CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 10 december 2020 (vastgesteld)

Raadsvergadering 11 februari 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de op 10 december 2020 gehouden openbare vergadering van de gemeenteraad10.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE BOXMEER D.D. 10 DECEMBER 2020

Aanwezig: De raadsleden:

Plv. voorzitter: Griffier:

dhr. A.G.M. Stiphout (CDA), dhr. J.W.M. Stoffelen (CDA), mw. S.C.M. Stevens-Kremers (CDA), mw. L.J.W.M. Nabuurs-Willems (CDA), mw. G.D.W. Jeckmans-van den Bungelaar (CDA), mw. A.J.G. Welles-Verhoeven (CDA), dhr. J.B. Koelman (SP), dhr. J.P.M. van Densen (SP), dhr. P.F. van der Zande (LOF), mw. M.G.M. van Ammers-van Duijnhoven (LOF), dhr. G.H.J. Kusters (LOF), dhr. W.T.A. van Haren (LOF), dhr. A.M. van Mil (VDB/LO), dhr. J.L.A. Hermanussen (VDB/LO), dhr. M.P.M. Oudenhoven (VDB/LO), dhr. J.A.T.M. Welbers (PK), dhr. T.O. van der Meer (PK), mw. J.M. Logtens-Hermsen (VVD) dhr. G.H.J. Kusters (plaatsvervangend voorzitter) mw. K.H.W. Groenewoud-de Best

Portefeuillehouders: mw. W.A.G.M. Hendriks-van Haren, dhr. M.W.G. Verstraaten, mw. B.A.M. de Bruin-van Vught Afwezig: De raadsleden:

mw. M.E.W.T. van Wijnen-Heijs (SP), dhr. J. van Densen (SP), dhr. A.A.E.M. Küppers (SP) Voorzitter: dhr. K.W.T. van Soest Portefeuillehouders: dhr. K.W.T. van Soest, dhr. P.I.M.H. Stevens Notulist:

Het Notuleercentrum, mw. M.E. van Lanen

Videotulen:

Voor het (terug) bekijken en beluisteren van de vergadering zie de website (www.boxmeer.nl) / tabblad “Raadsinformatie” / button “Online vergadering volgen”

1. Opening van de vergadering De plaatsvervangend voorzitter de heer Kusters opent de vergadering omstreeks 19.30 uur en heet iedereen van harte welkom. Er zijn afmeldingen ontvangen van de heer Küppers, mevrouw Van Wijnen en de heer Jaap van Densen. Mevrouw Van Wijnen en de heer Van Densen zullen wel aanwezig zijn bij de aansluitende digitale vergadering van de raad. Burgemeester Van Soest is geopereerd aan zijn knie en daarom afwezig. Ook wethouder Stevens is afwezig. De portefeuilles worden vanavond waargenomen door wethouder Hendriks. De voorzitter licht toe dat er in deze vergadering geen besluitvorming plaatsvindt. Dat gebeurt in de aansluitende digitale raadsvergadering, zodat alle raadsleden in de gelegenheid zijn om te stemmen.

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

1

2. Definitieve vaststelling van de agenda en trekking nummer voor eventuele stemmingen Dhr. Stiphout kondigt een motie vreemd aan de orde van de dag aan, inzake overlastgevende asielzoekers. Dit wordt agendapunt 9c. Dhr. Van Densen kondigt een motie vreemd aan de orde van de dag aan met betrekking tot de toeslagenaffaire. Dat wordt agendapunt 9d. Met inachtneming van deze wijzigingen wordt de agenda vastgesteld. Eventuele stemmingen beginnen bij dhr. Welbers. 3. Spreekrecht Van het spreekrecht wordt geen gebruikgemaakt. 4. Vragenuur Mw. Logtens heeft vragen ingediend met betrekking tot het AZC in Overloon. Er is weer veel over te doen geweest in de afgelopen weken. Er zijn documenten opgevraagd en de overeenkomst met het COA is openbaar geworden. De VVD is geschrokken van de lange lijst van soms heftige meldingen bij de politie, van voorvallen in de afgelopen jaren. Er is meermaals aangegeven dat de maat vol is en het draagvlak voor het AZC steeds verder afneemt. Er is een werkbijeenkomst van de raad geweest, het Rijk heeft geld ter beschikking gesteld. De VVD hoopt dat hiermee de termijn tot juni 2022 rustig uitgediend kan worden; dan heeft Boxmeer zijn plicht gedaan. Als er landelijk dan nog geen oplossingen voor de extreme gevallen, moet Boxmeer dat niet gaan oplossen.

In de overeenkomst met het COA staat dat de overeenkomst tussentijds kan worden beëindigd wanneer er sprake is van extreme overlast. Wanneer is daar sprake van? Op de lijst met meldingen staan heftige zaken zoals mensenhandel. Het gaat om meldingen en niet om veroordelingen, maar de VVD vindt dat de raad en de Klankbordgroep AZC Overloon hiervan op de hoogte gesteld hadden moeten worden. Wat is in dezen de visie van het college? Kan de overeenkomst met het COA niet nu al aangepast worden, gezien de extreme overlast? Er kan afgesproken worden welke vluchtelingen welkom zijn in Overloon en welke niet vanaf nu, in plaats van juni 2022: geen criminelen en gelukszoekers meer! Tijdens de algemene beschouwingen heeft de LOF een avondklok genoemd. Is daar al nader naar gekeken? Wethouder Hendriks antwoordt dat het college ‘extreem’ heeft opgezocht. Doorgaans wordt daarmee ‘bovenmatig, buitengewoon, buitensporig, excessief’ bedoeld. Er is overlast, soms zelfs extreem (zoals de overlast in oktober jl.) en dat betreurt het college zeer. Tussentijds beëindigen van de overeenkomst is geen optie voor het college; men wil bescherming blijven bieden aan mensen die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging. Dat doet niets af aan de inspanningen om de overlast te beperken dan wel een halt toe te roepen, samen met de ketenmariniers, het OM, de politie, de locatiemanagers en het COA.

Het draagvlak staat onder druk door een kleine groep asielzoekers die voor overlast en criminaliteit zorgt. Deze groep vormt een zware belasting voor omwonenden, winkeliers, openbaar vervoer, medewerkers van de migratieketen, maar ook voor medebewoners en de opvanglocaties. Het college hecht eraan aan te geven dat het overgrote deel van de AZC-bewoners om goede redenen is gevlucht. Op de lijst van meldingen staat inderdaad een aantal heftige zaken, maar niet alles is zoals het wordt gebracht en cijfers zijn ongenuanceerd gepubliceerd. Het college zegt daarmee overigens zeker niet dat er niets aan de hand is. De raad en de Klankbordgroep hoeven volgens het college niet actief geïnformeerd te worden over de cijfers van de politie. In de Klankbordgroep heeft iemand van de politie zitting en bovendien is ook het college niet altijd precies op de hoogte van aangiften. Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

2

Er vindt binnenkort een onderzoek plaats naar de ervaringen van stakeholders met asielzoekers in Overloon en omgeving. Op basis daarvan en de acties die nu worden ingezet door de migratiepartners in samenwerking met de gemeente, wordt uiteindelijk een besluit genomen over verlenging en voorwaarden van de overeenkomst. Er vindt geen tussentijdse wijziging plaats. Een avondklok is besproken met het COA en blijkt juridisch niet mogelijk. Er kunnen wel maatregelen worden genomen voor overlastgevers, zoals gebiedsgeboden- en -verboden, meldplicht en extra beveiliging binnen de locatie, overplaatsing naar een HTL (handhavings- en toezichtslocatie) en het opleggen van taakstraffen (die omgezet kunnen worden in hechtenis, als ze niet worden opgevolgd). Mw. Logtens vraagt of de huidige overlast in de ogen van het college extreem is. Als het te ver gaat, kan men tussentijds nieuwe afspraken maken. Wanneer gaan de door de wethouder genoemde maatregelen in? Mw. Logtens vindt het wel goed om de raad te informeren over aangiften en meldingen; de lijst was de fracties dan niet zo rauw op het dak gevallen. De wethouder geeft aan dat een en ander in proportie moet worden gezien; hoe zit dat dan met betrekking tot bijvoorbeeld mensenhandel? Wethouder Hendriks herhaalt dat de cijfers vaak ongenuanceerd zijn en geen exact beeld geven van de daadwerkelijke inzet.

