09.b - Toelichting ontwerp-bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum incl bijlagen
Tekst van het document
bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij; berekening voorgrondbelasting); • Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object; berekening achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij). Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Normen geurbelasting Op 9 februari 2017 heeft de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel’ vastgesteld. Hierin zijn voor het gemeentelijk grondgebied afwijkende geurnormen en afwijkende vaste afstanden vastgesteld: • Woonkernen: maximale belasting van 2,0 ouE/m3; • Bedrijventerreinen: maximale belasting van 5,0 ouE/m3; • Bebouwingsconcentraties: maximale belasting van 7,0 ouE/m3; • Buitengebied: maximale belasting van 10,0 ouE/m3.
De volgende figuur geeft een uitsnede van de kaart weer behorende bij de geurverordening.
Plangebied
Figuur 19: Uitsnede kaart geurverordening gemeente Sint-Michielsgestel
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant In de verordening zijn voor veehouderijen gelegen in het landelijk gebied normen gesteld aan de geurbelasting. Bij uitbreiding dient aangetoond te worden dat de kans op cumulatieve geurhinder op gevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij de ontwikkeling van de veehouderij leidt tot een daling van de achtergrondbelasting. Een achtergrondconcentratie van 20 ouE/m³ bij 98-percentiel veroorzaakt maximaal 20% kans op geurhinder in het buitengebied. In de bebouwde kom is een goed woon- en leefklimaat te borgen indien de 26 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
achtergrondconcentratie niet hoger is dan 10 ouE/m³. Dit komt overeen met een kans op geurhinder die niet hoger is dan 12%. Beleidsregel geur en ruimtelijke plannen 2017 gemeente Sint-Michielsgestel Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen worden, als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ uit stallen van veehouderijen, onderstaande waarden gehanteerd als toetswaarden die gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten. Bij deze beoordeling worden alleen de dieren mee berekend waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij een emissiefactor vastgesteld is. Tabel 1: Normen beleidsregel Gebied
Achtergrondbelasting
Voorgrondbelasting
Goed
Goed
Slecht
Afweegbaar
Slecht
Woonkernen
0 – 5 ou
> 5 ou
0 – 2 ou
nvt
> 2 ou
Bedrijventerreinen
0 – 10 ou
> 10 ou
0 – 2 ou
2 – 5 ou
> 5 ou
Bebouwingsconcentraties
0 – 10 ou
> 10 ou
0 – 5 ou
5 – 7 ou
> 7 ou
Buitengebied
0 – 10 ou
> 10 ou
0 – 7 ou
7 – 10 ou
> 10 ou
Als de geursituatie gekwalificeerd is als slecht, is in beginsel geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het geval het plan voorziet in uitbreiding van dieren van een bepaalde categorie, vestiging van of omschakeling naar een veehouderij kan worden afgeweken van de toetswaarde voor de achtergrondbelasting, bijvoorbeeld in het geval als: • de bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding van de achtergrondbelasting niet significant is; • de aanvraag leidt tot een proportionele afname van de achtergrondbelasting welke tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding compenseert. Voorgrondbelasting De geurbelasting van de bestaande en beoogde situatie op de geurgevoelige objecten is berekend middels het programma V-Stacks Vergunning. De volgende tabel geeft de resultaten weer van deze berekening. De invoergegevens en resultaten is toegevoegd als bijlage. Tabel 2: Voorgrondbelasting geurgevoelige objecten beoogde situatie Adres geurgevoelig object Geurnorm [ouE/m³]
Hasseltsedijk 34 - buitengebied Hasseltsedijk 32 - buitengebied Hasseltsedijk 36 - buitengebied Wamberg 5 - buitengebied Wamberg 14 - buitengebied
10,0 10,0 10,0 10,0 10,0
VoorgrondKwalificatie belasting geurbelasting beoogde situatie [ouE/m³] 1,4 Goed 0,9 Goed 0,2 Goed 0,1 Goed 0,1 Goed
In de beoogde situatie voldoen alle berekende waarden aan de geldende geurnormen. Achtergrondbelasting Daarnaast is de geurbelasting in de omgeving in kaart gebracht waarbij de aanwezige andere veehouderijbedrijven in de omgeving van het initiatief meegenomen zijn. Hiermee wordt de achtergrondbelasting bepaald. De bedrijven binnen een straal van 4 kilometer afstand vanaf de bedrijfslocatie zijn meegenomen. De berekening is uitgevoerd middels het programma V-Stacks gebied. Voor het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de gegevens gebruikt van het Bestand Veehouderij Bedrijven. 27 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
De volgende tabel geeft de resultaten weer van de achtergrondbelasting op een aantal geurgevoelige objecten in zowel de beoogde situatie. Ter vergelijking is gekozen voor dezelfde geurgevoelige objecten als waarop voorgrondbelasting bepaald is. De invoergegevens en volledige resultaten van de achtergrondbelastingberekening zijn te vinden in bijlage 6. Getoetst is aan de waarden uit de Interim omgevingsverordening. In het buitengebied geldt hier een acceptabele achtergrondbelasting van 20 ouE/m³. De woning aan de Hasseltsedijk 35 is als geurgevoelig object meegenomen in de berekening van de achtergrondgeurbelasting. In de volgende tabel zijn de resultaten van de berekening weergegeven in de beoogde situatie. Tabel 3: Achtergrondbelasting beoogde situatie Geurgevoelig object Norm Verordening [ouE/m³] Hasseltsedijk 34 - buitengebied 20,00 Hasseltsedijk 32 - buitengebied 20,00 Hasseltsedijk 36 - buitengebied 20,00 Wamberg 5 - buitengebied 20,00 Wamberg 14 - buitengebied 20,00 Hasseltsedijk 35 – buitengebied 20,00
Norm beleidsregel [ouE/m³] 0-10 (goed) 0-10 (goed) 0-10 (goed) 0-10 (goed) 0-10 (goed) 0-10 (goed)
Achtergrondbelasting beoogde situatie [ouE/m³] 1,4 0,9 0,2 0,2 0,2 7,8
Te zien is dat in de beoogde situatie voldaan wordt aan de normen zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en de gemeentelijke beleidsregel. Het woon- en leefklimaat is beoordeeld als goed. Afstanden Er geldt een minimumafstand van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenzijde van het geurgevoelige object. Deze gevel-tot-gevelafstand geldt voor alle diercategorieën (met en zonder geuremissiefactor). De gevel van het dichtstbijzijnde dierenverblijf moet op voldoende afstand staan van gevel van het geurgevoelige object. De minimumafstand staat in artikel 5, lid 1 Wgv en is: • 50 meter binnen de bebouwde kom; • 25 meter buiten de bebouwde kom. De afstand tussen het bouwvlak van het plangebied en het bouwvlak van de woning aan de Hasseltsedijk 34 bedraagt 25 meter. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste minimale afstand. De afstand van de woning aan de Hasseltsedijk 34 tot de stal waar de schapen worden gehuisvest bedraagt circa 49 meter. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat na uitbreiding van het bedrijf ten opzichte van de huidige situatie. De geursituatie vormt dan ook geen belemmering voor het planologisch vastleggen van de schapenhouderij.
