2021-R-495 Bijlage 1 bij raadsvoorstel - Financiële positie Grave
Tekst van het document
Bijlage 1 Financiële positie Grave
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
Raads informatie brief Bijlage 1 Financiële positie Grave
Geachte heer/mevrouw, In de raadsbijeenkomst van 31 maart jl. heeft u gevraagd om meer duidelijkheid over de financiële positie van Grave in relatie tot een mogelijke herindeling per 1 januari 2022. Door middel van deze bijlage wil ik u over dat onderwerp informeren. Deze bijlage bestaat uit vier onderdelen: 1) Een bijdrage van Rein-Aart van Vught van Deloitte Accountants B.V. waarin de financiële situatie van Grave aan de hand van drie blokken wordt geanalyseerd: a) Bezittingen, reserves en schuld b) Sluitende begroting c) Risico’s. 2) Financiële kengetallen gemeente Land van Cuijk (inclusief gemeente Grave). Deze is opgesteld door de werkgroep financiën van de gemeente Land van Cuijk i.o. De in de tekst opgenomen kengetallen hebben betrekking op de jaarrekening 2019 van de gemeente Grave. 3) Een bijdrage van mr. H. Zeilmaker van Dirkzwager Legal&Tax met een inschatting van de omvang en reikwijdte van een eventuele aansprakelijkheid van de gemeente Grave in het dossier van de scheepswerf. De portefeuillehouder van de gemeente Grave heeft eerder aangegeven dat er een verzekering is met dekking tot 1,5 miljoen euro. 4) Een bijdrage van de Provincie – in haar rol als financieel toezichthouder - met als onderwerp de financiële positie van Grave.
Deze vier bijdragen laten een beeld zien dat deelnemen van Grave aan de herindeling per 1 januari 2022 niet gaat leiden tot grote risico’s voor de gemeente Land van Cuijk met een totaalbegroting van ongeveer 250 miljoen euro. Ook de vergelijking op basis van kengetallen met de andere gemeenten in het Land van Cuijk, laat zien dat er op hoofdlijnen sprake is van een gezonde uitgangssituatie voor een nieuw te vormen gemeente. Ik vertrouw erop dat deze bijdragen u een goede basis geven voor de besluitvorming in de Land van Cuijk-raad op 7 april a.s. Namens de stuurgroep,
April 2021
Wim Hillenaar, voorzitter
2
De financiële posi.e van een gemeente bestaat uit 3 blokken. Langs deze drie blokken hierbij de kern van de gemeente Grave: 1. BeziBngen, reserves en schuld. De schuldquote is met 65% lager dan 90%. Dit betekent dat de schuldquote in de categorie ‘goed’ valt. De schuldquote is wel wat hoger dan het landelijke gemiddelde van 54% en afgelopen jaren wel toegenomen. Anderzijds neemt de schuld minder snel toe dan wordt begroot. Dit komt door uitstel in de uitvoering van investeringen. De omvang van de schuld van de gemeente Grave is geen bijzonder aandachtspunt. De groei van de schuld zoals opgenomen in de begro.ng moet op termijn wel stoppen. De kri.sche grens is 130%. De solvabiliteit (omvang reserves) is met 33% hoger dan 20%. Dit betekent dat de solvabiliteit in de categorie ‘voldoende’ valt. De solvabiliteit is ook gelijk aan het landelijk gemiddelde van 34%. De solvabiliteit is afgelopen jaren afgenomen doordat afgelopen vier jaar is ingeteerd op de reserves. Dat interen is overigens minder snel gegaan door incidentele meevallers en vertraging in de uitvoering van ac.viteiten. De hoogte van de reserves is geen bijzonder aandachtspunt. Het verder interen op de reserves moet op termijn (2 tot 3 jaar) wel stoppen. De lokale lasten zijn met € 819 per meerpersoonshuishouden (Coelo 172) vrijwel overeenkoms.ge het landelijke gemiddelde van € 811.
