CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-517a Programmabegroting 2022 ODBN

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voor kennisgeving aannemen programmabegroting 2022 en de jaarstukken 2020 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) en indienen zienswijze op de programmabegroting 202219.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving Nu en in de toekomst

Programmabegroting 2022

Inclusief het meerjarenperspectief 2023-2025

Versie 21 april 2021

ODBN Programmabegroting 2022

1

2

Voorwoord

3

Geachte bestuurders, raads- en statenleden, De Omgevingsdienst Brabant Noord werkt in 2022 in een leefomgeving die voor iedereen aan de ene kant heel herkenbaar is, maar aan de andere kant volop in beweging is. Als u naar buiten kijkt zult u niet direct een andere wereld zien, maar in het nieuws en in uw colleges en raden zijn tal van ontwikkelingen continu onderwerp van gesprek. Grote maatschappelijke thema’s zoals het Klimaatakkoord, de Stikstofproblematiek, de Regionale Energie Strategie, circulaire economie en het Schone Lucht Akkoord. En natuurlijk de invoering van de Omgevingswet per 1-1-2022. Allemaal thema’s die u en wij herkennen. In toenemende mate merkt de ODBN dat wij gevraagd worden om bij deze thema’s mee te denken vanuit de uitvoering en onze kennis van de leefomgeving daarvoor in te zetten. Soms vragen deelnemers zelfs of de ODBN hiervan de trekkende partij in de regio kan zijn. In de veelheid van ontwikkelingen is dat begrijpelijk. En voor de ODBN is er een groot belang dat de uitvoerbaarheid van beleid goed geborgd is. Daar denken we graag over mee en uiteraard zullen we ook zaken die we signaleren bij de feitelijke uitvoering onder de aandacht brengen van de bestuurders en beleidsmakers. We blijven daarbij wel in de adviserende rol die bij een uitvoeringsorganisatie past. Nieuw en langverwacht is de invoering van de Omgevingswet.

Hoewel het vaak in de communicatie vanuit het Rijk wordt gebracht als een grote omwenteling, zullen we in 2022 echter ook gewoon vergunningen verlenen, toezicht houden en waar nodig handhavend optreden. Daar ligt onze maatschappelijke opdracht. Door ons te focussen op de tastbare veranderingen maken we de Omgevingswet concreet en behapbaar voor de VTHuitvoering. In de verdere invoering rondom Omgevingsplannen, de bruidsschat en nog vele andere onderwerpen zijn we afhankelijk van u als bevoegd gezag. Voor de ODBN blijft van belang dat de uitvoerbaarheid goed geborgd is en waar het kan en wenselijk is, er voor burgers en bedrijven een gelijk speelveld bestaat. De notitie ‘Om de leefomgeving’ van de commissie Van Aartsen geeft aan dat het VTH-stelsel er nog niet is. Het landelijke debat en mogelijke besluitvorming hierover kan een flink effect hebben op de rol en positie van omgevingsdiensten in Nederland. Als ODBN zijn we van mening dat de aanbevelingen in lijn zijn met de ontwikkelingen waar we de laatste jaren mee bezig zijn. We hebben een sterk fundament waarop we verder kunnen bouwen. En ondanks de discussie over een meer onafhankelijke rol van omgevingsdiensten, blijft voorop staan dat we dat samen met u doen. In de praktijk merken we dat ons advies door u wordt meegewogen in de bestuurlijke besluitvorming en we daarbij ook onafhankelijk ons advies mogen geven.

Dat doen we met een groep deskundige professionals die elke dag weer het verschil maakt. De steeds complexer wordende werkzaamheden vragen om continue doorontwikkeling, van onze organisatie én onze medewerkers. De organisatie ODBN is nooit af en we streven elke dag naar verbetering. De uitdaging om goed gekwalificeerd personeel aan te trekken is groot, maar we merken dat onze investeringen in en ervaringen met het werven en zelf opleiden in de afgelopen jaren hun vruchten beginnen af te werpen. Dat maakt dat we in 2022 starten met een gemotiveerde ploeg mensen met kennis van zaken die zij elke dag weer inzetten voor de leefomgeving. Een omgevingsdienst die midden in de samenleving staat en daarbij voor het bevoegd gezag een belangrijk verlengstuk is voor een mooiere, veiligere en gezondere regio.

Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord April 2020

ODBN Programmabegroting 2022

4

Inhoud

5

Voorwoord

2

4.3

Paragraaf Bedrijfsvoering

52

Financiële samenvatting

6

4.4

Paragraaf Verbonden partijen

55

Beleidsbegroting 2022

10

4.5

Niet van toepassing zijnde paragrafen

57

Algemeen

12

Financiële begroting 2022

60

Programma Individuele Dienstverlening

14

1.

Algemeen

60

1.1

Wat willen we bereiken?

15

1.1

Inleiding

60

1.2

Wat gaan we daarvoor doen in 2022?

15

1.2

Financiële uitgangspunten

60

1.2.1

VTH-uitvoering

15

1.2.1

Algemene financiële kaders

60

1.2.2

Specialistische taken

16

1.2.2

Financieel technische uitgangspunten

61

1.2.3

Omgevingswet van kracht voor VTH-taken

18

1.2.4

Transitie Zorgvuldige Veehouderij

1.2.5

1.

1.3 2.

4.

62

20

2.1

Overzicht van baten en lasten 2022

62

Bodem

23

2.2

Overzicht meerjarenperspectief lasten 2022-2025

63

1.2.6

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

26

2.3

Totaal lasten verdeeld naar programma’s en bedrijfsvoering

64

1.2.7

Energie

27

2.4

Overzicht meerjarenperspectief baten 2022-2025

65

Wat mag het kosten?

29

3.

Toelichting op baten en lasten 2022

66

Programma Regionale Dienstverlening

30

3.1

Programma Individuele Dienstverlening

66

2.1

Wat willen we bereiken?

31

3.2

Programma Regionale Dienstverlening

67

2.2

Wat gaan we daarvoor doen in 2022?

31

3.3

Programma Bedrijfsvoering

69

2.2.1

Ontwikkelprogramma 2022

31

3.4

Declarabiliteit

70

2.2.2

Regionaal kader VTH

32

3.5

Tariefontwikkeling

72

2.2.3

(Strafrechtelijke) handhaving

33

4.

Overzicht incidentele baten en lasten 2022

76

2.2.4

Verbetering toezicht

35

5.

Uiteenzetting financiële positie

78

2.2.5

Informatiegestuurd werken

37

5.1

Algemeen

78

2.2.6

Samen Sterk in Brabant (SSiB)

39

5.2

Investeringen

78

2.2.7

Klachtenregeling

41

5.3

Geprognosticeerde balans

79

42

5.4

EMU-saldo

80

Programma Bedrijfsvoering

43

5.5

Verloop van reserves en voorzieningen

81

3.1

Wat willen we bereiken?

44

Bijlagen

3.2

Wat gaan we doen in 2022?

45

1.

Overzicht bijdragen per deelnemer 2022

84

3.3

Wat mag het kosten?

46

2.

Overzicht baten en lasten per taakveld

86

Paragrafen

47

3.

Geactualiseerde risicoanalyse

88

4.1

Paragraaf weerstandsvermogen & risicobeheersing

47

4.2

Paragraaf Financiering

50

4.2.1

Renterisico

50

4.2.2

Kasgeldlimiet

51

4.2.3

Renteresultaat Treasury

52

2.3 3.

Baten en lasten begroting 2022-2025

2.

Wat mag het kosten?