5.5
Geluid
Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie.
28 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
5.5.1
Wegverkeerslawaai
De Wgh kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en ziekenhuizen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. Bedrijfsgebouwen worden in het kader van de Wgh niet als een geluidgevoelige bestemming aangemerkt. Daarnaast wijzigt niets aan de gevoeligheid van de woning. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve niet noodzakelijk. 5.5.2
Industrielawaai
Ten aanzien van industrielawaai worden de richtafstanden van de Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG aangehouden. In paragraaf 5.6 ‘Bedrijven en milieuzonering’ is onderbouwd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Door de beoogde ontwikkeling in het plangebied zullen de verkeersbewegingen van en naar het plangebied nauwelijks toenemen ten opzichte van de huidige situatie.
5.6
Bedrijven en milieuzonering
Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in de projectlocatie mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft per bedrijfsactiviteit richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. De afstanden gelden tussen de grenzen van de bestemmingsvlakken van het bedrijf en een hindergevoelig object. De volgende figuur laat de ligging van de bedrijven zien in de directe omgeving van het plangebied.
29 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
Hasseltsedijk 33 (horeca/cafe)
Figuur 20: Ligging bedrijven in de omgeving van het plangebied (plangebied rood omkaderd)
De volgende tabel toont de meest nabijgelegen bedrijven en de bijbehorende richtafstanden. Tabel 4: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Hasseltsedijk 33 (horeca - café) Geur Stof Geluid Gevaar Cafés, bars 0 0 10 10
Werkelijke afstand (meters) 103
De tabel laat zien dat aan de richtafstanden wordt voldaan. Eventuele hinder bedrijfsactiviteiten Hasseltsedijk 35 Omgekeerd dient ook voor de locatie Hasseltsedijk 35 zelf te worden getoetst aan de richtafstanden die horen bij de nieuwe bedrijfsactiviteiten. Een schapenhouderij kan worden ingedeeld in de bedrijfscategorie ‘Fokken en houden van overige graasdieren’. Hierbij gelden op basis van de VNG-publicatie de volgende richtafstanden: geur: 50 meter; stof: 30 meter; geluid: 30 meter en gevaar: 0 meter. Het betreft hier echter wel een kleinschalige bedrijfsactiviteit ondergeschikt aan de woonbestemming. Alleen voor het aspect geur wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter. In paragraaf 5.4 is het aspect geur echter uitgebreid omschreven en onderzocht. Gesteld kan worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot geur. Ook voor het aspect geluid wordt niet voldaan aan de richtafstand gemeten van rand bouwvak tot rand bouwvlak. Echter, het bedrijfsgedeelte waar de agrarische activiteiten plaatsvinden is gelegen op een grotere afstand dan 30 meter van de meest nabijgelegen woning. Hiermee kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de omliggende hindergevoelige objecten sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
30 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
5.7
Luchtkwaliteit
Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die Niet in Betekenende Mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Toetsing initiatief De achtergrondconcentratie fijn stof ter plaatse van de locatie bedraagt 17,92 µg/m3 1. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke fijn stof norm en kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Om te beoordelen of het beoogde initiatief NIBM bijdraagt, is de NIBM-tool (versie 2020) ingevuld. Hierin is de bijdrage berekend bij een maximaal aantal dagelijkse voertuigbewegingen van 20. De volgende figuur toont het resultaat.
Figuur 21: NIBM-tool
De ontwikkeling heeft geen significante invloed op de luchtkwaliteit; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. 1 RIVM, Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland
31 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
5.8
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang en -dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. De volgende figuur toont een uitsnede van de Risicokaart waarop de meest nabijgelegen risicobronnen in beeld zijn gebracht (zie volgende figuur).
Oude Bosschebaan 1 (propaantank)
Beusing 1 (propaantank)
Beusingsedijk 10 (propaantank)
Figuur 22: Uitsnede Risicokaart omgeving plangebied (plangebied rood omkaderd)
De meest nabijgelegen risicobronnen betreft een aantal propaantanks bij omliggende veehouderijbedrijven, op een minimale afstand van circa 400 meter. Het plangebied is echter niet gelegen binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen. Er zijn verder geen bedrijven in de omgeving aanwezig met activiteiten die risicovol zijn voor het plangebied. Daarnaast is het plangebied niet gelegen binnen de invloedsgebieden van wegen of het spoor. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
32 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
6. Waterparagraaf 6.1
Watertoets
Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor de waterhuishouding betekenen. Ook is het overleg met de waterbeheerder onderdeel van deze watertoets.
6.2
Beleid
Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Nationaal Waterplan 2016-2021, Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering en het Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan Sint-Michielsgestel 2020-2024 . Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2016-2021 In het waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas wordt aangeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe deze doelen bereikt moeten worden. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas 2, het Nationaal Waterplan 2, Overstromingsbeheerplan 1, Beheerplan Rijkswateren, het Provinciaal Waterplan en Waterbeheerplannen van de andere Nederlandse waterschappen. Het doel van het waterbeheerplan is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden.
Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede dat mensen en dieren in Noordoost Brabant leven in een veilige, schone en prettige omgeving. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema’s: • Veilig en bewoonbaar; • Voldoende water en robuust watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Sint-Michielsgestel 2020-2024 Op 19 december 2019 heeft de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel het zesde verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP-6) voor de periode 2020-2024 vastgesteld. Dit betreft een strategische beleidsnota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het VGRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet). In een verbreed VGRP is het beleid met betrekking tot de zorgplichten grondwater en hemelwater concreet uitgewerkt. Ten aanzien van de omgang met hemelwater zijn doelstellingen geformuleerd. Gezien de geohydrologische omstandigheden binnen de gemeente wordt het uitgangspunt gehanteerd dat perceeleigenaren in nieuwen herbouw situaties (uit- en inbreidingen) hun hemelwater altijd redelijkerwijs zelf kunnen verwerken.
Dit betekent het kunnen bergen/verwerken van de neerslaggebeurtenissen uit de Keur (in 2019: bergingseis 33 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
van 60mm). Als ondergrens hanteert de gemeente een toename van 250 m², in plaats van 2.000 m² uit de Keur.
6.3
Oppervlaktewater
De volgende figuur laat de leggerwatergangen in beheer bij het Waterschap Aa en Maas zien.
