aanname is realistisch en kan het draagvlak voor deze zonneparken beperken. Minister Jetten heeft onlangs namens het kabinet extra maatregelen aangekondigd om de klimaatdoelen in 2030 te halen. Eén daarvan is dat de elektriciteitssector in 2035 CO2-vrij is. Dit houdt in dat wanneer we in 2025 de RES opgave voor 2030 vergund hebben, we meteen door moeten pakken om in 2030 de opgave voor 2035 vergund te hebben. Als we conform het bestuursakkoord in 2040 klimaatneutraal willen zijn, moeten we ook meteen doorpakken. Ook omdat er de kans bestaat dat initiatiefnemers afhaken, zodat in ieder geval ruimte is gereserveerd voor de opgave. Alle initiatieven bieden ruimte voor meervoudig ruimtegebruik en bovendien is de onttrekking van landbouwgrond beperkt. Daarnaast kan niet alle opgewekte elektriciteit benut worden, waardoor de opwekcapaciteit groter moet zijn dan de RES-opgave. Als zonneparken al een aansluiting krijgen van de netbeheerder, geldt namelijk de voorwaarde dat de maximale levering wordt beperkt tot 50% van het piekvermogen. Op jaarbasis beperkt dit de productie met 10-15%. 1.5 De bekendmaking van de voorkeursvolgorde aan de indieners kan een ongewenste beïnvloeding van de gemeenteraad tot gevolg hebben Daarom is besloten om de voorkeursvolgorde pas bekend te maken na het besluit van de gemeenteraad op 26 oktober 2023 en niet na besluitvorming door het college.
Ondanks de geheimhoudingsplicht kan de gemeenteraad toch beïnvloed worden door de indieners. Dit is niet gewenst. Dit houdt in dat de indieners pas na de (niet openbare) bekendmaking van het raadsbesluit op 26 oktober in de gelegenheid zijn op te komen tegen beide besluiten.
Financiën De kosten voor de vergunningverlening van de zonneparken worden (grotendeels) gedekt door de leges. De kosten voor het begeleiden en realiseren van de tender kunnen gedekt worden uit de verkregen CDOKE-subsidie (tot en met 2027 is hiervoor € 1.492.631 beschikbaar voor extra capaciteit gericht op CO2-reductie en energietransitie).
Uitvoering De indieners van de verzoeken worden na het collegebesluit geïnformeerd dat de voorkeursvolgorde pas bekend wordt gemaakt na de raadsvergadering van 26 oktober. Na de raadsvergadering van 26 oktober worden de indieners door de toezending van bijgevoegde (geheime en niet openbare) antwoordbrief geïnformeerd over de voorkeursvolgorde (zie bijlage 2). Tevens wordt het (geheime en niet openbare) advies van de commissie zonneparken aan hen toegezonden (zie bijlage 1). Na instemming van de gemeenteraad met beslispunt 3 om de eerste 24,3 hectare zonneparken uit de voorkeursvolgorde aan de indieners te gunnen, is na 20 dagen bekend of ze definitief gegund zijn. Als deze definitief gegund zijn, kan een gezamenlijke aftrap van de omgevingsdialogen gestart worden. Voordat de vergunningen verleend worden moeten de niet ruimtelijke toezeggingen en voorwaarden geborgd worden door vastlegging in anterieure overeenkomsten met de initiatiefnemers. Daarin moet ook worden opgenomen dat de parken worden ontmanteld aan het einde van de levensduur en moeten er zekerheden worden gesteld bij brand en faillissement. Ook de omvang van het lokaal eigendom en de (financiële) participatie kan daarin vastgelegd worden. Vervolgens kunnen de vergunningen verleend worden en wanneer aansluiting (op het netwerk of anderszins) mogelijk is, kunnen de zonneparken in productie gaan.
Communicatie Door de opwekopgave in de vorm van een (maatschappelijke) tender uit te vragen, moet de Aanbestedingswet gevolgd worden. De Aanbestedingswet bepaalt dat de voorlopige gunning gedurende 20 dagen wordt bekend gemaakt aan de indieners, waarbinnen ze in de gelegenheid zijn om bezwaar te maken (geen appellabel besluit, civiele rechter bevoegd).
Die geheimhouding is ook gewenst omdat na het openbaar worden van het gunningsresultaat de locaties van de zonneparken bekend worden. Daarmee starten feitelijk al de omgevingsdialogen. De praktijk leert dat die goed begeleid moeten worden door de indieners én de gemeente. Daarom is het raadzaam om (na het verstrijken van de bezwarentermijn en de behandeling van eventuele bezwaren) in een gezamenlijke bijeenkomst een aftrap te geven van de omgevingsdialogen. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om aan belanghebbenden (met name de omgeving) de opgave toe te lichten en geeft omwonenden ook inzicht waarom juist hun “achtertuin” is geselecteerd en welke lusten en lasten dit meebrengt. Vervolgens kunnen de initiatiefnemers in hun eigen tempo de omgevingsdialogen starten en een aanvraag omgevingsvergunning hiervoor indienen, met wel als voorwaarde dat deze per 1 januari 2025 vergund zijn. De initiatiefnemers zijn primair verantwoordelijk voor de omgevingsdialogen. Wij vragen aan de initiatiefnemers om ons participatiebeleid en de daarin staande leidraad te volgen. Omdat wij een gemeentelijk belang in het realiseren van de opgave hebben, dienen wij de realisatie van de opgave, van draagvlak en van lokaal eigendom te bewaken en zo mogelijk vast te leggen. Daarom zien wij een rol voor de gemeente weggelegd in de omgevingsdialoog.
Hiervoor is een startnotitie opgesteld en opgenomen in bijlage 3. De vorm van de tender waarvoor gekozen is vraagt om een geheimhouding wat betreft de voorkeursvolgorde, waardoor een geheimhoudingsplicht geldt voor de bijlagen 1 en 2. Deze geheimhouding staat op gespannen voet met de voorgestane participatie en het doel van minimaal 50% lokaal eigendom in alle zonneparken. Na definitieve gunning gaat zo snel mogelijk een persbericht uit, waarin we bekend maken dat er zonneparken geselecteerd zijn en het moment van aftrap wordt aangekondigd als start van de omgevingsdialogen, waarin de locaties bekend worden gemaakt (zie bijlage 3).
Bijlagen 1. Advies tender zonneparken van commissie zonneparken (niet openbaar en geheim). 2. Concept antwoordbrief indieners zonneparken (niet openbaar en geheim). 3. Startnotitie participatie zonneparken
Sint-Michielsgestel, 19 september 2023 Burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel, de secretaris, de burgemeester,
D.C. van Eeten
H.J. Looijen
Ter inzage Bijlage 1 geheim en niet openbaar Bijlage 2 geheim en niet openbaar Bijlage 3 openbaar
Contactpersoon Wil Krause, teammanager Maatschappelijke en Economische Ontwikkeling
Raadsbesluit Registratienr.:
1321468
Portefeuillehouder:
Sam Goossens
Verteller:
John van Zuijlen
Aanhef De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 september 2023;
Besluit 1. In te stemmen met het voornemen van het college om zonder tussentijdse evaluatie, 24,3 hectare zonneparken te gunnen.
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 26 oktober 2023; De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel, de griffier,
de voorzitter,
D.S.J. Thissen
H.A.G. Ronnes