Incidenten zouden met de Klankbordgroep besproken kunnen worden (voor zover de privacywetgeving dat toelaat), maar dat heeft geen zin omdat er vanuit het AZC al alles aan wordt gedaan. Eén AMV’er in het AZC in Overloon die op de lijst van overlastgevers staat vertrekt binnenkort, omdat hij niet minderjarig blijkt te zijn. Daarnaast verblijven er nog vijf personen in het AZC, die ook op deze lijst staan en er wordt hard gewerkt aan het verplaatsen van deze mensen. Er wordt echt alles op alles gezet om verdere overlast te bestrijden en te voorkomen. Dhr. Oudenhoven stelt voor toch een avondklok in te stellen, omdat dat goed kan werken. Wethouder Hendriks wijst erop dat het juridisch gaat om ‘wederrechtelijke vrijheidsberoving’ en dat de gemeente dat dus niet kan instellen. De gebiedsverboden en -geboden worden zoals gezegd al wel ingezet. Zij merkt op dat de Klankbordgroep wel op de hoogte wordt gesteld van bepaalde incidenten. Met betrekking tot ‘mensenhandel’ geeft zij aan dat er een ander beeld van bestaat, dan op de meldingslijst wordt bedoeld. Het is jammer dat er een sfeer wordt gesuggereerd die niet klopt; 98% van de AZCbewoners is wél van goede wil. Dhr. Stiphout vindt de uitspraken van de wethouder iets te kort door de bocht. Er gebeuren in de omgeving van het AZC wel degelijk heel vervelende dingen. Wethouder Hendriks beaamt dat.

Zij doelt met anders lezen dan zoals het wordt gebracht vooral op de grote zaken, zoals mensenhandel. Mw. Logtens wijst erop dat er binnenkort driehonderd nieuwe bewoners in het AZC komen. Met het oog daarop is het toch goed de overeenkomst open te breken en nieuwe afspraken te maken over welke vluchtelingen in Overloon terechtkunnen. Wethouder Hendriks benadrukt dat ook het AZC zelf geen overlastgevers wil. Zij is ervan overtuigd dat er geen mensen naar Overloon gestuurd zullen worden, die op de lijst met overlastgevers staan. Mw. Jeckmans heeft vragen ingediend over winteractiviteiten in coronatijd voor jongeren. Zij worden nu in hun dagelijkse activiteiten beperkt, wat kan leiden tot toenemende overlast door jongeren in de openbare ruimtes. Ook is er een toenemende zorg over het effect van de maatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. De VNG wijst erop dat gemeenten eenmalig een bedrag van € 10.000 aan rijksgeld kunnen ontvangen voor het organiseren van een activiteit, binnen de RIVM-richtlijnen. Instellingen met ervaring op dit vlak kunnen daarbij ondersteunen. Met deze activiteit kan de gemeente vooral jongeren stimuleren om iets voor anderen te doen en een alternatief bieden voor activiteiten die (nu) niet mogelijk zijn.

Is het college bekend met de mogelijkheid om dit bedrag aan te vragen? Zo ja, onderzoekt het college dit initiatief en betrekt het college daar het jongerenforum MOVAS bij? Zo nee, kan het college dit onderbouwen? Wethouder Hendriks antwoordt dat het college met deze regeling bekend is en het bedrag zeker gaat aanvragen. Er is altijd contact geweest met Sociom, dat op zijn beurt

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

3

contact heeft gehad met MOVAS. Volgende week is er een digitale bespreking met betrekking tot deze gelden. Ook in de Veiligheidsregio is dit onderwerp van gesprek. Mw. Jeckmans heeft vragen ingediend over de toeslagenaffaire (Belastingdienst en kinderopvangtoeslagen). De minister van Financiën heeft een bedrag van € 11 miljoen vrijgemaakt voor gemeenten, om gedupeerden te ondersteunen. Omdat vanwege de AVG geen gegevens van ouders uitgewisseld mogen worden, hebben veel gemeenten een meldpunt of mailadres met betrekking tot de toeslagenaffaire geopend. Is het college bereid om in Boxmeer zo’n meldpunt of e-mailadres te openen? Is bij het college bekend of er al contact geweest is met het onafhankelijk bureau, dat de komende tijd gaat onderzoeken welk bedrag nodig is om de gedupeerden te ondersteunen? Worden sociale wijkteams betrokken bij deze problematiek, om een signalerende rol te vervullen zodat gedupeerden op hulp door de gemeenten gewezen kunnen worden? Wethouder Hendriks antwoordt dat er al een e-mailadres en een rechtstreeks nummer zijn geopend (m.vandenheuvel@boxmeer.nl). Bij de Belastingdienst is aangegeven dat men gedupeerden uit Boxmeer kan doorverwijzen naar deze nummers. Het is ook kenbaar gemaakt bij de diverse partners en het komt op de gemeentelijke website.

Er is nog geen contact geweest met het onafhankelijk bureau; op basis van de beschikbare gegevens zijn er nog steeds maar vijf gedupeerden in Boxmeer bij de Belastingdienst bekend. De gemeente is in dezen afhankelijk van contact door mensen zelf. Zij worden dan direct uitgenodigd. Mw. Jeckmans is blij met de beantwoording en het meldpunt. Dhr. Koelman merkt op dat de SP bekend is met tien gedupeerden. Deze geven aan dat hun gegevens mogen worden doorgegeven. Hij roept het Rijk op informatie met betrekking tot gedupeerden aan gemeenten door te geven, als gemeenten de mensen gaan helpen. Voorkomen moet worden dat er mensen buiten de boot vallen. Wethouder Hendriks wijst erop dat de partijen die vragen hebben ingediend over dit onderwerp, zelf ingangen hebben in Den Haag en roept hen op die aan te wenden. Ook dhr. Van Densen heeft vragen ingediend over de toeslagenaffaire. Hij bespreekt de gang van zaken en de gevolgen ervan. Er zijn ook misstanden bij de aangifte inkomstenbelasting; naar schatting zijn ruim tienduizend belastingbetalers door de Belastingdienst als fraudeur aangemerkt. Compensatie duurt veel te lang. De SP Hulpdienst afdeling Boxmeer begeleidt een groot aantal gedupeerden; meer dan het aantal dat de wethouder vorige week noemde.

Heeft de gemeente Boxmeer een budget gekregen vanuit de overheid voor gedupeerden van de belastingaffaire? Hoe hoog is het budget? Wat heeft het college daarmee gedaan of gaat er op korte termijn mee doen? Aan welke voorwaarden moeten gedupeerden in Boxmeer voldoen voor dit budget? De opdracht tot uitkeren van de € 750 komt vanuit de Tweede Kamer. Heeft het college ook vernomen wie het moet compenseren? Indien een gedupeerde een uitkering of schuldhulpsanering heeft, blijft deze € 750 dan buiten beschouwing bij de schuld en/of uitkering? Wethouder Hendriks antwoordt dat het college net als iedereen enorm geraakt is door de toeslagenaffaire en wil heel graag helpen waar dat kan, bijvoorbeeld door gedupeerden in contact te brengen met degenen die hen verder kunnen helpen. Zoals al aangegeven is er landelijk € 11 miljoen beschikbaar, maar het is nog niet bekend wat Boxmeer daarvan ontvangt. Dit zal afhangen van het aantal gedupeerden in de gemeente. Het gaat echter niet zozeer om het bedrag maar om het in gesprek gaan met de mensen, het in kaart brengen van de problematiek en bekijken wat nodig is om die op te lossen. Het is jammer dat de SP de tien mensen die zich daar gemeld hebben, nog niet heeft doorgestuurd. Over de uitkering van € 750 ontvangt de gemeente geen informatie, dat betaalt de Belastingdienst aan gedupeerden. De gemeente laat die bedragen buiten beschouwing. Dhr.