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

82

ODBN Programmabegroting 2022

6

Financiële samenvatting

De financiële huishouding van de ODBN is inmiddels op orde. Het jaar 2020 is met een positief resultaat afgesloten. Deze lijn hebben we door kunnen vertalen in de ontwerpbegroting 2022. Het meerjarenperspectief van deze ontwerpbegroting is sluitend en bovendien kunnen we in deze begroting een structureel positief resultaat presenteren van ongeveer 400.000 euro. In deze ontwerpbegroting zijn de kaders vertaald uit de Kadernota 2022 die in maart 2021 door het Algemeen Bestuur van de ODBN vastgesteld is. De ontwerpbegroting 2022 is beleidsarm, bestaande budgetten zijn geïndexeerd en de urenraming, met de daarbij horende formatie, is bijgesteld op basis van de concept-werkprogramma’s 2022. De ODBN werkt ook dit jaar aan een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing. Uitgangspunt is dat we inzicht in de voortgang van de uitvoering hebben, dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Een grote ambitie gezien de grote maatschappelijke onzekerheden die op ons afkomen. Zo zal 2022 volledig in het teken staan van de uitvoering van de Omgevingswet. In deze begroting is uitgegaan van ruim 269.000 declarabele uren gebaseerd op de conceptwerkprogramma’s 2022 en de provinciale opdracht. Dit is een daling van ruim 23.000 uren ten opzichte van de begroting 2021.

De urenraming is wel in lijn met de realisatie in 2020 en de definitieve werkprogramma’s 2021. De sterke groei van uren die we in eerdere begrotingen nog verwachtten, heeft zich afgevlakt en lijkt nu te stabiliseren. Dit vertaalt zich door in deze begroting. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de afname in uren op aanvullende opdrachten. Op basis van een analyse van de realisatiecijfers 2019 en 2020 is het aantal te verwachten uren op deze aanvullende opdrachten neerwaarts bijgesteld om tot een realistischere raming te komen. Deze bijstelling vertaalt zich, conform bestaande systematiek, door in een bijstelling van het aantal benodigde fte's in het primaire proces. We laten daarbij ook de formatie van de overhead meedalen, zodat deze binnen de norm van 23% blijft. De totale kosten van de overhead (inclusief alle materiële kosten) blijft binnen de norm ten opzichte van de totale exploitatiekosten. Om in te kunnen blijven spelen op ontwikkelingen en eventuele wijzigingen hanteren we een flexibele schil in de formatie van maximaal 20%. Hiermee blijven we in staat om in te spelen op actuele ontwikkelingen en het bedrijfsrisico bij minder opdrachten af te dekken.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

7

In deze ontwerpbegroting 2022 is gewerkt met de indexeringen uit de vastgestelde Kadernota. Hierin zit een indexering van 1,5% opgenomen ten opzichte van de begroting 2021. Deze indexering is gebaseerd op de macro-economische verkenning van het CPB van september 2020. Op dit moment zijn de onderhandelingen voor een nieuwe CAO nog niet afgerond. Hoe de effecten van een nieuwe CAO zich verhouden ten opzichte van de opgenomen indexering is nog onbekend, maar vooralsnog verwachten we dat de opgenomen indexering voldoende is om de ontwikkelingen op te vangen.

MEERJARENPERSPECTIEF BATEN EN LASTEN

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

BEGROTING 2023

BEGROTING 2024

BEGROTING 2025

Individuele dienstverlening Regionale dienstverlening Bedrijfsvoering Reserves

17.036 4.028 10.752 0

14.445 2.327 10.753 0

14.445 2.377 10.753 0

14.445 1.293 10.347 0

14.445 1.293 10.347 0

TOTAAL LASTEN

31.816

27.526

27.576

26.086

26.086

Individuele dienstverlening Regionale dienstverlening Bedrijfsvoering Reserves

26.884 3.145 0 1.893

24.645 3.277 0 0

24.645 3.327 0 0

24.645 1.837 0 0

24.645 1.837 0 0

TOTAAL BATEN

31.923

27.923

27.973

26.483

26.483

106

397

397

397

397

LASTEN

BATEN

SALDO VAN BATEN EN LASTEN

ODBN Programmabegroting 2022

8

9

In het meerjarenperspectief, zoals hierboven gepresenteerd, zijn de urenramingen zoals deze voor 2022 opgesteld zijn, structureel verwerkt voor de jaarschijven 2023 t/m 2025. Dit leidt tot een eenduidig beeld aan zowel lasten als baten kant van deze begroting. Hierop is één uitzondering. De subsidie voor Samen Sterk in Brabant impuls is door de provincie Brabant verstrekt tot en met 2023. Hoewel de verwachting is dat dit ook na 2023 wordt voortgezet, is vanuit het voorzichtigheidsprincipe daarmee geen rekening gehouden. Vanaf 2024 nemen daarmee de opgenomen uren en de totale lasten in het primaire proces af. Ook in de overhead worden de formatie en budgetten bijgesteld. De eerste concept-werkprogramma’s 2022 (maart 2021) voor de gemeentelijke deelnemers zijn vertaald naar deze begroting. Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van het gemiddelde tarief uit de Kadernota 2022. In de concept-werkprogramma’s is gewerkt met gedifferentieerde tarieven. In de eerste bestuursrapportage 2022 worden de definitieve werkprogramma’s op basis van dit gedifferentieerde tarief vertaald in de begroting. Op basis van de ontwikkelingen die gemeenten voor 2022 verwachten, worden de werkprogramma’s in de loop van 2021 gezamenlijk verder aangescherpt zodat de definitieve werkprogramma’s voor 1 december 2021 kunnen worden vastgesteld.

De financiële vertaling van de individuele werkprogramma’s vormt de basis van het budget dat in de afzonderlijke begrotingen van de deelnemers moet worden gereserveerd. In deze begroting is de provinciale opdracht opgenomen op basis van de opdracht 2021. In de komende periode wordt samengewerkt met de provincie Brabant en de 2 andere omgevingsdiensten om de provinciale opdracht 2022 vorm te geven. Deze begroting van de ODBN gaat over de verwachte ontwikkelingen die de ODBN als organisatie in zijn totaliteit voorziet voor 2022 in aansluiting op de Kadernota 2022. De effecten van de definitieve opdrachten 2022 zullen bij de eerste bestuursrapportage in 2022 verwerkt worden in de begroting. Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord,

De secretaris,

De voorzitter,

J.A.J. Lenssen

M.C. Bakermans

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

10

Beleidsbegroting 2022

11

2

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

12

Algemeen

Deelnemers De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 10 gemeenten1 in Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. Samen hebben we een verantwoordelijkheid voor een schone, veilige en gezonde leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van deze wettelijke overheidstaak uit.

Programma-indeling P&C-documenten De ODBN kent in haar planning & control (P&C) documenten drie programma’s: 1.

2.

3.

Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de dienstverlening aan een deelnemer van zowel de wettelijke basistaken als de verzoektaken die een deelnemer bij de ODBN heeft neergelegd. Hier zijn ook de aanvullende verzoektaken buiten het werkprogramma in ondergebracht. Het programma Regionale Dienstverlening gaat over taken die de ODBN voor de regio uitvoert. Zoals de Collectieve Taken, Samen Sterk in Brabant, de Klachtenregeling/crisispiket, sanering Verkeerslawaai, de Vereniging van Contractanten en het beheer van voormalige stortplaatsen. Het derde programma gaat over de Bedrijfsvoering van de ODBN.

Visie en strategie

13

Onze leefomgeving is divers en is maatschappelijk een actueel thema voor iedere inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren we en agenderen we de voortdurende veranderingen in de fysieke leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar een continue verbetering van de kwaliteit en deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de fysieke leefomgeving gebeurt. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal.

Kortom onze ambitie is: “De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

In alle P&C producten, zoals de begrotingen en kadernota’s komt deze indeling terug.

Missie De Omgevingsdienst Brabant Noord werkt aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst.

