CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-R-458b Kadernota 2022 Werkvoorzieningschap No-B

Raadsvergadering 11 februari 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel betreffende de Kadernota 2022 van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant2.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2022 Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant 1.

Inleiding Met ingang van 01-01-2015 is de Wsw ingrijpend gewijzigd en is de Participatiewet van kracht geworden (zie ook 2.2.). Deze wijzigingen hebben grote implicaties voor gemeenten, Werkvoorzieningschap en IBN gehad. Inmiddels hebben gemeenten besloten dat IBN voor de periode 2017 tot en met 2020 een partner van de gemeenten is bij de uitvoering van de Participatiewet. IBN zal zich daarbij richten op de uitvoering van beschut werken en een deel van de mensen met een loonwaarde tussen de 30 en 80%, die zijn aangewezen op de Participatiewet. De uitvoeringsafspraken die in dit verband zijn gemaakt, zijn rechtstreekse afspraken tussen de gemeenten en IBN. Het Werkvoorzieningschap is hierin geen partij. Over hoe de samenwerking er na 2020 uit kan zien, zijn de gemeenten en IBN nog in gesprek.

2.

Trends in de omgeving van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant.

2.1. Positie Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant na 2020. De gemeenten hebben besloten om het Werkvoorzieningschap in ieder geval tot en met 2020 te gebruiken om gezamenlijk de Wsw af te bouwen. Voor de periode daarna zal in 2020 nog een keuze worden gemaakt. Bij het opstellen van deze kadernota is ervan uitgegaan dat de gemeenten ook in 2022 de afbouw van de Wsw nog via het Werkvoorzieningschap zullen laten plaatsvinden. Omdat het Werkvoorzieningschap alleen gebruikt wordt voor de regionale afbouw van de Wsw, is er niet meer voor gekozen om door het Werkvoorzieningschap een nieuwe meerjarige strategische visie te laten vaststellen. De drie pijlers uit het “oude” strategisch plan zijn echter ook in 2022 met enkele nuanceringen nog steeds van toepassing voor het Werkvoorzieningschap en zijn derhalve in dit hoofdstuk opnieuw opgenomen. Het Werkvoorzieningschap is een openbaar lichaam ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, dat door de 11 gemeenten in Noordoost-Brabant als organisatie is aangewezen om de Wsw uit te voeren. Dit is juridisch verankerd in de gemeenschappelijke regeling "Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant". In het kader van eerder strategisch beleid is reeds besloten dat het Werkvoorzieningschap zich bij het uitvoeren van deze taak bedient van een "eigen" verzelfstandigde uitvoeringsorganisatie IBN Holding BV, verder aangeduid als "IBN".

"Eigen" wil in dit verband zeggen dat het Werkvoorzieningschap enig aandeelhouder en juridisch eigenaar van IBN is. Het gevolg van de verzelfstandiging van IBN is dat het Werkvoorzieningschap de regie voert met betrekking tot de uitvoering van de Wsw en dat IBN binnen de door de regisseur vastgestelde kaders de uitvoering ter hand neemt. Dit is in feite een opdrachtgever/opdrachtnemer relatie. De wederzijdse rechten en verplichtingen worden vastgelegd in een jaarlijks vast te stellen document, genaamd: “sociaal-economische afspraken”. 1

Jaarlijks wordt aan het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap gerapporteerd in hoeverre de afgesproken doelstellingen zijn gerealiseerd. Het Werkvoorzieningschap blijft vanuit het perspectief van regisseur van de Wsw, beleid ontwikkelen en zal hierbij ook steeds aandacht hebben voor de relatie met gemeentelijk arbeidsmarktbeleid. Hierbij moet wel aangetekend worden dat de Wsw gezien moet worden als een sterfhuis zonder nieuwe instroom van kandidaten en derhalve beleidsarmer wordt. IBN is te zien als een groep van ondernemingen die zich op strategisch niveau moet afvragen hoe zij ook in de toekomst die sterke zakelijke dienstverlener kan zijn voor haar klanten, waarvan het Werkvoorzieningschap nog steeds de grootste is. De resultaten van de strategiediscussie van het Werkvoorzieningschap zijn daarbij voor wat betreft de Wsw te zien als input voor te formuleren ondernemingsstrategie door IBN. Naast die input heeft IBN per bedrijf te maken met specifieke externe ontwikkelingen (waaronder hun eigen specifieke markt van vragers en aanbieders) en interne ontwikkelingen die input leveren voor te formuleren strategisch beleid. Het Werkvoorzieningschap blijft met name vanuit 3 invalshoeken beleid formuleren. 2.1.1. Op de eerste plaats dient het Werkvoorzieningschap in overleg met gemeenten te zorgen dat de Wsw een plaats heeft in het gemeentelijk arbeidsmarktbeleid.

