07.6 - Planregels VAST Actualisatieplan Kommen Berlicum en Middelrode 281022
Tekst van het document
bestemmingsplan
Actualisatieplan Kommen Berlicum en Middelrode
PLANREGELS
NL.IMRO.0845.BP2018BRLCMDLR-VA02
1
INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 - INLEIDENDE REGELS ................................................. 3 Artikel 1 Artikel 2
-
Begrippen ................................................................................................................ 3 Wijze van meten ................................................................................................. 13
HOOFDSTUK 2 - BESTEMMINGSREGELS ............................................ 14 Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel
3 - Agrarisch ............................................................................................................... 14 4 - Bedrijf .................................................................................................................... 18 5 - Bedrijf - Nutsvoorziening................................................................................... 22 6 - Bedrijventerrein ................................................................................................... 24 7 - Bos ......................................................................................................................... 27 8 - Detailhandel ......................................................................................................... 29 9 - Dienstverlening .................................................................................................... 33 10 - Gemengd ............................................................................................................ 36 11 - Groen ................................................................................................................... 40 12 - Horeca ................................................................................................................. 42 13 - Maatschappelijk.................................................................................................
45 14 - Sport .................................................................................................................... 48 15 - Tuin ...................................................................................................................... 50 16 - Verkeer - Verblijfsgebied ................................................................................ 52 17 - Water ................................................................................................................... 54 18 - Wonen ................................................................................................................. 55 19 - Leiding – Gas ..................................................................................................... 60 20 - Leiding – Riool ................................................................................................... 62 21 - Waarde – Archeologie 1 .................................................................................. 64 22 - Waarde – Archeologie 4 .................................................................................. 66
HOOFDSTUK 3 - ALGEMENE REGELS ................................................... 68 Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel
23 24 25 26 27
-
Anti-dubbeltelregel ........................................................................................... 68 Algemene bouwregels ...................................................................................... 68 Algemene gebruiksregels ................................................................................ 68 Algemene afwijkingsregels ............................................................................. 70 Algemene wijzgingsregels ............................................................................... 71
HOOFDSTUK 4 - OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................ 77 Artikel 28 Artikel 29
-
Overgangsrecht ................................................................................................. 77 Slotregel ............................................................................................................. 77
BIJLAGEN 1. Staat van Bedrijfsactiviteiten 2. Lijst met beschermde Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende bebouwing 3. Staat van Bedrijfsactiviteiten bestemming ‘Gemengd’ 4. Bedrijven, bedrijfsactiviteiten en bedrijfswoningen 5. Staat van Horeca-activiteiten 6. Lijst met beschermde en monumentale bomen in Berlicum en Middelrode
2
HOOFDSTUK 1 - INLEIDENDE REGELS Artikel 1
-
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 het plan het bestemmingsplan ‘Actualisatieplan Kommen Berlicum en Middelrode’ van de gemeente Sint-Michielsgestel; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0845.BP2018BRLCMDLR-VA02 met de bijbehorende regels en bijlage; 1.3 aanbouw een aan een hoofdgebouw toegevoegd afzonderlijk gebouw dat in functioneel opzicht een integrerend onderdeel van het hoofdgebouw vormt en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aanduidingsvlak een aangegeven vlak, waarop een aanduiding betrekking heeft; 1.7 aaneengebouwd gebouw een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa, bestaande uit drie of meer aan elkaar gebouwde grondgebonden hoofdgebouwen; 1.8 aan huis gebonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met ondergeschikte functies.
Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke bedrijven. Een kapperszaak wordt hier niet onder verstaan. Het beroep mag uitsluitend uitgeoefend worden door bewoner(s) van het pand. 1.9 afhankelijke woonruimte
3
een bijgebouw dat qua aard en ligging een ruimtelijke eenheid vormt met het woonhuis en, waarin een gedeelte van het huishouden uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.10 ambachtelijk bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken, of herstellen van goederen, alsook – in verband hiermee als ondergeschikt belang – het verkopen en/of leveren van goederen; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 1.13 bed & breakfast een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten; 1.14 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.15 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.16 bedrijfswoning/dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de
bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.17 begane grond het met de straat gelijk liggende deel van een gebouw; 1.18 beperkt kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Staatsblad 2004, nr. 250) een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.19 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huisverbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.20 bestaand(e situatie) 4
a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, die gebouwd is met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet verleende omgevingsvergunning dan wel verleende vergunning, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dit tijdstip aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond- en bouwwerken, zoals aanwezig op het tijdstip waarop dit bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen; 1.21 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming (een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming); 1.23 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.24 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.25 bouwvlakgrens de grens van een bouwvlak; 1.26 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en
zolder; 1.27 bouwmassa een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen; 1.28 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.29 bouwvlak 5
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.30 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.31 bouwwerk, geen gebouw zijnde: een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.32 carports een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat, voorzien van een dak en ten hoogste twee wanden, door zijn plaatsing, indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor het stallen van motorvoertuigen; 1.33 consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 van het Vuurwerkbesluit; 1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35 detailhandel in agrarische hulpmaterialen, diervoeders en tuininrichting detailhandel in hulpmaterialen ten behoeve van uitoefening van een agrarisch bedrijf, detailhandel in diervoeders, alsmede detailhandel in meubelen en artikelen ten behoeve van de inrichting van tuinen en daarmee samenhangende artikelen, alsmede daaraan ondergeschikte
artikelen; 1.36 detailhandel in dierbenodigdheden detailhandel in goederen ten behoeve van het houden van dieren, zoals goederen voor de huisvesting, de verzorging, het vervoer en het vermaak van dieren en daarmee samenhangende artikelen alsmede daaraan onderschikte artikelen; 1.37 detailhandel in volumineuze goederen: detailhandel in de navolgende limitatieve opsomming, die vanwege de aard en omvang van de goederen een groot oppervlak per detailhandelsvestiging nodig heeft voor uitstaling: detailhandel in boten, aanhangwagens, caravans, kampeerartikelen (sportartikelen en kleding hiervan uitgezonderd), tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, woninginrichtingsartikelen (meubel-, vloer- en/of
6
stofferingszaak), alsmede bouwmarkten, met uitzondering van supermarkten en warenhuizen en met uitzondering van productiegebonden detailhandel; 1.38 dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van maatschappelijke en economische diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie, waaronder zijn inbegrepen kantoren, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.39 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.40 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.41 extensief dagrecreatief medegebruik een recreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, een picknickplaats of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik en met uitsluiting van recreatief nachtverblijf; 1.42 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.43 garagebedrijf een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en/of reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat
de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd; 1.44 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met minimaal twee wanden omsloten ruimte vormt; 1.45 geluidzoneringsplichtige inrichting een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.46 gestapeld gebouw bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten; 1.47 hoofdgebouw 7
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.48 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren die voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; 1.49 huishouden een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband; 1.50 kassen agrarische bedrijfsgebouwen van glas of ander lichtdoorlatend materiaal ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering; 1.51 kantoor een gebouw, gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch, ontwerp technisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan of geholpen; 1.52 kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) een grenswaarde voor het risico c.q.
een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.53 liberale huurwoningen; woningen die verhuurd moeten worden en waarbij de door overheid jaarlijks vast te stellen huurliberalisatiegrens niet van toepassing is en de huurprijs door de eigenaar zelf wordt bepaald; 1.54 maatschappelijke voorzieningen educatieve, (sociaal-)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, maatschappelijk verzorgende, religieuze voorzieningen, onderwijsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, waaronder ontmoetingsvoorzieningen voor jongeren en/of senioren, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van genoemde voorzieningen; 1.55 mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
8
rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.56 nutsvoorziening bouwwerk ten behoeve van een op het openbaar netwerk aangesloten voorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer; 1.57 ondergeschikt een functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen als zodanig mag worden gebruikt; 1.58 ontsluitingsweg een openbare voor het verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten, betreffende woonstraten waar maximaal 30 km per uur mag worden gereden; 1.59 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand; 1.60 pick up point een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten.
Pick up points worden gezien als detailhandel; 1.61 plangrens de begrenzing van het bestemmingsplan; 1.62 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding; 1.63 risicovolle inrichting een inrichting bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in dit bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.64 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
9
1.65 sociale huurwoningen: woningen die verhuurd moeten worden voor een huurprijs die onder de door de overheid jaarlijks vast te stellen huurliberalisatiegrens ligt; 1.66 staat van bedrijfsactiviteiten de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals de lijst is opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regels; 1.67 strijdig gebruik niet verenigbaar met of tegengesteld aan het toelaatbaar gestelde gebruik op grond van de bepalingen in dit plan; 1.68 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt. a. hoge teeltondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter: teeltondersteunende voorzieningen, in de regel hoger dan 1,5 m, ter bescherming van zaaisels en planten, tegen onkruid en wildschade en tegen weersinvloeden, die vrij gemakkelijk verwijderbaar zijn, maar waarbij dat niet na elk teeltseizoen plaats vindt, zoals teeltbakken in stellingen, plastic en foliekassen, -tunnels en regenkappen; b.
