D24.642063 Behoeftepeiling Minimabeleid 2023 - Bevelandse gemeenten - versie 1.0
Tekst van het document
BEHOEFTEPEILING MINIMABELEID 2023 BEVELANDSE GEMEENTEN
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Behoeftepeiling minimabeleid 2023 Een onderzoek naar de ervaringen en behoeften van inwoners omtrent minimaregelingen in de Bevelandse gemeenten.
Colofon Opdrachtgever GR de Bevelanden Datum Mei 2023 Auteurs Michelle Ellens Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 Contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..
1
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 2 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 Samenvatting................................................................................................................................. 5 1. Kennis en gebruik van de regelingen ........................................................................................ 7 1.1. Regelingen voor volwassenen ............................................................................................ 7 1.2. Regelingen voor kinderen ................................................................................................. 12 2. Informatievoorziening .............................................................................................................. 16 3. Financiële situatie .................................................................................................................... 18 4. Energie .................................................................................................................................... 19 5.
Zorgkosten............................................................................................................................... 20 6. Adviezen en opmerkingen van respondenten ......................................................................... 23 Bijlage 1. Uitsplitsing naar gemeente .......................................................................................... 28 Bijlage 2. Uitsplitsing naar leeftijdsgroep .................................................................................... 32 Bijlage 3. Kenmerken respondenten ........................................................................................... 33
2
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare inwoners de verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. In de Bevelandse gemeenten is het minimabeleid een relevant thema en een constant aandachtspunt. De Bevelandse gemeenten 1 willen het huidige minimabeleid en het aanbod aan minimaregelingen evalueren. KWIZ voert daarom een evaluatie uit aan de hand van een beleidsanalyse, de omvang en kenmerken van de minimapopulatie, inkomens effectrapportage, gesprekken met ketenpartners en een behoeftepeiling onder de minimadoelgroep. Ook landelijke ontwikkelingen maken een evaluatie van het minimabeleid wenselijk, zoals bijvoorbeeld de, bestaanszekerheid, energiearmoede, de toenemende inflatie en de toestroom van statushouders. De Bevelandse gemeenten willen evalueren in hoeverre het huidige aanbod aansluit bij de behoeften van de minimadoelgroep. In dit deelonderzoek staan de ervaringen en behoeften van de minimadoelgroep centraal door de enquêteresultaten van de behoeftepeiling weer te geven. Een samenvatting van deze resultaten is weergegeven in de integrale onderzoeksrapportage 2.
Opzet van het onderzoek In de enquête stonden de volgende thema’s centraal: • Kennis en gebruik van de regelingen voor volwassenen en kinderen; • Informatievoorziening; • Financiële situatie; • Energie; • Zorgkosten; • Adviezen en opmerkingen van de respondenten. Doelgroep De doelgroep bestaat uit 1.595 huishoudens in de Bevelandse gemeenten die in het afgelopen jaar (2022) een bijstandsuitkering hadden en/of gebruik hebben gemaakt van een of meerdere minimaregelingen. De vragenlijst is in februari 2023 verstuurd. Het aantal verstuurde vragenlijsten verschilt per gemeente. In onderstaande tabel is een overzicht van de aantallen weergegeven. Tabel 1.1.1 Verstuurde enquêtes naar gemeente Gemeente Aantal verstuurde enquêtes Goes 835 Borsele 270 Kapelle 113 Reimerswaal 266 Noord-Beveland 110 Respons In totaal hebben 316 respondenten de enquête ingevuld (269 op papier en 47 online). Dat brengt de respons op 20 procent. De respons is voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep met een betrouwbaarheid van 95 procent 3 . De resultaten zijn betrouwbaar en representatief voor de doelgroep in de Bevelandse gemeenten, maar de respons per gemeente 1
De gemeenten Goes, Kapelle, Borsele, Reimerswaal en Noord-Beveland hebben de uitvoering van de taken voor de Participatiewet belegd bij GR de Bevelanden (kortweg: GR). De GR voert ook de minimaregelingen uit. 2 Voor de resultaten van de overige deelonderzoeken verwijzen we u graag naar de integrale onderzoeksrapportage. 3 Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen met een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent moet de respons bestaan uit minstens 310 respondenten.
3
GR De Bevelanden
Versie 0.1
is niet voldoende om betrouwbare uitspraken te doen over de doelgroep in de afzonderlijke gemeenten. Deze resultaten per gemeente dienen als indicatief te worden beschouwd 4. Leeswijzer Na de samenvatting waarin de belangrijkste bevindingen op een rijtje worden gezet, worden de kenmerken van de respondenten geschetst. Daarna wordt per hoofdstuk een thema uit de vragenlijst weergegeven. Het rapport wordt afgesloten met een drietal bijlagen. In de eerste bijlage staan enkele resultaten uitgesplitst weergegeven naar gemeente. De tweede bijlage laat een uitsplitsing naar leeftijdsgroepen zien. Tot slot staan de kenmerken van respondenten weergegeven in bijlage 3. De vragenlijst bestond uit vragen met verschillende antwoordmogelijkheden. Bij vragen waar ‘Geen mening/n.v.t.’ een antwoordmogelijkheid was, is ervoor gekozen om deze buiten beschouwing te laten. De genoemde percentages gaan daarom over respondenten die de vraag hebben beantwoord met bijvoorbeeld ‘Eens’, ‘Neutraal’ of ‘Oneens’. Het weglaten van deze antwoordcategorie komt de leesbaarheid en de inhoudelijke analyse ten goede.
4
Bijvoorbeeld: om betrouwbare uitspraken te doen over de doelgroep in de gemeente Goes (835 verstuurde enquêtes) zouden 264 enquêtes nodig zijn. In totaal hebben 154 respondenten uit Goes gereageerd.
4
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Samenvatting Kennis en gebruik van de regelingen voor volwassenen •
• • •
De tegemoetkoming voor energiekosten is de meest gebruikte (86 procent) en bekende (91 procent) regeling. • De collectieve zorgverzekering (82 procent) en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (82 procent) zijn tevens goed bekend. • De meerderheid van de respondenten (70 procent) gebruikt het geld van de regelingen om rekeningen te betalen. Een derde van de respondenten gebruikt het om noodzakelijke medische zorg te betalen. De meest genoemde reden voor het niet gebruiken van de minimaregelingen is dat de respondenten de regeling niet kennen (46 procent). Bijna een kwart van de respondenten mist regelingen met kortingen voor winkels, regelingen voor kleding en regelingen voor reiskosten. De helft van de respondenten zou (meer) gebruik willen maken van een kledingbank.
Kennis en gebruik van de kind regelingen •
•
• • •
17 procent van de respondenten heeft thuiswonende kinderen onder de 18 jaar. Het Declaratiefonds, het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zeeland, Stichting Leergeld en de bijzondere bijstand voor fiets, computer en indirecte schoolkosten zijn bij ongeveer 70 procent van de ouders bekend. Het Declaratiefonds wordt het meest gebruikt (63 procent). Driekwart kinderen van de respondenten worden door de kindregelingen geholpen met het lid worden van een (sport)vereniging. Bijna de helft van de ouders heeft moeite met het aanschaffen van voldoende kleding of schoenen voor hun kind(eren).