Van Densen merkt op dat ook de SP gebonden is aan de privacy van de melders. Deze hebben nu aangegeven dat hun gegevens mogen worden doorgegeven. Wethouder Hendriks werpt tegen dat de SP de mensen wel had kunnen doorverwijzen en vraagt hen dat in het vervolg vooral te doen.

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

4

Dhr. Van Densen heeft vragen ingediend inzake de voedselbank. Die geeft aan dat er opeens veel minder gezinnen gebruikmaken van deze dienst, terwijl men door de coronasituatie juist een groei zou verwachten. Hoe verklaart het college dit? Wethouder Hendriks antwoordt dat de Voedselbank Land van Cuijk het landelijk beleid hanteert dat mensen maximaal drie jaar gebruik mogen maken van de voedselbank. De gemeente Boxmeer stelt daarnaast als voorwaarde ‘geen pakket zonder traject’, om te bevorderen dat problemen ook worden opgelost. De Voedselbank Land van Cuijk heeft dit beleid getoetst bij zijn afnemers en waar onterecht pakketten werden verstrekt, is dit gestopt. Vanaf de tweede coronagolf is men pakketten bij mensen thuis gaan bezorgen en werd daarbij geconfronteerd met situaties waarin ongeoorloofd gebruik werd gemaakt van de voedselbank. Door de coronasituatie is er bij de voedselbank ook nieuwe instroom. Dhr. Koelman vraagt wat er gebeurt als iemand na drie jaar echt nog steeds hulp van de voedselbank nodig heeft. Wethouder Hendriks is ervan overtuigd dat er dan wordt meegedacht en men nog steeds hulp zal krijgen. Mensen moeten wel aantonen van goede wil te zijn. Dhr. Van Densen heeft vragen ingediend over ProRail. In juni 2019 heeft de raad het Schilderspad aan de openbaarheid onttrokken, zodat ProRail een vergoeding zou betalen voor de aanpassing van de spoorovergang.

Dit besluit moest snel genomen worden omdat de betaling in september 2020 rond moest zijn. Heeft ProRail inmiddels betaald? Wanneer wordt de spoorovergang aangepakt? Wethouder Verstraaten licht toe dat de verbetering van de situatie uit de volgende maatregelen bestaat: het verlengen van de dubbelsporigheid, het afsluiten van het Schilderspad voor (brom)fietsers bij de aansluiting met de Spoorstraat en het herrouteren van de fietsroute. De afsluiting is voorwaardelijk voor de eerste maatregel. Het raadsbesluit was nodig om de verlenging op te laten nemen in de scope van het project Maaslijn (verdubbeling en elektrificatie in de toekomst). Een betaling door ProRail is nog niet aan de orde. Het project Maaslijn wordt opgeleverd in 2024. Er wordt eerder gestart met het her-routeren van de fietsroute en verwacht wordt dat dit eind 2022 gereed is. 5. Verslagen en afsprakenlijsten, ingekomen stukken, memo’s college, vragen, langetermijnagenda, overzicht financiële consequenties en mededelingen a. Vaststelling van de verslagen van de op 8 oktober en 5 november 2020 gehouden openbare vergaderingen van de gemeenteraad De verslagen worden vastgesteld. De voorzitter meldt dat dhr. Stiphout en mw. Logtens hebben aangegeven per abuis voor motie M6 gestemd te hebben, in plaats van tegen en verzoeken dit aan te tekenen. b.

Vaststelling van de afsprakenlijst van de op 3 december 2020 gehouden openbare vergadering van de commissie De afsprakenlijst wordt vastgesteld. c. Voorstel tot vaststelling van de wijze van afdoening van de ontvangen ingekomen stukken, memo’s van het college en de vragen en antwoorden ex artikel 35 Rvo Dhr. Welbers verzoekt de brief van de Dorpsraad Overloon (RIS 2020-I-1166) niet alleen voor kennisgeving aan te nemen, maar deze door te leiden naar de agendacommissie ter agendering, zodat de raad zich daarover kan uitspreken. Dhr. Van der Zande (voorzitter agendacommissie) zegt dat toe.

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

5

d. Kennis nemen van de langetermijnagenda d.d. 10 december 2020 en stand van zaken betreffende te plannen onderwerpen, toezeggingen, moties, ingediende vragen (ex art. 35 Rvo) en afdoening ingekomen stukken De raad neemt kennis van de langetermijnagenda. e. Kennis nemen van het overzicht van de financiële consequenties van de voor deze raadsvergadering geagendeerde onderwerpen De raad neemt kennis van het overzicht. f. Mededelingen over actuele zaken Deze zijn er niet. 6. Actualiteiten verbonden partijen a. Veiligheidsregio Brabant-Noord b. Regio Noordoost Brabant c. Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) d. Bestuurscommissie Afvalinzameling (BCA) Land van Cuijk en Boekel e. GGD Hart voor Brabant f. Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant g. Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost (KCV BNO) h. Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant i. Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) j. Euregioraad Rijn-Waal Dhr. Stoffelen geeft een update. Er zijn diverse digitale vergaderingen geweest in de afgelopen maanden. Zo ook op 26 november jl. Naar aanleiding van de verkiezingen voor burgemeesters en gemeenteraden in Duitsland in september zijn er enkele wisselingen in het Dagelijks Bestuur.

De Strategische Agenda is opnieuw vastgesteld; er zijn nieuwe uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot grensuitdagingen, economie en klimaat, arbeidsmarkt en onderwijs, leefbaarheid en de Euregionale identiteit. Op 2 december jl. vond de Grenslandconferentie digitaal plaats. Er is gewerkt aan een nieuw Interregprogramma (6A). Helaas is de begroting van de Europese Unie nog niet vastgesteld, waardoor het budget voor de komende jaren nog niet duidelijk is. De eigen begroting van de Euregio is wel gereed en werd unaniem aangenomen. k. Ambtelijke samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis l. Gemeenschappelijke regeling voor toezicht op het openbaar onderwijs m. Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2015 n. Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost-oost 2015 7. Hamerstukken a. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Dijkstraat ong. Beugen b. Voorstel tot het verlenen van toestemming tot toetreding van de gemeente Boxtel tot de gemeenschappelijke regeling Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) en wijziging van de regeling c. Voorstel tot het verlenen van toestemming aan het college van burgemeester en wethouders om te besluiten tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant d. Voorstel tot vaststelling van het Controleprotocol 2020 gemeente Boxmeer

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

6

e. Voorstel tot het verlenen van toestemming aan het college tot het aangaan van de inkoopsamenwerking op het gebied van de Wmo en Wvggz en het treffen van de gecombineerde centrumregeling f. Voorstel tot instemming met de 2e Algemene Begrotingsbijstelling 2020 en de hierbij behorende begrotingswijzigingen g. Voorstel tot beschikbaarstelling van een financiële bijdrage van maximaal € 450.000,- ten behoeve van uitbreiding en renovatie van sporthal Meercamp te Oeffelt h. Voorstel tot beschikbaarstelling van een krediet van € 655.022,- voor verwerving van grond en opstal perceel 14 Oktoberplein 2 (gemeenschapshuis De Pit) te Overloon en een financiële bijdrage van maximaal € 274.970,- voor achterstallig groot onderhoud i. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Wadipark en Steenstraat nabij Rochusplein te Boxmeer j. Voorstel tot vaststelling van het koersdocument en de participatienota implementatie Omgevingswet gemeente Boxmeer k. Voorstel tot verstrekking van financiële middelen voor het Programma Implementatie Omgevingswet l. Voorstel tot beschikbaarstelling van een krediet van € 100.000,- voor de uitvoering van de subsidieregeling sanering varkenshouderijen Mw. Nabuurs meldt dat aan deze subsidieregeling een memo is toegevoegd (RIS 2020M-773), waarin staat dat wethouder Hendriks toezegt de vraag van mw. Nabuurs te zullen beantwoorden. Het was echter dhr.