1

Door herindelingen in de regio Brabant Noord daalt het aantal deelnemende gemeenten van 16 in 2020 naar 10 in 2022. Hierin is de aansluiting van gemeente Grave bij gemeente Land van Cuijk verwerkt.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

14

1 Programma Individuele Dienstverlening

Dit programma sluit aan op de individuele werkprogramma’s die onze deelnemers aan ons opdragen. Hierbij gaat het om de kerntaken vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies).

15

Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Binnen dit programma voeren wij voor onze gemeentelijke deelnemers het werkprogramma uit wat in december 2021 wordt vastgesteld. Voor de provincie voeren we de Provinciale opdracht uit. Binnen de uitvoering van deze VTH- en specialistische milieutaken zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering. Deze lichten we in dit programma toe.

1.2 Wat gaan we daarvoor doen in 2022?

Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer

1 maart 1993

1 januari 2022*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

1 januari 2022*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

1 januari 2022*

Wet Natuurbescherming

1 januari 2017

1 januari 2022*

Draaiboek deelproces milieubeheer

1.1 Wat willen we bereiken?

25 september 2017

NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet 2022

1 januari 2022*

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

1 januari 2022*

In ontwikkeling

* Uitgaande van besluit Rijk invoering Omgevingswet per 1-1-2022.

1.2.1 VTH-uitvoering Als ODBN voeren we onze primaire VTH-taken uit op het vlak van het milieu voor de gemeenten en provincie. Voor sommige gemeenten behandelen we ook de BRIKS taken met de focus op slopen. Voor de provincie voeren we bovendien de taken van de Wet natuurbescherming (Wnb) uit.

Wat gaan we doen in 2022? In 2022 voeren wij de VTH-taken uit ons werkprogramma 2022 uit. Daarnaast gaan we door met de ontwikkeling van onze kerntaken van VTH. Daarbij werken wij vanuit de bedoeling van de Omgevingswet en ‘geleerde lessen’ van de werkwijze bij de transitie van de veehouderij. We voeren meer risicogericht en resultaatgericht toezicht en handhaving uit en de inzet zal meer georganiseerd worden rondom maatschappelijke thema’s met een grote milieu-impact. Voor de provincie zijn de taken belegd in het VTH-programma 2022. Dit VTHprogramma vormt de basis voor onze werkzaamheden en de begrote omzet in de begroting. De uitvoering van de Wnb is voor een groot gedeelte bepalend voor de totale omvang van het programma. Doorgaans legt de provincie naast het VTHprogramma aanvullende verzoektaken neer bij de ODBN. Snelle opeenvolgende ontwikkelingen vragen een continu proces van kennis- en kwaliteitsverbetering. We blijven daarom actief op de arbeidsmarkt, leiden zelf medewerkers op en zorgen voor het boeien en binden van de eigen medewerkers. Welke onzekerheden kennen we? De Wnb kent nog steeds de nodige dynamiek als gevolg van uitspraken van de Raad van State waardoor er geen sprake is van een stabiele wetgeving met vaste kaders. Dit is in brede zin van invloed op de uitvoering. Het is vaak letterlijk hollen of stilstaan.

Deze “dynamiek” geeft onzekerheden voor de ODBN maar zeker ook voor de provincie als opdrachtgever. Om deze onzekerheden tot een minimum te beperken is in gezamenlijk overleg besloten om de opdracht Wnb gebiedsbescherming anders in te gaan richten. Het uitgangspunt (en daarmee opdrachtwaarde) zal zich richten op een stabiele personele capaciteit waarbij producten en diensten meebewegen in de ontwikkelingen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

16

Hoe communiceren we? Maandelijks worden overzichten van de voortgang van het werkprogramma verzonden naar de gemeenten. In accountgesprekken blijven we de deelnemers op de hoogte houden van ontwikkelingen en voortgang en horen we graag welke ontwikkelingen spelen binnen de betreffende gemeenten en provincie. We kunnen dan onze samenwerking blijven optimaliseren. Drie keer per jaar volgt een schriftelijke verantwoording (T rapportages) aan de deelnemers waar we de kwantiteit en kwaliteit van ons werk combineren. Communicatie met de deelnemer provincie Brabant gaat middels de afgesproken reguliere overleggen en rapportages.

1.2.2 Specialistische taken De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Voor 2022 zijn de volgende ontwikkelingen van belang: ➜ Geluid: gemeenten moeten vanaf 2022 een basiskaart geluid opstellen die elke 5 jaar gemonitord moet worden. In samenwerking met gemeenten, provincie en ODBN wordt begin 2022 een Verkeer Kaart Milieu opgeleverd. Hierdoor kan met ingang van 2022 in ruimtelijke plannen en in de taken rondom verkeerslawaai conform de Omgevingswet geadviseerd worden. ➜ Geluid: de rekensystematiek voor gezoneerde industrieterreinen verandert en daarmee veranderen ook contouren. Dit moet in de Omgevingsplannen (voor 2029) worden meegenomen. Gemeenten die gezoneerde industrieterreinen hebben, worden geadviseerd middelen vrij te maken voor deze aanpassing. Afhankelijk van de prioriteiten die de gemeenten stellen (door de ODBN geïnventariseerd in 2021) wordt hieraan, in 2022 en verder, invulling gegeven.

➜ Externe veiligheid: het wegvallen van de IOV (Impuls Omgevings Veiligheid) subsidie per 2021 wordt door het Rijk gecompenseerd door een extra uitkering in het gemeentefonds. Deze is niet specifiek geoormerkt voor externe veiligheid. Voor een goede continuering van de dienstverlening is het verstandig dat ook in 2022 de middelen die gemeenten ontvangen hebben voor externe veiligheid worden gereserveerd en in de werkprogramma’s zo nodig extra uren worden opgenomen. ➜ Lucht: schone en gezonde lucht is een actueel thema. Steeds meer gemeenten sluiten aan bij het Schone Lucht Akkoord. In de regio wordt gewerkt aan een regionaal uitvoeringsprogramma. Aan de deelnemers wordt gevraagd in kaart te brengen welke inzet van het VTH-instrumentarium nodig is om een bijdrage te leveren aan het behalen van de SLA-doelen. Deze inzet moet dan worden verwerkt in de Werkprogramma’s 2022. ➜ Voor alle specialismen geldt dat de bruidsschat moet worden verwerkt in Omgevingsplannen. Dit wordt in de paragraaf ‘Omgevingswet van kracht voor VTH-taken’ kort toegelicht. Als ODBN bereiden we ons hier samen met u zo goed mogelijk op voor in de komende jaren en blijven we hierover in gesprek.

Wat gaan we doen in 2022? We voeren onze (verzoek)taken op het gebied van milieuspecialismen uit voor onze deelnemers. De afzonderlijke ontwikkelingen staan hierboven genoemd Welke onzekerheden kennen we? Voor verschillende ontwikkelingen zijn deelnemers aan zet om beleidsambities te vertalen naar de uitvoering van de specialistische milieutaken. Het dilemma van lokale autonomie en een regionaal speelveld en de uitvoeringsconsequenties spelen hierin vaak een rol. Het laatste aspect is voor de ODBN van groot belang om de effecten hiervan in beeld te hebben. Hoe communiceren we? Ambtelijk via het RSP en via de accountmanagers houden we elkaar op de hoogte van ontwikkelingen binnen deze milieutaken. Schriftelijk rapporteren we over de uitvoering via de T-rapportages. Bestuurlijk via het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

17

18

In 2019, 2020 en 2021 is de ODBN – samen met onze deelnemers en ketenpartners – bezig met de invoering van de Omgevingswet. Dit doen we via twee sporen. Het eerste spoor betekent onder andere het inregelen van werkprocessen, de inrichting van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de samenwerkingsafspraken met u als deelnemer. Het tweede spoor is dat onze medewerkers klaar moeten zijn voor de Omgevingswet. Dat betekent het opleiden van onze medewerkers. Dat doen we zo dicht mogelijk op de invoering, zodat de geleerde kennis ook direct toegepast kan worden. Het omzetten van het huidige inrichtingenbestand naar een activiteitenbestand is een grote klus. Van de 15.000 inrichtingen die onze regio kent, moeten alle milieubelastende activiteiten opgenomen worden in het activiteitenbestand. Dat is niet alleen een technische klus, maar ook een waarbij de juridische kwaliteit van de omzetting gewaarborgd moet worden. Hoe dit precies moet en welke impact deze omzetting ook landelijk heeft, is nog onvoldoende bekend. Feit is dat alle overheden met deze onduidelijkheid zitten, waarbij het erop lijkt dat landelijk de benodigde werkzaamheden voor deze omzetting zijn onderschat.