Onderdeel uitmaken van het gemeentelijk arbeidsmarktbeleid betekent dat de Wsw nadrukkelijk wordt gezien als een van de instrumenten die samen in onderlinge afstemming met re-integratie en andere vormen van gesubsidieerde arbeid, waaronder de Participatiewet en Wmo-voorzieningen, moeten zorgen voor een zo veel mogelijk dekkende infrastructuur ten behoeve van mensen die niet of vooralsnog niet op de reguliere arbeidsmarkt terecht kunnen, maar wel in aanmerking komen voor arbeid of dagbesteding. Omdat er na 01-01-2015 geen mensen meer in de Wsw instromen, geldt dit uiteraard alleen voor het zittend bestand van de Wsw. Samen met gemeenten wordt gestreefd naar een dekkend participatie-instrumentarium. Een bijzondere verantwoordelijkheid voor het Werkvoorzieningschap is de gemeenten steeds goed geïnformeerd te houden over actualiteiten met betrekking tot de Wsw en waar opportuun, lobbykanalen actief te onderhouden. 2.1.2. Op de tweede plaats dient het Werkvoorzieningschap als regisseur van de Wsw kaderstellend beleid te formuleren dat door IBN wordt uitgevoerd. Het Werkvoorzieningschap formuleert de voorwaarden waaronder de Wsw door IBN wordt uitgevoerd. Deze voorwaarden worden concreet uitgewerkt in de door het Werkvoorzieningschap en IBN te actualiseren “sociaal-economische afspraken”. De voor 2021 geldende afspraken worden eind 2020 vastgelegd.

Eind 2021 worden nieuwe afspraken gemaakt voor 2022. Jaarlijks worden de resultaten besproken door het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap. Het Werkvoorzieningschap vervult in nauwe samenspraak met de deelnemende gemeenten in dat verband de formele rol van opdrachtgever. IBN treedt op als opdrachtnemer.

2

2.1.3. Vanuit de positie van het Werkvoorzieningschap bijdragen aan het scheppen van voorwaarden die ervoor zorgen dat IBN toekomstbestendig is als uitvoeringsorganisatie Wsw. Het Werkvoorzieningschap is zowel eigenaar als opdrachtgever van IBN. Het is dus ook in het belang van het Werkvoorzieningschap dat IBN toekomstbestendig is. Het moge duidelijk zijn dat het voorhanden zijn van voldoende werkgelegenheid voor de doelgroep absolute voorwaarde is om de Wsw goed te kunnen uitvoeren. Evident is dat een gedeelte van die werkgelegenheid geboden zal moeten worden door de non-profit sector en met name door de gemeenten en de aan de gemeenten gelieerde instellingen. De gemeenten hebben behalve hun maatschappelijke verantwoordelijkheid ook een financieel belang bij het bieden van werkgelegenheid aan de doelgroep. Het zijn immers inwoners uit de eigen gemeente en werkloosheid betekent voor een deel van deze groep, zeker in de toekomst, dat zij een beroep moeten doen op de Participatiewet. Bijkomend voordeel voor gemeenten is dat de afname van IBN-producten een positief effect heeft op het aandeel in de Algemene Gemeentelijke Reserve. De middelen beschikbaar voor de Algemene Gemeentelijke Reserve worden immers verdeeld onder de gemeenten naar rato van de afgenomen diensten en producten van IBN.

Daar tegenover staat dat de prijs-/kwaliteitverhouding van de door IBN te leveren producten en diensten in balans dient te zijn. De marktwerking maakt dat de concurrentieverhoudingen met reguliere bedrijven zuiver moeten blijven. Concurrentievervalsing en systemen van gedwongen winkelnering worden dan ook afgewezen. Vanaf 2015 is met de komst van de Participatiewet een grotere groep met arbeidsbeperkingen aangewezen op arbeid. Het belang van social return is daarmee nog groter geworden. In 2022 zal het Werkvoorzieningschap partijen blijven stimuleren om via social return en de mogelijke inzet van de Algemene Gemeentelijke Reserve, werkgelegenheid voor de totale onderkant van de arbeidsmarkt te waarborgen. 2.2. Aanpassing Wsw en komst Participatiewet. Met de komst van de Participatiewet per 1 januari 2015 is vanaf die datum niemand meer ingestroomd in de Wsw. Het per die datum zittend bestand werknemers behoudt haar rechten en verplichtingen. Mensen die niet in staat zijn om zelfstandig het minimumloon te verdienen, kunnen via de Participatiewet worden geholpen aan betaalde arbeid. Om te kunnen beschikken over voldoende werkgelegenheid voor de doelgroep hebben werkgevers zich gecommitteerd aan de opdracht om na een groeimodel, in 2026 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. Onderdeel van deze maatregelen is tevens een forse bezuiniging.

