VRZ Begroting 2027
Tekst van het document
Realisatie 2025
Begroting 2026 na wijziging
Programma begroting 2027
Exploitatie
79.782
101.000
103.200
Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair / pilot flex-werken
48.042
101.000
103.200
31.740
0
0
Investeringsplan
72.334
1.626.000
0
Voorbereidingskrediet nieuwbouw Goes-West
72.334
1.626.000
0
Totaal
152.116
1.727.000
103.200
Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich onder andere op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar.
28
Onderhoud en vervanging brandweerposten Volgens de eerder door bestuur vastgestelde demarcatie kan gesteld worden dat de kosten voor onderdelen die aard- en nagelvast zijn voor rekening van de gemeenten zijn. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. Verwacht wordt dat ook in 2027 enkele nieuwe (ter vervanging van bestaande) brandweerposten worden opgeleverd. De inrichting van de nieuwe brandweerposten komt voor rekening van VRZ. Duurzaamheid en brandweerposten In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95% van de CO₂-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Onder andere de provincie Zeeland, alsmede de 13 Zeeuwse gemeenten hebben gezamenlijk in de Zeeuwse Regionale Energie Strategie (Zeeuwse RES) hun duurzaamheidsdoelstelling bepaald. In 2023 is met provinciaal subsidiegeld onderzoek gedaan naar de mogelijke duurzaamheidsmaatregelen per brandweerkazerne. Deze rapporten zijn bekend en gedeeld met de 13 gemeentelijke gebouwenbeheerders.
Inmiddels zijn de duurzaamheidsmaatregelen verwerkt bij de nul-meting voor het onderhoud van de alle kazernes in 2025. Samen met de goedkeuring voor de gevolgen van de onderhoudsvoorziening zullen keuzes worden voorgelegd ter besluitvorming. In afwachting hiervan is er in de begroting 2027 nog geen budget opgenomen. Onderhoudskosten brandweerposten (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Realisatie 2025
Begroting 2026 na wijziging
Programma begroting 2027
Exploitatie
379.723
385.600
315.600
Gebruikersonderhoud brandweerposten
294.113
242.600
230.800
Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget
60.000
Eigenaarsonderhoud Stadsgewest VlissingenMiddelburg**)
85.610
83.000
84.800
Investeringsplan
195.677
263.800
596.600
Vervanging inventaris brandweerposten
130.677
31.300
32.000
Investeringsbijdrage kazerne Goes-West
65.000
Investeringsbijdrage kazerne Zierikzee
65.000
Investeringsbijdrage kazerne Kamperland
66.500
Investeringsbijdrage kazerne Sas van Gent
66.500
Investeringsbijdrage kazerne Oost-kapelle
66.500
Investeringsbijdrage kazerne Kortgene Inventaris *) kazerne Zierikzee Inventaris *) kazerne stelpost i.v.m. versnellingsmogelijkheden gemeenten Inventaris *) kazerne Kloosterzande Inventaris *) kazerne Sas van Gent
66.500 22.500
46.000 62.700
40.000 63.600
29
Inventaris *) kazerne Cadzand
60.000
Inventaris *) kazerne Kamperland
63.600
Inventaris *) kazerne Kortgene
62.700
Investering gebruiker kazernes ivm plaatsing NBT's) Totaal
45.000 575.400
649.400
912.200
*) Installaties, inrichting, meubilair **) Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
30
2.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In deze paragraaf zijn de thema’s voor bedrijfsvoering conform artikel 22 van de financiële verordening en/of thema’s die in 2027 hun beslag krijgen. Omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand Rijlabels Bezetting 2025 Formatie 2027 Risico- en crisisbeheersing 72,98 75,44 Brandweer 100,5 99,17 Bedrijfsvoering 38,68 40,84 Management en control 22,36 21,31 Eindtotaal 234,52 236,76 De verwachte toename van het personeelsbestand van ultimo 2025 naar 2027 hangt samen met de invulling van vacatures. Goed werkgeverschap In 2027 werken we doelgericht aan het verder versterken van goed werkgeverschap. Dit doen wij door te investeren in duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en de professionele ontwikkeling van onze medewerkers. Een belangrijk speerpunt daarbij is de erkenning van PTSS als beroepsziekte en de zorgvuldige implementatie van de landelijk vastgestelde PTSS-regeling. Hiermee geven wij concreet invulling aan onze verantwoordelijkheid als werkgever en bouwen wij aan een zorgzame en toekomstbestendige organisatie. Voor de inrichting en uitvoering van de regeling zijn structurele middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. De kosten die voortvloeien uit een PTSS-diagnose worden per individuele casus ter besluitvorming voorgelegd aan het bestuur.
Aangezien de omvang hiervan vooraf niet is in te schatten, is dit risico opgenomen in de risicoparagraaf. Inhuur derden In de begroting 2027 zijn (structurele) inhuurbudgetten opgenomen voor de coördinerend gemeentesecretaris bevolkingszorg, incidentele chauffeursdiensten en specifieke inhuur bij Orionis (WSW), samen € 50.800. in 2026 is beleid vastgesteld met betrekking tot externe inhuur om kaders te geven aan inhuur derden binnen geldende wet- en regelgeving. Informatiegestuurde organisatie In 2027 bouwen we verder aan een solide en innovatieve informatievoorziening die de basis vormt voor de groei en ontwikkeling van onze organisatie en ons in staat stelt om veerkrachtig en succesvol te zijn in de digitale toekomst. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in een snel tempo op. Een effectieve informatievoorziening is voor onze organisatie essentieel. Hierdoor kunnen we goed anticiperen op veranderingen, besluitvorming faciliteren en processen optimaliseren. We willen een informatie gestuurde organisatie worden en dit betekent dat we onze informatievoorziening verder moeten versterken en de organisatie mee moeten nemen in nieuwe technologieën, processen en werkwijzen. Toetreding vitale infrastructuur Het Ministerie van J&V heeft het besluit genomen om Veiligheidsregio’s onderdeel te maken van de vitale infrastructuur.