Wat gaan we doen in 2022? We voeren de VTH-taken uit onder de nieuwe Omgevingswet. We monitoren of de uitvoering conform voorbereiding plaatsvindt en sturen bij waar nodig.

1.2.3 Omgevingswet van kracht voor VTH-taken De Omgevingswet bundelt 26 wetten die regels bevatten die de fysieke leefomgeving raken zoals milieu-, bouw- en waterwetgeving. De Omgevingswet omvat ook nieuwe thema’s zoals gezondheid en veiligheid. Belangrijke doelstelling van de wet is het omgevingsbeleid af te stemmen op de behoeften en doelstellingen van inwoners en bedrijven. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking, al zal het kabinet definitief uitsluitsel rond de invoering pas rond de zomer geven. Zowel voor provincie, gemeenten, ketenpartners en ODBN wordt 2022 een startjaar om te gaan werken vanuit andere wetgeving, andere instrumenten, te sturen op het gesprek aan de voorkant, (nog) meer integrale (digitale) samenwerking en in dit alles te ontdekken wat er wel en niet kan. Ondanks de lange aanloopperiode, zullen we de eerste jaren veel lessen opdoen in de praktijk. Dat is niet erg zolang we met elkaar goed het gesprek blijven voeren over “werkt het zoals we het hadden bedacht?” en “waar is het nodig om bij te sturen?”. Enkele veranderingen zijn bijvoorbeeld een beslistermijn die wordt teruggebracht naar 8 weken en de wijziging in de wet van het begrip ‘inrichting’ naar ‘milieubelastende activiteit’. Maar ook de wijze waarop we in houding en gedrag initiatiefnemers benaderen.

In de samenwerking met gemeenten en provincie vraagt dit een goede afstemming. Onderdelen daarvan zijn eenduidige afspraken en een helder beeld over het samenspel tussen ODBN en deelnemer en daarmee de inrichting van bijvoorbeeld het vooroverleg en de omgevingsdialoog. Om de digitale samenwerking te bevorderen wordt het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) door het Rijk ontwikkeld. Het DSO bundelt en ontsluit informatie die bij de diverse partners aanwezig is. Zowel omgevingsdiensten als haar deelnemers moeten tijdig zorgen dat hun systemen aansluiten bij het landelijke DSO. De ODBN ligt op schema op dit vlak.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Welke onzekerheden kennen we? Uitgangspunt is om de VTH-taken onder de Omgevingswet binnen de huidige financiële kaders uit te voeren. Hier sturen we op, maar er is een risico dat met nieuwe wetgeving deze aanname in de praktijk blijkt af te wijken. We sluiten niet uit dat in de eerste periode van de uitvoering van de Omgevingswet er mogelijk nog uitvoeringsproblemen naar boven kunnen komen die een effect hebben op de kosten. De inhoudelijke en financiële impact van het Inrichtingenbestand naar een Activiteitenbestand is nog onbekend. Zo zijn de effecten van het Activiteitenbestand op de werkprogramma’s en de provinciale opdracht goeddeels onbekend. We volgen landelijke ontwikkelingen op de voet. In 2021 volgt een voorstel naar onze deelnemers. We zijn als ODBN afhankelijk in hoeverre de deelnemers voorbereid zijn op de Omgevingswet. We zijn afhankelijk van het Rijk voor de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Het is op dit moment nog niet duidelijk of het systeem (volledig) operationeel is per 2022. Hoe communiceren we? We houden deelnemers individueel en collectief, via het Regionaal Strategisch Platform (RSP), op de hoogte over de uitvoeringsconsequenties van de Omgevingswet. We doen dit bestuurlijk via het Dagelijks en Algemeen Bestuur . We werken met de programmamanagers Omgevingswet van de deelnemers samen in het Regionaal Netwerk Omgevingswet (RNO).

ODBN Programmabegroting 2022

19

Van taskforce naar agrarisch platform Sinds 2019 zijn de drie Brabantse Omgevingsdiensten bezig geweest om de ontwikkelingen in de agrarische sector te vertalen naar de eigen omgevingsdienst. De notitie Meer dan de som der delen! van de Taskforce 1.0 is het uitgangspunt geweest voor andere manieren van werken. In 2020 en 2021 heeft de Taskforce 2.0 uitwerking gegeven aan de maatregelen en adviezen. Ze zijn geïmplementeerd, waardoor we effectiever werken. Zo proberen we het hoofd te bieden aan een piek van werkzaamheden in de komende jaren. Uit een tweetal Herijkingsnotities (vanuit de Taskforce 2.0) blijkt dat de hoeveelheid werk, en daarmee de wervingsopgave, onverminderd hoog blijft en zoals uit het voorgaande blijkt, vaak ook moeilijk te voorspellen is. Het blijft daarom zaak om continu aandacht te hebben voor efficiënte werkwijzen.

20

Met de Taskforce 2.0 hebben de drie diensten op eenzelfde wijze de maatregelen geïmplementeerd. Zo zorgen we voor een gelijk speelveld en leren we van elkaar. We willen deze samenwerking borgen door het oprichten van een nieuw ‘agrarisch platform’ van de drie Brabantse Omgevingsdiensten. Ook in 2022 is er veel in beweging en is het belangrijk om goed bij elkaar aangehaakt te blijven. De effecten van de maatregelen monitoren we. We blijven het nieuwe beleid toetsten aan uitvoerbaarheid. We hebben hiervoor structurele aandacht en stemmen Brabant breed af binnen het agrarisch platform.

1.2.4 Transitie Zorgvuldige Veehouderij

Daarnaast willen we de ervaringen binnen de agrarische taakuitvoering ook toepassen op de overige taakuitvoering binnen de ODBN, zodat we over de gehele linie een slag slaan in het nog efficiënter maken van onze taakuitvoering.

De transitie naar een Zorgvuldige Veehouderij is in Brabant nog steeds in volle gang en het onderwerp van een maatschappelijk debat. De ODBN focust zich voornamelijk op de uitvoeringsconsequenties van het veranderende beleid, zodat de VTH-taken kwalitatief goed en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. De transitie kent vele facetten. Meerdere ontwikkelingen, zoals eerder ook geschetst in de Kadernota, hebben allemaal hun invloed op onze dagelijkse werkpraktijk. Ontwikkelingen in 2022 De nasleep van de Stoppersregeling, de uitwerking van de Saneringsregeling Varkenshouderij en de beëindigingsregelingen Stikstof van het Rijk, gaan in 2022 spelen. Voor de agrarische sector zijn niet alleen de ontwikkelingen in het stikstofdossier van groot belang, maar kan jurisprudentie ook tot grote veranderingen leiden. Het is elke keer lastig te voorspellen binnen een dynamisch dossier als de veehouderij wat de effecten van die jurisprudentie op de taakuitvoering zijn. Daarom volgen we die ontwikkelingen op de voet. Naast de uitvoeringsconsequenties van beleid zien we ook het belang van het onderwerp gezondheidsrisico’s rond veehouderijen toenemen. We hebben de aandacht rondom nertsenhouderijen en corona gezien, maar in het algemeen is er meer en meer aandacht voor dierziekten.