B-watergang
Plangebied
Figuur 23: Uitsnede kaart leggers (bron: waterschap Aa en Maas)
Ten westen van het plangebied is een B-watergang gelegen op een afstand van circa 55 meter. De ontwikkeling heeft geen invloed op het beheer en onderhoud van deze watergang.
6.4
Grondwater
Via de Bodematlas van provincie Noord-Brabant zijn gegevens opgevraagd over de grondwaterstand bij de onderzoekslocatie. Uit gegevens is gebleken dat op de locatie de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) zich rond de 20-80 centimeter onder het maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) rond de 100-160 centimeter onder het maaiveld (zie volgende figuren).
34 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
Plangebied
Figuur 24: Uitsnede kaart ‘Gemiddelde hoogste grondwaterstand’ (Bodematlas provincie Noord-Brabant)
Plangebied
Figuur 25: Uitsnede kaart ‘Gemiddelde laagste grondwaterstand’ (Bodematlas provincie Noord-Brabant)
6.5
Afvoer hemelwater
Beleid waterschap Aa en Maas Het beleid van waterschap Aa en Maas is er op gericht om bij nieuwbouw geen vermenging te laten optreden van schoon en vuil water en hanteert het beleid hergebruik - infiltratie - bufferen - afvoer als zijnde gewenst. Per 1 maart 2015 gelden de bepalingen uit de Keur 2015 (artikel 15 van de Algemene regels en artikel 13 van de Beleidsregels). Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen betekent dat het schone hemelwater afkomstig van daken en erfverharding op het perceel moet worden verwerkt door middel van infiltratie of waterberging. Gezorgd moet worden dat voldoende buffercapaciteit aanwezig is. 35 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
In de Keur is bepaald dat voor het afvoeren van hemelwater door afkoppelen van verhard oppervlak bij een toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 er compenserende maatregelen dienen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Verhard oppervlak In de beoogde situatie vindt een wijziging in de oppervlakte aan verhard oppervlak plaats. Er wordt enerzijds bebouwing gesloopt (120 m²) en anderzijds wordt nieuwe bebouwing opgericht (390 m²). Netto is er sprake van een toename aan verhard oppervlak van circa 270 m². Dit betekent dat op basis van de Keur van het waterschap geen compenserende maatregel noodzakelijk is om het hemelwater separaat te bergen en te laten infiltreren. Op basis van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan dient een compenserende maatregel te worden getroffen. Hierbij wordt de rekenregel uit artikel 15 van de Algemene regels van de Keur van het waterschap gehanteerd. Dimensionering infiltratievoorziening De rekenregel voor het berekenen van de dimensionering van de hemelwaterbergingsvoorziening betreft de volgende: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) De gevoeligheidsfactor houdt de nominale waarde in die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt.
De waarde 0,06 is de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m3/ha. In de volgende figuur wordt de hydrologische gevoeligheid van de locatie afgelezen. Deze bedraagt 0,5.
Plangebied
Figuur 26: Kaart gevoeligheid piekafvoeren
Om hydrologisch neutraal te ontwikkelen bedraagt de benodigde bergingscapaciteit voor de ontwikkeling tijdens een extreme neerslagsituatie: 270 x 0,5 x 0,06 = 8,1 m3. Om de neerslaghoeveelheden in extreme situaties te kunnen herbergen dient de aan te leggen zaksloot een oppervlakte te hebben van circa 27 meter, een diepte van 0,3 meter (bij een hoogste grondwaterstand van 40 cm met 10 cm waking). Met deze voorziening is er voldoende capaciteit aanwezig om het hemelwater afkomstig van het nieuwe verhard oppervlak te bergen, alwaar het ter plaatse kan infiltreren. De hemelwaterafvoer van de nieuw aan 36 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
te leggen verharding en dakoppervlak van de nieuwe stal wordt door middel van afvoerbuizen getransporteerd naar de zaksloot. Bij zeer grote neerslaghoeveelheden bestaat de kans dat de genoemde voorziening het aangeboden water onvoldoende kunnen verwerken. In deze situaties kan het overtollige hemelwater afvloeien naar noordelijk en westelijk gelegen aangrenzende landbouwgronden. Gebruik niet uitlogende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Lozingenbesluit Bodembescherming staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken als daken. Bij de bouw van de nieuwe bebouwing zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s). Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater op te vangen en te laten infiltreren. Lozen op het riool In de huidige situatie wordt het hemelwater ook niet op het riool afgevoerd en is het uitgesloten dat het water na realisatie van voorliggend project op het riool geloosd wordt. Het water van de verharding en dakoppervlak wordt naar de zaksloot getransporteerd.
Conclusie Het schone hemelwater afkomstig van de erfverharding en bebouwing wordt niet afgevoerd naar het riool. Overtollig water in zeer extreme weersomstandigheden kan infiltreren via de omliggende bouwlanden. Waterverontreiniging wordt voorkomen. Voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas inzake de watertoets.
37 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
7. Uitvoerbaarheid 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet op de ruimtelijke ordening: 1) Voorbereiding, vooroverleg en omgevingsdialoog met diensten van rijk, provincie en waterschap; Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten in principe medewerking te verlenen. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de betrokken instanties als de provincie en het waterschap. Vooroverlegreactie provincie Op 19 november 2020 heeft de provincie Noord-Brabant een vooroverlegreactie gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. De reactie van de provincie ziet op de volgende punten: 1) In het plan wordt onderhavige ontwikkeling terecht als zogenaamde categorie-3 ontwikkeling aangemerkt (op basis van de regionale afspraken met betrekking tot de uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap), waarbij de bijdrage kwaliteitsverbetering wordt bepaald op basis van een berekening van de bestemmingswinst, in dit geval berekend aan de hand van de toename van de oppervlakte van de bijgebouwen.
Dit betreft een juiste methode, maar de gehanteerde prijseenheid per m² op te richten bebouwing waarmee is gerekend wordt als te laag ervaren en niet reëel; 2) De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit wordt via landschappelijke inpassing ingevuld. Het landschappelijk inpassingsplan is naar de mening van de provincie te mager. Er wordt met voorliggend plan onvoldoende invulling gegeven aan de landschappelijke inpassing die erop moet zijn gericht om aan te sluiten op de bestaande landschappelijke structuren. Dit is belangrijk gelet op de ligging van de planlocatie in de groenblauwe mantel, waar naast bescherming van de waarden ook ingezet dient te worden op de ontwikkeling ervan. Mogelijke ontwikkelingen dienen positief bij te dragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem. Het plan schiet hierin nog te kort en dient beter te worden ingevuld; 3) In artikel 3.49 IOV zijn voorwaarden opgenomen op basis waarvan een veehouderij zich mag vestigen. In verband met de achtergrondbelasting geur wordt opgemerkt dat de eigen woning (Hasseltsedijk 35) niet in beschouwing is genomen bij het geuronderzoek. Aangezien sprake blijft van een woonbestemming geniet de betreffende woning niet de beschermingsstatus van een agrarische bedrijfswoning.
