11.a - Voorzet voor nader uit te werken beleidsbepalingen VAB - bijlage bij initiatiefvoorstel
Tekst van het document
Voorzet voor nader uit te werken beleidsbepalingen voor: 1. Herbestemming van Vrijkomende Agrarische bedrijfslocaties:
1
Paardenhouderijbedrijven, agrarisch technisch hulpbedrijven, agrarisch verwante bedrijven, recreatiebedrijven en overige niet-agrarisch bedrijven zijn toegestaan indien het bouwvlak wordt verkleind tot een bestemmingsvlak op maat met een maximale oppervlakte van 1,5 hectare indien het een agrarisch verwant bedrijf, agrarisch technisch hulpbedrijf of een recreatiebedrijf betreft. In alle andere gevallen dient het bouwvlak te worden verkleind tot een bestemmingsvlak op maat met een maximale oppervlakte van 5.000 m².
Overtollige bedrijfsgebouwen1 dienen te worden gesloopt. Het is toegestaan om vervangende nieuwbouw toe te staan tot een oppervlakte van de legaal aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen op dezelfde locatie.
Middels een bedrijfsplan dient aangetoond te worden dat de beoogde omvang van het bestemmingsvlak en bebouwing noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering.
De niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, uitgezonderd agrarisch verwante bedrijven en agrarisch technische hulpbedrijven, dienen qua aard en omvang beschouwd te worden als bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 of hiermee vergelijkbaar qua impact. Bij bedrijvigheid behorende bij de milieucategorie 2 en hoger dient dit te worden aangetoond voor het aspect met de grootste richtafstand (geur, stof, geluid en/of gevaar) middels een kwantitatief onderzoek (verspreidingsberekening geur, verspreidingsberekening fijn stof, akoestisch onderzoek industrielawaai of QRA).
Ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden op grond van deze beleidsregels worden op voorhand beschouwd als categorie 3 ontwikkelingen in het kader van de kwaliteitsverbetering van het landschap. Bij ontwikkelingen die plaatsvinden in het Gemengd landelijk gebied dient tenminste 20% van de meerwaarde geïnvesteerd te worden in een kwaliteitsverbetering van het landschap. Bij ontwikkeling in de Groenblauwe mantel is dit percentage 25%2 .
Bestaande bedrijven, agrarisch en niet-agrarisch, mogen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.
Bedrijfsgebouwen die geen functie hebben voor de gewenste bedrijfsvoering. In de groenblauwe mantel komen groenblauwe waarden voor die zijn gekoppeld aan het bodemwatersysteem, aan landschapselementen of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De 5% extra tegenprestatie is primair bedoeld voor een kwaliteitsimpuls voor het vergroten van deze waarden. 2
Detailhandel, zelfstandige kantoren etc. zijn niet toegestaan
Voor het overige gelden de voorwaarden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan.
2. Sloopbonusregeling voor Vrijkomende Agrarische Bedrijfsgebouwen:
De oppervlakte aan bijgebouwen binnen de enkelbestemming ‘Wonen’ mag worden vergroot tot ten hoogste 400 m² op het moment dat voor het surplus boven de 100 m² tenminste 2x deze oppervlakte aan legaal aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen of voormalige agrarische bedrijfsgebouwen3 binnen het grondgebied van de gemeente Sint-Michielsgestel wordt gesloopt.
De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen van niet-agrarische bedrijven mag worden vergroot op het moment dat voor het meerdere boven hetgeen maximaal mogelijk gemaakt wordt met het vigerende bestemmingsplan tenminste 4x deze oppervlakte aan legaal aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen binnen het grondgebied van de gemeente Sint-Michielsgestel wordt gesloopt. Een uitzondering vormen de agrarisch verwante en agrarisch technische hulpbedrijven, waarbij tenminste 1x deze oppervlakte elders dient te worden gesloopt. De oppervlakte van het bestemmingsvlak mag maximaal worden vergroot tot hetgeen is opgenomen bij de ‘Voorzet voor nader uit te werken beleidsregels voor de herbestemming van Vrijkomende Agrarische bedrijfslocaties’, waarbij de niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, uitgezonderd agrarisch verwante bedrijven en agrarisch technische hulpbedrijven, qua aard en omvang beschouwd dienen te worden als bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 of hiermee vergelijkbaar qua impact.