Dit betekent dat onze organisatie als cruciaal wordt gezien voor het beschermen van de samenleving bij onverwachte gebeurtenissen, vergelijkbaar met energie- en
31
drinkwaterbedrijven. Deze status brengt grote veranderingen met zich mee voor onze organisatie. We moeten diverse maatregelen treffen om de continuïteit van onze primaire processen te versterken. Omdat de weerbaarheidsanalyse van het Rijk nog niet beschikbaar is, zijn de impact en de bijbehorende kosten nog moeilijk in te schatten. Daarom is dit risico opgenomen in de risicoparagraaf. Toekomstbestendige huisvesting Onze medewerkers moeten hun werkzaamheden kunnen uitvoeren in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving. Om blijvend te voldoen aan de toenemende eisen die aan een veilige werkomgeving worden gesteld, zetten wij in op de verdere professionalisering van het gebouwenbeheer. Met de invoering van een meerjarenonderhoudsplanning maken wij de overgang van ad-hoc onderhoud naar planmatig en voorspelbaar beheer. In 2026 stellen wij het Algemeen Bestuur voor een onderhoudsvoorziening te vormen. De hoogte van een eventuele onderhoudsvoorziening die voortvloeit uit het meerjarenonderhoudsplan is afhankelijk van de ambitie die door het bestuur wordt vastgesteld. Versterken digitale weerbaarheid De continuïteit van onze informatiesystemen wordt steeds belangrijker. Daarnaast zijn wij wettelijk verplicht te voldoen aan strengere eisen op het gebied van informatieveiligheid, zoals vastgelegd in de NIS2-richtlijn en de BIO 2.0.
Deze wet- en regelgeving stelt hogere eisen aan de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie. Dit vraagt om een verdere professionalisering van onze informatiebeveiliging en governance. De naleving van deze kaders brengt aanvullende structurele en incidentele kosten met zich mee die nog niet zijn verwerkt in de programmabegroting 2027. Kosten als gevolg van naleving van deze kaders zullen via aparte bestuursvoorstellen aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. Een belangrijk onderdeel hiervan is de aansluiting op een landelijk Security Operations Center (SOC). Hiermee wordt continue monitoring en detectie van cyberdreigingen geborgd. Daarnaast is het noodzakelijk om een robuuste incidentresponsorganisatie in te richten. Dit omvat duidelijke procedures, rollen en verantwoordelijkheden bij beveiligingsincidenten. Ook zijn investeringen nodig in tooling, processen en opleidingen. Hiermee vergroten wij onze digitale weerbaarheid en continuïteit. Samenwerking GGD/VRZ In het kader van de samenwerking GGD/VRZ is in 2025 een businesscase uitgewerkt. Voor de samenvoeging van processen, governance en huisvesting is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld. In 2026 vindt besluitvorming plaats over één gemeenschappelijke regeling voor GGD en VRZ.
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Binnen VRZ hebben we de naleving van de AVG geborgd door het aanstellen van een Functionaris Gegevensbescherming (FG) die toezicht houdt op privacybeleid en -uitvoering. De aanstelling van een privacy officer wordt bezien in het kader van samenwerking GGD. We werken met vastgestelde privacy- en informatiebeveiligingsbeleid, inclusief protocollen voor datalekken en rechten van betrokkenen. Verwerkingen van persoonsgegevens zijn opgenomen in een actueel verwerkingsregister en waar nodig voeren we DPIA’s uit. Medewerkers worden periodiek getraind en bewust gemaakt van privacy- en informatiebeveiligingsverplichtingen. Wet open overheid De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is op 1 mei 2022 komen te vervallen door de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo). De Woo dient 2 doelen:
32
-
bevorderen van een transparante overheid; op orde brengen van de informatiehuishouding.
Voor de implementatie van de Woo is een projectgroep opgericht, met als doel ervoor te zorgen dat we gaan voldoen aan het basisniveau van de Woo. De inwerkingtreding van de Woo vindt plaats in fases. Over enkele jaren zal de Woo zodoende in zijn totaliteit van kracht worden. De projectgroep volgt zoveel mogelijk de adviezen van de VNG en zal onder meer aan de slag gaan met een communicatiestrategie. Ook wordt aandacht besteed aan een goede informatiehuishouding, documentaire informatievoorziening, relevante informatie en automatiseringsaspecten en de inrichting van een vraagbaakfunctie voor burgers. De Woo is ten dele identiek aan de Wob, maar de Woo kent ook een aantal nieuwe elementen. Het opvallendste aspect is de toekomstige verplichte actieve digitale openbaarmaking van Woodocumenten, zodat iedere burger deze documenten gemakkelijk 24/7 kan vinden en raadplegen. In de toekomst moet dat gaan plaatsvinden via de nieuwe landelijke Woo-index. Voorlopig kiest VRZ er voor om de Woo-documenten op de VRZ-website te plaatsen. Daarnaast worden deze documenten ook extern elektronisch gepubliceerd, via een overeenkomst met Daadkracht te Nijmegen.
33
2.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend, voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • Het beperken van de rentelasten van de leningen; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren/crediteurenrisico. Uitzettingen De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën.
Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EUregels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 3.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan liquide middelen komen. Om de risico’s te beperken zijn in de Wet Fido twee instrumenten opgenomen: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. 1. Financiering kortlopend Kasgeldlimiet Om de renterisico’s op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal. De rekenrente voor kortlopende schulden is op 1,25%. Rentevisie geldmarktrente De rekeningcourantrente bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt bij het opstellen van deze begroting (januari 2026) ca. 1,25%.