Gevraagd wordt de eigen woning bij de beoordeling van het aspect geur te betrekken; 4) Op de planlocatie is deels het werkingsgebied Beperking veehouderij van toepassing. Primair is de vestiging van een veehouderij in deze gebieden uitgesloten, tenzij sprake is van een grondgebonden veehouderij die voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de ‘Nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij’. In het plan wordt uiteengezet op welke wijze hieraan wordt voldaan. In verband met artikel 8, lid 1 Nadere regels zorgvuldige veehouderij wordt verzocht aan de hand van de gecombineerde opgave aan te tonen dat de in het plan opgevoerde grond daadwerkelijk in gebruik is. Reactie: Ad 1) Voor de overmaat aan bijgebouwen wordt in de aangepaste berekening een bedrag van € 100,- in plaats van € 35,- per m² gehanteerd. Ad 2) Naar aanleiding van deze deelreactie is het landschappelijk inpassingsplan aangepast, waarin beter is aangesloten bij de bestaande landschapsstructuren die kenmerkend zijn voor het omliggende landschap. Daarbij levert het plan nu een positievere bijdragen aan de bescherming 38 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
en ontwikkeling van de waarden van de groenblauwe mantel. Het aangepaste inpassingsplan is toegevoegd als bijlage. Ad 3) In de berekening van de achtergrondbelasting geur is de eigen woning Hasseltsedijk meegenomen. De resultaten van de berekening tonen dat de geurbelasting voldoet aan de toetswaarde uit de IOV en dat sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ad 4) Aan de hand van een gecombineerde opgave wordt aangetoond dat de in de BZV opgegeven gronden daadwerkelijk in gebruik zijn. De gecombineerde opgave is toegevoegd als bijlage. Zorgvuldige dialoog Daarnaast heeft initiatiefnemer een omgevingsdialoog gevoerd met de direct omwonenden van het bedrijf. Initiatiefnemer is in gesprek geweest met de bewoners van de Hasseltsedijk 35a, er zijn geen opmerkingen geplaatst over voorgenomen ontwikkeling. 2) Ontwerp: het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbinnen eenieder zienswijzen kan indienen. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen wordt het plan waar nodig aangepast. 3) Vaststelling: de gemeenteraad stelt vervolgens het bestemmingsplan vast, waarna het wederom voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd en waarop indieners van zienswijzen beroep kunnen instellen bij de Raad van State.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient economisch uitvoerbaar te zijn waardoor het plan inzicht moet geven in de financiële uitvoerbaarheid. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Met initiatiefnemer wordt een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst worden ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen en wordt de erfbeplanting verankerd.
39 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
8. Juridische verantwoording 8.1
Algemene opzet
Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes en een toelichting op de juridische opzet bevat; • De regels: daarin zijn de bestemmingen en de daarbinnen geldende mogelijkheden uitgewerkt; • De verbeelding: heeft de rol van visualisering van de bestemmingen.
8.2
Toelichting op de verbeelding
Op de verbeelding worden de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Op basis van het voorgaande wordt de volgende bestemmingen en aanduidingen onderscheiden: • Agrarisch met waarden – Landschapswaarden (enkelbestemming); • Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden (enkelbestemming); • Wonen (enkelbestemming); • Waarde – Archeologie 3 (dubbelbestemming); • Bouwvlak; • Specifieke vorm van wonen – ondergeschikte agrarische activiteit (functieaanduiding); • Overige zone – archeologische verwachtingswaarde 2 (gebiedsaanduiding); • Overige zone – historisch landschappelijk gebied (gebiedsaanduiding); • Overige zone – leefgebied van dassen (gebiedsaanduiding); • Overige zone – leefgebied van kwetsbare soorten (gebiedsaanduiding); • Overige zone – leefgebied van struweelvogels (gebiedsaanduiding); • Overige zone – open gebied (gebiedsaanduiding); • Maximum bebouwd oppervlak (m²) (maatvoering).
8.3
Toelichting op de regels
De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • •
•
Hoofdstuk 1 ‘Inleidende Regels’ gaat in op de omschrijvingen van de in de voorschriften gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ worden de verschillende bestemmingen en aanduidingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwregels beschreven. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan, algemene aanduidingsregels en de bepalingen ten behoeve van wijzigingen van het bestemmingsplan. Tot slot komen de overige regels aan bod. In hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod.
40 Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
Bijlage 1
Inrichtingsschets bestaande en beoogde situatie
Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
Bijlage 2
Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap
Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap Hasseltsedijk 35 Berlicum Bestaande situatie Wonen
agrarisch
Eenheid m² m² m² m² m²
Aantal 500 500 1000 56 506
Prijs/eenheid € € € € €
325,00 162,50 32,50 10,00 7,00 waarde
€ € € € €
162.500,00 81.250,00 32.500,00 560,00 3.542,00
€
280.352,00
162.500,00
Beoogde situatie / Waardevermeerdering grotere oppervlakte bijgebouwen Eenheid Wonen
agrarisch Toegestane oppervlakte bijgebouwen 'Wonen' = bestaande oppervlakte Overmaat aan bijgebouwen (t.o.v. huidige situatie) = 259 m²
Aantal
Prijs/eenheid
m²
500 €
325,00
€
m²
500 €
162,50
€
81.250,00
m²
915 €
32,50
€
29.737,50
m²
647 €
7,00
Eenheid m²
Aantal 259
Prijs/eenheid €
100,00
€
4.529,00
waarde
€
Conform* 1 waarde totaal
€ €
278.016,50 Totaal 25.900,00 303.916,50
waardevermeerdering
€
23.564,50
€
4.712,90
Investering 20% van de waardevermeerdering
Opbouw investering Aanplant Aanplant hoogstamfruitbomen (diverse soorten) Aanplant laanboom (noot) Aanplant houtsingel Aanplant struweelhaag Totaal Onderhoud Onderhoud hoogstamfruitbomen Onderhoud laanboom (noot) Onderhoud houtsingel Onderhoud struweelhaag Totaal (1 jaar) Totaal (10 jaar)
