09.d - Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum incl bijlagen
Tekst van het document
21 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
5.5.2 Ondergeschikte agrarische activiteit Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ondergeschikte agrarische activiteit’ mogen de gronden en gebouwen worden gebruikt ten behoeve van een kleinschalige, ondergeschikte agrarische nevenactiviteit in de vorm van het houden van maximaal 100 schapen. 5.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De erfbeplanting en de waterbergingsvoorziening zoals opgenomen in Bijlage 2 ‘Landschappelijk inpassingsplan’ van deze regels dient binnen 2 jaar na de realisatie van bebouwing op of van gebruik van de betreffende gronden overeenkomstig de bestemming ervan te zijn gerealiseerd, onderhouden en duurzaam in stand wordt gehouden overeenkomstig het inpassingsplan 5.6 Afwijking van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen voor: 5.6.1 Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m² van de woning, de gronden en/of bijgebouwen gezamenlijk; b. alleen detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende beroep of bedrijf is toegestaan; c.
de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; d. de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de in bijlage 4 opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten; e. horeca is niet toegestaan; f. het beroep of bedrijf mag geen onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben; g. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 9, lid 9.2; h. buitenopslag is niet toegestaan; i. reclame-uitingen zijn niet toegestaan; j. laden en lossen mag uitsluitend op eigen terrein plaatsvinden; k. de activiteit dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn. 5.6.2 Dagrecreatieve voorzieningen als nevenfunctie Dagrecreatieve voorzieningen als nevenfunctie bij de woning zijn toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het uitsluitend een theetuin met een maximum oppervlakte van 100 m² (gezamenlijke oppervlakte van binnen- en buitenruimte) of een atelier betreft; b. deze binnen de bestaande bebouwing plaatsvindt; c. door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden mag plaatsvinden; d. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 9, lid 9.2.
22 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
5.6.3 Een bed & breakfast accommodatie in bijgebouwen Een bed & breakfast accommodatie in bijgebouwen is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de accommodatie voor maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen is toegestaan. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in het hoofdgebouw; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. deze binnen de bestaande bebouwing plaatsvindt; d. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 9, lid 9.2; e. de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend. 5.6.4 Verblijfsrecreatieve voorzieningen als nevenfunctie De volgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: a. verblijfsrecreatie (minicamping, camperplaatsen en/of trekkershutten) met een maximale oppervlakte van 1 hectare met dien verstande dat: 1. de al bestaande (mini)campings niet van deze nevenactiviteit gebruik mogen maken; 2. er maximaal 5 trekkershutten opgericht mogen worden; 3. er maximaal 10 camperplaatsen opgericht mogen worden; 4. een standplaats op een minicamping heeft een minimale oppervlakte van 230 m² en een camperplaats heeft een minimale oppervlakte van 100 m²; 5. verblijfsrecreatie uitsluitend plaatsvindt in de periode van 1 maart tot en met 1 november en van 16 december tot en met 16 januari; 6.
de afstand van het terrein tot de woningen van omwonenden dient minimaal 50 meter te bedragen; 7. de minicamping deels op de aangrenzende agrarische bestemming mag worden opgericht; 8. er landschappelijke inpassing plaatsvindt van minimaal 30% van de oppervlakte van de minicamping; 9. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie uitgesloten – minicamping’ is geen minicamping toegestaan. indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de woning als hoofdfunctie aanwezig is en blijft; 2. door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt; 3. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd, dan wel op het deel van de minicamping welke op de aangrenzende agrarische bestemming is opgericht, zoals bedoeld in artikel 9, lid 9.2 ; 4. de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; 5. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; 6. de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend.
23 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
5.7 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen voor: 5.7.1 Het wijzigen van de bestemming Wonen in Agrarisch (- met waarden) ten behoeve van vormverandering Het wijzigen van de bestemming Wonen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak in de bestemming Agrarisch (- met waarden) is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het bestaande bouwvlak niet wordt vergroot; b. de bestaande woning wordt gesloopt; c. de verandering noodzakelijk is vanuit verkeerskundig, danwel akoestisch danwel stedenbouwkundig oogpunt; d. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden gelijk danwel verbeterd worden; e. aandacht wordt besteed aan de verschillende deelaspecten namelijk water, landschappelijke inpassing, cultuurhistorie, natuur en landschap, milieu, verstening en veiligheid; f. deze bevoegdheid in combinatie met de wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.5.2 dan wel 4.5.2 wordt uitgevoerd.
