CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-553a Memo 280921Toetsing initiatief zonnepark A73

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een zonnepark aan de A732.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Reg.nr.: Z/21/737124 / D/21/1061254 / RIS 2021-R-553a Aan Van Kopie Datum Onderwerp Bijlage(n):

: Gemeenteraad : College van B&W : N.v.t. : 28 september 2021 : Toetsing van het initiatief voor een zonnepark aan de A73 : bijlagen b t/m k behorende bij raadsvoorstel 2021-R-553 Zonneparken A73

Geachte raad, In dit memo zijn de ingediende plannen voor een zonnepark aan de A73 vergeleken met de eisen zoals door u vastgelegd in het afwegingskader zonneparken. De onderstaande nummering correspondeert met de nummering van het afwegingskader zonneparken. 2. Voorkeursgebied. Toets: Beide zonneparken liggen in het voorkeursgebied voor zonneparken. Het initiatief is gelegen in een voorkeursgebied (groen) grootschalige infrastructuur.

In bovenstaande linker afbeelding is de voorziene locatie van de zonneparken weergegeven. Deze liggen in de groene voorkeursgebieden zoals vastgesteld in het afwegingskader zonneparken (rechter afbeelding). 3.1.1. Onderbouwing van de locatiekeuze. Eis: Een zonnepark initiatief bevat een onderbouwing van de locatiekeuze, waarbij de zwaarte van de motivering afhankelijk is van de specifieke locatie en de omvang van het project. In de onderbouwing moet in ieder geval zijn beschreven waarom de locatie geschikt is, hoe het project er uit komt te zien, waarom dit passend is en hoe rekening is gehouden met lokale landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Invulling: De onderbouwing van de locatiekeuze is door de initiatiefnemer beschreven in H3.3 van D/21/1062926. In H4.1 zijn de archeologie en cultuurhistorie beschreven. Er zijn geen cultuurhistorische gebouwen in het projectgebied aanwezig. De commissie ruimtelijke kwaliteit (welstand) staat positief tegenover het plan (2021-R-553h) mits specifieke informatie inzake kleurstelling van bouwwerken (inkoopstation) en omheining nog aangeleverd gaat worden. De commissie is akkoord met  de landschappelijke inpassing van de parken met bijzondere aandacht voor de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;  de aanlegrichting van de rijen zonnepanelen;  de hoogte van de zonnepanelen t.o.v.

de hoogte maaiveld en i.v.m. de zichtbaarheid van de panelen voor de omwonenden, voorbijgangers, fietsers en het verkeer.

Z/21/737124 - D/21/1061254 / RIS 2021-R-553a

Pagina 1 van 8

3.1.2. Omvang. Eis: Het initiatief mag maximaal bruto 35 ha in max 3 parken omvatten. Dit is vastgelegd tijdens behandeling van het beleidskader zonneparken in de raad van december 2019. Invulling: Het initiatief is als volgt verdeeld (bruto grootte): Naam Noordelijk park Zuidelijk park Totaal

Grootte 8,4 ha 26,6 ha 35 ha

De grootte voldoet. Dit is inclusief de landschappelijke inpassing. Dit is weergeven in bijlage D/21/1062928 en in het RO plan op pagina 7 (2021-R-553b). 3.1.3. Hoogte. Eis: Een zonnepark initiatief mag niet hoger zijn dan 2,5 meter. Invulling: In de aangeleverde tekeningen is weergegeven dat de maximale hoogte van de panelen 2,5 meter boven maaiveld zal zijn.

Er is een camera ter beveiliging met een hoogte van 6 m opgenomen in de tekening. De commissie ruimtelijke kwaliteit is tevens akkoord met de hoogte.

3.1.4. Afstand tot perceelsgrens. Eis: De afstand tot de zonnepanelen en de buitenste perceelsgrens is minimaal 10 meter. Invulling: Dit is weergegeven op de tekening met doorsnedes (2021-R-553c).