Gezondheid en veehouderij zal door de invoering van de Omgevingswet en actuele gebeurtenissen een grotere rol gaan spelen in de VTH-taken.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

21

22

23

Wat gaan we doen in 2022? In 2022 monitoren we de uitwerking van de maatregelen en sturen bij waar nodig. We evalueren, borgen en verbeteren waar we kunnen. We verfijnen en bestendigen onze werkwijzen. We richten een agrarisch platform op. De intensievere en verbeterde afstemming en samenwerking tussen de Brabantse omgevingsdiensten, willen we behouden. We evalueren gezamenlijk de implementatie van de maatregelen en leren daarbij van elkaar. In 2022 richten we onze blik verder naar buiten. We zoeken onze externe partners geregeld op ter bevordering van een betere samenwerking en afstemming. Input van hen nemen we mee bij de verbetering van onze werkprocessen. Welke onzekerheden kennen we? Bepaalde regelingen kennen een vrijwillige basis. Hierdoor is het niet mogelijk om de exacte omvang van de werkzaamheden van tevoren vast te stellen. Het verschil tussen beoogd en daadwerkelijke deelname aan de regelingen kan significant zijn. De ervaring leert dat jurisprudentie een enorme impact kan hebben op onze werkvoorraad. We volgen deze op de voet en anticiperen zo goed als mogelijk. Hoe communiceren we? In 2022 voeren wij de agrarische VTH-taken uit volgens ons gemeentelijk werkprogramma en provinciale opdracht. We werken vanuit de bedoeling van de Omgevingswet en ‘geleerde lessen’ van de Taskforce 2.0.

Maandelijks worden overzichten van de voortgang van het werkprogramma verzonden naar de gemeenten. In de accountgesprekken met de gemeenten en de provincie blijven we de deelnemers op de hoogte houden van ontwikkelingen en voortgang van de transitie van de veehouderij. We kunnen dan onze samenwerking blijven optimaliseren. Drie keer per jaar volgt een schriftelijke verantwoording in de vorm van de T-rapportages waar we de kwantiteit en kwaliteit van ons werk combineren. Waar nodig voorzien we deelnemers van notities/kennisberichten en adviezen hoe de werkzaamheden zo efficiënt mogelijk kunnen worden ingericht. Om een vlotte afhandeling van verschillende regelingen te garanderen, is het van belang dat de verschillende partners in nauw overleg met elkaar synergie kansen creëren en benutten. Ook zal er vanuit de verschillende netwerken waar de ODBN aan deelneemt, afstemming worden gezocht met de regionale partners. Daarbij wordt ingezet op de verbetering van de samenwerking met adviseurs die namens de bedrijven de aanvragen indienen om de kwaliteit van de aanvragen te verbeteren.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

1.2.5 Bodem Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022 gaat de bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie. Basistaken bodem Toezicht en handhaving bij saneringen, de zogenaamde toevalstreffers en zorgplichtgevallen, worden onder de Omgevingswet een gemeentelijke basistaak. Ook geeft de Omgevingswet ruimte om via Omgevingsplannen (onderzoek naar) bodemkwaliteit lokaal te regelen. Totdat een Omgevingsplan is vastgesteld geldt de Nota bodembeheer (inclusief Nota PFAS). Dit geldt maximaal 2 jaar, daarna dient de Nota integraal opgenomen te zijn in het Omgevingsplan.

ODBN Programmabegroting 2022

24

Verzoektaken bodem Maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, de energietransitie maar ook de achteruitgang in kwaliteit (organische stofgehalten, verdroging, vernatting, bodemleven) van de landbouwgronden in onze regio, kunnen voor inhoudelijke verschuivingen in de aanpak van bodembeheer door gemeenten zorgen. Dit vraagt om een andere benaderingswijze en specifieke kennis van de bodem en ondergrond, uitgaande van het natuurlijke bodem- en watersysteem, inclusief haar potenties en kwetsbaarheden. De inbreng van specifieke kennis bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan kan als een verzoektaak bij de ODBN worden belegd. We constateren dat er nog maar bij een beperkt aantal deelnemers voldoende bodemkennis is. Voor de basistaken zorgt de ODBN dat die goed geborgd worden binnen onze organisatie. De deelnemers moeten zelf afwegen of ze de verzoektaken zelf gaan uitvoeren of bij de ODBN willen beleggen. Nulsituatie-onderzoeken bij inrichtingen Met de komst van de omgevingswet zal de verplichting om een nulsituatie-onderzoek bij oprichting of wijziging van een activiteit verdwijnen. Wel zal de verplichting om bij beëindiging een eindsituatie onderzoek uit te voeren blijven bestaan. De verwachting is dat inrichtinghouders toch nulsituatie onderzoeken laten uitvoeren en ter beoordeling aan de gemeente zullen aanbieden.

Dit onderzoek kan dan na beoordeling door het bevoegd gezag als referentieonderzoek dienen bij beëindiging van de activiteiten. Voordeel hierbij is dat bij eventuele verontreiniging alleen de door de inrichtinghouder zelf veroorzaakte verontreiniging hoeft te worden gesaneerd. Anders dient te worden teruggesaneerd tot achtergrondwaarde “schoon” dat in de praktijk en verdergaande sanering kan betekenen. In de werkprogramma’s is opgenomen dat wij de beoordeling van deze bodemonderzoeken als verzoektaak kunnen uitvoeren.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Wat gaan we doen in 2022? Voor 2022 verwachten we een toename van de bodemtaken door de overdracht van de provinciale taken en de komst van nieuwe basistaken bodem, zoals graafactiviteiten. De toename van uren in het werkprogramma wordt met de individuele gemeenten besproken. In welke mate gemeenten door het Rijk gecompenseerd worden, voor de nieuwe taken voortvloeiend uit de komst van de Omgevingswet, is nog niet bekend. Welke onzekerheden kennen we? De werkzaamheden zijn vraaggestuurd en daardoor qua omvang moeilijk van tevoren in te schatten. Van sommige nieuwe taken hebben we (en zijn er ook landelijk) geen ervaringscijfers. Het is nog onduidelijk of de Omgevingswet op 1-1-2022 in werking treedt. De overdracht van bodemtaken is aan de invoering gekoppeld. De werkprocessen en de omvang van de taken in uren is sterk afhankelijk van de wijze waarop het DSO (digitaal stelsel) wordt ingericht en hoe het aspect bodem in de Omgevingsplannen wordt verwerkt. Hoe communiceren we? Via de totstandkoming van de werkprogramma’s informeren we de deelnemers over de omvang van de basistaken en overleggen we over mogelijke verzoektaken die deelnemers bij de ODBN willen neerleggen.

ODBN Programmabegroting 2022

25

26

1.2.6 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De laatste jaren is de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een urgent thema. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu en het is het streven om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. De drie Brabantse Omgevingsdiensten zijn in opdracht van de provincie bezig met het vormen van een beeld over emissies van ZZS in Brabant. Vanwege de aanwezigheid van grote industrie in Midden-West Brabant is de OMWB hiervan trekker. Dit project kan effect hebben voor 2022 als vergunningen geactualiseerd moeten worden. Daarnaast is ZZS binnen toezicht niet eerder een thema geweest. Het vergroten van de kennis van ZZS bij onze toezichthouders (ook voor gemeentelijke taken) is een belangrijke stap om ZZS te borgen in onze taakuitvoering. Maar ook in de risicoanalyse bij de herijking van het Regionaal Operationeel Kader (ROK-VTH) moet ZZS een plaats krijgen. Zo kunnen we inzoomen op branches die een hoog risico hebben middels projectmatig/themagericht toezicht. Op basis van de beschikbare informatie lijkt het ons raadzaam om toezicht op ZZS op een projectmatige wijze te organiseren en niet op te nemen in het reguliere toezicht.