Eenheid stuks stuks stuks stuks
Eenheid stuks stuks hectare meter
Aantal 7 1 129 75
Aantal 7 1 0,02 30
€ € € €
€ € € €
Prijs/eenheid (incl. BTW) 76,77 76,77 1,85 1,85
Conform* 2 2 2 2
Prijs/eenheid (incl. BTW) 42,89 30,36 1.267,61 1,08
Totaal
Conform* 2 2 2 2
Conform* 2= Normen Vergoedingsystematiek en -grondslagen, behorende bij Subsidieregeling stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant
€
537,39 76,77 238,65 138,75
€
991,56 Totaal
Verplichte basisinspanning TOTAAL
€ € € €
€ € € € €
300,23 30,36 25,35 32,40 388,34
€
3.883,42
Investering aanplant en onderhoud beplanting 4.712,90
€
4.874,98
Bijlage 3
Rapportage BZV
Toleichting bestemmingsplan Hasseltsedijk 35 Berlicum
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 1/12
Bedrijfsgegevens Bedrijfsnaam
Van Doorn
Adres
Hasseltsedijk 35
Postcode
5258SK
Woonplaats
Berlicum
Gemeente
Sint Michielsgestel
Website veehouder
-
Kvknummer
172773280000
Adviseursgegevens Adviesbureau
Rapport versie 2.0.0.7
Agron Advies B.V
Pagina 1/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 2/12
Stalgegevens Omschrijving
Status
Diercategorie
Aantal dieren Totaal Grootte eenheden
Stal (1)
Bestaand
Vrouwelijke schapen
100
5,28
100,00
5,28
Overzicht per stal Afkorting
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
100
5,28
100,00%
100,00
5,28
100,00%
Diersoort
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
Schapen
100
5,28
100,00%
100,00
5,28
100,00%
1
Overzicht per diersoort
Rapport versie 2.0.0.7
Pagina 2/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 3/12
Resultaat Basis score
Punten
Score op Basispunten
Score
Beoordeling 6,00
Inrichting en omgeving
waarde
Gezondheid
23,63
Geuremissie
0,00
Geurimpact
94,40
Fijnstof
0,00
Mineralenkringloop
100,00
Verbinding met de omgeving
10,00
Totaal punten op Inrichting & Omgeving
228,03
Correctiefactor aantal maatlatten
1,20
Gecorrigeerde aantal punten
273,64
Wegingsfactor
200,00
Score op Inrichting en Omgeving
1,37
Akkoord
0,00
Akkoord
7,37
Akkoord
Certificaten Totaal punten op certificaten
0,00
Wegingsfactor
40,00
Score op certificaten Innovatie Innovatie telt mee in het eindoordeel Totaal score BZV
Eindoordeel BZV
Rapport versie 2.0.0.7
Nee
Akkoord
Pagina 3/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 4/12
Certificaten Bedrijfsniveau Omschrijving
Antwoord
GD Keurmerk Zoönosen
GD Keurmerk Zoönosen
Gewogen punten 0,00
Diersoorten Diersoort
Certificaat
Antwoord
Gewogen punten
Schapen
GD-schapen: certificaat zwoegerziekte
Nee
0,00
GD-schapen: certificaat scrapie - resistent
Nee
0,00
Afkorting
Certificaat
Antwoord
1
Milieukeur
Nee
Beterleven
Nee
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Stalniveau
Totaal aantal punten
Rapport versie 2.0.0.7
Gewogen punten 0,00
0,00
Pagina 4/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 5/12
Gezondheid Bedrijfsniveau Vraag
Antwoord
Punten
3 - Afstand tot dichtstbijzijnde ander veebedrijf, kortste afstand tussen bouwblokken
> 250 m
7,27
a - Vulpunten voersilo's, afvoerpunten mest, aan-en aflevervoorziening aan vuile weg
Ja
5,45
b - Afleverruimte voor dieren
Nee
-
c - Kruisende looplijnen interne bedrijfsgedeelte met openbare gedeelte
Ja
-
d - Hygiene sluis op scheiding schone-vuile weg
Nee
-
e - Kadaveropslag op vloeistof dichte vloer met opvang van vloeistoffen.
Nee
-
f - Looplijnenschets aanwezig, zichtbaar opgehangen
Nee
-
a - Scheiding schoon-vuil gedeelte + wasbak
Nee
-
b - Bedrijfseigen kleding/schoeisel
Nee
-
c - Douches
Nee
-
8 - Opslag van vaste mest op het erf
Ja, niet overkapt
-
9 - Spoelplaats veewagens
Nee
-
11 - Minimaal 2 meter verharding direct aansluitend alle stalmuren ter voorkoming van ongedierte
Nee
-
5 - Scheiding schone-vuile weg:
6 - Hygiëne sluis met:
Diersoortniveau Diersoort
Vraag
Antwoord
Schapen
1 - Quarantainestal (opfokdieren)
Nee
-
2 - Heeft u een buitenloop of weidegang?
Buitenloop, niet overkapt
-
4 - Houdt u andere bedrijfsmatig gehouden veesoorten?
Punten
10,91
Stalniveau Stal afkorting
Vraag
Antwoord
1
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
Rapport versie 2.0.0.7
Punten
Pagina 5/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
1
Rapport versie 2.0.0.7
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
29-09-2020 (Creatie) Pagina 6/12 Ja
0,00
Totaal aantal punten
23,63
Pagina 6/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 7/12
Fijnstof Fijnstof emissie Referentie Status
Stal
Bestaand Stal
Rapport versie 2.0.0.7
BB of BWL code B1.100
Huidige / Gewenste situatie
Aantal
Norm
Emissie
Werkelijke waarde
Emissie
100
0,00
0,00
0,00
0,00
Totalen Bestaand
0,00
0,00
Totalen
0,00
0,00
Behaald reductiepercentage
NaN
Aantal punten
NaN
Totaal aantal punten
0,00
Pagina 7/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 8/12
Geuremissie Referentie Status
Stal
Bestaand Stal
Rapport versie 2.0.0.7
BB of BWL code
B1.100
Huidige / Gewenste situatie
Aantal
Norm
Emissie
Werkelijke waarde
Emissie
100
7,80
780,00
Totalen Bestaand
780,00
Totalen
780,00 Behaald reductiepercentage
0,00 %
Totaal aantal punten
0,00
Pagina 8/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 9/12
Geurimpact Vraag
Antwoord Bevind u zich in een concentratiegebied?
Punten Ja
In concentratiegebied
Rapport versie 2.0.0.7
Op woonkern in OU
0,00
60,00
Op buitengebied in OU
1,40
34,40
Totaal aantal punten
94,40
Pagina 9/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 10/12
Mineralenkringloop P-Mest Totaal Vraag
Antwoord
P Mestproductie totaal
330,00
Gebruiksruimte (in KG P)
412,50
P-mestoverschot (Productie - Gebruiksruimte)
-82,50
P-aanwending mest Soort aanwending
Grond eigen gebruik, binnen straal van 15 km Totalen
Rapport versie 2.0.0.7
Hectaren
Norm (kg/ha)
kg P
Opgehaald bij RvO
Punten
5,50
75,00
412,50 Nee
125,00
5,50
412,50
125,00
5,50
412,50
125,00
Totaal aantal punten
100,00
Pagina 10/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 11/12
Verbinding met de omgeving en biodiversiteit Thema
Vraag
Antwoord
Zicht op dieren in de stal of uitloop
Inkijk in de stal en/of zicht op dieren (die op het bedrijf worden gehouden) op permanent beschikbare uitloop.