24 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Artikel 6 Waarde - Archeologie 3 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde – Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor: a. de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden, in concreto terreinen waar in 1629 aanvalswerken voor het beleg van 's-Hertogenbosch zijn aangelegd. 6.2 Bouwregels 6.2.1 In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan ter plaatse van de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 50 m²; c. activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist; d. activiteiten welke niet gepaard gaan met ingrepen in de bodem, dieper dan 0,5 meter of; e. bouwen binnen het bouwvlak. 6.3 Afwijking van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen van het bepaalde in 6.2 en toestaan dat in de andere bestemmingen gebouwen worden gebouwd mits wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden: a.
de aanvrager van de omgevingsvergunning blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; c. de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden 6.4.1 Verbod Ingeval het gaat om ingrepen: • buiten het bouwvlak die groter zijn dan 50 m² en dieper dan 0,5 meter; • ingrepen binnen het bouwvlak daar waar sprake is van onherroepelijke archeologische resten of; • als het gaat om een cultuurhistorisch waardevol object of monument; dan is het verboden op of in de gronden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag het volgende werk en/of werkzaamheden te verrichten: a. afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren, indrijven; b.
draineren, onderbemalen, stuwen, graven sloten; c. planten, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt;
25 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
d. e.
verharden oppervlakte van meer dan 100 m², leidingen leggen; aanleg tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verlenen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. bij de beoordeling van de een werk en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in bijlage 2, getoetst; 2. burgemeester en wethouders kunnen voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen; 3. door middel van archeologisch onderzoek dient te worden aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast. 6.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 6.4.1 is niet van toepassing op een werk of werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd zijn en niet reeds in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
26 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
27 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Algemene regel m.b.t. ondergronds bouwen Voor het uitvoeren van ondergrondse een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak met dien verstande dat deze ook toegestaan zijn buiten het bouwvlak voor zover voldaan wordt aan het bepaalde sub b; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil met een maximum van 250 m²; c. in aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal 1 niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. een openluchtzwembad moet gerealiseerd worden op een afstand van tenminste 3 meter achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de afstand van de openluchtzwembaden tot de perceelsgrenzen tenminste 5 meter moet bedragen; 2. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; 3. per woning mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; e.
bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover deze niet onder gebouwen gesitueerd zijn. 8.3 Afwijking ondergrondse bouwdiepte Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen van het bepaalde in artikel 8.2 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat: • de waterhuishouding niet wordt verstoord; • geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 8.4 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 8.5 Bestaande afstanden en maten 8.5.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de
28 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.5.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.5.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in en uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 8.6 Algemeen bouwverbod Binnen de aanduiding bouwvlak is het verboden te bouwen in strijd met de bouwbepalingen van de betreffende bestemmingsregels. Bebouwing buiten de aanduiding bouwvlak is verboden, behoudens de bebouwing krachtens de specifieke afwijkingsmogelijkheden inclusief bouwbepalingen van de betreffende bestemmingsregels.
29 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Algemeen Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 35 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de doeleinden. 9.2 Parkeren - Gebruik 9.2.1 Algemeen a.
b.
c.
Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk of van gronden - al dan niet gecombineerd - , waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. Bij een omgevingsvergunning, dan wel bij de beoordeling of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan wordt aan de hand van de d.d. 27 september 2016 door burgemeester en wethouders vastgestelde "Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel", bepaald c.q. getoetst of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien gedurende de planperiode nieuwe parkeernormen worden vastgesteld door de gemeente, treden deze ter toetsing in de plaats van de genoemde vastgestelde beleidsregels. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in onder 9.2.1 lid a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
9.3 Afwijken van algemene gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
30 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Indien niet op grond van een andere bepaling van de regels afwijking kan worden verleend, kan het bevoegd gezag afwijking verlenen voor: a.
b.
c. d.
e.
het afwijken van de in de regels voorgeschreven maten voor de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen binnen een bestemmingsvlak, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maten; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 20 meter; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d.
zijn alleen toegestaan: • buiten de bebouwde kom langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten en viaducten; • binnen de bebouwde kom op het bedrijventerrein en sportparken. 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: • op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; • tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten.