34
Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2027 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte
2027 € 52.092.826 8,20% € 4.271.612 €0 € 4.271.612
2. Financiering langlopend Leningenportefeuille
Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 behoefte 2026 behoefte 2027 Totaal Gemiddeld in 2027
Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000 3.600.000 23.300.000
Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum Aflossing/jaar 25 20-1-2017 124.000 15 15-9-2017 266.667 17 14-2-2018 1.176.471 15 2-1-2019 133.333 15 2-1-2020 133.333 17 medio 2026 223.529 17 medio 2027 1.370.588 3.427.921
Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 3,50% 3,50% 2,45%
Renterisiconorm Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 20% van het begrotingstotaal. Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm
2027 € 52.092.826 20% € 10.418.565
2028 € 53.910.401 20% € 10.782.080
2029 2030 € 55.107.562 € 55.487.602 20% 20% € 11.021.512 € 11.097.520
Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico
2027 €0 € 2.045.569 € 2.045.569
2028 €0 € 3.416.157 € 3.416.157
2029 €0 € 4.219.098 € 4.219.098
Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
€ 10.418.565 € 8.372.996 €0
€ 10.782.080 € 7.365.923 €0
€ 11.021.512 € 11.097.520 € 6.802.414 € 6.466.657 €0 €0
2030 €0 € 4.630.863 € 4.630.863
Rentevisie kapitaalmarktrente De 15-jaars rente bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt bij het opstellen van deze begroting (januari 2025) ca. 3,5%. Renteontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen zijn en hangen af van verschillende factoren, zoals inflatie, oorlogen, het wel of niet sluitend krijgen van
35
begrotingen van bepaalde Europese landen enz. De rekenrente voor nieuwe langlopende schulden is gehandhaafd op 3,5%. Er ontstaat naar verwachting pas een financieringsbehoefte medio 2026. Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2025
2026
2027
2028
2029
2030
6.480.000
-4.257.872
-4.514.335
-4.777.259
-5.086.739
-17.657.720 3.384.952
-25.640.949 4.143.961
-15.755.874
-9.380.227
5.278.895
6.215.515
-1.489.410 6.555.369
-11.300 0 0
-9.200 0 0
-9.200 0 0
-9.200 0 0
-9.200 0 0
-1.833.804 0
-1.833.804 -316.471
-1.833.804 -1.692.941
-1.833.804 -2.501.765
-1.833.804 -2.925.294
6.480.000
-9.637.872
-27.914.335
-18.527.259
-12.286.739
-4.789.079
0
5.380.000
23.400.000
13.750.000
7.200.000
0
6.480.000
-4.257.872
-4.514.335
-4.777.259
-5.086.739
-4.789.079
53.200 211.700 94.150 0 0 0 0 0 359.050
56.318 188.700 182.762 409.500 0 0 0 -11.880 825.400
59.703 165.700 171.685 794.912 237.180 0 0 -11.880 1.417.300
63.715 142.700 160.609 746.735 463.651 122.270 0 -11.880 1.687.800
59.900 119.600 149.532 698.559 435.342 238.647 0 -11.880 1.689.700
Liquide middelen 1/1 Investeringsplan Afschrijvingen Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen Mutatie Overlopende Passiva met spec. bestedingsdoel Aflossingen bestaande leningen (herfinanciering) Aflossingen nieuwe leningen (herfinanciering) Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *) Rente over financieringsbehoefte kort (1,25%) Rente over lopende leningen Rente over financieringsbehoefte lang 2026 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2027 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2028 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2029 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2030 (3,5%) Rente gedekt uit projectfinanciering Totaal
Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2026 t/m 2030. Renteschema 2027 (taakveld Treasury) Renteschema 2027: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
-/-
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/- € c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- € c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend +/+ € Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ € €
825.400 825.400
-
-
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
+/+ +/+
€ € €
825.400
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
€
825.400
€
-
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury
36
2.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 12 december 2024 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.
Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9, 11 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld.
Waardering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer Betekenis x≥ 2,0 A Uitstekend 1,4 ≤ x < 2,0 B Ruim Voldoende 1,0 ≤ x < 1,4 C Voldoende 0,8 ≤ x < 1,0 D Matig 0,6 ≤ x < 0,8 E Onvoldoende x < 0,6 F Ruim onvoldoende
Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de
37
benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kans-klassen van 10% tot 95%. Kwantiteit 10 %
Referentiebeelden 0 of 1 keer per 10 jaar
Kansklasse 1
30 %
1 keer per 5 – 10 jaar
2
50 %
1 keer per 2 – 5 jaar
3
70 %
1 keer per 1 – 2 jaar
4
95 %
1 keer per jaar of meer
5
Toelichting kansklasse Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet voor kunnen doen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Daar waar mogelijk wordt bij een risico de financiële impact berekend op basis van onderstaande klassen: Klasse 1 2 3 4 5
Minimaal € 0,00 € 0,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 250.000,00
Maximaal € 0,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 250.000,00 oneindig
De klassen van kans en gevolg worden vermenigvuldigd volgens onderstaande formule: Risicoscore = inschaling klasse ‘Kans’ x inschaling klasse ‘Financieel gevolg’ Voor de begroting 2027 is een risico-inventarisatie uitgevoerd binnen VRZ. Dit heeft geleid tot een overzicht van 10 risico’s. Deze risico’s hebben een risicoscore gehad op basis van bovenstaande formule. Deze score leidt tot onderstaande matrix:
38
Risicomatrix 2027
Kans
5
1, 2, 3, 4, 5
6
4
7, 8
Hoge impact
3
9, 10
Matige impact
2
Lage impact
1 1
2
3 Impact
4
5
Voor de risicotabel met de tien belangrijkste risico's wordt verwezen naar bijlage 1. Benodigde weerstandscapaciteit Onze algemene reserve heeft begin 2026 een saldo van € 900.343. De jaarrekening 2025 laat een positief resultaat zien. Onze bestemmingsreserves (exclusief afschrijvingsreserves) laten begin 2026 een saldo zien van € 424.253. Naar verwachting worden deze in 2026 en 2027 besteed. De beschikbare weerstandscapaciteit 2027 bedraagt daarmee naar verwachting: • • • • • • •
Algemene reserve Effect rekening 2025 Onttrekking 2026/2027 Bestemmingsreserves Onttrekking 2026/2027 Post onvoorzien Totaal
€ 900.343 € 118.642 + € 52.188 -/€ 424.253 € 424.253 -/€ 50.000 + € 1.016.797
Op basis van de financieel berekende risico’s is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 1.016.797 = 0,27 (ruim onvoldoende) Benodigde weerstandscapaciteit = € 3.705.520 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief eigen vermogen. Maximum reserve In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. In het rapport ‘afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ (VZG, januari 2024) is in paragraaf 3.5 opgenomen
39
dat het aanhouden van een reserve is toegestaan tot een norm van 5% van alle baten van VRZ. Dat betekent voor 2027 een maximale reserve van 5% van € 51.852.785 = € 2.592.639. Verplichte kengetallen Begroting 2027 Kengetallen:
Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2025 Jaarrekening
2026 Begroting (na wijz.)
42,78% 42,78% 5,29% 0,44% Nvt Nvt
75,49% 75,49% 3,45% 0 Nvt Nvt
2027 Begroting 117,46% 117,46% 2,10% 0 Nvt Nvt
Begroting 2027-2030 2028 2029 MeerjarenMeerjarenraming raming 137,49% 137,49% 1,76% 0 Nvt Nvt
139,68% 139,68% 1,67% 0 Nvt Nvt
2030 Meerjarenraming 127,50% 127,50% 1,78% 0 Nvt Nvt
Netto schuldquote Nettoschuldquote (bedragen x € 1.-) A B C D E F G H
Vaste schulden (cf art 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf art 48 BBV) Overlopende passiva (cf art 49 BBV) Financiele activa (cf art 36 lid b,c,d,e, en f) Uitzettingen <1jaar (cf art 39 BBV) Liquide middelen (cf art 40 BBV) Overlopende activa (cf art 40a BBV) Totale baten (exclusief mutaties res) (cf art 17 lid C)
2025 2026 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 18.272.706 23.400.908 4.944.661 4.944.661 3.755.576 3.755.576 0 0 6.937.975 -3.799.948 5.416 5.416 663.086 663.086 45.265.690 46.669.631 42,78% 75,49%
2027 Begroting 44.616.728 4.944.661 3.755.576 0 -4.309.857 5.416 663.086 48.296.470 117,93%
2028 2029 2030 MeerjarenMeerjarenMeerjarenraming raming raming 54.806.076 57.636.602 52.843.598 4.944.661 4.944.661 4.944.661 3.755.576 3.755.576 3.755.576 0 0 0 -4.876.686 -5.533.293 -5.553.498 5.416 5.416 5.416 663.086 663.086 663.086 48.880.726 50.381.263 51.186.215 138,53% 141,33% 129,78%
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1.-) A Eigen vermogen (cf art 42 BBV) B Balanstotaal
2025 2026 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 1.593.357 1.162.006 30.106.302 33.641.147 5,29% 3,45%
2027 Begroting
2028 2029 2030 MeerjarenMeerjarenMeerjarenraming raming raming 1.152.806 1.143.606 1.134.406 1.125.206 54.856.967 65.046.315 67.876.841 63.083.837 2,10% 1,76% 1,67% 1,78%
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. VRZ heeft in de meerjarenraming een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien die verband houdt met oplopende kapitaallasten (zie 3.3.4). De structurele exploitatieruimte bedraagt daarom € 0.
40
2.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.
41
Hoofdstuk 3: Financiële begroting en meerjarenraming
42
Deel 3.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming De begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 t/m 2030 zijn opgesteld in ‘constante prijzen 2027’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2028. Bijdrage deelnemende gemeenten Zie voor meer informatie over de uitgangspunten m.b.t. de bijdrage van de deelnemende gemeenten paragraaf 2.1.4. ‘Algemene dekkingsmiddelen’ en voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage paragraaf 3.3.5. Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) Zie voor meer informatie over de uitgangspunten m.b.t. de BDuR paragraaf 2.1.4. ‘Algemene dekkingsmiddelen’. Loonkosten Veiligheidsregio’s hebben een eigen cao. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). De huidige cao is op 1 augustus 2025 afgelopen. Er zijn resultaten geboekt met betrekking tot een nieuwe CAO. Deze resultaten zijn vanuit de vakbonden teruggekoppeld aan de achterban waarna het goedkeuringsproces in gang is gezet.
Met betrekking tot de lonen is het volgende overeengekomen: een loonstijging van 4,1% per augustus 2025, 3,1% per augustus 2026 en 0,1% per januari 2027 met een looptijd tot augustus 2027. Hierdoor is het uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten in de programmabegroting 2027 de geldende loontabellen en de werkgeverspremies per 1 januari 2025, verhoogd met de gecommuniceerde CAO-percentages. Voor de periode na aflopen van de nieuwe CAO, van augustus 2027 tot en met december 2027, worden de loonkosten nogmaals verhoogd met een loonstijging van 3,85%. (Structureel is dat 1,6% (= 3,85% * 5/12) vanaf 2028). Dit is lager dan de Marco-Economische Verkenning 2025 van 5,7 % (percentage overheidsconsumptie beloning werknemers), maar past binnen de VZGrichtlijn 2027. Het risico op hogere CAO-lasten vanaf augustus 2027 is opgenomen in de risicoparagraaf. Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met ‘normale doorgroei in het salarisgebouw’, de doorgroei naar uitloopschalen en pensioneringen op AOW-datum (of eerder indien bekend). Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt vanaf 1 januari 2026 18,63%.
Dat is de optelsom van 8,33% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof.