Opvallend is dat de lokale lasten in Grave in 2021 zijn gedaald (met € 9 per meerpersoonshuishouden) ten opzichte van een landelijk gemiddelde s.jging van 5%. Er zit dus nog beschikbare belas.ngcapaciteit. Conclusie: Op dit blok zit geen bijzonder aandachtspunt met betrekking tot de financiële posi.e. 2. Sluitende begro.ng Hier zit het kernaandachtspunt van Grave. In de oorspronkelijke begro.ng 2021 zit een raming van een gemiddeld interen op de reserves van circa € 1,7 miljoen in 2022, dalend naar € 1,5 miljoen in 2024. Hier ziet ook het preven.ef toezicht op. Een begro.ng die reëel en structureel in evenwicht is. Als de gemeente Grave de herstelbegro.ng in opdracht van de provincie tot uitvoering brengt is dit kernaandachtspunt opgelost. Inclusief ombuigingsvoorstellen en het dekkingsplan daalt het interen op de reserves naar € 898.000 in 2022 en € 97.000 in 2024. Dat is in feite een ombuiging van circa € 1,5 miljoen. Ook de 2e Burap 2020 schetste overigens al een posi.ever beeld.
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
3
Conclusie: Op dit blok zit het bijzondere aandachtspunt dat de herstelbegro.ng moet worden uitgevoerd. Dan is er weer sprake van een reëel sluitende begro.ng. 3. Risico’s Voor de gekwan.ficeerde risico’s zijn voldoende financiële buffers aanwezig. Het gekwan.ficeerde risico bedraagt eind 2019 in totaal € 635.000 (2021: € 630.000). De financiële buffers bedragen eind 2019 in totaal € 11 miljoen (2021: € 7,8 miljoen). Een worst-case risico inzake een claim kan het risicoprofiel verhogen. Conclusie: Op dit blok zit vooralsnog geen bijzonder aandachtspunt met betrekking tot de financiële posi.e. Rein-Aart van Vught Deloi`e Accountants B.V.
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
4
Financiële positie gemeenten Land van Cuijk Financiële positie gemeenten Land van Cuijk 1. Inleiding 1. Inleiding Basis voor deze notitie vormen de begrotingen 2021 van de 5 gemeenten en de Herindelingsscan van de gemeente Boxmeer, Cuijk, Sint Anthonis en Mill en Sint Hubert Basisdevoor deze notitie begrotingen 20212020. van de 5 gemeenten en Grave de van Provincie Noord vormen Brabantde gedateerd februari Voor de gemeente staat Herindelingsscan van de gemeente Boxmeer, Cuijk, Sint Anthonis en Mill en Sint Hubert een begrotingscan gepland voor april/mei 2021. Daarnaast is gebruik gemaakt van de van de “Meerjarig Provincie Noord Brabant gedateerd 2020. Voor de gemeente staat notitie Financieel inzicht voor defebruari raad” van de commissie BBV d.d.Grave september een begrotingscan gepland voor april/mei 2021. Daarnaast is gebruik gemaakt van de 2020. notitie “Meerjarig Financieel inzicht voor de raad” van de commissie BBV d.d. september 2020. De normering van de kengetallen wordt als volgt toegepast: De normering van de kengetallen wordt als volgt toegepast:
2. Analyse Kengetallen per gemeente 2. Analyse Kengetallen per gemeente Grave na herstelbegroting 9 maart Grave na herstelbegroting 9 maart Kengetallen begroting 2021 Kengetallen Netto schuldquote begroting 2021 Netto schuldquote gecorrigeerd Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Netto schuldquote gecorrigeerd Structurele exploitatieruimte Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Landelijk begroting 2020 Landelijk 69,7 begroting 2020 63,7 69,7 30,4 63,7 0,3 30,4 9,4 0,3 104,4 9,4 104,4
Jaarrekening 2019 Jaarrekening 65,0 2019
Begroting 2020 Begroting 118,0 2020
Begroting 2021 Begroting 118,0 2021
Begroting 2022 Begroting 116,0 2022
Begroting 2023 Begroting 114,0 2023
Begroting 2024 Begroting 106,0 2024
63,0 65,0 33,0 63,0 -2,1 33,0 4,0 -2,1 99,0 4,0 99,0
117,0 118,0 23,0 117,0 -3,7 23,0 4,0 -3,7 105 4,0 105
116,0 118,0 22,0 116,0 -5,6 22,0 3,0 -5,6 104 3,0 104
114,0 116,0 22,0 114,0 -1,0 22,0 3,0 -1,0 114 3,0 114
112,0 114,0 21,0 112,0 0,3 21,0 2,0 0,3 119 2,0 119
104,0 106,0 21,0 104,0 0,5 21,0 2,0 0,5 119 2,0 119
Landelijk begroting 2020 Landelijk 69,7 begroting 2020 63,7 69,7
Jaarrekening 2019 Jaarrekening 101 2019
Begroting 2020 Begroting 125 2020
Begroting 2021 Begroting 135 2021
