CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

13.b - Bijlage 2 - Verordening reclamebelasting 2022

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 23 juni 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: 13 AFGEVOERD Raadsvoorstel Verordening Reclamebelasting (financiering Centrummanagement)1.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17-05- 2022; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder:  

reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, binnen de gebieden zoals aangegeven in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Artikel 3 Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. 2. De heffingsmaatstaf is de waarde welke bij aanvang van het belastingtijdvak op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak is vastgesteld. 3. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

4. De belasting wordt geheven volgens de volgende staffel: WOZ-waarde

Jaarlijkse bijdrage kerncentrumgebieden

Jaarlijkse bijdrage buitenschil

< 75.000

€ 250

€ 125

75.000 - 150.000

€ 350

€ 175

150.000 - 350.000

€ 500

€ 250

350.000 - 500.000

€ 750

€ 375

500.000 - 700.000

€ 850

€ 425

> 700.000

€ 950

€ 475

5. Indien de vastgestelde WOZ-waarde naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot 1 januari . Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel zesde gedeelten van de voor het belastingtijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in het belastingtijdvak, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel zesde gedeelten van de voor het belastingtijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in het belastingtijdvak, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 7 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 8 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

b. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; c. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; d. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; e. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; f. aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald: a. in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 5.000,00, uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet; b. in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00, in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede twee maanden later. 2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor zover de aanslagen worden opgelegd in het belastingtijdvak waarop zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00 , en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingtijdvak waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor zover de aanslagen niet worden opgelegd in het belastingtijdvak waarop zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00 , en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen.

De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2022. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting 2022’. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 23-06-2022. De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel, de griffier,

N.A. Hoogerbrug-van de Ven de voorzitter,

H.J. Looijen

Bijlage 1, zoals bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting 2022 Het gebied waarbinnen de reclamebelasting van toepassing is: Kern Sint-Michielsgestel

Kerncentrumgebied, 1e ring (rood):        

Adrianusplein Petrus Dondersplein Kloosterpad Torenstraat Torenplein Hof van Overkerk Nieuwstraat 1 t/m 14 Meanderplein

Buitenschil centrumgebied, 2e ring (blauw):      

Nieuwstraat 15 t/m 73 Theerestraat 1 t/m 25 Hortensiastraat Klokakker Campanulastraat Spijt 1 t/m 51

Kern Den Dungen

Buitenschil centrumgebied   

Litserstraat Heilig Hartplein Maaskantje

Kern Gemonde

  

Buitenschil centrumgebiedDorpstraat Sint Lambertusweg Kerkeind

Kern Berlicum

Kerncentrumgebied   

Het gehele Mercuriusplein Hoogstraat 133 t/m 162 Kerkwijk 1 t/m 13A

Behoort bij raadsbesluit van 23-06-2022.

Mij bekend,

de griffier,

N.H. Hoogerbrug-van de Ven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=fa220e1a-9fba-4cba-955a-fc0e7000d593