43
Inflatiecorrectie Voor de prijsontwikkeling (lasten) is rekening gehouden met de prijsstijging volgens de MarcoEconomische Verkenning 2025 van 2,2 % (percentage overheidsconsumptie materieel (IMOC)). Kapitaallasten (rente en afschrijving) De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2027 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2025 en het investeringsplan 2026 t/m 2030. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Nota Investeren, activeren, waardering en afschrijving van vaste activa 2023’ van VRZ. De afschrijvingstabel geeft invulling aan de betreffende uitgangspunten uit de nota investeren, waardering en afschrijving. De genoemde termijnen zijn maximale termijnen, richtinggevend en niet bindend. Wanneer wordt afgeweken van de aangegeven afschrijvingstermijnen is dit een onderdeel van het investeringsbesluit. De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe soorten activa en hun maximale afschrijvingstermijnen. a. b. c.
d. e.
f.
g. h. i. j. k. l.
maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits/watertransportsystemen, redvoertuigen na (midlife) revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen, waterwagens, ademluchtcilinders; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers,
paxtassen/AED’s; maximaal 7 jaar:, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; niet: gronden en terreinen.
In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit alleen bij voertuigen.
44
Bij de besluitvorming voor de vervanging van de telefoons medio 2024 is besloten om de afschrijvingstermijn van de telefoons op te rekken van 2 naar 4 jaar, omdat er een andere soort telefoon is aangeschaft waarvan de verwachte levensduur langer is. Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 3,5%. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,5%. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan: 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpbplichtig zijn.
Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van nieuwe, structurele uitgaven.
45
Deel 3.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 3.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming Saldo van baten en lasten Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie Mutatie reserves Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Resultaat
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 11.300 9.200 9.200 9.200 52.092.826 53.910.401 55.107.562 55.487.602 31.631.277 31.446.525 31.407.016 31.375.816 190.100 190.100 190.100 190.100 50.800 50.800 50.800 50.800 13.599.552 13.877.145 13.906.695 13.976.181 1.098.805 1.096.705 1.096.705 1.096.705 552.931 552.931 552.931 552.931 825.400 1.417.300 1.687.800 1.689.700 4.143.961 5.278.895 6.215.515 6.555.369 -52.081.526 -53.901.201 -55.098.362 -55.478.402 -57.100 -57.100 -57.100 -57.100 -500 -500 -500 -500 -750.033 -750.033 -750.033 -750.033 -12.666.568 -12.716.301 -12.706.400 -12.744.565 -38.274.925 -40.051.267 -41.258.329 -41.600.204 -326.000 -326.000 -326.000 -326.000 -6.400 0 0 0 -11.300 -9.200 -9.200 -9.200 -11.300 -9.200 -9.200 -9.200 -11.300 -9.200 -9.200 -9.200 0 0 0 0
3.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming Rijlabels Saldo van baten en lasten Lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Baten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen Mutatie reserves Eindtotaal
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 11.300 9.200 9.200 9.200 52.092.826 53.910.401 55.107.562 55.487.602 32.256.051 33.829.788 35.042.245 35.354.256 8.506.106 8.577.661 8.598.866 8.582.357 11.420.669 11.592.952 11.556.451 11.640.989 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -52.081.526 -53.901.201 -55.098.362 -55.478.402 -372.200 -372.200 -372.200 -372.200 -314.500 -308.100 -308.100 -308.100 -23.333 -23.333 -23.333 -23.333 -51.371.493 -53.197.568 -54.394.729 -54.774.769 -11.300 -9.200 -9.200 -9.200 0 0 0 0
46
3.2.3 Specificatie programma naar econ. categorie, incl. meerjarenraming Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.3 Afschrijvingen Baten 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 3.6 Huren 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.8 Overige goederen en diensten Baten 3.8 Overige goederen en
diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 3.8 Overige goederen en diensten Mutatie reserves Resultaat
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 11.300 9.200 9.200 9.200 31.883.851 33.457.588 34.670.045 34.982.056 32.256.051 33.829.788 35.042.245 35.354.256 18.512.074 18.426.922 18.432.116 18.452.416 178.400 178.400 178.400 178.400 0 0 0 0 8.173.057 8.235.850 8.245.877 8.213.478 760.205 758.105 758.105 758.105 138.772 138.772 138.772 138.772 760.100 1.321.300 1.584.600 1.586.800 3.733.443 4.770.439 5.704.375 6.026.285 -372.200 -372.200 -372.200 -372.200 -296.700 -296.700 -296.700 -296.700 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -500 -500 -500 -500 8.191.606 8.269.561 8.290.766 8.274.257 8.506.106 8.577.661 8.598.866 8.582.357 5.200.800 5.007.700 4.926.400 4.879.400 34.000 34.000 34.000 34.000 2.676.546 2.897.346 3.001.610 3.036.675 302.800 302.800 302.800 302.800 234.490 234.490 234.490 234.490 13.100 21.700 22.700 20.900 44.370 79.625 76.866 74.092 -314.500 -308.100 -308.100 -308.100 -57.100 -57.100 -57.100 -57.100 0 0 0 0 -251.000 -251.000 -251.000 -251.000 -6.400 0 0 0 11.397.336 11.569.619 11.533.118 11.617.656 11.420.669 11.592.952 11.556.451 11.640.989 8.058.403 8.151.903 8.188.500 8.184.000 11.700 11.700 11.700 11.700 16.800 16.800 16.800 16.800 2.699.949 2.693.949 2.609.208 2.676.028 35.800 35.800 35.800 35.800 179.669 179.669 179.669 179.669 52.200 74.300 80.500 82.000 366.148 428.831 434.274 454.992 -23.333 -23.333 -23.333 -23.333 0 0 0 0 -23.333 -23.333