Begroting 2022 Begroting 124 2022
Begroting 2023 Begroting 117 2023
Begroting 2024 Begroting 106 2024
97 101
119 125
130 135
119 124
112 117
103 106
30,4 63,7
29 97
27 119
25 130
26 119
27 112
29 103
0,3 30,4
6 29
1 27
1 25
1 26
1 27
2 29
9,4 0,3 104,4 9,4 104,4
39 6 97 39 97
43 1 99 43 99
37 1 99 37 99
33 1 99 33 99
31 1 99 31 99
28 2 99 28 99
Boxmeer Boxmeer Kengetallen
begroting 2021 Kengetallen Netto schuldquote begroting 2021 Netto schuldquote gecorrigeerd Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Netto schuldquote gecorrigeerd Structurele Solvabiliteitsratio exploitatieruimte Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Grondexploitatie Belastingcapaciteit
1 1
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
5
Cuijk Kengetallen begroting 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Landelijk begroting 2020 69,7
Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
89
120
101
100
99
76
86
118
100
98
98
75
63,7 30,4
21
17
16
15
15
16
0,3
5,0
0,1
0,1
0,9
1,2
1,8
9,4 104,4
20 90
41 95
22 94
19 94
19 94
0 94
Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
35
63
56
55
53
52
63,7
33
61
54
54
51
51
30,4
38
30
29
28
28
26
0,3
2
0
0
1
0
1
9,4 104,4
4 114
1 118
6 119
5 119
3 119
4 119
Landelijk begroting 2020 69,7
Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
15,61
35,30
23,19
23,66
19,79
19,65
63,7
15,23
36,10
23,03
23,58
19,76
19,61
30,4
61,50
56,00
63,00
64,17
67,60
68,20
0,3
4,87
-1,70
0,03
0,82
0,95
1,15
9,4 104,4
-0,80 97,43
-11,30 79,60
-8,82 92,11
-13,10 92,11
-16,56 92,11
-17,27 92,11
Mill en Sint Hubert Kengetallen begroting 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Landelijk begroting 2020 69,7
Sint Anthonis Kengetallen begroting 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
3. Structureel Begrotingssaldo Gemeente *x 1.000
(+ = positief, - = negatief)
Grave (na herstelbegroting) Boxmeer Cuijk Mill en Sint Hubert Sint Anthonis
Saldo 2021 -1.668 52 49 20 9
2
Saldo 2022 -298 405 675 196 252
Saldo 2023 103 490 894 68 285
Saldo 2024 137 750 1.300 169 343
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
6
4. Samenvatting belangrijkste ratio’s per inwoner 1-1-2021 Boxmeer
Cuijk
Sint Anthonis
Grave per inw
164 280 369
Mill en St. Hubert 223 168 603
Algemene reserve Bestemmingsreserves algemeen Bestemmingsreserves kap.last
440 321 478
306 426 1.362
427 425 1.536
Vaste schuld Vlottende schuld Vaste activa Voorraden GREX
3.135 415 3.857 917
3.000 820 3.808 680
1.418 518 2.782 155
360 801 3.362 -104
224 881 4.574 88
Weerstandscapaciteit
1.230
522
672
640
630
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
7
NOTITIE Aan : Th. Lemmen, wethouder (cc Th. Hoex, gemeentesecretaris a.i.) Van : H. Zeilmaker Over : positie gemeente Grave na arrest Hoge Raad over claim curator Scheepswerf; reikwijdte evt. aansprakelijkheid gemeente Datum : 1 april 2021 In deze notitie informeren wij u over onze inschatting van de omvang en reikwijdte van de eventuele aansprakelijkheid van de gemeente jegens de curator van de Scheepswerf en jegens derden, zoals in het bijzonder de aandeelhouders van de Scheepswerf. Samenvatting notitie De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 11 december 2020 het cassatieberoep van de gemeente verworpen en het arrest van het gerechtshof d.d. 19 februari 2019 in stand gelaten. Het hof heeft geoordeeld dat de gemeente onrechtmatig jegens de Scheepswerf heeft gehandeld. De gemeente had onderzoek moeten verrichten voordat zij de lengtebeperking in het bestemmingsplan opnam. Het latere voorstel voor de gedoogconstructie neemt de onrechtmatigheid niet weg. Het Hof vindt het aannemelijk dat de Scheepswerf schade heeft geleden. Die schade moet in een afzonderlijke (schadestaat)procedure worden vastgesteld. In die procedure zal moeten worden beoordeeld of de door Scheepswerf gestelde – en aannemelijk te maken – schade inderdaad is veroorzaakt door het handelen van de gemeente (in juridische termen: of er causaal verband bestaat) en wat de precieze omvang van die schade is.
