2021-R-556b Toelichting Verordening leges Boxmeer 2022
Tekst van het document
Toelichting op de Verordening leges Boxmeer 2022 Algemeen De richtinggevende keuzes uit het Belastingplan Land van Cuijk 2022 voor deze legesverordening met tarieventabel zijn ook kort samengevat opgenomen in het raadsvoorstel. In deze toelichting wordt met name aandacht besteed aan de technische en pragmatische keuzes die hebben geleid tot uniforme legesverordeningen en legestarieventabellen voor de vijf gemeenten. Door net als in de verordeningen reinigingsheffingen en rioolheffing voor 2022 het tijdstip van ingang heffing vast te stellen op 31 december 2021 wordt voldaan aan artikel 28 Wet arhi: alle belastingverordeningen die op de dag voorafgaande aan de herindeling geldend zijn, behouden voor overgaand gebied twee jaren hun rechtskracht. Hierdoor gelden zoals gewenst en afgesproken vanaf de eerste dag van de start van de nieuwe gemeente uniforme legestarieven. Technische en pragmatische keuzes en uitgangspunten 1. Bij de opstelling van deze verordening is de sterk gemoderniseerde en zeer goed leesbaar gemaakte modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) als uitgangspunt genomen (uitgave 31 maart 2021). De VNG heeft gekozen voor een andere vormgeving van de tarieventabel. Bij verdeling op twee niveaus is het hoofdstuk – paragraaf, gevolgd door artikel.
Bestaand Nieuw Titel Hoofdstuk Hoofdstuk Paragraaf Onderdeel, subonderdeel of subArtikel subonderdeel 2. Het is om praktische redenen ondoenlijk om een zogenaamde was-wordt-tabel te maken. Dat voegt ook niets toe: alle tarieven zijn snel te vinden. 3. Er is sprake van een technische harmonisatie: nieuwe beleidskeuzes worden vanaf 2022 aan de nieuwe gemeenteraad voorgelegd. Denk bijvoorbeeld aan de invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022 of als er de loop van 2022 uit voortschrijdend inzicht behoefte gaat ontstaan aan wijziging van de legestarieven. 4. Er is zoals afgesproken in het belastingplan een zo ruim mogelijke legesvrijstellingsbepaling opgenomen voor evenementen en aanhangende toestemmingen (artikel 4, lid 3 van de verordening) voor instellingen die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. 5. De betaaltermijn van de legesnota’s is voortaan uniform 30 dagen (artikel 7, lid 1 onderdeel b van de verordening). 6. Bij de huwelijksleges c.a. (hoofdstuk 1, paragraaf 1.1 van de tabel) is de differentiatie naar locatie geschrapt (dat kwam slechts in een gemeente voor). De daaraan gekoppelde tarieven burgerlijke stand (huwelijken en geregistreerd partnerschap) en aanverwante diensten zijn gemiddeld.
Ook dit vloeit voort uit het belastingplan. 7. De tarieven voor de reisdocumenten, rijbewijzen (hoofdstuk 1, paragrafen 1.1 en 1.2 ) en kansspelen (hoofdstuk 1, artikel 1.19) zijn en waren in alle gemeenten al gelijk aan de wettelijk voorgeschreven maximumtarieven. 8. Met betrekking tot de tarieven voor telecommunicatie (hoofdstuk 1, artikel 1.20)) waren al eerder in verband met de aanleg van glasvezel in Land van Cuijk-verband uniforme afspraken gemaakt qua tariefstructuur en opbouw. De tarieven zijn nog wel gemiddeld. 9. Ook in Mill en Sint Hubert vanaf 2022 moet voortaan voor de gehandicaptenparkeerkaart worden betaald (hoofdstuk 1, artikel 1.21). Betalingsafspraken zijn uiteraard altijd te maken.
RIS 2021-R-556b
1
10. Bij de harmonisatie van de evenementenleges van de vijf gemeenten zijn deze samengevoegd (hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 van de tabel) tot een uniforme praktisch uitvoerbare tarievenregeling die enerzijds tegemoetkomt aan de plaatselijke tradities en anderzijds aan de richtlijnen in de Algemene plaatselijke verordening (APV). 11. Bij de legestarieven zijn waar mogelijk (gewogen) gemiddelden berekend en opgenomen. Bij de weging is uitgegaan van het aantal inwoners. Geharmoniseerde Algemene plaatselijke verordening (APV) In deze vergadering wordt ook een geharmoniseerde APV voor de gemeente Land van Cuijk ter instemming aangeboden. In de legestarieventabel zijn daarom in de drie hoofdstukken van de tarieventabel doch met name in hoofdstuk 3 alle tariefbepalingen die een relatie hebben met deze APV opgenomen. Die zijn namelijk volledig afgestemd op de ontheffingen of vergunningen die op grond van deze geharmoniseerde nieuwe APV zouden kunnen worden aangevraagd. Bij de tarieven is de gemiddelde tijdsbesteding die met deze aanvragen gepaard gaat, voor zover dat mogelijk was, verwerkt. In sommige gevallen is noodgedwongen met aannames gewerkt omdat ervaringscijfers (nog) ontbreken. Uitstel invoering Omgevingswet tot 1 juli 2022. Op 27 mei 2021 is besloten dat de nieuwe Omgevingswet en de WKB pas op 1 juli 2022 in werking zal gaan treden.