10.2 Bewoning ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een afwijking voor de bewoning ten behoeve van mantelzorg in bijgebouwen of een deel van het hoofdgebouw bij een (bedrijfs)woning verlenen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een dergelijke bewoning dient noodzakelijk te zijn vanuit het oogpunt van mantelzorg, hetgeen aangetoond dient te worden door een verklaring van een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige; b. de afwijking is persoonsgebonden en gekoppeld aan de zorgbehoevende; c. op het perceel dient een woning aanwezig te zijn; d. er vindt geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; e. een dergelijke bewoning vindt plaats in beginsel bij, in of direct aansluitend aan de woning; f. alle bijgebouwen/verbouwingen dienen te voldoen aan de ten tijde van de aanvraag geldende eisen van het bouwbesluit en de bouwverordening; g. ten behoeve van de inwoning mag geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen worden aangelegd. hiervoor moet gebruik worden gemaakt van de reeds bestaande aansluiting; h. er mag maximaal 80 m² van hoofdgebouw en/of bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van de inwoning;
31 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
i. j. k.
burgemeester en wethouders kunnen de afwijking intrekken indien de noodzaak vanuit oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is; binnen één maand na beëindiging van het gebruik van het (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg dient hiervan schriftelijk melding te worden gemaakt; het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is en het bijgebouw op maximaal 10 meter van het hoofdgebouw staat.
32 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 11.1 Algemene wijziging Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd. 11.2 Aanleg landschapselementen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van de aanleg van landschapselementen, indien onder andere voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het dient te gaan om aanleg/versterking van een samenhangend netwerk van landschapselementen op lokaal niveau; b.
de aanleg van landschapselementen of bos zal in overleg met direct belanghebbenden alsmede de aangrenzende grondeigenaren/agrarische bedrijven plaatsvinden, op basis van een voor een samenhangend deelgebied op te stellen inrichtingsplan; c. voor zover het particuliere gronden betreft zal aanleg uitsluitend plaatsvinden op basis van vrijwilligheid en met instemming van de betreffende grondeigenaren; d. wijziging mag pas plaats vinden nadat de overdracht of aankoop, op vrijwillige basis, door particulieren aan de gemeente of aan een natuurbeherende instantie, in voldoende mate verzekerd is of al heeft plaatsgevonden; e. aangrenzende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, moeten doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden; f. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; g. het initiatief moet passen binnen de draagkracht van het gebied. 11.3 Wijziging naar Bos, Natuur of Water Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen in de bestemmingen Bos, Natuur of Water, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
wijziging vindt pas plaats nadat verzekerd is dat een aaneengesloten natuurgebied van voldoende omvang en zodanige begrenzing kan ontstaan dan de aangrenzende/omringende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden; b. de regels van de bestemmingen Bos, Natuur en/of Water worden van overeenkomstige toepassing verklaard met dien verstande dat wanneer gewijzigd wordt in de bestemming Water dit uitsluitend ten behoeve van de beekdalontwikkeling mag geschieden; c. in geval de bestemming gewijzigd wordt in bestemming Bos, mag dit niet ten behoeve van bosbouw worden aangewend.
33 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b.
c.
Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijking verlenen van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%; Het bepaalde onder sub a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c. d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in sub a na inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
12.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijking verlenen.
34 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Hasseltsedijk 35, Berlicum'.
35 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Regels ontwerp-bestemmingsplan Buitengebied Sint Anthonis, Vlagberg 35a
Landschappelijk inpassingsplan HASSELTSEDIJK 35 BERLICUM Datum rapportage: 8 december 2020 Opdrachtgever: M. van Doorn Hasseltsedijk 35 5258 SK Berlicum Opgesteld door: Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl 1
AANLEIDING De locatie Hasseltsedijk 35 te Berlicum betreft een agrarische bedrijfslocatie die in het bestemmingsplan buitengebied Sint-Michielsgestel’ (vastgesteld op 31 mei 2001)) bestemd is als ‘Wonen’. De locatie is echter tot heden altijd in gebruik geweest als schapenhouderij. Voor de locatie is een melding Activiteitenbesluit van toepassing voor de huisvesting van een 100-tal schapen van toepassing. Op het perceel zijn de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ (vastgesteld op 16 december 2010; onherroepelijk op 25 januari 2013) en ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel 2e actualisatie’ (vastgesteld op 14 juni 2018) van toepassing. Het perceel heeft hierin de enkelbestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak. De initiatiefnemer wenst de bestemming ‘Wonen’ te handhaven en binnen deze bestemming middels een aanduiding een ondergeschikte agrarische (bedrijfsmatige) activiteit mogelijk maken ten behoeve van het houden van 100 schapen. Dit voornemen is in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Vormverandering van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ is mogelijk, mits de ontwikkeling gepaard gaat met een goede landschappelijk inpassing conform de uitgangspunten uit de Structuurvisie ‘Sint Michielsgestel 2025’ en de aanvulling daarop.