hoge ondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter: teeltondersteunende voorzieningen, in de regel hoger dan 1,5 m, ter bescherming van zaaisels en planten, tegen weersinvloeden, die aanwezig zijn gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 8 maanden, weer worden verwijderd, zoals voor mensen toegankelijke wankelkappen, schaduwhallen en hagelnetten; c. lage teeltondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter: teeltondersteunende voorzieningen voorplantaardige teelten, met een hoogte van maximaal 1,5 m, die op of nabij de grond worden aangebracht, voor zogenaamde containerteelt; d. lage teeltondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, aanwezig gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 8 maanden, weer wordt verwijderd, zoals lage tunnels, insectengaas, afdekfolies en vlakveldfolies. 1.69 tuin een stuk grond behorende bij een woonhuis, welke is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verhardingen ten behoeve van het woongenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw; 10
1.70 twee-aaneen gebouwd een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa bestaande uit maximaal twee hoofdgebouwen, waarvan de hoofdbebouwing aan maximaal één zijde grenst/aansluit aan een ander hoofdgebouw; 1.71 uitbouw de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.72 voorgevellijn de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.73 vrijstaand bebouwing waarvan het hoofdgebouw niet grenst of aansluit aan andere hoofdgebouwen; 1.74 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.
Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.; 1.75 weg een openbare voor het verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten, met een doorgaand karakter waar 50 km per uur of harder mag worden gereden; 1.76 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.75 woning een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: a. één afzonderlijk huishouden of; b. één huishouden plus maximaal twee individuele personen of; c. vier individuele personen. 1.76 zeer kwetsbaar gebouw Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het betreft de gebruiksfunctie: a. een woonfunctie voor zorg; b. een bijeenkomstfunctie voor: 1. voor kinderopvang of; 11
2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied; e. een onderwijsfunctie; 1. voor basisschoolonderwijs of één afzonderlijk huishouden of; 2. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.
12
Artikel 2
-
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 goothoogte van een gebouw: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3 hoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren). De in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en soortgelijke bouwdelen. 2.6 peil: a. voor bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, of de bovenkant van de afgewerkte vloer van de begane grond; b.
indien in of op het water wordt gebouwd dient het plaatselijk peil, dan wel het afgewerkte maaiveld aangehouden te worden; 2.7 Ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits het bouwdeel niet meer dan 1 meter uitsteekt.
13
HOOFDSTUK 2 - BESTEMMINGSREGELS Artikel 3
-
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; b. agrarische bedrijfsuitoefening; c. gebruik in combinatie met agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer; d. extensief dagrecreatief medegebruik; e. bestaande bedrijfswoningen, zoals opgenomen in Bijlage 4; f.
ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – cultuur’ de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2.
met daaraan ondergeschikt; g. ontsluitingswegen en paden; h. (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i.
groen en groenvoorzieningen;
j.
parkeervoorzieningen.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 3.1 onder a, b, e, f; 2. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde c. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; d. het aantal (bedrijfs)woningen mag niet worden uitgebreid. 3.2.2 Gebouwen a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
14
b. het bebouwingspercentage , goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte, maximum bebouwingspercentage' is weergegeven. 3.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen; c. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen. 3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² bedragen; b. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; c. de bouwhoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 6 m bedragen. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 15 meter bedragen; b. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt 2 meter.
3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak geldt dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen mogen worden opgericht, waarvan de (nok)hoogte niet meer dan 1 m mag bedragen. 3.2.7 Ondergronds bouwen Voor het ondergronds bouwen geldt de volgende bepaling: a. ondergronds bouwen mag uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel onder bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat minimaal 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd dient te worden. 3.3 Afwijken van de bouwregels 15
Het bevoegd gezag is bevoegd af te wijken ten behoeve van: 3.3.1 Het plaatsen van openbare nutsvoorzieningen Het plaatsen van openbare nutsvoorzieningen in de vorm van gasontvang-, reduceerstations en transformatorhuisjes is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de bebouwingsoppervlakte niet meer dan 20 m² bedraagt; b. de goothoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; c. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast. 3.3.2 Het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. deze voorzieningen niet langer dan 6 maanden ter plaatse aanwezig zijn; b. deze voorzieningen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering; c. deze voorzieningen uitsluitend toegestaan zijn ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; d. de maximale oppervlakte voor de teeltondersteunende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 5000 m²; e. de hoogte van de teeltondersteunende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 3 meter, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5 meter mag bedragen; f.