-23.333 -23.333 -51.511.493 -53.337.568 -54.534.729 -54.914.769 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 0 0 0 0 -51.371.493 -53.197.568 -54.394.729 -54.774.769 -430.000 -430.000 -430.000 -430.000 -12.666.568 -12.716.301 -12.706.400 -12.744.565 -38.274.925 -40.051.267 -41.258.329 -41.600.204 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -11.300 -9.200 -9.200 -9.200 0 0 0 0
47
3.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2025 en de begroting 2026 Jaarekening 2025 Rijlabels 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg 30.558.358 1.1 Salarissen en sociale lasten 17.415.043 2.1 Belastingen 169.245 3.5.1 Ingeleend personeel 136.630 3.5.2 Uitgeleend personeel -14.224 3.6 Huren -500 3.8 Overige goederen en diensten 9.186.369 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 708.803 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden -111.438 5.1 Rente 204.216 7.1 Mutatie reserves -151.748 7.2 Mutatie voorzieningen 285.564 7.3 Afschrijvingen 2.730.398 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie 5.515.147 1.1 Salarissen en sociale lasten 4.000.158 3.5.1 Ingeleend personeel 26.674 3.5.2 Uitgeleend personeel -62.059 3.8 Overige goederen en diensten 1.080.610 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 418.588 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 251.544 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden -110.082 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie -36.387 5.1 Rente 1.173 7.1 Mutatie reserves -91.144 7.2 Mutatie voorzieningen 13.813 7.3 Afschrijvingen 22.261 3 Overhead / bedrijfsvoering 10.916.250 1.1 Salarissen en sociale lasten 7.113.044 2.1 Belastingen 2.164 3.5.1 Ingeleend personeel 243.277 3.5.2 Uitgeleend personeel -4.189 3.6 Huren -23.334 3.8 Overige goederen en diensten 2.307.671 4.3.1 Inkomensoverdrachten -
Rijk 122.983 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 744.863 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 34.239 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 97.889 5.1 Rente -116.224 7.2 Mutatie voorzieningen 70.673 7.3 Afschrijvingen 323.193 4 Algemene dekkingsmiddelen -47.108.397 1.1 Salarissen en sociale lasten 0 3.8 Overige goederen en diensten 0 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk -10.378.644 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten -36.729.753 5 Onvoorzien 0 3.8 Overige goederen en diensten 0 Resultaat -118.642 *) De jaarrekening 2025 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Begroting 2026 na 1e wijz
Begroting 2027
29.836.023 17.627.568 174.600 0 0 0 7.880.261 736.400 59.000 464.100 -85.600 0 2.979.694 6.579.322 4.234.290 34.000 -54.500 2.407.262 -200.000 294.000 11.400 -100.700 4.800 -90.338 0 39.108 11.007.392 7.680.920 11.400 16.500 0 0 2.678.222 0 0 35.000 175.800 43.400 0 366.150 -47.472.737 -140.000 0 -10.742.179 -36.590.558 50.000 50.000 0
31.872.551 18.512.074 178.400 0 0 -500 7.876.357 760.205 63.772 760.100 -11.300 0 3.733.443 8.191.606 5.200.800 34.000 -57.100 2.676.546 0 302.800 -16.510 -6.400 13.100 0 0 44.370 11.397.336 8.058.403 11.700 16.800 0 0 2.676.616 0 0 35.800 179.669 52.200 0 366.148 -51.511.493 -140.000 -430.000 -12.666.568 -38.274.925 50.000 50.000 0
48
3.2.5 Incidentele lasten en baten per programma In 2027 en verder is er sprake van een structureel sluitende begroting. Het overzicht incidentele lasten en baten geeft normaal gesproken inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten. Incidentele lasten en baten 2027-2030 Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen Baten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.8 Overige goederen en diensten Baten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4 Algemene dekkingsmiddelen Baten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 3.8 Overige
goederen en diensten Mutatie reserves 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Resultaat
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 189.967 129.810 22.987 -9.412 161.100 103.143 -3.680 -36.079 236.100 178.143 71.320 38.921 234.000 104.850 0 0 0 0 0 0 0 73.293 71.320 38.921 2.100 0 0 0 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 2.400 0 0 0 8.800 0 0 0 4.400 0 0 0 4.400 0 0 0 -6.400 0 0 0 0 0 0 0 -6.400 0 0 0 24.570 24.770 -23.333 -23.333 47.903 48.103 0 0 47.903 48.103 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -23.333 -23.333 -23.333 -23.333 0 0 0 0 -23.333 -23.333 -23.333 -23.333 -48.103 -48.103 0 0 -48.103 -48.103 0 0 -48.103 -48.103 0 0 0 0 0 0 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -2.100 0 0 0 -2.100 0 0 0 -2.100 0 0 0 -2.100 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 187.867 129.810 22.987 -9.412
In paragraaf 3.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de (incidentele) projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd (€ 2.100). Voor de investeringen wordt verwezen naar paragraaf 3.3.4 Investeringsplan 2026 t/m 2030. Andere incidentele lasten en baten worden hieronder toegelicht:
49
Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Bovenformatieve medewerkers Twee medewerkers zijn tot aan hun pensioen in 2028 herplaatst binnen de organisatie op passend werk (bovenformatief). Bijdrage tunneltraining Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2026 de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Onderhoud (brandweer)materiaal en -materieel Planmatige vervanging van activa leidt naar verwachting op termijn tot lagere onderhoudskosten, maar kost tijd (overbrugging). Zie ook paragraaf 2.2.1 Onderhoud kapitaalgoederen. Programma Voorbereide crisisorganisatie Europees project FIER Personeel wordt ingezet voor het Europees project ‘FIER’. Bijdrage project FIER Het betreft in 2026 en 2027 de bijdrage van de Europese Unie voor project FIER (€ 100.700). Veiligheidsregio Zeeland is partner binnen het Interreg Northsea project FIER: Flooding, Infrastructure, Evacuation and Resilience. De reden om hierin te participeren ligt in de noodzaak om ons als crisisorganisatie beter voor te bereiden op de gevolgen van overstromingen.