Onderhavig rapport vormt de onderbouwing voor de landschappelijke inpassing op de locatie.
2
KENMERKEN OMGEVING
Plangebied
Na de ‘Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025’ is de Aanvulling Structuurvisie Buitengebied Sint-Michielsgestel opgesteld. De Aanvulling heeft als extra titel: ‘Nader beleid voor ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied’. Dit beleidsstuk stelt kwaliteitsverbeterende eisen aan bepaalde activiteiten in het buitengebied. Het bakent af in welke gevallen wel of niet een tegenprestatie gevraagd zal worden. Dit kan een fondsbijdrage zijn of een fysieke kwaliteitsverbetering op het eigen terrein. De gemeente Sint-Michielsgestel behoort tot landschapsstructuur ‘De Meijerij’. Dit gebied wordt getypeerd door het kleinschalige en afwisselend kampenlandschap met, verspreide bebouwing, kleine essen en struwelen, akkers en grasland, afwateringssloten, veel houtsingels en laanbeplantingen. In de ‘Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025’ is het plangebied in het ‘open landschap’ (zie figuur 1). Het gebied wordt gekenmerkt door een grootschalige verkaveling waarbij de voornamelijk lange rechte wegen worden begeleid door laanbeplanting.
Figuur 1: Uitsnede kaart ‘Ruimtelijk raamwerk’ Structuurvisie
3
KWALITEITSVERBETERING PROVINCIAAL BELEID De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant kent met artikel 3.9 de verplichting om ‘rode’ ontwikkelingen in het buitengebied gepaard te laten gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering van het gebied of omgeving. REGIONAAL EN GEMEENTELIJK BELEID De gemeente Sint-Michielsgestel is bij de uitwerking van het beleid samen opgetrokken met de regio Noord-Oost Brabant. De regels betreft de kwaliteitsverbetering van het landschap zijn verwerk in een afsprakenkader (met datum 10 januari 2013). Dit beleid is vertaald in een aanvulling op de gemeentelijke structuurvisie ‘Nader beleid voor ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied’ vastgesteld. Hierin wordt het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering en de hoogte van de basisinspanning zijn vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hierin in categorieën ingedeeld, beoordeeld op impact op de omgeving en het landschap. De gemeente Berlicum heeft het provinciale beleid vertaald in een uitvoeringsparagraaf in haar Structuurvisie (deel B). Hierin wordt handen en voeten gegeven aan het begrip kwaliteitsverbetering van het landschap. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hierin in categorieën ingedeeld, beoordeeld op impact op de omgeving en het landschap.
Onderhavige ontwikkeling ziet enerzijds op een vormverandering van de woonbestemming (categorie 2-ontwikkeling: beperkte impact: landschappelijke inpassing, passend bij een goede ruimtelijke ordening) en anderzijds bij op het vergroten van het aantal m² bijgebouwen bij een woning (groter dan 100 m²) (categorie 3-ontwikkeling: grote impact: landschappelijke inpassing ‘plus’, passend bij een goede ruimtelijke ordening en proportioneel aan waardeontwikkeling).
4
ERFBEPLANTINGSPLAN
liggende houtsingels (noord-zuid-gericht) voor; de nieuwe houtsingel sluit hier mooi op aan.
Onderhavige locatie is gelegen in open gebied. Deze structuur wordt zoveel mogelijk behouden door de beplanting te concentreren rondom de bebouwing. Zowel de nieuw op te richten als de bestaande bebouwing worden ingepast door middel van het aanplanten van nieuwe beplantingselementen.
Ten noorden van de locatie wordt een struweelhaag aangeplant bestaande uit struikvormers. Deze verzacht het zicht op de locatie vanuit het noorden. Aan de zuidzijde van de woning worden een solitaire noot en een zevental hoogstamfruitbomen geplant. Daarmee blijft het zicht vanuit de woning het westelijk gelegen open omgeving gehandhaafd.