Informatievoorziening • • • •
De meest gebruikte informatiekanalen om informatie over de regelingen te verzamelen zijn via het internet (39 procent) en via een medewerker van de gemeente of van GR de Bevelanden (38 procent). Bijna een derde van de respondenten weet niet waar hij moet voor de minimaregelingen. De meerderheid van de respondenten vindt zowel GR de Bevelanden als de gemeente goed telefonisch bereikbaar. Slechts een derde van de respondenten is tevreden over de informatie op de website en in folders.
Financiële situatie • •
De meerderheid, 60 procent, kan niet iedere maand rondkomen. Van deze groep kan een kleine groep financieel niet rondkomen (14 procent) en de helft soms wel en soms niet (46 procent). Wanneer respondenten niet rond kunnen komen, dan hebben ze het meest moeite met het betalen van de basisbehoeften als (gezond) eten en wonen.
Energie • • •
Acht op de tien respondenten kunnen elke maand de energierekening betalen. Meer dan driekwart van de respondenten heeft de verwarming in de winter soms of vaak lager (of uit) staan. De meerderheid van de respondenten woont in een huurhuis van de woningbouw.
5
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Zorgkosten • Meer dan de helft van de respondenten mijdt soms of vaak zorg door niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis te gaan of geen medicatie aan te vragen wegens de hoge (verwachte) kosten. • Voornamelijk de jongere respondenten geven aan vaak of soms zorg te mijden. • Bijna de helft van de respondenten maakt gebruik van de collectieve zorgverzekering. • Vier op de tien respondenten vinden hun huidige zorgverzekering passen bij wat ze nodig hebben. • De meeste respondenten die geen gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering doen dat, omdat ze blij zijn met hun huidige verzekering. Adviezen en opmerkingen van respondenten
•
Informatie en communicatie over de minimaregelingen: respondenten zouden graag meer en duidelijkere informatie ontvangen over de minimaregelingen. Ze geven hiervoor concrete ideeën als het verstrekken van een duidelijk overzicht via post, een folder of de website. Maatwerk in de tegemoetkomingen: er zijn respondenten die aangeven dat ze vergoedingen missen of dat er niet voldoende vergoeding wordt vergeven. Dit gaat bijvoorbeeld over ziekte-, reis-, boodschappen- of energiekosten. • Aanvragen van de regelingen: respondenten benoemen dat het moeilijk is om een regeling aan te vragen of dat ze hierbij hulp (nodig) hebben. Er worden verder ideeën genoemd om het proces eenvoudiger te maken. Zo kan de taal eenvoudiger of zien inwoners graag één aanvraagformulier voor meerdere regelingen. • Tevreden over de minimaregelingen: inwoners uiten hun tevredenheid over de tegemoetkomingen en ondersteuning. • Zorg: respondenten delen hun ervaringen over de hoogte van de kosten voor (tandarts)zorg en zorgverzekeringen.
6
GR De Bevelanden
Versie 0.1
1. Kennis en gebruik van de regelingen In dit hoofdstuk staan de resultaten rondom de bekendheid en het gebruik van minimaregelingen centraal. Ook wordt aandacht besteed aan de doeleinden waaraan deze financiële middelen worden besteed.
1.1. Regelingen voor volwassenen De tegemoetkoming voor energiekosten wordt het meest gebruikt De bekendheid van de inkomensondersteunende regelingen voor volwassenen verschilt, zoals weergegeven in figuur 2.1.1. De tegemoetkoming voor energiekosten is de meest bekende en gebruikte regeling. Het Declaratiefonds is daarna de meest gebruikte regeling (61 procent). De collectieve zorgverzekering en de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen zijn de regelingen die, na de energietoeslag, het meest bekend zijn. Beide regelingen zijn bekend onder 82 procent van de respondenten. Opvallend is het aandeel respondenten dat gebruikmaakt van de individuele inkomenstoeslag. Deze regeling is alleen beschikbaar voor inwoners die langdurig zijn aangewezen op een minimuminkomen. Toch kent deze regeling een relatief hoog gebruik (54 procent) onder de respondenten. De regelingen waarbij het gebruik en de bekendheid het laagst zijn, zijn de studietoeslag en het volwassenfonds. De relatief lage bekendheid kan worden verklaard door de doelgroep van de regelingen. Zo is de studietoeslag alleen beschikbaar voor een specifieke doelgroep, namelijk studenten die als gevolg van een beperking niet voldoende kunnen bijverdienen naast hun studie. Het volwassenenfonds is alleen beschikbaar in de gemeenten Borsele en Kapelle, en ‘slechts’ een kwart van de respondenten is afkomstig uit deze gemeenten.
Figuur 1.1.1. Bekendheid en gebruik minimaregelingen (n = 167 ~ 289)
Kent en gebruikt u (of iemand uit uw gezin) de regelingen? Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Nee, en ken ik ook niet
Energietoeslag
86%
Declaratiefonds
61%
Collectieve zorgverzekering
55%
Individuele inkomenstoeslag
54%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
53%
Bijzondere bijstand
40%
Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
39%
Individuele studietoeslag Volwassenenfonds (gemeente Borsele en Kapelle)
5% 9%
4%
14% 27% 13%
7
19% 33%
29% 34%
37% 65%
85%
18% 27%
25%
31%
4% 11%
25%
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Het Volwassenenfonds Sport & Cultuur Figuur 1.1.2. Bekendheid Volwassenenfonds (n = 14 ~ 35) Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur wordt alleen in de gemeenten Borsele en Kapelle aangeboden. De helft van de respondenten in Kapelle kent het Volwassenenfonds. In Borsele gaat het om een kwart van de respondenten.
Bekendheid Volwassenenfonds 50%
23%
Borsele
Kapelle
De regelingen worden het meest gebruikt om rekeningen mee te betalen Meer dan twee derde van de respondenten (70 procent) geeft aan de financiële bijdrage vanuit de gemeentelijke regelingen te gebruiken om de rekeningen te betalen of om rond te komen. Een derde gebruikt de regelingen daarbij om noodzakelijke medische zorg te kunnen betalen (35 procent). Een kwart van de respondenten koopt er huishoudelijke apparaten of kleren van. Van de respondenten die de tegemoetkoming chronisch zieken ontvangen, heeft 61 procent aangegeven dat de regeling helpt in het krijgen van de noodzakelijke medische zorg. Bij de respondenten die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering gaat het om 54 procent. Bij de respondenten die gebruik maken van het Declaratiefonds geeft een kwart van de respondenten aan dat de regeling helpt met meedoen aan culturele activiteiten (26 procent) en dat het helpt met meedoen aan sportieve activiteiten (27 procent)5. Figuur 1.1.3. Besteding geld vanuit regelingen voor volwassenen (n = 316)
Waar helpen deze regelingen u bij? Rekeningen betalen/maandelijks rond kunnen komen
70%
De noodzakelijke medische zorg krijgen
35%
Huishoudelijke apparaten kopen
25%
Kleren kopen
24%
Meedoen aan sportieve activiteiten
21%
Meedoen aan culturele activiteiten
18%
Gezonder te leven
16%
Andere mensen ontmoeten
14%
Werken of werk zoeken/opleiding of cursus volgen
9%
Anders
15%
5 De overige respondenten gebruiken de vergoeding uit het Declaratiefonds voor andere
doeleinden.
