CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-487g Financiële uitwerking scenario 2 en 3

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling vernieuwd Partnership gemeenten en IBN1.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 6: Financiële uitwerking scenario 2 en 3 Allereerst iets over de verwachte omvang in Nederland van de doelgroepen die voor de Participatiewet in aanmerking zullen komen de komende jaren. Deze omvang zal toenemen. Onderstaand plaatje illustreert dat. Het Participatiebudget zal meegroeien met deze stijging van het volume. De verwachte landelijke groei van 2015 tot 2055 van het aantal mensen in de Participatiewet keer 10001

Bij de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking en niet meer kunnen werken. Alle nieuwe doelgroepen met een beperking die nog aan de slag kunnen vallen onder de Participatiewet. De omvang van de doelgroepen waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn ontwikkelen zich volgens het patroon in de bovenstaande grafiek. Gemeenten zijn en blijven verantwoordelijk voor de bijstand (groen). Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw. Door het stoppen van de instroom, neemt het aantal Wsw-ers geleidelijk af (oranje). Tegelijkertijd zijn gemeenten verantwoordelijk voor het creëren van werkplekken voor mensen met een indicatie beschut werk. Het aantal ontwikkelt zich grosso modo volgens de formule: drie (Wsw-ers) eruit, één (persoon in beschut werk) erin (blauw). Daarbovenop hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om mensen met een beperking te helpen die met ondersteuning zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag zouden kunnen en voorheen (voor 1-1-2015) onder de Wsw (geel) of de Wajong (rood) zouden vallen.

1

Bron: Ministerie van SZW bij invoering van Participatiewet

Kosten van de infrastructuur IBN kent ten opzichte van een regulier bedrijf extra kosten die nodig zijn om mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt, een beperkte loonwaarde en inzetbaarheid (Wsw en Participatiewet) productief te maken en te houden: de (infrastructurele) meerkosten. Denk aan extra (bege)leiding, werkplekaanpassingen, extra huisvesting en vervoer. Deze bedragen volgens de interne budgetdifferentatie2 van IBN voor 2021 € 9,1 miljoen. In de tabel hieronder staat specifiek aangegeven om welke meerkosten het gaat.

Meerkosten Laaggeletterdheid Overhead Extra functies Extra m2 productieruimte Groepsvervoer Schaftwagens Participatie bedrijf

bron: budgetdifferentiatie 2021 145.000 2.932.955 4.381.656 326.773 400.000 32.118 870.908 9.089.410

De infrastructurele meerkosten die toe te wijzen zijn aan de uitvoering van (een deel van) de Participatiewet door IBN bedragen voor 2021 € 2,2 miljoen en voor 2022 € 2,5 miljoen3. In 2021 gelden deze kosten voor een gemiddelde bezetting (dienstverbanden)van 338 fte PW-ers en in 2022 voor gemiddeld 406 PW-ers. Dit is inclusief de kosten voor de voortrajecten en de inzet expertise IBN bijvoorbeeld op het terrein van social return. Hieronder wordt een vergelijking gemaakt van de kosten van de lumpsumfinanciering in 2021 en 2022 ten opzichte van de trajectkostenvergoedingen, aanmeldkostenkosten en voortrajecten in 2019 en 2020.

Voortrajecten Aanmeldkosten en TKV Totaal per fte dienstverband per persoon dienstverband P-budget 11 gemeenten Als % van P-budget

2019 349.000 1.503.000 1.852.000 6.882 4.473 4.046.155 45,8%

2020 327.000 1.591.000 1.918.000 6.591 4.284 4.306.797 44,5%

2021

2022

2.246.000 6.649 4.322 4.440.796 50,6%

2.484.000 6.116 3.975 4.888.106 50,8%

We zien voor alle gemeenten gezamenlijk een lichte stijging van de kosten. Ten opzichte van 2020 gaat het in 2021 om een stijging van deze kosten van ruim € 300.000. Hier staat ook een toename van de bezetting van PW-ers bij IBN tegenover.