Aan de westzijde van de inrichting wordt een houtsingel aangelegd met inheemse soorten. Deze wordt zo dicht mogelijk tegen de bestaande en nieuwe bebouwing geplant. In de omgeving komen verschillende verspreid
De beplanting sluit aan bij de aanwezige landschapstructuren en beplantingssoorten in de omgeving.
5
BEPLANTINGSLIJST EN ONDERHOUDSPLAN Aantal
Nederlandse naam
Latijnse naam
Maat
Bijzonderheden
Houtsingel (totale oppervlakte 200 m²) 2 st. 2 st. 2 st. 3 st. 20 st. 20 st. 20 st. 20 st. 20 st. 20 st.
7 st.
Winterlinde Zomereik Gewone es Beuk Gelderse roos Hazelaar Tweestijlige meidoorn Krent Gele kornoelje Hondsroos
Tilia cordata Quercus robur Fraxinus excelsior Fagus sylvatica Viburnum opulus Corylus avellana Crataegus laevigate
14-16 14-16 14-16 14-16 60-80 60-80 60-80
Amelanchier lamarckii Cornus mas Rosa canina
60-80 60-80 60-80
Diverse soorten hoogstamfruitbomen (appel, peer, pruim)
Prunus domestica, Pyrus communis, Malus domestica
-
Beplantingswijze bomen: • Maximaal 1 rij bomen • Plantafstand: 5-8 meter Beplantingswijze struikvormers: • Maximaal 4 rijen • Plantverband: driehoeksverband 1,25 x 1,25 meter • 3-jarig plantmateriaal • Langzame groeiers in de rand verwerken Onderhoud en beheer: • Periodiek dunnen en snoeien overhangende takken gedurende het gehele jaar; • Dunningswerkzaamheden en het eventueel terugzetten van beplanting verrichten in de periode tussen 1 oktober en 15 maart • Langzame groeiers sparen en snoeien indien noodzakelijk • Afzet deel van de houtsingel elke 3 jaar (afwisselend)
Hoogstamfruitbomen
Onderhoud en beheer: • Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; • De grasvegetatie wordt jaarlijks gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd of de grasvegetatie wordt beweid; • Bemesten en bekalken van de boomgaard is toegestaan. Bij bemesten van de boomgaard worden de fruitbomen en wortels niet beschadigd; • Snoeiwerkzaamheden gedurende het gehele jaar.
6
Aantal
Nederlandse naam
Latijnse naam
Maat
Bijzonderheden
Solitaire bomen (1 stuks) 1 st.
Noot
Juglans regia
15 st. 15 st. 15 st.
Gelderse roos Hazelaar Tweestijlige meidoorn Krent Gewone vuilboom Hondsroos
Viburnum opulus Corylus avellana Crataegus laevigate
60-80 60-80 60-80
Breedte singel: 4 meter
Amelanchier lamarckii Rhamnus frangula Rosa canina
60-80 60-80 60-80
Beplantingswijze struikvormers: • Maximaal 3 rijen • Plantverband: driehoeksverband 1,25 x 1,25 meter • 3-jarig plantmateriaal • Langzame groeiers in de rand verwerken
14-16
Onderhoud en beheer: • Periodiek snoeien (jonge bomen gemiddeld eenmaal per 5 jaar en oudere bomen gemiddeld eenmaal per 10 jaar); • Na het snoeien beslaat de blijvende kroon altijd minimaal tweederde deel van de totale lengte van de boom; • Snoeiwerkzaamheden in de periode tussen 15 juli en 15 maart
Struweelhaag (totale oppervlakte 120 m²)
10 st. 10 st. 10 st.