op basis van een erfbeplantingsplan is de landschappelijke inpassing verzekerd;
g. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast. 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. detailhandel met uitzondering de streekeigen producten; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); c. opslag van goederen en materialen, met uitzondering van hetgeen in 3.1 onder a, b en e is bedoeld. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verbod
16
Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'landschapselement' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a. afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren, indrijven; b. rooien, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt; c. draineren, onderbemalen, stuwen, graven sloten; d. verharden oppervlakte van meer dan 100 m², veranderen van de perceelsindeling; e. aanleg van tijdelijke en/of overige teeltondersteunende voorzieningen. 3.4.2 Uitzonderingen Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 3.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. detailhandel met uitzondering de streekeigen producten; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); c. opslag van goederen en materialen, met uitzondering van hetgeen in 3.1 onder a, b en e is bedoeld.
17
Artikel 4
-
Bedrijf
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de categorie 1 dan wel 2, van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, en bestaande bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 4; b. in geval van een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder de verkoop van lpg is deze, in tegenstelling tot het gestelde onder a, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' toegestaan; c. in geval van een verkooppunt voor motorbrandstoffen met de verkoop van lpg is deze, in tegenstelling tot het gestelde onder a uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' toegestaan; d. bestaande bedrijfswoningen, zoals opgenomen in Bijlage 4; e. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – cultuur’ de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2; met daaraan ondergeschikt; f.
ontsluitingswegen en paden;
g. (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groen en groenvoorzieningen; i.
parkeervoorzieningen.
4.1.1 Geluidzoneringsplichtige inrichtingen Onverminderd het bepaalde in 4.1.1 zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen niet toegestaan. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken: Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 4.1 onder a t/m e; 2. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. c. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; 18
d. het aantal (bedrijfs)woningen mag niet worden uitgebreid. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van bijbehorende bouwwerken, die ook buiten het bouwvlak gebouwd mogen worden; b. het bebouwingspercentage en de goot- en bouwhoogte mag per bouwvlak niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen 'maximale goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’ en ‘maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en bijgebouwen) Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak: 1. op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²; 2. op percelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het perceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 250 m² mag bedragen; b. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; c. de bouwhoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 5,5 m bedragen. 4.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.
nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen; c. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen. 4.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen:
19
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd bij vrijstaande/niet-inpandige bedrijfswoningen; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² bedragen; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen. 4.2.6 Erkers Voor het bouwen van uitbouwen in de vorm van erkers bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de diepte van een erker mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de erker mag over ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de bouwhoogte van de erker moet ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag + 0,25 m van het hoofdgebouw. 4.2.7 Ondergronds bouwen Voor het ondergronds bouwen geldt de volgende bepaling: a. ondergronds bouwen mag uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel onder bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat minimaal 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd dient te worden. 4.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 8 m bedragen; c.
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 6 m bedragen. 4.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 onder a ten behoeve van het toestaan van bedrijfsactiviteiten die niet genoemd zijn in milieucategorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1; indien de betreffende bedrijven naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de toegelaten milieucategorieën. 4.4 Wijzigingsbevoegdheid 4.4.1 Wijzigingsbevoegdheid voor Dienstverlening Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Bedrijf te wijzigen in de bestemming 'Dienstverlening', met inachtneming van de volgende bepalingen: a. planwijziging is toegestaan na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse; 20
b. aangetoond dient te zijn dat er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. er mag geen sprake zijn van milieu-hygiënische belemmeringen; d. planwijziging mag geen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor de gebruiksen bouwmogelijkheden van aangrenzende percelen.