8
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Ruim een tiende van de respondenten heeft een antwoord ingevuld bij de antwoordcategorie ‘Anders, namelijk’. Respondenten geven aan dat ze de regelingen benutten om bijvoorbeeld de energierekening, boodschappen, ziektekosten, vervoerskosten, internetabonnement en belastingen te bekostigen. Ook geeft een aantal respondenten aan dat de regelingen helpen in het ervaren van minder psychische druk. Onbekendheid met de regelingen is de voornaamste reden voor niet-gebruik Bijna de helft van de respondenten gebruikt de regelingen niet, omdat ze de regelingen niet kennen. Verder weet een kwart van de respondenten niet hoe ze regelingen moeten aanvragen of passen de regelingen niet bij hun behoeften. Een vijfde vindt het aanvragen van regelingen moeilijk. Bij de categorie ‘Anders’ geven meerdere respondenten aan dat ze niet in aanmerking komen voor de regeling(en). Ook benoemen ze dat het veel tijd kost om regelingen aan te vragen. Figuur 1.1.4. Redenen voor het niet gebruik maken van regelingen (n = 316)
Waarom gebruikt u sommige regelingen niet? Ik ken de regelingen niet
46%
Ik weet niet hoe ik de regelingen moet aanvragen
23%
Ze passen niet bij wat ik nodig heb
23%
Ik vind het aanvragen moeilijk
22%
Ik heb de regelingen niet nodig
14%
Ik wil niet dat iemand weet dat ik weinig geld heb/ik wil geen hulp vragen De financiële vergoeding van de gemeente is te laag
14% 11%
Mijn inkomen is te hoog
4%
Anders
14%
Zes op de tien respondenten mist een regeling in het aanbod Respondenten missen het vaakst een regeling voor kortingen in winkels, kleding en reiskosten (23 procent). Daarnaast mist een vijfde een noodfonds voor noodsituaties (22 procent) en een regeling voor zorgkosten (19 procent). Er is ook een groep die geen regelingen mist in het aanbod (18 procent) of het lastig vindt om dit aan te geven en het niet weet (23 procent). Het is opvallend dat een vijfde van de respondenten een regeling voor zorgkosten mist terwijl de (meeste) Bevelandse gemeenten een collectieve zorgverzekering en een tegemoetkoming voor chronisch zieken aanbieden. Er is dus ondersteuning beschikbaar voor zorgkosten. Van de respondenten die een regeling voor zorgkosten missen maakt een de meerderheid al gebruik van de collectieve zorgverzekering (56 procent) en een derde van de tegemoetkoming voor chronisch zieken (37 procent). Mogelijk is de huidige ondersteuning niet toereikend genoeg, bijvoorbeeld omdat bepaalde typen zorgkosten niet worden vergoed of omdat de zorgkosten hoger zijn dan de vergoeding. Bij de optie ‘Anders’, noemen respondenten onder andere dat ze een stadspas missen of een bedrag voor hobby’s en een vergoeding voor het verduurzamen van een huis. Ook wordt een (uitgebreidere) vergoeding voor zorgkosten gemist, bijvoorbeeld voor het eigen risico, brillen en (hoge) tandartskosten.
9
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Figuur 1.1.5. Ontbreken van budget voor verschillende doeleinden (n = 316)
Zijn er nog regelingen voor volwassenen die u mist? Ja, kortingen in winkels
23%
Ja, voor kleding
23%
Ja, voor reiskosten
23%
Ja, een noodfonds voor noodsituaties
22%
Ja, voor zorgkosten
19%
Ja, voor leuke activiteiten voor mijzelf
15%
Ja, voor sporten (bijv. kleding, spullen)
12%
Ja, voor cultuur (bijv. abonnement)
11%
Ja, voor kosten i.v.m. (het zoeken naar) werk
8%
Weet ik niet
23%
Nee
18%
Anders
7%
De helft van de respondenten zou (meer) gebruik willen maken van de Kledingbank De Kledingbank is actief in de gemeente Reimerswaal, maar ook inwoners uit de andere Bevelandse gemeenten kunnen gebruikmaken van dit aanbod. De helft van de respondenten zou (meer) gebruik willen maken van een kledingbank. Op de volgende pagina worden enkele quotes van respondenten weergegeven met betrekking tot de kledingbank. Figuur 1.1.6. Gebruik kledingbank
Zou u (meer) gebruik willen maken van een kledingbank? Ja
50%
Nee
50%
10
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Opmerkingen over de kledingbank: ‘Heel goed idee voor mensen die geen tijd hebben of de vaardigheid missen om zelf kleding te maken. Het geld en toeslagen gaat op aan de 'nodige' dingen'; plezierige dingen vallen meestal af.’ ‘Mijn taxi-pas is alleen te gebruiken voor zorg. Ik kan nooit naar de kledingbank gaan.’ ‘Ik krijg al kleding van familie en vrienden. En ook een stukje schaamte.’ ‘Kinderen groeien hard en dan is 1 keer per half jaar eigenlijk niet voldoende.’ ‘Ik heb nooit gebruik gemaakt van de kledingbank, omdat we niet wisten dat die er was en hoe we het moesten aanvragen.’ ‘Ik koop nu alles zelf bij de Kledingbank, maar ik ben veel geld kwijt aan reiskosten; Kentalis, Emergos, ADRZ, HAP, mentaal beter: alles zit in Goes. En dan stopt straks ook buslijn 27.’ ‘Ik koop nu kleding van de toeslagen en vakantiegeld die ik krijg, als ik geen rekeningen hoef te betalen voor tandartskosten of betalingsregelingen. Een fonds voor kleding of naar de kledingboetiek gaan biedt dan uitkomst.’ ‘Bij de kledingbank is weinig keus. Vaak kleding in maten 36 t/m 40 of 46 t/m 54.’ ‘Ik weet niet waar hier een Kledingbank is.’ ‘Er is een beperkt budget voor de aanschaf van kleding.’
11
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Toelichting van respondenten Respondenten hadden de mogelijkheid om hun antwoorden toe te lichten. Hieronder worden een aantal quotes weergegeven.