Vanuit het Interreg Northsea krijgt VRZ 60% cofinanciering voor de projectkosten vanuit de Europese Unie. Het project loopt t/m 2027. Overhead / bedrijfsvoering PTSS Voor het uitvoeren van de landelijke regeling rondom PTSS is tijdelijk geld beschikbaar gesteld door het Rijk t/m 2028 voor € 48.103. Hiervoor wordt personeel aangetrokken. Europees project FIER Personeel wordt ingezet voor het Europees project ‘FIER’. Samenwerking VRZ-GGD-RUD Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2026 de bijdrage van GGD en RUD aan de samenwerkingsruimte op de Segeerssingel in Middelburg (€ 23.333). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt ombuigingen te realiseren. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
50
Deel 3.3: Uiteenzetting financiële positie 3.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2025 t/m 2030 Activa Omschrijving
Eind 2025
Eind 2026
Eind 2027
Eind 2028
Eind 2029
Eind 2030
Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen
22.499.825 0 0
22.499.825 17.657.720 -3.384.952
36.772.593 25.640.949 -4.143.961
58.269.581 15.755.874 -5.278.895
68.746.560 9.380.227 -6.215.515
71.911.272 1.444.650 -6.555.369
Totaal vaste activa
22.499.825
36.772.593
58.269.581
68.746.560
71.911.272
66.800.553
Vlottende activa Uitzettingen (<1 jr.)
6.937.975
6.937.975
6.937.975
6.937.975
6.937.975
6.937.975
Activa Vaste activa
Verwachte mutatie Overige overlopende activa Liquide middelen
0 -10.737.923 -11.019.091 -11.306.722 -11.640.908 -11.323.193 663.086 663.086 663.086 663.086 663.086 663.086 5.416 5.416 5.416 5.416 5.416 5.416
Totaal vlottende activa
7.606.477
-3.131.446
-3.412.614
-3.700.245
-4.034.431
-3.716.716
Totaal activa
30.106.302
33.641.147
54.856.967
65.046.315
67.876.841
63.083.837
51
Passiva Omschrijving
Eind 2025
Eind 2026
Eind 2027
Eind 2028
Eind 2029
Eind 2030
900.343 118.641
1.018.984
1.018.984
1.018.984
1.018.984
1.018.984
574.373 0
574.373 -431.351
143.022 -9.200
133.822 -9.200
124.622 -9.200
115.422 -9.200
Subtotaal eigen vermogen
1.593.357
1.162.006
1.152.806
1.143.606
1.134.406
1.125.206
Voorzieningen Vaste schulden (>1 jr) Aflossing vaste schulden (> 1jr.) Financieringsbehoefte Aflossing financieringsbehoefte Subtotaal vreemd vermogen
1.540.002 18.272.706 0 0 0 19.812.708
1.540.002 18.272.706 -1.833.804 5.800.000 0 23.778.904
1.540.002 22.238.902 -1.833.804 23.400.000 -341.176 45.003.924
1.540.002 43.463.922 -1.833.804 13.750.000 -1.717.647 55.202.472
1.540.002 53.662.470 -1.833.804 7.200.000 -2.526.471 58.042.198
1.540.002 56.502.196 -1.833.804 0 -2.950.000 53.258.394
Totaal vaste passiva
21.406.065
24.940.910
46.156.730
56.346.078
59.176.604
54.383.600
4.944.661 3.739.151
4.944.661 3.739.151
4.944.661 3.739.151
4.944.661 3.739.151
4.944.661 3.739.151
4.944.661 3.739.151
16.425
16.425
16.425
16.425
16.425
16.425
Totaal vlottende passiva
8.700.237
8.700.237
8.700.237
8.700.237
8.700.237
8.700.237
Totaal passiva
30.106.302
33.641.147
54.856.967
65.046.315
67.876.841
63.083.837
Passiva Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten Onttrekkingen Bestemmingsreserves Onttrekkingen
Vlottende passiva Netto vlottende schulden (< 1jr.) Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva
*) de jaarrekening 2025 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Toelichting De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.3.4. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 22,5 mln. eind 2025 naar circa € 71,9 mln. eind 2030. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 18,3 mln. eind 2025 naar circa € 56,5 mln. eind 2030. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2025 nog ca. € 6,5 mln. beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3.
52
3.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo Omschrijving
2026 x € 1000,-
2027 x € 1000,-
2029 x € 1000,-
2030 x € 1000,-
Volgens begroting 2026
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
2028 x € 1000,-
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-176
-11
-9
-9
-9
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
15.415
21.497
10.477
3.165
-5.111
3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -15.591
-21.508
-10.486
-3.174
5.102
Berekend EMU-saldo
53
3.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2026 t/m 2030 Algemene reserve Begroting 2026-2030 B2026 Algemene reserve Saldo aan het begin van het jaar Toevoegingen Resultaat *)
€ 900.428 €0
Onttrekkingen Professionalisering inkoopfunctie VRZ Implementatie laatste modules McMain
€0
Nog te wijzigen
B2026 Totaal
€ 118.642 € 118.642
€ 118.642 € 118.642
€0
€0
€0
€0
€ 52.188 € 27.970 € 24.218
€ 52.188 € 27.970 € 24.218
€0
€0
€0
€0
€ 966.882
€ 966.882
€ 966.882
€ 966.882
€ 966.882
B2029
B2030
Saldo aan het eind van het jaar Totaal algemene reserve
B2027
B2028
B2029
B2030
*) De jaarrekening 2025 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Bestemmingsreserves B2026
Reserve Meldkamer Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Frictiekosten: woon-werkvekeer BoZ Frictiekosten: meerjarige kwaliteitsslag OCB incl procesaansluitingen brw.