Stiphout die de vraag heeft gesteld. 8. Stukken met stemverklaring Er zijn geen stukken met stemverklaring. 9. Bespreekstukken a. Voorstel tot het aan de openbaarheid onttrekken van een deel van het wandelpad achter de Vlasakker te Vierlingsbeek ten behoeve van de realisatie van een dassenburcht ter plekke Dhr. Welbers betreurt het dat de wethouder geen overeenstemming heeft kunnen bereiken met de eigenaren van de boomgaard, waar de dassenburcht naartoe zou worden verplaatst. Dat heeft geleid tot het voorliggend voorstel, verplaatsing van de burcht naar de voorgestelde locatie in Vierlingsbeek. Agrariërs worden gecompenseerd voor schade, aangericht door dassen. Kunnen omwonenden zich daar ook op beroepen? Als de das niet verhuist, kan er dan een termijn gesteld worden voor het bewandelen van een andere weg? Wat is überhaupt een gangbare termijn voor de verhuizing van een das, dus wanneer is er sprake van een nieuwe situatie? Dhr. Oudenhoven vraagt zich af waar het hier nu allemaal om gaat; hij vindt het de grootste flauwekul en veronderstelt dat een grote meerderheid van de mensen dat ook vindt. Hoe dan ook is er sprake van een probleem; Vierlingsbeek wacht al ruim zes jaar op bouwmogelijkheden op de betreffende locatie. Verschillende mogelijkheden zijn bekeken, helaas blijkt verplaatsing naar de boomgaard niet haalbaar.

VDB/LO stelt voor om, als de das niet binnen pakweg een jaar verhuist, de nieuwe burcht weer af te breken en dan de huidige route van het wandelpad in ere te herstellen. Dhr. Koelman sluit zich grotendeels aan bij dhr. Oudenhoven. Het gaat om ingrijpende maatregelen en het mogelijk op termijn teruggeven van het wandelpad, is eigenlijk een opdracht voor de nieuwe raad en dat kan eigenlijk niet. Het voorliggend plan verdient wel uitvoering, maar de kans van slagen is gering. De SP vraagt of het mogelijk is het voorstel als volgt te amenderen: het pad niet te onttrekken aan de openbaarheid, maar de hoek af te sluiten gedurende een bepaalde termijn waarin de das zich in de nieuwe burcht kan gaan vestigen. Als dat lukt, kan alsnog besloten worden het pad Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

7

daadwerkelijk aan de openbaarheid te onttrekken. De SP is het op dit moment niet eens met het voorliggend voorstel. Mw. Welles vindt dat het voorstel van de SP erg ver gaat; op elke locatie is het maar de vraag of de das ernaartoe gaat en er ook blijft. Als de das niet naar de nieuwe burcht gaat is het natuurlijk te overwegen het pad weer terug te nemen in de openbaarheid, maar voor nu pleit het CDA wel voor het afsluiten van het pad. Dat is nodig om verder te kunnen met de bouwplannen en dat zal men ervoor over moeten hebben. Dhr. Van der Meer wijst erop dat bijna alle omwonenden bezwaren hebben tegen de afsluiting van het pad en dat weegt zwaar. Er is ook veel aan te merken op de inspraakprocedure. Zijn er echt geen andere mogelijkheden om te bouwen in Vierlingsbeek? Dhr. Stiphout vindt dat te simpel gezegd en hoort graag hoe dhr. Van der Meer bouwen op een andere locatie zou willen financieren. Het is goed om eerst te bekijken of de das migreert, deze zal waarschijnlijk eerder naar de landbouwgronden gaan om te foerageren dan naar tuinen. Dhr. Van der Meer is geen voorstander van het afsluiten van het pad en vindt dat de mening van de omwonenden dus zeer zwaar weegt, evenals de noodzaak voor woningbouw. Misschien moet er een zware keuze gemaakt moet worden en dat is zeker niet simpel. Dhr.

Oudenhoven geeft aan dat er niet voor niets bezwaren bestaan tegen de afsluiting van het pad, waar heel veel gebruik van wordt gemaakt. Het is daar druk en het is maar de vraag of een das daar gedijt. Hij denkt dat mw. Welles de situatie onderschat. Mw. Welles gaat ervan uit dat de dassenwerkgroep een weloverwogen advies heeft uitgebracht en ter plekke goede mogelijkheden ziet voor de das. Er zijn genoeg situaties bekend van dassenburchten waar het druk is, zelfs waar honden vlak langs de burcht lopen. Dhr. Koelman vraagt waarom het wandelpad afgesloten moet worden, als een en ander prima samen kan gaan. Mw. Welles kan zich voorstellen dat het beter is om de doorgaan af te sluiten en meer rust te creëren, om de kans op migratie van de das te vergroten. Het college en de ambtenaren verdienen een compliment voor het zorgvuldig onderzoeken en afwegen van allerlei opties. Dhr. Van der Zande vindt het jammer dat de beste oplossing voor een nieuwe burcht, de boomgaard, afvalt. Voor de op-een-na-beste oplossing – het voorstel – is afsluiting van het wandelpad en het plaatsen van hekwerk noodzakelijk. De LOF vraagt of die status ook tijdelijk mogelijk is, zodat er na een jaar niet alsnog niet gebouwd kan worden op ’t Hulder, als de das niet verhuist.

Wethouder Hendriks vindt het ook jammer dat men er met de eigenaar van de boomgaard niet uitkomt en dat als gevolg daarvan het wandelpad deels moet worden afgesloten. Zij zal nagaan of omwonenden ook gecompenseerd kunnen worden voor schade door dassen en de raad daarvan in kennis te stellen. (Toezegging) De dassenwerkgroep geeft aan dat het gaat om één das (een verstoten dier) en dat het niet zeker is of deze de nieuwe burcht zal betrekken. De raad kan besluiten om het een jaar de kans te geven; dan is de huidige raad nog in functie. De wethouder is bereid te werkgroep te vragen of men kan leven met een termijn van een halfjaar. Dhr. Stiphout wijst erop dat de burcht nog gebouwd moet worden en dat de das wel de kans moet krijgen om te migreren. Wellicht is oktober 2021 dan een reëler termijn. Dhr. Van der Zande vraagt wat er gebeurt als de das niet vrijwillig verhuist. Wethouder Hendriks antwoordt dat er zo snel mogelijk een nieuwe burcht wordt gemaakt en ook dat er zo snel mogelijk wordt gebouwd op ’t Hulder. Er kan niet eindeloos worden gewacht op verhuizing door de das. De aanpak wordt afgestemd met de dassenwerkgroep en als de raad het voorstel aanneemt, wordt het tijdspad nogmaals aangegeven. Mw. Welles wijst erop dat zij hierover een vraag heeft gesteld, die uitvoerig is beantwoord.

Het traject duurt een jaar (nieuwe burcht maken, afwachten, als de das verhuist de oude burcht afzetten) en er is duidelijk aangegeven dat het noodzakelijk is dat de das daadwerkelijk verhuisd is naar de nieuwe burcht. Wethouder Hendriks vervolgt de beantwoording: de suggestie van dhr. Koelman om alleen een hek te plaatsen, is niet voldoende. Mw. Welles meldt dat er ook dassenburchten zijn op drukke locaties waar veel honden komen; met de dassenwerkgroep is wat nu voorligt overeengekomen. Dhr. Van der Meer denkt dat er minder bezwaren zouden zijn, als de omwonenden beter in het proces zouden zijn meegenomen; het college kon niet anders dan wat het nu heeft gedaan, er was geen Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

8

andere plek te vinden. De wethouder denkt niet dat er minder bezwaren zouden zijn gekomen, als men eerder betrokken had kunnen worden. Het algemeen belang – bouwen in Vierlingsbeek - weegt zwaarder dan het deels afsluiten van het pad. Dhr. Koelman vindt dat de raad voorzichtig moet omgaan met een ingrijpend besluit als de onttrekken van een pad aan de openbaarheid. De SP kan goed leven met de termijn van een jaar waarbinnen de das verhuisd moet zijn, maar vindt dat in het besluit opgenomen dient te worden - middels een amendement - dat de openbaarheid van het pad weer wordt hersteld als de das niet verhuist. Wethouder Hendriks heeft al toegezegd na te gaan of dat mogelijk is en vindt een amendement daarom niet nodig. Dhr. Oudenhoven heeft vernomen dat de provincie boeren niet meer compenseert voor schade door dassen, omdat het bestand op peil zou zijn. Dat is het in Vierlingsbeek zeker; dhr. Oudenhoven ziet geregeld dassen tijdens wandelingen met de hond, ook in woonwijken. Hij is voorstander van een amendement, zoals voorgesteld door de SP. Dhr. Welbers bespreekt dat de bouw in Vierlingsbeek niet langer vooruitgeschoven kan worden. Er wordt geen heel wandelpad aan de openbaarheid onttrokken, er wordt een hoek afgesloten. PK vindt de toezegging van de wethouder voldoende. Dhr.