- pag. 2/8 -

3.1.5 Afstand tot woningen. Eis: De afstand tussen een zonnepark en de gevel van een woning is minimaal 200 meter, tenzij de eigenaar van de woning vanwege de landschappelijke inpassing akkoord gaat met een kleinere afstand. Invulling: Er zijn 2 woningen binnen 200 m van het project (zuidelijk park). Deze woningen zijn gelegen aan de overzijde van de snelweg. De snelweg en de huidige bomenrij belemmeren zicht op het toekomstige project. De initiatiefnemer heeft gesproken met de bewoners van deze woningen. Zie hiervoor 2021-R-553g (gespreksverslagen) en pagina 23 van het RO plan (2021-R-553b). Initiatiefnemer heeft per mail aan de bewoners van deze 2 woningen aangegeven dat deze geen bezwaar hebben tegen dit initiatief. 3.1.6. Afstand tot woonkernen. Eis: De afstand tussen een zonnepark en een dorpskern is minimaal 200 m. Invulling: De meest nabij gelegen dorpskernen zijn Vierlingsbeek, Overloon, Groeningen en Stevensbeek. De afstand tot de bebouwde kom van dorpskern Vierlingsbeek is meer dan 1.000 m. Voor Overloon is dit ca. 1.900 m. Voor Groeningen is dit ca. 1.300 m. Voor Stevensbeek is dit ca. 2.600 m. 3.1.7. Insluiting. Eis: Het zonnepark initiatief mag niet leiden tot insluiting van een nabij gelegen woning. Binnen 500 m mag slechts aan één zijde een zonnepark zichtbaar zijn vanuit de woning. Invulling: Er zijn geen andere zonneparken in de nabijheid van dit project.

Er zijn geen woningen gelegen tussen beide parken waarbij uitzicht is op beide parken binnen de gestelde 500 m. 3.1.8 Beveiliging. Eis: Het zonnepark initiatief is voorzien van beveiliging. Het gebruik van landschapselementen of het aanleggen van een watergang heeft de voorkeur. Invulling: Noordelijk veld. Zoals omschreven in de aanvraag is aan de perceelsgrenzen rekening gehouden met een zone van 10 m die vrij is van zonnepanelen. Pluksgewijs struweel i.c.m. een hekwerk vormt de scheiding.

- pag. 3/8 -

In het hekwerk is rekening gehouden met ruimte voor kleine dieren om toegang tot het gebied te krijgen. Het hekwerk is aan de onderkant namelijk open voor toegang door kleine dieren. Zuidelijk veld.

In het zuidelijke veld wordt de scheiding gevormd door pluksgewijs struweel en hekwerk. Aan de noordzijde van het zonneveld wordt tegen de bosstrook een natuurvriendelijke oever aangelegd met rietkragen en kruidenrijk grasveld.

- pag. 4/8 -

3.1.9 Infrastructuur. Eis 1: De locatie, omvang en kleurstelling van de infrastructuur benodigd voor levering op het elektriciteitsnet, zoals kabels, omvormers, inkoopstations en/of transformatoren, dient zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd, zodat een rustig en verzorgd totaalbeeld wordt gecreëerd. Invulling 1: De initiatiefnemer heeft op pagina 23 van het RO plan (2021-R-553b) beschreven dat hij denkt aan donkergroene en/of grijstinten (RAL 7016) voor het inkoopstation. De commissie ruimtelijke kwaliteit (Welstand) heeft dit punt tevens aangegeven: Dit dient nog ingevuld te worden door de initiatiefnemer. Eis 2: De infrastructuur benodigd voor levering op het elektriciteitsnet dient binnen de omheining van het zonnepark te worden geplaatst. Bij voorkeur tussen de panelenrijen of nabij de entree tot het zonnepark. Invulling 2: De initiatiefnemer heeft op pg. 22 (2021-R-553b) in een tekening de voorziene locatie van een inkoopstation voor elektriciteit weergegeven (rode ovaal). Dit is gelegen binnen de omheining en direct aan / tussen de zonnepanelen.