Geen
0,00
Groen op het erf Oppervlak groen op het erf (= verticale projectie van bomen, (op en struiken, heggen, bosplantsoen, boomgaard, poel)als percentage aansluitend op van het totale erfoppervlak (= het gaat om bouwblok en het groen bouwblok) dat direct aansluit op het bouwblok). Bemesting en gebruik bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.
<= 10 % groen
0,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
Inpandige laad- en losplaats dieren
Nee
0,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
Inpandige losplaats krachtvoer en bijproducten
Nee
0,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
De voerbewerkingshandelingen vinden inpandig plaats
Nee
0,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
Mestbewerking vindt inpandig plaats
Nee
0,00
Brijvoer/ bijproducten
Opslag van voer(componenten) vindt plaats in afgesloten ruimten
Nee
0,00
Brijvoer/ bijproducten
Lucht uit de voerkeuken/ voeropslag wordt afgevoerd naar een luchtzuiveringsinstallatie
Nee
0,00
Brijvoer/ bijproducten
Bedrijf past geen bijproducten toe
Ja
10,00
Mestbe- of verwerking, mestdroging
Alle luchtwassers/ warmtewisselaars/ droogtunnels/ mestbewerkingsinstallaties op het bedrijf zijn inpandig gesitueerd
Nee
0,00
Mestbe- of verwerking, mestdroging
Sleufsilo's zijn aan het oog onttrokken
Nee
0,00
Mestbe- of verwerking, mestdroging
Bedrijf heeft dagontmesting of scheiding van mest en urine in de stal
Nee
0,00
Kadaver ophaalplaats
Kadavers worden opgeslagen in een afgesloten en ondergrondse kadaverophaalplaats aan de openbare weg
Nee
0,00
Totaal aantal punten
10,00
Rapport versie 2.0.0.7
Punten
Pagina 11/12
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
Van Doorn
BZV versie: 2.0
Scenario:
Schapenhouderij (2)
Datum:
Status:
Ingediend (29-09-2020)
29-09-2020 (Creatie) Pagina 12/12
Aanvullende meldingen Geen aanvullende meldingen
Rapport versie 2.0.0.7
Pagina 12/12
Ingevulde gegevens Gecombineerde opgave 2020 Naam
M.T.N.M. van Doorn
KVK-nummer
16061608
Relatienummer
201818669
Datum ingediend
14-05-2020 om 15:48 uur
Aanvraagnummer
8944205
Nog door u te doen Wijziging direct doorgeven Als er iets wijzigt in uw opgave moet u dit direct doorgeven. Dit doet u door de opgave opnieuw te openen, de gegevens te wijzigen en de opgave nog een keer te versturen.
Pagina 1 van 17
Relatiegegevens Naam
M.T.N.M. van Doorn
Adres
Driezeeg 23
Woonplaats
5258 LD BERLICUM NB
Aanvraagnummer
8944205
KVK-nummer
16061608
Hoofdvestiging: SBI-code hoofdactiviteit
45112
Hoofdvestiging: SBI-code nevenactiviteit(en)
01451
Nevenvestiging(en): SBI-codes hoofd- en nevenactiviteiten IBAN
NL48 SNSB 0945 2351 94
Rechtsvorm
EENMANSZAAK
Telefoonnummer
0735031437
Mobiel telefoonnummer E-mailadres
dedriezeeg@home.nl
Zijn bovenstaande gegevens correct en volledig?
Ja Nee
Geef aan welke situatie op u van toepassing is. Ik ben helemaal gestopt. Ik houd op 1 april 2020 bedrijfs- en hobbymatig geen dieren. En ik heb op of na 15 mei 2020 geen landbouwgrond in gebruik. Ook is er geen tuinbouw onder glas, bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek of een andere teelt in containers of gebouwen. Ik ben tijdelijk niet actief. Ik houd op 1 april 2020 bedrijfs- en hobbymatig geen dieren. En ik heb op 15 mei 2020 geen landbouwgrond in gebruik. Ook is er geen tuinbouw onder glas, bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek of een andere teelt in containers of gebouwen. Geen van bovenstaande. E-mailadres Het e-mailadres dat u invult gebruiken wij voor het versturen van de ontvangstbevestiging en de nieuwsbrief Gecombineerde opgave. Ook gebruiken wij dit e-mailadres voor het versturen van een herinnering of een melding over de verstuurde opgave. Vult u de opgave in als gemachtigde en vraagt u in de opgave uitbetaling Betalingsrechten, aanvraag rechten uit Nationale reserve en/of uitbetaling graasdierpremie aan? Dan gebruiken we het e-mailadres ook om een bericht te sturen als er een beslissing is genomen. E-mailadres
dedriezeeg@home.nl
Om te bevestigen nogmaals uw e-mailadres
dedriezeeg@home.nl
E-mailadres adviseur en/of gemachtigde Om te bevestigen nogmaals het e-mailadres van de adviseur en/of gemachtigde
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 2 van 17
Biologische landbouw op 15 mei 2020 Past u op het bedrijf een door SKAL gecontroleerde biologische productiewijze toe? Is uw bedrijf (deels) in omschakeling? Vul dan ook Ja in.
Ja Nee
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 3 van 17
Bedrijfsvorm, bedrijfsleiding en veiligheidsplan Is uw bedrijf een rechtspersoon? Ja, bijvoorbeeld een BV, NV, stichting, vereniging, coöperatie, gemeente, provincie of kerkgenootschap Nee, het is een natuurlijk persoon, eenmanszaak, maatschap, VOF of CV Bedrijfshoofd/bedrijfsleider Geboortejaar
1966
Geslacht
Man Vrouw
Gemiddelde arbeidstijd per week van april 2019 tot en met maart 2020 op dit bedrijf
10 tot 20 uur
Opvolging Is er voor uw bedrijf een bedrijfsopvolger van 16 jaar of ouder?
Ja Nee
Veiligheidsplan Heeft uw bedrijf een veiligheidsplan? In een veiligheidsplan staat welke gezondheids- en veiligheidsrisico's u, uw werknemers en uw gezinsleden lopen bij het werken op uw bedrijf. In dit plan staat ook hoe deze risico's zijn verlaagd.
Ja Nee
Dagelijkse leiding Wie is voor het grootste deel verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding op uw bedrijf?