Koelman benadrukt dat afsluiten van een pad en dat onttrekken aan de openbare ruimte niet licht moet worden opgevat. Hij veronderstelt dat iedereen zich erin kan vinden dat het pad weer openbaar wordt, als het niet lukt om de das erheen te laten verhuizen. Door dit op te nemen in een amendement, staat de gemeente ook sterk bij een eventuele zaak bij de Raad van State. Dhr. Stiphout vraagt of de griffier kan aangeven of het überhaupt mogelijk is om het voorstel op deze wijze te amenderen. Dhr. Van der Zande wijst erop dat de wethouder heeft aangegeven dat een en ander zo gaat gebeuren; dat is dan onderdeel van het besluit. Dhr. Koelman noemt toezeggingen in de raadsvergadering met betrekking tot kernendemocratie en de herindeling als voorbeeld van zaken die toch niet gebeurden. Daarom wil de SP dat dit wordt vastgelegd in een besluit. Mw. Logtens wijst erop dat de raad ook zelf kan bepalen dat een besluit over een jaar nog eens wordt bekeken. Mw. Welles beaamt dat. Zij is van mening dat volstaan kan worden met een memo van het college over een jaar, waarna bekeken wordt of de onttrekking van het pad wordt gehandhaafd of herroepen. Dhr. Van der Meer herhaalt dat er geen licht besluit wordt genomen. Hij nuanceert zijn opmerking met betrekking tot inspraak; men zou wensen dat er minder reacties waren gekomen, als omwonenden eerder betrokken waren.

Hij benadrukt het belang van zo snel mogelijk bouwen op ’t Hulder, meteen als de das verhuisd is. De toezegging van de wethouder en agendering voor de gemeenteraad omstreeks oktober volgend jaar, is voor PK voldoende. De griffier zal tijdens de schorsing nagaan of een amendement zoals genoemd überhaupt mogelijk is (als geconstateerd is dat de das zich niet heeft gevestigd in de nieuwe burcht, de onttrekking van het wandelpad aan de openbare ruimte weer laten vervallen). De voorzitter denkt dat dit als zodanig niet kan, het gaat in beide gevallen om een besluit. Wethouder Hendriks herhaalt dat met de dassenwerkgroep besproken wordt wat een redelijke termijn is, waarop bekend is of de das gemigreerd zal zijn. Al naar gelang het antwoord kan het pad misschien al veel eerder weer openbaar gemaakt worden dan nu wordt genoemd. (Toezegging) Zij roept de raad op te vertrouwen op de toezegging. Met betrekking tot schade door dassen meldt zij dat inderdaad geen vergoeding aan burgers te verwachten is. Overigens wordt er weinig schade verwacht. Dhr. Van Mil stelt voor met betrekking tot de termijn van 1 oktober op te nemen: of zoveel eerder, als blijkt dat de das de burcht niet meer bewoont. Wethouder Hendriks beaamt dat; dit is wat zij zojuist aangaf. Een amendement kan in dezen juist beperkend zijn. De voorzitter deelt die mening. Dhr.

Oudenhoven kan zich daar ook in vinden, mits het college de raad op de hoogte houdt van de ontwikkelingen en de uitkomst van overleggen. Dhr. Koelman verzoekt om een korte schorsing. De voorzitter schorst de vergadering gedurende acht minuten (21.05 – 21.13 uur).

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

9

Dhr. Koelman geeft aan dat het college ook met de gedane toezegging sterk staat bij de Raad van State. Daarmee is dit ook voldoende voor de SP en stemt de fractie in met het besluit. De raad stemt unaniem in met het voorstel. b. Voorstel tot vaststelling van diverse verordeningen betreffende gemeentelijke heffingen alsmede aanpassing van de tarieven 2021 Dhr. Stiphout memoreert dat in de commissievergadering al uitgebreid over het voorstel is gesproken, met name over de reinigingsheffing. De wethouder riep op om met ideeën te komen voor het verkleinen van de reserve (de commissie rekende al snel een korting uit van € 7), maar later werd een amendement voorgesteld. Wat is daarvan de reden? Dhr. Van der Zande meldt dat de LOF en de meeste andere fracties het het meest zuiver vinden om de buffer terug te geven aan de mensen die deze hebben opgebouwd – de inwoners van Boxmeer - in de vorm van een korting op het tarief. Dat is nader uitgewerkt en voorgesteld wordt een korting van € 7,20 per perceel (in totaal € 91.000) in de vorm van een amendement. Mw. Logtens bespreekt dat er door mogelijke prijsfluctuaties niet alsnog tekorten moeten ontstaan, maar dat het inderdaad wel het meest zuiver is de buffer terug te geven aan de inwoners. De VVD steunt derhalve het amendement.

De fractie heeft in de commissievergadering gevraagd of binnen de BCA gesproken kan worden over aanpassing van de hoge tarieven bij de milieustraat – waardoor mensen misschien geneigd zijn afval te gaan dumpen - en vraagt of de wethouder dat punt mee kan nemen naar het BCA-bestuur, zoals ook de betreffende wethouder van Cuijk zal doen. Wethouder Verstraaten heeft begrepen dat de raad zelf verzocht om de eenmalige korting op het tarief. Dat is inderdaad het meest zuiver. Hij is enigszins verbaasd dat juist de VVD zich zorgen maakt om mogelijke tekorten; deze partij vraagt al sinds jaar en dag om lagere heffingen. Mw. Logtens beaamt dat - de fractie wilde ook het tientje handhaven - maar geeft ook aan dat de VVD zeker luistert naar goede argumenten. Wethouder Verstraaten wijst er met betrekking tot de BCA op dat in het bestuurlijk overleg is afgesproken de tarieven voor de milieustraat in 2021 nog niet aan te passen, vanwege de krappe begroting in dat jaar. Daarover heeft de raad een memo ontvangen. De tarieven zijn overigens geenszins kostendekkend en zullen wellicht omhoog gaan in de nieuwe aanbesteding. Dumpen van afval komt in het Land van Cuijk gelukkig niet heel vaak voor. Dhr. Stiphout herhaalt dat het CDA de oproep voor ideeën anders had opgevat. De fractie staat uiteraard achter de korting, want had dat idee zelf meteen ook al. Dhr.

Van der Meer is het met de wethouder eens dat het in Boxmeer goed geregeld is als het om afval en de tarieven gaat en dat men dit ook heel goed scheidt. PK steunt het amendement; het is het beste het geld terug te geven aan iedereen die eraan heeft bijgedragen en een korting is daarvoor het meest efficiënt. Dhr. Van der Zande geeft met betrekking tot de vraag van mw. Logtens aan dat in de bestuursrapportage van de BCA en ook tijdens de werkvergadering van de raad is aangegeven dat het aanbeveling verdient om de tarieven voor het aanbieden van grof huishoudelijk afval nog eens nader te beschouwen. Het aanbod is namelijk gedaald, waarschijnlijk vanwege de tarieven. Wethouder Verstraaten bevestigt dat. Het punt staat ook op de agenda van de bestuurscommissie en is een afwegingspunt bij de aanbesteding. Als het aan de orde is, wordt de raad daarover geïnformeerd. Dhr. Van Mil gaf vorige week in de commissievergadering aan eerder voorstander te zijn van een soort ludieke actie voor alle inwoners, dan van een korting op het jaartarief. Dat bleek moeilijk uitvoerbaar, de voorgestelde korting is dan toch de beste oplossing. Met betrekking tot de tarieven van de milieustraat merkt dhr. Van Mil op dat die gelden voor het hele Land van Cuijk. Het is geen goed idee om de door de inwoners van Boxmeer opgebrachte reserve daarvoor in te zetten. Mw.