Het fictieve Wswbudget bedraagt in 2022 € 28.146,- per SE. Dit betekent dat in 7 jaar tijd de Wswsubsidie per SE nauwelijks is gestegen. De exploitatie van IBN is hierdoor onder zware druk komen te staan. Immers de kosten en met name de loonkosten zijn wel jaarlijks gestegen. Gemeenten moeten er dan ook rekening mee houden dat in de toekomst geen “winstuitkering” via de Algemene Gemeentelijke Reserve meer zal plaatsvinden.

3

2.3. Economische ontwikkelingen. Dankzij het economisch herstel daalde de werkloosheid in Nederland in de afgelopen jaren in snel tempo. Onze regio vormt daarop geen uitzondering. De coronacrisis zal naar verwachting ook grote gevolgen hebben voor onze economie en arbeidsmarkt. Economen verwachten dat de werkloosheid de komende tijd fors zal toenemen. Het lijkt dan ook niet onlogisch dat als gevolg hiervan op korte termijn meer mensen voor werk een beroep op IBN moeten doen. Wat hiervan het gevolg is voor de noodzakelijke omvang van IBN en het financiële resultaat van IBN in 2022 is niet aan te geven. Door het gevormde weerstandsvermogen is een gemeentelijke bijdrage voor een eventueel exploitatietekort van IBN de komende jaren echter niet aan de orde. 2.4. Adoptieregeling. Voor een betere afstemming van werkprocessen tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zijn afspraken gemaakt over informatievoorziening aan gemeenten. Het Werkvoorzieningschap heeft de gemeentelijke voorstellen op dit punt overgenomen. In dit verband is ook een adoptieregeling afgesproken waarbij de gemeenten Oss en Sint Anthonis de werkvoorziening hebben geadopteerd. Deze gemeenten zullen de kadernota, begroting en jaarrekening van het Werkvoorzieningschap analyseren voor de andere deelnemende gemeenten.

Het Werkvoorzieningschap heeft goede afspraken met beide gemeenten gemaakt, zodat deze gemeenten hun rol goed kunnen vervullen. 3.

Nieuw beleid in de situatie going concern. In hoofdstuk 2 van deze kadernota is aangegeven wat, naar de huidige inzichten, de omgeving is waarbinnen het Werkvoorzieningschap zich dient te manifesteren. Tevens is daarbij aangegeven op welke wijze het Werkvoorzieningschap zal trachten daaraan invulling te geven. Interne en externe omgevingsfactoren waarmee het Werkvoorzieningschap te maken heeft, zullen regelmatig wijzigen en vragen daarop te anticiperen. In hoeverre dat ten opzichte van het huidige beleid om nieuw beleid vraagt in 2022 is nog niet voorzienbaar. Wel kan nu al gesteld worden dat eventueel nieuw beleid geen hogere gemeentelijke bijdrage vraagt, tenzij daarover nadrukkelijk tijdig afspraken met gemeenten worden gemaakt.

4.

Financiële kaders in de situatie van growing concern. Niet van toepassing.

5.

Financiële kaders. Bij de hierna geformuleerde financiële kaders zijn de volgende door de gemeenten vastgestelde uitgangspunten in acht genomen. 1. 2.

Er worden voor 2022 geen autonome ontwikkelingen voorzien die vragen om financiële compensatie door gemeenten. Bedrijfsvoeringzaken (zoals functiewaardering en pensioenontwikkelingen) behoren in principe tot de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling, dus geen afzonderlijke compensatie vanuit de gemeenten.

4

3. Nieuw beleid dient in de situatie van going concern door de gemeenschappelijke regeling opgevangen te worden door herschikking binnen het bestaande financiële kader dan wel gefinancierd te worden uit doeluitkeringen of uit additionele middelen van derden (niet zijnde gemeenten). 4. Nieuw beleid in de situatie van growing concern (er is dan sprake van al dan niet wettelijke nieuwe taken die door de gemeenschappelijke regeling uitgevoerd moeten worden of van vraagsturing door gemeenten) is alleen mogelijk als hierover tijdig een gemeenschappelijk standpunt vanuit de deelnemende gemeenten is bepaald en extra financiële middelen beschikbaar komen dan wel beschikbaar worden gesteld. 6.