3. Verruimde Rood-voor-Roodregeling voor Vrijkomende Agrarische Bedrijfsgebouwen:
Binnen de zonering ‘Verstedelijk afweegbaar’ is het toegestaan om een Ruimte-voorRuimte verbreed woning te ontwikkeling op een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie . De fysieke tegenprestatie voor een dergelijke woning wordt gelijk gesteld aan de aankoopsom voor een Ruimte-voor-Ruimte bouwtitel bij de Ruimte voor Ruimte CV. De fysieke tegenprestatie moet in zijn geheel plaatsvinden binnen de gemeentegrenzen van de gemeente SintMichielsgestel.
4. Nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven:
3
Bij een verbrede agrarische bedrijfsvoering hoeven de niet-agrarische bedrijfsactiviteiten niet ondergeschikt te zijn aan de agrarische bedrijfsvoering. De agrarische bedrijfsvoering moet wel volwaardig en herkenbaar aanwezig zijn. Dit is ter beoordeling aan een externe deskundige, zoals de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.
Voormalige agrarische bedrijfsgebouwen betreffen alle gebouwen die oorspronkelijk als agrarisch bedrijfsgebouw zijn opgericht los van het huidige gebruik of bestemming.
Het deel van het agrarische bouwvlak dat ten dienste staat van de niet-agrarische verbrede bedrijfsactiviteiten heeft een omvang van maximaal hetgeen wat toegestaan is als de agrarische bedrijfsvoering wordt gestaakt.
Overtollige bedrijfsgebouwen dienen te worden gesloopt. Het is toegestaan om vervangende nieuwbouw toe te staan tot een oppervlakte van de legaal aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen op dezelfde locatie. Een uitbreiding boven de oppervlakte legaal aanwezige bedrijfsgebouwen is enkel toegestaan indien een externe deskundige oordeelt dat een toename aan bebouwing noodzakelijk is vanuit een doelmatige bedrijfsvoering.
Ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden op grond van deze beleidsregels worden op voorhand beschouwd als categorie 3 ontwikkelingen in het kader van de kwaliteitsverbetering van het landschap. Bij ontwikkelingen die plaatsvinden in het Gemengd landelijk gebied dient tenminste 20% van de meerwaarde geïnvesteerd te worden in een kwaliteitsverbetering van het landschap. Bij ontwikkeling in de Groenblauwe mantel is dit percentage 25%.
Er mag slechts één bedrijf per bouwvlak aanwezig zijn. Er mag geen sprake zijn van splitsing van bouwvlakken of meerdere bedrijven die gevestigd zijn op één adres. De samenhang tussen de agrarische bedrijfsvoering en de nevenactiviteit wordt op deze wijze geborgd.
Voor het overige gelden de voorwaarden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan.
Voorzet voor nader uit te werken procedureregels voor: 5. Herbestemming en vergunningverlening, waarbij gebruik gemaakt wordt van bovenstaande voorzet voor nader uit te werken beleidsregels zoals opgenomen onder 1 t/m 4:
Een verzoek waarbij gebruik gemaakt wordt van de beleidsregels, zoals omschreven in dit initiatiefvoorstel doorloopt de volgende stappen: 1. Vooroverleg 2. Omgevingsdialoog 3. Principeverzoek 4. Aanvraag omgevingsvergunning / procedure herziening bestemmingsplan
Bij de omgevingsdialoog dienen alle omwonenden in een straal van 500 meter geïnformeerd te worden over de beoogde ontwikkeling én wordt hen om een reactie gevraagd. Indien de straal van 500 meter de dorpskern raakt, dienen alleen de omwonenden die aan de rand van het dorp wonen uitgenodigd te worden. In een verslag wordt vastgelegd welke omwonenden betrokken zijn bij de omgevingsdialoog, hoe dat zij geïnformeerd en geraadpleegd zijn, wat de resultaten van de omgevingsdialoog zijn en tot welke aanpassingen de omgevingsdialoog heeft geleid.