Logtens verheldert dat het om twee verschillende punten gaat; de VVD bedoelt niet de reserve in te zetten om de tarieven te verlagen.

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

10

Het amendement is raadsbreed ingediend en wordt dan ook unaniem aangenomen. De voorzitter brengt het geamendeerde voorstel in stemming. De raad stemt unaniem in met het voorstel. c. Motie CDA - Overlastgevende asielzoekers Mw. Nabuurs licht de motie toe, die oproept tot het volgende: de problemen door overlastgevende asielzoekers op korte termijn structureel met 80% te reduceren met een uiteindelijk streven van 100%, de raad maandelijks op de hoogte te houden van de genomen maatregelen en de effecten daarvan en, indien er geen verbetering optreedt, het contract met het COA voor het AZC in Overloon - dat in mei 2022 afloopt - niet te verlengen. Deze motie komt voort uit al jaren bestaande overlast, die steeds verder toeneemt en de grenzen van wat acceptabel is allang heeft overschreden. Dhr. Koelman vraagt waarom het CDA met deze motie komt, nu in een werkvergadering een duidelijke toezegging is gedaan met betrekking tot de aanpak van de problemen. De SP is bij het vorige agendapunt ook gevraagd om op een toezegging van het college te vertrouwen en doet dat. Dhr. Van der Meer onderschrijft de meeste constateringen in de motie en dat er momenteel heel veel sprake is van overlast. Dat is erg triest.

Het CDA vraagt de overlast op korte termijn structureel met 80% te reduceren; het college heeft aangegeven er al alles aan te doen, hoe ziet het CDA dit dan? Met betrekking tot maandelijks de raad op de hoogte houden, wijst dhr. Van der Meer erop dat er sowieso al elke vergadering over het AZC wordt gesproken. Vindt het CDA dat de raad nu onvoldoende op de hoogte wordt gehouden? Maandelijkse terugkoppeling is vrij ongebruikelijk, wat is daarvoor de motivatie? Niet verlengen van het contract is een stevige stok achter de deur; het CDA gaf eerder aan dat geen optie te vinden, omdat daarmee de problemen worden afgeschoven. Hoe komt de fractie tot deze gedachteverandering? Dhr. Welbers beaamt dat er sprake is van een aantal bijzonder grote problemen, maar dat er afspraken zijn gemaakt over het te volgen traject op dit onderwerp en deze motie doorkruist die. Er komt een onderzoek, zoals dat in twee andere gemeenten al gedaan is (de ene gemeenten besloot op grond daarvan het contract met het AZC niet te verlengen, de andere gemeente om dat wel te doen) en dat de nodige zorgvuldigheid vraagt. Een aantal punten in de motie is ongenuanceerd en suggestief verwoord. Dhr. Van Mil meldt ook dat de raad heeft ingestemd met het in kaart laten brengen van alle problemen.

VDB/LO gaf toen aan niet te zullen instemmen met verlenging van het contract met het COA, als er geen toetsbare voorwaarden in zouden komen en het aantal incidenten niet drastisch afneemt. De motie is daarom op dit moment voorbarig, het is beter nu eerst het onderzoeksrapport af te wachten, dat in februari verschijnt. Dan kan de raad discussiëren op basis van feiten en onderbouwde cijfers. Mw. Logtens veronderstelt dat de mening van de VVD over dit onderwerp bekend is. Zij gaat in op de inhoud van de motie: 80% van de problemen reduceren zegt te weinig. Als heel veel kleine problemen worden opgelost maar er 20% grote overblijven, helpt het nog niets. Wat is bovendien ‘op korte termijn’? Waarom wacht het CDA het genoemde onderzoek niet af? In een van de constateringen in de motie staat dat er niet meer achterover kan worden geleund; als de overlast niet spoedig afneemt, wacht het CDA dan nog anderhalf jaar af tot de overeenkomst is afgelopen of heeft zij het lef er tussentijds iets aan te doen? Dhr. Van der Zande bespreekt dat veel van de constateringen en overwegingen in de motie door de hele raad onderschreven zullen worden. Een aantal constateringen heeft te maken met zaken die niet door de landelijke overheid opgepakt wordt; die bal wordt bij het college gelegd en dat heeft het niet verdiend.

In eerdere besprekingen en ook eerder in deze vergadering is aangegeven dat en alles op alles zet om de overlast te beperken en dat er een uitgebreid onderzoek komt. De uitkomsten daarvan wegen uiteraard mee in het verdere proces en het bepalen van voorwaarden voor een eventuele verlenging van het contract met het COA. Het is zaak eerst de resultaten van het onderzoek en hetgeen besproken is in vorige vergaderingen af te wachten en niet nu te interveniëren

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

11

met deze motie; er ligt anders in de volgende vergadering weer een nieuwe motie voor, over zaken die nu besloten worden. Mw. Nabuurs meldt dat de landelijke politiek aangeeft dat het beleid zodanig is, dat er op dit moment weinig mogelijkheden zijn om de overlast te beperken. Dat zal echt moeten veranderen. De ketenmarinier zei in juni dat de problemen binnen drie maanden opgelost zouden zijn, maar in november moest geconstateerd worden dat het alleen maar erger was geworden. Het CDA heeft de motie opgesteld als duidelijk signaal van ernstige zorgen over de enorme overlast. Er is op dit moment vooral sprake van symptoombestrijding. Meer handhaving en toezicht pakt de bron van de problemen niet aan. Het is zaak de groep overlastgevers aan te pakken en daar is landelijk beleid voor nodig; het ‘rondpompen’ ervan is geen structurele oplossing. De ketenmarinier gaf aan dat ze uiteindelijk naar een HTL gaan en dat in feite wordt gehoopt dat ze vervolgens in de illegaliteit verdwijnen, want ‘dan is men ervan af’. Dat kan de bedoeling niet zijn. Een maandelijks overzicht van alle voorvallen zou een goed en actueel beeld geven van de overlast en of die afneemt. Mw. Nabuurs hoort dagelijks van inwoners over incidenten, de problematiek is groot en dient niet gebagatelliseerd te worden.

Het CDA is heel blij met het onderzoek, maar dat is niet gericht op manieren om de overlast te verminderen. Daar is de ketenmarinier mee bezig en hopelijk werpt dat zijn vruchten af, maar het CDA maakt zich daar wel veel zorgen over. De fractie vindt dat de burgemeester tijdens de algemene beschouwingen wat gemakkelijk over sommige punten heen stapte. Door de andere setting van vergaderen was het lastiger daar op dat moment discussie over te voeren. Over het aantal personen uit de top-X lijst, waar in het AZC Overloon veel meer personen op staan dan gemiddeld, zei de burgemeester bijvoorbeeld dat het om een momentopname ging; dat doet geen recht aan de problemen die er zijn. Misschien moet het met 80% reduceren van de problemen anders verwoord worden. Het gaat vooral om het signaal dat de incidenten zeer substantieel moeten afnemen. Mw. Logtens herhaalt haar vraag over de consequenties als de reductie niet wordt waargemaakt; wordt er dan nog anderhalf jaar afgewacht? Mw. Nabuurs kan daar nu geen antwoord op geven. Zij hoopt dat de problemen hoe dan ook zullen verminderen; er is al een aantal mensen verplaatst. Dhr. Van der Zande herhaalt zijn opmerkingen over het neerleggen bij het college van problemen door ontbrekend landelijk beleid. Dhr. Van Densen vraagt of op korte termijn 80% reductie van de problemen in Overloon niet ook het ‘rondpompen’ van overlastgevers betreft.