3.1.10 Bomenkap. Eis: Het zonnepark initiatief leidt niet tot de kap van beeldbepalende bomen. Voor beeldbepalende bomen wordt uitgegaan van de bomenlijst van de Gemeente Boxmeer. Controle: Er is 1 beschermde boom nabij het noordelijke gebied. Deze boom is gelegen op grond van de Rijksoverheid en is geen onderdeel van het project.

- pag. 5/8 -

3.1.11 Toekomstige ontwikkelingen. Eis: Het zonnepark initiatief mag (andere) toekomstige ontwikkelingen niet onevenredig belemmeren. Invulling: Het zonnepark zal een tijdelijke bestemming van 25 jaren betreffen. De locatie zal na 25 jaren naar de huidige staat hersteld worden. 3.1.12 Maatschappelijke meerwaarde. Eis: Het zonnepark initiatief moet een maatschappelijke meerwaarde hebben. Invulling: Het project biedt ruimte voor meervoudig ruimtegebruik. Er is onder de panelen ruimte voor schapen. Dit is beschreven op pagina 25 van het RO plan. Tevens worden natuur / landschapselementen aangelegd. 3.1.13 Landschappelijke inpassingsstudie. Eis: Een zonnepark initiatief bevat een landschappelijke inpassingsstudie. In de inpassingsstudie moet in ieder geval aandacht zijn voor: 1. De op de planlocatie of in de directe omgeving aanwezige ecologische, cultuurhistorische aardkundige en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken 2. De inpassing van het zonnepark op het schaalniveau van de omgeving (inpassing en zichtlijnen) en op de locatie zelf (vormgeving van de opstelling) 3. De invulling van de beveiliging en infrastructuur 4. De visualisering van de huidige en toekomstige situatie vanuit meerdere relevante standpunten Invulling bij punt 1. Ecologie: Er is een beknopte natuurtoets uitgevoerd; deze is te vinden in het RO document (2021R-553b).

In het kader van provinciale regelgeving is een ontheffing voor de Wet Natuurbeheer (WNB) aangevraagd. Daarvoor zal nog een uitgebreider onderzoek naar de ecologie in de omgeving van het plangebied plaatsvinden. Dit vormt geen belemmering voor de afgifte van een VVGB. Als de provincie niet akkoord gaat met de ontheffing voor de WNB kan de initiatiefnemer niet het project bouwen. Cultuurhistorisch: Dit is beschreven in H4 van de initiatiefnemer. In het gebied zijn geen cultuurhistorische gebouwen aanwezig. Aardkundig: Dit is beschreven in H4 van de initiatiefnemer. Archeologie vormt geen belemmering.

- pag. 6/8 -

Waterhuishoudkundig: Er is overleg gevoerd met het Waterschap AA en Maas. Invulling bij punt 2. De grootte van het project valt binnen de grenzen zoals eerder aangegeven door de Raad en valt binnen de voorkeursgebieden. De commissie ruimtelijke kwaliteit heeft aangegeven dat het plan voldoet, mits enkele restpunten ingevuld worden. Invulling bij punt 3. Beide parken worden voorzien van een hekwerk van 2 meter hoog. Invulling bij punt 4. In de bijlagen en het RO document zijn tekeningen en visualisaties opgenomen. 3.2.1 Procesparticipatie. Eis: De initiatiefnemer dient voorafgaand aan de indiening van een initiatief de bewoners en bedrijven binnen een straal van minimaal 500 meter te betrekken. De initiatiefnemer dient in een concept-participatieplan te beschrijven hoe de bewoners en bedrijven in het vervolgtraject worden betrokken en wat gedaan wordt met input geleverd door de betrokkenen. Invulling: De direct omwonenden zijn betrokken door de initiatiefnemer. Dit is vastgelegd is document 2021-R-553g. Er is gesproken met omwonenden van het project. Het verslag is geanonimiseerd. Er zijn ook gesprekken gevoerd met de dorpsraden van Overloon en Vierlingsbeek. Er is geen concept-participatieplan ingediend. In het RO document (2021-R-553b) is op pg. 18 weergegeven op welke wijze omgegaan is met de input die opgehaald is in de gesprekken. 3.2.2 Financiële participatie.