De gemeente had onderzoek moeten verrichten voordat zij de lengtebeperking in het bestemmingsplan opnam. Het latere voorstel voor de gedoogconstructie neemt de onrechtmatigheid niet weg. Er is nog geen schadevergoeding toegewezen, omdat daarover een afzonderlijke (schadestaat)procedure zal moeten worden gevoerd. In die procedure zal moeten worden beoordeeld of de door Scheepswerf gestelde – en aannemelijk te maken – schade inderdaad is veroorzaakt door het handelen van de gemeente (in juridische termen: of er causaal verband bestaat) en wat de precieze omvang van die schade is. Omdat de Scheepswerf failliet is en de curator namens de gezamenlijke schuldeisers procedeert, is het maximale risico in de schadestaatprocedure het faillissementstekort (volgens het laatst gepubliceerde openbare faillissementsverslag d.d. 27-10-2020 € 2.245.000,-). Voor een eigen vordering van Van Kessel als aandeelhouder is waarschijnlijk geen plaats. Niet alleen is een dergelijke vordering mogelijk verjaard, maar bovendien lijkt louter sprake te zijn van zogenoemde afgeleide schade. De drempel om die vergoed te krijgen, is hoog. Gemeente Grave heeft onrechtmatig gehandeld en is aansprakelijk 1. Doordat de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof in stand heeft gelaten staat de onrechtmatigheid van de handelwijze van de gemeente vast.
Het gerechtshof heeft namelijk in zijn arrest van 19 februari 2019 het eerdere (voor de gemeente gunstige) vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant vernietigd en voor recht verklaard dat de gemeente onrechtmatig jegens de Scheepswerf heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door de Scheepswerf geleden en nog te lijden schade. 2.
De rechtbank had geoordeeld dat de gemeente voldoende voortvarend had gehandeld nadat de Scheepswerf haar had geïnformeerd dat schepen van 135 meter binnen de bestaande inrichting gebouwd kunnen worden. De gemeente kon volgens de rechtbank niet worden verweten dat zij niet eerder tot het schrappen van de lengtebeperking is overgegaan. Er was dus geen sprake van onzorgvuldig handelen bij de planvoorbereiding. Ook vond de rechtbank de door de gemeente geboden gedoogconstructie toereikend.
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
8
Tot slot vond de rechtbank dat onvoldoende was onderbouwd dat de handelwijze van de gemeente schade bij de Scheepswerf heeft veroorzaakt. 3.
Het hof oordeelde anders dan de rechtbank. Het hof volgde niet het verweer van de gemeente dat het verzoek om een langere scheepslengte toe te staan een onderdeel was van een door de Scheepswerf gewenste, veel meer omvattende uitbreiding van de werf. Volgens het hof ontbrak een goede grond om de wens van de Scheepswerf om schepen van 135 meter te mogen bouwen, te betrekken bij de beoordeling van het verzoek van de Scheepswerf om de werf in de breedte te mogen uitbreiden. Volgens het hof blijkt niet uit de processtukken dat de uitvoering in de breedte in de visie van de Scheepswerf noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering.