Dhr. Van der Meer vindt de gemeenteraad niet het juiste gremium voor de motie, als vooral landelijk beleid wordt aangesproken. Dan is het een motie voor de bühne. Een regelmatige rapportage voor de mensen in Overloon over het aantal incidenten zou goed zijn, aldus mw. Nabuurs, maar via de Klankbordgroep vindt op dat gebied al veel plaats. Als er wat dat betreft tekortkomingen zijn, dient het CDA aan te geven wat die zijn en wat het zou willen. Er dient dan wel een volledig beeld geschetst te worden en niet alleen van incidenten. De motie en het betoog van mw. Nabuurs klinken voor dhr. Van der Meer als geen vertrouwen hebben in de aanpak van het college, de politie en de landelijke overheid. Mw. Logtens heeft het gevoel dat dhr. Van der Meer de overlast bagatelliseert, door de opmerking dat er een volledig beeld gegeven moet worden. Dhr. Van der Meer antwoordt dat hij dat zeker niet doet, de meeste overwegingen en constateringen deelt hij, al zou hij die wellicht anders verwoorden. Bij meldingen en incidenten hoort echter vaak nuancering en uitleg, de volledige context is nodig. Dhr. Stiphout benadrukt een aantal punten, in aanvulling op het betoog van mw. Nabuurs. Het CDA wil zeker het college niet afvallen, want weet dat dit het maximaal mogelijke doet.

De fractie constateert een wat lakse houding bij het COA en het AZC om goed op te treden; zo is de bemensing erg krap met 25 medewerkers op 500 bewoners. De motie is doorgestuurd naar de landelijke politiek om de urgentie aan te geven en deze is besproken bij de betreffende begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer. Het onderzoek dat is ingezet door de burgemeester gaat om iets anders. De motie handelt om de overlast die door een kleine groep raddraaiers wordt veroorzaakt, een groepje ‘hyena’s’ aldus de ketenmarinier, veelal ook nog ‘veiligelanders’. Het CDA wil de problemen niet over de schutting gooien en heet mensen die om gegronde redenen in Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

12

het AZC wonen graag welkom blijven heten, maar de huidige situatie kan de waarheid niet blijven. Er is veel meer druk op de landelijke politiek nodig; dat adviseren ook Kamerleden. Er moet gewoon écht iets gebeuren, de overlast móet verminderen want wat er gebeurt is te verschrikkelijk voor woorden en bijvoorbeeld een meldplicht twee keer per dag helpt niet. Dhr. Koelman constateert dat mw. Nabuurs zegt dat de ketenmarinier zaken op moet lossen en dat die niet door het college opgepakt kunnen worden. Dhr. Stiphout geeft aan dat het college al het maximaal mogelijke doet, maar dat het de druk moet opvoeren op de landelijke politiek. Waarom staat dat niet in de motie? Dhr. Van der Meer heeft dezelfde vraag. De motie lijkt onuitvoerbaar omdat het college niet kan beloven dat 80% van de problemen wordt gereduceerd. Wethouder Hendriks geeft aan dat het college de motie ontraadt. Er staat een aantal onwaarheden in, zoals het aantal fte van medewerkers in het AZC (dat zijn er 50 en geen 25). Dhr. Stiphout maakt bezwaar tegen de bewoording ‘onwaarheden’, want het gaat om cijfers die het CDA van het college en het COA heeft ontvangen. Wethouder Hendriks neemt dat woord terug. De motie bevat onjuistheden, wellicht op grond van verkeerd verstrekte getallen.

De wethouder gaf eerder al aan dat er nog één AMV’er van de top X-lijst in het AZC verblijft en nog vijf andere overlastgevers en dat is anders dan wat er in de motie staat en soms in de krant staat. Zij wil de problemen zeker niet bagatelliseren en hoort de emotie bij mw. Nabuurs, die zelf vlak bij het AZC woont. Het college begrijpt de onrust heel goed en heeft toegezegd dat er echt alles wat mogelijk is aan wordt gedaan. Het onderzoek dat wordt gehouden is geen draagvlakonderzoek, maar betreft ervaringen van eenieder met betrekking tot het AZC. De staatssecretaris weet ook geel goed wat er speelt en heeft nadrukkelijk verzocht het onderzoeksrapport te ontvangen. De druk op het landelijk beleid wordt zeer zeker opgevoerd. Wat maandelijkse rapportages betreft, licht de wethouder toe dat een afdelingshoofd al vele dagen bezig is met het onderwerp. De wethouder benadrukt nogmaals dat 98% van de bewoners van het AZC goede mensen zijn. Onlangs zijn kinderen die in het AZC wonen – omdat zij veiligheid zoeken - onderweg naar school lastiggevallen door kinderen die naar Stevensbeek fietsten en dat doet het college ook wat. Gelukkig gaf ook het CDA de wens aan het AZC het liefst met alle liefde open te houden en dat geeft de wethouder graag mee als kerstboodschap. Zij hoopt dat de fractie zelf inziet dat de motie niet de juiste weg is om te bereiken wat iedereen wil. Dhr.

Stiphout wijst erop dat ook het CDA zeker wel weet dat 98% van de AZC-bewoners goedwillend is. Dat is juist een van de redenen om de motie in te dienen; een van de overwegingen is dat de mensen in het AZC ook last hebben van de overlastgevers. De situatie is schrijnend, het lastigvallen door Nederlandse kinderen van kinderen uit het AZC is daar ook een gevolg van. Het is bekend dat er van alles aan wordt gedaan, maar er moet echt nog meer druk richting landelijk beleid. Er móet iets gebeuren, want anders is straks naar aanleiding van het onderzoek de conclusie dat er in 2022 niet verder wordt gegaan met het AZC en dan is de goedwillende 98% de dupe. Dhr. Van der Meer constateert dat iedereen de problemen onderschrijft en dat er met veel spoed iets moet gebeuren. Hij gaat ervan uit dat het college daar echt alles aan doet en hoopt dat men in Den Haag constructief meedenkt en -voelt. De motie is daar geen antwoord op en kan niet uitgevoerd worden. Dhr. Welbers concludeert ook dat het probleem heel duidelijk is en ook dat er veel aandacht voor is. Het is erg spijtig dat veel inwoners daar nog niets van merken, maar de motie zal dat niet veranderen. Het is zaak dat de ketenmariniers overuren maken om de problemen aan te pakken en ook resultaten te laten zien. Dhr. Van Mil noemt dat er veel cijfers worden genoemd.

Het gaat nu om incidenten buiten het AZC-terrein en daar zou hij graag meer inzicht in hebben. 98% geeft geen overlast en 2% wel; men kan het ook omdraaien en zeggen dat 98% van de inwoners geen last heeft van de overlast en 2% wel. Dat betekent niet dat je het dan maar moet accepteren. Als er één persoon last van heeft, is dat al te veel. Het probleem mag dus zeker niet gebagatelliseerd worden. Hopelijk geeft het onderzoek meer inzicht in wat er precies buiten het AZC-terrein plaatsvindt en op welke punten ingezoomd moet worden om tot oplossingen te komen. De discussie is nu te algemeen. Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

13

Mw. Logtens vindt de motie niet concreet genoeg. Andere fracties geven aan dat de landelijke overheid oplossingen moet bieden, maar zoals bekend loopt men ook aan tegen EU-regelgeving en duren zaken vaak lang. Zij maakt bezwaar tegen de opmerking dat 98% van de AZC-bewoners de dupe is, als het AZC gesloten wordt. Als er niets verandert, zijn zij sowieso de dupe omdat de situatie ook voor hen onveilig is. Als het AZC gesloten wordt staan deze mensen niet op straat, zij krijgen dan een nieuwe opvangplek, maar ligt het probleem wel waar het hoort en dat is in Den Haag. Mw. Logtens is blij dat het CDA de urgentie van de kwestie ook ziet, maar de motie is niet SMART genoeg, leidt niet tot oplossingen en geeft geen consequenties aan. Dhr. Van der Zande constateert dat deze discussie de urgentie van het probleem nog eens duidelijk maakt en dat is wellicht ook de insteek van het CDA. De LOF onderschrijft dit. De motie roept op tot niet-uitvoerbare zaken en is niet de weg om druk te zetten in Den Haag. Wat wel kan, is een brandbrief van de raad en het college waarin de problematiek nogmaals uiteen wordt gezet en die aangeeft dat het besluit dreigt om in 2022 niet verder te gaan met het AZC. Dhr. Van der Zande roept het CDA op de lijnen naar de landelijke politiek zo veel mogelijk te blijven inzetten. Dhr.