€ 149.003 € 6.400 € 6.400
Nog te wijzigen
€ 140.503 € 140.503
Saldo aan het eind van het jaar
B2026
Reserve uitgestelde activiteiten Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Kwaliteitsslag riscobeheersing / Invoering omgevingswet
€ 23.974 €0
Nog te wijzigen
€ 23.974 € 23.974
Saldo aan het eind van het jaar
B2026
Reserve Maritieme Veiligheid Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Maritieme Veiligheid Algemeen Maritieme Veiligheid Vakbekwaamheid
€ 251.274 € 160.338 € 90.338 € 70.000
Nog te wijzigen
€ 90.936 € 33.856 € 57.080
Saldo aan het eind van het jaar
B2026
Reserve dekking afschrijving Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Stromenweg Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Borssele
150.120 € 9.200 € 5.600 € 3.600
Nog te wijzigen
€0
Saldo aan het eind van het jaar
Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal
€ 146.903 € 6.400 € 140.503
€ 2.100 € 2.100
€0
€0
€0
€ 2.100
€0
€0
€0
€0
Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal
B2029
B2030
€ 23.974 € 23.974
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal
B2029
B2030
€ 251.274 € 124.194 € 127.080
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal
B2029
B2030
€ 9.200 € 5.600 € 3.600
€ 9.200 € 5.600 € 3.600
€ 9.200 € 5.600 € 3.600
€ 9.200 € 5.600 € 3.600
€ 9.200 € 5.600 € 3.600
140.920
131.720
122.520
113.320
104.120
Totaal bestemmingsreserves aan het begin van het jaar Totaal toevoegingen bestemmingsreserves Totaal onttrekkingen bestemmingsreserves Totaal bestemmingsreserves aan het eind van het jaar
€ 574.372 €0 € 175.938 € 398.434
€0 € 255.413
€ 574.372 €0 € 431.351 € 143.021
€ 143.021 €0 € 11.300 € 131.721
€ 131.721 €0 € 9.200 € 122.521
€ 122.521 €0 € 9.200 € 113.321
€ 113.321 €0 € 9.200 € 104.121
Totaal reserves aan het begin van het jaar Totaal toevoegingen reserves Totaal onttrekkingen reserves Totaal reserves aan het eind van het jaar
€ 1.474.800 €0 € 175.938 € 1.298.862
€ 118.642 € 307.601
€ 1.474.800 € 118.642 € 483.539 € 991.261
€ 991.261 €0 € 11.300 € 979.961
€ 979.961 €0 € 9.200 € 970.761
€ 970.761 €0 € 9.200 € 961.561
€ 961.561 €0 € 9.200 € 952.361
54
Specificatie van de onttrekkingen aan de reserves in 2027 en verder Reserve Meldkamer (Operationeel Centrum Brandweer, OCB) Reiskosten woon-werkverkeer (incidenteel) Er is sprake van tijdelijke reiskosten woon-werkverkeer in de periode 2020-2027. De komende jaren kan hierdoor nog sprake zijn van hogere kosten. Meerjarige kwaliteitsslag meldkamer incl. procesaansluitingen VRZ (incidenteel) Ter voorbereiding op de ontvlechting van de meldkamerfunctie binnen de VRZ en het samen met VR MWB vormgeven van een nieuwe meldkamer is een bestemmingsreserve gecreëerd. Het einddoel is nog niet bereikt. Processen moeten verder worden geoptimaliseerd en in gezamenlijkheid worden ingeregeld, samenwerking moet worden verbeterd en veel aspecten op inhoudelijk vlak vragen om verdieping. Reserve Maritieme veiligheid De reserve maritieme veiligheid is bedoeld voor: a. Het herijken van de positie van VRZ binnen het domein Maritieme Veiligheid Zeeland, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de ontwikkelingen in de maritieme sector, met name op de Westerschelde en welke rol een Veiligheidsregio hierin heeft. b. Het inhalen van achterstand in opleidingen. c. Het verbeteren van kwaliteit om te voldoen aan (inter)nationale standaarden zowel op het gebied van planvorming als op het gebied van vakbekwaamheid. De verwachting is dat deze reserve in 2026 volledig wordt besteed.
In 2027 zijn geen onttrekkingen meer voorzien. Eind 2026 zal beoordeeld worden of de geplande activiteiten zijn uitgevoerd binnen de termijn. Reserve Dekking afschrijving De kazernes Middelburg Stromenweg (€ 140.000) en Borssele (€ 90.000) zijn verbouwd, samen voor circa € 230.000. De afschrijvingslasten van € 9.200 per jaar worden uit deze reserve gedekt.
55
3.3.4 Investeringsplan 2026 t/m 2030 Beleid, afschrijvingstermijnen en vervanging VRZ houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de Nota activeren, waarderen en afschrijven van VRZ. Er is een onderscheid tussen investeringen met economisch nut en maatschappelijk nut. Alle investeringen van VRZ zijn van economisch nut. Op het investeringsplan staan alleen vervangingsinvesteringen en geen uitbreidingsinvesteringen, tenzij hiertoe is besloten. Het is moeilijk om vooraf de exacte technische levensduur van een kapitaalgoed te voorspellen, zeker wanneer dit een langere periode dan tien jaar bedraagt. Wanneer er na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in relatie staan tot de restwaarde, moet er vroegtijdig worden afgestoten en vervangen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat er vervangen moet worden, terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en er geen noemenswaardige problemen zijn. In deze situaties kan de vervanging worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid.
Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien, gebaseerd op de vastgestelde (maximale) afschrijvingstermijnen om zo de operationele sterkte op peil te houden. Vervolgens is gekeken of de technische levensduur van activa langer kan zijn dan de economische levensduur en of daarmee investeringen kunnen worden doorgeschoven. Vervolgens is het plan doorgelopen op de haalbaarheid van de planning. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen binnen de brandweer gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat echter vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. De komende jaren komt er een piek aan te vervangen (brandweer)voertuigen en -materiaal aan. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de slagkracht van brandweer. Oplopende kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen De laatste meerjarige investeringsbegroting is vastgesteld in de programmabegroting 2026. De verwachting in de begroting 2026 was toen dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 7,8 mln. zouden stabiliseren (prijsniveau 2026 en een rekenrente van 3,5% voor de financieringsbehoefte). De actuele prognose is dat de kapitaallasten zich zullen stabiliseren rond de € 8,2 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door de VZG-indexatierichtlijn van 2,2%.