4.
Het hof vond dat de gemeente onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld door geen onderzoek te verrichten voordat de lengtebeperking werd opgenomen. Dergelijk onderzoek had in de rede gelegen omdat de lengtebeperking op initiatief van de gemeente is opgenomen, en omdat de gemeente zich ervan bewust was of moest zijn dat een beperking tot 110 meter grote nadelige gevolgen zou hebben voor de scheepswerf. De lengtebeperking verdraagt zich volgens het hof ook niet met de motie van de raad van december 2011. Het hof nam ook in aanmerking dat de door de gemeente geïntroduceerde lengtebeperking geen ruimtelijke relevantie had en geen uitbreiding van de werf behelsde.
5.
Het hof concludeerde dat de gemeente de lengtebeperking niet had mogen opnemen in het ontwerpbestemmingsplan. Het opnemen van die beperking is onzorgvuldig en onrechtmatig jegens de Scheepswerf. Daarbij vindt het hof dat de gemeente de Provincie in 2010 een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven naar aanleiding van de vraag van de Provincie naar planologische beperkingen.
6.
Het hof oordeelde verder dat het latere voorstel voor een gedoogconstructie de onrechtmatigheid van de lengtebeperking in het ontwerpbestemmingsplan niet kan wegnemen. Het deed er volgens het hof dus niet toe of de door de gemeente voorgestelde gedoogconstructie wel (zei de gemeente) of niet (volgens de Scheepswerf) houdbaar was.
7.
Volgens het hof stond vast dat de Scheepswerf zich in de bewuste periode in een precaire financiële situatie bevond. De lengtebeperking vormde een belemmering bij de acquisitie en financiering van opdrachten van schepen van 135 meter. Het hof volgt het betoog van de Scheepswerf dat zij in mei 2012 geen andere keuze had dan het faillissement aan te vragen. Volgens het hof zag het verzoek van de Scheepswerf om een gedoogconstructie op een andere situatie (namelijk geen ontwerpbestemmingsplan met een lengtebeperking) dan die waarin de gemeente de gedoogconstructie had voorgesteld. Het hof vindt dus dat de gemeente ook onzorgvuldig heeft gehandeld met de voorgestelde gedoogconstructie.
8.
Het hof vond dat de Scheepswerf voldoende heeft onderbouwd dat een mogelijke opdracht van Viking River Cruises voor de bouw van twee 135 meter schepen geen doorgang heeft kunnen vinden als gevolg van de lengtebeperking in het ontwerpbestemmingsplan.
9.
Het hof oordeelde aldus dat voldoende aannemelijk is dat mogelijk schade is geleden door het onrechtmatig handelen van de gemeente jegens de Scheepswerf. Het Hof heeft de zaak dan ook naar de schadestaatprocedure verwezen.
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
9
10. Met het arrest van de Hoge Raad staat dit arrest van het hof nog overeind. Er moet dus nu een schadestaatprocedure volgen om vast te stellen of de Scheepswerf schade heeft geleden en of de gemeente daarvoor aansprakelijk is. Schadestaatprocedure 11. In de schadestaatprocedure zal moeten worden beoordeeld of de door Scheepswerf gestelde schade is veroorzaakt door de handelwijze van de gemeente (causaal verband). Ook zal de Scheepswerf de omvang van haar schade onderbouwd met stukken moeten aantonen. 12. Een schadestaatprocedure is een afzonderlijke procedure, die de curator van de Scheepswerf in eerste instantie bij de rechtbank aanhangig zal moeten maken en waartegen ook weer hoger beroep mogelijk is. De gemeente zal daartoe als verwerende partij een afzonderlijk procesbesluit moeten nemen. 13. Voor het overige is een schadestaatprocedure eigenlijk niet anders dan wanneer in de hoofdzaak al zou worden geprocedeerd over aansprakelijkheid, causaal verband en schade. 14. Het debat tussen partijen wordt bepaald door de stellingen van de curator van de Scheepswerf in de dagvaarding in de schadestaat, met bijbehorende producties. De gemeente kan tegen de stellingen van de Scheepswerf in beginsel voluit verweer voeren. 15. De advocaat van de curator heeft aangekondigd dat de curator van de Scheepswerf eerst informeel zal proberen de zaak met de gemeente te schikken.