Wat gaan we doen in 2022? De effecten van het project ZZS zijn pas in beeld als het provinciale project is afgerond in 2021. Er kan sprake zijn van toename in uren als vergunningen geactualiseerd moeten worden. In de risicoanalyse in het ROK-VTH krijgt ZZS een plaats. Deze herijking start half 2021 en vaststelling zal halverwege 2022 plaatsvinden; Het projectmatige toezicht kan leiden (via het ROK-VTH) tot herprioritering/ verschuiving van taken of een toename van taken in het werkprogramma of de provinciale opdracht. Hierover gaat de ODBN met de deelnemers in gesprek. Welke onzekerheden kennen we? Het is nog onduidelijk welke effecten dit onderwerp heeft op het Werkprogramma 2022. Voor de begroting heeft dit echter geen effect. Hoe communiceren we? Via de accountmanagers zullen we de deelnemers op de hoogte houden van de ontwikkelingen op het vlak van ZZS.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

1.2.7 Energie

27

Het klimaatbeleid van het Rijk (klimaatakkoord), de regio (Regionale Energie Strategie) en gemeenten zetten stevig in op energiebesparing in de gebouwde omgeving, aardgasloze wijken en op duurzame opwek uit wind- en zonneparken, biomassa en geothermie. De ODBN heeft hierin ook een rol, wij zien namens gemeenten en provincie toe op naleving van wettelijke energiebesparingsverplichtingen en vergunningsvoorschriften. In 2021 is de ODBN vanuit het werkprogramma gestart met de uitvoering van een themaplan energie. Voor 2022 wordt dit themaplan in samenspraak met de werkgroep energiebesparing van de RES geactualiseerd. We verwachten een intensivering op energie van 1.200 naar 2.400 uur. Dat heeft een aantal redenen: 1. 2. 3.

De RES-doelen voor energiebesparing (11% in 2030) Een per saldo zwaardere inzet als gevolg van nieuwe regelgeving Het wegvallen van de Rijkssubsidie voor energietoezicht.

De nadruk zal ook in 2022 liggen bij de uitvoering van informatiegestuurd energietoezicht. Maar er is ook extra inzet nodig voor implementatie en uitvoering van veranderende wet- en regelgeving. Want in de wettelijke bepalingen gaat de komende jaren veel veranderen. De komst van de Omgevingswet heeft twee belangrijke gevolgen voor energietoezicht. De eerste is dat regelgeving voor gebouw (Besluit Bouwwerken Leefomgeving, BBL) en activiteit (Besluit Activiteiten Leefomgeving, BAL) wordt gescheiden. Dat leidt tot dubbelde trajecten in verhuursituaties. De ODBN is in principe alleen gemandateerd voor toezicht op de activiteitgebonden maatregelen (BAL). Tweede gevolg is dat een groot deel van de doelgroep van gemeentelijk energietoezicht komt te vallen onder decentrale regelgeving. De energiebesparingsplicht zit in de bruidsschat en blijft nog tot 2029 van kracht. Maar dat geldt niet voor de Informatieplicht. Zonder interventie van de gemeente vervalt deze voor een deel van de bedrijven op de ingangsdatum van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt uiterlijk 1-1-2023 (dus mogelijk nog in 2022) de ‘verbrede energiebeparingsplicht’ geïntroduceerd. Naast de al bestaande verplichtingen worden ook andere CO2-besparende maatregelen verplicht, zoals bijvoorbeeld zonnepanelen op daken en ongebruikte terreinen.

De verbrede energiebesparingsplicht gaat ook rechtstreeks doorwerken naar de meeste vergunningplichtige bedrijven. Energievoorschriften in de vergunning worden daarmee overbodig en dat zal actie vragen van vergunningverlening en toezicht.

ODBN Programmabegroting 2022

28

29

Daarnaast wijzigen nog een aantal zaken: ➜ In het BBL worden gemeenten bevoegd gezag voor energielabels van gebouwen. Kantoren moeten vanaf 2023 een verplicht energielabel C hebben; ➜ In het BAL komt een nieuwe regeling voor CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit. De inzet van het Rijk is om toezicht en handhaving hierop onder te brengen in het basistakenpakket van omgevingsdiensten. De regeling wordt geïntroduceerd in de Omgevingswet, toezicht en handhaving gaat naar verwachting pas spelen na 2022; ➜ Het Rijk werkt aan nieuwe energieconvenanten voor de industrie en dienstensector. Dat zijn belangrijke doelgroepen van het energietoezicht door de ODBN;

Wat gaan we doen in 2022? We geven uitvoering aan het themaplan energie als onderdeel van het werkprogramma. De omvang wordt groter. Een voorstel hiervoor wordt onderdeel van het concept-werkprogramma 2022; We verzorgen de organisatie en coördinatie van de uitvoering van de VUEsubsidieregeling. De uitvoering van de subsidie wordt door een uitvoerende partij uit de markt gedaan namens de deelnemende gemeenten. Welke onzekerheden kennen we? Het besluit over de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ook voor energie van belang. Dit bepaalt de omvang van de wijzigingen in wet- en regelgeving van deze taak in 2022; De startdatum van nieuwe energieconvenanten voor de industrie- en dienstensector en de gevolgen daarvan voor de uitvoering in 2022 zijn nog onbekend. We volgen dit op de voet; Mogelijk gaat de verbrede energiebesparingsplicht al van start in 2022. Dat heeft naar verwachting gevolgen voor de uitvoering in 2022; Het vervolg van de VUE-subsidieregeling in 2022 is nog niet definitief; Hoe communiceren we? We blijven onze deelnemers informeren over wijzigingen in wet- en regelgeving en waar nodig implementeren we deze in de organisatie.

1.3 Wat mag het kosten? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING

REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2021

Personeel Bedrijfsmiddelen

13.991 411

17.036 0

14.445 0

TOTAAL LASTEN

14.402

17.036

14.445

Basis- en VTH-verzoektaken Overige Verzoektaken Aanvullende verzoektaken

12.270 9.152 1.946

13.823 9.688 3.374

13.856 9.686 1.104

TOTAAL BATEN

23.368

26.884

24.645

SALDO

8.966

9.848

10.200

Toelichting Voor de uitvoering van het programma Individuele Dienstverlening zijn 239.884 uren geraamd. De groei van het aantal uren die we in de begroting 2021 nog verwachtten, heeft zich afgevlakt en lijkt zich te stabiliseren. Dit heeft zowel effect op de hoogte van de lasten als de inkomsten voor dit programma. Een verdere financiële toelichting is te vinden in hoofdstuk 3 van de financiële begroting. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 7.4

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

➜

Milieubeheer

ODBN Programmabegroting 2022

30

2 Programma Regionale Dienstverlening

2.1 Wat willen we bereiken?

Naast het programma Individuele Dienstverlening (waaronder het uitvoeren van basistaken en verzoektaken) voert de ODBN in het programma Regionale Dienstverlening werkzaamheden uit voor het collectief van haar deelnemers. De volgende activiteiten maken onderdeel uit van dit programma:

EXPIRATIEDATUM

Het Ontwikkelprogramma wordt gedekt uit het budget Collectieve Taken, ROK, indirecte uren en vanuit verschillende opdrachten van provincie en gemeenten die bij de ODBN zijn neergelegd.

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer

1 maart 1993

1 januari 2022*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

1 januari 2022*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

1 januari 2022*

Wet Natuurbescherming

1 januari 2017

1 januari 2022*

25 september 2017

1 januari 2022*

Omgevingswet 2022

1 januari 2022*

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

1 januari 2022*

In ontwikkeling

Draaiboek deelproces milieubeheer NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET

* Uitgaande van besluit Rijk invoering Omgevingswet per 1-1-2022.