‘Ik wil graag begeleiding bij werk zoeken. Welke mogelijkheden zijn er? Het gaat om arbeid voor mensen die nog bezig zijn met de inburgeringscursus, en graag willen werken!’ ‘De regelingen waar ik gebruik van maak zijn voldoende.’ ‘Hoe werkt iets van een regeling voor culturele activiteiten?’ ‘Ik vind het zeer ernstig dat tandartskosten minimaal of niet vergoed worden. Een goed gebit voorkomt veel gezondheidsklachten, ook op sociaal gebied.’ ‘Vorig jaar heeft mijn wasmachine het begeven. SMWO wees mij op bijzondere bijstand. Ik heb het netjes aangevraagd. Er was veel tegenwerking van mijn contactpersoon. Deze wilde het formulier niet toesturen, en vertelde dat het werd afgewezen. Omdat ik al individuele inkomenstoeslag, declaratiefonds en de tegemoetkoming voor chronisch zieken had gekregen.’ ‘Ik vind vooral de regels voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen véél te streng. Absurd bijna. Plus de uitkering is altijd veel te laag, zeker met de inflatie. Ondanks 10 procent verhoging komt niemand hiermee rond.’ ‘Niet alle regelingen zijn zeer duidelijk uitgelegd.’ ‘Ja, bijvoorbeeld leuke activiteiten voor mezelf doe ik heel soms, omdat ik het dan zonde vind van m'n geld en het dan maar niet doe. Maar heb het wel nodig om onder de mensen te komen en contacten te maken.’ ‘Ik red mezelf goed.
Ik kreeg via de WMO een scootmobiel, daar ben ik super blij mee!’ ‘Zorgkosten veel te hoog t.o.v. uitkering, zowel per maand als eigen risico.’ ‘Ik zou graag een hogere vergoeding tandarts willen. Ik heb kronen nodig, maar ik kan het niet betalen.’
1.2. Regelingen voor kinderen Onderstaande resultaten gaan over een kleinere groep respondenten. In totaal blijken 50 respondenten (17 procent) thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar te hebben. De resultaten over de kindregelingen gaan over die doelgroep. De meerderheid van de respondenten met kinderen maakt gebruik van het Declaratiefonds Het Declaratiefonds, het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zeeland, Stichting Leergeld en de bijzondere bijstand voor fiets, computer en indirecte schoolkosten is bij ongeveer 7 op de 10 ouders bekend. Het gebruik van deze regelingen ligt meer uiteen. Het Declaratiefonds wordt het meest gebruikt (63 procent). Ook gebruikt de helft van de respondenten het Jeugdfonds Sport en
12
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Cultuur Zeeland. Er wordt minder gebruik gemaakt van Stichting Leergeld (44 procent) en de bijzondere bijstand (40 procent). Opvallend is dat de Speelgoedbank Zeeland niet wordt gebruikt door de respondenten en dat deze regeling aanzienlijk minder bekend is. Figuur 1.2.1. Bekendheid en gebruik kindregelingen (n = 40 ~ 47)
Maakt uw kind gebruik van of kent u deze regelingen? Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Declaratiefonds
Nee, en ken ik ook niet
63%
Jeugdfonds Sport en Cultuur Zeeland
10%
53%
Stichting Leergeld
44%
Bijzondere bijstand voor fiets, computer of indirecte schoolkosten
40%
Speelgoedbank Zeeland
40%
17%
27% 30%
27%
29%
27%
33% 60%
De kindregelingen helpen driekwart kinderen van de respondenten met het lid worden van een (sport)vereniging De kindregelingen helpen het meest om een lidmaatschap van een (sport)vereniging te bekostigen (74 procent). Bij de helft van de respondenten helpt het voor zwemlessen en een schoolreis of schoolkamp. Het aanschaffen van een fiets (45 procent) en een nieuw identiteitsbewijs (42 procent) worden ook veel genoemd. Bij de optie ‘Anders’, die door 8 procent van de ouders is ingevuld, wordt toegelicht dat het geld aan cadeaus of uitstapjes wordt besteed. Figuur 1.2.2. Besteding geld van kindregelingen (n = 38)
Waar helpen deze regelingen uw kind(eren) bij? Lid worden van een (sport)vereniging
74%
Zwemles volgen
50%
Meegaan op schoolreis of schoolkamp
50%
Fiets kopen
45%
Identiteitsbewijs aanschaffen
42%
Schoolbenodigheden kopen (bijv. een schooltas)
37%
Kunnen werken met een laptop
32%
Meedoen met andere kinderen
29%
Noodzakelijke kleding kopen
26%
Meedoen aan andere activiteiten waavoor een ouderbijdrage nodig is
26%
Anders
8%
13
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Bijna de helft van de respondenten kan voor hun kind(eren) niet voldoende kleding en/of schoenen kopen De kinderen van de respondenten kunnen niet alles doen, omdat sommige activiteiten of kosten te duur zijn. Bijna de helft van de respondenten geeft aan dat voldoende kleding en schoenen kopen te duur is (46 procent). Nagenoeg alle ouders die aangeven niet voldoende kleding te kunnen kopen, hebben aangegeven (meer) gebruik te willen maken van een Kledingbank. Een derde van de respondenten kunnen het lidmaatschap van hun kind voor een (sport)vereniging niet betalen (36 procent) en kan de kleding en spullen die nodig zijn voor een (sport)vereniging niet bekostigen (28 procent). Van de ouders die gebruikmaken van het Declaratiefonds en/of het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zeeland en/of Stichting Leergeld geeft de meerderheid aan dat het voor hun kind(eren) te duur is om lid te worden van een (sport)vereniging6. Bij de optie ‘Anders, die door een vijfde van de respondenten is ingevuld, wordt toegelicht dat uitjes, vakantie, schoolkosten en zwemmen (soms) te duur zijn. Figuur 1.2.3. Ontbreken van budget voor verschillende doeleinden (n = 50)
Wat kunnen uw kinderen niet doen, omdat het te duur is? Voldoende kleding/schoenen kopen
46%
Lid worden van een (sport)vereniging
36%
Kleding/spullen kopen die nodig zijn voor de (sport)vereniging
28%
Meedoen met hun vrienden
24%
Zijn/haar verjaardag vieren
22%
Naar een kinderfeestje kunnen gaan
20%
Meedoen met activiteiten op school
18%
De juiste medicijnen krijgen
14%
Voldoende groente en fruit eten
14%
Naar de tandarts of orthodontist
12%
Naar het ziekenhuis gaan
10%
Anders
20%
6 Ter illustratie, de vergoedingen die ouders kunnen ontvangen voor hun kind)eren op het
gebied van sport bestaat bijvoorbeeld uit € 250 van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, € 146 uit het Declaratiefonds (in de vergoeding van dit fonds wordt rekening gehouden met de vergoeding uit het Jeugdfonds) en bij Stichting Leergeld zijn vergoedingen mogelijk voor contributies, sportkleding en – attributen. In de jaarrekening van Stichting Leergeld is echter te zien dat verhoudingsgewijs veruit de meeste vergoedingen worden verstrekt op het gebied van onderwijs, schoolspullen, fietsen en laptops. Voor sport, cultuur en welzijn is dit aanzienlijk minder. Verder bedraagt in Goes als voorbeeld de contributie voor voetbal voor een 15-jarige € 150 per jaar, in Kapelle is dit € 195 per jaar. In theorie zou de contributie door het Jeugdfonds kunnen worden betaald en sportkleding uit het declaratiefonds, wanneer ouders op de hoogte zijn van deze mogelijkheid.