De gemeente heeft naar aanleiding van het arrest van het gerechtshof een schade expert in de arm genomen die de gemeente in dit traject – en in een eventuele schadestaatprocedure – zal bijstaan en adviseren. Wij zijn nog in afwachting van nadere berichten daarover. Omvang gestelde schade Scheepswerf 16. (De curator van) de Scheepswerf heeft in de procedure bij de rechtbank en het hof al het nodige aangevoerd en overgelegd ten aanzien van de schade. Daaruit blijkt dat het standpunt van de Scheepswerf is dat zij niet failliet zou zijn gegaan als de gemeente niet onrechtmatig had gehandeld. 17. Eind 2011 houdt de Scheepswerf de gemeente aansprakelijk voor de gevolgen van de planologische fouten en de weigering van de medewerking aan de plannen van de bedrijfsvoering, en voor de vertraging als gevolg van de weigering een besluit te nemen. 18. In de procedure in de hoofdzaak heeft de Scheepswerf gesteld dat de gemeente in ieder geval aansprakelijk is voor het faillissementstekort, met welk begrip wordt bedoeld het bedrag van de schulden, voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. Het faillissementstekort bedroeg in mei 2020 € 2.146.357,- en in oktober 2020 € 2.244.560.16. 19. Daarbij merken wij op dat het faillissementstekort nog zal wijzigen, omdat de algemene faillissementskosten zullen oplopen.
De definitieve hoogte van de preferente en concurrente vorderingen zal nog moeten worden vastgesteld in een te houden verificatievergadering. Wij constateren verder, dat in het financieel verslag geen specificatie is opgenomen van de concurrente crediteuren van € 1.749.500,60. Naast deze concurrente crediteuren, zijn andere concurrente verplichtingen ad € 561.331,62 wel
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
10
weergegeven. Gecontroleerd zal moeten worden of er geen dubbeltelling in het faillissementstekort zit. 20. Met het faillissementstekort is ook het maximale risico in de schadestaatprocedure gegeven. De curator is aangesteld om de gerealiseerde baten uit te keren aan de schuldeisers in het faillissement conform de wettelijke rangorde. Wanneer alle schuldeisers (volledig) zijn voldaan, dan eindigt de taak van de curator. Hij heeft dan ook geen belang bij het instellen van een hogere vordering dan het faillissementstekort. Dat betekent dat het maximale bedrag uit een schadestaatprocedure waarbij de curator als eiser optreedt, ten hoogste gelijk is aan het faillissementstekort. De advocaat van de curator heeft laten weten dat de curator ons standpunt over het maximale risico in de schadestaatprocedure niet onderschrijft. Dit wordt dus een discussiepunt waarover de rechter zal moeten oordelen. Eigen vorderingsrecht Van Kessel? 21. Van Kessel als aandeelhouder van de Scheepswerf heeft diverse malen in de media aangekondigd dat hij overweegt een miljoenenclaim in te dienen. Het is nog maar de vraag of Van Kessel die claim in persoon kan instellen jegens de gemeente. In beginsel lijkt namelijk alleen sprake te zijn van zogenoemde afgeleide schade, en die komt volgens vaste jurisprudentie in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking. 22.
Drie situaties zijn denkbaar wanneer een aandeelhouder schadevergoeding vordert vanwege een waardedaling van zijn aandelen: (i) als er alleen onrechtmatig is gehandeld jegens de vennootschap, dan heeft alleen de vennootschap een vorderingsrecht; de aandeelhouder lijdt afgeleide schade en die komt niet voor vergoeding in aanmerking als de vennootschap al schadevergoeding toegewezen krijgt; (ii) als er óók een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens de aandeelhouder zelf is geschonden, heeft de aandeelhouder in beginsel een vorderingsrecht naast de vennootschap; (iii) als de aandeelhouder de derde rechtstreeks aanspreekt op grond van onrechtmatige daad, terwijl er geen sprake is van onrechtmatig handelen jegens de vennootschap. In dat geval is geen sprake van afgeleide schade, maar schade die de aandeelhouder in privé lijdt door het handelen of nalaten van de derde. 23. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat de situatie sub (i) zich hier voordoet: Van Kessel is als aandeelhouder weliswaar middellijk getroffen door het faillissement van de Scheepswerf, maar de vordering op de gemeente berust alleen bij (de curator van) de vennootschap. Dat zou anders kunnen zijn indien Van Kessel gronden heeft om te betogen dat de gemeente ook jegens hem een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. Van Kessel heeft in dit verband uitspraken gedaan: “Maar wij als eigenaar zijn een bedrijf kwijt.