Bedrijfshoofd Iemand anders
Heeft het bedrijfshoofd ander betaald werk? Het is betaald werk als het bedrijfshoofd hiervoor een vergoeding krijgt. Dit kan ook een betaling zijn met producten of diensten.
Nee Ja, als hoofdactiviteit Ja, als nevenactiviteit
In welk jaar is de persoon met de dagelijkse leiding begonnen met leiding geven?
1986
Opleiding Wat is de hoogste opleiding van de persoon met de dagelijkse leiding? Een basis landbouwopleiding. Dit is een voltooide opleiding aan een lagere landbouwschool, een voltooide opleiding op het gebied van landbouw bij een opleidingscentrum of een afgesloten stageperiode op landbouwgebied. Een volledige landbouwopleiding. Er is minimaal 2 jaar landbouwonderwijs gevolgd aan een MBO, hogeschool of universiteit. Alleen praktijkervaring in de landbouw. Heeft de persoon met de dagelijkse leiding het afgelopen jaar een agrarische cursus of opleiding gevolgd of afgerond? Het gaat om de periode van april 2019 tot en met maart 2020.
Ja Nee
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 4 van 17
Meewerkende familie Aantal meewerkende familieleden Vul het aantal familieleden in dat op dit bedrijf werkte van april 2019 tot en met maart 2020. Het gaat om: - 1e graads familie van 16 jaar of ouder. Dit zijn ouders en kinderen. - 2e graads familie van 16 jaar of ouder. Dit zijn broers, zussen, grootouders en kleinkinderen. - uw levenspartner, als u getrouwd bent of een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap heeft. De persoon die eerder bij bedrijfshoofd/bedrijfsleider is opgegeven, geeft u hier niet op. Gemiddelde arbeidstijd per week Geef de tijd op die besteed wordt aan landbouwwerkzaamheden. Werkzaamheden voor verbrede landbouwactiviteiten telt u alleen mee als ze niet te scheiden zijn van de landbouwwerkzaamheden. Gemiddelde arbeidstijd per week 38 uur of meer
30 tot 38 uur
20 tot 30 uur
10 tot 20 uur
Aantal mannen
minder dan 10 uur
1
Aantal vrouwen
Geef op hoeveel van deze familieleden ander betaald werk hebben. Het is betaald werk als uw familielid hiervoor een vergoeding krijgt. Dit kan ook een betaling zijn met producten of diensten. Ander betaald werk als hoofdactiviteit
als nevenactiviteit
Aantal personen
Regelmatig meewerkende personen Aantal regelmatig meewerkende personen Vul het aantal personen in dat regelmatig op dit bedrijf werkte van april 2019 tot en met maart 2020. Het gaat om personen van 16 jaar of ouder, met een contract voor onbepaalde tijd. Iemand die maar een deel van deze periode regelmatig gewerkt heeft geeft u alleen op als dit kwam door: - het in de loop van de periode beginnen of stoppen met werken voor het bedrijf. - afwezigheid door vakantie, ziekte, ongeval of overlijden. - het stil komen liggen van het werk door overmacht, bijvoorbeeld overstroming of brand. - bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld een teelt die alleen een deel van het jaar plaatsvindt. Seizoenarbeiders en de personen die eerder bij bedrijfshoofd/bedrijfsleider en meewerkende familie zijn opgegeven geeft u hier niet op. Gemiddelde arbeidstijd per week Geef de tijd op die besteed wordt aan landbouwwerkzaamheden. Werkzaamheden voor verbrede landbouwactiviteiten telt u alleen mee als ze niet te scheiden zijn van de landbouwwerkzaamheden. Gemiddelde arbeidstijd per week 38 uur of meer
30 tot 38 uur
20 tot 30 uur
10 tot 20 uur
Aantal mannen
minder dan 10 uur 1
Aantal vrouwen
Niet-regelmatig meewerkende personen Aantal werkdagen niet-regelmatig meewerkende personen Vul het aantal volledige werkdagen in van personen die niet-regelmatig op dit bedrijf werkten van april 2019 tot en met maart 2020. Het gaat om personen van 16 jaar of ouder. Rechtstreeks door het bedrijf tewerkgesteld (bijvoorbeeld arbeidskrachten voor bepaald werk of gelegenheidswerk)
volledige werkdagen
Niet rechtstreeks door het bedrijf tewerkgesteld (bijvoorbeeld loonwerkers of arbeidskrachten van werktuigencoöperaties)
volledige werkdagen
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 5 van 17
Verbrede landbouw Welke verbrede landbouwactiviteiten voert u uit op uw bedrijf van april 2019 tot en met maart 2020? Agrarisch natuur- en landschapsbeheer op basis van een beheerovereenkomst Agrarisch loonwerk voor derden Niet-agrarisch loonwerk voor derden Stalling van goederen of dieren van anderen. Bijvoorbeeld caravans, boten of een dierenpension. Toerisme, accommodatie of vrijetijdsbesteding Energieproductie door opwekking van hernieuwbare energie voor levering aan derden Boerderij educatie Verwerken landbouwproducten Zorglandbouw Kinderopvang Aquacultuur Geen van bovenstaande
Verkoop aan consumenten Verkoopt u rechtstreeks producten aan consumenten? Het gaat om producten die op uw bedrijf zijn geproduceerd of verwerkt.
Ja
Verkoopt u via één tussenschakel producten aan consumenten? Het gaat om producten die op uw bedrijf zijn geproduceerd of verwerkt.
Ja
Nee
Nee Niet bekend
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 6 van 17
Dieren Welke dieren houdt u op 1 april 2020? Rundvee (exclusief waterbuffels) Waterbuffels Varkens Schapen Geiten Ganzen, emoes, fazanten, helmparelhoenders, nandoes, patrijzen, struisvogels, vleesduiven (alleen opgeven als u bedrijfsmatig in totaal meer dan 25 van deze dieren houdt) Paarden, pony's, ezels Konijnen (alleen opgeven als u bedrijfsmatig meer dan 25 gespeende vleeskonijnen en/of voedsters houdt) Nertsen (alleen opgeven als u bedrijfsmatig meer dan 25 moederdieren houdt) Damherten, Midden-Europese edelherten, knaagdieren (alleen opgeven als u bedrijfsmatig één of meer van deze dieren houdt) Geen van bovenstaande Voor welke dieren heeft u huisvesting in Nederland op 1 april 2020? Geef gehuurde stallen ook op.