Meerjarenraming. Onderstaande cijfers betreffen de gemeentelijke bijdrage. 2022 2023 Eerder vastgestelde meerjarenraming 0,25 0,25 in centen per inwoner Effecten bestaand beleid +/- per 0 0 inwoner Effect indexatie loon- en prijspeil +/0,01 0,01 per inwoner Effect nieuw beleid +/- per inwoner 0 0 Effect inleveren oud beleid voor nieuw 0 0 +/- per inwoner

2024 0,25

2025 0,25

0

0

0,01

0,01

0 0

0 0

Per saldo leidt het bovenstaande tot een bijdrage per inwoner van € 0,26. 7.

Reservepositie. Het Werkvoorzieningschap is een openbaar lichaam/publiekrechtelijk rechtspersoon ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen door 11 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant. Het openbaar lichaam is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw voor deze 11 gemeenten. De materiële uitvoering van de Wsw is opgedragen aan de 100% deelneming IBN Holding BV. In de sociaal-economische afspraken zijn de wederzijdse rechten en verplichtingen vastgelegd. Onderdeel hiervan is de afspraak dat binnen IBN Holding BV voldoende weerstandsvermogen wordt gevormd om toekomstige mogelijke risico's te kunnen opvangen. Deze risico's zijn in principe voor rekening van IBN Holding BV. De activiteiten van het Werkvoorzieningschap en de daarmee samenhangende kosten zijn voor de komende 3 à 4 jaar goed te ramen. Dit gebeurt via de meerjarenraming. Eveneens is voor deze periode te ramen waar de benodigde dekkingsmiddelen vandaan dienen te komen. Dit is eveneens opgenomen in de meerjarenbegroting, die vast onderdeel is van de jaarlijkse begroting. Om deze redenen is het niet noodzakelijk om ten behoeve van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant een apart weerstandsvermogen te vormen.

5

Het eigen vermogen van het Werkvoorzieningschap bestaat per 31-12-2019 uit: 100% deelneming IBN Holding BV ad € 18.331.000,Saldo algemene gemeentelijke reserve per 31-12-2019 € 5.567.700,Totaal € 23.898.700,8.

De deelneming is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. De netto-vermogenswaarde van deze deelneming bedraagt per 31-12-2019 € 45.500.000,-. Per dezelfde datum bedraagt de solvabiliteit van deze BV 65%. Afhankelijk van de exploitatieresultaten van de deelneming zal in de toekomst overgegaan kunnen worden tot dividenduitkering door IBN Holding BV aan het Werkvoorzieningschap. Eventuele dividenduitkeringen zal het Werkvoorzieningschap in principe toevoegen aan de Algemene Gemeentelijke Reserve. Het saldo van deze reserve zal afnemen als gemeenten verzoeken om geld te mogen onttrekken aan deze reserve. De waardering van de deelneming blijft tegen verkrijgingsprijs en zal derhalve niet wijzigen.

9.

Verder kan nog medegedeeld worden dat de begrotingen van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant steeds sluitend zullen zijn. Alle activa zijn per ultimo 2005 afgeschreven. De afschrijvingen bedragen derhalve 0. Voor zover in de toekomst voor afschrijvingen in aanmerking komende investeringen plaatsvinden, zullen de afschrijvingen conform het Besluit begroting en verantwoording lineair zijn. Uit de jaarrekening 2020 zullen geen zaken naar voren komen die in de begroting 2022 moeten worden meegenomen.

10.

Resumerend aan de hand van de 3 W-vragen als bedoeld in het kader van de adoptieregeling. 1. Wat is het belangrijkste dat de GR in 2022 wil bereiken? In goede afstemming met gemeenten en IBN ervoor zorgen dat het zittend bestand Wsw-medewerkers wordt voorzien van passende arbeid. 2. Wat is het belangrijkste dat de GR in 2022 wil doen? In goede afstemming met gemeenten en IBN inhoudelijke afspraken maken over de wijze waarop de Wsw binnen geldende regelgeving wordt uitgevoerd en dit monitoren. 3. Wat zijn de belangrijkste financiële gevolgen en risico’s? Dat het regionaal beschikbaar fictieve Wsw-budget optimaal wordt benut. Belangrijkste risico is het risico van overrealisatie. Dat wil zeggen dat er meer arbeidsplaatsen worden gerealiseerd dan er aan budget beschikbaar is gesteld. Dit risico is afgedekt door een gerealiseerde reservering.

Oss, 4 november 2020.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=04194476-18fe-40ea-8993-8b3515f20755