2.2 Wat gaan we daarvoor doen in 2022?

Het jaarlijks op te stellen Ontwikkelprogramma bundelt de meerjarige ontwikkelopgaven van de ODBN. In het afgelopen jaar waren de ontwikkelopgaven de invoering van de Omgevingswet, de transitie Veehouderij en de doorontwikkeling van kerntaken. Het Ontwikkelprogramma 2022 wordt eind 2021 opgesteld en besproken met onze deelnemers. De Kadernota en de Begroting 2022 vormen de basis van het Ontwikkelprogramma 2022. De werkzaamheden in het Ontwikkelprogramma zijn gericht op productinnovatie en -ontwikkeling, kwaliteitsverbetering en het efficiënter uitvoeren van de primaire taken. Het Ontwikkelprogramma en haar projecten vervullen daarmee een vliegwielfunctie voor noodzakelijke ontwikkelingen op het programma Individuele Dienstverlening.

Beleidskader/richtlijnen DATUM

In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kan worden uitgevoerd.

2.2.1 Ontwikkelprogramma 2022

➜ Het Ontwikkelprogramma (waaronder het budget Collectieve Taken) waarin de ontwikkelopgaven voor de ODBN worden begroot ➜ Samen Sterk in Brabant ➜ Sanering verkeerslawaai (ISV) ➜ Klachtenregeling / crisispiket

OMSCHRIJVING

31

Wat gaan we doen in 2022? Eind 2021 stellen we het Ontwikkelprogramma 2022 op. De Kadernota 2022 en de Begroting 2022 vormen de basis voor het Ontwikkelprogramma waarin actuele ontwikkelingen voor 2022 worden meegenomen. Buiten de indexering zal de bijdrage aan het budget Collectieve Taken niet groeien. Welke onzekerheden kennen we? De ontwikkelingen in 2022 zijn talrijk. Het uitgangspunt dat het budget Collectieve Taken niet toeneemt, kan ervoor zorgen dat we moeten voorstellen om bepaalde ontwikkelingen niet op te pakken of dat we een andere financiering/dekking moeten zoeken. Hoe communiceren we? Het Ontwikkelprogramma 2022 wordt besproken met het RSP en wordt vastgesteld door het DT. Daarna zal het Ontwikkelprogramma geagendeerd worden in het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

32

33

2.2.2 Regionaal kader VTH

2.2.3 (Strafrechtelijke) handhaving

Sinds 2016 werken we aan een regionaal uitvoeringskader voor toezicht en handhaving (ROK-TH). In 2021 is ook de basis gelegd voor het regionaal kader vergunningverlening (ROK-VV). In 2021 en 2022 wordt het Regionaal Kader voor gemeentelijke deelnemers herijkt en geïntegreerd tot het Regionaal Operationeel Kader (ROK). Het project Herijking ROK loopt van 2021 door in 2022. We werken ook in 2022 nog aan het meer cyclisch vormgeven aan dit ROK-VTH, zodat het kader voortdurend zo goed mogelijk aansluit op de actualiteit. Het Regionaal Kader (en het reeds bestaande Provinciale Kader) vormt dan de inhoudelijke verbinding tussen deelnemer en ODBN voor wat betreft de taakuitvoering.

In 2020 zijn de taken SSiB, (strafrechtelijke) handhaving en klachtenafhandeling samengevoegd in een nieuw Team Handhaving. Daartoe is onder meer besloten om strafrechtelijke handhaving beter structureel in te bedden binnen de organisatie. Niet alleen de ‘groene’ handhaving maar ook de ‘grijze’. Voorheen werden strafrechtelijke zaken incidenteel door de ODBN zelf opgepakt. Vanaf 2021 wordt hier met de komst van drie ‘grijze boa’s’ actief en structureel invulling aan gegeven, in lijn met de kwaliteitscriteria 2.2. De eerste twee boa’s zijn inmiddels gestart. Een derde wordt zo snel mogelijk aangetrokken.

Het komen tot een nieuw ROK is een taak van de deelnemers, waarin de ODBN ondersteunt. Wij staan gedurende dit proces dus constant in contact met (een delegatie van) de deelnemers, waarbij voortgang en bijstelling via het RSP besproken wordt.

Wat gaan we doen in 2021? In 2022 ronden we de herijking van het ROK af en stellen deze samen met de deelnemers vast. Naast een kader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving stellen de deelnemers regionale beleidsdoelen op voor de uitvoering van de VTH-taken. Dit is een wettelijk vereiste en wordt als zodanig opgenomen in het ROK. Het project Herijking ROK is onderdeel van het Ontwikkelprogramma 2021 en 2022 en de inzet vanuit de ODBN wordt bekostigd uit het budget Collectieve Taken. We willen werken aan een cyclischer proces om te komen tot een ROK. Hiervoor willen we een instrument ontwerpen wat bijgesteld kan worden om zo beter aan te sluiten bij de actuele maatschappelijke risico’s en ambities van deelnemers. We verwerken het herijkte ROK in de werkprogramma’s van 2023. Welke onzekerheden kennen we? Halverwege 2021 starten we met het project Herijking ROK. Het plan van aanpak wordt nu opgesteld samen met de deelnemers en de ODBN. We weten dus nog niet precies hoe dit proces eruit komt te zien. De wet- en regelgeving is vooral in 2022 sterk in ontwikkeling, wat invloed heeft op de reikwijdte van het ROK. Actieve deelname vanuit deelnemers aan het project Herijking ROK is noodzakelijk. Het ROK is van de deelnemers en de ODBN.

De bevindingen van de commissie-van Aartsen werpen nieuw licht op strafrechtelijk handhaving in het milieurecht. Voor de handhaving van het milieurecht wordt evenveel waarde gehecht aan punitieve (strafrechtelijke) sancties als aan bestuursrechtelijke sancties gericht op herstel. Tegelijkertijd stelt de commissie vast dat milieucriminaliteit onvoldoende wordt aangepakt en dat nog onvoldoende samenhang bestaat tussen bestuurs- en strafrecht. Milieucriminaliteit heeft in het verleden te weinig prioriteit en capaciteit gekregen volgens de commissie. Ook heeft de invoering en toepassing van de LHS (Landelijke Handhavingsstrategie) nog onvoldoende geleid tot het beoogde gelijke speelveld en de verbinding tussen bestuurs- en strafrecht. De ODBN herkent het geschetste beeld van de commissie-van Aartsen met betrekking tot de gebreken in strafrechtelijke milieuhandhaving. Wij voelen ons dan ook gesteund in de conclusies die wij zelf al eerder hebben getrokken, en waarop we met het invullen van strafrechtelijke handhavingscapaciteit en het opzetten van het Team Handhaving – gekoppeld aan een project om de LHS beter en homogener toe te passen binnen de ODBN – een passend antwoord trachten te geven. Het steviger inbedden van strafrechtelijke handhaving kan consequenties hebben voor de kosten van de deelnemers.

Op korte termijn ligt het in de lijn der verwachting dat de komst van drie milieuboa’s leidt tot een stijging in de kosten. Door strafrecht en bestuursrecht effectiever met elkaar te verbinden is het echter goed mogelijk dat na een opstartfase de toevoeging van strafrechtelijke handhavingscapaciteit leidt tot effectiever en efficiënter handhaven – en daarmee een besparing van kosten – naast de bevordering van een schone, veilige en gezonde leefomgeving.