Geen boomvormers
Onderhoud en beheer: • Periodiek dunnen en snoeien overhangende takken gedurende het gehele jaar; • Dunningswerkzaamheden en het eventueel terugzetten van beplanting verrichten in de periode tussen 1 oktober en 15 maart • Langzame groeiers sparen en snoeien indien noodzakelijk • Afzet deel van de singel elke 3 jaar (afwisselend)
7
struweelhaag (breedte: 4 meter; lengte: 30 meter; diverse soorten)
LEGENDA Nieuw bestemmingsvlak 'Wonen' (1.900 m²)
Bestaande bebouwing
Nieuw op te richten bebouwing
houtsingel (breedte: 40 meter; lengte: 5 meter; diverse soorten)
Ha
sse l
tse dijk
grens nieuwe woonbestemming (1.900 m²)
1 solitaire boom (walnoot)
Agron advies
hoogstamfruitbomen (diverse soorten; 7 stuks)
proj. leider: KW
Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel.: 0492 347 761
Landschappelijk inpassingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
getekend
KW
schaal:
1:500
datum:
02-06-2020
gewijzigd: 08-12-2020 formaat:
A4
werk nr.:
-
Bijlage 2
Aanlegvergunningenstelsel
2 Regels ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35, Berlicum
Werken en werkzaamheden BODEM 1. Afgraven (verlagen) def: Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. doel: Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem) Aanleggen van poelen effect: Verandering bodemprofiel Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden (Landschap, Natuur en Cultuurhistorische waarden): Vernatting x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies ecologische gradiënt bij slootkanten, poelen, laagtes en overig microreliëf x Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) x Verlies vegetatiewaarden 2. Ophogen def : doel:
Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking Verschraling door aanvoer van zand van elders Bezanden van veengronden en gronden die geschikt moeten worden voor de bollenteelt effect: Verandering bodemprofiel Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verdroging x Verschraling x Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) x Verlies vegetatiewaarden x Verlies aan bodemleven
3. Vergraven def :
Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. doel: Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen effect: Verandering bodemprofiel Verandering waterhuishouding in de bodem
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verschraling x Verandering hydrologische situatie x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) x Verlies vegetatiewaarden x Verlies aan bodemleven 4. Diepploegen en -woelen def : Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond. (Eenmalige ingreep met blijvend effect) doel: Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik Vergroten bewortelingsdiepte Vergroten berijdbaarheid Verschraling Mengen van kleigrond met onderliggend zand effect: Homogenisatie van de bodem Vernietiging bodemprofiel Verandering waterhuishouding bodem Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Drastische wijziging bodem en daarmee groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren etc. x Verschraling x Verandering hydrologische situatie; in gebieden met stagnerend grondwater kan doorbreking van een ondoorlatende laag in de bodem leiden tot verdroging omgeving en leeglopen vennen. x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies microreliëf x Verlies vegetatiewaarden x Verlies aan bodemleven
5. Egaliseren def :
Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven) doel: Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking effect: Afvlakken van reliëf Verandering waterhuishouding bodem
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verandering hydrologische situatie x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) x Verlies aan biotopen van microreliëf (bermen, hellinkjes, gradiënten hoogdag 6. Indrijven van voorwerpen in de grond def: Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen doel: Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen effect: Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x doorbreken ondoorlatende (grond)waterhuishouding
bodemlagen
en
daarmee
verstoring
van
de
WATERHUISHOUDING 7. Aanleg drainagestelsel def: Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 80-110 cm -mv. doel: (Versterken) ontwatering van een of meerdere percelen effect: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden) x Verdroging -> verzuring x Verlies aan natte levensgemeenschappen 8. Aanbrengen onderbemaling def: Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. doel: Vergroten afstand maaiveldgrondwaterspiegel, droger maken perceel effect: Verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Aantrekken grondwater uit de omgeving -> omgeving wordt droger
Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan natte levensgemeenschappen x Inklinking veenbodem (onomkeerbaar) x Verdroging -> verzuring 9. Aanleggen van dammen def: Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt. doel: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Afsluiten waterloop Afwatering gebied in andere richting dwingen effect: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water x Verlies variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit x Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) x Vernatting x Verminderen verdroging 10. Aanbrengen van stuwen def: Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden.
doel: Verminderen stroomsnelheid Vasthouden water in een gebied (verkleinen debiet) effect: Vermindering dynamiek in waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Sterk wisselende stroomsnelheid Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water x Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw x Verlies aan variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit x Verdwijnen natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) x Vernatting x Verminderen verdroging 11. Aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels def: Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. doel: Verbeteren ontwatering agrarische gronden.