Budgetdifferentiatie is een methodiek waarbij de subsidiegelden verdeeld worden over de bedrijfsonderdelen van IBN. Hierbij wordt specifiek gekeken naar de hogere kosten (t.o.v. een regulier bedrijf) als gevolg van het zijn van een sociaal ontwikkelbedrijf. 3 De bedragen zijn bepaald op basis van het aandeel PW-medewerkers in de totale doelgroepbezetting (PW en Wsw). 2

Ten opzichte van 2021 blijft het percentage dat in 2022 uit het P-budget voor de nieuwe doelgroepen (voorheen Wsw en voorheen Wajong) wordt besteed aan het partnership bijna gelijk (een stijging van 0,2 procentpunt). Nogmaals (zie hoofdstuk 6) we hebben het hier over de kosten exclusief de kosten voor de loonkostensubsidies die gefinancierd worden uit het BUIG-budget. In onderstaande tabel ziet u wat de hoogte van het lumpsumbedrag (exclusief BTW) voor het Participatiebudget voor de nieuwe doelgroepen van de 11 gemeenten afzonderlijk betekent, in het geval dat het vernieuwde partnership op 1 januari 2021 zou zijn ingegaan4.

Bron: septembercirculaire Gemeente Bernheze Boekel Boxmeer Cuijk Grave Landerd Meierijstad, Veghel Mill en Sint Hubert Oss Sint Anthonis Uden Totaal

P-budget 2021 2022 295.299 324.597 108.215 119.243 341.240 375.811 359.625 394.774 122.758 135.177 137.264 150.930 411.248 453.431 147.594 162.028 1.883.249 2.074.757 76.855 84.144 557.447 613.213 4.440.796 4.888.106

Relatief aandeel 2021 2022 7% 7% 2% 2% 8% 8% 8% 8% 3% 3% 3% 3% 9% 9% 3% 3% 42% 42% 2% 2% 13% 13% 100% 100%

Lumpsum vergoeding Lumpsum als % van PB 2021 2022 2021 2022 149.374 164.928 51% 51% 54.739 60.588 51% 51% 172.612 190.950 51% 51% 181.912 200.585 51% 51% 62.096 68.684 51% 51% 69.434 76.688 51% 51% 208.025 230.389 51% 51% 74.659 82.326 51% 51% 952.620 1.054.185 51% 51% 38.876 42.754 51% 51% 281.978 311.574 51% 51% 2.246.325 2.483.650 51% 51%

Omdat het vernieuwde partnership gemeenten-IBN feitelijk op 1 juli 2021 start, ziet u hieronder wat de hoogte van het lumpsumbedrag (exclusief BTW) is dat de 11 gemeenten voor de periode 1 juli 2021 t/m 31 december 2022 aan IBN gaan betalen.

Gemeente Bernheze Boekel Boxmeer Cuijk Grave Landerd Meierijstad, Veghel Mill en Sint Hubert Oss Sint Anthonis Uden Totaal

Totaal lumpsum 2021 en 2022 239.615 87.957 277.256 291.541 99.732 111.405 334.401 119.656 1.530.495 62.192 452.563 3.606.813

Voor Meierijstad wordt hier de voormalige gemeente Veghel bedoeld en is bij de verdeling van het Participatiebudget over de verschillende voormalige gemeenten uitgegaan van de laatst bekende verdeling. 4

Omdat gekozen is voor een verdeling van de kosten op basis van het P-budget voor nieuwe doelgroepen dat de gemeenten ontvangen, betaalt elke gemeente hetzelfde percentage van het Pbudget voor de nieuwe doelgroepen. De projectgroep heeft ook een doorrekening gemaakt over de financiële effecten op langere termijn. Hierbij zijn we ervan uitgegaan dat 50% van de instroom vraag gestuurd is en de toegevoegde waarde van deze instroom hierdoor toeneemt met 10% ten opzichte van de huidige situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=1eaf7b4f-74b7-4501-be23-a448c7951371