14
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Missende regelingen voor kinderen Respondenten geven de volgende antwoorden op de vraag of ze regelingen missen voor hun kind(eren).
‘Reiskosten voor activiteiten en sporten op school.’ ‘Bijles.’ ‘Mijn kind is 6 jaar en kan nog niet van alle regelingen gebruik maken. Hij zit op judo en dit helpt met zijn mogelijke ASS. Hij zou zwemmen maar dan kan hij niet meer naar de judo.’ ‘Fiets en laptop kopen.’ ‘Tijdens de zomervakantie willen de kinderen op vakantie.’ ‘Bijvoorbeeld bioscoopbezoek, uitgaan met vrienden, clubhuis Klok’uus.’ ‘Spullen voor school. Speelgoed.’
15
GR De Bevelanden
Versie 0.1
2. Informatievoorziening In dit hoofdstuk staan de verschillende informatiekanalen van de gemeente centraal, evenals een algemene beoordeling van de informatievoorziening over het minimabeleid. De meeste respondenten gebruiken het internet om informatie te komen Via het internet (39 procent) en via een medewerker van de gemeente/ GR de Bevelanden (38 procent) komen de meeste inwoners aan informatie over de minimaregelingen. Een kwart van de respondenten komt aan informatie via een hulpverlener en/of via vrienden en kennissen. Informatiekanalen die worden genoemd bij de categorie ‘Anders’ zijn via een bewindvoerder, via familie, via een brief, via de SMWO, via de televisie of via Vluchtelingenwerk. Figuur 2.1.1. Informatiekanalen Bevelandse gemeenten (n = 316)
Hoe komt u aan informatie over het minimabeleid en de regelingen? Via internet
39%
Via een medewerker van de gemeente / GR de Bevelanden
38%
Via een hulpverlener
24%
Via vrienden en kennissen
24%
Via een lokale krant of folder Via een (sport)vereniging
16% 1%
Anders
10%
De meerderheid van de respondenten vindt GR de Bevelanden telefonisch goed bereikbaar De meerderheid van de respondenten vindt zowel GR de Bevelanden als de gemeente goed telefonisch bereikbaar. Bijna de helft van de respondenten vindt het loket van GR de Bevelanden toegankelijk en snapt de informatie die hij vindt of krijgt. Vier op de tien respondenten kunnen de informatie vinden die zij zoeken en weten waar zij moeten zijn voor de minimaregelingen. Opvallend is dat bijna een derde van de respondenten niet weet waar hij moet voor de minimaregelingen. Figuur 2.1.2. Duidelijkheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van de informatie (n = 239 ~ 276)
Informatievoorziening Eens
Neutraal
Oneens
GR de Bevelanden is telefonisch goed bereikbaar
62%
28%
9%
De gemeente is telefonisch goed bereikbaar
61%
30%
9%
Het loket van GR de Bevelanden voor de minimaregelingen is toegankelijk
46%
Ik snap de informatie die ik krijg/vind
46%
37%
17%
Ik kan de informatie vinden die ik zoek
41%
43%
16%
Ik weet waar ik moet zijn voor de minimaregelingen
41%
16
46%
30%
8%
29%
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Respondenten zijn het meest tevreden over het telefonische contact GR de Bevelanden communiceert via verschillende informatiekanalen met inwoners. Respondenten uiten zich het meest tevreden over het telefonische contact; zes op de tien respondenten zijn daar positief over. Ook het persoonlijke contact wordt overwegend positief beoordeeld. Minder positief zijn respondenten over de website en de folders die ze krijgen, hier is een derde tevreden over. De helft van de respondenten staan neutraal ten opzichte van de website en de folders. Figuur 2.1.3. Tevredenheid van respondenten (n = 217 ~ 254)
Tevredenheid over informatiekanalen Tevreden
Telefonisch contact
57%
Persoonlijk contact
53%
Neutraal
Ontevreden
35% 37%
9% 10%
De website
35%
50%
15%
Folders die u krijgt
35%
50%
15%
17
GR De Bevelanden
Versie 0.1
3. Financiële situatie Dit hoofdstuk geeft de resultaten weer rondom de financiële situatie van respondenten in de Bevelandse gemeenten. Meer dan de helft van de respondenten kan (soms) niet rondkomen Vier op de tien respondenten kunnen iedere Figuur 4.1.1. Financieel rondkomen (n = 299) maand financieel rondkomen. De meerderheid, 60 procent, kan niet iedere Kunt u iedere maand maand rondkomen. Van deze groep kan rondkomen van uw geld? een kleine groep financieel niet rondkomen (14 procent) en de helft soms wel en soms Ja Soms wel, soms niet Nee niet (46 procent). De meeste respondenten hebben niet altijd voldoende budget voor basisbehoeften als wonen en (gezond) eten
14%
Van de respondenten die niet altijd voldoende budget hebben om rond te komen, geven de meeste respondenten aan vaak of soms geen geld te hebben voor gezond eten (87 procent). Ook is er vaak of soms geen geld voor basisbehoeften als wonen en eten (85 procent) en leuke dingen voor kinderen (84 procent). Driekwart van de respondenten heeft niet altijd voldoende geld voor schoolactiviteiten voor kinderen, goede gezondheidszorg en schoolspullen voor kinderen.
40%
46%
Figuur 1.4.2. Ontbreken van budget voor verschillende uitgaves (n = 28 ~ 151)
Heeft u wel eens te weinig geld voor… Ja, vaak
Ja, soms
Gezond eten
Nee, (bijna) nooit
26%
Basisbehoeften, zoals wonen en eten
15%
Leuke dingen voor mijn kinderen, zoals naar een feestje of lid worden van een (sport)vereniging
61%
12%
70%
31%
15%
53%
16%
Activiteiten op school, waardoor mijn kinderen niet aan alles mee kunnen doen
24%
52%
24%
Goede gezondheidszorg
26%
49%
25%
Schoolspullen voor mijn kind
25%
50%
25%
Het betalen van de energierekening
29%
41%
30%
Lesgeld
29%
18
29%
43%
GR De Bevelanden
Versie 0.1
4. Energie In dit hoofdstuk staat de energiesituatie van respondenten en bijbehorende kosten centraal. Ruim 80 procent kan elke maand de energierekening betalen Negen op de tien respondenten weten hoeveel energiekosten er per maand betaald moeten worden. Bijna 10 procent van de respondenten weet dit niet. Verder lukt het ruim 80 procent van de respondenten om de energierekening iedere maand te betalen. Een vijfde van de respondenten kan dit niet. Van de respondenten die maandelijks de energierekening kunnen betalen, maakt 89 procent gebruik van de energietoeslag. Tegelijkertijd maakt van de groep respondenten die de energierekening niet elke maand kan betalen, ook de grote meerderheid gebruik van de energietoeslag. Figuur 4.1.1. Energierekening (n = 292 – 306)
Energierekening Ja
Nee
91%
82%
18%
9%
Weet u hoeveel u per maand aan energie (gas en stroom) betaald?