21
Artikel 5
-
Bedrijf - Nutsvoorziening
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – cultuur’ de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2; c. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – LPG 2' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefmilieu in verband met de aanwezigheid van een explosieaandachtsgebied van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s; met daaraan ondergeschikt: d. ontsluitingswegen en paden; e. (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f.
groen en groenvoorzieningen;
g. parkeervoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken: Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 5.1 onder a en b; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; 22
b. de bouwhoogte van signalerings- en telecommunicatiemasten mag niet meer bedragen dan 40 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. 5.2.4 Ondergronds bouwen Voor het ondergronds bouwen geldt de volgende bepaling: a. ondergronds bouwen mag uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel onder bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat minimaal 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd dient te worden. 5.3 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – LPG 2' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefmilieu in verband met de aanwezigheid van een explosieaandachtsgebied van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Het is niet toegestaan om ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – LPG 2’: a. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of in gebruik te nemen; b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a, met dien verstande dat de argumenten veiligheids-gerelateerd zijn. De argumenten richten zich erop om slachtoffers in de groep zeer kwetsbare personen door een warme BLEVE te voorkomen.
5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plan te wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – LPG 2' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, onder voorwaarde dat het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de activiteit met externe veiligheidsrisico’s is beëindigd of een wijziging in regelgeving of vergunningverlening daartoe aanleiding geeft.
23
Artikel 6
-
Bedrijventerrein
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bestaande bedrijven in categorie 3 en bedrijven in de categorie 1 en 2 dan wel 3.1, van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, met dien verstande dat voor het gebied met de aanduiding ‘overige zone – bedrijventerrein de ploeg noord’ alleen bestaande bedrijven in categorie 3 en bedrijven in de categorie 1 en 2, van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 zijn toegestaan; b. bestaande bedrijfswoningen, zoals opgenomen in Bijlage 4; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – cultuur’ de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2. met daaraan ondergeschikt; d. ontsluitingswegen en paden; e. (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groen en groenvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen. 6.1.1 Geluidzoneringsplichtige inrichtingen Onverminderd het bepaalde in 6.1.1 zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen niet toegestaan. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken: Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1.
gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 6.1 onder a t/m d; 2. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; d. het aantal (bedrijfs)woningen mag niet worden uitgebreid. 6.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van een bouwperceel mag niet meer dan 3.500 m2 bedragen, behoudens bestaande bouwpercelen; b. het bebouwingspercentage per bouwperceel mag voor het gedeelte binnen het bouwvlak niet meer dan 70% bedragen; c. dat het bebouwingspercentage en de goot- en bouwhoogte per bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m)’ en ‘maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 24
6.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen; c. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen. 6.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd bij vrijstaande/niet-inpandige bedrijfswoningen; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² bedragen; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen. 6.2.5 Erkers Voor het bouwen van uitbouwen in de vorm van erkers bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de diepte van een erker mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de erker mag over ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de bouwhoogte van de erker moet ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag + 0,25 m van het hoofdgebouw.
6.2.6 Ondergronds bouwen Voor het ondergronds bouwen geldt de volgende bepaling: a. ondergronds bouwen mag uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel onder bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat minimaal 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd dient te worden. 6.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 8 m bedragen;
25
c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 6 m bedragen. 6.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 onder a ten behoeve van het toestaan van bedrijfsactiviteiten die niet genoemd zijn in milieucategorie 2 of 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1; indien de betreffende bedrijven naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de toegelaten milieucategorieën. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid 6.4.1 Wijzigingsbevoegdheid voor Dienstverlening Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Bedrijventerrein te wijzigen in de bestemming 'Dienstverlening', met inachtneming van de volgende bepalingen: a. planwijziging is toegestaan na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse; b. aangetoond dient te zijn dat er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. er mag geen sprake zijn van milieu-hygiënische belemmeringen; d. planwijziging mag geen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor de gebruiksen bouwmogelijkheden van aangrenzende percelen.
26
Artikel 7
-
Bos
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van het bos met de daarop afgestemde bosbouw; b. instandhouding van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden; c. instandhouding van in het bos aanwezige onverharde wegen; d. extensief dagrecreatief medegebruik; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuur' de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2. met daaraan ondergeschikt; f.
(open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. parkeervoorzieningen t.b.v. extensieve dagrecreatie. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken: Op deze gronden mag niet worden gebouwd. 7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd af te wijken ten behoeve van: 7.3.1 Bouwwerken van geringe omvang ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik Het oprichten van bouwwerken van geringe omvang ten behoeve extensief dagrecreatief medegebruik indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte bedraagt 10 m²; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, met uitzondering van vogelwachterhuisjes waarvan de maximale bouwhoogte 5 meter mag bedragen; c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 2 meter. 7.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
27
a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a. het aanleggevn of verharden van paden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het rooien van houtgewas; c. het verwijderen en aanbrengen van beplanting en van overige landschapselementen, zoals poelen en moerasjes; d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmede verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.5.2 Uitzonderingen Het in lid 7.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel welke het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 7.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 7.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; b. hierdoor dan wel door de daarvan -hetzij direct, hetzij indirect- te verwachten gevolgen de natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. c. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
28
Artikel 8
-
Detailhandel
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – cultuur’ de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2; c. bestaande bedrijfswoningen, zoals opgenomen in bijlage 4; met daaraan ondergeschikt; d. ontsluitingswegen en paden; e. (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f.