Wij waren aandeelhouder en het vermogen is weg. We hadden net geïnvesteerd in de toekomst en al dat geld is nu weg." 24. Wij hebben geen aanleiding om te veronderstellen dat de gemeente onrechtmatig jegens Van Kessel zelf heeft gehandeld, ook al zou Van Kessel (in de media en/of in een eigen procedure tegen de gemeente) de indruk proberen te wekken dat hij ook opzettelijk persoonlijk is benadeeld. Uiteindelijk lijkt het toch puur de schade van de vennootschap te zijn. 25. Verder is een aandachtspunt of een eventuele vordering van Van Kessel al dan niet is verjaard. De aansprakelijkstelling van het bedrijf dateert van december 2011; latere aansprakelijkstellingen zijn van
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
11
de curator. Een aansprakelijkstelling door Van Kessel als aandeelhouder hebben wij niet op ons netvlies/in het dossier. Dat zou betekenen dat de verjaringstermijn van vijf jaar inmiddels is verstreken. Vervolg 26. Wij verwachten dat de curator binnen afzienbare termijn een schadebegroting zal toezenden. Omdat de gemeente naar verwachting de schadeoorzaak kritisch zal willen bezien, en omdat de curator meent dat de vordering niet is beperkt tot het faillissementstekort, ligt een minnelijke regeling niet direct in de verwachting. 27. Totdat de dagvaarding is uitgebracht om de schadestaatprocedure in te leiden, heeft de gemeente niet precies zicht op de omvang van de vorderingen van de Scheepswerf. De stukken in het dossier biedennaar ons oordeel volstrekt onvoldoende inzicht in de schade (anders dan dat we weten dat de schade maximaal het faillissementstekort kan bedragen). De gemeente heeft al een bedrijfsschade-expert ingeschakeld om onderzoek te laten doen naar de financiële situatie van de Scheepswerf in de periode dat de aan de gemeente verweten gedragingen/diens nalaten hebben plaatsgevonden. Hij zal ook de schadebegroting van de curator kunnen beoordelen. 28. Met het oog op het bepalen van het causaal verband en de schadeomvang moet een vergelijking worden gemaakt met de hypothetische situatie dat de gemeente niet onrechtmatig zou hebben gehandeld/nagelaten.
In dat kader dient de chronologie van de aan de gemeente verweten gedragingen (nogmaals) nauwgezet in kaart te worden gebracht en dient te worden beredeneerd wat er zou zijn gebeurd als de gemeente wel de juiste route had gevolgd (niet alleen in het licht van de lengtebeperking, maar in het licht van de bedrijfsvoering van de Scheepswerf als geheel). Arnhem, april 2021
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
12
Memo Datum Onderwerp
1 april 2021
Analyse financieel toezicht op aansluiten van gemeente Grave bij Land van Cuijk i.o.
Documentnummer
Aan
Stuurgroep Land van Cuijk i.o. Kopie aan
In deze analyse wordt kort uiteengezet over de financiële positie van de gemeente Grave naar het oordeel van Gedeputeerde Staten (GS) en de verwachting over de financiële positie van de nieuw te vormen gemeente Land van Cuijk door samenvoeging van vijf gemeenten.