Kunt u de energierekening iedere maand betalen?
De meerderheid heeft de verwarming lager of uit in de winter Meer dan driekwart van de respondenten heeft de verwarming in de winter vaak of soms lager (of uit) staan. Slechts 7 procent geeft aan dit niet te doen. Ook woont de meerderheid van de respondenten in huurhuis van de woningbouw. Een kleiner aandeel van de respondenten woont in een koophuis (14 procent) of een huurhuis van een particuliere verhuurder (5 procent). Figuur 5.1.2. Verwarming lager (n = 301)
Figuur 5.1.3. Type huis (n = 302)
Zet u de verwarming wel eens lager (of uit) in de winter?
In wat voor huis woont u?
Ja, vaak
Koophuis
Ja, soms
Huurhuis van de woningbouw Huurhuis van een particuliere verhuurder
Nee, (bijna) nooit
7%
14% 5%
28% 65% 81%
19
GR De Bevelanden
Versie 0.1
5. Zorgkosten Dit hoofdstuk geeft de resultaten weer rondom de ervaringen van inwoners met zorgkosten. Zes op de tien respondenten mijden (soms) medische zorg, omdat het te duur is Opvallend is dat meer dan de helft van de respondenten soms of zelfs vaak zorg mijdt door niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis te gaan of geen medicatie aan te vragen wegens de hoge (verwachte) kosten. Van de groep die aangeeft soms of zelfs vaak zorg te mijden, maakt ongeveer de helft gebruik van de collectieve zorgverzekering. 39 procent zegt verder geen zorg te mijden. Voornamelijk de jongere respondenten geven aan vaak of soms zorg te mijden, zie bijlage 2. Bijna de helft van de respondenten maakt gebruik van de collectieve zorgverzekering Bijna de helft van de respondenten gebruikt de collectieve zorgverzekering (45 procent) en vier op de tien respondenten maken er geen gebruik van (42 procent). Een tiende van de respondenten is niet op de hoogte van de zorgverzekering waar zij gebruik van maken. Figuur 6.1.2. Mijden van medische zorg en gebruik collectieve zorgverzekering (n = 305)
Maakt u gebruik van de collectieve zorgverzekering van de gemeente en CZ?
Komt het wel eens voor dat u geen medicijnen vraagt of niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis gaat omdat het te duur is? Ja, vaak
Soms
Ja
Nee
Ik weet het niet
Nee, nooit
13% 39%
25%
45% 42%
36%
20
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Een derde van de respondenten vindt dat hun huidige zorgverzekeringspakket te weinig vergoedt Vier op de tien respondenten vinden hun huidige zorgverzekering past bij wat ze nodig hebben. Een derde vindt dat het huidige pakket te weinig vergoedt. Slechts enkelen vinden dat het huidige pakket te veel vergoedt (1 procent). Figuur 6.1.3. Passende zorgverzekering (n = 308)
Past uw zorgverzekering bij wat u nodig heeft? Ja, dit is precies goed
Nee, het pakket vergoedt te weinig
Dat weet ik niet
Nee, het pakket vergoedt te veel 1%
26% 41%
32%
Bijna de helft van de respondenten die geen gebruikmaakt van de collectieve zorgverzekering, is blij met zijn huidige zorgverzekering Bijna de helft van de respondenten is blij met zijn huidige zorgverzekering en kiest daarom niet voor de collectieve zorgverzekering. Verder vindt een vijfde de collectieve zorgverzekering te duur. Het overstappen naar een collectieve zorgverzekering vindt 17 procent van de respondenten te veel moeite kosten en 14 procent vindt dit te moeilijk. Een tiende deel van de respondenten kan niet overstappen naar een andere verzekering. Redenen die hiervoor worden genoemd zijn: een betalingsachterstand of schulden bij de huidige verzekering, bang zijn dat de huidige behandeling niet meer vergoed wordt of een te hoog eigen vermogen hebben.
21
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Figuur 6.1.4. Redenen voor het niet gebruik maken van de collectieve zorgverzekering (n = 168)7
Waarom maakt u geen gebruik van de collectieve zorgverzekering? Ik ben blij met mijn zorgverzekering die ik nu heb
46%
Ik vind het te duur
19%
Ik vind overstappen naar een andere zorgverzekering te veel moeite
17%
Ik vind overstappen naar een andere zorgverzekering te moeilijk
14%
Ik kan niet overstappen naar een andere zorgverzekering
13%
Het pakket van de collectieve zorgverzekering past niet bij wat ik nodig heb
6%
Een meerderheid geeft de voorkeur aan de collectieve zorgverzekering van de gemeente
Steeds meer gemeenten bieden ondersteuning aan bij het zoeken en kiezen van een passende zorgverzekering, afgestemd op de persoonlijke zorgvraag van inwoners. Deze ondersteuning kan in plaats van een collectieve zorgverzekering worden aangeboden, maar kan ook naast de collectieve zorgverzekering bestaan. In de Bevelands gemeenten geeft de helft van de respondenten de voorkeur aan het gebruiken van de collectieve zorgverzekering bij de gemeente (54 procent). Een tiende van de respondenten heeft als voorkeur dat ze hulp krijgen bij het zoeken naar een geschikte zorgverzekering. Een derde wil het liefst gebruik maken van een zelfgekozen zorgverzekering. Figuur 6.1.5. Voorkeuren voor zorgverzekering (n = 294)
Waar gaat uw voorkeur naar uit? Gebruik van de collectieve zorgverzekering bij de gemeente Hulp bij het zoeken naar een geschikte zorgverzekering Gebruik van een zelf gekozen zorgverzekering
36% 54% 10%
7 De antwoorden van de respondenten die hebben aangegeven geen gebruik te maken van de collectieve
zorgverzekering of dit niet wisten, zijn in deze vraag geanalyseerd. Respondenten die wel gebruik maken van de collectieve zorgverzekering zijn buiten beschouwing gelaten.