Rundvee (exclusief waterbuffels) (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft) Waterbuffels (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft) Varkens (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft) Geiten (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft én u in 2019 gemiddeld meer dan 25 geiten heeft gehouden) Kippen (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft) Eenden (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft) Kalkoenen (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2020 een UBN heeft) Konijnen Nertsen (alleen opgeven als u bedrijfsmatig meer dan 25 moederdieren houdt) Geen van bovenstaande
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 7 van 17
Schapen: UBN en productiedoel U ziet hier welke UBN's voor schapen bij uw relatienummer geregistreerd staan. En het productiedoel als u dit heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave 2019. Als het UBN vorig jaar niet is opgegeven staat er bij het productiedoel Onbekend. Controleer de gegevens en wijzig ze als dit nodig is. Productiedoelen • Onbekend > Kies het juiste productiedoel. • Gemengd/overig > Heeft u alleen schapen jonger dan 1 jaar? Dan worden de aantallen uit I&R gebruikt. Heeft u (ook) schapen van 1 jaar of ouder? Dan verdeelt u in het volgende scherm de schapen over de diercategorieën. • Andere productiedoelen > De aantallen uit I&R worden gebruikt. U hoeft de schapen niet zelf te verdelen over de diercategorieën. UBN 6036140
Productiedoel Vlees
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? Ja Nee
UBN's die u na 1 april registreert of overneemt, hoeft u hier niet toe te voegen.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 8 van 17
Diervoer Mengvoer Heeft u op uw bedrijf diervoer gemengd of er een middel aan toegevoegd? Ik meng voedermiddelen (eventueel ook met aanvullend diervoeder) en gebruik het mengsel als diervoer. Ik voeg een toevoegingsmiddel toe aan het diervoer dat ik gebruik. Ik voeg een voormengsel (premix) toe aan het diervoer dat ik gebruik. Op mijn bedrijf meng ik geen diervoer. Ik voeg er ook geen middelen aan toe. Voegt u alleen water toe aan uw diervoer? Kies dan ook voor dit antwoord.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 9 van 17
Regelingen Geef aan voor welke regelingen u in 2020 in aanmerking wilt komen, of waarvoor u uitbetaling wilt aanvragen. Informatie over de voorwaarden van de regelingen kunt u vinden op mijn.rvo.nl/gecombineerde-opgave Betalingsrechten Uitbetaling Betalingsrechten en Vergroeningsbetaling
Ja Nee
Toekenning uit Nationale reserve Wilt u betalingsrechten uit de Nationale reserve aanvragen?
Ja Nee
Nationale reserve voor starters Nationale reserve voor jonge landbouwers Nationale reserve voor percelen waarop openbare werken of nutsvoorzieningen zijn aangelegd of set-aside percelen. U heeft deze percelen nu weer in gebruik als landbouwgrond.
Overige regelingen Diergezondheidsfonds U kunt een vergoeding krijgen uit het Diergezondheidsfonds als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt of voor preventieve maatregelen. Wilt u hiervoor in aanmerking komen? Ja ik wil in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. Nee ik hoef geen vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. Ook niet als bijvoorbeeld mijn bedrijf wordt geruimd bij een besmettelijke dierziekte. Nee, want ik heb geen dieren. Graasdierpremie U kunt graasdierpremie aanvragen voor schapen en/of vrouwelijk rundvee. Dit kan alleen voor dieren die van 15 mei tot en met 15 oktober 2020 grazen op niet-subsidiabele grond. Bijvoorbeeld heide, duinen, kwelders en stadsparken.
Ja
Brede weersverzekering U kunt deze subsidie aanvragen als u een brede weersverzekering heeft voor gewassen die u in de open grond teelt.
Ja
Uitbetaling Subsidie natuur- en landschapsbeheer, onderdeel agrarisch natuur- en landschapsbeheer (SNL-a)
Ja
Nee
Nee
Nee
Diergezondheidsfonds Aantal werknemers op uw bedrijf in de periode van april 2019 tot en met maart 2020 Is de jaaromzet van uw bedrijf meer dan € 50 miljoen?
1 Ja Nee
Is het jaarlijkse balanstotaal van uw bedrijf meer dan € 43 miljoen?
Ja Nee
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 10 van 17
Grond Grond in gebruik Het gaat hier om grasland, bouwland, tuinbouw open grond, natuurterrein, braakland en bos. Heeft u op 15 mei 2020 grond in Nederland in gebruik of beheer?
Ja Nee
Gebruikt u op 15 mei 2020 grond in België (maximaal 25 km van de Nederlandse grens) en/of Duitsland (maximaal 20 km van de Nederlandse grens)?
Ja Nee
Natuur en primaire waterkeringen Heeft u op 15 mei 2020 natuurgrond in gebruik?
Ja Nee
Heeft u op 15 mei 2020 een primaire waterkering in gebruik waar u niet de feitelijke beschikkingsmacht over heeft?
Ja Nee
Overige grond Geef de overige grond op die bij uw bedrijf hoort op 15 mei 2020. Onder overige grond valt niet:
• Grond opgegeven in Mijn percelen • Gebouwen en containers voor tuinbouw onder glas, bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek en overige teelten. • Grond in het buitenland Grond geschikt voor landbouw (exclusief braak) maar niet zo in gebruik. Bijvoorbeeld een kampeerterrein.
ha ha
Overige grond. Bijvoorbeeld erf, gebouwen, gesteente, groeven, onvruchtbare grond, sloten, vijvers en wegen. Fosfaat Wilt u in 2020 gebruik maken van een hogere fosfaatgebruiksnorm? Nee Ja, ik maak gebruik van reparatiebemesting voor fosfaatarme en -fixerende gronden (PAL-waarde lager dan 16, Pw-waarde lager dan 25) Ja, ik maak gebruik van fosfaatdifferentiatie voor percelen met fosfaattoestand laag, neutraal of ruim (PAL-waarde tussen 16 en 50, Pw-waarde tussen 25 en 55)
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2020
KVK-nummer 16061608
14-05-2020 om 15:48 uur Pagina 11 van 17
Mijn percelen Ik verklaar dat ik:
• zelf de gebruiker ben van de opgegeven percelen. • de percelen gebruik voor landbouw. • voor percelen waarvan ik niet zelf de eigenaar of pachter ben wel toestemming heb om deze te gebruiken. Het gaat om toestemming van de eigenaar of pachter om het perceel te mogen gebruiken voor landbouw.
Samenvatting Mest en grond Gebruiksnormen, Mestverwerkingsplicht en Wet grondgebonden groei melkveehouderij U ziet hier het aantal hectares waarmee u rekent voor de Gebruiksnormen, de Mestverwerkingsplicht en de Wet grondgebonden groei melkveehouderij. Informatie over het mestbeleid vindt u op www.rvo.nl. Opgegeven oppervlakte
Aantal percelen
Oppervlakte per gewas Grasland, blijvend (265)
2,10 ha
6
Grasland, tijdelijk (266)