groen en groenvoorzieningen;
g. parkeervoorzieningen. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken: Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 8.1 onder a t/m c; 2. bijbehorende bouwwerken; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: c. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van bijbehorende bouwwerken, die ook buiten het bouwvlak gebouwd mogen worden; d. het bebouwingspercentage en de goot- en bouwhoogte mag per bouwvlak niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen 'maximale goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’ en ‘maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 8.2.3 Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en bijgebouwen) Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
29
d. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak: 1. op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²; 2. op percelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het perceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 250 m² mag bedragen; e. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; f.
de bouwhoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 5,5 m bedragen.
8.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: e. nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw; f.
de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen;
g. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 6 m bedragen; h. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen. 8.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: e. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd bij vrijstaande/niet-inpandige bedrijfswoningen; f.
de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² bedragen;
g. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen; h. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen. 8.2.6 Erkers Voor het bouwen van uitbouwen in de vorm van erkers bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de diepte van een erker mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de erker mag over ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de bouwhoogte van de erker moet ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag + 0,25 m van het hoofdgebouw.
30
8.2.7 Ondergronds bouwen Voor het ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen: a. de afstand van een ondergronds bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 1 m; b. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer dan 3,5 m beneden peil bedragen. 8.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. 8.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende bepalingen: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning is niet toegestaan; b. het gebruik van gronden of gebouwen voor seksinrichting, prostitutie of daarmee vergelijkbare vormen van gebruik is niet toegestaan. 8.4 Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 8.3 sub a en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw bij een woning gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, mits: 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; 2.
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en bedrijven; 3. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen, aan- en uitbouwen wordt ingepast met een maximale vloeroppervlakte van 80 m²; 4. het (vrijstaande) bijgebouw is gelegen op een afstand van maximaal 25 m van het woonhuis of de bedrijfswoning. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de vergunde afwijking in te trekken, verleend op grond van het gestelde onder a, indien de bij het verlenen van de afwijkingsmogelijkheid bestaande noodzaak voor de zorgbehoevende vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.
31
8.5 Wijzigingsbevoegdheid 8.5.1 Wijzigingsbevoegdheid voor bouwvlakken Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in die zin dat de situering en de vorm van bouwvlakken worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken worden aangegeven, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van geluidsgevoelige gebouwen mag in de nieuwe situatie niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde van 48 dB of een verkregen hogere grenswaarde; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 8.5.2 Wijzigingsbevoegdheid naar Dienstverlening Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming Dienstverlening, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. planwijziging is toegestaan na beëindiging van de bedrijfssactiviteiten ter plaatse; b. aangetoond dient te zijn dat er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen; d. planwijziging mag geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de gebruiks- en bouwmogelijkheden van aangrenzende percelen.
32
Artikel 9
-
Dienstverlening
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Dienstverlening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke en economische diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuur' de instandhouding en bescherming van een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalende bebouwing met bijbehorende onbebouwde gronden, zoals bedoeld in Bijlage 2; c. bestaande bedrijfswoningen, zoals opgenomen in bijlage 4; met daaraan ondergeschikt; d. ontsluitingswegen en paden; e. (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f.
groen en groenvoorzieningen;
g. parkeervoorzieningen. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken: Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 9.1 onder a t/m c; 2. bijbehorende bouwwerken; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. c. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; d. het aantal (bedrijfs)woningen mag niet worden uitgebreid. 9.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: e. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van bijbehorende bouwwerken, die ook buiten het bouwvlak gebouwd mogen worden; f.
het bebouwingspercentage en de goot- en bouwhoogte mag per bouwvlak niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen 'maximale goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’ en ‘maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 33
9.2.3 Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en bijgebouwen) Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: g. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak: 1. op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²; 2. op percelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het perceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 250 m² mag bedragen; h. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; i.
de bouwhoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer dan 5,5 m bedragen.
9.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: i.
nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw;
j.
de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen;
k. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 6 m bedragen; l.
de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen.
9.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: i.