22
GR De Bevelanden
Versie 0.1
6. Adviezen en opmerkingen van respondenten Aan het einde van de vragenlijst kregen respondenten de gelegenheid om adviezen en opmerkingen te geven voor het minimabeleid van de gemeente. De adviezen en opmerkingen zijn in te delen in een aantal categorieën. Deze worden in dit hoofdstuk beschreven en met quotes toegelicht. Een opmerking of advies van een respondent kan bij meerdere categorieën zijn ingedeeld. Informatie en communicatie over de minimaregelingen 35 respondenten geven een tip of opmerking met betrekking tot de informatie en communicatie over minimaregelingen. Meerdere respondenten zouden graag een duidelijk overzicht willen van de minimaregelingen die de gemeente biedt, met informatie over wanneer inwoners recht hebben op welke regeling en waar men dit kan aanvragen. Verschillende opties voor het verstrekken van deze informatie worden gegeven: via de post, in een folder, een gids of op de website. Veel respondenten geven aan niet te weten welke minimaregelingen de Bevelandse gemeenten aanbieden.
‘Een brief sturen met alle opties die mensen hebben en hoe ze het kunnen aanvragen en eventuele hulp aanbieden.’ ‘Het zou prettig zijn aan het begin van elk nieuw kalenderjaar geïnformeerd te worden over de hoogte van de uitkering en de mogelijke tegemoetkomingen of om dit duidelijk op de website te kunnen lezen. Nu nog te veel gepuzzel, niet iedereen krijgt dat voor elkaar. Bedankt voor deze mogelijkheid om een mening te geven!’ ‘I wish someone would explain to me what I'm entitled to - I have no idea!’ ‘Maak het makkelijker voor mensen om te weten waarop ze recht hebben en hoe ze dat kunnen aanvragen. Liever te veel dan te weinig informatie/voorlichting.’ ‘Meer begeleiding naar de mogelijkheden bij de regelingen die er zijn. Vaak zijn de mensen onwetend. Vooral de ouderen en de mensen zonder computers.’ ‘Minder moeilijke taal in gesprekken, brieven en website.’ ‘Ik ben redelijk thuis op het Internet, maar ik denk dat er nog vele mensen zijn die niet over het bestaan van het minimabeleid weten of überhaupt van de website van GR De Bevelanden.’
Maatwerk in de tegemoetkomingen 28 respondenten hebben opmerkingen of adviezen gegeven over maatwerk in de hoogte en de dekking van de tegemoetkoming. Er zijn respondenten die aangeven dat ze vergoedingen missen of dat er niet voldoende vergoeding wordt vergeven. Ook delen respondenten hun ervaringen over het net buiten de boot vallen bij minimaregelingen. Respondenten schetsen de situaties waarin ze zitten en benoemen wat ze graag zouden willen zien.
23
GR De Bevelanden
Versie 0.1
‘Dat er ook wordt gekeken naar mensen van mijn leeftijd (46-65 jaar). Eventueel meer vergoedingen bij ziekte en fysieke klachten.’ ‘Betere inflatiecorrectie. Gezond eten betaalbaar maken.’ ‘In meer situaties bijzondere bijstand toekennen. Bijvoorbeeld reiskosten als je naar een ziekenhuis moet. Ik kon niet met de bus, van de gemeente moest ik 10 dagen lang elke dag een taxi bellen. Maar dat kan natuurlijk niet als je in de bijstand zit en al haast niet rond kunt komen. Dit advies heeft me erg gekwetst. ‘Nou gaat u dan maar fietsen.’ Dat kon ik dus niet, vandaar dat ik belde voor hulp. Uiteindelijk heeft iemand die zelf erg ziek is haar eigen medische afspraken verzet om mij in het ziekenhuis te krijgen!’ ‘Voor ouderen is het belangrijk om een goed vervoersmiddel te hebben, denk ik aan een goede fiets op zo'n leeftijd.’ ‘Ja, meer persoonlijk kijken per situatie en daarmee voldoen aan wat nodig is, voor basisbehoefte, gezondheid en voorzieningen/hulpmiddelen. Er wordt te snel beoordeeld dat je bijvoorbeeld een laptop of accu van fiets zelf kunt en moet financieren met de individuele inkomenstoeslag en de chronisch ziekentoeslag. Terwijl deze regelingen net wat kosten dekken op jaarbasis zoals eigen risico van de zorgverzekering en basisbehoeftes. (…) De energietoeslag komt te laat voor 2023. Ik zit in de kou (max 16.5 graad).
Dit alles zorgt voor extra fysieke en mentale ongemakken. Ik ervaar daardoor zelfs depressie. Gelukkig weet ik er mee om te gaan maar het is schrijnend als je afhankelijk bent van uitkering. Echt meedoen met het leven op gezonde wijze is niet te doen meer. Gezond eten (groente/fruit) is ook niet meer te betalen.’ ‘Eventueel een kledingfonds. Met een bepaald bedrag te besteden aan kleding.’ ‘De vermogenstoets uit alle regelingen halen, omdat ik een eigen huis heb val ik buiten bijna alle regelingen.’
Aanvragen van de regelingen Zestien respondenten hebben adviezen en opmerkingen gegeven over het aanvragen van de regelingen. De respondenten benoemen dat het moeilijk is om een regeling aan te vragen of dat ze hierbij hulp (nodig) hebben. Er worden verder ideeën genoemd om het proces eenvoudiger te maken.
24
GR De Bevelanden
Versie 0.1
‘De woorden die gebruikt worden, zijn vaak moeilijk. Het zou fijn zijn als het aanvragen allemaal digitaal kan en ook de documenten digitaal kan insturen.’ ‘Graag hulp bij het lezen en begrijpen van jullie formulieren.’ ‘Het jaarlijks invullen van alle minimaregelingen, terwijl er niks is veranderd in mijn situatie, vind ik altijd zo een werk en gedoe. Is ook nogal wat om elk jaar iemand te vragen om mee te helpen bij het invullen van al je gegevens.’ ‘Ik vond de aanvraag energietoeslag te moeilijk. Zonder hulp van familie was dat niet gelukt. Ik heb geen computer of iPhone.’ ‘Jammer dat Sabewa jaarlijks mijn chronisch zieken uitkering meerekent. Ik moet elke keer weer bezwaar maken.’ ‘Maak één aanvraagformulier voor alle regelingen en trek alles recht met elkaar m.b.t. één inleverdatum.’ ‘Zou makkelijker moeten worden hoe je regelingen aanvraagt, bijvoorbeeld digitaal.’ Tevreden over de minimaregelingen Elf respondenten hebben aangegeven blij, dankbaar of tevreden te zijn met de hulp of ondersteuning die zij hebben ontvangen vanuit de Bevelandse gemeenten. Er zijn respondenten die specifiek blij zijn met het bedrag dat zij ontvangen, omdat dit hun helpt om rond te komen. Andere respondenten uiten hun tevredenheid over de manier waarop zij zijn geholpen door de medewerkers van de gemeente.
‘Ben erg blij met de tegemoetkomingen, ik zou het anders niet redden.’ ‘Ik heb goede ervaringen met de gemeente Goes. Voor mij is het beleid prima!’ ‘U doet goed werk, hou vol!’ ‘Ik vind het goed dat mensen met een laag inkomen geholpen worden.’ ‘Blij met de hulp van SMWO.’