effect: Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater Droger worden omgeving Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler worden talud Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x Aantrekken kwelstromen in nieuwe of uitgediepte sloten -> voor natuur waardevol kwelwater wordt afgevoerd en bereikt maaiveld niet x Verdroging omgeving -> verlies aan natte biotopen, verzuring x Tijdelijke en blijvende schade aan levensgemeenschappen van sloten en slootkanten x Toename extremen in waterafvoer -> moeilijker bestaan voor levensgemeenschappen van sloten en slootkanten x Verlies aan waterplanten (door schonen en door verandering in waterafvoer en beekprofiel)-> verbraseming; slechtere waterkwaliteit x Verandering percelering (landschappelijk/cultuurhistorisch aspect) x Verandering karakter sloten en greppels (landschappelijk aspect) 12. Dempen sloten en greppels def: Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond doel: Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden Wijzigen perceelsindeling effect: Natter worden van omliggende gebied Afname totale slootlengte Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van sloten, slootkanten x Verdwijnen verbindingszone voor planten en dieren x Vernatting omgeving x Verandering kavelpatroon 13.
Dempen van kleine geïsoleerde wateren def: Dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond doel: Egaliseren agrarisch perceel Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken effect: Verlies aan kleine wateren Egalisatie landschap Toename kwel in directe omgeving Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van poelen, vennen, oevers x Verlies aan voortplantingsplaatsen voor amfibieën x Vernatting directe omgeving
14. Aanbrengen oeverbeschoeiing: def : Het aanbrengen van houten of betonnen versteviging op of voor een oever doel: Tegengaan van wegslaan van de oevers door waterstroming of golfslag effect: Stabilisatie oevers (plaats en vorm) Verloren gaan natuurlijke oever Onderbreking gradiënt nat-droog Oever wordt hoger en steiler (90° t.o.v. wateroppervlak) Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Oevers worden niet-passeerbare barrières voor veel diersoorten (o.a. das, egel, kikker), en kosten daardoor dierenlevens x Verdwijnen of aantasting van groeiplaats voor oevervegetaties x Verdwijnen natuurlijke oevers en variatie daarin (bv. nestgelegenheid voor ijsvogels). BEPLANTINGEN 15. Rooien van houtgewas def : Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houdsingels, houtwallen) doel: Verwijderen van ziek plantmateriaal Onderhoud - uitdunning Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen effect: Grotere openheid landschap Verlies aan beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos x Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a.
vlinders, vleermuizen, marterachtigen) x Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden x Grotere openheid, betekent soms toename leefgebied weidevogels x Verlies aan landschapselementen (landschappelijk, cultuurhistorisch aspect) 16. Aanplanten van houtgewas (uitgezonderd: boomteelt) def : Het planten van bomen en/of struiken doel: Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit Houtproductie Bescherming tegen wind effect: Verminderen openheid landschap Toename houtgewas/landschapselementen Meer beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Toename biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos e.d.
x x x x
Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten Beschutting voor planten en dieren Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels Ander landschapsbeeld
17. Omzetten van grasland in bouwland of sierteeltgrond def: Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen doel: Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of productie van diervoeders effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt andere functie Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende fauna x Fourageerplaats voor enkele diersoorten gaat verloren (o.a. das) x Verkleining areaal weidevogelgebied 18. Omzetten van grasland in boomkwekerij def: Verwijderen gras en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verloren gaan van graslandvegetaties en bijbehorende fauna x Fourageerplaats voor enkele diersoorten verdwijnt (o.a. das) x Verkleining areaal weidevogelgebied x Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) 19.
Omschakeling van bouwland naar boomteelt def: Het aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen effect: Akkerbouwgrond verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van akkerbouwgronden x Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) INFRASTRUCTUUR EN ONTSLUITING 20. Aanbrengen van verhardingen def : Het bestraten of asfalteren van de bodem
doel: Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, ondergrond voor containerteelt) Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers effect: Afsluiting bodem Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Biotoop voor soorten die in de bodem leven gaat verloren x Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) x Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden x Archeologisch interessante bodem wordt ontoegankelijk x Verstening buitengebied 21. Aanbrengen van ondergrondse leidingen: def: Vergraven en eventueel plaatselijk rooien van houtgewas doel: Leggen van diverse leidingen effect: als bij vergraven en rooien houtgewas Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: x Als bij vergraven en rooien houtgewas 22.
Wijzigen perceelsindeling def: Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) doel: Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie effect: Verdwijnen van perceelsgrenzen Nieuwe perceelsgrenzen Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden x het verkavelingspatroon verandert x patroon van watergangen verandert x schaalvergroting/schaalverkleining x verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommige diersoorten