Hoe communiceren we? Er wordt een regionale projectgroep ingericht. Deze projectgroep informeert het RSP en bestuur.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

34

Wat gaan we doen in 2022? We bedden strafrecht stevig in binnen de organisatie en pakken strafrechtelijke handhavingszaken actief op. Waar mogelijk doen we dat zelf met de bestuurlijke strafbeschikking milieu, en indien noodzakelijk in nauwe samenwerking met het OM. We zoeken de verbinding tussen het bestuursrecht en strafrecht en kiezen voor de meest effectieve (combinatie van) interventies per geval, in lijn met de uitgangspunten van de LHS. We stemmen ons strafrechtelijke handhavingsbeleid af op de prioriteiten van het Openbaar Ministerie. We werken volgens de voorschriften van de privacywetgeving en voldoen aan de vereisten van de Avg en de Wpg. Welke onzekerheden kennen we? Boa’s met de vereiste kennis en expertise voor milieuhandhaving zijn schaars. Dat levert niet alleen uitdagingen op bij het aantrekken van nieuw personeel, maar ook voor het behouden ervan. Strafrecht is niet eerder zo structureel opgepakt door de ODBN. Dat betekent dat de organisatie wat strafrecht betreft nog enige ontwikkelingsslagen te maken heeft. Daarvoor wordt de nodige ondersteuning vrijgemaakt en samenwerking gezocht met andere diensten met meer ervaring op het gebied van strafrechtelijke handhaving. Afhankelijk van de aard van de overtreding, wordt er inzet gepleegd door onze handhavers. Het is lastig te ramen hoe groot deze inzet en daarmee kosten op dit vlak gaat worden.

Onze toezichthouders zijn nog niet gewend aan strafrechtelijke handhaving. Daar zullen zij in geïnstrueerd worden. Denk daarbij aan het aanzeggen van de bestuurlijke cautie en het correct toepassen van de LHS bij zwaardere handhavingszaken. Hoe communiceren we? Met onze deelnemers communiceren we over de ontwikkelingen van handhaving via RSP en individueel via het accountmanagement..

35

2.2.4 Verbetering toezicht Het toezichtsinstrumentarium breidt zich steeds verder uit. Omgevingsdiensten leggen tegenwoordig al lang niet meer alleen bedrijfsbezoeken af voor een toezichtscontrole. Administratief toezicht, ketentoezicht, risicogericht toezicht, projectmatig/themagericht toezicht, toezicht op risicorelevante bedrijven en de brancheaanpak zijn allemaal verschillende vormen die een plek hebben gekregen in onze organisatie. Dit los van het reguliere toezicht, wat nog steeds de hoofdmoot is van het werkprogramma. Te midden van al deze ontwikkelingen zijn de uitgangspunten voor de ODBN als volgt: ➜ We willen toezicht houden daar waar het risico het hoogst is en het risico met het juiste toezichtsinstrument verminderen; ➜ We willen het naleefgedrag na een overtreding zo veel mogelijk verhogen en hiervoor ons interventierepertoire uitbreiden; ➜ We zien een ontwikkeling van regelgedreven toezicht naar waardegedreven toezicht. In de praktijk zien we langzaam maar zeker dat actuele thema’s om inzet binnen toezicht vragen en er steeds vaker vanuit deelnemers de wens is om dit rond een thema projectmatig te organiseren.

Wat is waardeg ed

reven toezicht?

Bij waarde gedreven toezicht is het vertr ekpunt de gemeenschappelijk e waarde die bove n een te bereiken doel en/of een mili euprobleem ligt. M et de waarde als vertrekpunt voer je toezicht uit op de na leving en borging van milieudoelen en /of -probleem bij ee n initiatiefnemer. Hierbij ligt de nadr uk op de verantwoo rdelijkheid van de initiatiefnemer. Dit alles moet ervo or zorgen dat naleefgedrag ook buiten het toezicht smoment in stand blijft en de druk va n milieukwesties ge deeld wordt door overheid en burger s. Deze manier van to ezicht is anders da n wat nu vaak wor gedaan, namelijk dt losse toezichtsmom en te n ui tvoeren op de naleving van regels en wetten. D it noemen we regelgedreven toez icht.

Ook vanuit ketentoezicht zien we dat niet-geprogrammeerde incidenten vragen om flexibele en directe inzet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mestfraude. Extra projecten vragen om extra capaciteit en middelen. Voor de toekomst zien we echter een verschuiving binnen bestaande budgetten. Algemene voorbereidende taken voor risicoanalyse (IGW Informatie gestuurd werken) en projectvoorbereiding voor themagericht toezicht zullen groeien met als voordeel dat toezicht heel gericht op het thema en/of te behalen resultaat kan worden georganiseerd. De inzet van verschillende toezichtsvormen zal steeds meer regulier worden.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

36

37

Wat gaan we doen in 2022? Toezicht vanuit de maatschappelijke opgave(s): In 2022 herleiden we onze toezichtsinterventies naar onze maatschappelijke opgaves. Hiermee sluit toezicht beter aan bij wat het bevoegde gezag wil bereiken in de leefomgeving. Een belangrijk instrument hiervoor is het ROK-VTH. Breed interventierepertoire: In 2022 worden de nieuwe interventies en methodieken rondom waardegedreven toezicht en thema aanpak onderdeel van ons interventierepertoire. Naadloze samenwerking tussen toezicht & handhaving: Toezichthouders werken samen met team handhaving aan de hand van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Slim toezicht: We werken met een uitvoerbaarheidstoets waardoor vergunningverlening en toezicht beter op elkaar aansluiten. Ontwikkeling toezichthouder: We zetten in op de ontwikkeling van hierbij passende competenties bij de toezichthouder. De doorontwikkeling van toezicht is onderdeel van het Ontwikkelprogramma 2022. Welke onzekerheden kennen we? De ontwikkelingen rondom toezicht zijn talrijk. Daarnaast wordt ook een verschuiving van taken van vergunningverlening naar toezicht onder de Omgevingswet verwacht. Deze ontwikkelingen houden we goed in de gaten, maar hebben effect op de ontwikkelruimte en de beschikbare capaciteit van toezichthouders. Hoe communiceren we? Via de P&C-cyclus en het RSP houden we u op de hoogte van de ontwikkelingen rondom toezicht.

2.2.5 Informatiegestuurd werken Bij informatiegestuurd werken (IGW) wordt data omgezet naar informatie, waarbij die informatie/ kennis wordt toegepast om de organisatie en processen te verbeteren. Informatiegestuurd werken is nodig om bij te dragen aan het voorkomen en/of oplossen van (steeds complexer wordende) maatschappelijke vraagstukken op het gebied van veiligheid, volksgezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Ook is informatiegestuurd werken nodig om de schaarse capaciteit in mensen en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten waar deze het meest nodig zijn of waar het risico voor de leefomgeving het grootst is. En om middels data aan te tonen wat de impact is van onze taakuitvoering. Binnen de ODBN worden er al enkele jaren stappen gezet in het informatiegestuurd werken. Zo wordt binnen toezicht en handhaving gebruik gemaakt van data-analyse bij de brancheaanpak en het toezicht op energiebesparing. Maar de mogelijkheden om informatie in te zetten voor een betere kwaliteit en efficiëntie van ons werk nemen naar verwachting in de komende jaren een hoge vlucht. Informatiegestuurd werken zien we binnen onze organisatie op drie niveaus: ➜ Als middel voor herkennen en vertalen van strategisch/tactische ontwikkelingen voor o.a.

de Kadernota/Begroting/Bestuursrapportage (de planning- en controlcyclus); ➜ Als middel voor de totstandkoming van uitvoeringsprogramma’s zoals de brancheplannen, ketenaanpak en het ROK; ➜ Als middel voor de uitvoering van onze reguliere taken: welke informatie hebben we over deze locatie/onderneming in het VTH-proces? Informatiegestuurd werken vraagt om een omslag in werken waarbij we ons werk beter kunnen inrichten en sturen op basis van steeds betere data. Daarbij gaat de ODBN nog meer samenwerken met haar deelnemers en andere partners zoals (Brabantse) omgevingsdiensten, Veiligheidsregio, GGD, RVO, CBS en waterschappen. Het Brabants OmgevingsDatalab (BOD) samen met de ODZOB, OMWB en provincie is een goed voorbeeld daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=902f3540-a67e-4615-bbc5-7daa1fb02e4a