De nieuwe raad zal dan daarvoor opnieuw legesbesluiten moeten nemen. De werkgroep die zich bezighoudt met de nieuwe Omgevingswet heeft er wel voor gezorgd dat voor de overgangsperiode 1 januari 2022 tot 1 juli 2022 er in hoofdstuk 2 van de legestarieventabel uniforme tarieven en grondslagen konden worden opgenomen. Die zijn nog gestoeld op de huidige Wet algemene bepalingen omgevingsvergunningen (Wabo). In het eerste halfjaar van 2022 zal zoals opgemerkt de legesverordening en de tabel alsnog moeten worden aangepast als gevolg van de nieuwe Omgevingswet. Dan is de nieuwe gemeenteraad aan zet. Uitgangspunten harmonisatie hoofdstuk 2 huidige Wabo (tot 1 juli 2022) Bij de opstelling van dit hoofdstuk 2 zijn uit pragmatische overwegingen de navolgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De grondslag voor de bouwleges is aangepast van de bouwkosten naar de gebruiksoppervlakte met een uitsplitsing naar functie. Naar aanleiding van een opgestelde ambtelijke memo grondslag bouwleges en de daarmee gepaard gaande voordelen, is gekozen om een verandering qua grondslag door te voeren.
In eerste instantie is op basis van de gegevens van de gemeente Boxmeer een eerste vertaalslag gemaakt om bij aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouwwerken van inhoud over te gaan naar de gebruiksoppervlakte, waarbij het uitgangspunt was dat het minimaal budgetneutraal was, maar dat geringe afwijkingen naar boven waren toegestaan (per gebruiksfunctie totaal en in haar totaliteit). Dit is ook verklaarbaar vanuit het gegeven dat iedere aanpassing van grondslag tot gevolg heeft dat enige aanpassing noodzakelijk is. Voor deze ‘vertaalslag’ is gebruik gemaakt van een 76-tal bouwdossiers in de afgelopen drie jaar. Nadat voor de gemeente Boxmeer de vertaalslag is gemaakt zijn vervolgens deze nieuwe legestarieven vergeleken op basis van de legesverordening en daarbij behorende tarieventabel van de andere gemeenten (peildatum 2020), waarbij eveneens bij Boxmeer de bouwsom fictief is ingevoegd. Vervolgens is een ‘gewogen’ gemiddelde bepaald en zijn de tarieven afgerond. Per gebruiksfunctie was het uitgangspunt dat ook hier in basis een budgetneutraal effect diende te worden bereikt. Een geringe afwijking naar boven of naar beneden (max 1%) was gerechtvaardigd. Uiteindelijk zijn de gemiddeld ‘gewogen’ tarieven opgenomen in de nieuwe tarieventabel voor het eerste halfjaar van 2022 (hoofdstuk 2 van de tabel). 2.
Voor de algehele tarieventabel en dan specifiek hoofdstuk 2 is zoals eerder opgemerkt de VNG-modelverordening gebruikt. Wanneer drie of meer gemeenten het belastbaar feit al hebben opgenomen in de huidige tarieventabel, komt het belastbaar feit ook terug in de nieuwe tarieventabel hoofdstuk 2. Qua tariefstelling is
RIS 2021-R-556b
2
telkens het ‘gewogen’ gemiddelde gehanteerd en is het bedrag afgerond met € 0,05 cent naar boven. Van deze hoofdregel is driemaal significant afgeweken: a. De vormgeving van het onderdeel bouwactiviteiten is anders dan het model VNG gelet op de overgang naar de gebruiksoppervlakte als zijnde de heffingsgrondslag (zie hiervoor); b. De vormgeving van het onderdeel conceptaanvraag en principeverzoek is afgestemd op basis van de feitelijke situatie. Dit betekent concreet dat voor een conceptaanvraag en voor een principeverzoek een tarief is verschuldigd. In vier van de vijf gemeenten werden al leges geheven voor het beoordelen van een conceptaanvraag. De leges die in rekening zijn gebracht voor een conceptaanvraag of principeverzoek worden in mindering gebracht bij de definitieve aanvraag. In feite zijn deze aanvragen dan kosteloos. Door een kleine bijdrage aan de voorkant te vragen, worden de echte, serieuze verzoeken ontvangen waar een hoogwaardige toets op kan worden gedaan.. Dit verhoogt de kwaliteit. c. Gelet op de raadsinformatiebijeenkomst (medio juni) is op verzoek een soort ‘kortingsbepaling’ ingevoegd wanneer sprake is van het indienen van een volledige aanvraag omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Voor het overige zijn in hoofdstuk 2 slechts in enkele gevallen beperkte technische veranderingen doorgevoerd.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het invoegen van een specifieke bepaling ten aanzien van de Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) die wordt afgegeven door de Provincie voor wat betreft gebied- en soortenbescherming. Artikelsgewijze toelichting In tegenstelling tot de verordeningen reinigingsheffingen en rioolheffing die eveneens in deze vergadering worden vastgesteld, is ervoor gekozen om geen artikelsgewijze toelichting op te nemen. Dat is ook niet nodig. Hiervoor zijn de meest saillante wijzigingen in de verordening en de tabel immers al toegelicht.
RIS 2021-R-556b
3