Eis: Voor het zonnepark initiatief geldt als streven dat 50% wordt ingevuld met lokaal eigendom. De initiatiefnemer dient in een concept-participatieplan te beschrijven hoe het streven van minimaal 50% lokaal eigendom wordt ingevuld. Invulling: De initiatiefnemer heeft in notitie 2021-R-553e (Financieel plan invulling van 50% lokaal eigendom v2) omschreven op welke wijze hij invulling wil geven aan 50% lokaal eigendom. 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd door het aanbieden van 50% van het eigendom via een lokale energiecorporatie. Als minder dan 50% participatie plaatsheeft dan worden de lokale revenuen die anders lokaal plaats zouden vinden extra in het omgevingsfonds gestort. Eis: De initiatiefnemer dient een bijdrage te leveren aan de lokale gemeenschap door een jaarlijkse storting van minimaal 0,50 per opgewekte MWh in een omgevingsfonds. Invulling: Dit is beschreven in bovengenoemde notitie (2021-R-553e). Beide bovenstaande punten gaan vastgelegd worden in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. 3.2.3 Aantonen financiële haalbaarheid. Eis: Een zonnepark initiatief bevat een financiële onderbouwing waarmee inzicht wordt gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project. Invulling: De initiatiefnemer heeft een business case op hoofdlijnen toegevoegd. Deze is te vinden in 2021-R-553f. 3.3.1. Materiaalgebruik.

Eis: De initiatiefnemer dient aan te tonen dat bij de realisatie van het zonnepark zoveel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen. Invulling: Dit is beschreven in op pagina 18 van het RO document (2021-R-553b). De initiatiefnemer geeft aan: “De te gebruiken materialen voor het zonnepark zullen zo veel mogelijk duurzaam en milieuvriendelijk zijn. In ieder geval zullen geen uitlogende materialen toegepast worden. De geselecteerde materialen/producten worden voorafgaand aan de realisatie aan de gemeente voorgelegd om aan te tonen dat wordt voldaan aan deze randvoorwaarde.”

- pag. 7/8 -

3.3.2 Netaansluiting. Eis: De initiatiefnemer moet, voor het kunnen verkrijgen van de noodzakelijke netaansluiting, op zijn minst een geldige offerte van de netbeheerder kunnen overleggen. Invulling: Initiatiefnemer heeft een geldige offerte ontvangen, ondertekend en een aanbetaling verricht. Dit is ambtelijk geverifieerd bij Enexis. Tevens hebben we ambtelijke inzage gehad in de ondertekende offerte. 3.3.3 Onderzoeken. Eis: De initiatiefnemer dient te beschrijven welke onderzoeken in het vervolgtraject in ieder geval worden uitgevoerd. Invulling: In het RO plan is aangegeven dat er nog nader ecologisch onderzoek plaats zal vinden t.b.v. de Provinciale ontheffing van de WNB. Tevens zal nader onderzoek nodig zijn t.b.v. de omgevingsvergunning. De initiatiefnemer is hierover reeds geïnformeerd en zal aanvullende informatie m.b.t. de omgevingsvergunning nog aan gaan leveren. Hierbij kan bv. gedacht worden aan aanvullende informatie over afvoer van hemelwater, brandcompartimentering en akoestiek.

- pag. 8/8 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=19d47f23-d954-4bed-99e9-3f74d560e43b