van
M.E.B. (Marlies) Houtman Frambach Telefoon
(06) 52 79 42 82
Financiële positie Grave
Jaarlijks sturen wij aan alle gemeenten een brief over de vorm van toezicht. In onze brief aan gemeente Grave is opgenomen dat voor het begrotingsjaar 2021 preventief toezicht van toepassing is. Preventief toezicht wordt ingesteld om te voorkomen dat een gemeente een structureel tekort op de begroting krijgt wat zij mogelijk zelf niet kan oplossen. In dat geval kan er namelijk op grond van artikel 12 Financiële-verhoudingswet een beroep worden gedaan op de collectieve middelen in het gemeentefonds en betaalt iedere gemeente mee aan de financiële problemen van deze gemeente. Dit is niet aan de orde bij gemeente Grave. Naar het oordeel van GS is gemeente Grave binnen de termijn van de meerjarenraming in staat het structurele tekort op de begroting zelf op te lossen. Daartoe heeft de gemeente een herstelbegroting 2021vastgesteld, waarbij in extra dekkingsmiddelen wordt voorzien met ingang van 2022, waardoor het structureel en reëel evenwicht wordt hersteld vanaf 2023. Deze herstelbegroting behoeft de goedkeuring van GS. Wij zullen GS voorstellen om de (herstel)begroting 2021 van gemeente Grave goed te keuren. GS besluiten hierover voor 10 mei 2021.
mhoutman@brabant.nl
Het besluit tot het instellen van preventief toezicht is op 21 december 2020 genomen en is gebaseerd op de in november 2020 vastgestelde en ingezonden begroting 2021. Hoewel de meerjarenraming 2022-2024 als sluitend in de jaarschijven 2023 en 2024 is ingediend, en er op 15 december 2020 aanvullende besluiten zijn genomen, was het op grond van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader voor ons noodzakelijk op dat moment de onderstaande bijstellingen door te voeren. Na deze bijstellingen is er naar ons oordeel geen sprake van een structureel en reëel evenwicht. De onderbouwing van de bezuiniging DVO is (nog) niet voldoende reëel (€375.000 in 2023 en € 563.000 in 2024) De onderbouwing van de bezuiniging Sociaal Domein is (nog) niet vastgesteld (€ 250.000) De kapitaallasten nog te realiseren (her)investering zijn onvolledig opgenomen (€ 60.000 in 2023 en € 14.000 in 2024) Het structureel en reëel tekort bedraagt naar ons oordeel in 2023 € 375.000 en in 2024 € 300.000.
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk
13
In de brief aan de raad hebben wij daarnaast aandachtpunten opgenomen die van belang zijn voor het verbeteren van de financiële positie. Dit betreft onder andere het realiseren en monitoren van het pakket aan ombuigingsmaatregelen, het rekening houden met prijsontwikkeling in de begroting en het kwantificeren van risico’s in het weerstandsvermogen.
Datum
1 april 2021 Documentnummer
Over de vermogenspositie hebben we in onze brief over de vorm van toezicht opgenomen dat de algemene reserve afneemt als gevolg van uitnamen uit de algemene reserve. Dit onder andere voor het dekken van het negatieve resultaat van de jaarrekening 2019 (€ 235.900) en het begrotingstekort 2021 (formeel saldo na herstelbegroting € 1.039.000 negatief). Ook voor het jaar 2022 is er op dit moment nog geen sluitend perspectief (formeel saldo na herstelbegroting € 151.000 negatief), waardoor in dat jaar de vermogenspositie nog verder kan afnemen. Eind 2021 verwachten wij dat de algemene reserve circa € 4 miljoen zal bedragen. Hierbij is nog geen rekening gehouden met het saldo van de jaarrekening 2020, de resultaten van de grondexploitaties (verwacht positief resultaat) en de claim van de scheepswerf.
Financiële positie nieuw te vormen gemeente Land van Cuijk door samenvoeging van vijf gemeenten Er is een financiële analyse (herindelingsscan) opgesteld, waarbij is uitgegaan van samenvoeging van vier gemeenten. Aan de hand van dat onderzoek kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een gezonde uitgangssituatie voor een nieuw te vormen gemeente. Hoewel op dit moment nog geen analyse beschikbaar is voor de samenvoeging van vijf gemeenten is het onze ervaring dat er door samenvoeging van gemeenten doorgaans een gezonde uitgangspositie ontstaat. Er zijn geen aanwijzingen dat de aansluiting van gemeente Grave een dermate negatief effect heeft dat er geen gezonde uitgangspositie ontstaat.
2/2
Samen bouwen aan
gemeente Land van Cuijk