Van der Meer benadrukt dat er te landelijk, regionaal en lokaal te weinig methoden, middelen en instrumenten zijn om de problematiek goed aan te kunnen pakken. Toch kan men niet weglopen voor de maatschappelijk opdracht om vluchtelingen op te vangen. Hij wil het absoluut niet laten aankomen op sluiting van het AZC, daarvoor moet alles in het werk gesteld worden. Dhr. Stiphout verzoekt om een korte schorsing voor overleg. De voorzitter schorst de vergadering gedurende drie minuten (22.27 – 22.30 uur). Dhr. Stiphout geeft aan dat uit de beraadslagingen blijkt dat de urgentie nog duidelijker is geworden en dat is wat het CDA beoogt. De suggestie van een brandbrief namens de raad en het college is een heel goede en was ook al bij dhr. Stiphout opgekomen; hij vraagt of de Griffie die kan opstellen. Het CDA is in de motie uitgegaan van de cijfers die zij ter beschikking had en die wijzigen nogal eens, maar het gaat erom dat het in Den Haag doordringt dat, als men niet oplet, men straks een AZC kwijt is. Het CDA wil het AZC in Overloon niet kwijt, maar de randvoorwaarden moeten duidelijk en eerlijk zijn. Dhr. Koelman vraagt wat het CDA van plan is met de motie. Het sturen van een brandbrief wordt gesteld, maar wat vindt de rest van de raad daarvan? Dhr.

Stiphout antwoordt dat de oproep in de motie het sturen van een gezamenlijke brandbrief met betrekking tot de problematiek in Overloon kan zijn, waarin wordt duidelijk gemaakt dat het zo niet langer kan en dat niet verlengen van het contract met het COA het gevolg kan zijn. Mw. Logtens vraagt zich af op een brandbrief zin heeft. De problemen rond het AZC in Overloon zijn bij het CDA in Den Haag en de staatssecretaris bekend, maar de oplossingen laten op zich wachten. Dhr. Stiphout beaamt dat de brief wellicht aan alle partijen in de Tweede Kamer gericht zou moeten worden. Het probleem moet breder aangekaart worden. Dhr. Welbers vindt het sturen van een brandbrief sowieso verstandig. Hij roept mensen met lijnen naar landelijke partijen op die vooral aan te wenden om de urgentie van het probleem nadrukkelijker op tafel te krijgen. Wethouder Hendriks weet dat de mensen van het COA de vergadering vanavond ook volgen. Zij weten heel goed wat er speelt en dat Boxmeer volgend jaar de afweging moet maken om wel of niet door te gaan met het AZC. Het is goed om een brandbrief op te stellen, om nog eens te wijzen op de problematiek en die breed te versturen. (Toezegging) De wethouder geeft nogmaals aan dat zij blij is te horen dat ook het CDA het AZC in Overloon het liefst wil behouden. Dhr.

Van Mil vraagt wanneer het college de brief wil versturen; wellicht is het beter de resultaten van het onderzoek af te wachten, zodat er sprake is van kloppende cijfers. Wethouder Hendriks benadrukt dat het niet gaat om cijfers, maar om overlast die maakt dat het water tot aan de lippen staat. Zij stelt voor de brief zo spoedig mogelijk te sturen. Er kan in vermeld worden dat er onderzoeksrapport aankomt. Dhr. Stiphout is het daarmee eens. Als de raad in meerderheid voor een brandbrief is, kan het CDA de motie intrekken. Zo niet, dan wordt de motie eventueel aangepast Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

14

ingediend. Dhr. Van der Zande is blij dat er op deze wijze toch gezamenlijk iets gedaan kan worden en roept de fracties op zich daarachter te scharen. Dhr. Welbers vindt de brief een goed idee en vraagt deze voor de kerst te versturen. Dhr. Van Mil vraagt zich af of een brief effectief is, maar staat er zeker achter. Dhr. Van Densen meldt dat ook de SP akkoord is met het sturen van een brandbrief. Dat geldt ook voor mw. Logtens; zij hoopt dat de inhoud zodanig is dat iedereen het daarmee eens kan zijn. Dhr. Stiphout wijst erop dat de tekst van de motie alvast goede input is. Zijn fractie trekt de motie bij dezen in. Wethouder Hendriks geeft aan dat de brief voor kerst verstuurd wordt. In het onderzoeksrapport kan te zijner tijd ook nog gewezen worden op deze brief. d. Motie SP - Volwaardige kerstuitkering Dhr. Van Densen meldt dat de SP de motie intrekt, gezien de eerdere beantwoording van de vragen door de wethouder. 10. Sluiting van de vergadering De voorzitter leest een boodschap voor van de burgemeester: “Ik wens iedereen heel fijne en sfeervolle kerstdagen en een vredige en veilige jaarwisseling toe. Dat we meer dan ooit klaarstaan voor elkaar en hen die onze steun en aandacht nodig hebben. Vooral ouderen en eenzamen en zij die op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld en in ons land een veilige toekomst willen opbouwen.

Voor komend jaar wil ik graag de wens uitspreken dat niet meer het coronavirus ons leven bepaalt en ons in een houdgreep houdt, dat we het komend jaar eensgezind toewerken naar een nieuwe gemeente Land van Cuijk!”. De voorzitter sluit de vergadering om 22.40 uur. Over omstreeks een kwartier volgt de digitale raadsvergadering waarin de stemmingen plaatsvinden.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Boxmeer op 11 februari 2021. De griffier,

De voorzitter,

mr. K.H.W. Groenewoud-de Best

K.W.T. van Soest

Toezeggingen: 1. Wethouder Hendriks zegt toe na te gaan of omwonenden ook gecompenseerd

kunnen worden voor schade door dassen en de raad daarvan in kennis te stellen. (Agendapunt 9a/Aan openbaarheid onttrekken deel wandelpad achter de Vlasakker)

2. Wethouder Hendriks zegt toe met de dassenwerkgroep te overleggen over een reële

termijn waarop geconstateerd kan worden of de das gemigreerd is/zal migreren en dit via een memo aan de raad te laten weten. Indien geconstateerd wordt dat de das op die bepaalde termijn nog niet verhuisd is, wordt bedoeld de raad een voorstel voor te leggen het naamloze pad wederom openbaar te stellen. (Agendapunt 9a/Aan openbaarheid onttrekken deel wandelpad achter de Vlasakker)

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

15

3. Wethouder Hendriks zegt toe een brandbrief op te laten stellen namens college en raad met betrekking tot de problematiek in Overloon door overlastgevers in het AZC en deze voor kerst 2020 breed te versturen. (Agendapunt 9c/Motie CDA – Overlastgevende asielzoekers)

Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Boxmeer d.d. 10 december 2020

16

9b.

Amendement (Verlaging reinigingsheffingen)

De raad van de gemeente Boxmeer, in vergadering bijeen op 10 december 2020; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2020 tot vaststelling van diverse verordeningen betreffende gemeentelijke heffingen alsmede aanpassing van de tarieven 2021; overwegende, dat  de wethouder in de commissievergadering van 3 december 2020 te kennen heeft gegeven dat de ‘voorziening afval’ nog een buffer bevat t.b.v. het lokale afvalbeleid;  genoemde voorziening tot stand is gekomen middels afvalstoffenheffing opgehaald bij inwoners en bedrijven in onze gemeente;  de gemeente Boxmeer per 01-01-2022 op gaat in de gemeente Land van Cuijk en 2021 daarmee het laatste jaar is dat deze buffer direct ten gunste van onze eigen inwoners en bedrijven ingezet kan worden;  door het inzetten van de buffer uit de ‘voorziening afval’ de afvalstoffenheffing voor 2021 incidenteel verlaagd kan worden; gelet op de Gemeentewet; BESLUIT: 1. het conceptbesluit waarin vervat de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Boxmeer 2021 (Verordening reinigingsheffingen Boxmeer 2021) te wijzigen als volgt: Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief, lid 1: het belastingbedrag te bepalen op € 171,00; Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief, lid 1: het belastingbedrag te bepalen op € 206,91 inclusief btw; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=5de4fe9a-c49b-45ba-b7d7-1f84d6c17d82