Zorg Negen respondenten delen hun ervaringen over de hoogte van de zorg(verzekerings)kosten. Respondenten vinden de bedragen van de (tandarts)zorg en zorgverzekering te duur om te betalen.
25
GR De Bevelanden
Versie 0.1
‘Doordat je extra zorgkosten maakt en niet onder chronisch valt kan je nergens deze kosten declareren.’ ‘Graag een noodfonds voor medische of tandartskosten die buiten de verzekering vallen.’’ ‘Ik zou graag een collectieve tandarts verzekering/ fonds zien voor minima.’ ‘Vergoed tandartskosten. Heel veel mensen met laag inkomen gaan niet naar tandarts (te duur). Problemen die dat geeft zijn dan later duurder.’ ‘Betaal weer aanvullende verzekering en help bij eigen risico. Het is te veel voor iemand in de bijstand.’
26
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Bijlage 1. Uitsplitsing naar gemeente In deze bijlage staat een aantal uitsplitsingen naar gemeenten. Figuur B1.1. Gebruik van de minimaregelingen per gemeente
Gebruik minimaregelingen Goes
Borsele
Reimerswaal
Kapelle
Noord-Beveland
95% 90% 82% 78% 74% 70% 64% 55%
58%
56%
48%
56%
59%
59% 54% 53%
60% 56% 50%50%
48%
46%
41% 29%
38%39%
37%
29%
29% 21%
19% 13%
Energietoeslag
Declaratiefonds
Collectieve zorgverzekering
47%
44%
13%
Individuele inkomenstoeslag
28
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Bijzondere bijstand
Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Figuur B1.2. Bekendheid minimaregelingen per gemeente
Bekendheid minimaregelingen Goes 95% 94% 88% 87% 84% 85%
Borsele
84% 83% 81% 79% 72%
Reimerswaal
Kapelle
88% 83% 80% 78% 76% 77%
76% 71% 68% 66%
68%
Noord-Beveland
88%
75% 71%
68%
68% 63%
63%
60%
56% 50% 44%
41%
43%
38%
38%
36%
33%
20%
Energietoeslag
Declaratiefonds
Collectieve zorgverzekering
Individuele inkomenstoeslag
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
29
Bijzondere bijstand Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten
Individuele studietoeslag
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Figuur B1.3 Meest genoemde missende regelingen voor volwassenen per gemeente
Missende regelingen voor volwassenen Goes
Borsele
Reimerswaal
Kapelle
Noord-Beveland 35%
35%
30% 25% 24% 21%
25% 23%24%23%
27% 25%
24% 20%
19% 15%
14%
15%
14%
19% 17% 15%
19%
10% 5%
Kortingen in winkels
Kleding
Reiskosten
Een noodfonds voor noodsituatie
Zorgkosten
Figuur B1.4 Informatievoorziening minimaregelingen per gemeente
Ik weet waar ik moet zijn voor minimaregelingen Ja 47%
Nee
47% 43%
40%
35% 31%
29% 26%
24%
Goes
Borsele
Kapelle
30
Reimerswaal
25%
Noord-Beveland
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Figuur B1.5 Tevredenheid van respondenten over informatiekanalen per gemeente.
Tevredenheid over verschillende informatiekanalen Goes
61%
Borsele
Reimerswaal
Kapelle
61% 56%
61% 56%
58%
50%50% 43%
Noord-Beveland
47% 41%
46%
42% 40%
42% 35%
34%
34% 26% 21%
Telefonisch contact
Persoonlijk contact
De website
Folders
Figuur B1.6 Financiële situatie van respondenten per gemeente
Financiële situatie Goes
Borsele
Kapelle
Reimerswaal
Noord-Beveland 91%
86% 79% 72%
77%
48%
46% 35%
35% 29%
Ik kan elke maand finaniceel rondkomen
Ik kan elke maand de energierekening betalen
31
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Bijlage 2. Uitsplitsing naar leeftijdsgroep In deze bijlage staat een aantal uitsplitsingen naar leeftijdsgroepen. Figuur B2.1 Het verkrijgen van informatie per leeftijdsgroep
Hoe komt u aan informatie over het minimabeleid? 18 t/m 26 jaar
27 t/m 45 jaar
46 t/m 65 jaar
66 jaar of ouder
56%
55% 49% 40% 41% 41%
36%
37% 27%
25% 25%
16%
Via internet
19%
15%
Via een medewerker van de gemeente / GR de Bevelanden
19% 11%
Via een hulpverlener
Via vrienden en kenissen
Figuur B2.2 Het mijden van zorg of medicijnen per leeftijdsgroep
Komt het wel eens voor dat u geen medicijnen vraagt of niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis gaat, omdat het te duur is? Ja, vaak
Ja, soms
30% 40%
32%
27%
45% 31%
27% 10%
18 t/m 26 jaar
27 t/m 45 jaar
46 t/m 65 jaar
32
66 jaar of ouder
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Bijlage 3. Kenmerken respondenten In deze bijlage worden de kenmerken van de respondenten weergegeven. Dit dient als achtergrondinformatie voor het interpreteren van de resultaten. Achtergrond van de respondenten De helft van de respondenten komt uit de gemeente Goes. Een vijfde woont in de gemeente Borsele, hetzelfde geldt voor de gemeente Reimerswaal. De minste respondenten komen uit de gemeente Kapelle en Noord-Beveland (beide 7 procent). Qua inwonerstal zijn dit ook de kleinste gemeenten. De grootste groep, de helft, heeft een leeftijd tussen de 46 en 65 jaar. Een vijfde van de respondenten is tussen de 27 en 45 jaar. Eveneens een vijfde van de respondenten is 66 jaar of ouder. Tot slot is een klein deel van de respondenten tussen de 18 en 26 jaar (7 procent). Figuur 6.1.1. Gemeente (n = 302)
Figuur 1.1.2. Leeftijd (n = 309)
Gemeente
Leeftijd
Goes
Borsele
18 t/m 26 jaar
27 t/m 45 jaar
Kapelle
Reimerswaal
46 t/m 65 jaar
66 jaar of ouder
Noord-Beveland
7%
7% 20% 17%
20% 51%
7%
53%
18%
Wanneer we kijken naar de woonsituatie van de respondenten is de grote meerderheid alleen woont. De rest van de respondenten geeft aan alleenstaand te zijn met thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar (9 procent), samenwonend of gehuwd met thuiswonenden kinderen jogneren dan 18 jaar (6 procent), samenwonend of gehuwd zonder thuiswonende kinderen onder de 18 jaar (14 procent) en 10 procent geeft aan een andere woonsituatie te hebben. De respondenten wonen dan veelal met thuiswonende kinderen die ouder zijn dan 18 jaar.
33
GR De Bevelanden
Versie 0.1
Figuur 1.1.3. Woonsituatie (n = 311)
Woonsituatie Ik woon alleen Alleenstaand met thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar Samenwonend/gehuwd met thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar Samenwonend/gehuwd (zonder thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar) Anders
10%
14%
61%
6% 9%
34